Tabbladen

vrijdag 31 juli 2026

Dordts vervolg(h)


Het is zondag 26 juli, even na tien uur 's ochtends, als ik de auto in garage Achterom in het centrum van Dordrecht parkeer. Exact drie weken daarvoor deed ik dat ook al om - na vijftien jaar - weer eens een bezoek te brengen aan de Dordtse boekenmarkt. Enfin, u kunt over die memorabele dag uitgebreid lezen in: "De Dordtse boekenmarkt en wat ik daar vond...".
Vele honderden lezers gingen u voor en ik kreeg van verschillende kanten reacties op dit uiterst populaire stuk. Eén daarvan was van de heer A.W. de Kool, de eigenaar van kunsthandel De Kool, het winkeltje in de Voorstraat waar ik die museale boekhistorische topvondst deed. Hij bedankte me voor het mailen van de link naar het lezenswaardig verslag dat hij met veel genoegen had gelezen en ondertekende met; "Hoogachtend, Uw wat vermoeid uitziende A.W. de Kool". Iemand met gevoel voor ironie en humor, dat mag ik wel...

Twee weken later ontvang ik van hem een tweede mail als ik aan de haven van het zonnige Friese Grou van een smakelijke lunch geniet. Mijn blog - lees ik - heeft hem meer dan duidelijk gemaakt dat ik een onverzadigbare verzamelaar ben en hij juicht dat toe!
Hij schrijft dat hij beschikt over een aardige verzameling boeken uit de 17de, 18de en 19de eeuw en geeft enkele voorbeelden. In verband met zijn gevorderde leeftijd wil hij daarvan wat verkopen en vraagt of ik wellicht interesse heb? Dat heb ik zeker en zo krijgt mijn blog een onverwachts Dordts vervolg.

Ik word ontvangen in een smaakvol met oude en moderne kunst ingericht appartement. Onder het genot van een kopje koffie praten we wat over boeken, terwijl ik met een schuin oog loer naar de boekenkast in een hoek van de kamer. Die is gevuld met drukwerk uit drie eeuwen. Het merendeel Nederlandse letterkunde (wat niet verbazingwekkend is voor een oud-docent Nederlands). Bredero staat er, evenals Langendijk, Vos, Huygens, Krul, Hooft en Vondel. Alles gekocht in een tijd dat er nog hoge prijzen werden gevraagd (en betaald) voor Nederlandse literatuur uit de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw. Sommige uitgaven heb ik al, soms nog maar net, zoals een driedelige Poot (gedichten plus vervolg), de luxe-editie op groot papier, gebonden in perkament (zie mijn aanwinstenlijstje van mei 2026, nr. 9). 


Ik neem ze stuk voor stuk ter hand. Wat is de conditie van het boek en om welke uitgave gaat het? Soms raadpleeg ik even de STCN. Zo blader ik bijvoorbeeld in een in perkament gebonden tweedelige "Koren-bloemen, Nederlandsche gedichten" ('s-Gravenhage, 1658) van Constantijn Huygens (1596-1687). De vraagprijs is mij echter te pittig, zeker met de actuele veilingprijzen in mijn gedachten. Bij Bubb Kuyper wordt 'Koren-bloemen' regelmatig aangeboden en niet verkocht (of voor een schamele honderd en nog wat euro's afgehamerd). Eveneens buiten mijn voorgenomen budget valt een in perkament gebonden exemplaar van Huygens: "Vitaulium. Hofwyck. Hofstede vanden heere van Zuylichem onder Voorburgh" ('s-Gravenhage, 1653). Bijzonder is de handgeschreven opdracht voorin (namens de auteur) van Hen(d)rik Bruno (1617-1664), die in 1639/1640 gouverneur was van Huygens zoons. "Vitaulium" geldt als het bekendst voorbeeld van een hofdicht, een genre waarin een buitenplaats - in dit geval Hofwijck - met zijn tuin(en) centraal staat en wordt bezongen. Even terzijde; zes jaar geleden schreef ik in: "Puzzelstukje" over een ander hofdicht: "Gezangen voor Elsryk" (In: "Dichtlievende Uitspanningen" (Amsterdam, 1735), geschreven door Jan Baptista Wellekens (1658-1726). 

Na alle boeken te hebben bekeken selecteer ik uiteindelijk drie boekjes die ik koop (ze zijn terug te vinden in mijn aanwinstenlijstje van juli 2026, nrs. 7, 8 en 9). Het meest in mijn nopjes ben ik met een in perkament gebonden: "Vervolgh der Neederlandsche Historien, seedert het ooverlyden van Prins Willem, tot het einde der Landtvooghdyschap des graaven van Leicester" (Amsterdam, 1654). Het zijn de laatste zeven hoofdstukken (boek 21 t/m 27, 333 bladzijden) van P.C. Hooft's in 1642 verschenen opus magnum: "Neederlandsche Histoorien". Het "Vervolgh" verscheen na het overlijden van Hooft (1581-1647).
Zijn zoon Arnout Hellemans Hooft voltooide het manuscript, maakte het persklaar en liet het uitgeven bij Joan Blaeu. Los ingebonden exemplaren van het "Vervolgh" kwam ik antiquarisch niet zo vaak tegen. Vaker zag ik het "Vervolgh" samengebonden met de tweede druk van de "Neederlandsche Histoorien" (1656).


Als ik beide (folio) uitgaven in mijn bezit naast elkaar leg valt direct het verschil in formaat op. De zetspiegel (het met tekst bedrukte gedeelte) is echter in beide even groot (ca. 15 cm. breed x 26 cm. hoog). Het verschil komt door de zeer ruime witmarges van mijn "Neederlandsche Histoorien" (onder maar liefst 7 cm.!). In 1677 werden beide boeken opnieuw gezet en in zijn geheel uitgegeven (daarna nogmaals in 1703).
Over mijn fraaie exemplaar van Hoofts': "Neederlandsche Histoorien schreef ik lang geleden in: "Een gekleurd portret" (2009) en: "Provenance" (2010). De foliant - voorzien van met perkament overtrokken houten platten en koperen sloten - stond al sinds 1984 in mijn bibliotheek en kreeg nu pas, na tweeënveertig jaar, zijn (Dordts) "Vervolgh".

Geen opmerkingen:

Een reactie posten