Tabbladen

woensdag 6 april 2011

Oud papier


Ik handel in oud papier” zei de marktkoopman toen ik een aantal vondsten uit de dozen afrekende.
Mooi, ik verzamel oud papier”.
De wereld zit soms simpel in elkaar.
Het ‘oud papier’ waarover we spraken zat verspreid in diverse bananendozen. Veelkleurige mappen waarop met zwarte stift de inhoud kort stond omschreven; ‘reclames’, ‘brochures’, ‘rekeningen’, ‘briefhoofden’, ‘krantenknipsels’ en meer van dergelijk efemeer drukwerk, waarover ik eerder heb geschreven. Het meeste spul was van rond 1900.


Het is heerlijk snuffelen en puur schatgraven. Voor een paar euro wordt je eigenaar van regelrechte unica. Een mooie vondst ditmaal, voor slechts acht euro, was een prachtig 125 jaar oud geïllustreerd gelegenheidsgedicht aan “W. Krabbendam en Mevrouw E.M.H. Krabbendam-Robert ter gelegenheid hunner 12 ½ jar. Echtvereeniging” op 16 december 1886. Het is een goed bewaard gebleven groot vel papier (53 cm. breed en 41.5 cm. hoog) in blauw bedrukt met een levensschets van de bruidegom als stripverhaal. Ik zou zeggen kijk en lees zelf (klik op de illustraties voor een vergroting).

Wat de hoofdpersonen betreft kon ik in mijn luie stoel via internet achterhalen dat Wouter Krabbendam (1850-1925) een Amsterdams notaris was die in 1874 huwde met Elisabeth Maria Hendrika Robert. Zijn portretje vond ik in de collectie van het Centraal Bureau voor Genealogie (CBG) in Den Haag, waar in de collectie familieadvertenties tot 1970 meer genealogisch feitenmateriaal te vinden is.

zondag 3 april 2011

Vondel... park?

"De Weereld is een speeltooneel, Elck speelt sijn rol, en krijght sijn deel"

Wordt Vondel nog gelezen? Joost van den Vondel (1587-1679) ‘de prins der Nederlandse dichters’? In de Canon van de Nederlandse letterkunde staat hij hoog genoteerd maar ik vermoed dat de doorsnee Nederlandse middelbare scholier bij het noemen van zijn naam uitsluitend nog denkt aan straten en/of parken.
Ik ben zelf ook geen groot Vondelkenner of -lezer maar als je van geschiedenis houdt en Amstelland is één van je interessegebieden, dan ontkom je toch niet helemaal aan Vondel’s befaamde treurspel: “Gysbreght van Aemstel, d’Ondergangh van sijn stad en sijn ballingschap”. Weliswaar inhoudelijk weinig historisch correct, kent het een interessante en gecompliceerde drukgeschiedenis (aanvankelijk werd het zelfs verboden), en was het eeuwenlang bijzonder populair. Zo werd dit treurspel op het Amsterdamse toneel tussen 1638 en 1968 jaarlijks, meer dan drie eeuwen (!), opgevoerd. Welke andere theaterproductie kan daaraan tippen?

Ik heb lang verlangd naar een originele ‘Gysbreght’, een uitgave nog uit Vondels tijd, waarvan de eerste druk in 1637 opgedragen aan Hugo de Groot (1583-1645) verscheen bij de befaamde Willem Blaeu (1571-1638). Merkwaardig genoeg worden ze op internet niet aangeboden, terwijl alleen al tijdens Vondels leven bij verschillende uitgevers talloze exemplaren in verschillende edities zijn verschenen. Maar afgelopen week had ik opeens de keus uit drie exemplaren en nog wel uit een eersteklas collectie!

Bij toeval kwam ik terecht bij Emmie de Graaf Bierbrauwer. Voor bibliofielen en boekenliefhebbers is haar onlangs overleden echtgenoot, de antiquaar en uitgever Bob de Graaf (1927-2011) geen onbekende. Op hun website worden werden uit privé bezit ook uitgaven van Vondel aangeboden (Bob de Graaf was immers een groot Vondelkenner en liefhebber van diens werk).

Weliswaar stond daar geen ‘Gysbreght’ tussen maar toen ik hiernaar informeerde bleek zij er maar liefst drie in voorraad te hebben.
Het ging om twee verschillende edities van de ‘Gysbreght’ uitgegeven door de weduwe van Abraham de Wees (Amsterdam, 1659) en om een exemplaar van de uitgave door Jan Jacobsz Bouman (Amsterdam, 1655), allen in klein kwarto. Ik koos voor de laatste (ook volgens Emmie de beste keus).

De Bouman uitgave staat op zichzelf in de lange reeks van diverse uitgevers en drukkers van de ‘Gysbreght’.
Er verscheen maar één editie van die, als we afgaan op het aantal exemplaren dat STCN vermeldt, vrij schaars moet zijn.
De uitgave is een regel voor regel herdruk van de uitgave door Tymen Houthaeck (Amsterdam, 1650). Niet onbelangrijk, vind ik, is dat deze Vondeluitgave behoort tot de uitgaven die vóór 1659 verschenen.
Vondel bracht namelijk na het uitkomen van de eerste druk van zijn befaamde treurspel steeds kleine wijzigingen aan. De titelpagina van daarna verschenen uitgaven vermeldt dan ook: “Door Hem zelf verbetert en vermeert”. Inhoudelijk grote veranderingen zouden er pas volgen in de uitgaven die vanaf 1659 verschenen.

Typografisch ziet de uitgave van Bouman er verzorgd uit. Opvallend is het ontbreken van paginanummers (volgens Bob’s collatieaantekening voorin met 64 pp. compleet).
Origineel en verfrissend vind ik Bouman’s drukkersmerk met de spreuk “Ghelyck een leli onder de doornen so is myn vriendinne onder de dochteren” (uit het Hooglied 2.2).

Bij veruit de meeste Vondeluitgaven is dat namelijk de afbeelding van een waterput met de spreuk “Elck zyn beurt”. Dit beeldmerk komt zo uitputtend vaak voor, dat wel gesproken wordt van ‘putjesdrukken’.
Boumans’ drukkersmerk refereerde direct aan zijn winkel aan het Damrak; “op ’t Water inde Lelye onder de Doornen”. Het zal dan ook geen toeval zijn dat het watermerk in het papier een gestileerde (Franse) lelie vertoont.