Tabbladen

zaterdag 5 juni 2010

Zoet en zuur

Aan mijn laatste strooptocht op de vrijdagse boekenmarkt op het Spui in Amsterdam heb ik gemengde gevoelens overgehouden.

Prachtig zomerweer dat wel.
Culi-goeroe Johannes van Dam tufte gemoedelijk in zijn karretje langs de stalletjes en drommen toeristen waren weer op weg naar het naastgelegen Begijnhof. Wat ik al eerder had gekocht op deze markt was het prachtige fotoboek van Evert van Kuijk: “Spui, Amsterdam” met 91 sfeervolle foto’s van de boekenmarkt.

Bij antiquariaat Klikspaan uit Leiden had ik geluk. Een exemplaar van: “Printing in Oxford & Leiden. Drukwerk in Leiden & Oxford. A joint project between members of the Oxford Guild of Printers in England, and Stichting Drukwerk in de Marge in Holland”.‎ (‎Leiden/ Oxford, 1989). Zeventien boekjes plus een vouwblad in een staande, met marmerpapier overtrokken, kartonnen schuifdoos met titeletiket (ontwerp van Chris Hicks). Vervaardigd in een oplage van 150 exemplaren door zeventien margedrukkers, waarvan tien Nederlandse en zeven Engelse.
De teksten, die de geschiedenis van de boekdrukkunst in Leiden en Oxford betreffen, zijn op handgemaakt papier gedrukt soms geïllustreerd en soms genummerd. Weer zo’n fraai bibliofiel samenwerkingsproduct van margedrukkers in mijn collectie.
Op de website van antiquariaat Fokas Holthuis in Den Haag had ik al eens een exemplaar zien staan maar dan wel voor het dubbele van de prijs die ik betaalde. Een zoete overwinning.

Vaak maak ik een praatje met de standhouders zoals met Paul van Antiquariaat de Boekerij uit Baarn. Meestal gaat dat over de ramp die internet heet, de daling van de antiquarische boekenprijs en de afgelopen gouden jaren van het vak.
In Paul’s stalletje lag een “Gargantua en Pantagruel”, een uitgave van ICOB/De arbeiderspers (Amsterdam, 1980), met stofomslag, in nieuwstaat. Tussen de voorste schutbladen vond ik een vergeeld krantenknipsel waarin deze publicatie “grafisch voorbeeldig verzorgd” met veel tamtam werd aangekondigd.
De vertaling door J.A. Sandfort “valt niet te overtreffen”, de illustraties van niemand minder dan Gustave Doré “zijn schitterend gereproduceerd op origineel formaat, waardoor de rijkdom aan details voor uren en uren kijkgenot zorgt” en in vette letters: “Een boek dat, als het uitverkocht is, antiquarisch hoge prijzen zal gaan doen!“. Al dat fraais voor een intekenprijs van maarliefst 110 gulden en na publicatie 125 gulden.

Voor slechts twintig euro werd ik de nieuwe eigenaar. Twintig euro, omgerekend zo’n vierenveertig ouderwetse guldens…
Zuur; en nog zuurder toen ik thuisgekomen op internet boekwinkeltjes.nl bekeek en daar een twintigtal exemplaren zag staan met prijzen die varieerden van € 8,90 tot € 40,- euro!

donderdag 3 juni 2010

Restaureren


Ik heb momenteel twee restauratieprojecten lopen. Eén in Groningen (waarover ik binnenkort meer zal schrijven) en een tweede in Amsterdam. Omdat ik al vaker, met name boeken, heb laten restaureren weet ik dat de kosten hoog zijn (handwerk!) en dus ben ik altijd op jacht naar de mooiste objecten in de beste conditie voor de laagste prijs. Maar soms zijn zaken gewoon toe aan een professionele restauratie om verder verval te voorkomen en omdat ze het waard zijn. Restaureren is per definitie invasief c.q. belastend voor het object. Belangrijk is dat de ingreep met eerbied voor het voorwerp wordt uitgevoerd door een specialist die zich beperkt tot het aller-noodzakelijkste en gebruik maakt van passende, duurzame en reversibele materialen/middelen.


In de jaren dat de Amsterdamse Stopera werd gebouwd (1982-1986) was de Waterlooplein markt gesitueerd op de plaats waar thans o.a. de Nederlandse Film
en Televisie Academie is gevestigd, tussen de Rapenburgerstraat en de Valkenburgerstraat.
Er stond daar toen ook een handelaar in oude boeken, eerst met een kar onder de centrale luifel en later in één van de metalen cabines. Het was bij hem dat ik voor een paar tientjes (guldens!) een exemplaar kocht van “Panorama’s en Stadsgezichten van Amsterdam. Opname en uitgave van G.H. Heinen, schilder en photograaf”. (Amsterdam, Kleinmann & Co.). Een grote bordeaux rode kunstleren map (50 cm. x 60 cm.) met daarin een omslag (titelblad) en op glad karton zesentwintig grote zwart-wit panoramafoto’s van Amsterdam. De kunstleren map was langs de halfvergane leren rug bijna losgescheurd en in de witte kaderrand van enkele foto’s zaten wat minimale bruine (vocht)vlekjes maar voor de rest verkeerde alles in prima conditie.


Gerrit Hendrik Heinen (1851-1930) was een ‘huis- en decoratieschilder’ wiens naam vooral verbonden blijft met het fraaie schilderwerk in de wachtkamers, inclusief de Koninklijke, van het Amsterdamse Centraal Station. Fotograferen uit liefhebberij deed hij vanaf 1892 ook. De meeste foto’s in de map zijn in of rond 1894 gemaakt en te dateren aan de hand van details.
Het fotograferen van deze prachtige weidse stadsgezichten moet gezien het standpunt vanaf torens en hoge gebouwen destijds een hele onderneming zijn geweest. De foto’s zijn namelijk van een uitzonderlijk formaat (27 cm. x 48 cm.).


Aangezien er in die tijd nog nauwelijks werd vergroot moeten de glasnegatieven van dezelfde afmeting zijn geweest als de afdrukken, mogelijk zelfs groter (40 cm. x 50 cm.)!
Kortom; trappen lopen met op je nek een reusachtige en zware camera op statief…
Wie kennis wil nemen van alle spectaculaire panoramafoto’s van Heinen kan ze terugvinden in de beeldbank van het Stadsarchief Amsterdam.

Lang lag deze grote enigszins onhandelbare map met zijn fraaie inhoud vergeten tussen mijn andere boeken tot ik enige tijd terug op een boekenmarkt een boekje kocht geschreven door H. Rooseboom en E. Wouthuysen: “G.H. Heinen. Panorama’s en stadsgezichten – Amsterdam in 1894” (Amsterdam, 2002).


Tot mijn verbazing las ik daarin (blz. 28) dat er slechts drie complete exemplaren, met zesentwintig opnamen, bekend zijn van Heinen’s panoramamap. Eén in de collectie van het Gemeentearchief, thans Stadsarchief, Amsterdam. Eén in het prentenkabinet van de Universiteit van Leiden en één in privé bezit. De originele bordeaux rode imitatieleren map waarin de omslag met afbeeldingen werd opgeborgen is “voor zover bekend, alleen bewaard in het Gemeentearchief van Amsterdam” (blz. 30, noot 49).

Professionele restauratie van mijn map (een nieuw leren ruggetje), de tweede originele map voor zover bekend van het tweede volledige exemplaar van Heinen’s uitgave in privé bezit, leek mij daarom zinvol en verantwoord.


zondag 30 mei 2010

Vol!



Collage van een paar detailfoto's... Zo zien mijn boekenkasten er dus allemaal uit.