vrijdag 20 januari 2023

Bij Scheltema Amsterdam, op de 4de verdieping...

Ik maak er tegenwoordig een gewoonte van om na mijn strooptocht over de vrijdagse Spui boekenmarkt ook boekhandel Scheltema aan het Rokin te bezoeken. Daar kan ik mij warmen aan de boekenberg en tevens mijn blaas op aangename wijze legen i.p.v. ongemakkelijk en gehaast in zo'n kouwe krul op één van de grachten. Vervolgens bezoek ik de kast met nieuw verschenen geschiedenisboeken over Amsterdam e.o. en blader wat door verschillende uitgaven die ik ooit nog wel eens zal kopen, maar voor tweedehands (kringloop)prijzen. 


Afgelopen december bijvoorbeeld trof ik daar een stapel aan met het boek van Ranjith Jayasena: "Graaf- en Modderwerk. Een archeologische stadsgeschiedenis van Amsterdam" (Amsterdam, 2020). De vroegste geschiedenis van de stad laat zich alleen door het bodemarchief kennen en ik heb een (jeugd)zwakte voor archeologie. Ik stond op het punt om er eentje af te rekenen bij de kassa, maar toen ik voor alle zekerheid Boekwinkeltjes raadpleegde zag ik daar een exemplaar - als nieuw en inclusief verzendkosten - voor twaalf euro! Meteen besteld dus... (Uiteindelijk - maar dat wist ik toen nog niet - zou ik er slechts vijf euro voor betalen, omdat de verkoper het boek thuis bezorgde op weg naar een afspraak).

De ware boekenliefhebber bezoekt bij Scheltema natuurlijk ook de bovenste, vierde, verdieping waar de antiquarische en tweedehandsboeken staan. Ik maak daar vaak een praatje met Marc de Jong (die ik ooit als 'jongste bediende' bij De Slegte in de Amsterdamse Kalverstraat leerde kennen). Dan gaat het natuurlijk over het boekenwereldje maar ook over wat er aan nieuws is binnengekomen. Vaak is dat relatief jong maar wel bijzonder drukwerk voor bescheiden prijzen. Voor een bibliofiele omnivoor - zoals ik - is de verleiding soms te groot en onlangs nog zijn er twee items verhuisd naar mijn bibliotheek.


De eerste trof ik daar afgelopen december aan op de toonbank; "Bajesmaf" (Amsterdam, 1974). Boekjes over de bajes, gevangenis, lik of hoe je het ook noemen wilt interesseren mij en ik schreef er al eens eerder over (zoals hier en hier). In september vorig jaar kocht ik nog via Marktplaats: "Uit de cel. Schetsen en beelden uit de gevangenis" (Amsterdam, 1876). Eén van de meer interessante uitgaven van predikant en veelschrijver E. Laurillard, fraai gebonden in groen linnen band met goud op snee. 

Toen ik nieuwsgierig bladerde door "Bajesmaf" zag ik dat deze uitgave is verschenen bij een tentoonstelling met tekeningen van Siet Zuyderland (met als thema de gevangenis) in het Stedelijk Museum Amsterdam. Het bleek al gauw niet zomaar een exemplaar, maar eentje met een handgeschreven gedicht van P.C. Hooftprijswinnaar (1994) H.J. Marsman, pseudoniem J. Bernlef (1937-2012). 

Het gedicht "Leeg Celinterieur" is gesigneerd en komt niet voor in het gedichtenoverzicht "Achter de rug. Gedichten 1960-1990" (Amsterdam, 1997)! Tevens heeft Siet Zuyderland daaronder zijn handtekening gezet, in een tekeningetje van traliewerk. Voor € 60,- werd ik de nieuwe eigenaar. 

"Leeg Celinterieur

De muren wachtend op hallucinaties 
het verankerd prikbord opgeschoven door 
de spiegel op een man zittend op bed 
die van de cementspetters voor zijn schoenen 
naar de matglazen celruitjes net zo lang 
wacht tot hij kijkt. 

J. Bernlef".


Van geheel andere aard is de tweede aanwinst waarop mijn oog vorige week viel.
De "Kunstlullenkalender 1993" (z.p. [Amsterdam], 1992)... Dertig jaar oude gekkigheid van de bovenste plank gedrukt (285 mm, hoog x 175 mm breed) in een bibliofiele oplage van 150 exemplaren in ongebruikte staat met een toelichting gedrukt op geel papier en een blauw buikbandje ("Let op Deze kalender kan voor sommige mensen schokkende beelden bevatten"). Wie heeft er nog eentje? Inmiddels zal het wel gaan om een uniek exemplaar...


Lay-out en opmaak zijn van ene Seth Jansen (die destijds een grafisch bedrijf had in de Derde Schinkelstraat 27 in Amsterdam) en de toelichting erbij vond ik wel komisch.
"'U had van te voren moeten zeggen wat voor kalender het zou zijn', zegt de binder tegen mij over de telefoon. 'Ik heb hier twintig dames rondlopen die ik moeilijk deze kalender in elkaar kan laten zetten. Dat moet ik de mannen laten doen. Maar dit gaat u wel 50 cent per kalender meer kosten, want dit moet s'avonds gebeuren als de vrouwen naar huis zijn. Het zijn nogal schokkende foto's, moet u weten'.
Ik biedt mijn excuses aan en sputter nog tegen dat de foto's toch niet echt schokkend bedoelt zijn. De man neemt genoegen met mijn excuses en hangt op.

Prettige kerstdagen en een voorspoedige jaarwisseling.

Seth Jansen".


Blijkbaar was Seth meer kunstzinnigs van plan want zijn "Kunstlullenkalender 1993" is "deel 1 uit de serie Hoogtijd". Voor een paar tientjes werd nummer 116 van mij. Het leek mij interessant om te horen wat de geschiedenis was achter deze malle kalender, onbekende uitgever en zijn spoorloos verdwenen uitgaven. Ik besloot een poging te wagen om in contact te komen met Seth Jansen en vond na wat Googelen een bruikbaar email-adres.
Ik ontving het hiernavolgende uitvoerig bericht van hem.


"Beste Perkamentus,

Dank voor de digitale toezending van de ‘Kunstlullenkalender’. Zo had ik het ook in mijn gedachten zitten, maar leuk om weer eens te bekijken en aan Mariette te laten zien. Hierbij wat informatie over mijzelf, mijn grafische activiteiten en - zo goed mogelijk - over ‘Hoogtijd’. Als je nog vragen/opmerkingen hebt dan hoor ik wel.
Fijne dag en groet,

Seth Jansen.

Ik ben geboren op 14 oktober 1964 in Hoorn en heb de Grafische MTS in Amsterdam voltooid in 1987. Daarna ben ik gaan werken als assistent grafisch vormgever bij NBBS reisorganisatie bij grafisch ontwerpers Jaap Jongert en Bas Oudt. We zaten toen in bij drukkerij Debussy Ellermans & Harms, Warmoesstraat Amsterdam. Ik heb daar anderhalf jaar gewerkt. In januari 1989 kocht ik mijn eerste Apple Macintosh SE, en begon ik voor mijzelf. Het waren de beginjaren van de overname van de Apple ontwerpcomputer in de grafische industrie. Veel losse vakgebieden (opmaak, typografie, fotografie, illustratie etc.) kwamen op den duur samen op de Apple. Dit leidde tot een revolutie in de grafische industrie, maar ook tot ontslagen en sluiten van allerlei soorten grafische bedrijven.

Ik ben zelfstandig (assistent)grafisch vormgever geweest van 1989 t/m 1999. Ik heb op diverse plekken gewerkt. Geldersekade/Kloveniersburgwal/Nieuwe Spiegelstraat (1989-1992), Derde Schinkelstraat (studio met andere zelfstandigen, 1992-1995) en Westlandgracht (thuis, 1995-1999).
Mijn opdrachtgevers waren o.a. particulieren, andere vormgevers (o.a. Lex Reitsma Stedelijk Museum, Nederlandse Opera), allerlei soorten kleine/grote bedrijven (drukkerijen en uitgeverijen (o.a. Meulenhoff, Spaarnestad, Weekbladpers)).

De Apple revolutie van de grafische industrie leverde veel werk op en omdat er nog niet veel mensen op een Apple werkten werd ik vaak binnen gehaald als whizzkid. Wat ik niet was, maar ‘in het land der blinden is 1-oog Koning’. In 1992 was ik bijzonder moe van al dat digitale werk voor anderen en de regelmatig 7-daagse werkweken.
Ik ben op de Grafische MTS nog opgeleid met loden letters, Heidelpers etc. en miste het ambacht van zelf maken. Zonder opdrachtgevers, deadlines, stress en geleuter van anderen. Met veel plezier een mooi grafisch uitgave maken. Zo is 'Hoogtijd' ontstaan. De onderwerpen waren zaken die mij bezighielden. Ik heb alles zelf betaald, maar weet niet meer wat de kosten waren.

'Hoogtijd' was niet echt voor de verkoop. Ik stuurde het naar mijn klanten, vrienden en bekenden. En nieuwe klanten als eigen presentatie i.v.m. ‘kijk dat kan ik nog meer’. Dat werd niet altijd op prijs gesteld. Diverse kalenders werden teruggestuurd. Of het onderwerp (bv. bij Mieke) werd niet begrepen of leidde tot schrikreacties (‘moet je geen hulp zoeken?’).

Ik heb de 'Kunstlullenkalender' en 'Mieke' (1 of 2 stuks) in consignatie aangeboden in een aantal boekhandels. Bv. in de Staalstraat, Amsterdam zit/zat een kunstboekhandel en Athenaeum, Spui, Amsterdam. Deze verkochten allerlei zelfgemaakte kleine oplage boekjes, leaflets etc. Ik ben wel eens teruggegaan naar deze winkels om te kijken of mijn uitgave er nog stond. En soms was dat ook zo. Maar ik heb nooit afgerekend met de winkel als de uitgave er niet meer stond. Het was gewoon leuk om daar een eigen uitgave op de plank te hebben staan. Er zijn vier delen 'Hoogtijd' gemaakt.


1. Kunstlullenkalender 1993 (1992).  

Oplage 150 exemplaren. Geen exemplaar in mijn bezit. Omslag 2 kleuren, binnenwerk zwart/wit. 
Ik heb lange tijd op verschillende adressen in de binnenstad van Amsterdam gewerkt en na het werk liep/fietste/ging ik stappen in het Wallengebied. Etalages zijn altijd leuk om te kijken. En de etalages van seksshops staan altijd vol en zijn heel kleurig. Ik heb destijds diverse seksshops bezocht om kunstlullen te bekijken/kopen. In de Warmoesstraat was destijds
(en is nog steeds) ook de Condomerie. Leuke kleurige winkel. Ik had bij elke maand een evenement bedacht dat bij de maand paste (maand oktober, Dierendag) en daar een kunstlul/voorwerp bij gezocht. 
Ik sta zelf niet in de kalender (februari/een vriend, september/een broer). Ik heb alles zelf gefotografeerd in zwart/wit, vanwege de te hoge kosten van vierkleurendruk.  
Het drukken/ afwerken leidde wel tot vragen bij de drukker. Het was geen doorsnee drukwerkje. De afwerker wilde het uiteindelijk wel afwerken, maar alleen als de vrouwelijke medewerkers er niet waren, na werktijd en ik moest ook extra betalen. Vandaar het later bijgevoegde briefje en verpakking met ‘let op’ sticker.  

2 Mieke (1994).  

Oplage onbekend. Geen exemplaar in mijn bezit. Boekwerkje, vierkant, 28 cm, Omslag 2 kleuren, binnenwerk zwart/wit. Omslag was rechts dicht. Om de inhoud te zien moest het omslag rechts opengeknipt worden. Vier zwart/wit foto’s, gemaakt door Jerzy Frigge, gedrukt op spinnenwebmotief transparant papier (wat in de fotoalbum zit tussen de pagina’s). 
Tussenblad mooi papier met tekstje.
Vernoemd naar Mieke Telkamp – Waarheen, waarvoor. Songtekst. Destijds een veel gevraagd lied op begrafenissen. Inspiratie Gavin Friday and Maurice Seezer - Each man kills the thing he loves. Songtekst. When you’re sad and when you’re lonely and you haven’t got a friend. Just remember that death is not the end. And all that you’ve held sacred, falls down and does not mend. Just remember that death is not the end. Not the end... not the end.
Onderwerp over depressie/zelfmoord/reïncarnatie. Foto 1. De middelen. 2. Uitvoering 3. Opbaring 4. De terugkomst. Ik was zelf het gefotografeerde onderwerp. Alweer jaren geleden kwam ik er bij toeval achter dat Mieke is opgenomen in de bibliotheek van het Rijksmuseum.

3. Kill da Fuck (1995).

Oplage 25 exemplaren. Geen exemplaar in mijn bezit. Affiche A1. Vierkleuren zeefdruk. 
Een vriend had apparatuur om te zeefdrukken. En daar heb ik staan zeefdrukken. Graffiti-achtig ontwerp met schietschijfpersoon (wat je op een schietschijf van de politie wel ziet in Amerikaanse films). Observatie over agressie in het verkeer. Ik reed veel op de fiets door het verkeer in Amsterdam en zag regelmatig veel agressie. De tekst op het affiche roept de agressieve verkeersdeelnemer op om vooral te relaxen en thuis voor het affiche te gaan staan en dan denkbeeldige te schieten op het doelwit. En dan roepend: ‘Kill-da-fuck’! 

4. Knijntje (1996). 

Oplage onbekend. Geen exemplaar in mijn bezit. 10 x 10 cm boekje. Vierkleurendruk op eigen betaalbare kleurenprinter/plotter. 
Handgebonden. Dat was net een nieuwe uitvinding van de industrie en zeer geschikt om kleine oplages te printen. 
Dick Bruna - Nijntje illustraties/kinderboekjes als inspiratiebron. Ik zag steeds meer familie/vrienden kinderen krijgen, maar dat leidde soms tot te weinig opvoeding en irritante kinderen. Klein boekje (4 pagina’s), elke pagina een digitaal gemaakte illustratie, over het kind dat de omgeving terroriseert.


Eind 1999 ben ik gestopt met mijn werk als zelfstandig grafische ontwerper. Het werd me allemaal te digitaal/technisch met veel programmeerwerk (internet) en te veel concurrentie met steeds lager wordende uurprijzen. Ik ben biologisch dynamisch landbouw gaan leren (tweejarige opleiding), heb gewerkt op de zaterdag Noordermarkt, Amsterdam (groenten/fruitboer) en bij allerlei gangbare/biologische boeren. 
Tussen 2005 t/m 2017 was ik zelfstandige tuinder/kok/organisator van tuinfeesten/trouwerijen van vruchtentuin den Heyligen Berg van Landgoed de Heijligenberg, Leusden.
Sinds 2018- heden ‘Lichtfladderaars’ samen met mijn vrouw Mariette. Grafisch vormgever, administrateur, manusje-van-alles. En vanaf eind 2019 ons nieuwe huis voor 95% zelf volledig gestript en duurzaam verbouwd (isolatie, gasloos, warmtepomp, zonnepanelen, waterrecycling)".

U begrijpt wel, waarde lezer, dat de overige deeltjes van de reeks 'Hoogtijd' inmiddels op mijn zoeklijstje staan. Ik heb weinig hoop, maar prijs mij gelukkig dat ik in ieder geval met mijn blog het verhaal achter deze bijzondere aanwinst - evenals de geschiedenis van de uitgever/vormgever en zijn reeks 'Hoogtijd' - aan de vergetelheid heb ontrukt.
Dat heeft die gelauwerde Bernlef niet nodig...

vrijdag 6 januari 2023

Het jaar geboekt, december 2022

In de rubriek 'Het jaar geboekt' (zie tabblad bovenaan) houd ik bij wat ik gedurende het lopende jaar per maand bij elkaar verzamel. Na afloop van de maand verplaats ik de lijst met aanwinsten naar de startpagina c.q. homepage en geef ik 'de cijfers'. In de rubriek blijven de voorgaande maand(en) als hyperlink aanwezig. Raadpleeg dus regelmatig de nieuwe rubriek om te zien of er aanwinsten zijn bijgekomen (of wacht op het maandoverzicht).

December 2022; de cijfers...

Totaal aantal objecten: 6.

Gekocht: 6.
Gekregen: 1.

Totaal uitgegeven: € 131,10 euro (incl. verzendkosten).
Gedeeld door 6 is gemiddeld: € 21,85 euro per object.

Via Boekwinkeltjes: 2 (3, 4).
Via kringloopwinkel: 1 (2).
Via Marktplaats: 2 (5, 6).
Via (online) antiquariaat: 1 (1).

Modern: 5 (1, 2, 3, 4, 7).
Old & rare: 2 (5, 6).

December 2022: de aanwinsten...

1. J. Bernlef (tekst) en Siet Zuyderland (beeld): "Bajesmaf - een bijzonderhedenboek over nederlandse gevangenissen" (Amsterdam, 1974). Uitgave verschenen bij de tentoonstelling in het Stedelijk Museum Amsterdam van (hierin gereproduceerde) tekeningen van Siet Zuyderland. Bijzonder exemplaar met handgeschreven onbekend gedicht van Bernlef: "Leeg celinterieur" (gesigneerd) dat niet voorkomt in het overzicht "Achter de rug. Gedichten 1960-1990" (Amsterdam, 1997). Tevens gesigneerd door Siet Zuyderland in een tekeningetje van traliewerk. Gekocht bij boekhandel Scheltema in Amsterdam voor € 60,- euro. Zie (binnenkort) ook mijn blog "Bij Scheltema Amsterdam, op de 4de verdieping...".  


2. I. Biesheuvel (vert.): "Middeleeuwse verhalen uit de lage landen" (Amsterdam, 2008). Kringloopvondst voor € 2,- euro meegenomen.


3. R. Jayasena: "Graaf- en Modderwerk. Een archeologische stadsgeschiedenis van Amsterdam" (Amsterdam, 2020). Voor mijn collectie boeken over de (archeologische) geschiedenis van Amsterdam. Gekocht via Boekwinkeltjes (en vervolgens door de verkoper langs gebracht) voor € 5,- euro.


4. E. Klijn en R. te Slaa: "De NSB. Twee werelden botsen, 1936-1940" (Amsterdam, 2021). Eindelijk het tweede deel gekocht via Boekwinkeltjes voor € 31,- euro (incl. verzendkosten). Net als deel 1 een vuistdik boek (999 bladzijden!). Dergelijke omvangrijke papierbergen zijn m.i. beter af als ingebonden uitgave in een linnen band met stofomslag. Nu weer wachten op het derde en laatste deel...


5. C.J. Gimpel: "Amsterdam in de Negentiende Eeuw" (Amsterdam, 1909). Oblong uitgave met 26 afbeeldingen (reproducties van tekeningen, gravures en foto's) van Amsterdam. Gekocht via Marktplaats voor € 19,10 euro (incl. verzendkosten). Ik had al - lang geleden - bij antiquaar Jos Wijnhoven van dezelfde auteur en uitgever: "Op en om den Overtoom van Anno 1601 tot heden" (Amsterdam, 1908) gekocht. Eveneens een oblong uitgave die antiquarisch zeldzamer is. 


6. Catalogus van N.W. Hesselmans & Zonen. Fabriek van lijkkistbeslag en rouwartikelen (Amsterdam, z.j. [ca. 1950]). Gekocht via Marktplaats voor € 14,- euro (incl. verzendkosten).


7. M. Hulsenboom: "Het was de avond voor het kerstfeest. In de bieb" (Tilburg, MMXXII). Kerstgroet van bestuur en redactie van Stichting Desiderata.


Ik wens al mijn trouwe Bloglezers, Twitter- en Mastodonvolgers, een gezond en voorspoedig 2023.

vrijdag 23 december 2022

Brandspuit-penningen van de Overtoom, Nieuwer- en Ouder-Amstel


Perkamentus antiquarius doet af en toe het tweede deel van zijn 'nom de plume' eer aan en koopt dan iets wat niet van papier is noch bibliofiel, maar wel antiek en/of van (lokaal) historisch belang. 
De laatste keer was dat een eind 17de -, begin 18de eeuwse geelkoperen onderwijsplak waarover u meer kunt lezen in: "'Ten eersten sal hy hebben een fraeye hantplacke'". Ditmaal gaat het om drie 18de eeuwse brandspuit-penningen; een van Nieuwer-Amstel (Amstelveen), een van Ouder-Amstel en een exemplaar van de Overtoom, die plotseling samen op Marktplaats werden aangeboden. 

Let wel brandspuit en niet brandweerpenningen, omdat er toen nog niet zoiets als een georganiseerde brandweer in loondienst bestond. De brandspuit werd bediend door een aantal daartoe aangewezen burgers/inwoners van de stadswijk of het dorp; de spuitgasten. Die spuitgasten waren in het bezit van brandspuit-penningen die feitelijk presentie-penningen waren. Daarnaast was het een legitimatiebewijs vergelijkbaar met de (ambachts)gilde-penning. Werden de spuitgasten opgeroepen voor een brand dan leverden ze hun penning ter registratie in bij de brandmeester of deponeerde deze in een collectebus bij (en soms aan) de spuit. De spuit(en) die het eerst bij de brand arriveerde(n) kregen vaak een premie. Op ongeoorloofde absentie stond een boete.


Het is niet de eerste keer dat ik dergelijke penningen tegenkom. In 1994 kocht ik al eens een exemplaar van Nieuwer-Amstel, gevonden in een weiland in Diemen en niet veel later een exemplaar van Ouder-Amstel op een verzamelaarsbeurs in Amstelveen (gevonden op Amstelveens grondgebied). Ik maakte er tekeningen en een beschrijving van voor: "Amstelveen in Vuur & Vlam 1792-1992" (Amstelveen, 1992. Historisch cahier nummer 1 van de Vereniging Historisch Amstelveen (VHA) en het verenigingsblad van de VHA: "Amstel Mare" (Jrg. 5, nr. 1, maart 1994). Beide exemplaren zouden zich thans in de collectie van deze lokaal historische vereniging moeten bevinden maar helaas deelde men mij onlangs mee dat die van Ouder-Amstel niet meer aanwezig is...


Brandspuit-penningen van grote steden zoals Amsterdam (met vanaf 1684 zestig wijken en nog veel meer brandspuiten) zijn niet zeldzaam en duiken regelmatig op bij veilingen en verzamelbeurzen. Soms afkomstig uit oudere collecties, maar ook wel als bodem (metaaldetector) vondsten. Mijn Amsterdamse brandspuit-penning van wijk 59 (het gebied rond de Amstelkerk, waar ook de brandspuit stond) kocht ik via een veiling voor € 61,20 euro (inclusief veiling- en verzendkosten). Het Amsterdam Museum beschikt over een zeer uitgebreide collectie penningen van diverse Amsterdamse stadswijken, maar ook over enkele zeldzamere exemplaren van omliggende ambachtsheerlijkheden en dorpen.

De onderzoeksmogelijkheden die internet tegenwoordig biedt brachten mij ertoe om mij opnieuw te verdiepen in deze materie. Wat is er feitelijk bekend over de brandspuit-penningen van Nieuwer-Amstel, Ouder-Amstel en de Overtoom uit (numismatische) literatuur en archieven? Liggen er exemplaren in openbare collecties en zo ja, hoeveel ongeveer en waar? Wat is er bekend over de gebruikte inscripties en afkortingen op de brandspuit-penningen, zijn er verschillende penningen binnen één gebied? Welke relevante stukken met betrekking tot mijn onderzoeksgebied bevinden zich in de oude archieven? Zijn er wellicht voorzichtig conclusies te trekken of komen we tot nieuwe inzichten? Werk aan de winkel dus.

LITERATUUR

Mijn onderzoek startte thuis in mijn bibliotheek en achter de PC. Ik vond al gauw een paar interessante uitgaven en literatuurverwijzingen. Bijvoorbeeld in de catalogus die verscheen bij de "Historische Tentoonstelling van Amsterdam gehouden in de Zomer van 1876" (Amsterdam, 1876, blz. 40). Daarin staan tientallen beschreven exemplaren; de meeste afkomstig uit de omvangrijke verzameling van kunsthandelaar en veilinghouder mr. Jeronimo de Vries (1776-1853). 


Daarnaast zijn er enkele numismatische uitgaven waarnaar vaak wordt verwezen, bijvoorbeeld: J. Dirks: "De Noord-Nederlandsche Gildepenningen, wetenschappelijk en historisch beschreven en afgebeeld door..." (Haarlem, 1878. Aanhangsel II, blz. 386).
Van de in Dirks besproken brandspuit-penningen van Nieuwer-Amstel (met een exemplaar gelijk aan de mijne) en Ouder-Amstel zijn begin jaren dertig in Amsterdam de gietmallen teruggevonden door gemeentelijk numismaat W.K.F. Zwierzina (Zie zijn artikel: "Gietmodellen van gilde- en brandspuitpenningen". In: "Amstelodamum: orgaan van het Genootschap Amstelodamum". Vol. 19 (1932), p. 73-75). Onbekend is waar deze gietmallen zich thans bevinden.
Ook lezenswaardig is L. Minard-Van Hoorebeke: "Description de Méreaux et jetons de présence, etc. des Gildes et Corps de Métiers, eglises, etc." (Gand, 1878, blz. 74-76, met exemplaren van Nieuwer- en Ouder-Amstel).
Daarnaast zijn via Google(Books) eenvoudig verwijzingen te vinden naar exemplaren in oude veiling- en tentoonstellingscatalogi. Het probleem van vrijwel al deze 19de eeuwse publicaties is dat de beschreven brandspuit-penningen vaak spoorloos zijn. De huidige locatie (collectie) is onbekend en er zullen in de tussentijd ook wel penningen verloren zijn gegaan.

Die onbekende huidige locatie geldt helaas ook voor de afgebeelde brandspuit-penningen in twee meer recente publicaties. Het gaat om P. Knijnsberg: "Brandspuitpenningen" (Amstelveen, 1986) en M. Nuijttens: "De brandspuitpenningen voor de Noord- en Zuidelijke Nederlanden" (Zegem, 1994).
Vooral Knijnsberg's publicatie, een kopie, uitgegeven in eigen beheer is moeilijk te vinden. Gelukkig beschikt de bibliotheek van de Nationale Numismatische Collectie (NCC), in beheer bij De Nederlandsche Bank (DNB) over een exemplaar en was de beheerder mij uiterst behulpzaam met het sturen van de PDF-files van beide publicaties. De uitgave van Knijnsberg bevat zestig afbeeldingen van Nederlandse brandspuit-penningen (meestal van beide zijden) zonder verdere toelichting. Vijf daarvan hebben betrekking op ons onderzoek. 


De uitgave van Nuijttens, met eveneens vijf exemplaren die ons interesseren (feitelijk vier, want één staat ook in Knijnsberg), doet niet veel meer. Na een kort voorwoord in maar liefst tien talen passeren in alfabetische volgorde tientallen afbeeldingen van Nederlandse en 'Belgische' brandspuit-penningen, soms met een korte toelichting. Ondanks hun onbekende huidige locatie heb ik toch al deze brandspuit-penningen uit Knijnsberg en Nuijttens aan het eind van mijn inventarisatie opgenomen omdat het interessante aanvullende informatie oplevert (en dat geldt ook voor enkele penningen in particulier bezit die ik aantrof op een Belgische website). 

INVENTARISATIE 

Bij het maken van deze inventarisatie heb ik mij geconcentreerd op de brandspuit-penningen van Nieuwer-Amstel (NA), Ouder-Amstel (OA) en de Overtoom (OT) die ik online kon traceren en lokaliseren in openbare/toegankelijke collecties. 
Een bijzonder vruchtbaar uitgangspunt bij de samenstelling bleek de Collectie Nederland. Die bevat honderden voorbeelden uit diverse openbare collecties met exemplaren uit de 17de t/m de 20ste eeuw van diverse steden en dorpen. In enkele gevallen had ik vervolgens contact met de desbetreffende conservatoren voor aanvullende gegevens. Voor hun vriendelijke medewerking ben ik ze dankbaar. In de hiernavolgende lijst treft u het resultaat van mijn zoektocht aan (klik eventueel op de hyperlink voor een afbeelding en aanvullende informatie).  

Collectie Perkamentus antiquarius (3 x).

NA    Op de spuit: HWO (Letters meegegoten. Hulp Waterspuit Overtoom?), boven de spuit: 39.

OA    Boven de kroon: W(ijk) 2.

OT    Voorzijde: OVERTOOM, onder de naam N(ummer) 2, boven de spuit: 45

Voorzijde (NA / OT / OA)

Achterzijde (NA /OT /OA)

Collectie VHA / Amstelveen (1 x).

NA    Op de spuit: HWO (Letters meegegoten. Hulp Waterspuit Overtoom?). 

OA    Boven de kroon W(ijk) 1. NB. Niet meer aanwezig in de collectie!


Collectie Museum Amstelland / Ouderkerk (1 x).

OA    Boven de kroon: W(ijk) 2.


Collectie Fries Museum / Leeuwarden (9 x).

N14219  NA    Op de spuit: Broeder Schap (Letters ingegraveerd. Politieke leuze, na 1795).
N14220  NA    Op de spuit: HWO (Letters meegegoten. Hulp Waterspuit Overtoom?).
N14221  NA    Op de spuit: KS (Letters ingegraveerd. Kleine Spuit?), boven de spuit:
N. 33 (draagoog).
N14222  NA    Op de spuit: D. UNIE (Letters ingegraveerd. Politieke leuze, na 1795).
N14223  NA    Op het wapenschild: W(ijk) 5, N6, boven de spuit: 65.
N14224  NA    Op het wapenschild: W(ijk) 8, op de spuit: GP (Letters ingegraveerd. Grote Pomp?)

N14230  OA    Boven de kroon: W(ijk) 2.
N14231  OA    Boven de kroon: W(ijk) 3, boven de spuit: 16.

N14232  OT    Voorzijde: OVERTOOM, onder de naam N(ummer) 2, boven de spuit: 60.

Collectie Amsterdam Museum / Amsterdam (10 x).


PB82      NA    Op het wapenschild: W(ijk) 8, op de spuit: CP (Letters ingegraveerd. Centrale Pomp?).
PB83      NA    Op het wapenschild: W(ijk) 5, N6, boven de spuit: 88.
PA1075  NA    Op de spuit: HWO (Letters meegegoten. Hulp Waterspuit Overtoom?).
PA1076  NA    Op de spuit: HWO (Letters meegegoten. Hulp Waterspuit Overtoom?).
PA384    NA    Op de spuit: WS (Letters meegegoten. Water(spuit) Sloten?).
PA385    NA    Op de spuit: KS (Letters ingegraveerd. Kleine Spuit?), boven de spuit: N. 34 (draagoog).
PA386    NA    Op de spuit: D. UNIE (Letters ingegraveerd. Politieke leuze, na 1795), boven de spuit: 5.
PA387    NA    Op het wapenschild: W(ijk) 5, N6, boven de spuit: 40.
PA388    NA    Op de spuit: Broeder Schap (Letters ingegraveerd. Politieke leuze, na 1795).

PB84      OA    Boven de kroon: W(ijk) 3, boven de spuit: 44.


Collectie Teylers Museum / Haarlem (1 x).

TMNK 05570  OA    Boven de kroon: W(ijk) 2

Collectie Geldmuseum (2 x).
In 2013 sloot het Geldmuseum zijn deuren. De collectie berust thans bij De Nederlandsche Bank (DNB).

GP-00320  NA    Op het wapenschild: W(ijk) 5N6, boven de spuit: 58.

GP-00324  OA    Boven de kroon: W(ijk) 3.

Collectie van Museum Gouda (1x).

Nr. 57252  NA    Op de spuit het jaartal 1753, boven de spuit 4.


Op de Belgische website 'Loden penningen-Méreau' kwam ik nog de volgende vier penningen tegen (in particulier bezit):

NA    Op de spuit 27, boven de spuit 30.
NA    Op de spuit: KS (Letters ingegraveerd. Kleine Spuit?), boven de spuit:
N. 12 (draagoog).

OA    Boven de kroon W(ijk) 1.

OT    Voorzijde: OVERTOOM, onder de naam N(ummer) 2, boven de spuit: 48.

NB. Een derde NA-exemplaar dat op deze website wordt omschreven als een (nota bene) 19de eeuwse brandspuit-penning van Nieuwer-Amstel wijkt zo af van de gebruikelijke vormgeving dat het m.i. vrijwel zeker gaat om een andersoortige penning.

In: P. Knijnsberg (5 x).

NA    Op de spuitHWO (Letters meegegoten. Hulp Waterspuit Overtoom?), boven de spuit: 59 (blz. 2, nr. 6).
NA    Op het wapenschild: W(ijk) 5N6 (blz. 17, nr. 6).

OA    Boven de kroon: W(ijk) 3, boven de spuit: 46 (blz. 3, nr. 8).
OA    Boven de kroon: W(ijk), nummer onleesbaar (blz. 18, nr. 8).

OT    Onder de naam N(ummer) (blz. 17). 

In: M. Nuijttens (4 x). 

NA    Op de spuit: HWO (Letters meegegoten. Hulp Waterspuit Overtoom?), boven de spuit: 59 (blz. 32 bovenste afbeelding). NB. deze wordt ook al door Knijnsberg gesignaleerd)
NA    Op de spuit: KS (Letters ingegraveerd. Kleine Spuit?), boven de spuit: N. 8 (draagoog, blz. 32 onderste afbeelding).

OA    Boven de kroon: W(ijk), nummer onleesbaar (blz. 34).

OT    Onder de naam N(ummer) 2 (blz. 35).
OT    Onder de naam N(ummer) 2, boven de spuit: 34 (blz. 43).
Nuijttens weet niet goed raad met deze penningen. Hij classificeert ze zowel onder Overtoom Oostzaandam (blz. 35) als onder Westzaandam-Overtoom (blz. 43). Straks meer daarover.


CONCLUSIES EN OPMERKINGEN

De slangenbrandspuit van Jan van der Heyden (1637-1712) werd pas in het laatste kwart van de 17de eeuw in Amsterdam geïntroduceerd (Het boven dit artikel geplaatste exemplaar bevindt zich in het Brandweermuseum Hellevoetsluis). Ze waren duur, vereisten instructies, bediening en regelmatig onderhoud. Met uitzondering van de Amsterdamse Overtoom zullen de omliggende dorpen en ambachten daarom pas in de loop van de 18de eeuw over een dergelijke - destijds moderne - brandspuit hebben beschikt. De door mij bestudeerde brandspuit-penningen zijn allemaal te dateren tussen circa 1690 en 1810.
Naar latere brandspuit-penningen, meestal geslagen (en met ingegraveerde inscripties), heb ik niet gezocht. Alle exemplaren die ik vond zijn gegoten van een messing, brons-/(geel) koperlegering. Exemplaren van edelmetaal (er bestaan bijvoorbeeld enkele fraaie zilveren Amsterdamse voorbeelden, zoals het hieronder getoonde exemplaar uit 1770) zijn voor wat betreft de Overtoom, Nieuwer- en Ouder-Amstel onbekend. 


Alle brandspuit-penningen zijn rond en ongeveer even groot (3.9 tot 4.2 cm.) en dik (3 tot 5 mm.). De brandspuit-penning van Nieuwer-Amstel (met op de spuit HWO) is het grootst (en dikst) en bovendien opvallend fijn gedetailleerd. Zo is bijvoorbeeld goed zichtbaar dat het wapenschild op deze penning een kaderlijn heeft die niet te zien is op veel andere exemplaren. Daaruit trek ik de conclusie dat er van de brandspuit-penning van Nieuwer-Amstel tenminste twee verschillende afgietsels in omloop waren.
Zowel de brandspuit-penning van de Overtoom als van Ouder-Amstel zijn veel grover uitgevoerd.

De brandspuit-penningen vertonen aan de voorzijde plaats- en locatiegegevens in de vorm van:
- Een wapenschild (NA).
- Een wapenschild plus plaatsnaam (OA).
- Plaatsnaam plus nummer (OT). 
Op de achterzijde staat een afbeelding van een draagbare brandspuit (zonder wielen/wagentje) met daar omheen een in zijn staart bijtende slang (Ouroboros).

Verder komen voor:
I. Op de voorzijde: een wijknummer. Van de brandspuit-penningen van Nieuwer-Amstel zijn alleen penningen met de wijknummers 5 en 8 overgeleverd. Deze penningen dateren vermoedelijk uit het laatste kwart van de 18de eeuw. Het ligt voor de hand dat er ook nog penningen met andere wijknummers in omloop waren want het 'register civique' van 1811 (enkele decennia later) vermeldt voor Nieuwer-Amstel 10 wijken, waaronder zich ook de Overtoom bevond. 
Het 'register civique' van Ouder-Amstel geeft geen wijkindeling. Van Ouder-Amstel zijn uitsluitend penningen met de wijknummers 1, 2 en 3 bekend (en uit niets blijkt dat er meer wijknummers in omloop waren). 
II. Op de achterzijde: het persoonlijk/unieke nummer van de spuitgast (boven de spuit).
Men nummerde in de loop der tijd en bij verandering van spuitgast(en) gewoon door. Overigens werd één brandspuit bediend door een team van ongeveer 40 personen. Dit verklaart de (soms) hoge nummering.

Daarnaast zien we op de penningen:
III. Meegegoten onveranderlijke gegevens/afkortingen zoals de naam 'OUDER-AMSTEL' plus de wijkaanduiding boven de kroon, de (veel voorkomende) afkorting 'HWO' en 'WS' op die van Nieuwer-Amstel alsmede de naam 'OVERTOOM'/'N2' op de Overtoomse brandspuit-penning. Van penningen uit andere plaatsen zijn voorbeelden bekend met meegegoten specifieke (spuitgast)taken zoals: 'AANDEBAK', 'SLANGLIJDER', 'AANDEPYP', 'AN.D ZUYGPOMP' en 'AAN VOERDER'.
IV. Overige (later aangebrachte) inscripties. Daartoe behoren bijvoorbeeld de politieke leuzen; (2 x) 'Broederschap' en (2 x) 'D. UNIE' ('De Unie'). De eerste is ontleend aan het Frans revolutionaire motto: 'vrijheid, gelijkheid, broederschap', dat na de bezetting van de Nederlanden door Frankrijk in 1795 zijn intrede deed. De tweede - uit dezelfde periode - verwijst naar het Unitarisme, een politieke stroming ten tijde van de Bataafse Republiek. Beide leuzen stonden ook op de brandspuit zoals blijkt uit een - in het oud archief van Nieuwer-Amstel - teruggevonden brief van brandmeester Dirk van Dam uit 1801. Deze penningen dateren dus uit het laatste decennium van de 18de eeuw. Van alle bekende Nederlandse brandspuit-penningen zijn er slechts een paar met een (ingeslagen) jaartal.
Eén daarvan is een exemplaar (NA) met op de spuit 1753, uit de collectie van het Museum Gouda.

ARCHIEF NIEUWER-AMSTEL

Het oud archief van het Ambacht Nieuwer-Amstel, met het Archief van de Ambachten Rietwijk, Rietwijkeroord en Rietwijkeroorderpolder (Stadsarchief Amsterdam, inv. nr. 5501) is helaas grotendeels verloren gegaan. Twee archiefnummers m.b.t. de brandweer resteren. Archiefnummer (238) bevat - in chronologische volgorde - de volgende keuren, bekendmakingen en 'ampliaties (aanvullingen/uitbreidingen) daarop.


1. "Nadere Ampliatie op de Brand-Keure (van 1 januari 1700) aan den Overtoom". Artikel 1. "Dat vermits nu een tweede Brandspuyt aangekoft is / de manschap tot beheering van dezelve twee spuyten zal worden vergroot / ende daar toe door Brandmeesteren aangestelt 80 man / ende die te verdeelen zodanig als Brandmeesteren raadzaam vinden en ordonneeren zullen" (1723).
2. "Ampliatie van de Keure en Ordonnantie op het Brand-Gereedschap aan den Overtoomze Weg" (1738)
3. "Keure en Ordonnantie op het blussen van brand, bergen der brandspuijt en gereedschappen daar toe behoorende Aan de Overtoomsche Weg" (1751). Handgeschreven keur waarin aan het eind verwezen wordt naar een eerdere keur met betrekking tot dit onderwerp van 11 december 1696.
4. Keur en ordonnantie met betrekking tot de inzet van extra brandspuiten van elders (m.n. van de stad Amsterdam) bij brand (1764).
5. "Keure en Ordonnantie op 't blussen van Brand, bergen der Brandspuyten en Gereedschappen daar toe behoorende, voor zoo verre het Jan Hanssen, Nieuwe Thuyn, Wenslouwer en Weespaaden, mitsgaders nog een kleyn paadje daar by geleegen, is concerneerende" (1783).
6. "Brand-Keure voor het dorp Amstelveen" (1792).
7. "Brand-Keure voor den Overtoom in Wyk 10, als meede aan de Slooter Zyde in Wyk 2" (1796).


8. Notificatie dat de functie van opper-brandmeester (behorende tot de taken van de schout) voortaan zal worden waargenomen door de tijdelijk president der Municipaliteit (= Burgemeester) tevens civiele aanklager (1798).
9. Notificatie op de voorgaande met betrekking tot het hatelijk en ongepast protest van enkele brandmeesters op deze 'heilzaame schikking' (1798).
10. "Extract uit het Register der Resolutien, van den agent van Inwendige Politie en toezicht op den staat van Dyken, Wegen en wateren der Bataafsche Republyk" (1798).
11. Notificatie waarin de brandmeesters van wijk 9 en 10 worden ontheven van hun post omdat zij weigeren de president van de Municipaliteit te erkennen als opper-brandmeester (1799).
12. Notificatie over het verzet van de brand- en wachtmeesters van wijk 9 en 10 alsmede enkele ingezetenen van die wijken over de voorgaande notificatie (1799).
13. Notificatie dat diegenen die betrokken zijn bij de brandspuit zijn vrijgesteld van dienst bij de gewapende burgermacht (1801).
14. Notificatie met gedeeltelijke herroeping van het voorgaande (1801).
15. "Generaale Brandkeure voor de gemeente van Nieuwer-Amstel" (Amstelveen, 1801).
Geeft in artikel 12 (blz. 14) belangrijke inlichtingen over de inscripties op de brandspuit penningen.
"En zal aan ieder van de geäffecteerdens (spuitgasten) gegeeven worden een exemplaar van dit Reglement, en een koperen Penning met Dorps Wapen en Nommer van de Wyk, aan de eene zyde daar op uitgebeeld, hebbende aan de andere zyde het Nommer, waarby de geäffecteerde op de Brandlyst bekend staat, en eene Brandspuit voor die tot de groote Pomp behooren, het woord kleine pomp voor die aan de kleine Pomp, het woord Slanghouder voor de Slanghouders, en het woord Agterslang voor die daar by behooren, om die tot een teken van haar Ampt, om by Brand door de bezetting te geraaken, te vertoonen, welke Penningen zy by verhuizinge, of dat elders heen voor langere tyd, op de vaart gaan, aan de Brandmeesters wederom zullen moeten geeven, op verbeurte van 25 stuivers, en die dezelve zullen komen te verliezen, zullen verbeuren zes stuivers, waar voor hun een nieuw zal worden gegeven".
16. Proclamatie van de municipaliteit aan de inwoners van wijk 3 en 4 over het nog steeds ontbreken van een brandspuit voor hun wijk (i.v.m. de hoge kosten) (1803).
17. Notificatie over vervanging van het 4de, 5de en 6de artikel (in deel II) van de generale brandkeur uit 1801 (1806).

Archiefnummer 239 bevat de al eerdergenoemde brief uit 1801 van Dirk van Dam, die al twee jaar fungeert als brandmeester "in de brandspuijt genaamt de Unie in Weyk 11" (bij het 'Jan Hansenpad', tegenwoordig Jan Hanzenstraat). 


ARCHIEF OUDER-AMSTEL

Rijker is het Archief van het Ambacht en Plaatselijk Bestuur van Ouder-Amstel (Stadsarchief Amsterdam, inv. nr. 5500). Vooral nr. 122. 'Stukken betreffende de brandspuiten en de bemanning 1761-1805' geeft een goed inzicht in de Ouder-Amstelse brandbestrijdings-organisatie in de tweede helft van de 18de eeuw. Het bevat een dossier uit 1767 met betrekking tot de aanschaf van twee nieuwe brandspuiten voor bijna 2400 gulden. Daarin is te lezen dat er een spuit stond in Duivendrecht en een spuit in het dorp Ouderkerk (wijk 1). Tevens blijkt hieruit dat na aankoop van de nieuwe spuiten de oude dorpsspuit niet werd afgedankt maar gereviseerd ten behoeve van de wijk De Ronde Hoep (en geplaatst bij de Stokkelaarsbrug). In het kostenoverzicht voor de nieuwe brandspuiten staat ook een post: "aan Gellius spies (Gallium spijs) voor 317 Kopere brandspuijt-penningen". 


Enkele bewaard gebleven bemanningslijsten van Ouder-Amstelse brandspuiten uit diezelfde tijd geven een indruk van het aantal man dat bij één spuit betrokken was. Bijvoorbeeld voor wijk 1 (het dorp Ouderkerk): 
1 Generale brandmeester, tevens voor wijk 2 (Jacob Boekweit, de dorpsschout),
4 Brandmeesters met 1 assistent,
1 Pijphouder met 4 assistenten tevens slang-houders,
2 Lantaarndragers,
1 Uithaalder en lapzakdrager met 1 assistent,
19 man aan de perspomp,
7 man aan de waterpomp,
1 Rollezer met 1 assistent.

DE OVERTOOM

Volgens de Amsterdamse stadshistoricus Jan Wagenaar (1709-1773) bezat Nieuwer-Amstel twee brandspuiten die ten dienste stonden van dit uitgestrekte ambacht en: "Aan den Overtoom, staan 'er ook twee, die, door de Ambagten van Nieuwer-Amstel en Slooten, in gemeenschap, onderhouden en gebruikt worden". Dat blijkt ook uit de archivalia waaronder een: "Brand-keure voor den Overtoom in Wyk 10, als meede aan de Slooter Zyde in Wyk 2" (1796).


Dit gemeenschappelijke gebruik van blusmiddelen bleef bestaan tot begin 19de eeuw, zoals blijkt uit artikel 8 (deel II, blz. 11) van de "Generaale Brand- en Wagt-Keure, voor de gemeente Sloten, Sloterdyk, Osdorp en de Vrye Geer" (Amsterdam z.j. [1815]). "Ingevalle er buiten deze Gemeente brand mogt zyn ontstaan zullen de Brandmeesters zich derwaarts niet mogen begeven, dan op hooge order van den Opper-Brandmeester dezer Gemeente. Hiervan word uitgesloten de spuit van den Overtoom, die in de verplichting blyft, volgens oude overeenkomst, om zich onder Nieuwer-Amstel ingeval van noodzakelykheid ter assistentie derwaarts te mogen begeven". 

De brandspuit-penning van de Overtoom verdient extra aandacht. Een overtoom is een scheepsoverhaal en daarvan waren er verschillende in Holland.


Alleen P. Knijnsberg schrijft de penning toe aan de Amsterdamse Overtoom, zonder uit te leggen waarom.
J. Dirks classificeert de penning onder Westzaan-Overtoom (blz. 387). M. Nuijttens weet het niet zeker en zet de penning daarom onder zowel Westzaandam-Overtoom als Overtoom Oostzaandam. 
Noch Dirks, noch Nuijttens geven daarvoor argumenten. Mogelijk kenden ze de Amsterdamse Overtoom niet of namen ze aan dat die onder de stad Amsterdam viel. Nuijttens toeschrijving aan Westzaandam-Overtoom - waarvan geen 18de eeuwse brandspuit-penning bekend is - baseerde hij vermoedelijk op het bestaan van een 19de eeuwse penning (1829) met het opschrift: "Brandspuit Westzaan Overtoom" (bladzijde 43, onderaan). Indien onze Overtoom penning op deze overhaal betrekking heeft waarom zou er dan alleen 'Overtoom' op de penning staan en niet zoals bij het exemplaar uit 1829 'Westzaan Overtoom'?
Ook de toeschrijving aan Overtoom Oostzaandam (waar de Oostzaner-Overtoom, thans Oostzanerwerf lag) is problematisch. Van de Oostzaner-Overtoom is namelijk wel een 18de eeuwse brandspuit-penning bekend met aan de voorzijde de karakteristieke drietandige vork (greep) uit het oude wapen van Oostzaan (en aan de achterkant de gebruikelijke afbeelding van een brandspuit). Indien onze 'Overtoom' penning betrekking zou hebben gehad op de aldaar gelegen scheepsoverhaal dan zou dit symbool uit het oude wapen beslist op de penning hebben gestaan.

Zijn er argumenten te vinden voor een definitieve toeschrijving van deze brandspuit-penning aan de Amsterdamse Overtoom (die nimmer over een eigen heraldisch wapen heeft beschikt)?
Ik denk van wel. Knijnsberg, Dirks en Nuijttens geven namelijk geen verklaring voor N2 onder de naam Overtoom op de penningen en juist deze twee elementen bij elkaar leiden tot een oplossing.
We hebben al gezien dat Amsterdam binnen zijn stadsmuren zestig wijken had, op de brandspuit-penningen aangeduid met een W plus het desbetreffende wijknummer. Rondom Amsterdam - buiten de stadsmuren en Singelgracht - lagen echter als een buffer ook nog enkele zogenaamde buitenwijken, genummerd 1 t/m 5.
Van deze buitenwijken (met vanaf 1789 hun eigen brandkeur) zijn twee brandspuit-penningen bewaard gebleven (1 en 4. NB. 2 en 5 staan vermeld in de eerdergenoemde catalogus uit 1876). Daarop staat geen W(ijknummer) maar een N, de eerste letter van Nummer, gevolgd door een cijfer plus een B (van Buitenwijk). Bijvoorbeeld: Nº1·B zoals op de penning van buitenwijk 1 hieronder.


De Overtoom lag in buitenwijk nummer 2 (N2!), zoals blijkt uit een publicatie uit 1829 (blz. 21/22), waarin de grens van deze buitenwijk aldus wordt beschreven; "De oude Wetering, van de Weteringspoort tot tegen over (de herberg) Stadlander, van daar, dwars door de Schagerlaan tot aan de Scheidpaal, staande aan den Heiligeweg (de Overtoom!); van dezen het Buiten-Gasthuis achterom, tot aan het Bolwerk Osdorp; voorts de Singel van dit Bolwerk af tot aan de Weteringspoort; en alles wat tusschen deze opgenoemde grenslijn is begrepen".
De jurisdictie van de stad Amsterdam over de Overtoom strekte zich uit tot de 'scheidpaal' (de 100 gaardenpaal) op ongeveer 370 meter vanaf de Singelgracht (1 roede was 3.68 meter). In dat gedeelte (aan het begin van de Overtoom bij Amsterdam) heeft ook de stadsspuit (Nº2·B) gestaan. Het overige gedeelte van deze langgerekte, industrierijke wijk behoorde tot de jurisdictie van het ambacht Nieuwer-Amstel.

Zoals uit de archivalia blijkt had de Amsterdamse Overtoom met zijn kruitmolens, katoendrukkerijen, herbergen, opslagloodsen en zijn gecompliceerde historische/juridische verhoudingen al aan het einde van de 17de eeuw een eigen brandspuit. Ik vermoed dat de brandspuit-penning van de Overtoom bij de eerste brandspuit(en) heeft behoord die daar in dienst kwam(en). In de loop van de 18de eeuw kwamen er brandspuiten bij, zoals de twee die volgens Wagenaar werden gedeeld door het ambacht Nieuwer-Amstel en het ambacht Sloten. Tenminste één daarvan bleef klaarstaan "om zich onder Nieuwer-Amstel ingeval van noodzakelykheid ter assistentie derwaarts te mogen begeven" (Vandaar dat ik de afkorting HWO op de Nieuwer-Amstelse brandspuit-penning heb geïnterpreteerd als 'Hulp Waterspuit Overtoom').  


TOT SLOT

Er is maar weinig onderzoek gedaan naar brandspuit-penningen. Een kort algemeen artikel werd gepubliceerd door J. Herweijer: "Brandspuitpenningen" (In de "Muntkoerier", oktober 1985, blz. 22/23). Daarnaast was - voor zover mij bekend - slechts drie keer eerder een penning uit een bepaalde stad onderwerp van studie. Eind 19de eeuw publiceerde Jhr. mr. M.W, Snoeck: "Eenige opmerkingen omtrent de ‘s-Hertogenbossche Brandspuitpenningen" en "Nog iets over de ‘s-Hertogenbossche Brandspuitpenningen" (In: "Tijdschrift van het Nederlandsch Genootschap voor Munt- en Penningkunde...", 5de jrg. 1897, blz. 39 t/m 43 en 6de jrg. 1898, blz. 48 t/m 54).
In 1987 beschreef N.L. Arkesteijn: "De Delftse brandspuit-penningen" (in: "De Beeldenaar", tweemaandelijks tijdschrift voor numismatiek en penningkunst (11de jrg. nr. 4, blz. 147 t/m 152) en in 1988 verscheen in hetzelfde blad: "De Goudse brandspuit-penningen" (13de jrg. nr. 1, blz. 246 t/m 247) van H.J. van der Wiel. De laatste twee zijn in PDF-formaat te raadplegen via de website van "De Beeldenaar".