Tabbladen

vrijdag 3 december 2010

Tentoonstellingscatalogi


Tentoonstellingscatalogi heb je in allerlei soorten en maten. Elke bibliofiel heeft er wel een paar in zijn collectie staan. Slechts enkele hebben eeuwigheidswaarde, bereiken een cultstatus of zijn om wat voor reden dan ook kostbaar.
Het gros, zeker wat je tegenwoordig tegenkomt in de museumwinkel, is goedkope massaproductie. Soms is bij het verschijnen al voelbaar dat het iets bijzonders is/wordt. Neem bijvoorbeeld de gesigneerde mini overzichtscatalogus die afgelopen juni verscheen bij de tentoonstelling van het werk van Irma Boom in de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam. Onlangs kwam ik op Marktplaats al een gesigneerd exemplaar tegen dat bij opbod werd verkocht (laatste bod € 25,- euro).

Anderen zijn al wat ouder maar desondanks nog goed verkrijgbaar en betaalbaar zoals de klassieker: “Printing and the mind of man. Catalogue of the exhibitions at the British Museum and at Earls Court, London 16-27 july 1963”. In 1967 en 1983 verschenen herziene uitgaven, in boekvorm, die overigens heel wat duurder zijn.
Nog zo’n voorbeeld is de catalogus die verscheen in 1973 bij de tentoonstelling in de Koninklijke Bibliotheek Albert I in Brussel: “De vijfhonderdste verjaring van de boekdrukkunst in de Nederlanden”. Als liefhebber van boeken over boeken is een exemplaar in eigen bezit toch niet meer dan logisch?
Enkele catalogi zijn kostbaar geworden.
Zo ben ik een groot bewonderaar van Hendrik Nicolaas Werkman (1882-1945) en kom regelmatig drukwerk druksels van hem tegen op beurzen en veilingen.
Als liefhebber wil je dan natuurlijk een exemplaar hebben van: “Hot Printing. Catalogus van druksels en voorlopige catalogi van gebruiksdrukwerk. Litho's, etsen, houtsneden, tiksels en schilderijen van Hendrik Nicolaas Werkman” (Amsterdam, 1963). Prijzen voor deze uitgave variëren nu zo tussen de € 120,- en € 175,- euro. Toen mij een mooi exemplaar voor € 60,- euro werd aangeboden heb ik niet lang geaarzeld!


De oudste tentoonstellingscatalogi in mijn collectie zijn van 1876.
In de zomer van dat jaar, een jaar na het 600-jarig jubileum van de stad Amsterdam, werd in de zalen van het Amsterdamse Oudemannenhuis (thans gebouwen van de Universiteit van Amsterdam) een Historische Tentoonstelling gehouden. Het was een belangrijke en groots opgezette manifestatie die veel tot dan toe verborgen voorwerpen van kunst en kunstnijverheid in openbaarheid bracht en waarvan velen vroeger of later in openbare collecties zijn terechtgekomen. De expositie zou tevens leiden tot de oprichting van het Amsterdams Historisch Museum, dat in 1925 zijn poorten opende in de Waag (de Middeleeuwse Sint Anthoniespoort).


Er verschenen in 1876 feitelijk twee catalogi, die nu schaars zijn en zelden compleet worden aangeboden in het antiquarisch circuit. De ene is een vrij droge opsomming zonder illustraties van de bijna 4.500 getoonde objecten met een korte beschrijving en vermelding van de eigenaar (264 blz. inclusief register). Hierbij hoort een bijlage ‘nagekomen en nader beschreven bijdragen’ (35 blz. exclusief register). Het belang van deze uitgave is dat vele in particulier bezit zijnde historische objecten hierin voor het eerst werden gesignaleerd. Als het gaat om de herkomst (‘provenance’) van museale (veiling)stukken wordt nogal eens naar deze tentoonstellingscatalogus verwezen.


De ander is van D.C. Meijer jr. en draagt de titel: “Wandeling door de zalen der Historische Tentoonstelling van Amsterdam” (Amsterdam, 1876). Deze catalogus voert de bezoeker op verhalende wijze door de thematisch ingerichte zalen waarbij een aantal hoogtepunten wordt beschreven.
De uitgave is opmerkelijk vanwege zijn tien originele ‘photographiën’ van kunstobjecten gemaakt door Pieter Oosterhuis (1816-1885). Niets is thans zo gewoon als een fraaie en uitbundig geïllustreerde fotocatalogus maar in 1876 was het gebruik van originele foto’s als boekillustratie nog maar twintig jaar oud. De foto’s werden zoals in dit geval tussen de desbetreffende pagina’s ingeplakt en in het ‘bericht voor den binder’ treffen we daarom behalve de aanwijzing voor de ‘plaatsing der platen’ ook een aanwijzing aan voor de ‘plaatsing der photographiën’. Hierin zou pas verandering komen met de introductie van een nieuwe druktechniek in de jaren tachtig van deze eeuw; de autotype. Deze maakte het mogelijk foto’s gelijk met het letterzetsel in dezelfde drukgang af te drukken.


Mijn tot dusver laatste catalogus kocht ik een paar weken geleden toen ik de Philipsvleugel van het Rijksmuseum bezocht. "De meesterwerken gids” (Amsterdam, 2009) is een toeristisch massaproduct voor een klein prijsje (€ 7,50 euro) en een typisch voorbeeld van een hedendaagse museumcatalogus: handzaam voormaat, kleurrijk en uitbundig geïllustreerd, meertalig en niet te veel droge tekst.
À propos... Eén van de getoonde objecten is het marmeren borstbeeld van de Amsterdamse burgemeester Andries de Graeff (1611-1678) door de beroemde beeldhouwer Artus Quellinus (1609-1668). Het is catalogusnummer 420 in de Historische Tentoonstelling van 1876 en één van de ‘photographiën’ in het boek van Meijer.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten