Tabbladen

zondag 6 september 2009

Een 'echte' Belg?


De Belgische politicus Jules Destrée (1863-1936) meldde Koning Albert I in 1912: “Sire, (...) Vous régnez sur deux peuples. Il y a en Belgique, des Wallons et des Flamands; il n'y a pas de Belges” (Sire, u regeert over twee volkeren. In België zijn er de Walen en de Vlamingen; er zijn geen Belgen). Sinds drie jaar weet ik beter…

Toen kocht ik een los deel vier in groot folio (44 cm x 27 cm) dat volgt op de driedelige stadsbeschrijving van Amsterdam door Jan Wagenaar. Over hem en zijn stadsbeschrijving schreef ik al eerder in mei 2009 een stukje: “Een witte raaf”, waarnaar ik graag verwijs.
Dit losse exemplaar (uitgegeven in 1802) is bijzonder. De 19de eeuwse eigenaar liet het eenvoudig inbinden in een halfleren band maar hij voegde aan het boek tevens een aantal extra platen en portretten toe. In de wereld van het antiquariaat spreekt men dan van een ‘grangerised copy’ naar James Granger (1723-1776), een Engelse geestelijke en verzamelaar, die deze praktijk van extra illustraties patroniseerde.

Eén van de extra portretten (een gravure uit 1787 door F.J. Pfeiffer) toont ons bovenstaande jongeman in uniform, getooid met een driepuntige steek waaronder het volgende gedichtje staat:
Een echte Belg, een Man wiens hart voor Vrijheid brandt,
Die niets zoo dierbaar schat als ’t heil van ’t Vaderland,
Die waare grootheid eert en trotschheid durft verneeren,
Die lauwren waardig is en lauwren kan ontbeeren,
Moet edel in het oog van vrije Burgren zijn:-
Op zulk een glansrijk wit doelt dappre VALENTYN
”.

Wie was deze dappere Valentyn? Deze Belg ‘avant la lettre’, want het Koninkrijk België bestaat toch pas sinds 1830?

Voor het beantwoorden van de eerste vraag laat ik hier een andere extra ingebonden plaat uit het boek zien. De titel eronder luidt: “Overmeestering der Kattenburger-brug te Amsterdam, door eenige gewapende Burgers, tegen de oproerigen van dat eiland, den 30ste Mei des Jaars 1787, onder opzicht van een Burger Kapitein daar bij geassisteert hebbende”. In de Amsterdamse wijk Kattenburg woonden in de 18de eeuw veel scheepsbouwers. Zij werden ook wel ‘bijltjes’ genoemd naar hun belangrijkste gereedschap. Het waren trouwe Oranjeklanten en aanhangers van Stadhouder Willem V. Het toenmalige Amsterdamse stadsbestuur was echter overwegend Patriotsgezind, wars van het absolute Oranjegezag. In mei 1787 braken er in de stad rellen uit en maakten beide politieke partijen zich schuldig aan plunderingen.
De bijltjes sloten hun wijk hermetisch af door de belangrijkste toegang, de Kattenburgerbrug, op te halen naast ’s Lands Zeemagazijn, het gebouw op de prent links (thans zit hierin het Scheepvaartmuseum). De stadsregering pikte dat niet en stuurde burgermilities met de opdracht de verbinding te herstellen. Er ontstond al gauw een verwoed gevecht tussen beide partijen waarbij zelfs kanonnen werden ingezet. En toen kwam onze held in beeld.


Abraham Valentyn, burger-kapitein van de compagnie van wijk 18, besloot om samen met een paar waaghalzen op een schuit over te varen. Beschermd door een borstwering van balen tabaksbladeren en onder zwaar vuur lukte het hem de overkant te bereiken. Eén van de opvarende; “Een rappe gast, slegts zestien jaaren oud, klimt straks naar boven, ontbindt de touwen der Brug, en laat alszo de wip naar beneden. Straks snelt de menigte daar over, en bezoedelt een goed aantal van dezelve zyne handen met eene woedende plondering en verwoesting van etlyke huizen, op wier bewooners men inzonderheid gebeeten was”. Dat Valentyn dapper was wil ik hier niet betwisten, maar was hij een ‘Belg’?


Voor het antwoord daarop moet u maar eens naar de titel van deze vroeg 17de eeuwse kaart kijken: ‘Leo Belgicus’ (De Belgische Leeuw). Wij, Nederland incluis, zijn allen Belgen! Schokkend nietwaar?
De naam Belgen komt namelijk van het Latijnse ‘Belgae’ en Julius Caesar gaf deze naam in zijn "Commentarii de bello Gallico" aan de bewoners die in de eerste eeuw voor Christus woonden in Gallië, in het gebied dat werd begrensd door de Noordzee en de rivieren de Rijn, Seine en Marne. Caesar schreef dat er onder de ‘Belgae’ ongeveer 110.000 krijgers waren die vooral bekend stonden om hun dapperheid.

Deze spreekwoordelijke eigenschap maakte Valentyn dus tot ‘een echte Belg’.
Na 1830 waren - in de volksmond - alleen nog de inwoners van het huidige Koninkrijk België ‘echte Belgen’, en wat hen betreft, dapper of niet, had Jules Destrée gelijk!

2 opmerkingen:

  1. Dit stukje is een 'knipoogje' naar mijn Belgische vrienden en collegabloggers zoals Oud-Herk.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. (H)eerlijke duiding van een stukje geschiedenis dat me volslagen onbekend was. Dat jullie nu ook nog Belgen kunnen genoemd worden, was me via de Leo Belgicus-kaart eigenlijk reeds bekend, maar zo had ik het nog niet bekeken...

    Waarde landgenoot, doe zo verder, een ereburgerschap van de zes are en 1 centi-are die ik als mijn persoonlijk stukje België (toch maar liever Vlaanderen, want ik ben een notoir Destrée-aanhanger) mag beschouwen zit er voor u wel in. Het is zonder meer duidelijk dat een tovenaar van uw kaliber geen moeite heeft om grenzen te verleggen, waar ze toch alleen maar hinderlijk zijn voor de bewegingsvrijheid.

    BeantwoordenVerwijderen