zondag 24 mei 2009

Heel echte nep



In catalogus 107 (2002) 'On the threshold of Modern Times' van Antiquariaat Forum in ’t Goy/Houten wordt onder nummer 163 (blz. 133) een originele in perkament gebonden twaalfdelige atlas van Willem Jansz. & Joan Blaeu aangeboden voor € 750.000,- euro. Daar komt dan nog wel 6 % btw. bij. Goddank bestaat er ook een ‘goedkope’ fotografische herdruk van (Amsterdam, N. Israel, 1967-68), nog te koop voor ‘slechts’ € 2.750,- (bij antiquariaat A. Kok in Amsterdam).

Onlangs presenteerde de uitgeverstak van Forum: Hes & de Graaf Publishers BV
de facsimile uitgave van de atlas Blaeu-Van der Hem voor een intekenprijs van
€ 75.000,- (inclusief 6 % btw.). Mocht u daarna nog wat los geld overhouden dan kunt u voor een kleine € 12.000,- (ook al inclusief btw.) een bijpassend kersenhouten kabinetje kopen waarin alle atlasdelen prachtig passen.
Fraai, maar onbereikbaar voor het gros der boekenverzamelaars.

Wat maakt deze facsimile zo peperduur? Het grote verschil met de ‘goedkope’ (vaak fotografische) herdrukken is dat een dure facsimile ook de materiële kenmerken overneemt van het boek. Daarnaast gaat het altijd om gelimiteerde uitgaven (vaak niet meer dan 1000 exemplaren).


Mijn exemplaar (nr. 269 van de 850) van het 'The Weingarten Manuscript' (Phaidon Press Limited Edition, London 1969) is zo’n natuurgetrouwe facsimile.
De onregelmatige vorm van elk blad is overgenomen en ook de vlekken en andere mankementen zijn nauwgezet gekopieerd.
Heel echte nep, maar desondanks nep en eigenlijk hou ik daar niet zo van.

zaterdag 23 mei 2009

Ezelsoren


Ik leen geen boeken uit.
Het gevaar is te groot, de risico’s enorm en de ellende niet te overzien. Kijk maar eens naar bibliotheekboeken.
Onduidelijke vlekken, verkleefde of ontbrekende bladzijden, ballpoint onderstrepingen, gebroken ruggen en …. ezelsoren, boven, onder, overal. Ezelsoren; een vloek voor elk boek.

Kennelijk ontbreekt het de gemiddelde bibliotheekbezoeker, behalve aan respect voor boeken, met name aan boekenleggers. Ik zou hen willen adviseren ook eens een boek te kopen. Want je wordt er mee doodgegooid. Bij vrijwel elke nieuwe (antiquarische) aanwinst ontvang ik er zo’n gratis geval bij. Talloze heb ik er verbruikt en weggegooid. Welgeteld twaalf exemplaren liggen er alweer op een stapeltje in mijn boekenkast. Daarnaast zijn er zeker nog vier in gebruik en schuilen er ongetwijfeld een paar vergeten exemplaren ergens in mijn boekencollectie. Ze zijn functioneel maar bepaald niet fraai. Meestal niet meer dan een stukje kleurig bedrukt karton met reclame.

In een beetje dure of exclusieve uitgave zou een leeslint al gauw beter staan maar het valt me op dat er nog maar weinig boeken met leeslint worden uitgegeven.
Mijn laatste aanwinst met maarliefst drie leeslinten in geel, rood en blauw was: 'Stad van boeken. Handschrift en druk in Leiden 1260-2000' door A. Th. Bouwman e.a. (Leiden, 2008). Overigens ook zonder die kleurige leeslinten een prachtige uitgave en een aanrader voor elke bibliofiel.


Twee jaar geleden kocht ik wat bijzonders bij een antiquair in Den Haag. Een oud zilveren boekenlegger(tje), bijna 10 centimeter lang en bekroond met de kop van een lachend duiveltje. Er staan vier merkjes op. 'S.I.Ld.' van de zilversmeden William Henry Stokes en Arthur George Ireland (Stokes & Ireland Ltd.), een stadsmerk (anker) voor Birmingham, een gotische jaarletter V (1894) en een naar links lopende leeuw om aan te geven dat het om sterling zilver gaat.
Daar kan geen gratis boekenlegger tegenop.

maandag 4 mei 2009

Ephemera uit vak U7

Voetbal tijdens de IXde Olympiade in Amsterdam (1928). Ik heb geen idee wie tegen wie speelde en ik weet dus ook niet wie er won. Zeker is dat mijn 16-jarige grootvader in vak U7 (staantribune) van het Olympisch Stadion toekeek en dat hij niet alleen was. Dat weet ik omdat hij zijn vier toegangskaartjes, a één gulden per stuk, na afloop van de wedstrijd bewaarde, terwijl het merendeel van het publiek ze – één, twee, drie hupsakee - in de lucht weggooide. Eeuwig zonde…

Voetbalkaartjes maar ook een krantenknipsel, een brief, een ansichtkaart, een loterijlootje, een visitekaartje of een gedrukte uitnodiging, al deze objecten noemen we ephemera. Maar ook een bedrijfscatalogus, pamfletten, reclamekrantjes en flyers zijn ephemera.

Ze hebben gemeenschappelijk dat ze niet bedoeld zijn om te worden bewaard en heel vaak gebeurd dat ook niet. Waarom zou iemand rond 1900 een telefoonboek bewaren? Er kwam elke keer een nieuwe uit en dus verdween de oude in de kieperton. Met als gevolg dat een vooroorlogs telefoonboek zeldzaam is en redelijk kostbaar.

Regelmatig kom ik in nieuwe aanwinsten ephemera tegen die als pseudo boekenlegger dienst doen. In Mr. Herman de la Fontaine Verwey’s (1903-1989):
"De wereld van het boek", rede in 1954 uitgesproken bij het aanvaarden van zijn hoogleraarschap in de wetenschap van het boek, trof ik een officiële uitnodiging hiervoor aan gericht aan Henri Mayer (1880-1958). Dat geeft toch iets extra’s aan zo’n boekje.

Een paar jaar terug kocht ik Johan Schwencke’s ‘Het Exlibris als boekversiering en verzamelobject’ (’s-Gravenhage 1941) en vond daarin een briefje in sierletters van de tekenaar, kalligraaf en kunstverzamelaar Remmet Jacob Ouwejan uit Zaandam aan Frans J. IJserinkhuijsen (1892-1959).
De laatste was als leraar tekenen en kunstgeschiedenis in de periode ca. 1920 - ca.1960 verbonden aan het Hervormd Lyceum aan de Amsterdamse Brahmsstraat. Door zijn leerlingen werd hij 'de IJsbeer' genoemd vanwege zijn witte stofjas. Frans maakte onder meer etsen, landschappen en stillevens in olieverf en een groot aantal ex-librissen. Mogelijk komt dit boek uit zijn bibliotheek.


Grote aantallen ephemera maken bij mij onderdeel uit van mijn familiegeschiedenis (genealogie). Ansichtkaarten van de straat waar familieleden woonde, folders van bedrijven waar ze werkten of visitekaartjes en bidprentjes. Dat alles ter illustratie van hun dagelijks leven toen.
Ook de voetbalkaartjes van mijn grootvader behoren daartoe, op twee dubbele exemplaren na. Een paar jaar geleden verkocht ik die voor vijftig euro aan een verzamelaar van de Amsterdamse Olympiade! Bewaren dus; die kaartjes…

vrijdag 1 mei 2009

Een witte raaf

Raven zijn zwart. Een witte raaf is een afwijking, die wel zal bestaan maar zeer zeldzaam is. Ik heb er in ieder geval nog nooit één zien vliegen.

In de antiquarische boekenwereld kennen we ook witte raven. In één van zijn interessante boekstudies: "Grolier-banden in Nederland", (Haarlem 1985) schreef de bekende boekwetenschapper Prof. Mr. Herman de la Fontaine Verwey (1903-1989) over de boeken die de Franse koninklijk betaalmeester Jean Grolier (1479-1565) liet inbinden door Milanese en Parijse binders. Van alle bekende Grolierbanden zijn er slechts drie bekend die gebonden zijn in wit leer. Witte raven dus.
Nu gelden Grolierbanden als hoogtepunt in de geschiedenis van de boekbindkunst.
Ze zijn sowieso uiterst zeldzaam en - wit of niet - onbetaalbaar.

Maar er zijn ook witte raven onder boeken die niet zeldzaam en betaalbaar zijn. Ooit wel eens een oude 17de of 18de eeuwse Statenbijbel gezien in perkamenten band? Ik nog nooit (en geloof me, ik heb er al flink wat gezien). Een witte raaf dus.

Ander voorbeeld. Jan Wagenaar’s: "Amsterdam, in zyne opkomst, aanwas, geschiedenissen, voorregten, koophandel, gebouwen, kerkenstaat, schoolen, schutterye, gilden en regeeringe" (Amsterdam, I. Tirion (vol. 1-2) / Yntema and Tieboel (vol. 3), 1760-1767). Wagenaar's stadsbeschrijving is er in vele soorten en maten. Wie de beschrijving er op naslaat van Wouter Nijhoff in zijn "Bibliographie van Noord-Nederlandsche plaatsbeschrijvingen tot het einde der 18de eeuw" (’s-Gravenhage 1953) kan lezen dat er exemplaren zijn in octavo, folio en groot mediaan folio. Dat er exemplaren zijn op zwaar papier en "allerbest Frans schrijfpapier", dat er exemplaren zijn met extra platen (vaak uit de stadbeschrijving van C. Commelin) en met extra portretten (door A. Houbraken). Kortom elke Wagenaar is weer anders. Een apart probleem vormt het zeldzamere vierde deel (door Jacobus Kok en Jan Fokke) dat pas in 1788 verscheen, eenentwintig jaar na het verschijnen van deel drie en vijftien jaar na de dood van Jan Wagenaar.

Een driedelige Wagenaar is zeker geen zeldzaamheid; een vierdelige wel. Driedelige Wagenaar’s worden regelmatig tegen betaalbare prijzen op veilingen aangeboden en ik ken ook diverse antiquariaten die een exemplaar hebben staan (soms meerdere tegelijk, zoals bij De Slegte in Amsterdam).
Zonder uitzondering gebonden in leer, halfleer of nog erger in moderne(re) banden.
De boekband was destijds altijd een keuze van de koper en die keuze viel kennelijk uiterst zelden op perkament. In ruim twintig jaar heb ik slechts één driedelig exemplaar gebonden in perkament gezien (en te koop) bij een Limburgs antiquariaat.
Kortom, een uniform in perkament gebonden vierdelige Wagenaar is een echte witte raaf.