vrijdag 17 april 2009

Jeugdsentiment

Bijna elke boekenliefhebber heeft wel een stapeltje jeugdsentiment. Boeken die je als kind las en die een bijzondere indruk hebben gemaakt. Voor mij zijn dat allereerst de zes leesboekjes (4de druk 1968/1969) van M.B. Hoogeveen, Jan Ligthart en H. Scheepstra (Hoogeveens leesmethode). Hiermee heb ik leren lezen en schrijven. Deze lesmethode stamt uit 1910! (nee, zo oud ben ik nog niet). Welk schoolboekje gaat tegenwoordig nog zo lang mee? Uiteraard bezit ik ook het daarbij behorende ‘Aap, Noot, Mies…’ leesplankje met letterdoosje, waarvoor thans behoorlijke bedragen worden betaald.

Mijn liefde en latere studiekeuze voor geschiedenis is rechtstreeks terug te voeren naar ‘Wat het hunebed vertelde’, twee deeltjes geschreven door S. van der Werff en S.H. Woudsma en uitgegeven door J.B. Wolters in Groningen eind jaren ’50. In de vorm van een doorlopend verhaal met gefingeerde personen ‘wier handelingen in verband staan met historische gebeurtenissen’ werd het verhaal verteld van vijf vriendschapsringen die telkens werden doorgegeven aan een andere persoon en zo door de Nederlandse geschiedenis reisden. Het verhaal stond in mijn geheugen gegrift. Jarenlang heb ik naar deze boekjes gezocht. Uiteindelijk vond ik ze terug in een verlaten schoolgebouw waarvan de inventaris op de vuilnisman wachtte.

Mijn laatste portie jeugdsentiment kocht ik twee weken geleden.
Op 25 maart 2009 overleed Aernout Koffij (Martin Brozius), de poortwachter en sleutelmaker van Hamelen. Herinneringen aan Gruizelgruis, Bertram Bierenbroodspot, Lidwientje Walg en Hildebrand Brom borrelden op.


Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, meneer?’ (totaal 45 afleveringen tussen januari 1972 en mei 1976) heb ik met vele leeftijdgenootjes ademloos gevolgd.
De serie was mateloos populair maar in tegenstelling tot veel andere jeugdseries van toen (zoals de Fabeltjeskrant, Swiebertje of Pipo de Clown) is er maar weinig aan merchandising gedaan. Er verschenen twee rijk geïllustreerde fotoboeken. Deel 1 in 1975 met het verhaal van de eerste 21 afleveringen en deel 2 in 1976 met de afleveringen 22 t/m 39. Helaas en vreemd genoeg is de serie dus nooit compleet in boekvorm verschenen. Beiden boekjes worden op de bekende veilingsites nog regelmatig aangeboden.

Over populaire TV-series gesproken. Zouden er soms ook boekjes zijn van Catweazle en Q en Q?

woensdag 15 april 2009

Proost!

Als kind van een jaar of acht wilde ik later Indiaan worden (ik stond in die tijd zwaar onder invloed van mijn favoriete Winnetoufilms). Een paar jaar later - zo rond mijn tiende levensjaar - werd het archeoloog. Als jong jochie werd ik daardoor wel een Einzelgänger, want mijn leeftijdgenootjes speelden vaak voetbal terwijl ik op de lege dijklichamen zwierf (pijpenkoppen zoeken) waarop vele jaren later de Amsterdamse Ring (de A10 zuid) zou worden aangelegd.
Toen ik een aantal jaren ouder was heb ik een tijd lang intensief aan amateur-archeologie gedaan. Als schatgraver in Amsterdam beerputjes leegscheppen en later ook wel in georganiseerd verband met de Archeologische Werkgemeenschap voor Nederland (AWN).

Tot het vondstenrepertoire behoorde vaak gebroken gebruiksglas van met name 17de en 18de eeuwse flessen en glazen. Van dat broze groene glas dat door zijn lange ondergrondse verblijf en de inwerking van veenzuren (irisatie) zo prachtig alle kleuren van de regenboog vertoonde. Compleet vond ik nooit wat, alleen van de stevige delen zoals bij wijnflessen de ingestulpte onderkant, de zogenaamde ziel, waar de ponti had gezeten (een ijzeren staaf die de geblazen bol van de blaaspijp overneemt om de fles aan de bovenkant af te werken) of de hals met de gedraaide glasdraad ter versteviging bij het afsluiten door een kurk. Van de zeer breekbare drinkglazen vond ik vaak alleen de halzen van Roemers met de bekende braamnoppen nog min of meer compleet.

In 1978 werd de rivier de Amstel tussen Amsterdam en Ouderkerk a/d Amstel uitgebaggerd, de beschoeiing vernieuwd en een wandelpad aangelegd. Ook daar heb ik heel wat uurtjes in de bagger lopen zoeken en graven. De machinist van de baggerschuit zag ik regelmatig zijn baggermachine stilzetten om de grote bak aan een nadere inspectie te onderwerpen. Die vond natuurlijk ook van alles en vaak liet hij dat na afloop van de dag gewoon op de boot achter met als natuurlijk gevolg dat zijn vondsten de volgende dag weg waren...

Dankzij die grote bak bleef er toch ook wel het een en ander achter dat langs de kant werd gestort en zo vond ik daar (eindelijk) mijn eerste gave bolvormige 18de eeuwse fles (die nog steeds bij mijn moeder thuis staat). Van de kort daarop gevonden volgende twee exemplaren heb ik er één aan een antiquair verkocht en een ander gehouden.
Het vinden van een complete Roemer is altijd een illusie gebleken. Een aantal jaren terug kocht ik een fraai 18de eeuws exemplaar (via Marktplaats).
Zo af en toe drink ik er wijn uit... en denk aan mijn vroege archeologische expedities
Wel oppassen natuurlijk want gebroken exemplaren heb ik genoeg gezien.

Leporello's

Het woord is eigenlijk een naam en wel die van de knecht van Don Giovanni uit de gelijknamige 18de eeuwse opera van Wolfgang Amadeus Mozart.
Deze knecht Leporello pocht over de amoureuze prestaties van zijn baas Giovanni. Hij doet dat aan de hand van een namenlijst van zijn veroveringen. Die namen staan op een aantal kaartjes die met de onderkant en bovenkant aan elkaar vastzitten en als een soort harmonica zijn gevouwen. Vandaar dus...


Ik wil het hier hebben over oude fotoleporello's met op dik karton geplakte kabinetfoto's (ze werden thuis bewaard in het kabinet!). Kabinetfoto's werden pas in 1867 in Nederland geïntroduceerd (NB. de oudste Nederlandse foto is van 1839). In het laatste kwart van de 19de eeuw werden deze ‘Photographieën’ dermate goedkoop dat toeristen die Nederland aandeden dergelijke ansichtkaartboekjes massaal kochten. Ze werden niet kant en klaar verkocht maar bevatten de selectie die de koper zelf maakte.
Elke leporello is dus weer anders. Ik bezit er een aantal van met fraai versierde kaften en heerlijk gedateerde afbeeldingen van/uit het Nederlandse Fin de siècle (1890-1914).

Souvenir d’Amsterdam’ geeft al aan dat het hier gaat om foto’s van Amsterdam voor de Franse toerist. De foto’s (met Nederlandse onderschriften!) zijn van de bekende boekhandelaar en uitgever Andries Jager (1825-1905).
Deze leporello bevat 24 stadsgezichten waarvan één met ‘Het paleis van Z.M. de Koning’ (Koning Willem III, die in 1890 overleed) oftewel het stadhuis op de Dam.

De dochter van Koning Willem III werd acht jaar later in de hoofdstad ingehuldigd. Ter gelegenheid daarvan verscheen ‘Amsterdam september 1898’. Een leporello met 12 foto’s van Andries Jager die een beeld geven van de Amsterdamse stadsversieringen en inhuldiging (op 6 september) van de toen achttienjarige Koningin Wilhelmina.


Costumes de la Hollande’ is weer voor de Franse toeristenmarkt gemaakt (rond 1890) en gezien het stempeltje achterin verkocht bij de ‘Gebr. Douwes atelier, Warmoestraat 73, Amsterdam’. De koper schreef erbij: ‘souvenir de votre cousin Aug. Fuchs, Amsterdam 6/10 ‘97’. Deze leporello bevat 12 foto’s van klederdrachten die gedeeltelijk met de hand werden ingekleurd. Eén ervan toont ‘Sa Majesté la Reine des Pays-Bas’, de tienjarige Prinses Wilhelmina in Friese klederdracht.

Het is natuurlijk persoonlijk maar ik vind het niet makkelijk om fraaie en in goede staat verkerende leporello’s te vinden. Het waren echte verbruiksartikelen, gemaakt voor de toerist en al snel gedateerd. Van veel aangeboden exemplaren liggen de foto’s los of zijn er andere gebreken. Uiteraard is daarom de staat waarin een leporello verkeert bepalend voor de prijs.

Mijn onvergetelijke vriend Geoffrey Gill, 'den beroemden Engelschen detective'


Ik kwam als kind (met bus 8) veel bij mijn grootouders in de Watergraafsmeer.
Mijn grootvader las erg veel, onder andere detectives. Hij verzamelde een tijdje de Nederlandse uitgaven van Maigret, de politiecommissaris uit de detectiveromans van Georges Simenon. Begin jaren ’70 trof ik detectiveboekjes bij hem aan van Ivans, pseudoniem van Jakob van Schevichaven (1866-1935), met de avonturen van de Engelse detective Geoffrey Gill (G.G.) en zijn Nederlandse vriend Mr. Willem (Willy) Hendriks.

Totaal zouden er vijftien avonturen als pocket bij Bruna tussen 1973 en 1980 verschijnen. De originelen werden al voor de Tweede Wereldoorlog gepubliceerd en Ivans werd er beroemd mee. Ik heb ze alle vijftien verslonden en meer dan één keer gelezen. Na de dood van mijn grootvader in 1995 heb ik ze overgenomen. Toen ontstond ook de interesse in het verzamelen van de originele uitgaven. Dat verlangen werd aangewakkerd door de ontdekking dat er destijds veel meer avonturen (totaal 44) waren geschreven dan door Bruna waren uitgegeven.
Ik specialiseerde mij in het verzamelen van de lijvige Ivans-omnibussen die rond 1936/1937 verschenen, telkens met drie romans. Inmiddels bezit ik ze alle twaalf.

Wat maakt de gedateerde avonturen van Geoffrey Gill en mr. Willy Hendriks zo aantrekkelijk?
Welnu dat wordt goed verwoord in het boek van Kees de Leeuw ‘Een nuchtere romanticus. Leven en werk van Ivans. Jakob van Schevichaven 1866-1935’ (Soesterberg, 2004). Het is de couleur locale, de romantische verwikkelingen, de blik op een ‘verloren wereld’ (het authentieke tijdsbeeld van Nederland en Europa aan het begin van de 20ste eeuw), maar ook het milieu en de omgeving waarin het (spannende) verhaal zich afspeelt. Er wordt nog vaak met koets, boot en trein (en soms ook te paard en te voet) gereisd.


Wat ik persoonlijk erg aangenaam vind aan de originele uitgaven is de oude ‘Nederlandsche’ spelling en de inleiding door Mr. Willem Hendriks (de ik-figuur), die als biograaf van zijn vriend Geoffrey Gill diens interessante avonturen ‘experimenten’ aan ons verteld. Juist deze twee elementen waren er bij de bewerking van de Bruna heruitgaven door Edith Visser uitgehaald zodat de nieuwe lezers "geen hinder meer zullen ondervinden van enige wijdlopigheid of verouderd taalgebruik". Jammer.

Plotseling stond hij stil en keek strak in de greppel, die links van ons langs den weg liep. ‘Wat ligt daar in Godsnaam?’ zeide hij. Ik zag iets, dat er uit zag als een hoop hakhout, daar snel neêrgegooid, zonder iets van systematische regelmaat, die zoo kenmerkend is voor de exploitatie van deze uitgebreide bosschen. Naderbij tretend zag ik nog iets anders, dat G.G. reeds van uit de verte gezien had: een laars, die uit den hoop hout te voorschijn stak. In een oogwenk stonden wij in de greppel en de stukken hout vlogen rechts en links. Het is een van de meest afschuwelijke sensaties geweest, die ik ooit ondervonden heb, toen wij langzamerhand het lichaam van een mensch bevrijdden van onder den last van hout, die erop gerust had. Wij waren bij de voeten begonnen en het hoofd kwam het laatst voor den dag. Maar aan den klêeren hadden wij reeds lang vermoed, wat dat gelaat ons leeren zou”. (Uit: ‘De Man op den Achtergrond’, 1918)

Met zo’n boek in bed ben ik in één klap mr. Willy Hendriks en terug in de tijd!

dinsdag 14 april 2009

Graveur Jan Willem Caspari (1779-1822)

Als klein kind tekende ik graag (dinosaurussen, kastelen, stripfiguren enz.). Het is echter nooit een hobby geworden zoals bij mijn vader. Die heeft een tijd lang veel getekend maar ook gefotografeerd en geschilderd (vooral natuurtafereeltjes a la Rien Poortvliet).
Zijn teken-, schilder en fotowerk heeft op verschillende verkoopexposities gehangen. Waar komt dat talent vandaan, zo vroegen wij ons weleens af. Toen ik mij twintig jaar geleden ging verdiepen in de geschiedenis van onze familie werd die vraag voor mij beantwoord. Mijn overgrootmoeder Sophia Geertruda Caspari (1875-1966) bleek een kunstzinnige overgrootvader te hebben gehad (genealogisch mijn oud-grootvader) die van beroep graveur was.

Beroemd is hij niet geworden deze Jan Willem (Jean Guillaume) Caspari. Hij werd in Amsterdam gedoopt op 25 november 1779 en overleed daar, net geen 43 jaar oud, op 10 september 1822. Zijn broer Hendrik Willem (1770-1829) was eveneens kunstgraveur en werkte soms met hem samen. Hendrik Willem liet een vrij groot oeuvre na, Jan Willem iets minder. Beiden worden genoemd in het 'Biographisch woordenboek van Noord Nederlandsche Graveurs' (F.G. Waller, heruitgave 1974) en natuurlijk in 'Nederlandse Beeldende kunstenaars 1750-1950' van P.A. Scheen (1969).

Als bibliofiel (en genealoog) werd het mijn heilige plicht om (zoveel mogelijk) origineel graveerwerk van deze kunstzinnige voorvader in handen te krijgen. Dat bleek niet al te makkelijk, hij was immers niet beroemd en vrij jong gestorven. Eerst moest ik vaststellen wat er bekend was over zijn oeuvre. Met behulp van de 'Beschrijvende catalogus van 7000 portretten van Nederlanders en van buitenlanders, tot Nederland in betrekking staande' van de befaamde Frederik Muller (heruitgave 1972) en het aanvullende vervolg daarop door Van Someren ('Beschrijvende catalogus van gegraveerde portretten van Nederlanders'. 1888) kon ik vaststellen dat hij in ieder geval een kleine dertig portretten van tijdgenoten had gegraveerd, alsmede een prachtige zeldzame gravure van de 110 jarige Jacob Janse (1698-1808), naar een tekening van B.C. van Ranswijk, uitgegeven door H. van Aken te Zaandam.


De portretjes (stippelgravures) zijn destijds vaak gebruikt als illustratie in bijvoorbeeld de literair belangrijke 19de eeuwse Nederlandsche Muzenalmanak. Ik bezit er inmiddels drie. Het gaat om de afbeeldingen van de Nederlandse dichter E.A. Borger, Dominee J. Scharp en de Haagse predikant B. Verweij. Leuk is dat alle drie zijn gegraveerd ('sculp.') door J.W. Caspari naar schilderijen van zijn broer H.W. Caspari ('pinxit').

In 2007 vond ik wat bijzonders bij mijn lijfantiquariaat Van der Steur in Haarlem. Een boekje van Anna Maria Moens getiteld: 'Tafereelen van eene christelijke opvoeding, in briefwisseling tusschen moeder en dochter. Vertaald uit het Engels. Benevens brieven aan Emilia' (1822). Wat deze moralistische beschouwing in briefvorm, deels door Moens uit het Engels vertaald, deels door haar zelf geschreven, voor mij zo bijzonder maakt is dat de titelgravure alsmede de vier paginagrote illustraties zijn gegraveerd door Jan Willem Caspari. Geen portretjes ditmaal maar tafereeltjes. Dat kon ik voor zestig euro toch niet laten liggen.