vrijdag 27 maart 2026

Verplichte aanwinsten


Tijdens mijn eerste bezoek in 2026 aan de Amsterdamse Spui boekenmarkt vond ik enkele bijzondere uitgaven bij Axe van Maanen (van antiquariaat Klikspaan uit Leiden). Daaronder Pieter Burman's Neolatijnse lofdicht op de 'Grote Geus' Hendrik van Brederode (1531-1568): "Brederodius, seu libertatis Batavae secularia altera, in nonas Apriles anni MDCCLXVI incidentia. Carmine elegiaco celebrata in Illustri Amstelaedamensium Athenaeo D. XX. Octobris, ejusdem anni" (Amsterdam, 1766) alsmede de één jaar later verschenen Nederlandse vertaling: "Brederode of het tweede eeuwgetyde der Nederlandsche vryheid, verschenen den vyfden van april MDCCLXVI, in de doorluchtige schoole te Amsterdam den 20sten october deszelfden jaars met een' feestzang gevierd" (Amsterdam, 1767). De boekjes waren uiteraard apart geprijsd maar stonden gebroederlijk naast elkaar en daarom voelde ik mij min of meer verplicht ze beide aan te schaffen.


De auteur Pieter Burman (junior) oftewel Petrus Burmannus secundus (1713-1787) was vanaf 1742 werkzaam aan het Amsterdamse Athenaeum Illustre als hoogleraar welsprekendheid. Vanaf 1744 kwamen daar 'oosterse' talen en poëzie bij en in 1767 volgde vaderlandse geschiedenis. De Nederlandstalige uitgave werd gemaakt door Burmans vaste vertaler Antoni Hartsen (1719-1782), van beroep toneelschrijver en lid van het leesgezelschap 'Diligentiae Omnia'. Hartsen vertaalde niet alleen de tekst, hij schreef er ook een 'drempeldicht' bij. De uitgave wordt besloten met een lofdicht geschreven door P.A. Pla: "Op de dichtmatige redevoering, Brederode, ter vieringe van het tweede eeuwfeest der Bataafsche Vryheid, door den welëd. hooggeleerden heer Mr. Pieter Burman uitgesproken den 20sten van Wynmaand, 1766, te Amsterdam". De keuze voor de vrijwel onbekende Pieter Adriaan Pla (1738-1776) is merkwaardig. Pla verdiende zijn geld als koopman bij de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC), was geen schrijver of letterkundige maar meer een hobbyist/gelegenheidsdichter.
De STCN kent slechts twee afzonderlijke publicaties (gedichten) van hem. Hoe dan ook, Hartsens vertaling viel bij Burman in de smaak, zozeer zelfs dat deze hem als dank een door Govert Flinck geschilderd portret van Vondel cadeau gaf. Aardig detail van de vertaling van Hartsen vind ik de tekstopmaak. De uitgever/boekverkoper liet de Nederlandse vertaling per bladzijde, zin voor zin, gelijk lopen met de oorspronkelijke Neolatijnse uitgave. Je kunt beide teksten naast elkaar leggen en makkelijk vergelijken. Tot slot nog iets over de illustraties.
In de Neolatijnse uitgave is het titelvignet het stadswapen van Amsterdam.
In de Nederlandse vertaling daarentegen is het de afbeelding van een daalder van Hendrik van Brederode, geslagen in Vianen (1556-1568), getekend en gegraveerd door N.(Noach) van der Meer jr. (1721-1822). De enig illustratie die in beide uitgaven te vinden is, is een (zilveren) geuzenpenning gegraveerd door 'J.v.S.' (Jacobus van (der) Schley); deze werd voor de Nederlandstalige uitgave bijgewerkt met de later aan dergelijke penningen toegevoegde bedelnap en kalebasflesjes.


Beide uitgaven zijn door de vorige eigenaar voorzien van een nieuwe (half)perkamenten band. De Neolatijnse uitgave uit 1766 prijkt bovendien nog in zijn oorspronkelijke sitspapieren omslag.
Als nieuwe eigenaar voelde ik mij natuurlijk verplicht om daaraan de portretgravure toe te voegen van Petrus Burmannus Secundus door J. Houbraken (gedateerd 1759), naar een schilderij van J.M. Quinkhard uit 1758, met daaronder een Neolatijns gedicht van Janus Grotius (Jan de Groot). 


Er bevindt zich voorin nog een andere toevoeging (van de vorige eigenaar?). Het is een groot kennelijk los uitgegeven plano (32.4 cm. breed en bijna 41 cm. hoog) eenzijdig bedrukt met een Italiaans lof-sonnet (Petrarca-sonnet) op Burmans 'Brederodius', waarvan de tekst zich ook onder de andere loftuitingen in deze uitgave bevindt. Het is - voor zover ik kon nagaan - een uniek exemplaar en opmerkelijk bovendien want alle overige veertien lofdichten achterin (blz. 59 t/m blz. 100) zijn in het Neolatijn! Zijn daarvan destijds ook apart losse exemplaren op dit formaat uitgegeven? Wie het weet mag het zeggen...


Wat het sonnet zelf betreft vallen twee dingen op. Ten eerste zit er een woordverschil in de tekst tussen beide. Op de plano luidt de eerste zin: "Dell' astuto (slimme/sluwe) Filippo allor che in cuore", maar in de uitgave staat: "Del' Macedon (Macedonische) Filippo allor che in cuore"... Ten tweede is dit sonnet, anders dan alle overige Neolatijnse lofdichten, niet voluit door de auteur ondertekend maar alleen met diens (vermoedelijke) initialen 'D.M.G' (D.D., direct daaronder, zal wel staan voor 'Donum Dedit' wat 'ten geschenke gegeven' betekent). De grote vraag is natuurlijk wie D.M.G., de auteur van dit Italiaanse buitenbeentje, was?


Ik raadpleegde mijn bibliotheek, internetbronnen en via de mail verschillende deskundigen (Ton Jongenelen en Cor de Vries) maar vond en kreeg helaas geen antwoord. De auteurs van de overige veertien lofdichten zijn min of meer bekend. Zij waren nauw met elkaar verbonden door vriendschap, studie en/of literair genootschap. Het zijn:

1. Adrianus van Royen/Adriaan van Royen (1704-1797). Arts, botanicus, hoogleraar aan de Leidse Universiteit (tijdelijk rector magnificus in 1770).
2. J. Schrader/Johannes Schrader (1721-1783). Leerling van Pieter Burman, Praelector in de Geschiedenis en welsprekendheid later hoogleraar aan de Universiteit van Franeker.
3. Janus Grotius/Jan de Groot (1713-1784). Advocaat van het Hof van Holland in Den Haag. Santhorster Kring.
4. Carolus Antonius Wetstenius J.C./Carel Antoni de Wetstein (1742-1797). Neolatijns letterkundige en Leids rechtsgeleerde.
5. Henricus Verheyk/Jan Hendrik Verheijk (1725-1784), Rector van de Latijnse school in Amsterdam,
6. A. Kluit/Adriaan Kluit (1735-1807). Hoogleraar geschiedenis, staathuishoudkunde en taalkunde aan de Leidse Universiteit.
7. Isaacus de Leeuw/Izaack de Leeuw (1740-1775). Predikant.
8. Petrus Dausy (1732-1785). In 1769 aangesteld als rector van de Latijnse school in Gouda. (ca. 50 leerlingen) en daarna vanaf 1784 in Amsterdam.
9. Henricus Bolt (1740-17(90?)). Praeceptor der Latijnsche school eerst te Haarlem, later in Amsterdam.
10. Laurentius van Santen/Laurens van Santen (1746-1798). Leerling van Pieter Burman, Classicus en rechtsgeleerde. Lid van 'Diligentiae Omnia'. Santhorster kring.
11. Gerardus/Gerrit Hooft junior (1750-1768). Leerling van Pieter Burman. Stadssecretaris van Amsterdam. Latijns dichter. Santhorster Kring.
12. H.Z. Couderc/Henrij Zacharia Couderc (1748-1826). Leerling van Pieter Burman. Leids rechtenstudent.
13. Lambertus Schepper (midden 18de eeuw). Leerling van Pieter Burman. Latijns dichter. De STCN kent van hem twee publicatie's uit 1763 en 1768.
14. D.M.G.?
15. Janus Helvetius F.R.S./Johannes Helvetius (1722-1772). Rechtsgeleerde. Lid van 'Diligentiae Omnia'. Santhorster Kring.

Zoals u kunt zien behoorden verschillende van hen tot de zogenaamde Santhorster Kring die (zo blijkt uit documenten in het archief Van Lennep) rond 1751 werd opgericht. Dit was een netwerk van vrienden, politieke en literaire geestverwanten (Neolatijnse poëzie!) rondom Pieter Burman. De leden kwamen regelmatig bijeen op zijn buitenplaats Santhorst bij Wassenaar (afgebroken in 1869).


"Op Santhorst werden geregeld bijeenkomsten georganiseerd ter herdenking van ijkpunten der vaderlandse vrijheid. Bij deze gelegenheden maakten de Santhorsters gelegenheidsgedichten die soms (anoniem) naar buiten werden gebracht. De wijze waarop de republikeinse vrijheid werd opgehangen aan historische figuren (Bredero, Vondel, De Groot) of gebeurtenissen (de inname van Den Briel) stuitte bij de Oranjepartij en de gereformeerde kerk op veel weerstand. Het burgerlijke vrijheidsideaal werd in hun uitingen veel breder uitgemeten dan de politieke correctheid toestond. De Santhorsters ontleenden hun voorstellen niet alleen aan de vaderlandse geschiedenis, maar ook aan de actualiteit.
Zij herkenden hun eigen idealen in de ter dood veroordeelde Franse protestant Jean Calas, in de Corsicaanse vrijheidsstrijder Pascal Paoli en in George Washington, de leider van de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog. In deze gedichten is vrijwel altijd sprake van vrijheid en tolerantie op geloofsgebied, en van verzet tegen iedere inperking van de politieke vrijheid. Dat lijkt weinig schokkend, maar in de toenmalige verhoudingen betekende het een controversieel pleidooi voor deelname van alle niet-gereformeerde geloofsgroepen aan het bestuur. Santhorst verkreeg landelijke bekendheid als dé plek waar met een beroep op oude republikeinse waarden en ‘De Vrijheid’ het bestaande bestel onder vuur werd genomen. Santhorsters stonden een staatsgezinde politiek voor zoals die in hun ogen gestalte had gekregen in het zeventiende eeuwse Amsterdam. Alleen een politiek systeem dat alle burgerlijke vrijheden waarborgde was voor hen de moeite waard. [-] Aan regels had het gezelschap een broertje dood. Er was geen vaste genootschapsdag en een statuut, manifest of reglement ontbrak" (C. de Vries: "Laurens van Santen: de vrijheid beminnen op Santhorst" in: "Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman", jrg. 35, 2012). 

De enig bekende regel die men naleefde (volgens Burman zelf) was dat men een toast uitbracht op de vijf V's; Vaderland, Vrijheid, Vriendschap, Vrede, Verdraagzaamheid.
In 1772 viel er steen in de V van vijver... Een steen in de vorm van een anoniem pamflet:
"De onveranderlyke Santhorstsche geloofsbelydenis. In rym gebracht door eene zuster der Santhorstsche gemeente." (z.p., z.j. [1772], waarvan de auteur niemand anders bleek te zijn dan de bekende Nederlandse schrijfster Elisabeth (Betje) Wolff-Bekker (1738-1804).
Opeens stond die besloten en geheimzinnige Santhorster kring (overigens tot groot ongenoegen van Pieter Burman) volop in de schijnwerpers. Het pamflet veroorzaakte grote opschudding en lokte hevige reacties uit van orthodoxe zijde. Zozeer zelfs dat Betje's echtgenoot, dominee Adrianus Wolff, op alle commotie reageerde met een "Brief over de Santhorstsche geloofsbelydenis (Hoorn/Amsterdam, 1772) en duidelijk partij koos voor zijn in opspraak geraakte vrouw.


"De onveranderlyke Santhorstsche geloofsbelydenis" moet een populair stukje zijn geweest want er bestaan diverse edities van. De tekst werd uitgegeven met twee andere stukjes van haar hand; "De menuet en de domineespruik" en "Vergeefsche Raad", die verder niets met elkaar te maken hebben. In openbare (universiteits)bibliotheken zijn de diverse edities goed vertegenwoordigd maar antiquarisch is het schaars goed. Toevallig werd er op internet één exemplaar aangeboden door een antiquariaat in Groningen en dat buitenkansje verplichtte mij dit (volgens de schrijfster) "badinant stukje" van haar te kopen voor mijn bibliotheek.
Over dit geruchtmakende pamflet (vormgeving en inhoud) en de Santhorster kring is door literatuurhistoricus André Hanou (1941-2011) geschreven in: "Wolff in schaapsvel; de onveranderlyke Santhortsche geloofsbelydenis" (in: "De achttiende eeuw, Documentatieblad van de werkgroep achttiende eeuw", jrg. 35, 2000). Bijzonder interessante historisch-letterkundige kost die iedereen die dat interesseert verplicht om de in datzelfde jaar bij uitgeverij Astraea (Leiden) verschenen, moderne teksteditie aan te schaffen (met uitvoerige inleiding en commentaar van Hanou). Intussen ben ik alweer naarstig op zoek naar nieuwe 'verplichtingen' c.q. bibliofiele avonturen waarvan ik u deelgenoot kan maken door er over te schrijven op mijn blog. Ik hoop dat u ze welwillend en met genoegen zult lezen (maar voel u vooral niet verplicht).

vrijdag 6 maart 2026

Het jaar geboekt, februari 2026

In 'Het jaar geboekt, [maand en jaar]' houd ik bij wat ik gedurende een maand bij elkaar verzamel inclusief 'de cijfers', soms met toelichting en/of opmerkingen. Ik begon hiermee in 2018, aanvankelijk als aparte rubriek (onder een eigen tabblad). Met ingang van 2024 publiceer ik mijn maandoverzichten direct op de 'homepage'. Na afloop van het jaar geef ik een totaaloverzicht in '[Jaar] geboekt. Een jaar in feiten en cijfers'.

Februari 2026; de cijfers...

Totaal aantal objecten: 8.

Gekocht: 7.
Gekregen: 1.

Totaal uitgegeven: € 150,25 euro (incl. verzendkosten).
Gedeeld door 7 is gemiddeld: € 21,46  euro per object.

Via kringloopwinkel: 3 (1, 2, 3).
Via (online) antiquariaat: 2 (5.a., 5.b.).
Via boekenmarkt: 2 (6, 7).

Modern: 5 (1, 2, 3, 6, 7).
Marge & klein bibliofiel drukwerk: 1 (4).
Old & rare: 2 (5.a., 5.b.).

Februari 2026: de aanwinsten...

Bij mijn lokale kringloop kocht ik deze maand drie uitgaven (1, 2, 3) voor in totaal € 5.25 euro.

1. Ch.N. Martin: "Heeft het UUR H voor de wereld geslagen?" (Haarlem, 1955). Charles Noël Martin (1923-2005) was een frans nucleair fysicus die verschillende publicaties op zijn naam heeft staan waaronder: "L'Heure H a-t-elle sonnė pour le monde?". Het bleek een bestseller die binnen een jaar in veertien talen werd vertaald (in het Nederlands door dr. R. van Campen). Er verscheen zelfs een tweede druk in 1957, echter... noch de eerste, noch de tweede druk, wordt antiquarisch aangeboden.


2. C. Lustig: "Botshollers gezocht. Bewoningsgeschiedenis van een klein stukje Botshol" (Abcoude, 2006).
Samen met de volgende aanwinst voor mijn plankje lokale geschiedenis/Amstelland.


3. P. van Schaik: "Ouder-Amstel. De oostkant van de Amstel in de stroom van de tijd" (Ouderkerk aan de Amstel, 2007).

4. G. Bomans: "25.000 boeken" (Tilburg, 2026). Uitgave van de Desideratum-Pers. Oplage 100 met de hand genummerde exemplaren in grijze omslag. Perkamentus ontving nummer 22. "Discussies met 'huisgenoten' over de hoeveelheid boeken, zal menig lezer van dit verhaal niet onbekend voorkomen. Het is met name voor hen dat deze tekst opnieuw is uitgegeven".


5.a. Portretlitho van J. Koning door H.J. Backer en 
5.b. Portretgravure van Petrus Burmannus Secundus (met Neolatijns gedicht) door J. Houbraken (1759). De portretlitho heb ik toegevoegd aan nr. 1 en de portretgravure aan nr. 4 van mijn januari-aanwinsten 2026. Beide gekocht bij antiquariaat Goltzius voor totaal € 110,- euro. 


Op de Amsterdamse Spui boekenmarkt kocht ik bij het Leidse antiquariaat Klikspaan twee moderne uitgaven (6 en 7) voor bij elkaar € 35,- euro.

6. D. Wouts: "De Librije van Enkhuizen" (Amsterdam, 2025). Tweedelige gebonden uitgave (met stofomslag). Deel één over de geschiedenis van de bibliotheek en deel twee de uitgebreide (bibliotheek)catalogus. Gekocht omdat ik sinds 2017 een exemplaar bezit van de zeldzame (tweede) bibliotheekcatalogus uit 1761 waarover ik schreef in "Bibliotheca Enchusana". Wouts vermeldt dat de rekening voor het drukken van deze achttiende eeuwse catalogus door Jan van Giessen bewaard is gebleven. Daaruit blijkt dat hij maar 50 exemplaren drukte. Wouts vond daarvan nog zeven exemplaren in diverse instellingen en één in particuliere bezit (Deel 1, blz. 150, noot 12 en 14). Mijn (achtste) exemplaar is aan haar aandacht ontsnapt. Jammer, maar zo begrijpt u meteen waarom het ook voor boekhistorici loont regelmatig kennis te nemen van mijn onvolprezen blog...


7. Willem Procurator: "Kroniek" (Hilversum, 2001). Vertaling uit het Latijn door M. Gumbert-Hepp en J.P. Gumbert van deze vroeg veertiende eeuwse kroniek (1262-1332). Het middeleeuwse manuscript verscheen voor het eerst in druk in de kroniekenserie van Antonius Matthaeus III (1635-1710): "Veteris aevi analecta seu vetera monumenta hactenus nondum visa...". Uiteraard staat die serie (de herdruk uit 1738, gebonden in perkament) ook in mijn bibliotheek, naast tal van andere Nederlandse kronieken. Ik verzamel al geruime tijd dergelijke Middeleeuwse bronnen voor de Nederlandse geschiedenis, zowel de eerste gedrukte edities uit de 17de, 18de en 19de eeuw, alsmede de moderne wetenschappelijke heruitgaven.

vrijdag 20 februari 2026

2025 geboekt. Een jaar in feiten en cijfers


2025 was een uiterst succesvol jaar, vol bijzondere aanwinsten. Zo verwierf ik maar liefst twee schaarse zeventiende eeuwse stadsbeschrijvingen van Amsterdam en vier achttiende eeuwse seriewerken. Boeken waarvan ik dertig jaar geleden dacht dat ik ze vermoedelijk nooit voor een redelijk bedrag zou tegenkomen (zoals een compleet derde deel (Amstelland) uit de serie van Van Ollefen: "De Nederlandsche stad- en dorp-beschrijver") kwamen plotseling en/of toevallig binnen handbereik.

Ook een deelverzameling in de bestaande collectie kreeg een upgrade. Zoals u hier kunt lezen voorzag de internationaal bekende grafisch ontwerper Irma Boom alle door haar vormgegeven boeken in mijn collectie - die nog niet waren gesigneerd - van haar handtekening.


Met dit achtste jaaroverzicht, samengesteld op basis van de maandoverzichten, wordt wederom duidelijk wat, waar en voor welke bedragen ik mijn objecten (boeken) kocht.
Het afgelopen jaar verschenen 25 blogs, waaronder twaalf maandoverzichten. Van alle blogs die ik in 2025 schreef waar de drie meestgelezen:



Het maandelijkse uitgavenpatroon zag er in 2025 als volgt uit.
1. Januari: uitgegeven € 216,09 euro voor 6 objecten is € 36,01 euro per object
(3 gekregen).
2. Februari: uitgegeven € 512,35 euro voor 5 objecten is € 102,47 euro per object
(1 gekregen).
3. Maart: uitgegeven € 587,25 euro voor 7 objecten is €83,89 euro per object.
4. April: uitgegeven € 207,70 euro voor 6 objecten is € 34,62 euro per object
5. Mei: uitgegeven € 332,75 euro voor 8 objecten is € 41,59 euro per object
(1 gekregen).
6. Juni: uitgegeven € 216,25 euro voor 9 objecten is € 24,11 euro per object.
7. Juli: uitgegeven € 29,94 euro voor 3 objecten is € 9,98 euro per object
(1 gekregen).
8. Augustus: uitgegeven € 434,- euro voor 14 objecten is € 31,- euro per object.
9. September: uitgegeven € 4.805,- euro voor 7 objecten is € 800,83 euro per object
(1 gekregen).
10. Oktober: uitgegeven € 135,85 euro voor 3 objecten is € 45,28 euro per object.
11. November: uitgegeven € 496,- euro voor 4 objecten is € 124,- euro per object.
12. December: uitgegeven € 68,45 euro voor 7 objecten is € 9,78 euro per object (1 gekregen).

Totaal uitgegeven: € 8.041,63 euro (2024: € 3.639,88 euro) voor 79 objecten (2024: 85) is
€ 103,10 euro per object (2024: € 42,82 euro). 8 objecten kreeg ik (2024: 8).

Ten opzichte van 2024 gaf ik veel meer uit (ruim € 4000,- euro) maar dat hoge bedrag komt vrijwel geheel voor rekening van de maand september toen ik een topstuk kocht; Amsterdams eerste en oudste stadsgeschiedenis geschreven door J.I. Pontanus: "Rerum et urbis Amstelodamensium historia. In quae Hollandiae primum atque inde Amstelandiae oppidiq[ue] natalis, exordia, progressus, privilegia, statuta eventaque [] mirabiliacum novis urbis incrementis commerciisque ac navigationibus longinquis, aliaque ad politiam spectantia [..]" (Amstelodami, 1611). Laten we mijn kostbare septemberbezoek bij antiquariaat Brinkman buiten beschouwing dan wijkt het totale kostenplaatje niet significant af van voorgaande jaren.


Voor mijn boekbinder Hans Pieterse had ik het afgelopen jaar twee klusjes. Via Marktplaats vond ik in april (zie mijn aanwinsten van die maand, nr. 1): "Fingal, an ancient epic poem, in six books: together with several other poems, composed by Ossian the son of Fingal" (London, 1762). Een beroemde falsificatie geschreven door J. Macpherson. De oude versleten leren band werd door Hans verwijderd en vervangen door een band van oud perkament (met ribben) met daarop het oude titelschildje. De kosten van deze operatie bedroegen € 242,- euro. In december bezocht ik hem om de leren ruggen te laten restaureren van de zesdelige serie: "Kabinet van Nederlandsche en Kleefsche Oudheden...", die ik via Octopus biblio (Ebay) kocht (zie mijn aanwinsten van de maand november, nr. 1). Dat kostte € 360,- euro. In totaal gaf ik bij hem dus € 602,- euro uit (in 2024 € 822,80 euro)


Waar vond en kocht Perkamentus zijn aanwinsten in 2025? Het totaallijstje (met tussen haakjes de cijfers van 2024) ziet er ditmaal als volgt uit:

- Boekwinkeltjes: 3 (5).
- kringloopwinkel: 29 (35).
- boekhandel: 3 (5).
- drukker/uitgever: 5 (1).
- boekenmarkt: 16 (10).
- (online) antiquariaat: 8 (5).
- Marktplaats: 10 (17).
- Bubb Kuyper veiling: 3 (4).
- Ebay: 2 (1).

Net als voorgaande jaren had de kringloop weer een significant aandeel in de aanwinsten. Mijn bezoek aan de Deventer boekenmarkt had uiteraard invloed op de stijging in die categorie


Kijken we vervolgens naar de verdeling in categorieën met tussen haakjes de cijfers van 2024.

- Modern: 38 (40).
- Marge & klein bibliofiel drukwerk: 7 (7).
- Old & rare: 42 (96).

Minder 'old & rare' maar wel duurder en van een hoge kwaliteit...

In het afgelopen jaar nam Perkamentus met een aantal objecten uit zijn collectie anti-conceptiebrochures deel aan de tentoonstelling "Laden en Lossen" in het Cultuurhistorisch Centrum Loppersum. Daarnaast werd in CTC-News (Magazin des Club of Ticket Collectors e.V.) door Willem Boorsma geschreven over Nederlands oudste openbaar vervoersbewijs (in mijn bezit). Tot slot verscheen het omvangrijke naslagwerk: "Brandspuitpenningen in de Lage landen", waarin veel informatie staat afkomstig uit dit blog! Deze drie wapenfeiten kunt u ook terugvinden onder het tabblad 'Perkamentus elders'.


Mijn blogredacteur Reinder Storm, conservator cartografie en reizen bij het Allard Pierson van de Universiteit van Amsterdam, heeft alle verhalende blogs in 2025 wederom 'ontspijkerd' waarvoor ik nogmaals mijn grote dank betuig. Begin december 2025 ging Reinder met vervroegd pensioen. Tijdens een druk bezocht afscheidssymposium werd, ter zijner ere en als dank voor de jarenlange plezierige en inspirerende samenwerking, een door diverse collega's samengestelde cartografische uitgave gepresenteerd: "Evert Maaskamp (1769-1834): Amsterdams kaart- en boekuitgever in roerige tijden" (Zwolle, 2025). 

Tot besluit kan ik u meedelen dat na vele jaren mijn visitekaartjes op waren. Inmiddels ben ik weer voorzien van een nieuwe kaartje. Hieronder ziet u de voor- en achterzijde van zowel het oude (links) als het nieuwe visitekaartje (rechts).