Tabbladen

zondag 7 november 2010

Coffee table book


Op de afgelopen (31ste) antiquarenbeurs in de PTA werd ik verliefd op dit schilderijtje van een romantisch Hollands wintertafereeltje dat een boek bleek te zijn.
Ik heb het over de uitgave van Friedrich von Hellwald en Richard Oberländer: “Nordland-Fahrten. Vierte abteilung. Malerische Wanderungen durch Holland und Dänemark. Land und Leute, mit besonderer Berücksichtigung von Sage und Geschichte, Literatur and Kunst” (Leipzig, ca. 1882).
Het is een excellent exemplaar, groot quarto (26 cm. x 33 cm.), gebonden in linnen stempelband, goud op snee, fraaie schutbladen, en prachtige houtgravures.


Kortom een ‘hebbedingetje’, dit ‘coffee table book’ (“An oversize book of elaborate design that may be used for display, as on a coffee table”). Deze uitgave verscheen als vierde en laatste deel tussen 1880 en 1883 in de serie ‘Nordland-Fahrten’, waaraan verschillende auteurs en kunstenaars meewerkten. Het (grootste) deel, over Holland, werd geschreven door de Oostenrijkse cultuurhistoricus Friedrich Anton Heller von Hellwald (1842-1892).
Hij beschreef: Amsterdam, Broek, Monnickendam, Marken, Schokland, Urk, Edam, Hoorn, Enkhuizen, Medemblik, Nieuwediep, Texel, Anna Paulownapolder, Wieringerwaard, Alkmaar, Zaandam, Haarlem, Leiden, Katwijk, Den Haag, Scheveningen, Delft, Vlaardingen, Rotterdam, Dordrecht, Zierikzee, Vlissingen, Middelburg, Veere, Zuid-Beveland, Zeeuws-Vlaanderen, Gouda, Utrecht, Arnhem, Zwolle, Drenthe, Friesland, Leeuwarden, Franeker, Hindelopen, Groningen.


Bij het doorbladeren viel mij op dat veel illustraties een paar jaar later ook werden gebruikt in het vergelijkbare Engelstalige boek van Richard Lovett: “Pictures from Holland, drawn with pen and pencil” (London, 1887). Een exemplaar daarvan kocht ik alweer drie jaar geleden in Den Haag en net als mijn nieuwe aanwinst maakt ook dat boek deel uit van een serie, waarin een aantal landen werd beschreven. Beide boeken geven een sfeervolle beschrijving van ons land in het laatste kwart van de negentiende eeuw toen het buitenlandse toerisme toenam.
Von Hellwald’s Duitse prachtuitgave gaat wat meer in op de zeden, volksgebruiken en gewoonten, naast de beschrijving van land, streek en gebouwen. De prachtige paginagrote houtgravures zijn een lust voor het oog. Sommige, zoals “am haven von Amsterdam” zijn duidelijk samengesteld als een ‘tableau vivant’. De schuchtere pose van een jong “mädchen aus Krommenie (Nord-Holland)” blijkt tijdloos en je zou bijna denken dat dezelfde vrouw heeft geposeerd voor de ruim honderd jaar later genomen foto van Ans Houben.


Stadsgezichten zoals “ansicht aus dem Amsterdamer Judenviertel” werden zeer nauwkeurig door de graveur weergegeven zoals een kabinetfoto van Andries Jager (1825-1905), uit dezelfde tijd, laat zien. Ik vraag me soms wel af of alle informatie klopt, want de omschrijving onder dit stadsgezicht is aantoonbaar fout. Zoals correct onder de foto staat gaat het hier om een afbeelding van de Oudezijds Kolk. Weliswaar een oeroude Amsterdamse volksbuurt maar niet behorend tot de Amsterdamse Jodenbuurt.


Enkele bijzonderheden doen mij verbazen. Bijvoorbeeld over de Utrechtse Domtoren (blz. 136): “Er besitzt ein schönes Glockenspiel und gewährt eine umfassende Ausicht über Stadt und Land, birgt aber auch ein Kuriosum einziger Art, eine richtige Bierstube in gewaltiger Höhe, wo der Höllandische Student echt germanische Trinckstudien betreibt”.
Mogelijk dus ‘Neerlands’ hoogste studentencafé ooit en niet genoemd bij de trivia onder ‘Dom van Utrecht’ in Wikipedia. Daar staat overigens wel een ander verhaal over het Utrechtse studenten corps en hun merkwaardige verhouding met deze toren dat goed is terug te voeren op een overmatig drankgebruik op grote hoogte!

3 opmerkingen: