Deze documenten kwamen niet los aanwaaien. Ze waren samengevoegd in een vroeg-negentiende-eeuwse papieren omslag met de handgeschreven titel: "Schendstukken, enz. 18e eeuw". Rechtsboven op het omslag staat doorgekrast "
Het gaat om vijf schotschriften (paskwillen) die waarschijnlijk afkomstig zijn uit het familiearchief Van Vredenburch, dat thans in het Nationaal Archief in Den Haag wordt bewaard (Archiefnummer 3.20.61.02). Mogelijk zijn ze verzameld door Jacob van Vredenburch (1744-1814), die destijds verschillende bestuursfuncties bekleedde in Delft.
Anonieme hekelschriften, schunnige liedjes en spottende gedichten circuleerden mondeling vaak al lang en breed, voordat ze werden opgeschreven en gedrukt. Geen van deze vijf teksten heeft echter de drukpers gezien om als eenbladsdruk of pamflet te worden vereeuwigd. Naar welke historische context ze precies verwijzen is voor de lezer anno 2026 niet altijd meteen duidelijk, desondanks kon ik ze (de laatste met enige moeite) koppelen aan specifieke historische gebeurtenissen of personen.
Bij de vestiging van de Bataafse Republiek in 1795 moesten zittende bestuurders en ambtenaren een eed van trouw zweren aan het nieuwe regime en de "Rechten van de Mens en de Burger". Veel Orangisten weigerden dit uit principe, terwijl anderen de eed uit eigenbelang of onder dwang toch aflegden. Het gedicht beschrijft hoe integere bestuurders (de Orangisten) de raadzaal werden uitgezet omdat ze weigerden de nieuwe eed te zweren, terwijl opportunisten ("Eeddoenders") bleven zitten door "valschelijk" te zweren.
A. 1787 (Pruisische inval). Dubbelzijdig beschreven papiertje (10 cm. x 12.5 cm.) Frans/Nederlands.
"Couplet a L'occasion de la deliverance de la Hollande
Ci git Madame la Cabale
Originaire de Paris
Qui d'une main folle & Brutalle,
Vendoit la Hollande a Louis;
Quoique nourri de fleurs d'Orange
Un petit Saumoneau du Rhin,
Ingrat, soutenoit ce dessin
Se gontlant d'orgueil dans la Fange
Lorsqu'un Aigle, brillant, grand, valeureux & fort,
D'un coup d'aile en passant sur lui donner la mort.
Grafschrift op Mevrouw de Patriotische Cabaal.
Hier legt Mevrouw Cabaal begraaven
Geboortig van Parijs
Zij gav, verblindt, door Fransche gaaven
Het land aan Lodewijk ten prijs.
Gevoed door malsche oranje vrugte
Wou 't lelijk Salmpje van de Rhijn
Ondankbaar meede het land doen zuchten,
om deelgenoot des roofs te zijn
Een adelaar, geducht, verheven,
Red Nederlands Staat in deeze Noot
Hij doet al t roofgedierte beeven
En slaat met eene wiek Mevrouw & 't Salmpje dood."
Hier wordt duidelijk gespot met de Patriottenkliek ("Mevrouw de Patriotische Cabaal") en de Rijngraaf van Salm die na de inval van Pruisische troepen ("Een adelaar") de wijk namen. Het moet in die tijd vrij populair zijn geweest want dit "dichtstukje in 't Fransch opgesteld,
(-) geheel niet zacht, maar niet geheel ongeestig" wordt op diverse plekken aangehaald, zoals in de "Nieuwe Nederlandse Jaarboeken" (Leiden/Amsterdam 1787, blz. 5151/5152) en de "Geldersche Historische Courant" (9 oktober 1787). Tekstueel komt het daar vrijwel overeen met mijn handgeschreven exemplaar, behalve dat de Franse titel in beide luidt: "Epitaphe sur la Cabale Patriotique".
B. 1788. Enkelzijdig beschreven papier (19 cm. x 11.5 cm.).
"Op woensdag den 4 8ber 1788
Zal men ten voordeele van alle vreemde Jakhalsen, die tot
hier toe door het Hof met geene exemplaren zijn gebeneficeert
hier toe door het Hof met geene exemplaren zijn gebeneficeert
vertoonen
Den dollen Engelsman
In de dikke en onbeschofte gedaante van Monsr. van Rhoon, verzaker
van Neerlandsch interese ten voordeele van onze Roofzuchtige
en ontaarde Nabuuren, der martelingen en Pseudo-Patriotten
Treur-houdend Blijspel
Na het selven
Schijtebroekje
Of den angst ten toone".
In de stijl van een theateraankondiging wordt hier de spot gedreven met Willem Gustaaf Frederik rijksgraaf Bentinck van Rhoon (1762–1835). Stadhouder Willem V had hem eind 1787 aangesteld als commissaris om de stadsregeringen van de achttien stemhebbende steden in Holland te zuiveren van patriotten en vijanden van Oranje. De jonge Bentinck maakte zich al gauw impopulair want hij bleek over weinig tact en politiek talent te beschikken. In 1795 zou naar Londen vluchten, omdat hij zich als aanhanger van stadhouder Willem V niet veilig voelde onder de Franse bezetting.
C. 1794 (Haagsche Courant). Enkelzijdig beschreven papiertje (8 cm. x 7.5).
"Dat gerabraakte rijm-pasquil luid aldus:
Esopes prediker op den stoel
Gij maakt het volk maar aan 't gewoel
Gij maakt het volk maar aan 't gewoel
En preekt teveel van regeringssaken
Die u, nog uw dienst niet raken
O kwant, wel o grote gek
'T was beter dat gij hielt de bek
En dat gij uit 't land wierd gejaagt
Met al die uw gevleij behaagt
Tenminste dat gij waart o kwant
Waart gebannen uit de Haagsche Courant
U H.E. gelieft het te verbranden. Hiertegen is weder een ander uitgestroit dog dat heb ik nog niet gelesen".
Briefje van een verklikker die een opruiend rijmpje doorgeeft over de Haagsche Courant, uitgegeven door Pierre Gosse (1718-1794).
D. 1795 (Eed op de rechten van de Mens en de Burger). Enkelzijdig beschreven papier
(17 cm. x 17 cm.).
"Aan de tegenwoordige Eeddoenders
T'is waar gij agt den Eed geen overdenking waard
En zweert zo dikwils men u eeden voor wil leggen
Zoo slegts uw vuil belang waarop gij hongerig staart
Voldaan word; zal men u God helpt mij hoore zeggen
Maar 't edelmoedig hart u vreemd, u onbekent
Veragte Slaav van 't goud, verbreeker van uw pligten
Beeft voor dien Schurken eed die gij ten hemel zend
Uit eerbied voor dien God die u en hem zal rigten
Hij word om zuivre deugd den raadzaal uitgeweert
Zoo ampteloos weggejaagt. Gij kunt om ondeugd blijven
Gij blijft veragte ziel omdat gij valschelijk zweert
Omdat gij waare deugd een misdaad aan kunt wrijven
Maar God die alles weet die al uw valscheid ziet
Die uw verdrukking kent, die 't rookend bloed zal wreeken
Van den barbaer gestort.- Die ondeugd ondeugd liet
zal een vervolgde deugd ten laatste door doen breeken".
E. Dubbelzijdig beschreven papier (16 cm. x 19.5 cm.). Vrede van Rijswijk (1697)?
"Wierp eens de Tweedragt, niet genodigt bij de Goon,
Een gouden Appel in de Saal der Hemelingen,
Waar door d' onenigheid in 't Vreepaleis kwam dringen
Met Nijd haar boezemvriend en Haat haar echten Zoon,
Die Furie sluipt ook in den Raad van Sions Boon
Die op de Vree-Basuin van vrede moeten zingen
Dat ondier weeren en door Liefde-wetten dwingen
Op dat in kerk en Staat de goude vrede woon
Zo werpt een Appel in de Hoge Tempel Choren
Van Tweedragt, die den vree Jerusalems zal storen,
de zaal doen daveren van haat en bitsen nijd
Was ouds die Appel het verderf van 't bloejend Trojen
Laat tweedragt Salem, ik bid, niet 't onderst boven gojen
Verkies een Vree gezant, den Vrede toegewijd".
Dit handschrift is een buitenbeentje want het lijkt mij paleografisch zeventiende eeuws en is dus veel ouder dan de andere besproken stukken uit het mapje.
Naar welke vredesonderhandelingen wordt hier verwezen? Na wat puzzelen lijkt mij dat de Vrede van Rijswijk (1697) de meest aannemelijke kandidaat is. Die vrede moest een einde maken aan de Negenjarige Oorlog. De vredesonderhandelingen vonden plaats in het Huis ter Nieuwburg in Rijswijk, een zomerpaleis, gebouwd in opdracht van Frederik Hendrik van Oranje (1584-1647), dat speciaal daarvoor werd verbouwd tot 'Vreepaleis'.
Tijdens de onderhandelingen was er felle interne verdeeldheid in de Republiek tussen de staatsgezinden (die snel vrede wilden) en stadhouder Willem III (die de oorlog tegen de Franse koning Lodewijk XIV wilde voortzetten). De oproep aan het eind is dan ook een rechtstreeks politiek pleidooi om diplomaten te kiezen die wél voorstander van de vrede zijn.
Vijf onooglijke papieren briefjes, bijeengehouden in een negentiende-eeuwse omslag.
Ze brengen de geschiedenis tastbaar dichtbij en bewijzen dat politieke polarisatie en de behoefte om anoniem stoom af te blazen van alle tijden zijn. De waan van de dag vervliegt, maar de neergekrabbelde spot van naamloze tijdgenoten blijft eeuwenlang tastbaar.























