vrijdag 16 oktober 2026

Vijf schendstukken


Dit is niet mijn eerste blog over enkele bijzondere handschriften in mijn collectie. Eerder besprak ik een cultuurhistorisch gedicht over een Zaans streekproduct (Duivekater!) en een handgeschreven zilveren huwelijksgedicht voor een uitgever van enkele bekende natuurhistorische prachtuitgaven (Sepp!). In dit derde blog verschuift de aandacht naar literaire straatcultuur: vijf kladjes van divers formaat, volgekrabbeld door anonieme (meest) 18de eeuwers met verwijzingen naar toenmalige politieke gebeurtenissen en historische figuren.

Deze documenten kwamen niet los aanwaaien. Ze waren samengevoegd in een vroeg-negentiende-eeuwse papieren omslag met de handgeschreven titel: "Schendstukken, enz. 18e eeuw". Rechtsboven op het omslag staat doorgekrast "Van Vredenburch No. 1190".
Het gaat om vijf schotschriften (paskwillen) die waarschijnlijk afkomstig zijn uit het familiearchief Van Vredenburch, dat thans in het Nationaal Archief in Den Haag wordt bewaard (Archiefnummer 3.20.61.02). Mogelijk zijn ze verzameld door Jacob van Vredenburch (1744-1814), die destijds verschillende bestuursfuncties bekleedde in Delft.

Anonieme hekelschriften, schunnige liedjes en spottende gedichten circuleerden mondeling vaak al lang en breed, voordat ze werden opgeschreven en gedrukt. Geen van deze vijf teksten heeft echter de drukpers gezien om als eenbladsdruk of pamflet te worden vereeuwigd. Naar welke historische context ze precies verwijzen is voor de lezer anno 2026 niet altijd meteen duidelijk, desondanks kon ik ze (de laatste met enige moeite) koppelen aan specifieke historische gebeurtenissen of personen.

A. 1787 (Pruisische inval). Dubbelzijdig beschreven papiertje (10 cm. x 12.5 cm.) Frans/Nederlands.

"Couplet a L'occasion de la deliverance de la Hollande

Ci git Madame la Cabale
Originaire de Paris
Qui d'une main folle & Brutalle,
Vendoit la Hollande a Louis;
Quoique nourri de fleurs d'Orange
Un petit Saumoneau du Rhin,
Ingrat, soutenoit ce dessin
Se gontlant d'orgueil dans la Fange
Lorsqu'un Aigle, brillant, grand, valeureux & fort,
D'un coup d'aile en passant sur lui donner la mort.


Grafschrift op Mevrouw de Patriotische Cabaal.

Hier legt Mevrouw Cabaal begraaven
Geboortig van Parijs
Zij gav, verblindt, door Fransche gaaven
Het land aan Lodewijk ten prijs.
Gevoed door malsche oranje vrugte
Wou 't lelijk Salmpje van de Rhijn
Ondankbaar meede het land doen zuchten,
om deelgenoot des roofs te zijn
Een adelaar, geducht, verheven,
Red Nederlands Staat in deeze Noot
Hij doet al t roofgedierte beeven
En slaat met eene wiek Mevrouw & 't Salmpje dood."

Hier wordt duidelijk gespot met de Patriottenkliek ("Mevrouw de Patriotische Cabaal") en de Rijngraaf van Salm die na de inval van Pruisische troepen ("Een adelaar") de wijk namen. Het moet in die tijd vrij populair zijn geweest want dit "dichtstukje in 't Fransch opgesteld, 
(-) geheel niet zacht, maar niet geheel ongeestig" wordt op diverse plekken aangehaald, zoals in de "Nieuwe Nederlandse Jaarboeken" (Leiden/Amsterdam 1787, blz. 5151/5152) en de "Geldersche Historische Courant" (9 oktober 1787). Tekstueel komt het daar vrijwel overeen met mijn handgeschreven exemplaar, behalve dat de Franse titel in beide luidt: "Epitaphe sur la Cabale Patriotique".

B. 1788. Enkelzijdig beschreven papier (19 cm. x 11.5 cm.).

"Op woensdag den 4 8ber 1788

Zal men ten voordeele van alle vreemde Jakhalsen, die tot
hier toe door het Hof met geene exemplaren zijn gebeneficeert
vertoonen

Den dollen Engelsman

In de dikke en onbeschofte gedaante van Monsr. van Rhoon, verzaker
van Neerlandsch interese ten voordeele van onze Roofzuchtige
en ontaarde Nabuuren, der martelingen en Pseudo-Patriotten

Treur-houdend Blijspel

Na het selven

Schijtebroekje

Of den angst ten toone".

In de stijl van een theateraankondiging wordt hier de spot gedreven met Willem Gustaaf Frederik rijksgraaf Bentinck van Rhoon (1762–1835). Stadhouder Willem V had hem eind 1787 aangesteld als commissaris om de stadsregeringen van de achttien stemhebbende steden in Holland te zuiveren van patriotten en vijanden van Oranje. De jonge Bentinck maakte zich al gauw impopulair want hij bleek over weinig tact en politiek talent te beschikken. In 1795 zou naar Londen vluchten, omdat hij zich als aanhanger van stadhouder Willem V niet veilig voelde onder de Franse bezetting.

C. 1794 (Haagsche Courant). Enkelzijdig beschreven papiertje (8 cm. x 7.5).

"Dat gerabraakte rijm-pasquil luid aldus:

Esopes prediker op den stoel
Gij maakt het volk maar aan 't gewoel
En preekt teveel van regeringssaken
Die u, nog uw dienst niet raken
O kwant, wel o grote gek
'T was beter dat gij hielt de bek
En dat gij uit 't land wierd gejaagt
Met al die uw gevleij behaagt
Tenminste dat gij waart o kwant
Waart gebannen uit de Haagsche Courant

U H.E. gelieft het te verbranden. Hiertegen is weder een ander uitgestroit dog dat heb ik nog niet gelesen".

Briefje van een verklikker die een opruiend rijmpje doorgeeft over de Haagsche Courant, uitgegeven door Pierre Gosse (1718-1794).

D. 1795 (Eed op de rechten van de Mens en de Burger). Enkelzijdig beschreven papier 
(17 cm. x 17 cm.).


"Aan de tegenwoordige Eeddoenders

T'is waar gij agt den Eed geen overdenking waard
En zweert zo dikwils men u eeden voor wil leggen
Zoo slegts uw vuil belang waarop gij hongerig staart
Voldaan word; zal men u God helpt mij hoore zeggen
Maar 't edelmoedig hart u vreemd, u onbekent
Veragte Slaav van 't goud, verbreeker van uw pligten
Beeft voor dien Schurken eed die gij ten hemel zend
Uit eerbied voor dien God die u en hem zal rigten
Hij word om zuivre deugd den raadzaal uitgeweert
Zoo ampteloos weggejaagt. Gij kunt om ondeugd blijven
Gij blijft veragte ziel omdat gij valschelijk zweert
Omdat gij waare deugd een misdaad aan kunt wrijven
Maar God die alles weet die al uw valscheid ziet
Die uw verdrukking kent, die  't rookend bloed zal wreeken
Van den barbaer gestort.- Die ondeugd ondeugd liet
zal een vervolgde deugd ten laatste door doen breeken".

Bij de vestiging van de Bataafse Republiek in 1795 moesten zittende bestuurders en ambtenaren een eed van trouw zweren aan het nieuwe regime en de "Rechten van de Mens en de Burger". Veel Orangisten weigerden dit uit principe, terwijl anderen de eed uit eigenbelang of onder dwang toch aflegden. Het gedicht beschrijft hoe integere bestuurders (de Orangisten) de raadzaal werden uitgezet omdat ze weigerden de nieuwe eed te zweren, terwijl opportunisten ("Eeddoenders") bleven zitten door "valschelijk" te zweren. 

E. Dubbelzijdig beschreven papier (16 cm. x 19.5 cm.). Vrede van Rijswijk (1697)?

"Wierp eens de Tweedragt, niet genodigt bij de Goon,
Een gouden Appel in de Saal der Hemelingen,
Waar door d' onenigheid in 't Vreepaleis kwam dringen
Met Nijd haar boezemvriend en Haat haar echten Zoon,
Die Furie sluipt ook in den Raad van Sions Boon
Die op de Vree-Basuin van vrede moeten zingen
Dat ondier weeren en door Liefde-wetten dwingen
Op dat in kerk en Staat de goude vrede woon
Zo werpt een Appel in de Hoge Tempel Choren

Van Tweedragt, die den vree Jerusalems zal storen,
de zaal doen daveren van haat en bitsen nijd
Was ouds die Appel het verderf van 't bloejend Trojen
Laat tweedragt Salem, ik bid, niet 't onderst boven gojen
Verkies een Vree gezant, den Vrede toegewijd".


Dit handschrift is een buitenbeentje want het lijkt mij paleografisch zeventiende eeuws en is dus veel ouder dan de andere besproken stukken uit het mapje. 
Naar welke vredesonderhandelingen wordt hier verwezen? Na wat puzzelen lijkt mij dat de Vrede van Rijswijk (1697) de meest aannemelijke kandidaat is. Die vrede moest een einde maken aan de Negenjarige Oorlog. De vredesonderhandelingen vonden plaats in het Huis ter Nieuwburg in Rijswijk, een zomerpaleis, gebouwd in opdracht van Frederik Hendrik van Oranje (1584-1647), dat speciaal daarvoor werd verbouwd tot 'Vreepaleis'.
Tijdens de onderhandelingen was er felle interne verdeeldheid in de Republiek tussen de staatsgezinden (die snel vrede wilden) en stadhouder Willem III (die de oorlog tegen de Franse koning Lodewijk XIV wilde voortzetten). De oproep aan het eind is dan ook een rechtstreeks politiek pleidooi om diplomaten te kiezen die wél voorstander van de vrede zijn.

Vijf onooglijke papieren briefjes, bijeengehouden in een negentiende-eeuwse omslag. 
Ze brengen de geschiedenis tastbaar dichtbij en bewijzen dat politieke polarisatie en de behoefte om anoniem stoom af te blazen van alle tijden zijn. De waan van de dag vervliegt, maar de neergekrabbelde spot van naamloze tijdgenoten blijft eeuwenlang tastbaar.

vrijdag 2 oktober 2026

Het jaar geboekt, september 2026

In 'Het jaar geboekt, [maand en jaar]' houd ik bij wat ik gedurende een maand bij elkaar verzamel inclusief 'de cijfers', soms met toelichting en/of opmerkingen. Ik begon hiermee in 2018, aanvankelijk als aparte rubriek (onder een eigen tabblad). Met ingang van 2024 publiceer ik mijn maandoverzichten direct op de 'homepage'. Na afloop van het jaar geef ik een totaaloverzicht in '[Jaar] geboekt. Een jaar in feiten en cijfers'.

September 2026; de cijfers...

Totaal aantal objecten: 10.

Gekocht: 10.
Gekregen: 1.

Totaal uitgegeven: € 576,90 euro (incl. verzendkosten).
Gedeeld door 10 is gemiddeld: € 57,69 euro per object.

Via kringloopwinkel: 2 (3, 4).
Via (online) antiquariaat: 3 (1, 6, 7).
Via boekenmarkt: 4 (8, 9, 10, 11).
Via Boekwinkeltjes: 1 (2).

Modern: 2 (3, 5).
Marge & klein bibliofiel drukwerk: 1 (4).
Old & rare: 8 (1, 2, 6, 7, 8, 9, 10, 11).

September 2026: de aanwinsten...

1. G.W.H. Panchaud: "Amsterdam geschetst in historisch-romantische Tafereelen van af het begin zijner opkomst tot op den tegenwoordigen tijd" (Amsterdam, 1869-1871). Vier deeltjes in twee groene halflinnen banden. Ex-libris J.W. Six (in de veilingcatalogus, zie nr. 2 terug te vinden in deel 1, kavel 1041, blz. 164).
Gekocht bij antiquariaat De Slegte in Leiden voor € 195,- euro.


2. "Bibliothèque de M.- J.W. Six de Vromade. Premiere partie" (La Haye, 1925) samengebonden met "Bibliothèque de M.- J.W. Six de Vromade. Seconde partie" (La Haye, 1926). Veilingcatalogus, twee delen (366 blz. en 320 blz.), gebonden in half kunstleren rode band met linnen bekleedde platten. Catalogus van de belangrijkste Nederlandse boekenveiling van de eerste helft en mogelijk zelfs van de gehele twintigste eeuw. Zie voor een analyse van de veiling: P. Pruimers: "De veilingen van de bibliotheek Six van Vromade" (In: "Eenmaal, andermaal!. Boekveilingen van enkele bijzondere Nederlandse collecties in de twintigste en vroeg-eenentwintigste eeuw" (Amsterdam, 2021. Jubileumboek bij het twintigjarig bestaan van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen). Overigens bezit ik drie boeken die blijkens het bekende ex-libris deel uitmaakten van deze bibliotheek. Gekocht via Boekwinkeltjes bij antiquariaat Hortus Conclusus voor € 45,- euro.


De nummers 3 en 4 kocht ik in mijn kringloop voor bij elkaar € 8,- euro.

3. E. Sanders: "'Jood', de vergeten geschiedenis van een beladen woord" (Zutphen, 2024). Exemplaar door de auteur gesigneerd en gedateerd (22/9/24). 


4. J. Breuker: "dat hebben we niet afgesproken" (Haarlem/'s-Gravenhage, 2020). Bibliofiele uitgave in beperkte oplage van De Althaeapers in Den Haag. Mijn exemplaar is nummer 57 van de 80 en gesigneerd door de tekenaar. Zie "Bibliografie De Althaea Pers", deel 7, nr. 275.


5. E. Kwakkel: "Die Dietsche boeke die ons toebehoeren. De Kartuizers van Herne en de productie van Middelnederlandse handschriften in de regio Brussel (1350-1400)" (Leuven, 2002). Proefschrift van de (in de wereld van de Middeleeuwse handschriften) bekende Leidse Scaliger hoogleraar Erik Kwakkel (met als losse bijlage de stellingen). Gekregen van de Universiteit Leiden.


Bij de "Galerie für gegenständliche Kunst" in Kirchheim unter Teck (Duitsland) kocht ik voor € 158,90 euro (incl. verzendkosten) twee vooroorlogse uitgaven van Hans F.K. Günther (1891-1968). Van hem had ik al: "Rassenkunde des Jüdischen Volkes" (zie mijn aanwinstenoverzicht van juli 2026, nummer 2).

6. H.F.K. Günter: "Rassenkunde Europas" (München, 1929). Met originele stofomslag.

7. H.F.K. Günther: "Rassenkunde des deutschen Volkes" (München, 1934). Met (kleurenkopie) stofomslag. Hiervan verscheen ook een beknopte versie onder de titel: "Kleine Rassenkunde des Deutchen Volkes".


Op de Amsterdamse Spui boekenmarkt kocht ik deze maand de volgende nummers (8, 9, 10 en 11). voor in totaal € 170,- euro.

8.  Th.P. Strijker: "1853-1953. Toespraak gehouden door Th.P. Strijker op 2 januari 1953, ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan der N.V. Martinus Nijhoff's boekhandel en uitgeversmaatschappij" (z.p. [Den Haag], z.j. [1953]). Presentexemplaar van de auteur met op de titelpagina in handschrift: "Aan de heer W. Nijhoff Pzn bij een mijlpaal in de geschiedenis van het geslacht Nijhoff. Th.P. Strijkers". Th.P. (Theo) Strijker was jarenlang de personeelschef (hoofd personeelszaken) bij Martinus Nijhoff N.V.


9. "Beknopte letterproef machineletter" (z.p. ['s-Gravenhage], januari 1952). Letterproef van N.V. Drukkerij Trio in Den Haag met los inlegvel 'monotype ornamenten', corps 6 en 8.
Mijn laatste letterproef van Trio kocht ik op de Deventer boekenmarkt in 2025. Over de 'Typografische Kruidtuin' (evenals: 'Monumenten der boekdrukkunst' en 'Curiosa Typografica') van Trio schreef ik al eerder in 2018 hier. Ook De Boekensneuper schreef over drukkerij/uitgeverij Trio in: "368. Van Trio aan zijn zakenvrienden"


10. M.L. van Gorkom: "Beknoopt denkbeeld van oud Nederland beginnende met de Cimbersche Diluvie..." (Brussel, 1789). Presentexemplaar van de auteur met ex-libris 'Bibliotheque de Th. de Jonghe' (1801-1860), gebonden in een fraaie halfleren band.


11. Constant (Louis Constant Wairy, 1778–1845): "Gedenkschriften van Constant, eersten kamerdienaar des keizers, aangaande het huiselijk leven van Napoleon, zijn huisgezin en zijn hofstaat" (Amsterdam, 1830-1832). Curieus en antiquarisch zeldzame Nederlandse vertaling van: "Mémoires de Constant, premier valet de chambre de l'empereur, sur la vie privée de Napoléon, sa famille et sa cour" (Paris, 1830). Gebruik makend van de aantekeningen van Constant maakte een heel team van 'ghostwriters' (waaronder Charles-Maxime de Villemarest) een smakelijk verhaal! Historisch niet altijd even betrouwbaar dus, maar wel waar het gaat om de basale feiten met betrekking tot de dagelijkse routine van de keizer, zoals zijn extreme badgewoonten, zijn kledingvoorkeuren, zijn humeurwisselingen, de inrichting van zijn kamers en hoe hij zijn personeel behandelde. Deze details komen rechtstreeks uit de herinneringen van Constant en worden door andere bronnen bevestigd. Juist die zaken interesseren mij - eerlijk gezegd - het meest!
Zes delen in drie banden. De complete set kostte in 1833 maar liefst ƒ 14,80 gulden! Voor de gemiddelde arbeider die destijds één gulden per dag verdiende onbetaalbaar. In de jaren rond 1850 werd het restant verramsjt. 

zaterdag 12 september 2026

Over een Amsterdams begijntje en haar boek


Enige tijd geleden ontving ik een e-mail van 'De vrolijke kluizenaar' (die voor kooplustigen ook een online antiquariaat via Ebay bestiert). Bij het Franse veilinghuis Drouot had ze een kavel gekocht met daarin een boekje met een opmerkelijke Amsterdamse provenance. Wellicht wilde ik dat wel, als liefhebber van de geschiedenis van Amsterdam, voor een vriendenprijsje van haar overnemen?
Het gaat om een in leer gebonden (niet geïllustreerde) uitgave getiteld: "De historie van het Aude en Nieuw Testament, met christelyke en stichtbaere bemerkingen, getrocken uyt de Heylige Vaders, en andere geestelyke leeraers..." (blz. 7 t/m 394) en: "De historie of geschiedenissen van de geborte, het leven, lyden en doodt van Jesus Christus, Ondermengelt met vele Christelyke Bemerkingen en Verklaeringen" (Blz. 395 t/m 638).
Beide delen verschenen volgens de afzonderlijke titelpagina's in 1727 in Gent bij Petrus de Goesin/Pieter-François I (1671-1740), maar de approbatie (kerkelijke goedkeuring), onderaan op blz. 638, is gedateerd 19 april 1728.


De familie De Goesin behoorde in de 18de eeuw tot de bekendste drukkersgeslachten van Gent. Deze tweedelige Goesin-uitgave is een soort volksbijbel: een klassiek religieus boekje dat de Bijbelse geschiedenis behandelt, verrijkt met commentaren van vroege kerkvaders en geestelijke leraren. Het is een compacte bewerking die teruggaat op een Franse uitgave: "Histoire du vieux et du nouveau testament représentés par des figures et des explications édifiantes tirées des saints Pères, pour régler les mœurs dans toutes sortes de conditions" (Paris, 1669), beter bekend als "Le Bible de Royaumont", geschreven door de Franse theologen en schrijvers Nicolas Fontaine (1625-1709) en Louis-Isaac Lemaistre de Sacy (1613-1684), twee prominente figuren binnen het jansenisme.

Over de (druk)geschiedenis van deze uitgave heeft L. le Clercq een interessant artikel geschreven (met bibliografie): "Een tweehonderdjarige Vlaamsche volksbijbel", in: "Collectanea Mechliniensia" (Mechelen, 1935, blz. 24 t/m 43). Helaas niet online, maar Steven van Impe, conservator van de erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience was zo vriendelijk me hiervan een PDF te sturen. Daaruit blijkt dat het boek uitermate populair was. Na de eerste Vlaamse druk in 1718 brachten verschillende drukkers en uitgevers in de toenmalige Zuidelijke Nederlanden nog tientallen edities uit: twintig in de achttiende eeuw en nog eens dertien in de negentiende eeuw (de laatste in 1845). Van alle edities die in Gent verschenen is die van De Goesin uit 1727 de eerste. Het boekje is vrij schaars.
Online vond ik nog twee exemplaren: één in de Universiteitsbibliotheek van Nijmegen (signatuur: OD TBI 206 c 1) en een ander in de Universiteitsbibliotheek Antwerpen / Ruusbroecgenootschap (signatuur: RG 3075 C 4). Ze zijn alle twee op de titelpagina voorzien van een handgeschreven ex-libris dat - opvallend genoeg - wijst op een lezerspubliek binnen vrouwelijke kloosterorden. In het eerste exemplaar staat "Carmeliterse tot Boxmeer 1753", en in het andere "Ick diene de religieusen Capucinessen tot Brugge".


De vroege achttiende eeuw kende in de Nederlanden een bloeiende cultuur van vrouwelijke religieuze gemeenschappen. Zowel kloosterzusters als kloppen en begijnen (die als vrome lekenvrouwen buiten het klooster leefden) hadden een grote behoefte aan Nederlandstalige literatuur voor het verdiepen van hun religieuze spiritualiteit, naast gebed, meditatie en liturgie. Omdat velen onder hen geen Latijn lazen, waren boeken in de volkstaal met "christelyke en stichtbaere bemerkingen" belangrijk voor geestelijke  vorming en verdieping, en bijgevolg erg populair.

Hoewel ik normaal gesproken niet geïnteresseerd ben in dergelijke Zuid-Nederlandse religieuze uitgaven, trok dit exemplaar door zijn bijzondere provenance meteen mijn aandacht. Het gaat niet om een klassiek ex-libris maar om een persoonlijke tekst op een blad vóór de titelpagina. Die vormde voor mij reden genoeg om dit boekje direct te kopen.


De paar regels voorin zijn een handgeschreven 'memorie', ter herinnering aan de dag dat Maria Keijser een begijntje werd, en wel te Amsterdam.

"Anno 1734

15 Iunii

Op de darde Pinxterdag

is

MARIA KEYSER

Beggyntie geworde

Ick ben gekomen op dat sij het leve
soude hebben, en overvloediger hebbe Jois 10.10.

Bid voor

                                                                                                F.C. Dieroùt"

Hoogstwaarschijnlijk werd dit geschreven door één van haar geestelijke zusters. Franciscus Cornelius Dierout (1675-1745), was sinds 1712 pastoor van het Begijnhof in Amsterdam. Tijdens zijn pastoorschap werden zo'n 45 vrouwen begijn.

Om mijn aanwinst beter te kunnen plaatsen nam ik contact op met Evelyne Verheggen.
Ik ken haar van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen. Zij is erfgoeddeskundige en cultuurhistorica voor religieus erfgoed en promoveerde op: "Beelden voor Passie en Devotie. Bid- en devotieprenten in de Noordelijke Nederlanden, 17de en 18de eeuw" (Zutphen, 2006). Zij geldt als autoriteit op het gebied van dergelijke devotionalia, gemaakt door kloppen en begijnen in de Nederlanden.

Evelyne reageerde enthousiast op mijn aanwinst en vond het een topstuk. Het was - schreef zij - niet ongebruikelijk dat vrouwen bij intrede (en andere jubilea) elkaar een boekje of devotieprentje gaven. Boekjes - zoals mijn exemplaar - zijn echter veel minder bekend of bewaard. Zo bevinden zich in particulier bezit vijf boekjes uit Aalsmeer met handgeschreven opdrachten (drie van Anna Benedicta Seli(j) uit 1744 en twee van Maria (Ambrosia) Goedhert), waarover zij in haar proefschrift schrijft (blz. 179). Er was haar echter geen ander voorbeeld van de bewoners van het Amsterdamse Begijnhof bekend. Dat maakt mijn exemplaar uniek. Wel bestaan er uit deze periode enkele prachtige devotieprentjes (in de collectie van Museum Ons' Lieve Heer op Solder), gemaakt door een Amsterdamse begijn, die ook telkens oproept tot gebed voor F.C. Dierout. Wat dat betreft; bidden voor de geestelijke vader, in dit geval pastoor F.C. Dierout, was meer regel dan uitzondering. Hij was niet alleen hun geestelijke begeleider maar onderwees de vrouwen ook als leraar in de Theologie.


Maria Keijser zal deze persoonlijke gift haar leven lang hebben gekoesterd. Anders dan nonnen legden begijnen namelijk geen gelofte van armoede af, waardoor zij in bezit bleven van hun persoonlijke eigendommen. Daartoe behoorden ongetwijfeld bijbeltjes, getijdenboekjes, religieuze traktaatjes en meer van dergelijke uitgaven.

Dat dit boekje in Gent werd gedrukt, hoeft ons niet te verbazen. Weliswaar kon het katholieke geloof in Amsterdam sinds de Alteratie (1578) uitsluitend nog in het verborgene worden beleden - zoals in schuilkerken of op het Begijnhof -, maar desondanks bestond er een bloeiende (ruil)handel tussen de katholieke boekverkopers en uitgevers in Amsterdam en hun collega's in de Zuidelijke Nederlanden. Veel boeken (en andere  devotionalia) werden in kisten verscheept van Antwerpen naar Amsterdam, bijvoorbeeld naar Theodorus Crajenschot (1716-1803).


Dit was een prominente katholieke boekverkoper, uitgever en papierverkoper in Amsterdam die een eigen drukkerij en winkel had ("In den Berg Sinaï"), op de hoek van de Herengracht en de Heisteeg. Hij stond bekend als een belangrijke importeur en uitgever van rooms-katholieke literatuur. In zijn catalogus van 1760 komt ook de - inmiddels - vierde druk van deze tweedelige uitgave (met twee kaarten) voor: "zeer nut en stigtig voor de Gelovigen" (verschenen bij Jan Meyer, Gent 1746. De approbatie is gedateerd 9 oktober 1742).
Er was in de toenmalige boekenwereld opmerkelijk weinig te merken van anti-katholieke repressie, concludeerde Lienke Paulina Leuven (1916-1994) al driekwart eeuw geleden in haar proefschrift: "De boekhandel te Amsterdam door katholieken gedreven tijdens de Republiek" (Amsterdam, 1951). Overigens weten we natuurlijk niet of mijn exemplaar ook via een Amsterdamse tussenhandelaar in handen van Maria kwam.
Het boekje kan ook direct in Gent (of elders in de Zuidelijke Nederlanden) zijn gekocht.


Wat is er van Maria Keijser terug te vinden in de archieven? Een belangrijke bron is het: "Register van Begijnen, met opgaaf van jaar en datum van aanneming en overlijden (1631-1914)". Daarin staat: "1734 Maria Keijser", met daarachter in een ander handschrift 'ob.' ('obit' = overleden), zonder exacte datum. Pastoor Dierout, die op dezelfde bladzijde onderaan staat, overleed op 8 september 1745 (Stadsarchief Amsterdam. Archief van het Begijnhof. Nr. 740, inv.nr. 73).
Volgende de Amsterdamse begraafregisters overleed Maria op 28 november 1745 en kreeg ze een graf in de Engelse kerk (EK) op het Begijnhof. Haar doop in Amsterdam vond plaats op 12 februari 1703 ('Maria de Keijzer'). Ze was de jongste van de vijf kinderen van Zacharias Berghman en Maria Huijberts (de Keijzer). Opmerkelijk is dat alleen bij haar doop en die van haar zuster Esther (1699) haar moeder 'De Keijzer' als achternaam gebruikte, en dat Maria niet de achternaam van haar vader aannam.

Rest ons - tot slot - nog één prangende vraag: hoe belandde haar boekje tweehonderd jaar later op een Franse veiling? Ik zou het u dolgraag vertellen. Als ik het wist...