Tabbladen

donderdag 9 april 2009

Strontfolklore


Ik had eerst als titel: 'Scatologie' staan, maar strontfolklore klinkt een stuk vrolijker en bovendien weet iedereen dan meteen waarover dit stukje zal gaan (toch?).

Voor alle duidelijkheid; ook ik trek het liefst zo snel mogelijk door...Mijn belangstelling voor poepen, piesen, winden etc. beperkt zich tot de papieren weerslag ervan, niet op het WC-papier, maar in de vorm van de boeken die erover geschreven zijn.
En dat alles heb ik te danken aan mijn leermeester op dit gebied: Gerrit Komrij.
Ere-Voorzitter van het Genootschap 'De Bataafsche Krijgstrompet', Buitenlid van de Orde van de Bruine Boon, Schrijver van 'De Idylle van de Achterpoort', Emeritus Dichter des Vaderlands, enz. enz'. Zijn magnum opus is natuurlijk 'Komrij's Kakafonie oftewel Encyclopedie van de Stront' (2006). Als rechtgeaard bibliofiel beschik ik over een heel bijzonder exemplaar van dit werk. Het is namelijk één van de 12 Romeins genummerde exemplaren, luxueus gebonden (in poepbruin leer) door Pau Groenendijk/Mooie boeken, Amsterdam, naar een ontwerp van Piet Schreuders. Mijn exemplaar draagt het Romeinse nummer IV en werd door Gerrit Komrij toepasselijk gesigneerd op een blaadje Lotus Professional WC-papier.
Zo'n boek moet je koesteren... Een enkele keer lees ik er wat uit en dan natuurlijk bij voorkeur op het toilet (ik ben een echte bed en toiletlezer).

De Kakafonie werd in 2006 bij de De Slegte gepresenteerd tegelijk met de start van de tentoonstelling van enkele Scatologische boeken uit de collectie van Gerrit Komrij (van 23 maart - 22 april in Antwerpen en van 28 april - 26 mei in Amsterdam). Er verscheen ook een kleine catalogus (die nog steeds verkrijgbaar is bij De Slegte in Antwerpen) met een toelichting op de tentoongestelde 44 bibliofiele nummers.
Helaas heb ik de tentoonstelling toen gemist, maar de catalogus doet mij watertanden. Vrijwel allemaal moeilijk verkrijgbare, soms zeer zeldzame en vaak ook kostbare boeken en boekjes.


In mijn boekencollecties zitten er maar een paar. 'Banaal Alfabet' (1996) van Komrij en geïllustreerd door Joseph Kerff is er één van. Een exemplaar met opdracht: 'Voor Ewoud Sanders, met groet!'.
NB. Ewoud Sanders (1958) is Nederlands historicus, journalist en lexicograaf (is/was), een vaste medewerker van het NRC Handelsblad, de Staatscourant en het tijdschrift Onze Taal. Onder de letter D en E lezen we:

'Zijn Dichtwerk Drukt de Drekpoëet
Direct in Dundruk uit zijn reet.

Eet hardgekookte Eieren
En Extra zult u beieren'.

Dat brengt me meteen naar een ander boekje van Komrij dat ik bezit (ook gesigneerd) en wel "De Drekpoeëeten" (Amsterdam, 2002). Het is een kleine bloemlezing uit het werk van 'Salomon van Rusting, Jan Goeree, Hermanus van den Burg en consorten'. Leuk (!) en dat voor slechts 16,- euri (inclusief verzendkosten) bij De Slegte in Antwerpen en naar ik meen nog steeds daar verkrijgbaar.

Niet van Komrij en wat moeilijker verkrijgbaar zijn de oudere Scatologische uitgave in mijn collectie. Daar is allereerst wat Komrij noemt als de bijbel van het Genootschap van Coprofagen, waarvan hij de eer heeft lid te zijn 'en wel het Non Olet van de Keulse sigarenhandelaar Feinhals, die dit boek over de orbis cacatus schreef onder de naam Collofino, de verlatijnsing van zijn naam, en het zéér privé uitgaf in 1939. Het werk is uitermate zeldzaam en telt 1103 (elfhonderddrie) bladzijden, waaronder duizenden literatuuropgaven. In de vorm van vrolijke tafelgesprekken, waarop ons genootschap zich steeds weer inspireert, komt de hele beestenbende ter sprake, je kunt het zo gek niet bedenken'.


De volledige titel luidt: 'Non Olet oder die heiteren Tischgespräche des Collofino über den Orbis Cacatus nebst den neuesten erkenntnistheoretischen Betrachtungen über das Leben in seiner phantastischen Wirklichkeit erzählt von ihm selbst'. Het tweede blad verduidelijkt: 'Orbis Cacatus das ist Umständlicher Bericht über die Beschissene Welt mit schönen Kupfern geziert, für den Gebrauch in Familien hergerichtet, aus heiteren Tischgesprächen mit Fleiss gesammelt und erstmals in solchem Umfang ans Licht gestellt von Collofino Mitglied der Neuen Fruchtbringenden Gesellschaft'.

Inderdaad een dikke pil maar niet zo zeldzaam als Komrij ons wil laten geloven. Hier en daar worden nog exemplaren aangeboden (vooral in het buitenland maar ook één bij De Slegte in Amsterdam).
Een ander oud Duits boekje in mijn collectie is 'Ka-Pi-Fu und andere verschämte Dinge. Ein fröhlich Buch fur stille Orte' (van Franz-Maria Feldhaus, 1921). Ka-Pi Fu staat voor Kakken, Pissen, Furzen (winden). Behalve over van alles en nog wat (anekdotisch dan wel wetenschappelijk) over de stoelgang gaat dit boek ook in op het fenomeen kuisheidsgordels. Echte toiletliteratuur zoals de titel benadrukt. Het boekje komt overigens niet voor in de eerdergenoemde catalogus van Komrij, wel in diens Kakafonie.

Tot slot mijn 'Bibliotheca Scatologica ou Catalogue raisonné des livres traitant des vertus, faits et gestes de tres noble et tres ingeniéux Messire Luc (a rebours seigneur de la chaise et autre lieux (etc.)'. Helaas niet het origineel, want onbetaalbaar, maar de fotomechanische herdruk ervan (zie afbeelding) door het Zentralantiquariat der Deutschen Demokratischen Republik (Leipzig, 1972). Een bibliografie van 262 titels over dit onderwerp. Het merendeel geschreven in het Latijn en Frans.


Werd er dan helemaal niets over in het Nederlands geschreven? Jawel maar niet erg veel. Bekend is 'Lof der Stront' een anoniem scatologisch gedicht van 300 strofen van 8 regels, geschreven in 1829-1830 en in 1882 in beperkte oplage gepubliceerd in Zuid-Afrika. Het werd in 1998 door Gerrit Komrij teruggevonden in de bibliotheek van Kaapstad (en opnieuw uitgegeven door de Carbolineum Pers in 2000).


Verder verschenen bij de 'Bibliotheca Stercorea': "Stronte-gedans" (Lulbroekerstront, 1994), oplage 40 exemplaren, en "Dit es van den scijtstoel" (Kaap de Goede hoop, 1996), oplage 50 exemplaren. De laatste - een Middeleeuws fragment - gaat hoofdzakelijk over waarmee men zoal zijn gat kan afvegen (met hooi, een sneeuwvlok, een mosselschelp, etc.). 


Ik sluit af met het eerste couplet uit "Stronte-gedans", heruitgegeven door ene drs. Dirk Rol (Drol!).

'Eens waarender vier strontjes
Die maakten eenen dans:
De eerst woog zeven-pontjes,
En hieten daerom Hans.
Wel, was dat niet een groote stront!
Nu vat het endetjen in u mont
En dat al in de Maye,
Van hompelde-pomp, de keutel is rond.
Kust ghy me de poort, ik kus u de mond,
Soo kussen wy allebeye'.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten