Tabbladen

vrijdag 7 november 2014

Ansichtkaarten & boeken


Ik heb al eens geschreven over "Oud papier" en "Ephemera uit vak U-7" om aan te geven dat ik als antiquarius een brede belangstelling heb voor oud bedrukt papier. Meestal wel in de vorm van een – liefst gebonden - boek maar zo af en toe ook in andere vormen.
Oude topografische kaarten bijvoorbeeld, of curieuze brochures en oude prenten zal ik niet gauw laten liggen als ze een relatie hebben met mijn interessegebieden, boeiende verhalen opleveren en ‘last but not least’ vriendelijk zijn geprijsd.

Op mijn blog heeft u al diverse malen kunnen zien dat ik ook over wat ansichtkaarten (of in goed Nederlands ‘prentbriefkaarten’) beschik. Een echte verzamelaar van ansichtkaarten voel ik me niet. Op boekenmarkten laat ik ze links liggen en ik ga vrijwel nooit naar kaarten- of verzamelbeurzen. Mijn voornaamste bronnen op dit gebied zijn Marktplaats en Qoop.


Mijn aandacht voor oude ansichtkaarten is begonnen in de tijd dat ik veel genealogisch onderzoek deed naar mijn familie, zo tussen 1990 en 2005. Ter illustratie van de droge feiten uit de doop- trouw- en begraafregisters, de burgerlijke stand of notariële archieven kocht ik toen regelmatig ansichtkaarten van straten waar familieleden hadden gewoond of van winkelpanden, scholen, bedrijven en begraafplaatsen die met onze geschiedenis waren verweven.
Het is natuurlijk puur jeugdsentiment maar ik kan het nog steeds niet laten om af en toe kaarten te kopen van de buurten en straten in de Watergraafsmeer, Amsterdam-Buitenveldert en Amstelveen, waar ik opgroeide, speelde, naar school ging en woon(de). Al deze nostalgie bewaar ik in zuur- en weekmaker vrije hoesjes in insteekmappen in één van de dertig ordners met mijn genealogie.

Regelmatig koop ik ansichtkaarten die in verband staan met mijn boekenliefhebberij. Een goed voorbeeld is mijn interesse voor kaarten van de Amsterdamse Oudemanhuispoort. De bescheiden collectie die ik bezit gebruikte ik ter illustratie van het stukje “Holy ground” en bewaar ik in het boek van Jurjen Vis: “De Poort” ( Amsterdam, 2002).
Een ander voorbeeld is het boek: “Toen ik nog jong was” (Amsterdam, 1901) van Justus van Maurik waarin ik zijn portretkaart en de kaart met Amsterdamse straatfiguren bewaar, die ik gebruikte voor het stukje “De jus van de stad”.


Een bijzondere toevalsvondst deed ik enige tijd terug toen ik voor het eerst de vernieuwde winkel van Scheltema bezocht aan het Amsterdamse Koningsplein. Mijn belangstelling gold vooral de antiquarische afdeling die me overigens niet tegenviel.
Tegenover de inkoopbalie op de tafel met vers binnengekomen tweedehands boeken stonden twee schoenendozen. Beiden bleken gevuld met kaarten - a één euro per stuk - van en over het Oranjehuis.
Geboorten, huwelijken, optochten, staats- en stadsbezoeken, kaarten met Oranjeliedjes, fotokaarten, getekende kaarten, noem maar op. Op zoek naar iets speciaals of geks gleden zo talloze Wilhelmina’s, Juliana’s, prinsen en prinsessen door mijn vingers.

Een eenvoudige op oranje papier gedrukte kaart trok mijn aandacht. Een rennende jongen met de tekst “Hoera een prins geboren, 15 april 1909”. Ik piekerde me suf welke prins dat kon zijn. De enige koninklijke geboorte die ik kon bedenken was die van koningin Juliana (1909-2004) die bovendien niet op 15 maar op 30 april ter wereld kwam!


Thuisgekomen begon het uitpluizen en al gauw kwam ik er achter dat de kaart een ontwerp was van de Utrechter J.H. Moesman (1859-1937).
Die volgde destijds op de voet en in spanning, net als de rest van Nederland, de zwangerschap van koningin Wilhelmina die al diverse miskramen had gehad. Tegelijkertijd hoopte hij op een commercieel en financieel succesje!
Hij maakte een ansichtkaartontwerp met 'prins' dat hij, mocht het een prinses worden, makkelijk kon aanpassen, zodat hij direct na het goede nieuws kon drukken en verkopen.

Het werd dus een prinses en het kleine partijtje reeds gedrukte ‘prins-kaarten’ met de verkeerde datum werd vernietigd, op een klein stapeltje na dat door het handels- en verzamelaars circuit zwerft. Een toppertje dus voor verzamelaars van kaarten van het Oranjehuis of liefhebbers van gedrukte curiosa zoals Perkamentus!

Mijn laatste aanwinst is een ansichtkaart die ik regelmatig in publicaties tegenkom. Of het nu gaat om seriewerken over de geschiedenis van Amsterdam of om specialistische werken over prostitutie en/of vrouwengeschiedenis, deze kaart zie ik regelmatig als illustratie voorbij komen. Van een dergelijk 'icoon' kan ik ontzettend hebberig worden. Het vinden en verkrijgen was een ware uitdaging want juist vanwege het bijzondere verhaal erachter is de kaart gewild en een curiosum.


De in zwart-wit gedrukte kaart is een particuliere uitgave van de Fransman Guillaume Rigal die rond 1900 uitbater was van het meest beroemde en luxueuze bordeel van Amsterdam; Maison Weinthal. In 1902 werd een nieuwe, strengere politieverordening aangenomen, die het bezoek aan verdachte huizen verbood. Het verbodsplakkaat werd ook aangeplakt bij de ingang van Maison Weinthal en er kwamen twee agenten posten, om klanten te beletten naar binnen te gaan.
Uit woede en onvrede liet de uitbater toen deze ansichtkaart drukken met het portret van een lieftallig meisje (met als romp Maison Weinthal), omgeven door opgewonden heren met stijve pie… boorden en de tekst: “De Nieuwe Politie-Verordening: Je mag er naar kijken, maar inkomen niet.”. En dat gold zowel voor het bordeel als voor de meisjes!


Geen opmerkingen:

Een reactie posten