zaterdag 12 september 2026

Over een Amsterdams begijntje en haar boek


Enige tijd geleden ontving ik een e-mail van 'De vrolijke kluizenaar' (die voor kooplustigen ook een online antiquariaat via Ebay bestiert). Bij het Franse veilinghuis Drouot had ze een kavel gekocht met daarin een boekje met een opmerkelijke Amsterdamse provenance. Wellicht wilde ik dat wel, als liefhebber van de geschiedenis van Amsterdam, voor een vriendenprijsje van haar overnemen?
Het gaat om een in leer gebonden (niet geïllustreerde) uitgave getiteld: "De historie van het Aude en Nieuw Testament, met christelyke en stichtbaere bemerkingen, getrocken uyt de Heylige Vaders, en andere geestelyke leeraers..." (blz. 7 t/m 394) en: "De historie of geschiedenissen van de geborte, het leven, lyden en doodt van Jesus Christus, Ondermengelt met vele Christelyke Bemerkingen en Verklaeringen" (Blz. 395 t/m 638).
Beide delen verschenen volgens de afzonderlijke titelpagina's in 1727 in Gent bij Petrus de Goesin/Pieter-François I (1671-1740), maar de approbatie (kerkelijke goedkeuring), onderaan op blz. 638, is gedateerd 19 april 1728.


De familie De Goesin behoorde in de 18de eeuw tot de bekendste drukkersgeslachten van Gent. Deze tweedelige Goesin-uitgave is een soort volksbijbel: een klassiek religieus boekje dat de Bijbelse geschiedenis behandelt, verrijkt met commentaren van vroege kerkvaders en geestelijke leraren. Het is een compacte bewerking die teruggaat op een Franse uitgave: "Histoire du vieux et du nouveau testament représentés par des figures et des explications édifiantes tirées des saints Pères, pour régler les mœurs dans toutes sortes de conditions" (Paris, 1669), beter bekend als "Le Bible de Royaumont", geschreven door de Franse theologen en schrijvers Nicolas Fontaine (1625-1709) en Louis-Isaac Lemaistre de Sacy (1613-1684), twee prominente figuren binnen het jansenisme.

Over de (druk)geschiedenis van deze uitgave heeft L. Le Clercq een interessant artikel geschreven (met bibliografie): "Een tweehonderdjarige Vlaamsche volksbijbel", in: "Collectanea Mechliniensia" (Mechelen, 1935, blz. 24 t/m 43). Helaas niet online, maar Steven van Impe, conservator van de erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience was zo vriendelijk me hiervan een PDF te sturen. Daaruit blijkt dat het boek uitermate populair was. Na de eerste Vlaamse druk in 1718 brachten verschillende drukkers en uitgevers in de toenmalige Zuidelijke Nederlanden nog tientallen edities uit: twintig in de achttiende eeuw en nog eens dertien in de negentiende eeuw (de laatste in 1845). Van alle edities die in Gent verschenen is die van De Goesin uit 1727 de eerste. Het boekje is vrij schaars.
Online vond ik nog twee exemplaren: één in de Universiteitsbibliotheek van Nijmegen (signatuur: OD TBI 206 c 1) en een ander in de Universiteitsbibliotheek Antwerpen / Ruusbroecgenootschap (signatuur: RG 3075 C 4). Ze zijn alle twee op de titelpagina voorzien van een handgeschreven ex-libris dat - opvallend genoeg - wijst op een lezerspubliek binnen vrouwelijke kloosterorden. In het eerste exemplaar staat "Carmeliterse tot Boxmeer 1753", en in het andere "Ick diene de religieusen Capucinessen tot Brugge".


De vroege achttiende eeuw kende in de Nederlanden een bloeiende cultuur van vrouwelijke religieuze gemeenschappen. Zowel kloosterzusters als kloppen en begijnen (die als vrome lekenvrouwen buiten het klooster leefden) hadden een grote behoefte aan Nederlandstalige literatuur voor het verdiepen van hun religieuze spiritualiteit, naast gebed, meditatie en liturgie. Omdat velen onder hen geen Latijn lazen, waren boeken in de volkstaal met "christelyke en stichtbaere bemerkingen" belangrijk voor geestelijke  vorming en verdieping, en bijgevolg erg populair.

Hoewel ik normaal gesproken niet geïnteresseerd ben in dergelijke Zuid-Nederlandse religieuze uitgaven, trok dit exemplaar door zijn bijzondere provenance meteen mijn aandacht. Het gaat niet om een klassiek ex-libris maar om een persoonlijke tekst op een blad vóór de titelpagina. Die vormde voor mij reden genoeg om dit boekje direct te kopen.


De paar regels voorin zijn een handgeschreven 'memorie', ter herinnering aan de dag dat Maria Keijser een begijntje werd, en wel te Amsterdam.

"Anno 1734

15 Iunii

Op de darde Pinxterdag

is

MARIA KEYSER

Beggyntie geworde

Ick ben gekomen op dat sij het leve
soude hebben, en overvloediger hebbe Jois 10.10.

Bid voor

                                                                                                F.C. Dieroùt"

Hoogstwaarschijnlijk werd dit geschreven door één van haar geestelijke zusters. Franciscus Cornelius Dierout (1675-1745), was sinds 1712 pastoor van het Begijnhof in Amsterdam. Tijdens zijn pastoorschap werden zo'n 45 vrouwen begijn.

Om mijn aanwinst beter te kunnen plaatsen nam ik contact op met Evelyne Verheggen.
Ik ken haar van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen. Zij is erfgoeddeskundige en cultuurhistorica voor religieus erfgoed en promoveerde op: "Beelden voor Passie en Devotie. Bid- en devotieprenten in de Noordelijke Nederlanden, 17de en 18de eeuw" (Zutphen, 2006). Zij geldt als autoriteit op het gebied van dergelijke devotionalia, gemaakt door kloppen en begijnen in de Nederlanden.

Evelyne reageerde enthousiast op mijn aanwinst en vond het een topstuk. Het was - schreef zij - niet ongebruikelijk dat vrouwen bij intrede (en andere jubilea) elkaar een boekje of devotieprentje gaven. Boekjes - zoals mijn exemplaar - zijn echter veel minder bekend of bewaard. Zo bevinden zich in particulier bezit vijf boekjes uit Aalsmeer met handgeschreven opdrachten (drie van Anna Benedicta Seli(j) uit 1744 en twee van Maria (Ambrosia) Goedhert), waarover zij in haar proefschrift schrijft (blz. 179). Er was haar echter geen ander voorbeeld van de bewoners van het Amsterdamse Begijnhof bekend. Dat maakt mijn exemplaar uniek. Wel bestaan er uit deze periode enkele prachtige devotieprentjes (in de collectie van Museum Ons' Lieve Heer op Solder), gemaakt door een Amsterdamse begijn, die ook telkens oproept tot gebed voor F.C. Dierout. Wat dat betreft; bidden voor de geestelijke vader, in dit geval pastoor F.C. Dierout, was meer regel dan uitzondering. Hij was niet alleen hun geestelijke begeleider maar onderwees de vrouwen ook als leraar in de Theologie.


Maria Keijser zal deze persoonlijke gift haar leven lang hebben gekoesterd. Anders dan nonnen legden begijnen namelijk geen gelofte van armoede af, waardoor zij in bezit bleven van hun persoonlijke eigendommen. Daartoe behoorden ongetwijfeld bijbeltjes, getijdenboekjes, religieuze traktaatjes en meer van dergelijke uitgaven.

Dat dit boekje in Gent werd gedrukt, hoeft ons niet te verbazen. Weliswaar kon het katholieke geloof in Amsterdam sinds de Alteratie (1578) uitsluitend nog in het verborgene worden beleden - zoals in schuilkerken of op het Begijnhof -, maar desondanks bestond er een bloeiende (ruil)handel tussen de katholieke boekverkopers en uitgevers in Amsterdam en hun collega's in de Zuidelijke Nederlanden. Veel boeken (en andere  devotionalia) werden in kisten verscheept van Antwerpen naar Amsterdam, bijvoorbeeld naar Theodorus Crajenschot (1716-1803).


Dit was een prominente katholieke boekverkoper, uitgever en papierverkoper in Amsterdam die een eigen drukkerij en winkel had ("In den Berg Sinaï"), op de hoek van de Herengracht en de Heisteeg. Hij stond bekend als een belangrijke importeur en uitgever van rooms-katholieke literatuur. In zijn catalogus van 1760 komt ook de - inmiddels - vierde druk van deze tweedelige uitgave (met twee kaarten) voor: "zeer nut en stigtig voor de Gelovigen" (verschenen bij Jan Meyer, Gent 1746. De approbatie is gedateerd 9 oktober 1742).
Er was in de toenmalige boekenwereld opmerkelijk weinig te merken van anti-katholieke repressie, concludeerde Lienke Paulina Leuven (1916-1994) al driekwart eeuw geleden in haar proefschrift: "De boekhandel te Amsterdam door katholieken gedreven tijdens de Republiek" (Amsterdam, 1951). Overigens weten we natuurlijk niet of mijn exemplaar ook via een Amsterdamse tussenhandelaar in handen van Maria kwam.
Het boekje kan ook direct in Gent (of elders in de Zuidelijke Nederlanden) zijn gekocht.


Wat is er van Maria Keijser terug te vinden in de archieven? Een belangrijke bron is het: "Register van Begijnen, met opgaaf van jaar en datum van aanneming en overlijden (1631-1914)". Daarin staat: "1734 Maria Keijser", met daarachter in een ander handschrift 'ob.' ('obit' = overleden), zonder exacte datum. Pastoor Dierout, die op dezelfde bladzijde onderaan staat, overleed op 8 september 1745 (Stadsarchief Amsterdam. Archief van het Begijnhof. Nr. 740, inv.nr. 73).
Volgende de Amsterdamse begraafregisters overleed Maria op 28 november 1745 en kreeg ze een graf in de Engelse kerk (EK) op het Begijnhof. Haar doop in Amsterdam vond plaats op 12 februari 1703 ('Maria de Keijzer'). Ze was de jongste van de vijf kinderen van Zacharias Berghman en Maria Huijberts (de Keijzer). Opmerkelijk is dat alleen bij haar doop en die van haar zuster Esther (1699) haar moeder 'De Keijzer' als achternaam gebruikte, en dat Maria niet de achternaam van haar vader aannam.

Rest ons - tot slot - nog één prangende vraag: hoe belandde haar boekje tweehonderd jaar later op een Franse veiling? Ik zou het u dolgraag vertellen. Als ik het wist...

vrijdag 28 augustus 2026

Het jaar geboekt, augustus 2026

In 'Het jaar geboekt, [maand en jaar]' houd ik bij wat ik gedurende een maand bij elkaar verzamel inclusief 'de cijfers', soms met toelichting en/of opmerkingen. Ik begon hiermee in 2018, aanvankelijk als aparte rubriek (onder een eigen tabblad). Met ingang van 2024 publiceer ik mijn maandoverzichten direct op de 'homepage'. Na afloop van het jaar geef ik een totaaloverzicht in '[Jaar] geboekt. Een jaar in feiten en cijfers'.

Augustus 2026; de cijfers...

Totaal aantal objecten: 24.

Gekocht: 23.

Gekregen: 1.

Totaal uitgegeven: € 319,20 euro (incl. verzendkosten).
Gedeeld door 23 is gemiddeld: € 13,88 euro per object.

Bij de drukker/uitgever: 1 (7).
Via kringloopwinkel: 5 (1, 2, 3, 4, 5).
Via (online) antiquariaat: 1 (6).
Via boekenmarkt: 17 (8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24).

Modern: 3 (2, 8, 9).
Marge & klein bibliofiel drukwerk: 2 (7, 10).
Old & rare: 19 (1, 3, 4, 5, 6, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24).

Augustus 2026: de aanwinsten...

Bij mijn kringloop kocht ik deze maand vijf uitgaven (12, 3, 4 en 5) voor in totaal € 43,70 euro.

1. H. Polak: "Amsterdam die groote stad..." (Amsterdam, 1936). Gebonden in luxe halfperkamenten band (groenlinnen platten), kopsnede gemarmerd, rug goudbestempeld met (afwijkende) titel: "Beelden van voorheen" en onderaan gesigneerd 'D.N. Esveld'. Bijzondere privéband door de gerenommeerde boekbinder Dirk Nicolaas Esveld (1877 - 1960). Dit is de tweede gesigneerde band die van hem bekend is. Lees meer over hem en zijn boekbanden(collectie) in de Koninklijke Bibliotheek in: "Een verloren zoon of een belangrijke schenking boekbanden", door Jan Storm van Leeuwen, in: "De Boekenwereld", 1992, jrg. 9 (blz. 25).


2. R. Cordes: "Jan Zoet, Amsterdammer 1609-1674. Leven en werk van een kleurrijk schrijver" (Hilversum, 2008). Uitputtende biografie die ik al lange tijd op het oog had (ondanks het feit dat ik geen origineel werk van Jan Zoet in mijn bibliotheek heb staan).
Met opdracht van 'Rudi' (Cordes) aan 'Hans'.


3. E.v.G: "Genealogie Van Heemskerck - Sterk - Von Gimborn" (Sigmaringen, 1904). Genealogisch handschrift in Duits en Nederlands verlucht met talrijke familiewapens geschreven op veertien dubbele bladen handgeschept papier. Zeer fraai geschreven en getekend door Prof. Ernst von Gimborn (1844-1905). Gebonden roodbruine halfleren band met op de voorzijde boven een sierornament in goud 'von Gimborn'. Ik werk aan een blog hierover: "Het manuscript Von Gimborn".


4. M Keizer-Prins en A.J.G. Strengholt (samenstelling): "Wat niet in Baedeker staat. Het boek van Amsterdam" (Amsterdam, z.j. [1930]). Eerste druk van deze uitgave, die verschillende malen werd herdrukt (1932 en 1940). Het is een Nederlandse navolging van de populaire Duitse reeks: "Was nicht im Baedeker steht". Van de voorgenomen tien deeltjes verschenen alleen nog dat van Rotterdam en Den Haag.


5. J.H. Boot: "Het styleeren en toepassen van natuurvormen in vlakornament" (Amsterdam, z.j. [1925]). Oorspronkelijk tussen 1910 en 1913 losbladig verschenen. Dit is de gebonden, gewijzigde en verbeterde (tweede) druk. Invloedrijk Nederlands handboek over ornamentontwerp. Het leert ontwerpers hoe complexe natuurlijke vormen te vereenvoudigen tot decoratieve, symmetrische patronen voor platte vlakken. Bevat vijftig fraaie door Boot getekende platen, waaronder een voorbeeld voor een boekband.


6. "De historie van het Aude en Nieuw Testament, met christelyke en stichtbaere bemerkingen, getrocken uyt de Heylige Vaders, en andere geestelyke leeraers..." (Gendt, 1727). In leren band (638 + 2 blz.). Bijzonder exemplaar met voorin een handgeschreven memorie voor Maria Keijser die op derde pinksterdag 1734 begijn werd van het Amsterdams begijnhof. Gekocht dankzij een tip van Octopus Biblio voor € 50,- euro (incl. verzendkosten). Lees binnenkort mijn blog hierover: "Over een Amsterdams begijntje en haar boek".


7. P. Boddaert jr.: "De houten beenen" (Tilburg, 2026). Uitgave (met linosnede van Ivo van Leuven) van de Desideratum-Pers uit Tilburg in een oplage van 57 met de hand genummerde exemplaren. Ik ontving uit handen van Peter IJsenbrant nr. 9, gedrukt op mijn naam!


Op de 36ste Deventer boekenmarkt (op 2 augustus 2026) kocht ik de volgende zestien uitgaven (t/m 23voor in totaal € 210,50 euro. In mijn blog: "Stapels en dozen, de Deventer boekenmarkt 2026" kwamen de meeste aanwinsten aan bod.

8. J. Daggers & M. Versteegh: "Hier wil ik wonen. Het vrolijk bestaan tussen boekenbergen" (Den Haag, 2025). Boek over het Haagse antiquariaat Colette & Co in de Reinkenstraat. dat door een groep buurtbewoners in 2021 werd overgenomen van eigenaar Jogchum de Vries.


9. H. Havard: "Pittoreske reis langs de dode zee steden van de Zuiderzee" (Amsterdam, 2012). Vertaling door Lex Wapenaar van de bekende Franse uitgave uit 1874. In september 2025 kocht ik voor een luttel bedrag de eerste druk in zijn originele uitgeversbandje (Zie mijn aanwinstenlijstje van die maand, nr. 7).


10. P. Verkruijsse: "Bibliograafwerk in de marge". 'Feestrede' bij de opening van de tentoonstelling "Pastei en Hoerenjong" in de Zeeuwse bibliotheek te Middelburg (6 oktober 1995). 'Bibliofiele uitgave, voer voor bibliografen' uitgevoerd door de 'Eikeldoorpers' (Doortje de Vries) te Apeldoorn. Oplage 55 exemplaren: gevouwen, gestoken, beplakt met gelukspapier, voorzien van een druksel, genummerd (ik kocht nr. 6) en gesigneerd!
Erg fraai uitgevoerd margedrukwerk van een pers die ik dankzij Jos Swiers leerde kennen en waarover ik eerder schreef zoals hier en hier.


11. "Ieder zijn eigen drukker. Perfect typen" (z.p., z.j.[ca. 1900]). Catalogus (67 blz.) van zak-drukkerij 'Gloria', kleine 'drukkerijen' voor klein drukwerk. De 'drukkerij' bestond uit een letterhouder, een set caoutchouc (rubber) letters, die in de letterhouder konden worden geschoven (m.b.v. een meegeleverd tangetje) en een stempelkussen. De catalogus bevat diverse illustraties van deze artikelen alsmede een zeer uitgebreid overzicht van de diverse leverbare lettertypen (waaronder 'perfect'). Ik heb geen tweede exemplaar van deze catalogus kunnen vinden.


12. "Catalogue des caractères étrangers de l'imprimerie E.J. Brill" (Leyde/Hollande, 1931). Schaarse letterproef van drukkerij Brill in Leiden met 34 buitenlandse lettertypen waaronder Arabisch, Chinees, Koptisch, Sanskriet, Hieroglyphen, Mongools etc. etc. Voor mijn bescheiden collectie letterproeven.


13. "Catalogus Bibliotheek voor de leerlingen der Hervormde Kweekschool te Amsterdam 1938" (Amsterdam, 1938). Met wit doorschoten, 26 blz. Op de omslag in handschrift de verkorte titel en gesigneerd 'H.C. ten Have' (een studente die in 1940 haar onderwijsakte behaalde). Deze Hervormde kweekschool (voorloper van de Pedagogische Academie) zat destijds aan de Plantage Middenlaan in het pand waarin thans het Nationaal Holocaustmuseum (Amsterdam) zit. Geen tweede exemplaar gevonden, mogelijk in het archief van deze onderwijsinstelling?


14. "Catalogus der tentoonstelling van Boeken, Handschriften, Portretten enz. betrekking hebbende op Elizabeth Wolff geb. Bekker en Agatha Deken gehouden te vlissingen bij de onthulling van het gedenkteeken op 23, 24 en 25 juli 1884" (Utrecht, 1885). Catalogus in originele omslag (42 blz. plus inhoudsopgave)  'Niet in de Handel'.


15. G. Weber (bewerking van J. Arnold): "De geheime kwalen der Menschheid! Het groote gevaar. De geslachtsziekten" (z.j. [ca. 1925], Amsterdam). Brochure (12 blz.) voor mijn collectie op dit gebied. Brochure (Deel 1 uit de serie: "Geneeskundige Werken"). In een krantenartikel ("De Avondpost" van 16 december 1926) wordt gewaarschuwd voor deze brochure van de kwakzalver die zich Jacob Arnold noemt!


16. R.P. van Kasteele: "Korte handleiding ter bezigtiging der verzameling van zeldzaamheden in het Koninklijk Kabinet op Mauritshuis in 's Gravenhage" ('s Gravenhage, z.j. [1825]). Uitgave (30 blz., 762 nummers) in originele omslag met op de voorzijde het Mauritshuis, geschreven door de directeur en verkrijgbaar bij de portier en conciërge voor vijftig cent. De oudste catalogus voor de rariteiten afdeling van dit thans nog zeer bekende museum in Den Haag.


17. F. M. Mayeur de Saint-Paul (toegeschreven aan): "Le banquier Peixotte et la dervieux. Histoire peu morale, extraite du parc aux cerfs (avec figure fac-similée sur celle de 1790. Afgeplakt met een strookje papier!) Suivi de L'Autrichienne en goguette ou l'orgie royale, opera proverbe" (z.p. [Brussel?], z.j. [1867?]). Anonieme negentiende eeuwse herdruk (nog één ander exemplaar bekend in de British Library) van twee revolutionaire satirische en pornografische teksten. De eerste over het roemruchte 'parc aux cerfs', het hertenpark waar Lodewijk de XV een bordeel had met geheime minnaressen. De bijbehorende gravure is in de meeste originele 18de eeuwse exemplaren weg en maakte vermoedelijk geen deel uit van de 19de eeuwse herdruk! 


18. "Postwagen tusschen Amsterdam en Deventer, vice versa" (Amsterdam, z.j. [1820]). Ordonnantie en Reglement met goedkeuring door Willem I (20 blz.) van een postkoets-verbinding tussen beide steden onderhouden door de stalhouders Lucas van Koppen (Amsterdam) en Gerrit Jan van Koningsveld (Deventer). Toen een reis van 10 tot 12 uur van Amsterdam via Muiden, Naarden, Emmenes, Soestdijk, Amersfoort, Voorthuizen en Apeldoorn naar Deventer. Onduidelijk is of de onderneming lang heeft gefunctioneerd. Lucas overleed in 1842 en Gerrit Jan al eerder, in 1837.


19. C.A. Bergsma: "Beschrijving van de inrigting en de wijze van soepbereiding ten behoeve der minvermogenden te Utrecht" (Utrecht, 1840). Met papieren omslag waarop gedeeltelijk handgeschreven (tussen haakjes) staat: "Aan (den WelEd. Gestr. Heer Mr. Van Beest van Voorst,) van de commissie tot spijsuitdeeling". Brochure 32 blz. met een hoofdstuk over de bereidingswijze van de (Rumpfordsche) soep in een 'papiniaansche' pot (voorloper van de snelkookpan). In 1847 schreef Bergsma een herziene uitgave, want men kookte inmiddels met het toestel van d'Arcet. Exemplaar voor Cornelis Wernard van Voorst van Beest (1810-1879), advocaat in Utrecht en mede-oprichter van de Rotterdamsche Lloyd. Voor mijn collectie over armoede, bedeling e.d. 


20
. "Reglementen van twéé hofjes van Staats en Noblet" (Haarlem, 1780). In bruinpapieren omslag (20 blz.), met losse moderne informatiefolder. In dit hofje, aan de Haarlemse Jansweg 39, was tot 2012 het veilinghuis Bubb Kuyper gevestigd.


21. J. Olthof: "Hollands lóf en aloudheid; kortlyk in verzen voorgesteld by de Rédenkamer der Witte Angieren: bekend by de zinspreuk In liefde getrouw: op den eersten dag van het 1737ste jaar " (Haarlem, z.j. [1737]). Lofdicht van Jan Olthof (1698-1771), factor van de Vlaamse rederijkerskamer 'De Witte Angieren' van 1732 tot 1745.


22. "De L'inutilité du culte extérieur quand ik n'est pas joint au culte intérieur" (z.p., z.j.[ca. 1800?]). Vertaald; 'Over de nutteloosheid van uiterlijke religiositeit als die niet overeenkomt met de innerlijke vroomheid'. Franstalig aanplakbiljet (36 cm. breed, 46,5 cm. hoog) dat inhoudelijk kenmerken vertoont van de Franse katholieke hervormings- en missie-beweging vlak na de Franse Revolutie. Gedrukt op papier 'BARJOLS' (watermerk) een plaats in het departement Var, waar vanaf de 17de tot midden 19de eeuw een papierindustrie floreerde.


Pamflet (Knuttel 1794) met groot drukkersvignet van Dirk Troost (19 blz,). Bovenkant kort afgesneden. Wonderlijk onderwerp. Ik doe bij elk bezoek aan een katholieke kerk (in binnen of buitenland) mijn eventuele hoofdbedekking uit respect af (en niet omdat ik gelovig ben), maar kennelijk was dat destijds een issue pamflet waard...


24"Dissertation etymologique, historique et critique sur les diverses origines du mot COCU avec des notes et pieces justificatives..." (Blois, 1835). Curieuze, vrij zeldzame uitgave over het woord 'cocu' ('hoorndrager'; een overspelige echtgenoot/echtgenote), toegeschreven aan François-Jules de Pétigny (1801-1858). De totale oplage bedroeg 71 exemplaren, waarvan 50 op wit - en 21 op geel papier. Mijn exemplaar is op geel papier gedrukt. Gekocht op de Spui boekenmarkt bij KaDe boeken (Ralf de Jong) voor € 15,- euro.
Ik laat het t.z.t. door mijn boekbinder (uiteraard met behoud van de originele omslag) in een smaakvol bandje zetten met geel gemarmerde platten.

vrijdag 14 augustus 2026

Stapels en dozen, de Deventer boekenmarkt 2026


Mijn eerste aanwinst op de 36ste Deventer boekenmarkt kocht ik al rond negen uur 's morgens. Uit een doos met vooral Deventer overheidspublicaties uit de 18de en 19de eeuw trok ik: "Postwagen tusschen Amsterdam en Deventer, vice versa" (Amsterdam, z.j. [1820]). Een ordonnantie en reglement met goedkeuring van Koning Willem I voor een postkoets-verbinding tussen beide steden, onderhouden door de Amsterdamse stalhouder Lucas van Koppen en zijn Deventer collega Gerrit Jan van Koningsveld. Terwijl ik de brochure doorbladerde stond mijn eigen koets inmiddels al een half uur (gratis) geparkeerd op de Beestenmarkt. Destijds - zo las ik - kostte de reis heen en terug zestien gulden en verliep de route van Amsterdam via Muiden, Naarden, Emmenes (Eemnes), Soestdijk, Amersfoort, Voorthuizen en Apeldoorn naar Deventer. Tien tot twaalf uur was je onderweg, tot een maximum van vijftien uur anders kreeg de vervoerder een boete! Of en hoelang de onderneming heeft gefloreerd is mij niet geheel duidelijk. Gerrit Jan overleed in 1837 en zijn compagnon volgde hem vijf jaar later, in 1842. 


Een beetje onverwachts liep ik dit jaar, net als in 2024 en 2025, toch weer over de Deventer boekenmarkt. Het zou warm en druk worden en dus was ik zomers gekleed. Slenterend in mijn korte broek (en met petje op) liep ik uiteindelijk bijna acht uur langs de eindeloze rijen met boekenkramen. Dat de dag zou eindigen aan een cafétafeltje, met een tas vol kleine en curieuze publicaties geplukt uit stapels en dozen, kon ik nog niet bevroeden. 


Ook dit jaar waren weer tal van bekende antiquariaten aanwezig. Goltzius uit Lisse en Klikspaan uit Leiden ontbraken echter, maar die zie al regelmatig de rest van het jaar. Nieuw voor mij was de kraam van het Haagse antiquariaat Colette & Co., waar ik de enige twee moderne boeken van die dag kocht. Uiteraard hun eigen boek geschreven door
J. Daggers & M. Versteegh: "Hier wil ik wonen. Het vrolijk bestaan tussen boekenbergen" (Den Haag, 2025) en ook - voor luttele euro's - Henri Havard's: "Pittoreske reis langs de dode steden van de Zuiderzee" (Amsterdam, 2012). Een vertaling door Lex Wapenaar van de bekende Franse uitgave uit 1874. Gekocht omdat ik de eerste druk in zijn originele uitgeversband vorig jaar september aan mijn bibliotheek kon toevoegen (zie mijn aanwinstenlijstje van die maand, nr. 7).


Inmiddels was ik ook al de eerste bekenden tegengekomen, Gouwenaar Paul Abels natuurlijk met zijn vrouw Christa die ik ditmaal nadrukkelijk heb begroet! David Coppoolse uit Amersfoort (die ik anders vrijwel nooit zie en nu in Dordrecht en Deventer) en later op de IJsselkade Leids boekhistoricus en boekenjutter Garrelt Verhoeven. Ongetwijfeld zullen er meer bekenden hebben gelopen en ongetwijfeld zal ik door anderen zijn gespot maar mijn neus zit op zo'n markt in de boeken en aandacht voor mijn omgeving is er dan vrijwel niet.


Het grootste gedeelte van de buit die dag lag verstopt in stapels en dozen bij verschillende kramen langs de IJsselkade.
Het begon met twee bibliofiele moderniteiten (margedrukwerk). De eerste kreeg ik geheel gratis en voor niets van Peter IJsenbrant, die samen met zijn echtgenote en kompaan Martin Hulsenboom de bemanning vormde van de kraam van de Stichting Desiderata (nr. 363). Het gaat om een gedicht van Pieter Boddaert jr. (1766-1805), alias 'vieze Pieter', getiteld: "De houten beenen", opnieuw gezet en gedrukt door de Desideratum-Pers uit Tilburg in een oplage van 57 met de hand genummerde exemplaren, met fraaie linosnede van Ivo van Leuven. Ik ontving nr. 9, gedrukt op mijn naam!


De tweede kostte me serieus geld, maar dat had ik er graag voor over. Dertig euro betaalde ik voor de feestrede van Piet Verkruijsse (1943-2012) getiteld: "Bibliograafwerk in de marge". Een toespraak die hij hield bij de opening van de tentoonstelling "Pastei en Hoerenjong" in de Zeeuwse bibliotheek te Middelburg (6 oktober 1995). Een 'Bibliofiele uitgave, voer voor bibliografen' uitgegeven door de 'Eikeldoorpers' (Doortje de Vries) te Apeldoorn. Oplage 55 exemplaren: gevouwen, gestoken, beplakt met gelukspapier, voorzien van een druksel, genummerd (ik kocht nr. 6) en gesigneerd! Erg fraai uitgevoerd margedrukwerk van een pers die ik dankzij mijn overleden boekenvriend Jos Swiers (1943-2022) leerde kennen en waarover ik eerder schreef (hier).
 

Daarna zouden er alleen nog maar curiositeiten en rariteiten volgen. Op de eerste doos die ik tegenkwam stond met viltstift geschreven 'één voor drie en vier voor tien euro'. Na een half uurtje graaien tussen de brochures en pamfletten, wikken en wegen (waarbij ik ondertussen - zonder dat ik het merkte - werd gefilmd!), had ik er vier in mijn hand en rekende af. In mijn maandoverzicht van augustus 2026 kunt u ze allemaal terugvinden dus ik beperk mij hier tot twee items. Als eerste de enige buitenlandse uitgave van de vier, gebonden in een eenvoudig kartonnen bordeauxrood bandje.


Dankzij verificatie middels mijn mobieltje kwam ik erachter het een publicatie is toegeschreven aan F.M. Mayeur de Saint-Paul. De titel luidt: "Le banquier Peixotte et la dervieux. Histoire peu morale, extraite du parc aux cerfs (avec figure fac-similée sur celle de 1790. Afgeplakt met een strookje papier!) Suivi de L'Autrichienne en goguette ou l'orgie royale, opera proverbe" (z.p. [Brussel?], z.j. [1867?]). Het gaat om een anoniem verschenen negentiende eeuwse herdruk (waarvan nog één ander exemplaar bekend is in de British Library) van twee revolutionaire satirische en pornografische teksten uit 1790. De eerste gaat over het roemruchte 'parc aux cerfs', het hertenpark waar de Franse Koning Lodewijk XV een bordeel had met 'hertjes' c.q. zijn geheime minnaressen. Bij de originele 18de eeuwse uitgave hoort een erotisch getinte gravure, maar die ontbreekt vaak in de nog bekende exemplaren. Omdat in de titel van mijn herdruk juist dat afgeplakte zinnetje naar deze afbeelding verwijst vermoed ik dat deze geen deel heeft uitmaakt van de herdruk! 


De tweede vondst is een: "Catalogus Bibliotheek voor de leerlingen der Hervormde Kweekschool te Amsterdam 1938" (Amsterdam, 1938). Het boekje werd gekaft en op voorzijde staat 'H.C. ten Have'. Dit blijkt een studente te zijn die hier in 1940 haar onderwijsakte behaalde. Deze Hervormde kweekschool (voorloper van de Pedagogische Academie) zat destijds aan de Plantage Middenlaan te Amsterdam in het pand waarin thans het Nationaal Holocaustmuseum (Amsterdam) is gehuisvest. De catalogus (vermoedelijk gedrukt in een kleine oplage) is onvindbaar, zelfs WorldCat., online bibliotheken en antiquariaten zwijgen in alle talen. Mogelijk herbergt het schoolarchief nog een exemplaar, maar dit unieke boekje biedt nu al een fascinerend inkijkje in de voorhanden zijnde leeskost voor de toenmalige kweekschoolstudenten oftewel onderwijzers en onderwijzeressen in spé. Die was overigens naar tegenwoordige maatstaven niet alleen bescheiden, maar ook weinig professioneel. De volgende rubrieken (met tussen haakjes het aantal boeken) waren aanwezig: Romans en verhalen, zowel Nederlands als vertaald (362), Poëzie (59), Frans (27), Duits (45), Engels (35), Geschiedenis (35), Letterkunde (27), Aardrijkskunde (12) en Natuurkunde (22). Totaal een kleine 600 boeken, waarvan ruim de helft bestond uit Romans en verhalen.


Bij een handelaar waar ik ook de voorgaande jaren leuke dingen kocht vond ik ditmaal drie interessante items. Ten eerste de promotie-uitgave geschreven door de arts C.A. Bergsma (1798–1859): "Beschrijving van de inrigting en de wijze van soepbereiding ten behoeve der minvermogenden te Utrecht" (Utrecht, 1840). Een exemplaar met een extra papieren omslagje waarop gedeeltelijk handgeschreven (tussen haakjes) staat: "Aan (den WelEd. Gestr. Heer Mr. Van Beest van Voorst,) van de commissie tot spijsuitdeeling".
Cornelis Wernard van Voorst van Beest (1810-1879) was advocaat in Utrecht en medeoprichter van de Rotterdamsche Lloyd. Bergsma beschrijft in zijn brochure de bereidingswijze van (Rumpfordsche) soep (en met welke ingrediënten) in een 'papiniaansche' pot (voorloper van de snelkookpan). In 1847 verscheen een herziene brochure want inmiddels kookte men het voedsel voor de armen met het veel efficiëntere toestel van d'Arcet.


Een andere uitgave die ik meenam is: "Reglementen van de twéé hofjes van Staats en Noblet" (Haarlem, 1780). In bruinpapieren omslag (20 blz.), met een los modern informatiefoldertje (over de stichtingsgeschiedenis van beide hofjes). In het imposante toegangsgebouw van het Hofje van Staats (gebouwd in 1730-1733), aan de Haarlemse Jansweg 39, was ooit antiquaar C.P.J. van der Peet (1908-1983) gevestigd. De meeste boekenliefhebbers - die ook wel eens een veiling hebben bezocht - zullen het kennen uit de tijd dat veilinghuis Bubb Kuyper er zat (tussen 1986 en 2012). Volgens de STCN liggen er van dit reglement alleen nog enkele exemplaren in Haarlemse archieven en bibliotheken.


De derde en laatste is: "Ieder zijn eigen drukker. Perfect typen" (z.p., z.j.[ca. 1900]). Catalogus (67 blz.) van zak-drukkerij 'Gloria', kleine 'drukkerijen' voor klein drukwerk.
Deze 'drukkerij', waarvoor aan het begin van de twintigste eeuw veelvuldig werd geadverteerd, bestond uit een doosje met een letterhouder (stempel), een set caoutchouc (rubber) letters, die in de letterhouder konden worden geschoven (m.b.v. een meegeleverd tangetje) en een stempelkussen. Je kon er eenvoudig drukwerk mee maken, zoals visitekaartjes, advertentieteksten en mededelingen. De catalogus bevat diverse illustraties van de daarvoor benodigde artikelen alsmede een zeer uitgebreid overzicht van de leverbare lettertypen (waaronder 'perfect'). Een tweede exemplaar van deze fraaie uitgave heb ik nergens antiquarisch noch in bibliotheken of archieven kunnen vinden. 


Tot slot toon ik u nog één van de twee religieuze rariteiten die ik kocht. 
Het is een vroeg zeventiende eeuws pamfletje getiteld: "Sekere articulen de welcke in de vreese des Heeren overdacht moeten werden, van alle ghereformeerde christenen, die meynen dat het gheoorloft zy inde kercken der Papisten tot voldoeninghe harer Placaten den hoet af te doen" (Amsterdam, 1610). Ruim vierhonderd jaar oud, met een groot en fraai drukkersvignet van Dirk Troost, die op het Rokin woonde, hartje Amsterdam.

Een wonderlijk onderwerp, nietwaar? Als ik tegenwoordig een kerk binnenstap om het interieur te bewonderen, gaat mijn eventuele hoofdbedekking automatisch af. Gewoon uit fatsoen, want religieus ben ik niet. Maar in 1610 lag dat blijkbaar gevoelig en trok de schrijver maar liefst dertig artikelen uit de kast om zijn gereformeerde achterban ervan te overtuigen dat dat in een Katholieke kerk absoluut niet kon! Mocht de goede man mijn nuchtere commentaar kunnen lezen, dan zou hij me waarschijnlijk direct naar de hel wensen onder verwijzing naar artikel eenentwintig: "Seggen zy dat het een cleyne en geringe sake is / iae een beuseling den hoet af te doen: ick segge dat het een sware / groote / schrickelycke zonde is / als voor gewesen is.".


Pas rond een uur of vijf 's middags komen mijn inmiddels 'houten benen' tot rust aan een cafétafeltje. Het urenlange gesjouw in de hitte maakt dorstig en met een lekker koel Weizen-biertje bij de hand heb ik mooi even de tijd om rustig mijn zeventien nieuwe aanwinsten te inspecteren. Op het tafeltje (rechts) ziet u overigens ook nog een vooroorlogs drukkerscliché liggen dat ik bij Colette & Co. zag en meenam voor een tientje. Het is een wonderlijk toeval dat ik ook op de Deventer boekenmarkt - net als op de Dordtse boekenmarkt - oud drukkersmateriaal tegenkom. Het cliché toont de kaart van Nederland en in het kadertje rechtsonder staat: "Nederlandsche reservaten" (daaronder: "Bezittingen van het Rijk", "Bezittingen v.d. Vereen. tot behoud van natuurmonum.", "Beschermt door Vereen. tot bescherming van vogels" en "Andere vereen. of particulier.").
Een relict - lijkt mij - uit de pionierstijd van de Nederlandse natuurbescherming, maar uit welk boek? Ik heb (nog) geen idee en er valt thuis nog zo veel uit te zoeken...