Tabbladen

vrijdag 1 mei 2009

Een witte raaf

Raven zijn zwart. Een witte raaf is een afwijking, die wel zal bestaan maar zeer zeldzaam is. Ik heb er in ieder geval nog nooit één zien vliegen.

In de antiquarische boekenwereld kennen we ook witte raven. In één van zijn interessante boekstudies: "Grolier-banden in Nederland"(Haarlem 1985), schreef de bekende boekwetenschapper Prof. Mr. Herman de la Fontaine Verwey (1903-1989) over de boeken die de Franse koninklijk betaalmeester Jean Grolier (1479-1565) liet inbinden door Milanese en Parijse binders. Van alle bekende Grolierbanden zijn er slechts drie bekend die gebonden zijn in wit leer. Witte raven dus.
Nu gelden Grolierbanden als hoogtepunt in de geschiedenis van de boekbindkunst.
Ze zijn sowieso uiterst zeldzaam en - wit of niet - onbetaalbaar.

Maar er zijn ook witte raven onder boeken die niet zeldzaam en betaalbaar zijn. Ooit wel eens een oude 17de of 18de eeuwse Statenbijbel gezien in perkamenten band? Ik één keer (en geloof me, ik heb er al flink wat gezien). Een witte raaf dus.

Ander voorbeeld. Jan Wagenaar’s: "Amsterdam, in zyne opkomst, aanwas, geschiedenissen, voorregten, koophandel, gebouwen, kerkenstaat, schoolen, schutterye, gilden en regeeringe" (Amsterdam, I. Tirion (vol. 1-2) / Yntema en Tieboel (vol. 3), 1760-1767). Wagenaar's stadsbeschrijving is er in vele soorten en maten. Wie de beschrijving erop naslaat van Wouter Nijhoff in zijn "Bibliographie van Noord-Nederlandsche plaatsbeschrijvingen tot het einde der 18de eeuw" (’s-Gravenhage 1953), kan lezen dat er exemplaren zijn in octavo, folio en groot mediaan folio. Dat er exemplaren zijn op zwaar papier en "allerbest Frans schrijfpapier", dat er exemplaren zijn met extra platen (vaak uit de stadbeschrijving van C. Commelin) en met extra portretten (door A. Houbraken). Kortom elke Wagenaar is weer anders. Een apart probleem vormt het zeldzamere vierde deel (door Jacobus Kok en Jan Fokke) dat pas in 1788 verscheen, eenentwintig jaar na het verschijnen van deel drie en vijftien jaar na de dood van Jan Wagenaar.

Een driedelige Wagenaar is zeker geen zeldzaamheid; een vierdelige wel. Driedelige Wagenaar’s worden regelmatig tegen betaalbare prijzen op veilingen aangeboden en ik ken ook diverse antiquariaten die een exemplaar hebben staan (soms meerdere tegelijk, zoals bij De Slegte in Amsterdam).
Zonder uitzondering gebonden in leer, halfleer of nog erger in moderne(re) banden.
De boekband was destijds altijd een keuze van de koper en die keuze viel kennelijk uiterst zelden op perkament. In ruim twintig jaar heb ik slechts één driedelig exemplaar gebonden in perkament gezien (en te koop) bij een Limburgs antiquariaat.
Kortom, mijn uniform in perkament gebonden vierdelige Wagenaar is een echte witte raaf.

dinsdag 28 april 2009

Kapitale Hoofdletters

Mijn eerste zelfgemaakte filmpje...

Wat me nu eigenlijk pas opviel aan deze kleine 17de eeuwse kunstwerkjes is dat sommigen. zoals de eerste (rechtsonder), een makersmonogram vertonen ('PC').
De afbeelding bij deze letter verwijst tevens naar het bijbelboek Genesis 22, vers 11.
In andere letters staat zelfs expliciet een verwijzing naar de desbetreffende bijbeltekst (D: '1, Samuel 16', H: 'Esther 5', M: 'Exod. 3').

maandag 27 april 2009

Religie en 'Reichsheini'

Slechts eenendertig pagina’s, zeer zeldzaam, en geschreven door iemand die geen nadere introductie behoeft: Reichsführer-SS Heinrich (Luitpold) Himmler (1900-1945).
Het boekje draagt de titel: "Die Schutzstaffel als antibolschewistische Kampforganisation"
(6. Auflage. 19... Zentralverlag der NSDAP., Franz Eher Nachf., München).
Ik kocht het een paar jaar geleden op de Haagse boekenmarkt. Op boekenmarkten kom je ook nog wel eens het boek van zijn baas tegen, de bekende dictator, maar van Himmler zelf kende ik nog geen gedrukte geschriften. Bovendien ging dit boekje over de beruchte SS ("Schutzstaffel"), een organisatie die in 1925 werd opgericht en waarover 'Reichsheini' in 1929 de leiding kreeg.

Wat me opviel was dat het jaartal niet volledig is vermeld, maar de 3de oplage is van 1937 en vermoedelijk is deze oplage zo rond 1939 verschenen. Toen waren er al 115.000 exemplaren van gedrukt! Het boekje bevat een aantal hoofdstukjes: "Bolschewismus", "Unser Volk", "Der Weg zum Gehorsam" en "Die Schutzstaffel". In dat laatste hoofdstuk schetst Himmler het ontstaan van deze organisatie en legt hij een aantal van haar kernwaarden uit zoals: "Treue und Ehre" en "Blut und Boden". Opmerkelijk is het stukje over het "Ehrengesetz des SS-Mannes".

Hierin behandelt hij de eedformule van de SS-mannen die trouw zweren aan Adolf Hitler "So wahr uns Gott helfe" en het standpunt van de SS inzake religie.

Een goed SS-man is namelijk een gelovig man schrijft Himmler en, zo vervolgt hij; "Wir sind heilig davon überzeugt, daß wir nach den ewigen Gesetzen dieser Welt für jede Tat, für jedes Wort und für jeden Gedanken einzustehen haben, daß alles, was unser Geist ersinnt, was unsere Zunge spricht, und was unsere Hand vollführt, mit dem Geschehen nicht abgetan ist, sondern Ursache ist, die ihre Wirkung haben wird, die im unentwegten, unentrinnbaren Kreislauf zum Segen oder Unsegen auf uns selbst und auf unser Volk zurückfällt".

Opmerkelijke woorden van een gelovige massamoordenaar; zo leert de geschiedenis ons.

zondag 26 april 2009

Baardgroei

A(a)lbrecht van Beieren (1336-1404) was pas 23 jaar toen hij in 1358 zijn krankzinnige broer opvolgde als Graaf van Holland, Henegouwen en Zeeland en Hertog van Beieren-Straubing uit het Huis Wittelsbach.
De jonge Graaf werd (met het wapen van Holland) ruim 200 jaar later passend afgebeeld door Caspar Wachtendorp in zijn "Oude Hollandsche Geschiedenissen ofte, Corte rym-kronyck: verdeelt in XIIII Boecken, beginnende van de Suntvloet, tot den Iare 1560", (Amsterdam, Johannes Pauli, 1645).

In 1678 publiceerde Petrus Scriverius zijn "Hollandsche, Zeelandsche ende Vriesche Chronyck, ofte een gedenckwaerdige beschryvingh van den Oorsprong, Opkomst en Voortgang, der selver Landen. Soo onder de Regeeringe en Successie der Graven, wegens hare geslachte en verrichtinge, van Diederick den I. tot Philips den III", (’s Gravenhage, J. Veely and J. Doll, 1678).
Ook in zijn boek noemt hij natuurlijk Graaf Albrecht van Beieren en toont diens portret (blz. 379). Tussen de publicatie van beide 17e eeuwse boeken ligt drieëndertig jaar. Graaf Albrecht heeft zich in de tussentijd niet geschoren zou je kunnen concluderen.

Maar ook zonder bril zie je duidelijk dat de portretjes wel erg veel overeenkomsten vertonen en de waarheid is natuurlijk dat het om dezelfde afbeelding gaat.
Dat overnemen van boekillustraties gebeurde toen wel vaker. In dit geval werd gebruik gemaakt van dezelfde etsplaat die enigszins werd bijgewerkt. Het wapen van Holland werd vervangen voor het volledige wapenschild van de Graaf en hijzelf kreeg keurig een volle baard!