vrijdag 20 januari 2017

Culinaire en huishoudelijke motieven


Ik las onlangs op de Facebookpagina van Bijzondere Collecties (UvA) dat als je kennis wilt maken met de kookkunst uit het verleden je bij hen aan het juiste adres bent. “De collectie Geschiedenis van de Voeding bevat vrijwel alle belangrijke Nederlandse en een groeiend aantal buitenlandse kookboeken uit voorbije eeuwen. Daarnaast bevat de collectie boeken over diëten, voedingsleer, huishoudkunde, tafelversiering, etiquette en talloze andere (w)etenswaardige onderwerpen”.


Ik moet dan meteen denken aan Johannes van Dam (1946-2013) die samen met Joop Witteveen (1928-2016) en Bart Cuperus oprichters zijn van de Gastronomische Bibliotheek die sinds 2006 wordt beheerd door Bijzondere Collecties (UvA).
De ‘Dikke van Dam’ van Johannes staat natuurlijk ook hier in de kast maar mijn eerste gedachten - zodra zijn naam wordt genoemd - gaan naar zijn kookboekwinkeltje in de Runstraat 26 waar hij tussen 1983 en 1989 zat.


Daar leerde ik namelijk deze lekkerbek kennen als verzamelaar van boeken op zijn gebied en aan hem verkocht ik voor vijfhonderd gulden mijn exemplaar van: “De Verstandige Kock, of Sorghvuldige Huyshoudster“ (Amsterdam, 1667). Ik had het boekje een jaar daarvoor voor vijfenzeventig gulden in de Oudemanhuispoort gekocht en wist dat het terzelfdertijd bij antiquaar Nico Israël (1919-2002) voor duizend gulden werd aangeboden.

Of ik ook kookboeken verzamel?
Nee, maar ik heb niet lang geleden een uitzondering gemaakt en de zesde editie gekocht van het kookboek van Saartje Vos (1852-1917): “Oorspronkelijk Israëlietisch Kookboek” (Amsterdam, 1921). Waarom?
Het was in 1893 het eerste Nederlandse kookboek over de Joodse keuken dat verscheen (met opvallend oer-Hollandse gerechten). In 1978 verscheen een facsimile van de vijfde editie uit 1914. Alle originele edities van dit kookboekje zijn schaars, zeker in een goede conditie, want het zijn typische gebruiksboekjes; dus beduimeld, gescheurd en bevlekt. Bovendien werd deze editie van Saartjes boek op een allerbelabberdste kwaliteit papier gedrukt en in een simpel halflinnen bandje met kartonnen platten uitgegeven.


Schaarste, conditie maar ook een vriendelijke vraagprijs (twintig euro) waren mijn motieven om het boekje te kopen. Daaraan kan nog het motief ‘iconische waarde’ worden toegevoegd.
Het was immers Saartje die in de vroegste edities haar kookrecepten graag begon met de bekende woorden: “Men neme…”, en daarmee zichzelf vereeuwigde.


Behalve aan Johannes van Dam en zijn kookboekjes moest ik ook denken aan het echtpaar Heijting die in 2013 hun belangrijke collectie gedrags-, huishoud- en kookboeken, uit de negentiende en vroege twintigste eeuw, aan Bijzondere Collecties (UvA) schonken.
Beiden ken ik als leden van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen (NGB) en ik weet dus ook dat zij sindsdien zijn blijven verzamelen en regelmatig hun schenking met nieuwe aanwinsten verrijken. Als zij aanwezig zijn op bijeenkomsten van het genootschap is hun verzamelgebied regelmatig onderwerp van ons gesprek.
Elke keer weer ben ik verbaasd om te horen hoeveel boeken er op dat gebied nog ontbreken in de openbare collecties in Nederland.
Het gaat dan helemaal niet over dure banden of kostbare uitgaven maar over heel gewone gebruiksboekjes die vaak diverse (her)drukken beleefden, soms mateloos populair waren, en desondanks schaars zijn geworden of spoorloos zijn verdwenen.

Bij mij staan maar enkele uitgaven die behoren tot hun verzamelgebied, maar ik sluit niet uit dat het er meer worden.
Mijn oudste uitgave is een boek uit het Duits vertaald met de titel: “Ik kan huishouden, het boek om een huishouding billijk, practisch en goed te besturen” (Amsterdam, 1911).
Zowel Atria (Kennisinstituut voor emancipatie en Vrouwengeschiedenis) als Bijzondere Collecties (UvA) bezit een exemplaar van deze eerste druk die - in goede staat - antiquarisch minder vaak wordt aangeboden dan de daaropvolgende drukken.
Het is een uitgave die oorspronkelijk in tien losse afleveringen verscheen (twintig cent per stuk) maar ook - zoals mijn exemplaar - ingebonden in linnen band verkrijgbaar was voor twee gulden veertig. Vrijwel tegelijkertijd verschenen "Ik kan koken" en "Ik kan costuumnaaien".


Het is alweer enige tijd terug dat ik op een zomerse boekenmarkt aan de Amstel: "Ik kan huishouden", tussen vele andere boeken, zag liggen.
De vrijwel ongeschonden foto van twee dienstboden op het voorplat van de uitstekend bewaard gebleven bruin linnen band trok mijn aandacht. Ik bladerde er wat in, las wat, en werd het vervolgens eens met de verkoper over de prijs (twintig euro).
Conditie en een goede prijs waren ook hier de motieven die leidde tot aanschaf. Maar misschien moet ik daaraan een soort van ‘romantisch sentiment motief’ toevoegen.

Dat laatste motief gold ook bij een andere uitgave die ik tegenkwam in mijn kringloopwinkel voor één euro vijftig. Het is de tweede druk van: “Wat gij moet weten. Encyclopaedie voor de Huisvrouw” (Amsterdam, 1928).
De gebundelde adviezen en raadgevingen door 'Huismoeder, medewerkster aan de vrouwenrubriek van het Algemeen Handelsblad' zijn heerlijk gedateerd ‘ouderwetsch’ en staan soms mijlenver van het moderne huishouden een eeuw later. Zo was de aanwezigheid van dienstpersoneel nog zeer vanzelfsprekend en vinden we daarover nuttige tips in het hoofdstukje over ‘Dienstboden’ (blz. 125 t/m 128) met onderwerpen als: ‘Godspenning’, ‘Kostgeld’, ‘De Nieuwjaarsfooi’, ‘Opzegging van dienstbetrekking’, ‘Vacantie voor onze dienstmeisjes’ en ‘Zieke dienstboden’.


Ook deze uitgave wordt antiquarisch maar af en toe aangeboden. Wat mij destijds vooral verbaasde was de goed bewaard gebleven oorspronkelijke stofomslag.
Die maakt mijn exemplaar vermoedelijk uniek en dat was een extra motief aansporing om dit boekje mee te nemen!


vrijdag 6 januari 2017

Vrouwenbeschutting

Ik heb in mijn blogserie ‘De Z van…’ (Zelfbewaring, Zelfbesmetting en Zelfbevlekking) - al eens verwezen naar het vermakelijke boek van Nop Maas: “Seks!... in de negentiende eeuw” (Uitgeverij Vantilt, Nijmegen, 2006).
Het is, en ik herhaal dat hier nog maar eens, een bijzonder nuttig naslagwerk voor de verzamelaar van thans vaak totaal verdwenen obscure boekjes, brochures en efemera op het gebied van pornografie en seksualiteit, maar ook over anticonceptie is er iets in te vinden.


Het woord ‘anticonceptie(f)’ kwam ik voor het eerst tegen in een krantenadvertentie uit 1893. Een ander woord daarvoor was ‘vrouwenbeschutting’ (dat ik voor het eerst tegenkwam in een advertentie uit 1901).
Dat beide begrippen pas aan het einde van de negentiende eeuw regelmatig opduiken hangt natuurlijk samen met de oprichting van de Nieuw-Malthusiaanse Bond in 1881.
Pas daarna kwam ook de anticonceptiereclame door middel van krantenadvertenties, brochures en bladen goed op gang.


Wie zich in deze materie verdiept krijgt al gauw de indruk dat ruim een eeuw geleden anticonceptiereclame zich met name richtte op vrouwen. Dat komt vooral door de vele medicinale middelen en apparaten die er voor vrouwen op de markt waren, veel meer dan voor mannen.
Diverse leverancier (waaronder tal van moderne kwakzalvers) overspoelden destijds de markt met honderdduizenden brochures en goedkoop gedrukte reclameblaadjes. Ondanks die enorme oplagen behoren met name de 'prijscouranten' thans tot de antiquarische ‘rariora’.

Naast een groeiend aantal brochures (die ik in een toekomstig blog nog eens de revue laat passeren) bevat de collectie van Perkamentus drie van die zeldzame 'prijscouranten' in onberispelijke staat.
Geen van deze uitgaven is gedateerd en ook de drukker is onbekend, maar allen zijn uit het begin van de twintigste eeuw. Mijn mooiste exemplaar is een kleine geïllustreerde brochure (12 bij 18 cm.) van acht ongenummerde bladzijden geniet in een geel papieren omslag, met duidelijke art-nouveau trekken. Het is een uitgave van de ‘Centraal-Inrichting ‘Sanitas” getiteld: “De Vrouw. Inlichtingen over geoorloofde Middelen ter beperking van het Kindertal” (z.j./z.p. [1907]). De min of meer exacte datering 1907 is mogelijk omdat in deze brochure ene mevrouw De Graaf ‘deskundige voor dames’ adverteert. Krantenadvertenties in Delpher laten zien dat zij (alleen) in 1907 praktijk hield en wel in de Haagse Bilderdijkstraat 135.


Over de leverancier ‘Sanitas’ zelf is vrijwel niets te vinden. De eerste advertentie is van 1900 en pas vanaf 1908 adverteren ze als de ‘Centraal-Inrichting ‘Sanitas, Koninklijk Gebreveteerd’ (Amsterdam en Den Haag). Van meet af aan waren ze gespecialiseerd in anticonceptiemiddelen zoals de ‘Victoria Scheede Poeder-Spuit’ en ‘Victoria douche’ en ‘capotjes’ van het merk ‘Ideaal Nationaal’, ‘Venus’ en ‘Tip-Top’.

De zeldzaamheid van dergelijke reclameblaadjes zal vermoedelijk ook de reden zijn geweest voor Nop Maas om in zijn eerdergenoemde boek er één in zijn geheel af te beelden (blz. 129-132)
Het gaat om de “Prijscourant van Gummi-Artikelen Mij. ‘De Noorderpost’“ (‘180ste duizend.’, z.j./z.p. [ca. 1920]). Een dubbelgevouwen vel papier (totaal 43 cm. breed en 34 cm. hoog) met aan de voorzijde een art-nouveau kaderversiering gedrukt in groen.
De bladzijden zijn ongenummerd, en alleen op de achterzijde staan drie illustraties. De prijzen van het exemplaar bij Nop Maas zijn met een typemachine geactualiseerd!




Ik bezit dezelfde prijscourant maar dan een iets vroeger exemplaar ('140ste duizend.’) met wat lagere artikelprijzen.
Daarnaast heb ik van dezelfde leverancier een ander, vermoedelijk ouder, exemplaar met de titel: “Prijscourant van Hygiënische artikelen en patent-geneesmiddelen Mij. ‘De Noorderpost’” (‘12e duizend.’, z.j./z.p. [ca. 1910 ]). Deze uitgave (ongeveer A5 formaat) telt acht ongenummerde bladzijden geniet in papieren omslag en is niet geïllustreerd.

‘De Noorderpost’ verkocht ‘Hygienische artikelen en patent-geneesmiddelen’ alsmede ‘Gummi-artikelen’ zoals ‘Préservatifs’ (“ook wel Condoms of Capotjes genaamd”) waaronder de “allerfijnste vischblaas preservatifs. Bekend bij de Aristocratie”.
Naast condooms voor mannen, die thans gewoon in het schap bij Albert Heijn liggen, waren er ook nog de ‘Amerikaanse Preservatifs’, ofwel vrouwencondooms. Speciaal aanbevolen werd het merk ‘Olifant’ (prijs ƒ1,25 per stuk). Het was “Onverslijtbaar”!
Daarnaast waren er nog diverse andere middelen zoals Sponsjes, Baarmoeder-Kranzen, Irrigatores (“ook wel Vrouwen-Spuiten genaamd”), Vrouwendouches en Clysoirs.
Uiteraard verkocht men ook Dr. Unger’s Veiligheidsovalen (“Eisch uitsluitend de echte zekerheids-ovalen met den handteekeningen van dr. UNGER”!) alsmede de Sylvia Scheede Poederspuit (“Goed voor tien jaar”).


Alle artikelen werden destijds behandeld en verhandeld alsof het staatsgeheimen betrof.
“Voor geheim, raden wij U, voor het te besteden bedrag, een postbewijs op het postkantoor te koopen en die in de brief te sluiten, waarin U uwe bestelling doet. U kunt ook U papiergeld in den brief sluiten, waarin U uwe bestelling doet, het teveel, zenden wij bij het bestelde terug. Onze naam komt nooit op de pakketten.


Over het postorderbedrijf ‘De Noorderpost’ is op het Worldwide Web hoegenaamd niets te vinden. “Het oudste adres in Nederland” werd volgens een krantenadvertentie opgericht in 1907 maar de eerste vermeldingen die ik vond zijn al van 1901!
Het bedrijf heeft gefunctioneerd tot eind jaren zestig. Toen veranderde de seksuele revolutie en de komst van de moderne anticonceptiepil (die tot 1969 alleen op recept verkrijgbaar was) het denken over seksualiteit en de markt voor anticonceptiemiddelen zodanig dat het bedrijf met noorderzon verdween.

Dit is het 300-ste stukje op mijn weblog! Al mijn bloglezers & twittervolgers wens ik een voorspoedig, gezond, leer- en leesrijk 2017!