zondag 11 november 2018

Gepeins over zeldzaam (galante dichtluimen)


Naar aanleiding van een nieuwe aanwinst die ik gisteren (op mijn verjaardag) heb opgehaald en het stukje van Boekensneuper over 'de gouden tijd' (toen de duurbetaalde schatten van nu nog voor een schijntje werden verkocht) verzonk ik achter mijn bureau in gepeins en gemijmer over dure en/of zeldzame boeken. En/of, want (thans) dure boeken zijn niet altijd zeldzaam en omgekeerd zeldzame boeken zijn niet altijd duur.

Een boek waarvan maar één exemplaar is gemaakt is een unicum maar kun je moeilijk zeldzaam noemen in de zin van nauwelijks voorkomend of zeer schaars. Dergelijke boeken vind je vaak in de categorie 'Kunstenaarsboek'. Bij bibliofiel margedrukwerk kom ik de term niet zo vaak tegen ondanks het feit dat de oplage vaak beperkt is en soms (hand)genummerd. In dit geval is de tijd een factor. Het drukwerk is jong en circuleert onder verzamelaars. Groot is de kans dat er vroeg of laat (beter; tijdens het leven van de verzamelaar!) ergens een exemplaar opduikt in een veiling, (internet)antiquariaat of bij een particulier.

Bij oud drukwerk wordt de term, soms terecht maar vaker onterecht, gebruikt. Een enkel exemplaar van een oude uitgave aangeboden - al dan niet op internet - kun je zeldzaam noemen omdat deze kennelijk nergens anders verkrijgbaar is. Duur hoeft het dan nog niet te zijn, want dat is weer afhankelijk van de vraag en die kan van tijd tot tijd (enorm) fluctueren. Het "Het allerlaatste exemplaar" van een kleine uitgave die ik ooit beschreef is daar een voorbeeld van. Ook kan het zo zijn dat de verkoper zich niet bewust is van het bijzondere karakter van zijn koopwaar. Een voorbeeld daarvan is "Nederlands oudste openbaar vervoersbewijs?" maar ook deze uitgave 'naar eigen smaak' die ik alle twee voor luttele euro's kon bemachtigen.

Er wordt wel gezegd dat internet de term 'zeldzaam' in de boekenwereld heeft gedevalueerd maar beter is het om te zeggen dat er een herdefinitie heeft plaatsgevonden. Je hebt verschillende uitgaven die voordat internet er was ook al 'zeldzaam' waren en dat tot op heden zijn.
Bilderdijks gezochte erotische debuut: “Mijn verlustiging" (Leiden/Amsterdam, 1781) bijvoorbeeld, zeker als die - zoals mijn exemplaar in excellente conditie is met negentwintig in plaats van achtentwintig vignetten! Ook mijn Helmers' "Hollandse natie" (Amsterdam, 1812) met zijn bijzondere verbeterblad behoort tot deze groep.

Zeldzaam en gezocht maakt uitgaven prijzig, althans dat is de algemene gedachte. Toch behoeft ook deze denkwijze enige nuancering. Ten eerste; wat precies wordt er eigenlijk gezocht? Smaak en interessegebieden veranderen constant, wat thans wordt verzameld stond vroeger niet in de belangstelling (Strips en fotoboeken bijvoorbeeld) en wat vroeger gezocht en duur was kan tegenwoordig voor heel billijke bedragen worden gekocht. En wat is zeldzaam? Mijn octavo exemplaar van Jan Wagenaars: "'T verheugd Amsterdam..." (Amsterdam, 1768) is op zich geen zeldzame uitgave maar wel uniek door zijn handgeschreven opdracht. Zo kunnen op zichzelf veelvoorkomende uitgaven zeldzaamheid/uniciteit ontlenen aan diverse externe factoren zoals een bijzondere boekband (in dit voorbeeld), handgeschreven inscriptie, extra illustraties of provenance.


Internet is voor antiquariaat, boekhandel en bibliofilie, enerzijds een vloek, anderzijds een zegen. Het dwingt de verkoper, antiquaar en particulier om het gebruik van de term 'zeldzaam' te staven met argumenten. Andersom moet de koper zich afvragen of die argumenten valide zijn en de vraagprijs rechtvaardigen. Dilemma's liggen daarbij op de loer. Stel dat u een bepaalde uitgave zoekt en u vindt wereldwijd drie bijzondere exemplaren. Eén beduimeld door de auteur gesigneerd exemplaar, één in een luxe boekband (zonder dat de originele omslag werd meegebonden) en één met de originele stofomslag in uitstekende conditie. Welke van de drie is zeldzaam? Welke zou u kopen?

Desondanks ben ik van mening dat internet voor de bibliofiele verzamelaar meer een zegen dan vloek is. Regelmatig 'sneupen 2.0' levert immers nog steeds bijzondere en zeldzame boeken op. Dat laatste kun je als verzamelaar nu ook veel beter controleren door de enorme hoeveelheid kant en klare informatie op internet. Inzicht in prijzen, kennis en foto's zijn alom beschikbaar.

Mijn boekavonturen bevestigen dat ik het merendeel van mijn bijzondere vondsten doe op internet. Ik kom er mijn luie stoel niet voor uit om 'zeldzame' objecten te vinden voor soms idioot lage prijzen. En dat beschrijf (en beargumenteer) ik vervolgens in smakelijke blogverhalen. Niet alleen omdat ik dat leuk vind maar ook om andere liefhebbers te motiveren en te inspireren.


Anyway... ik begon dit verhaal met de mededeling dat de aanleiding voor mijn gepeins, behalve een blogbijdrage van Boekensneuper, ook een nieuwe zeldzame aanwinst is.
De uitgave in kwestie vond ik via Boekwinkeltjes bij antiquariaat Boek en Glas (waar ik regelmatig leuke en schaarse uitgaven koop!).
Het gaat om: "Galante dichtluimen" (z.p. ['s-Gravenhage], 1780). Een anoniem verschenen dichtbundeltje (XVI, 80 blz. met een gegraveerde titelpagina) met vrij expliciete erotiek door Hendrik Tollens (1780-1856) toegeschreven aan Willem Bilderdijk (1756-1831), maar hoogstwaarschijnlijk geheel geschreven door Hendrik Riemsnijder (1743-1825).
Of ik wat heb met dichtbundels en/of erotica? Daarover kunt u hier en hier meer lezen.
Mijn nieuwe aanwinst is te vinden (en te bekijken) op Google books en dat geldt ook voor enkele negentiende eeuwse heruitgaven die overigens stuk voor stuk bijzonder zeldzaam zijn. De jongste heruitgave van "Galante dichtluimen" dateert van 1979 en verscheen bij De Bosbes in Oosterbeek (in een oplage van 250 exemplaren).

De verschijning in 1780 verliep niet onopgemerkt. De dichtbundel werd besproken in de "Nederduitsche dicht- en tooneelkundige bibliotheek, behelzende vrijë en onpartijdige beöordelingen van poëtische werken" (Amsteldam, 1781, blz. 107) en betiteld als "eene Zedenbedervenden arbeid, van eenen onbeschaamden, dartelen, en vuige wellustminnenden schrijver". Ook de befaamde antiquaar en bibliograaf Frederik Muller (1817-1881) kende de uitgave (naast enkele andere erotische Nederlandse titels) en had er een uitgesproken mening over: "deze boeken zijn alle geschreven of gedicht, om de grootste obsceniteiten in den slechtsch mogelijken vorm te zeggen. Zoo U deze boeken niet kent, moogt U er dankbaar voor zijn. Ze vergiftigen de imaginatie, en daarom moet mijns inziens de boekhandel zich niet leenen dergelijk vergif te verspreiden, maar dit aan bordeelen overlaten en anderen die het in het geheim doen". Tegenwoordig zijn de gedichtjes een stuk onschuldiger maar nog steeds niet mis te verstaan. Bijvoorbeeld dit raadsel.

"'k ben van gestalte klein; woon in een lommerig dal,
Leef steeds bedekt, en ben met pragt noch praal bepaereld,
Vogt is mijn voedsel slegts; men kent mij overal;
'k Ben stom en doof; nogthans regeert mijn magt de weareld,
Schoon hij, die mij genaakt, trotsch en vermeetel staat,
Verzwakt nogthans zijn moed, eer' hij weer van mij gaat".

Leuk is ook 'Aan Lotje':

"Gij hebt een' Roos, die frisch, bekoorlijk is en êel:
Maar, Lotje lief! dit roosje ontbreekt een steel!
Wilt gij mij toestaan u 't geheim der kunst te leeren,
Die frische Roos te inoculeeren?
't zap, welke uit het steeltje vloeit,
Maakt dat het Roosje weelig bloeit."

Het boekje dat ik bij antiquariaat Boek en Glas voor tachtig euro (met verjaardagskorting) in ontvangst mocht nemen zat onafgesneden en nog stevig gebonden los in een oud handmarmeren omslag. Antiquaar Peter van der Linde had me via de mail al geschreven; 'Het boekje verdient een mooi bandje', maar ondertussen was er een ander plan in mij gerijpt.
Zou het mogelijk zijn om een facsimile omslag te maken door op een vel oud achttiende eeuws papier een zwart/wit afdruk te maken van de originele voor- en achterzijde?
Van het exemplaar op Google books kopieerde ik de donkerbruine voor- en achterzijde die ik met behulp van Adobe Photoshop omtoverde naar een zwart/wit afbeelding. Die drukte ik af op een gewoon vel A4 kopieerpapier, vouwde het blad en keek of de omslag met de afbeelding op de voor- en achterzijde ongeveer dezelfde proportie hadden als de uitgave en het titelblad.

A4 is te groot voor deze octavo uitgave en dus veranderde ik de afdrukinstellingen net zo lang tot het juiste formaat werd bereikt. Daarna knipte ik uit een folio vel achttiende eeuws papier een vel op A4 formaat, drukte de afbeelding af en plakte het dichtbundeltje voorzichtig vast in mijn facsimile-omslag met wat boekbindersstijfsel. Tot slot nog wat finetuning met behulp van een schaar en kaarsvlam (bruine papierrandjes!) et voilà!
Het fraaie resultaat ziet u bovenaan!

Uit informatie in de STCN blijkt overigens dat een exemplaar in originele omslag maar weinig voorkomt. Datzelfde geldt vermoedelijk ook voor exemplaren met de gegraveerde titelpagina die (anders dan de typografische titelpagina) niet wordt vermeld bij de typografische informatie! Wie bereid is ruim honderd euro meer te betalen kan bij het Haagse antiquariaat Fokas Holthuis een exemplaar kopen met de enigszins gehavende originele voorzijde van de omslag. Zeldzaam!

donderdag 1 november 2018

Het jaar geboekt, oktober 2018

In de rubriek 'Het jaar geboekt' (zie tabblad bovenaan) houd ik bij wat ik gedurende het lopende jaar per maand bij elkaar verzamel. Na afloop van de maand verplaats ik de lijst met aanwinsten naar de startpagina c.q. homepage en geef ik 'de cijfers'. In de rubriek blijven de voorgaande maand(en) als hyperlink aanwezig. Raadpleeg dus regelmatig de nieuwe rubriek om te zien of er aanwinsten zijn bijgekomen (of wacht op het maandoverzicht).

Oktober 2018; de cijfers...

Totaal aantal objecten: 16 (nr. 1 bevat 2 objecten, nr. 3 bevat 2 uitgaven).
Gekocht: 14.
Gekregen: 2.

Totaal uitgegeven: € 181,05 euro (incl. verzendkosten).
Gedeeld door 14 is gemiddeld: € 12,93 euro per object.

Via Boekwinkeltjes: 7 (2, 3.a., 3.b., 4, 5, 6, 7, 13).
Via (online) antiquariaat: 2 (1.a., 1.b., 12, 14).
Via Marktplaats: 1 (12)
Via kringloop: 4 (8, 9, 10, 11).

Modern: 6 (8, 9, 10, 11, 12, 13).
Marge & klein bibliofiel drukwerk: 2 (2, 6).
Old & rare: 8 (1.a., 1.b., 3.a., 3.b., 4, 5, 7, 14).

Oktober 2018: de aanwinsten...


1. Bij antiquariaat Goltzius kocht ik twee achttiende eeuwse portretten voor € 45,- euro. Het gaat om dat van (a) de Amsterdamse stadshistoricus Jan Wagenaar (1709-1773), door Jacob Houbraken en (b) dat van de rechtsgeleerde mr. Nicolaas Bondt (1732-1792), door Reinier Vinkeles. Beiden zijn bedoeld voor een project waarover meer in mijn komende blog: "Idolatrie".

Uit de bibliotheek van Ed Schilders nam ik via Boekwinkeltjes ditmaal voor
€ 85,85 euro zes uitgaven over (23, 4 en 5). Nummer 6 en 7 kreeg ik cadeau! Het gaat om:
2. J. van Heel: "Animo moesto, de hondengrafjes in de tuin van het Museum Meermanno-Westreenianum/Museum van het Boek" (z.p. [Zoeterwoude], z.j. [1996]). Bibliofiel klein drukwerk in een oplage van circa 90 exemplaren door K. Thomassen (De Uitvreter). Curieuze documentatie over de grafstenen voor de overleden honden van baron Willem van Tiellandt van Westreenen (1783-1848). Titelillustratie litho door C.Ch.A. Last van zijn hond Donau. Artikel (facsimile) uit de Arnhemsche Courant (1878). Transcriptie en vertaling van de vier Latijnse grafteksten. Ingeplakt: reconstructie van de zerken. Los ingelegd: overdruk van met toelichting over deze uitgave door Kees Thomassen in ‘Wie dit leest is gek...’ (Zoeterwoude, 1996).


Daarnaast twee samengebonden uitgaven voor mijn groeiende collectie boeken over verboden boeken, de rooms-katholieke index en/of haar boekenwetten.
3.a. P.H. Schneider: "Die neuen Büchergesetze der Kirche, Ein Kommentar zur Bulle Officiorum ac munerum und zu den Decreta generalia de prohibitione et censura librorum" (Mainz, 1900).
In een zwart linnen band met:
b. A. Boudinhon: "La nouvelle législation de l’Index, texte et commentaire de la constitution 'Officiorum ac munerum' de janvier 1897" (Paris, 1899).


4. J. Hilgers S.J.: "Der Index der Verbotenen Bücher" (Freibourg im Breisgau, 1904).
De ultieme studie over de Roomse Index en aanverwante censuursystemen, vooral vanaf ca. 1500. Inhoudsopgave beslaat 13 pagina’s. Algemeen register 49 pag met 3 kolommen. 22 ‘Anlagen’ met transcriptie historische documenten. Censuur in Nederland: 6 pag. Speciale hoofdstukken over de jezuïeten, vrouwen op de Index, de Roomse Boekenwet, e.v.a.. De titels op de Index van paus Leo XIII worden in chronologische volgorde weergegeven met de exacte datum.

5. [IDIL]: "Lectuurkompas. 25.000 beoordelingen van boeken verschenen in de jaren 1937-1962" (Tilburg, 1962). Deze catalogus van de Stichting Informatie-Dienst Inzake Lectuur is de neerslag van het katholieke systeem waarmee bibliotheken, boekhandelaren, en de media bediend werden met recensies en morele waardering van nieuw verschenen boeken (Nederlands en vertalingen).
De catalogus bevat geen recensies, maar per auteur een opsomming van titels en de daaraan toegevoegde morele waardering volgens een fijnmazige code (die is afgedrukt aan de binnenkant van de uitvouwbare achterflap).
IDIL was na de oorlog de opvolger van het katholieke recensie tijdschrift 'Boekenschouw.'
De organisatie was in feite een verlengstuk van de Roomse Boekenwet (en de Index) waarbij de verantwoordelijkheid werd gelegd bij de bisschoppen. Vrijwel geen enkele literaire auteur komt ongeschonden door deze IDIL-ballotage.

6. E. Schilder & F. van Pamelen: "Drie ABC's voor boekenvrienden" (Tilburg, 2010).
Samengesteld ter gelegenheid van de boekenmarkt ‘Boeken rond het Paleis’ in Tilburg (2010). De teksten (Van Aardbei tot Zeeland) werden gekozen uit de boekencolumns van Ed Schilders in de Volkskrant. Het ABCdarium van Frank van Pamelen beschrijft boekentypes (Van Anderbinder tot Zelfnaaier).
Alle letters geïllustreerd (Van ABC-boek tot Zetduivel). Niet in de handel geweest.


7. J. Germain: "Danseront-elles? Enquête sur les danses modernes" (Paris, 1921).
De deskundige mening van diverse bekende en minder bekende Franse autoriteiten over het fenomeen 'moderne dansen'. Een fraaie aanvulling op mijn collectie brochures van voornamelijk Katholieke signatuur over het gevaar en onzedelijk karakter van de moderne dansen.

Mijn kringloop was ook ditmaal weer een bron van diverse aanwinsten (8, 9, 10 en 11) voor enkele euro's per stuk.

8. Iongh, H. de: "Koning Willem III en zijn bastaarden. Het beest der beesten" (Soesterberg, 2013). "Dit boek behandelt een onbekend en schokkend facet van het Huis van Oranje. Koning Willem III had zo'n onbedwingbaar libido dat hij tientallen bastaardkinderen kreeg". Het boek bestaat grotendeels uit genealogieën van de desbetreffende bastaarden. Curieus onderwerp en maar € 2,- euro!


9. P. Masmeijer & P. van Schaik (redactie): "Vijftig jaar Kruiskerk" (Amstelveen, 2001).
Voor € 1,- euro meegenomen voor mijn collectie lokale geschiedenis en topografie.
Al geruime tijd geleden kocht ik mr. A.J.J. van Rooy: “Kerkelijke architectuur” (Utrecht, 1953) met een interessant artikel over dit Rijksmonument in mijn woonplaats; de Kruiskerk van Marius Frans Duintjer (1908-1983).


10. H. Pleij: "Komt een vrouwtje bij de drukker" (Amsterdam, 2008). Afscheidsbundel als hoogleraar historische letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam met Pleij's belangrijkste artikelen op het gebied van laatmiddeleeuwse populaire literatuur en leescultuur. (met een inleiding van Marita Mathijsen, en een lijst van Pleij's publicaties 1969-2007). Leuk boekje voor € 2,- euro.

11. G. Schwartz: "Rembrandt. Alle etsen op ware grootte afgebeeld" (Maarssen/
's-Gravenhage, 2008). Tweede verbeterde druk van dit fraaie overzichtswerk met 312 afbeeldingen en 3 grote losse vouwvellen. Etsen van Rembrandt bezit ik (nog) niet maar voor € 2,25 euro kon ik dit standaardwerk niet laten liggen!


12. M. Mathijsen: "Jacob van Lennep. Een bezielde schavuit" (Amsterdam, 2018). Ik lees graag biografieën van historische personen en had ook deze op mijn verlanglijstje staan. Uiteraard betaalde ik niet de volle mep maar - via Marktplaats - slechts € 14,45 euro (incl. verzendkosten).


13. B. Gerlagh & B. Bakker: "Kijk Amsterdam 1700-1800. De mooiste stadsgezichten" (2018). Bij antiquariaat Kok voor € 15,- euro opgehaald. Stond al sinds het verschijnen op mijn verlanglijstje want vele (afgebeelde) tekeningen uit deze periode zijn ook als boekillustraties terug te vinden in contemporaine uitgaven in mijn bibliotheek. Wellicht iets voor een volgend blog...


14. H.W.A. Paans: "Het Corvershof. Ter herinnering aan het 200 - Jarig Bestaan 1723 - 1923" (Amsterdam, 1923). Destijds verschenen in een oplage van 500 exemplaren. Los toegevoegd zijn het originele aanbiedingsbriefje van de auteur alsmede een uitnodiging voor de dankstond ter gelegenheid van het 200-jarig bestaan in de Nieuwezijds Kapel op 25 juli 1923. Gekocht via Boekwinkeltjes bij Titaantje in Amsterdam voor € 13,50 euro (incl. verzendkosten). Ik schreef al eerder over het Amsterdamse Corvershof hier.

zaterdag 13 oktober 2018

Dansen - und Satan lacht dazu


Wijlen collega boekenjager, Gerrit Komrij (1944-2012), schreef er al over in "Over het nut van katholicisme". Er is geen andere geloofsrichting die zich met zoveel diverse aspecten van het dagelijks leven heeft bemoeid als het katholicisme. Of het nu ging om het krijgen van kinderen, de opvoeding, het kijken naar films, alcoholgebruik, het lezen van boeken of het dragen van de laatste mode; de kerk ('mijnheer pastoor') had er een mening over. Wij mogen het katholicisme dankbaar zijn dat die mening niet zelden werd verwoord in thans geheel verdwenen obscure boekjes, curieuze brochures en folders. 'Bibliofiele malligheid' van de bovenste plank, en ik ben er een groot liefhebber en fanatiek verzamelaar van. Tijdens schaarse feestjes en borrelpraat mag ik er graag uit verhalen, wat niet zelden leidt tot verbaasde reacties en lachsalvo's.

Veel van dergelijke uitgaven in mijn collectie komen uit opgeheven missiehuis- en kloosterbibliotheken (zoals die van Stein, Tilburg en Udenhout). Slechts enkele kocht ik op boekenmarkten en via het antiquariaat. Een flink aantal verkreeg ik het afgelopen jaar dankzij Boekwinkeltjes uit de bibliotheek van Ed Schilders (en die conclusie had u zelf ook al kunnen trekken als u mijn rubriek 'Het jaar geboekt' volgt en de maandelijkse overzichten leest). In dit stukje wil ik een aantal uitgaven uit mijn collectie aan u voorstellen die zich uitlaten over het fenomeen 'dansen'.

Dansen was aanvankelijk een onderdeel van de rituele geloofsbeleving maar tijdens de Middeleeuwen veranderde het beeld. Opzwepende muziek, erotische geladen lichaamsbewegingen, al dat extatische geweld tussen beide seksen werd verdacht en al gauw bestempeld als onzedelijk, zondig en het werk van de Duivel.


Mijn vroegste uitgave op dat gebied is het boekje van M. Hulot: "Onderrigting over de hedendaegsche dansvergaderingen" (Antwerpen, 1828). Het is een uitgave van A.M.D.G. ('AMajorem Dei Gloriam', Bibliotheek van godsdienstige, redekundige en historische boeken, ten gebruyke der Catholyke Jeugd. No. 5).
'Dansvergaderingen', schrijft abt Hulot, "zijn byeenkomsten van persoonen van verschillig geslagt, zonderling van jongelingen, welke, bij het geluyd eeniger speeltuygen, te samen zekere bewegingen maeken om zich zelve en andere te vermaeken".
Dansvergaderingen lokten onkuis gedrag en handelen uit. Bovendien vonden ze vaak plaats tijdens de vastentijd en op zon- en feestdagen. Dagen die toegewijd moesten zijn aan 'de traenen, aen de droefheid' en aan God. Hoogst gevaarlijk werd het als de dansvergaderingen in het duister plaatsvonden, 's nachts, en/of gemaskerd/verkleed. Alle zedelijke remmen los was dan vaak het resultaat.

Bij Hulo ging het nog vooral om het dansen en lezen we maar weinig over de muziek. Dat veranderde na 1900 toen nieuwe muziek leidde tot nieuwe dansvormen in apart daarvoor gebouwde bal- en danszalen (dancings).
In: "Op tegen de Zedenontaarding! In woord en daad - In boek en beeld - In dans en kleeding" (Amsterdam, 1914) door P. van Dorp lezen we daarover: "Maar zulk een oud-Hollandsche klompjesdans staat tot de verbeestelijkte nikkerdansen in de balzalen der hedendaagsche beschaving als de landelijke gezondheid tot de geheime ziekte van een der fijngemanierde lebemänner, die het moderne leven al heeft verbruikt, nog vóór zij aan den ouderdom der Suzannabelagers toe zijn!".
Vooral de tango moest het bij Van Dorp ontgelden: "Weet u wat de tango is? Het is het wringen en draaien van het lichaam in slappe bochten en het huppelen en wiegelen net als een gans, het grimassen-maken van een aanstellerigen schooljongen, het is, maar ach, waarom de onderdeelen van de tango te vergelijken. De tango is de tango".

Ook de schrijver en journalist Henri Borel (1869-1933), die er nota bene zelf een dubbele moraal op nahield, was onverbiddelijk in zijn oordeel: "Het moet nu eindelijk maar eens ronduit gezegd worden: de moderne dansen: Foxtrott, Boston, One Step, Two Step, de diverse Blue's, Shimmy's en Charlestons zijn in den grond perverse bewegingen; al dat heenschuifelen en knikken en bibberen en draaien en quasi-elegant likkebaarden en knoeien en wringen gaat naar verboden daad toe".

Medici, vooral psychiaters en niet te vergeten gynaecologen, zo betoogde de schrijver zouden "zoo het hun gevraagd werd, ontstellende, en werkelijk een rilling door het land zendende onthullingen kunnen doen over de funeste gevolgen, vooral bij jonge meisjes, van deze in de balzaal tot het uiterste geprikkelde fysische verlangens en nooden".
De oorsprong van al dit kwaad kende de schrijver wel: "Dat deze dégoûtant-indécente dansen van wilde negerstammen afkomstig zijn is vrijwel bewezen. Bij de negerstammen, in hun oer-vorm, hebben zij echter nog iets grandioos-hevigs, brutaal demonisch, dat men, zij het in een minderwaardige soort, groot zou kunnen noemen, en het bruut seksueele is er openlijk en eerlijk in, schaamteloos zonder schijnheilig te zijn. De verwording er van tot Europeesche moderne dansen is er echter geniepig-week, elastiekerig slap, schijnheilig verscholen, listig-gecamoufleerd, Tartufferig achter de mouwen verstopt, en dit alles is het nu juist, wat haar voor mij zoo dégoûtant maakt (H. Borel: "Over de moderne dansen", Den Bosch, 1927).

Mijn laatste aanwinst op dit gebied is een uitgebreide brochure, inclusief 'geneeswijze en geneesmiddelen' (anoniem verschenen maar) geschreven door de bekende hoofdaalmoezenier van de Limburgse mijnstreek Henri (H.A.) Poels.
Zeg nou zelf: "Dansen. Beschouwingen door een zielzorger", (Roermond, 1931) is alleen al door zijn prachtige illustratie op voorzijde en pakkende omslagtitel, 'Dansen - und Satan lacht dazu', een lust voor het oog!


Poels stipt in zijn brochure negen (zeer) bezwarende omstandigheden aan.
1. De directe nawerking van het dansen! Maar al te vaak voert de opwinding na een dansavond "Tot het stellen van ongeoorloofde handelingen, hetzij met zichzelf, hetzij met anderen...".
2. Het nachtelijk dansen! "Het verraderlijke, het 'unheimsiche' van den nacht, die zoveel kwaad met zijn zwarte vlerken omhult, dringt door in de bal- en danszaal en glupt er rond, gelijk Sint Petrus zegt: 'als een brieschende leeuw, zoekend, wie(n) hij zal verslinden".
3. Na het dansen gezamenlijk of alleen de danszaal verlaten en naar huis gaan! Gezamenlijk: "'t kan ook een wilde troep worden van brullende, brallende, lallende, heele en halve gekken, waar de een zich niet meer voor den ander hoeft te schamen". Alleen: "En hier volgen eenige puntjes, zei eens iemand op den preekstoel, en die moet ge zelf maar aanvullen!".
4. Veelvuldig dansen! "Door het veelvuldig dansen wordt de omgang tusschen de personen al te vrij; er ontstaat vanzelf vroegtijdige en dus langdurige en dus gevaarlijke verkeering; veel dansen maakt zeker lichtzinnig en zet de zinnen maar op plezier en lol, en is oorzaak van 'eene tijdelijke verruwing'".
5. De gevolgen! Inwonende jongeren worden slaven van hun prikkelende genotzucht en spenderen verkwisten daar al hun geld aan. Lichamelijke gevolg; overmatige vermoeienis en verzwakking van het lichaam. "De dans die tegenwoordig bekend is onder de naam 'Java' vordert een kracht die gelijk staat met een hevig vuistgevecht". Kijk zelf maar!


6. Dansen op zon- en feestdagen! "Want het is de heele dag, van 's morgens vroeg, tot 's avonds laat: Zondag en christelijke feestdag. En neem het heilige karakter dier dagen weg uit ons godsdienstig leven - dat godsdienstig leven zal langzaam maar zeker een jammerlijken teringdood sterven. Zie naar andere landen!".
7. Gemaskerd dansen en bal-masqué! "Is het heilig schaamtegevoel door God als een natuurlijke schutse geplaatst tussen de geslachten, dikwijls zóó al vermoord, met het masker voor is het heelemaal ten doode opgeschreven; en wanneer dan de booze begeerlijkheid los breekt, en zich 'ongezien en ongekend' (maar men weet mekaar toch te vinden!) uiten kan, vooral op de nachtelijke bals, met zijn dikwijls zoo geraffineerde zedenontaarding, dan is het hek voorgoed van den dam...".
8. Iets nieuws en van de laatste tijd! "We hoorden verder eenige malen, dat bij dansmuziek plotseling de danszaal in 't donker wordt gehuld. Wat dit ten gevolge moet hebben voor de zedelijkheid der dansers, gezwegen van een gevaar voor paniek - behoeft niet nader te worden aangetoond. Zooiets is schandelijke gewetenloosheid van den kant der zaalhouders...".
9. Dansen op vroegtijdige jeugdigen leeftijd! "Want is er geen leeftijdsgrens bepaald , dan zal men het treurige en belachelijke schouwspel zien, dat - permiteer me het woord - 'snotneuzen' en 'blagen' van 15, 16, 17 jaar enz. daar in zulke omgeving al rondspringen. Wat daar allemaal van moet terecht komen? Straatgekken, flirten, lichtzinnige scharrelpartijen zonder eenig doel of vooruitzicht, vroegtijdige en langdurige en gevaarlijke verkeering, gedwongen huwelijken, kortom: vroegrijp enz. Uit het bovenstaande volgt aanstonds, dat kinderbals absoluut en in elk geval verkeerd zijn en nooit of te nimmer goed te keuren".

Hoe heeft het zover kunnen komen vroeg Poels zich af, van waar die danswoede?
"Een der meest algemeene oorzaken is de verminderde godsdienstzin en het gebrek aan levensernst".  Bovendien "Vroeger" - aldus de rector van het stedelijk gymnasium in Leiden, dr. Bosselaar - "vroeger was het huisgezin veel meer centrifugaal (-). De Jeugd heeft in dezen moderne tijd een eigen meening, die 'gerespecteerd' moet worden".
Door een gebrek aan goede opvoeding is er geen wellevendheid, geen gevoel voor fijne en goede manieren meer; "men brengt de straattaal en straatmanieren mee in de balzaal; het meisje is voor de jongens geen meisje meer, maar men verwisselt plotseling van paren, men danst tegen den stroom in - allemaal vergrovingen en verruwing, die uit Amerika hier overgewaaid zijn.
Vervolgens: er wordt door de hedendaagsche jeugd veel meer geld verdiend dan vroeger; men wordt 'kostganger' thuis, houdt veel geld over en achter; de fabrieksarbeid brengt de geslachten vaker en dichter bij elkander: op de werkplaats, in de treinen, op weg naar en van de fabriek - geen milieu, dat over het algemeen bevorderlijk is voor een goede omgang; de zorgen en de werkzaamheden als dienstbode in de huisgezinnen (vooral met veel kinderen) worden met opzet gemeden - en het leventje van de lichte cavalerie (geen dienstkloppen a.u.b.!) gaat alweer beter zijn gang!
Voeg daarbij de aanwakkering en het zien van de genotzucht in schaamtelooze illustraties (vuilnisbak-bladen!) en sidder-romannetjes van 5 cent langs de deur in wekelijksche afleveringen; dan niet het minst de huidige bioscoopvoorstelling, welke voor 90 % een PEST zijn voor de opgroeiende jeugd van 16 - 22 jaar, met hun verleidende reclames, waarop bij voorkeur half naakte café-chantant-meiden, die met 'deftige' heeren champagne drinken, in alle mogelijke 'houdingen' waardoor alleen op de zinneprikkeling gespeculeerd wordt (o, vervloekte ergenis-gevers!) - met de veelvuldig-voorkomende ballets en dans-partijen in de films - dan hebben we al heel wat oorzaken enz. opgenoemd".