Die was druk bezig met uitpakken, geholpen door Christiane van Straat antiquaren uit de Rosmarijnsteeg. “Hebben jullie al gehoord dat antiquariaat Egidius in de Haarlemmerstraat gaat sluiten?", vroeg ik (NB. dit bleek gelukkig niet waar, lees onderstaande commentaar!).
Christiane pauzeerde en mompelde tussen twee trekjes aan haar sigaret: “Wij gaan onze winkel binnenkort ook sluiten”. Jos schudde zijn hoofd en begon een monoloog over oplopende kosten, toenemende regelgeving, dure marktpasjes, een Kamer van Koophandel waar je niets aan hebt, hoge belastingen, kostbare verzekeringen en de slinkende marges. Antiquaar Sander Kok, die door de boeken snuffelde, keek even op en riep dat hij nog meer antiquariaten kende die binnenkort hun winkeldeuren zouden gaan sluiten. "Binnenkort zijn wij de enigen nog!". Ik zuchtte wat, en keek naar de stapels boeken. Nog even, dacht ik, en het winkelantiquariaat is voorbij, alles gaat dan via internet. Bah!
Enkele pakjes bevatte vier clichés voor één kleurendruk (zwart, rood, geel en blauw) maar de meesten waren enkele clichés voor een zwart/wit afdruk. Heel veel van dergelijk 'antiek' drukkerijspul is met de opkomst van digitale druktechnieken verdwenen, weggegooid of omgesmolten toen de koperprijzen stegen (thans tegen de zes euro per kilo). Toen ik een cliché van de stapel nader bekeek wist ik meteen uit welk boek ze afkomstig waren. Enkele minuten later liep ik met ruim 25 kilo aan loodzware koperclichés, verdeeld over enkele tassen, door Amsterdam te sjouwen.
Al bladerend gingen mijn herinneringen vijfentwintig jaar terug in de tijd toen ik mij bovenmatig interesseerde voor de lokale geschiedenis van mijn woonplaats Amstelveen.
Groesbeeks boek gold onder geïnteresseerden als hét standaardwerk en werd door velen begeerd. Het was destijds al vele jaren uitverkocht. Op het Amstelveense gemeentehuis werd ‘in de kluis’ angstvallig een restantje bewaard als geschenk bij bijzondere gelegenheden.
Het boek was antiquarisch moeilijk te vinden en internetantiquariaten waren nog pure sciencefiction. Het was bovendien kostbaar.
De prijzen lagen tussen de honderd vijftig en tweehonderd vijftig gulden. Wat was ik toen blij met mijn exemplaar, waarvoor ik slechts vijfenzeventig gulden moest neerleggen.
Een koopje! Vijfentwintig jaar later zie ik het boek regelmatig bij mijn kringloop liggen voor prijzen rond de vijftien euro. Het kan verkeren…
Het schoot me te binnen dat Jos had gezegd dat hij er al goed van had verkocht. Daar was geen woord van gelogen. “Wat moet je ermee?”, had Sander Kok gevraagd. “Tja…uhh… bewaren?” , maar thuisgekomen kreeg ik een beter idee. Ik schenk de collectie aan de Vereniging Historisch Amstelveen (VHA) onder de voorwaarde dat ze er een geïllustreerd artikel aan wijden in hun blad ‘Amstel Mare’ getiteld: “Perkamentus schenkt ruim 25 kilo 'Amstelveen'”.
Alleen het onderstaande gemeentewapenvignetje van Ouder-Amstel (Groesbeek, blz. 59) hou ik voorlopig zelf. Als kleine herinnering, het maakt me weemoedig.




