woensdag 14 augustus 2019

De vergeten stadshistoricus


De geschiedenis van Amsterdam is al verschillende malen beschreven. De laatste chronologische 'up-to-date' stadsbeschrijving (in vijf delen) verscheen tussen 2004 en 2007 bij uitgeverij SUN in Amsterdam en was het werk van een collectief van specialisten.
In het eerste deel van deze serie wordt in een inleidend hoofdstuk, "Op de schouders van reuzen", een kort overzicht gegeven van de eerder verschenen stadsgeschiedenissen en hun auteurs. Dat waren van de eerste (J.I. Pontanus) in de zeventiende eeuw tot de laatste (Brugmans) in de twintigste eeuw, nog allemaal uitgaven die door één auteur tot stand waren gekomen. Voor wat betreft de negentiende eeuw wordt mijn boekenplankheld Jan ter Gouw (1814-1894) genoemd. Zijn geschiedschrijving, zeven delen plus een registerdeel, bleef helaas onvoltooid. Van de zeven tijdvakken die hij onderscheidde in de geschiedenis van Amsterdam beschreef hij alleen de eerste drie: I. 'De Amsterdamsche oudheid, van de 12de eeuw tot 1350', II. 'Het Ontwikkelingstijdperk, van 1350 tot 1555' en III. 'De Spaansche tijd, van 1555 tot 1578'.


Er is echter nog een andere negentiende eeuwse geschiedenis van Amsterdam geschreven die, opmerkelijk genoeg, nooit wordt genoemd en vrijwel is vergeten. Ik heb het over de vierdelige serie van schoolmeester en toneelschrijver Cornelis van der Vijver (1784-1855): "Geschiedkundige beschrijving der stad Amsterdam sedert hare wording tot op den tegenwoordigen tijd..." (Amsterdam 1844-1848). Zijn geschiedenis van Amsterdam verscheen destijds in (37) afleveringen (van vijftig cent per stuk bij intekening). Van der Vijver schreef in zijn nawoord (deel IV) dat hij door de boekhandelaren (en uitgevers) 'Gebroeders Diederichs' was uitgenodigd om een beschrijving te geven van Amsterdam voor alle standen, met name zij "wier beroep geenszins medebrengt dagelijks te lezen, veelmin in oude boeken te snuffelen". Als eindpunt van zijn stadsbeschrijving koos hij 1840, het jaar waarin Willem II (1792-1849) de Nederlandse troon besteeg. Desondanks bevat het vierde deel nog een dertiende hoofdstuk; 'Anno 1840-1848', dat niet in de inhoudsopgave werd opgenomen.


Waarom is Van der Vijvers magnum opus zo in de vergetelheid geraakt en bij velen onbekend gebleven? Voornamelijk omdat Van der Vijver veel ontleende aan zijn directe voorganger Jan Wagenaar (1709-1773) en diens: "Amsterdam, in zyne opkomst, aanwas, geschiedenissen, voorregten, koophandel, gebouwen, kerkenstaat, schoolen, schutterye, gilden en regeeringe" (Amsterdam, I. Tirion (vol. 1-2) / Yntema & Tieboel (vol. 3), 1760-1767). Hij was ook geen gepassioneerde archiefrat zoals zijn collega Jan ter Gouw. Nieuwe of verbeterde inzichten en spectaculaire ontdekkingen zijn niet aan hem toe te schrijven.
De grote kracht van Van der Vijvers stadsgeschiedenis ligt in zijn beschrijving van Amsterdam in het laatste decennium van de achttiende en de eerste helft van de negentiende eeuw.
Op het gebied van contemporaine geschiedenis had hij trouwens al eerder met succes gepubliceerd. Zijn smakelijk geschreven "Wandelingen in en om Amsterdam" (Amsterdam, 1829) bijvoorbeeld zit vol historische bijzonderheden, is nog altijd zeer gezocht en in complete staat (met alle afbeeldingen en acht bladzijden 'aanmerkingen, verbeteringen...' enz.) zeldzaam. Kortom; vooral in het vierde deel van zijn "Geschiedkundige beschrijving der stad Amsterdam", staan bijzonderheden die de lezer niet gauw ergens anders zal tegenkomen, zoals over de 'Amsterdamsche Tullefabriek' van W.H. Warnsink (deel IV, blz. 234/235) die slechts tien jaar bestond.


Zoals u in mijn aanwinstenlijstje over juli 2019 kunt zien (nr. 6) kocht ik onlangs via veilingsite Catawiki voor € 113,55 euro (inclusief veiling- en verzendkosten) Van der Vijvers vierdelige stadsbeschrijving. De uitgave bevat meer dan tachtig afbeeldingen (lithografieën) waarvan enkele zijn gemonogrammeerd 'JH' wat staat voor Johannes Hilverdink (1813-1902). Onder enkele staat een verwijzing naar de drukker; 'Steendr. van R. de Vries jr.'. Dit was Ruurt de Vries jr. (1813-1874) die tot Nederlands eerste steendrukkers behoorde en daarin werkzaam was vanaf ca. 1835.


Veel litho's zijn gekopieerd naar oudere (bekende) gravures maar enkele verrassen en springen er uit. Persoonlijk ben ik erg gecharmeerd van één van de oudste afbeeldingen van de pelikanenvijver in Artis (deel III, na blz. 134) die laat zien dat de bekende Amsterdamse dierentuin - in het eerste decennium van zijn bestaan - nog veel weg had van een kinderboerderij. Fraai vind ik voorts de strakke ontwerptekening door Carel Christiaan Antony Last (1808-1876) van 'Het huis van arrest en justitie' (deel IV, na blz. 540), het voormalige 'Huis van Bewaring I' aan de Weteringschans, naast de Leidse poort (waar thans Holland Casino) zit. Dit gebouw gold toen als een novum in de geschiedenis van het Nederlandse gevangeniswezen. Het was de eerste inrichting in ons land die was opgezet volgens het cellulaire systeem. Overigens kwam ik beide illustraties plus een aantal andere tegen als illustratiemateriaal in de laatst verschenen stadsgeschiedenis van uitgeverij SUN.


Mijn nieuwe aanwinst heeft ooit in de bibliotheek gestaan van de Utrechtse (maçonnieke) penningdeskundige W. Kreeft, wiens ex-libris het bevat. Daarnaast trof ik in het eerste deel een curiosum aan en wel de uitgeknipte voorzijde van de originele omslag van de 3de aflevering met op de achterzijde reclame van de uitgever. Die omslagen zijn natuurlijk geheel verdwenen met het inbinden tot afzonderlijke boekdelen.
Bij mijn weten is er destijds geen uitgeversband verschenen zodat de boeken tegenwoordig antiquarisch in verschillende banden worden aangeboden. Dat aanbod - zeker de complete serie - is overigens maar spaarzaam. Een groot probleem voor de bibliofiele liefhebber is de papierkwaliteit van deze uitgave. Papierverkleuring en 'foxing' zijn standaard aanwezig. Gelukkig heeft mijn set daar niet veel last van en zijn de litho's vrijwel allemaal schoon van smetten, mede omdat ze op een andere papiersoort zijn gedrukt.


Behalve het eerdergenoemde curiosum vond ik in het eerste deel ook een uitgeknipte kavelbeschrijving uit een veilingcatalogus van Van Gendt (Amsterdam, mei 1978). Daar werd toen kennelijk een ander exemplaar geveild, gebonden in halfleren banden. In pen staat de hamerprijs erbij; 775 gulden (exclusief veilingkosten). Daarnaast staat op het schutblad van het eerste deel met potlood geschreven: "Bij Meijer Elte, antiquaar in Den Haag, in deze uitvoering, in 1982 te koop voor ƒ 1475,-"! Omgerekend komt dat bedrag in koopkracht overeen met ruim dertienhonderd euro nu! Daarentegen is mijn aankoopbedrag bij Catawiki gelijk aan een kleine honderddertig gulden in 1982.
Voor dat bedrag had ik bij antiquaar Meijer Elte niet deze boeken maar bot gevangen...

donderdag 1 augustus 2019

Het jaar geboekt, juli 2019

In de rubriek 'Het jaar geboekt' (zie tabblad bovenaan) houd ik bij wat ik gedurende het lopende jaar per maand bij elkaar verzamel. Na afloop van de maand verplaats ik de lijst met aanwinsten naar de startpagina c.q. homepage en geef ik 'de cijfers'. In de rubriek blijven de voorgaande maand(en) als hyperlink aanwezig. Raadpleeg dus regelmatig de nieuwe rubriek om te zien of er aanwinsten zijn bijgekomen (of wacht op het maandoverzicht).

Juli 2019; de cijfers...

Totaal aantal objecten: 6.
Gekocht: 6.

Totaal uitgegeven: € 179,40 euro (incl. verzendkosten).
Gedeeld door 6 is gemiddeld: € 29,90 euro per object.

Via Boekwinkeltjes: 3 (1, 2, 3).
Via kringloopwinkel: 1 (5).
Via boekhandel: 1 (4).
Via Catawiki 1 (6).

Modern: 2 (4, 5).
Old & rare: 4 (1, 2, 3, 6).

Juli 2019: de aanwinsten...



1. E. van Dieren: "Prof. Freud en het perverse gevaar" (Baarn, 1932). Gekocht via Boekwinkeltjes voor € 14,25 euro (incl. verzendkosten). Inclusief de stofomslag (zoals u ziet)! Niet mijn eerste boekje van deze curieuze beroepsquerulant! Ik schreef eerder over hem in: "'De schrijver is de gekte nabij!'".

Via het boekwinkeltje van Ed Schilders kocht ik voor € 16,90 euro (incl. verzendkosten) twee (2 en 3) zeldzame theologische publicaties m.b.t. de discussie - begin vorige eeuw - rond 'de grote Hollandsche vloek; Godverdomme'. Ik heb hierover inmiddels een kleine collectie en schreef er over in: "Deus damnet me..., S.N. de D..., G.v.d.!"


2. J.A. Aertnijs: "De imprecatione Deus damnet me. Dissertatio theologica et apologetica." (Galopiae [Gulpen], 1902).


3. Walterus: "Vindicatio sententiae Patrum nostrorum quoad blasphemiam Neerlandicam" (z.p. [Tilburg], 1904). Niet in de handel.


4. M. Hameleers & A. van Noord: "Kaartboeken van Amsterdam 1559-1703" (Amsterdam, 2019). Direct gekocht voor de intekenprijs van € 31,95 euro (incl. verzendkosten). Het gaat hier om manuscriptkaarten van stukken land in de (wijde) omgeving van Amsterdam in het bezit van o.a. het Burgerweeshuis, Leprozenhuis en Sint-Pietersgasthuis. Ze vertonen niet zelden belangrijke en verrassende (bouw)historische details.


5. A. Boeken en W. Donath: "Amsterdamse stoepen" (Amsterdam, 1950). Met de (enigszins beschadigde) stofomslag. Voor mijn 'plankje' geschiedenis van Amsterdam. Kringloopvondst, voor € 2,75 euro meegenomen.


6. C. van der Vijver: "Geschiedkundige beschrijving der stad Amsterdam" (Amsterdam, 1844-1848). Vierdelige geïllustreerde negentiende eeuwse stadsbeschrijving door de onderwijzer Cornelis van der Vijver (1784-1855). Ik heb al heel lang een oogje op deze enigszins vergeten stadsbeschrijving. De mij bekende antiquarisch aangeboden (complete) sets hebben allemaal veel last van papierverkleuring en 'foxing'. Zo ook mijn nieuwe aanwinst maar gelukkig in geringe mate, bovendien kon ik deze uitgave bij Catawiki bemachtigen voor het vriendschappelijke bedrag van € 113,55 euro (inclusief veiling- en verzendkosten). Meer over deze serie en zijn auteur in mijn blog: "De vergeten stadshistoricus".

vrijdag 12 juli 2019

De presentexemplaren van het 'mirakelboekje'


Bij wijze van proloog.

Het biedgevecht rond het boekje op Catawiki duurde slechts vier minuten. In die vier minuten steeg het bod van € 122,- naar € 330,- euro.
Ik wist wat ik deed, want in de dagen voorafgaande aan de veiling had ik mij verdiept in de geschiedenis van deze uitgave en de achtergrond van het aangeboden exemplaar. Daarnaast was ik op de hoogte van het antiquarisch aanbod. Concreet bestond mijn kennis uit de volgende feiten:
A. Het boekje kent verschillende drukken (waarover later meer). Het aangeboden exemplaar (een zeventiende eeuwse eerste druk) is antiquarisch schaars. Er worden vooral latere (vaak achttiende eeuwse) drukken aangeboden voor prijzen tussen de twee- en driehonderd euro.
B. Het aangeboden exemplaar was, samen met nog twee exemplaren, vier maanden eerder al geveild bij Bubb Kuyper (november 2018 (69), kavel 2891), en voor € 110, - euro (exclusief veilingkosten) afgehamerd.
C. De koper bij Bubb Kuyper was de verkoper bij Catawiki. In zijn kavelbeschrijving werd met geen woord gerept over wat op één van de foto's van het boekje duidelijk zichtbaar was. Een titelpagina met een gesigneerde inscriptie.
D. Die inscriptie stond wel in de kavelbeschrijving bij Bubb Kuyper! Daar had men echter de signatuur verkeerd gelezen. Een paleografische vergissing waardoor het historisch belang van dit exemplaar niet was onderkend.

Dit veilingavontuur kende uiteindelijk twee winnaars. De verkoper die in enkele minuten flinke winst maakte (hij verkocht de andere twee exemplaren eveneens bij Catawiki voor respectievelijk € 110,- en € 420,- euro, exclusief veilingkosten!) en Perkamentus die eigenaar werd van een uniek stukje Amsterdamse boekgeschiedenis. Dat laatste ga ik nu uitleggen.


Pastoor Leonardus Marius en zijn mirakelboekje.

Pastoor Leonardus Marius 'Goesanus' (1588-1652) is in de geschiedenis van Amsterdam geen onbekende. Hij was Amsterdams eerste aartspriester sinds de alteratie in 1578 en wordt vaak genoemd als de biechtvader van Joost van den Vondel (1587-1679) met wie hij goed was bevriend. Het is daarom zeer waarschijnlijk dat hij aan de wieg heeft gestaan van diens geruchtmakende bekering tot het Katholicisme rond 1641.
Marius was daarnaast bekend als pastoor van het centrum van katholieke cultuur in Amsterdam, het Amsterdamse begijnhof (1631-1652) en als propagandist van het legendarische Mirakel van Amsterdam (1345).
Dat laatste heeft hij vooral te danken aan zijn anoniem verschenen publicatie: "Amstelredams eer ende opcomen door de denckwaerdighe miraklen aldaer geschied aen ende door het H. Sacrament des Altaers Anno 1345" (Antwerpen, 1639). De opkomst en snelle groei van de stad zou grotendeels te danken zijn geweest aan de bedrijvigheid en drukte ontstaan door de bedevaarten naar Amsterdam betoogde Marius.


Zijn 'mirakelboekje' bleef eeuwen lang bijzonder populair. Dat werd al vroeg gezien door Isaac le Long (1683-1762) die de populariteit vooral toeschreef aan de illustraties: "Waardoor dit Boek eertyds soo greetig om de fraaije Printjes verkocht wierdt, dat het niet als selden en tot een hoogen prys te koop was; waarop een baatsuchtig Boekverkooper, (men segt tot Amsterdam;) eengeset wierdt, om het selve netjes te laaten nadrukken; doch de printjes, offschoon reedelyk wel gemaakt, zyn niet ten naauwsten gevolgt, en dese nadruk is onder anderen daar aan te onderscheyden, dat het Nederduytsche schrift onder de plaatjes meede in 't kooper is gesneeden; 't welke in d'Origineele daar onder gedrukt is" (In: "Historische beschryvinge van de reformatie der stadt Amsterdam" (Amsterdam, 1729, blz. 208).
Marius genoot in Amsterdam als geleerde ook onder niet katholieken groot gezag.
Tot irritatie van zijn gereformeerde collega's liet het stadsbestuur hem vrij in zijn activiteiten en had hem bij gelegenheid zelfs in bescherming genomen. Hoe groot zijn populariteit en aanzien waren geweest bleek wel bij zijn begrafenis in het Hoge Koor van de Oude Kerk. Drie uur lang luidde de grote doodsklok over de stad en de toeloop van belangstellenden was zo groot dat er grof geld werd betaald voor een plaats op de daken of winkelluifels om de stoet te volgen!

Velen moeten Marius daar een rijk uitgevoerd praalgraaf hebben toegewenst, een kerkvorst waardig, maar dat kwam er niet... behalve op papier! Cornelis Visscher II (1629-1658) maakte een zeldzame gravure van het 'praalbed' van Leonardus Marius met daarop diens zinspreuk: 'Fortiter Sed Suaviter' ('Krachtig maar Zachtmoedig'). Zijn oude vriend Vondel dichtte daaronder:

"Hier sluimert Marius, verschrickt niet voor den naam:
Het is geen Marius, die Rome heeft bestreden:
Maer die met mont en penne en diensten en gebeden
Het Roomsche Christenrijck verplichte aen zijne faem
Wie droegh oit naem, die meer zijn eigenschappen raeckte?
Dees Leo was wel sterck, doch zoet als Nardus geur.
Zijn wijsheit straelt Godts boeck en alle kunsten deur.
Nu rust voor 't hoogh altaer die voor Godts kercke waeckte".


In de opleving en aandacht voor het legendarische Mirakel van Amsterdam en de 'Heilige Stede' c.q. Nieuwezijds Kapel (afgebroken in 1908) had zijn 'mirakelboekje' een belangrijk aandeel. Dat het in het katholieke geloofsleven lang een centrale rol vervulde ondervond ook Paus Pius XI (1857-1939) toen hij in 1924, ter gelegenheid van het 27ste internationaal Eucharistisch Congres in Amsterdam, werd verblijd met een 'zeldzaam mooi gebleven exemplaar in percamenten band', dat hij ontving uit handen van de heer H. Kuypers, directeur van 'De Maasbode'.
Zeven jaar later publiceerde 'De Maasbode' een artikel onder de kop: "Het eeuwfeest van Leonardus Marius. Pastoor van het begijnhof", ter gelegenheid van het feit dat het op 18 januari van dat jaar 300 jaar geleden was dat Marius daar pastoor werd ('De Maasbode' van 16 januari 1931 (blz. 9)). Wat dit artikel extra interessant maakt is dat er ter illustratie een foto bij staat van een door Marius gesigneerd exemplaar van zijn 'mirakelboekje'!


Perkamentus en het mirakelboekje.

U weet wel dat ik een liefhebber ben van boeken over de geschiedenis van Amsterdam.
Het 'mirakelboekje' is echter ook een hoeksteen in mijn bibliofiele ontwikkeling. Het was namelijk het eerste 'oude' boekje dat ik als vijftienjarige bibliofiel in spe - ergens rond 1975 - kocht in de Amsterdamse Oudemanhuispoort.
Ik herinner me nog dat ik toen gefascineerd was door de ouderdom, het antieke gotisch lettertype en de fraaie prentjes. Die afbeeldingen door Boëtius à Bolswert (ca. 1580-1633) gaan overigens terug op oude voorstellingen van de mirakelgeschiedenis geschilderd vóór 1521 door Jacob Cornelisz. van Oostzanen (ca. 1475-1533). De acht fragmenten die daarvan zijn overgebleven behoren tot Hollands oudste schilderingen op doek.


In mijn exemplaar had een achttiende eeuwse eigenaar achterin met de hand een inventaris gemaakt van de illustraties. Zodoende dacht ik lange tijd dat boekje compleet was en kwam ik er pas veel later achter dat er één afbeelding van de zestien ontbrak. Dat was de voornaamste reden om het boekje uiteindelijk weer van de hand te doen. Die verkoop (ik meen aan De Slegte in de Kalverstraat), zo'n tien jaar geleden, bleef lange tijd aan mij knagen. Toen afgelopen januari op Catawiki een 'mirakelboekje' werd aangeboden heb ik toegehapt (zie mijn aanwinsten van die maand, nr. 13). Zo kwam ik opnieuw in het bezit van een exemplaar gebonden in een contemporain leren bandje waarbij als extraatje wat losse afbeeldingen uit een vroegere editie zaten.


Het bibliografisch onderzoek van J.F.M. Sterck.

Nog voordat mijn aanwinst binnen was had ik via de aangeboden exemplaren op Antiqbook vastgesteld dat het ging om een laat achttiende eeuwse (her)druk. In de antiquarische beschrijvingen en historische literatuur wordt vaak verwezen naar een bibliografisch artikel door de 'Vondeliaan' en letterkundige J.F.M. Sterck (1859-1941): "Het boekje: Amstelredams eer ende Opcomen, door de denckwaerdighe miraklen aldaer geschied, A° 1345, en zijn schrijver" (Haarlem, 1925) een overdruk uit de serie: "Bijdragen voor de geschiedenis van het Bisdom Haarlem" (deel 43).


Sterck beschreef daarin de geschiedenis rond de uitgave uitputtend. In een aparte bijlage (blz. 184 t/m 186) onderscheidt hij maar liefst negen verschillende edities. Zes uit de zeventiende eeuw, waaronder de enige echte eerste druk (variant B), zonder de opdracht aan de schilder Peter Paul Rubens (1577-1640) en de illustraties voorzien van versjes in het Latijn en Nederlands, en drie late edities uit de achttiende eeuw met onder de illustraties alleen de Latijnse versjes.
Zodoende kon ik vaststellen dat mijn Catawiki aanwinst een niet als zodanig aangegeven (vrij slordige) Amsterdamse herdruk was uit 1745, verschenen bij G. van Bloemen (variant G). De daarbij los verkregen prentjes kwamen uit een zeventiende eeuwse editie (variant C).
Sterck signaleerde tijdens zijn onderzoek in verschillende collecties zes presentexemplaren (alle eerste druk, variant B).
Deze zes, gesigneerd door Marius, dragen de volgende inscripties:

1. "Eer ende deught rijcke Vrouw Susanna Pieters genaemt Bosch. L. Marius" (Bibliotheek van den Amstelkring, thans museum Ons' Lieve Heer op Solder, plaatsnummer AKBK-I-1-33).


2. "Cornelia Heindricks. Anna Willems. L. Marius" (Bibliotheek van het Begijnhof Amsterdam, thans Allard Pierson, collecties UvA, plaatsnummer OTM: O 06-5478).

3. "Adm. R. et doctissimo viro Nicolao Verwer S.S.Th. L. Cathedr. Ecclesiae Harlem. Canonico Graduato. Pignus Amoris. Author L.M.D." (Bibliotheek van het Begijnhof Amsterdam, thans Allard Pierson, collecties UvA  plaatsnummer OTM: O 06-5481).


4. "Eersaeme discreten Dirck Gerritsz. Geelehandt Confr. L.M." (collectie J.F.M. Sterck, Heemstede, thans Allard Pierson, collecties UvA, plaatsnummer OTM: OK 66-195. Met later ingevoegde opdracht aan P.P. Rubens).

5. "Achtbaere discrete Pieter Michielsz. Laeij. L. Marius" (Bibliotheek van het Begijnhof, Amsterdam, thans Allard Pierson, collecties UvA, plaatsnummer OTM: O 06-5475). Dit is het afgebeelde exemplaar in de Maasbode van 16 januari 1931.


6. "Adm. Rdo. dno. Sebastianus Hoogkamer ss. Th. Lr. Author L.M." (Bibliotheek der Oud-Katholieken, Rotterdam, thans De Bibliotheek Rotterdam). Volgens informatie van dr. A.H. van der Laan, conservator erfgoedcollecties van De Bibliotheek Rotterdam, is dit exemplaar niet meer aanwezig (verloren gegaan in de Tweede Wereldoorlog?).

De exacte identiteit van enkele ontvangers (m.n. vrouwen) is nog niet vastgesteld. Sterck schrijft dat deze bijzondere exemplaren waren bedoeld voor goede vrienden, begijntjes en trouwe biechtelingen. Indirect bevestigde Marius met deze persoonlijke inscripties zijn auteurschap.

Een onbekend presentexemplaar.

Na mijn aanwinst in januari besloot ik om bij gelegenheid nog eens uit te kijken naar een vroeg (zeldzaam) zeventiende eeuws exemplaar. Dat dook nog geen twee maanden later op, wederom bij Catawiki. De foto's bij het kavel toonden een fraai behouden exemplaar in perkamenten spitselband (overlapping vellum) met vernieuwde paste-downs (de oude zijn aanwezig maar niet teruggezet op de binnenkant van het plat). Zoals ik in de proloog al schreef werd het meest intrigerende niet in de beschrijving genoemd maar was wel zichtbaar op één van de foto's. Het ging om een afbeelding van het titelblad waarop iets stond geschreven. In eerste instantie had ik daar weinig aandacht aan geschonken maar toen ik de desbetreffende foto uitvergroot nog eens goed bekeek herkende ik vrijwel direct het handschrift en de signatuur van pastoor Leonardus Marius. Bijna een eeuw na Stercks onderzoek dook er een zevende presentexemplaar op.


In het handschrift van Marius staat er:

"Eer
ende        { rijcke
Deught 

Jonfr. Aleidis Schendel.
In Waerheidt Saligh. 
               L. Marius".

De aanhef is gelijk aan die voor Susanna Pieters ("Eer ende deught rijcke Vrouw Susanna Pieters genaemt Bosch. L. Marius"). In mijn exemplaar heeft Marius het met die accolade op een meer speelse manier geschreven. Wat mag hij hebben bedoeld met de persoonlijke toevoeging 'In Waerheid Saligh'? In de doop- trouw en begraafregisters van Amsterdam en in het overzicht 'Alle begijnen van Amsterdam' (1400-1971) komt haar naam niet voor. Waarschijnlijk was deze ongehuwde ('jonfr.') Aleidis Schendel verwant aan de Utrechtse katholieke familie (van) Schendel die in dezelfde periode twee pastoors leverde; Jacobus (van) Schendel (1614-1650) en diens broer Theodorus (van) Schendel (1607-1652). Beiden hadden in Keulen gestudeerd waar Leonardus Marius toentertijd hoogleraar en president van het seminarie was ('Alticollense' in de Grosze Budengasse)

Een verrassend slot.

Op 18 mei vond de algemene ledenbijeenkomst plaats van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen in het Nationaal Militair Museum in Soest. Zoals gebruikelijk was er tussen het officiële gedeelte c.q. de jaarvergadering en het bezoek aan de bibliotheekcollectie een lunch. Altijd een gezellig moment waar iedereen over zijn laatste boekavonturen vertelt en nieuwtjes deelt.
Ik zat ditmaal aan tafel met dr. Gerard Jaspers, één van onze ereleden, die ik ken als een verzamelaar van laatmiddeleeuwse vroomheidsliteratuur, vooral 16de eeuws religieus drukwerk. Natuurlijk vertelde ik hem over mijn bijzondere nieuwe aanwinst. Hij luisterde aandachtig, bekeek de fotokopie van de pagina met de inscriptie en knikte. Pastoor Leonardus Marius kende hij wel en ook diens mirakelboekje was hem niet onbekend. 'Daarvan heb ik er een aantal waaronder een gesigneerd exemplaar...'!
Ik dacht eerst dat ik hem niet goed had begrepen. Nog een onbekend presentexemplaar?
Inderdaad!
Zijn exemplaar - ooit op een veiling gekocht - draagt de volgende inscriptie:

"Grietje Claes dr Witte. L. Marius". 

De volgende eigenaar schreef er onder: "Nunc C V Poelenburgh".


Met deze twee nieuwe presentexemplaren zijn er, bijna vier eeuwen later, maar liefst acht presentexemplaren bekend. Dat is uniek en wonderlijk bovendien.
Uniek omdat ik geen enkele andere zeventiende of achttiende eeuwse publicatie ken waarvan zoveel presentexemplaren overgeleverd zijn. Wonderlijk omdat dit katholieke volksboekje destijds niet voor niets anoniem verscheen. Desondanks weerhield dat pastoor Leonardus Marius er niet van om talrijke exemplaren te signeren en zo ondubbelzinnig zijn auteurschap te demonstreren.


Oproep.

De pastoor van het Amsterdamse begijnhof signeerde zijn boeken graag. Ook in andere uitgaven van zijn hand is de signatuur van Leonardus Marius, vaak vergezeld van een opdracht, aangetroffen. Zeer waarschijnlijk heeft hij wel meer exemplaren van zijn boekje ‘Amstelredams eer…’ gesigneerd.
Het boekje wordt antiquarisch overvloedig aangeboden (weliswaar m.n. de latere drukken) en is - vaak met meerdere exemplaren - aanwezig in tal van openbare-/bijzondere collecties. Mocht u zelf ook een gesigneerd exemplaar bezitten of kennis hebben van een gesigneerd exemplaar in een openbare - of privécollectie, dan verneem ik dat graag zodat ik het kan opnemen in dit overzicht.