Tabbladen

maandag 13 februari 2012

Regels zijn regels


Onlangs kwam ik in het bezit van het “Reglement rakende de bestieringe en bewooninge van het gebouw, gestigt door ordre en uyt de erffenisse van den Ed. Heere Jan Corver, en Vrouwe Sara Maria Trip, Onder het Opzigt der Diaconen van de Waare Gereformeerde Nederduytsche Gemeente dezer Stad” (Amsterdam, 1729).
Het is een veertien bladzijden tellend pamfletje, zonder omslag, waarvan volgens de STCN drie varianten, alle drie uit 1729, bestaan. Mijn exemplaar is identiek aan deze.

De op het titelblad vermelde drukker en boekverkoper, Sebastianus van Almeloveen, was ook ‘suppoost der Diaconen’ bij de Nederduits Gereformeerde Kerk (later Nederlands Hervormde kerk).
Er zijn slecht twee andere uitgaven van hem bekend. Beiden zijn reglementen en ordonnantiën voor instellingen van de diaconie waarvan er één in 1721 en de ander (samen met mijn reglement) in 1729 werd uitgegeven en die alle drie verschillende herdrukken beleefden.
Drukwerk dus uitsluitend voor de diaconie en bedoeld voor leden van de kerkenraad, diakenen en functionarissen van deze instellingen.
Merkwaardig is dat hij slechts in twee jaren produceerde, temeer omdat al op 20 juli 1723 het besluit was genomen om het reglement van het Corvershof, totaal dertien artikelen, in druk te doen uitgeven. Waarom dat uiteindelijk pas zes jaar later gebeurde blijft een raadsel.

Het Corvershof in Amsterdam was een tehuis voor arme bejaarde lidmaten van de Nederduits Gereformeerde Kerk, gebouwd tussen 1721 en 1723 en gefinancierd met een legaat van het jonggestorven echtpaar Joan Corver (1688-1719) gehuwd met Sara Maria Trip (1693-1721).
Het monumentale gebouw doet in het geheel niet denken aan een hofje, zoals het toeristisch drukbezochte Amsterdamse Begijnhof, en is één van de vele hofjes die Amsterdam rijk is.

Sinds 1976 wonen er geen bejaarden meer in dit Rijksmonument dat ligt aan de Nieuwe Herengracht 6-18.
Er naast, om de hoek aan de Amstel, ligt een andere voormalige diaconale instelling van de Nederduits Gereformeerde Kerk; het ‘Besjeshuis’ (gebouwd in 1683) voor ouden van dagen en zieken (thans museum Hermitage Amsterdam).
Op de statige voorgevel van Corvershof vlak boven de ingang staat het volgende gedicht:
Zo weldoen dank verdiend en arme zorg belooning
Druipt Corvers naam en Trips op ijeders tong als honing
Door wiens geschenk en wil dit Godshuis is gebouwt
Dat met haar wapens pronkt hun naam onsterflijk houdt

Oorspronkelijk luidde de tweede regel: “Druipt Trip en Corvers naam op ijeders tong als honing”, maar in de achttiende eeuw was de man nou eenmaal hoofd van het gezin. Corver’s naam, zo vonden de diakenen, moest dus als eerste worden genoemd en daarom werd het gedicht verbeterd aangepast.

Over Corvershof werd voor het eerst uitvoerig geschreven door de Amsterdamse stadshistoricus Jan Wagenaar (1709-1793) in zijn bekende geschiedschrijving over Amsterdam.
Het unieke element van Corvershof wordt bij hem al in de eerste twee regels duidelijk: “De Diaconie hadt nu een Weeshuis en een Oude- Vrouwen- en Mannen-Huis. Doch alzo, in dit laatste, alleenlyk, ongehuwden van de eene en de andere kunne, afzonderlyk van elkanderen, konden gehuisvest worden, werdt de Godsvrugt en Liefdaadigheid van een treffelyk paar gehuwden hier ter Stede bewoogen, om eene aanzienlyke somme te schikken, tot het stigten van een Godshuis, waarin ook oude en behoeftige Egtgenooten zouden konnen geplaatst worden” (deel twee, blz. 330-331).

Samen oud worden, thans heel gewoon, werd dus voor het eerst mogelijk in Corvershof. Deze achttiende eeuwse idylle had echter ook een keerzijde in de vorm van artikel zeven van het reglement: “Als Man of Vrouw komt te Sterven, zoo zal de Langst-levende aanstonds in het Diaconie Oude Mannen of Oude Vrouwen-huys geplaast worden, en der zelver Wooning vacant verklaart”.

Dat het hier geen loos dreigement betrof kunnen we lezen bij de bekende Amsterdamse dagboekschrijver Jacob Bicker Raye (1703-1777). Op 15 januari 1766 noteerde hij: “De oude Marike, de huisvrouw van Dominicus, de gewezen schoonmaakster van mevrouw Raye, was, toen ze te oud en stram was om te werken, met haar man in het Corvershofje geplaatst.
Ze hadden het daar uitstekend, maar toen Marike overleden was, mocht haar echtgenoot er niet blijven en werd naar ’t Besjeshuis gezonden, om daar zijn dagen te eindigen
”. Regels zijn regels!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten