vrijdag 8 november 2019

Limburgensia


Ik ontving begin november het fraai uitgegeven boek: "Limburgensia. De schatten van Schillings" (Nijmegen, 2019) onder redactie van Babke Aarts, Ad van Pinxteren en Jos. Schatorjé. Deze uitgave verscheen ter gelegenheid van het feit dat Har en Miep Schillings hun verzameling 'Limburgensia' geschonken hebben aan het Limburgs Museum in Venlo. Behalve boeken (circa 8000) die betrekking hebben op de geschiedenis en cultuur van Limburg gaat het ook om archiefstukken, kaarten en prenten.

Ik koop zelden boeken nieuw - de meeste zijn immers niet lang daarna tweedehands goed(koper) verkrijgbaar - maar in dit geval speelde de herinnering mee aan het bijeengaren van mijn eigen collectie 'Limburgensia'.  Een bescheiden en beperkte collectie overigens want mijn aankopen vormden onderdeel van een omvangrijk genealogisch onderzoek naar mijn familie. In "Echt Egt-reglement" (2012) en "Ansichtkaarten & boeken" (2014) heb ik al eens zijdelings daarover gesproken. Mijn interesse in familiegeschiedenis, in de volksmond 'stamboomonderzoek', was destijds vrij intensief. Ik was niet alleen lange tijd lid van het Centraal Bureau voor Genealogie (CBG) in Den Haag maar ook van de Nederlandse Genealogische Vereniging (NGV) in Naarden en behoorde tot de regelmatige bezoekers. Daarnaast had ik een abonnement op het Limburgs Tijdschrift voor Genealogie (dat ik hier vanaf de eerste jaargang uit 1973 t/m 2015 compleet heb staan) en was ik lid van de lokaal historische vereniging 'De Veersjprunk' (die in die tijd werd opgericht).


Het genealogisch vuur is thans grotendeels gedoofd. De talrijke kopieën van archiefstukken, de bidprentjes, visitekaartjes, krantenknipsels, ansichtkaarten, foto's en correspondentie met allerlei personen en instellingen zitten opgeborgen in dertig orders en drie dozen (en moeten ooit nog eens naar het CBG). Mijn uitgewerkte familiegeschiedenis ("De familie B... Genealogie met een zachte 'G', ca. 1660 - 2012", eerste uitgave) bestaat slechts in concept en alleen de essentie, teruggebracht tot een kwartierstaat met een link naar mijn Aarts-bet-overgrootvader (in de 41ste generatie) keizer Karel de Grote, werd gepubliceerd in de drie Limburgse Kwartierstaatboeken die verschenen in 1998, 2002 en 2015.


Mijn genealogische speurtocht, vooral tussen 1989 en 2002, naar de 'roots' van mijn voorouders was redelijk gemakkelijk dankzij een unieke familienaam. Iedere naamdrager 'B...' is familie van mij en terug te leiden naar één echtpaar rond 1700. Al vrij snel leidde het spoor naar de provincie Limburg, meer specifiek de oostelijke mijnstreek (Heerlen, Brunssum en Schinveld). Omdat ik toen nog regelmatig voor mijn werk in Limburg kwam combineerde ik vaak het nuttige met het aangename. Kortom vroeg beginnen, vroeg eindigen en vervolgens naar het Rijksarchief in Limburg in Maastricht (thans Regionaal Historisch Centrum Limburg) waar ik - behalve de doop-, trouw- en begraafregisters alsmede notariële akten - met name de archieven van de Landen van Overmaas (archief 01.075) raadpleegde. De dag werd traditioneel afgesloten met een bezoek aan het Maastrichtse filiaal van De Slegte (of, als ik meer noordelijk was, antiquariaat Boom in Roermond).


In de periode dat ik onderzoek deed verschenen verschillende uitgaven die ik natuurlijk meteen kocht. Bijvoorbeeld ansichtkaart- en fotoboeken (o.a. van Heerlen door Jan Engelen) en niet te vergeten de bekende serie van uitgeverij Waanders: "Ach lieve tijd. Twintig eeuwen mijnstreek" (Zwolle, 1993/1994). Wat Heerlen betreft combineerde ik een bezoekje aan het stadsarchief (thans 'Rijckheyt') of familieleden vaak met een stadswandeling langs antiquariaat 'Het Raethuis' en boekhandel Winants (hoek Geleenstraat/Raadhuisstraat), die in 2010 zijn deuren definitief sloot. De buit werd dan meestal onder het genot van een pilsje nader bestudeerd in mijn familiecafé 'B...' dat zich al generaties lang in de Akerstraat bevond (en helaas in 2016 sloot) .

Digitaal sneupen op het internet was er toen nog niet bij en veel boeken die ik zocht waren moeilijk te vinden. 'Limburgensia' waren (mede daardoor) vaak duurder dan tegenwoordig.
Ik heb bijvoorbeeld nog bijna tweehonderd gulden betaald voor het tweedelige standaardwerk "Limburgs verleden. De geschiedenis van Limburg tot 1815" (Maastricht, 1976), onder redactie van dr. E.C.M.A Batta e.a. Tegenwoordig is deze fraaie uitgave in cassette al voor € 27,- euro te koop bij Boekwinkeltjes.


Hoogtepunten op mijn drie planken tellende 'Limburgensia' collectie zijn ondermeer de boeken geschreven door één van de grondleggers van de Limburgse archeologie en geschiedbeoefening; Jozef (Jos) Habets (1829-1893). Voor vierhonderd gulden bemachtigde ik in 2001 bij De Slegte in Maastricht zijn vierdelige (gedeeltelijk postuum uitgegeven) magnum opus: "Geschiedenis van het Bisdom Roermond" (Roermond, 1875-1927), in bruine kunstleren banden, uit de bibliotheek van de theologische faculteit in Tilburg. Ook zijn: "Geschiedenis van het leenhof en de leenen van Valkenburg" (Roermond, 1884) vond ik daar en ik betaalde er met veel liefde honderdvijfenzeventig gulden voor. De eerstgenoemde reeks is in complete staat nog steeds schaars en prijzig. De laatste uitgave is antiquarisch onvindbaar.


Twee andere uitgaven waar ik toen erg blij mee was waren: "Dictionnaire historique du Limbourg Neerlandais, de la période féodale a nos jours" (Maastricht, 1930) door Louis Baron de Crassier et du S.E.R. en dat van dr. J. Belonje: "Genealogische en heraldische gedenkwaardigheden in en uit de kerken der provincie Limburg met een supplement betreffende de Belgische en Duitse grensgebieden" (Maastricht, 1961). Beide publicaties verschenen respectievelijk als nummer LXVI en XCVI/XCVII in het jaarboek van het Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap (LGOG),


In 1998 verscheen de eerste stadsgeschiedenis van Heerlen, geschreven door M.M.J. Put en M. van Dijk: "2000 jaar Heerlen. Van Romeinse nederzetting tot moderne stad" (Heerlen, 1998). Die kon ik toen vers van de pers bij Winants afhalen. Oudere uitgaven in mijn collectie over Heerlen (en omstreken) zoals de jubileumboeken van "Het land van Herle" uit 1960 (tienjarig bestaan) en 1985 (vijfentwintig jarig bestaan) kocht ik vaak in antiquariaat "Het Raethuis".
Bij de laatste jubileumuitgave hoort, bij het artikel: "Topografie van Heerlen rond 1896", door J. Jamar, een los ingevoegde herdruk van de plattegrond van Heerlen in 1919. De originele kaart, oorspronkelijk uitgegeven door boekhandel Jos. Alberts in Heerlen, bezit ik ook want die zit in een ander boekje dat ik koester. Het gaat om de schaarse uitgave van schoolmeester en lokaal historicus P.J.M. Peters (1865-1940): "Wandelingen in en om Heerlen met geschiedkundige aanteekeningen" (Heerlen, 1919). Vele jaren later vond ik bij toeval zijn bidprentje dat ik sindsdien in dit boekje bewaar.


Uitgaven op lokaal historisch gebied van specifieke steden of dorpen waren - zo mogelijk - nog moeilijker te vinden. Weinig hoopvol meldde ik er in 1990 twee aan bij de boekenzoekdienst van De Slegte. Het ging om W. Moonen: "Brunssum de eeuwen door" (Brunssum, 1952) en het boekje van J.H.W. Bosch: "Bijdrage tot de geschiedenis van Schinveld" (Schinveld, 1974). Na ruim twee jaar viel er plotseling een brief op de deurmat dat één van de boeken kon worden afgehaald bij hun filiaal in Eindhoven.


Toen ik daar in volle galop arriveerde en mij verwachtingsvol aan de balie meldde bleek het te gaan om het boek van pastoor W. Moonen. Voor slechts vijfenzestig gulden (er werden toen bedragen rond de tweehonderdvijftig gulden voor betaald!) werd ik de nieuwe eigenaar.
Een stuk moeilijker bleek het boekje van die andere pastoor; J.H.W. Bosch. Zelfs de onlangs overleden bekende Limburgse genealoog Nico (N.A.) Hamers (1926-2019), met wie ik regelmatig contact had (en wiens voorouders uit Brunssum komen), kon het ondanks zijn talrijke Limburgse contacten niet te pakken krijgen. Juist in deze uitgave over de geschiedenis van Schinveld (gemeente Onderbanken) werden enkele verre voorouders met naam en toenaam genoemd en kwamen hun leef- en woonomstandigheden ter sprake.
Ik had er - next best - een kopie van laten maken (die me achtenzestig gulden kostte!) maar het ontbreken een origineel exemplaar in mijn bibliotheek jeukte, jaar in jaar uit, als een open wond. Wat te doen? Na lang piekeren vormde zich in mijn hoofd een plannetje...


Naar mijn idee moest de uitgave niet worden gezocht in het antiquariaat maar onder de inwoners van Schinveld. Toen ik daar in de herfst een keer in de buurt was reed ik na afloop van mijn werk door naar het dorpscentrum. Ik parkeerde mijn auto en betrad rond borreltijd café 'De Mert' aan de Beekstraat.
Er was een handjevol stamgasten aanwezig en het geroezemoes verstomde toen in binnentrad. In de zomer waren er altijd wel een paar verdwaalde (fiets)toeristen maar buiten het seizoen waren vreemdelingen in de uithoek waar Schinveld ligt net zo zeldzaam als bezoekers van een andere planeet.
Nadat ik wat had besteld duurde het niet lang of ik had een gesprekje aangeknoopt met de barman die nieuwsgierig was naar wat ik in Schinveld had te zoeken.
Ik wist dat er om mij heen verschillende oren gespitst luisterden. Schinveldse dorpelingen in hun stamkroeg zijn niet anders dan dorpelingen elders in hun stamkroeg en behalve naar de laatste dorpsroddels ook altijd nieuwsgierig naar nieuwtjes...
En dus begon ik met wat luider volume dan gewoonlijk (zodat ik boven de zachte muziek ook in een ruime kring om mij heen goed verstaanbaar was) te vertellen dat mijn 'roots' in het dorp lagen en Schinveld feitelijk heilige familiegrond was, ja meer nog, één van mijn directe voorouders was er eind achttiende eeuw landeigenaar, pachter en zelfs 'tiendheffer' geweest op de statige Schinvelderhoeve (Huis Heyenhoven)!


Mijn verhaal maakte enige indruk. Er werd om mij heen gemompeld en hier en daar wierp een oudere inboorling een verscholen blik naar de verloren zoon, stamhouder van een inmiddels vergeten Schinvelder elitefamilie!
Nu ik de aandacht had getrokken verschoof ik mijn verhaal vlot naar het boekje van J.H.W. Bosch dat ik graag zou bezitten maar dat o zo onvindbaar was. Ja, zo benadrukte ik met luide stem: "Ik zou er wel vijfenzeventig gulden voor over hebben"! Dat bleek niet tegen dovemansoren gezegd en wat ik had gehoopt en verwacht, gebeurde; de boer man naast mij hapte toe. "O ja? Ik geloof dat ik dat boekje thuis ergens heb liggen...". Hij woonde gelukkig vlakbij en ging het wel even halen. Een kwartier later had ik de felbegeerde publicatie in handen. Even dreigde een kapotte geldautomaat roet in het eten te gooien maar ik gaf hem mijn visitekaartje en hij vertrouwde er op dat ik het geld zou overmaken.
Zo bemachtigde ik dus mij eerste exemplaar van "Bijdrage tot de geschiedenis van Schinveld". Mijn eerste? Jawel, want het staat hier in tweevoud. Toen ik het enkele jaren later toevallig (veel goedkoper) tegen het lijf liep schafte ik het nogmaals aan. Kennelijk had ik aan mijn jarenlang wanhopig gezoek destijds een trauma overgehouden en wilde ik er zeker zijn dat ik het boek toch echt had; niet eenmaal maar tweemaal...

zondag 3 november 2019

Het jaar geboekt, oktober 2019

In de rubriek 'Het jaar geboekt' (zie tabblad bovenaan) houd ik bij wat ik gedurende het lopende jaar per maand bij elkaar verzamel. Na afloop van de maand verplaats ik de lijst met aanwinsten naar de startpagina c.q. homepage en geef ik 'de cijfers'. In de rubriek blijven de voorgaande maand(en) als hyperlink aanwezig. Raadpleeg dus regelmatig de nieuwe rubriek om te zien of er aanwinsten zijn bijgekomen (of wacht op het maandoverzicht).

Oktober 2019; de cijfers...

Totaal aantal objecten: 7.
Gekocht: 7.

Totaal uitgegeven: € 554,10 euro (incl. verzendkosten).
Gedeeld door 7 is gemiddeld: € 79,16  euro per object.

Via kringloopwinkel: 3 (2, 3, 4).
Via boekhandel: 2 (6, 7).
Bij de drukker/uitgever: 1 (5).
Via Marktplaats: 1 (1).

Modern: 5 (2, 3, 4, 6, 7).
Marge & klein bibliofiel drukwerk: 1 (5).
Old & rare: 1 (1).

Oktober 2019: de aanwinsten...



1. H. van Alphen: "Kleine gedichten voor kinderen" (Utrecht, MDCCCXXI [1821]). Gebonden in rode halfleren band, platten beplakt met sierpapier. De beroemdste kinderbundel uit de Nederlandse literatuur verscheen voor het eerst in 1778 (in delen en niet geïllustreerd) en werd nadien talloze malen herdrukt. Deze in 1821 verschenen verzamelbundel (met portret van Van Alphen) is de eerste uitgave van de tekst en de prenten samen (die waren voordien altijd afzonderlijk verschenen). Het is bovendien de eerste druk met de 66 nieuwe gravures van Abraham Leon Zeelander (1789-1865). Gekocht via Marktplaats voor € 71,50 euro (incl. verzendkosten).


Ook deze maand weer fraaie kringloopvondsten voor bijna niks. Totaal betaalde ik € 6,75 voor de volgende 3 boeken (2, 3 en 4).

2. H. de Iongh: "Oranje bastaarden, een vademecum" (Soesterberg, 2001). Ik kocht in mijn kringloop al eerder zijn boek: "Koning Willem III en zijn bastaarden. Het beest der beesten" (Soesterberg, 2013), zie mijn aanwinstenlijstje van oktober 2018 (nr. 8).


3. K. Braamhorst: "Lexicon Nederland in de negentiende eeuw" (Arnhem, 2006). Vroeger was ik meer een liefhebber van de eeuwen voor 1800 maar ik merk dat ik de periode daarna, met name de lange negentiende eeuw, steeds interessanter begin te vinden en dan vooral op bibliofiel gebied.


4. M. Hulsepas & J.W. Nienhuys: "Tussen waarheid & waanzin. Een encyclopedie der pseudo-wetenschappen" (Breda, 1998). Daarover heb ik al verschillende uitgaven hier staan en deze vormt daarop een mooie aanvulling.


5. "Het groeiboek" (Leiden 1987-2019). Bibliofiel margedrukwerk van De Ammoniet.
Ik bemachtigde nr. 137 (van de 150 exemplaren) van deze bijzondere uitgave. Direct gekocht bij de uitgever/drukker Gerard Post van der Molen voor € 438,85 euro (inclusief overslagdoos gemaakt door Bert Weijermars en verzendkosten). Alleen de hoofdstukken 2 en 8 ontbreken (nog) dus er blijft wat te jagen over...


6. "Lood en oud ijzer. 25 jaar Stichting Drukwerk in de Marge 1975-2000" (Amsterdam, 2000).
Op weg naar de viering 'Het groeiboek voltooid & 40 jaar De Ammoniet' in de Leidse universiteitsbibliotheek, op 18 oktober 2019, liep ik natuurlijk even langs De Slegte. Ik kocht er - heel toepasselijk - dit boekje voor € 12,50 euro. De oplage bedroeg 750 exemplaren, maar pas op! Alleen de exemplaren voor de leden van de Stichting Drukwerk in de Marge zijn voorzien van een los ingevoegd 'typografiek' door Dick Berendes. Dat zit gelukkig ook in dit exemplaar!


7. E. Kloek: "1001 vrouwen in de 20ste eeuw" (Nijmegen, 2018). Mijn eerste aankoop bij de dit jaar geopende vestiging van De Slegte in Amsterdam voor € 24,50 euro. De eerder verschenen '1001 vrouwen' (Nijmegen, 2013), in een zwarte band, heb ik een paar jaar geleden via mijn kringloop kunnen bemachtigen.

vrijdag 25 oktober 2019

De illustraties van Johanna Coster voor J.H. de Bussy


Geïnspireerd door een stukje over de uitgeverij Joh. Enschedé Haarlem en voorgeschiedenis van drukkerij C.A. Spin & Zoon op het weblog van Hans Krol 'Librariana' besloot ik eens te grasduinen in mijn bescheiden collectie jubileum-, reclame en propagandaboekjes van Amsterdamse uitgeverijen, drukkers en boekhandels. Het in 'Librariana' aangehaalde gedenkboek van de boek- en handelsdrukkerij C.A. Spin & zoon te Amsterdam (geschreven door J.W. Enschedé) bezit ik natuurlijk ook en antiquarisch wordt het voor schappelijke prijzen aangeboden (NB. er hoort een los, soms meegebonden, alfabetisch register bij!). Op de titelpagina van deze uitgave staat duidelijk vermeld dat de boekversiering werd verzorgd door Dirk (Hidde) Nijland (1881-1955).


Die nadrukkelijke vermelding leidde er toe in deze bijdrage aandacht te schenken aan een antiquarisch zeldzame propaganda uitgave van: "J.H. de Bussy Amsterdam uitgeverij en boekhandel. Boek- en steendrukkerij. Binderij en Linieerderij. Fabriek van cliché's. Stempelinrichting. Advertentiekantoor" (z.p. [Amsterdam], z.j. [vóór 1918]). De bladzijde voor de titelpagina meldt namelijk: "De in dit boekje voorkomende illustratie's en versieringen alsook de omslagteekening, zijn vervaardigd door Johanna Coster".


Johanna Coster (1893-1960) was de dochter van de Amsterdamse boekdrukker Simon Coster en Vrouwtje Goudeketting. Zij werd opgeleid aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam tot grafisch vormgever. In 1920 huwde zij met Henri Cohen. Na haar studie werkte ze als zelfstandig illustrator en modetekenaar voor het exclusieve Engelse modebedrijf Metz & Co Liberty. Haar eerste opdrachten waren voor deze firma. Daarnaast maakte zij in de jaren twintig (advertentie)tekeningen voor verschillende merken zoals voor Sunlight Zeep en Wrigley P.K. Kauwgom. In diezelfde periode startte ook haar illustratiewerk voor tijdschriften, school- en jeugdboeken. Een voorbeeld daarvan is de Lenie ten Heuvel-trilogie van Anna van Gogh-Kaulbach (1869-1960). De delen 'Een buitenkind' (1920), 'Lente' (1921) en 'De prullemand' (1922) werden door haar geïllustreerd. Haar tekenstijl toont verwantschap met Rie Cramer (1887-1977), Sijtje Aafjes (1893-1972) en Nelly Spoor (1885-1950).

Het werk voor J.H. de Bussy zal haar als dochter van een boekdrukker hebben aangesproken. Ondanks het feit dat juist deze uitgave haar in de reclamewereld bekendheid zou geven bleef het haar enige opdracht voor een uitgeverij en boekhandel.
Die bekendheid was niet in de laatste plaats te danken aan een lovend stuk dat verscheen in "De bedrijfsreklame. Officieel orgaan van de vereeniging tot bevordering der bedrijfsreklame" (Serie V, No. 6, Febr. 1919).


In het artikel van de hand van Ph. Cohen; "Een nieuw prospectus", lezen we ondermeer: "De kliché-pagina's worden voor een vierde deel ingenomen door een toepasselijke illustratie in kleur van Johanna Coster. Die illustraties zijn wonder-mooi van fijnheid en geestigheid. Ze pakken overal en vullen de kliché's, hoe mooi uitgevoerd, toch dode dingen, zo tintelend levendig aan". Het boekje imponeert, is rustig voornaam en artistiek. Uitgever en artiste hebben eer van hun werk - stelt Cohen - maar er is ook "Een enkel vlekje, helaas! De laatste drie pagina's bevattende de uitgaven en telefoonnommers dragen wat het tekstgedeelte betreft, geloven wij, de sporen van gezet te zijn zonder overleg met de medewerkende kunstenares. Wat jammer is, want nu is niet lest 't best!". Ter illustratie werd in dit nummer ook een bijlage opgenomen met enkele tekeningen die zij voor de prospectus van De Bussy maakte.


Cohen's artikel verklapt in de eerste alinea ook iets over het verschijningsjaar van deze ongedateerde brochure die volgens WorldCat uit ca. 1920 is. Dat was dus zeker twee jaar eerder en ik sluit niet uit dat het zelfs ergens begin 1917 was. Halverwege dat jaar rolde namelijk de vijfde druk van de pers van het "Adresboek voor de Nederlandsche Nijverheid en Export". In de brochure echter wordt nog geadverteerd met de vierde druk, die sinds 1914 verkrijgbaar was.

Dat Johanna's illustratieve vaardigheden in de reclamewereld hogelijk werden gewaardeerd blijkt ook uit het septembernummer van "De bedrijfsreklame" 1919 (Serie VII, september 1919, nr. 1) dat geheel door haar werd geïllustreerd, inclusief de omslag (zie foto boven dit artikel). Op de voorzijde kijkt een wijzende figuur ons indringend aan. Daarover lezen wij:
"Smaakvolle reklame, van artistenhand, is oppermachtig; zij is er eene, waarvan de vorm in juiste verhouding tot 't aangeprezen artikel is gekozen en door haar onomstootelijk 'gevoel van eigenwaarde' haar wil over den menschen zet. De titelplaat van Johanna Coster voor dit nummer bedoelt aldus den geest der reklame te verklaren. 'Hoort naar mij - zie naar mij - lichte, domineerende figuur. Ik, levendig van tint, snedig van lijn, doe kennen wat de aandacht verdient".
In een apart artikel door E. Liecken: "Johanna Coster", wordt haar "snedig werk voor den Debussy-catalogus" genoemd, "verradend haar rap besef van goed geschetste geconcentreerde activiteit op klein, pregnant bestek".


Uitgeverij en boekhandel J.H. de Bussy vond zijn oorsprong in 1868 in Veenendaal (verplaatste zich in 1872 naar Amsterdam) en heeft na diverse fusies, waarvan de belangrijkste in 1968 met drukker Ellerman Harms, tot rond 2000 bestaan. Het grootste gedeelte van archief van deze firma werd geschonken aan het Stadsarchief Amsterdam (toegangsnummer 1005) en beslaat (inclusief een aanvulling in 2006) circa tien meter. Sinds 1883 zat het hoofdkantoor (drukkerij en zetterij) van J.H. de Bussy aan het Amsterdamse Rokin, nrs. 60 en 62. Het directiepand nr. 62 werd in 1914 geheel nieuw gebouwd (wat wellicht een mooie aanleiding was om niet lang daarna deze smaakvolle brochure te laten drukken). Voorts zat op nummer 84 de exporthandel naar Oost- en West-Indiën. Deze drie monumentale panden bestaan nog steeds. Daarnaast was er een drukkerij/binderij in de Rustenburgerstraat (nr. 148) en Kuiperstraat.


De firma was met name actief overzee, bezat filialen in Zuid-Afrika (Pretoria en Kaapstad), en verzorgde veel drukwerk voor onze voormalige kolonie Nederlands Indie waaronder periodieken als: "De Indische Mercuur" en "De Indische Gids" naast: "standaardwerken op het gebied der cultures (Tabak, Thee, Koffie, Rubber, Suiker enz.) en op finantieel terrein (Fondsen-administratieboek, notitieboek voor den Bankclient enz.), Kaarten, Atlassen en tal van andere uitgaven".

Terug naar mijn brochure. De oblong uitgave (15,5 cm. x 24 cm.) in kartonnen omslag telt in totaal 96 bladzijden (blz. 94/95: 'Enkele der voornaamste uitgaven van de firma J.H. de Bussy' en blz. 96: 'De verschillende afdeelingen met hare telefoon-nummers').
Op vijfenveertig bladzijden staan foto's in verschillende sierkaders telkens ter rechterzijde geïllustreerd met een tekening, vaak in kleur, waarboven een omschrijving. Volgens WorldCat beschikken alleen de Koninklijke Bibliotheek en de bibliotheek van de Erasmus Universiteit Rotterdam over een exemplaar. Ik vond nog een derde exemplaar in een map met reclamedrukwerk van de firma in het Stadsarchief Amsterdam (1005, inv. nr. 329).


Net als voor het eerdergenoemde septembernummer 1919 van "De Bedrijfsreklame" tekende Johanna voor de gehele illustratieve vormgeving. Voor de voorzijde van de kartonnen omslag maakte ze een figuratieve omlijsting (in goud en smaragdgroen) waarbinnen de naam en vestigingsplaats van de firma ('J.H. de Bussy Amsterdam'). Voor het eerste blad tekende zij een drukkersvignet dat doet denken aan een volle boom met bladeren waarbinnen de letters 'JHdB'. Naast het strakke sierkader voor de titelpagina ontwierp zij ook de vijf verschillende sierkaders voor de fotopagina's.

De 45 ongenummerde foto's/illustratie's tonen (in de oorspronkelijke spelling met tussen haakjes het bladzijdenummer):
De perceelen Rokin 60 & 62 (5), Ontvangst-Hal van Rokin 62 (7), Directiekamer Rokin 62 (9), Het Gebouw Rokin 84 (11), Afdeeling Boekhandel (13), Afdeeling Tijdschriften (15), Afdeeling Boekhouding (17), Drukkerij Rustenburgerstraat 148 (19), Lettergieterij (21), Galvanische Baden (23), Het maken van Galvano's (25), Afdeeling Stereotypie (27), Zetterij van Boekwerken en Periodieken (29), Zetterij Afd. Waardepapieren (31), Zetterij (Rokin 60) Handelsdrukwerk (33),




Gedeelte der Zetterij Rokin 62 (35), Gedeelte der Drukkerij Rokin 62 (37), Gedeelte der Boekdrukkerij Rustenburgerstraat (39), Andere deel der Boekdrukkerij Rustenburgerstraat (41), Drukkerij Rustenburgerstraat afd. waardepapieren (43), Een kijkje in de afd. degelpersen Rustenburgerstraat (45), Degelpersen Drukkerij Rokin 60 (47), Gedeelte van het papiermagazijn Rustenburgerstraat (49), Kluizen op de drukkerij in de Rustenburgerstraat (51), Ontwerpen van Reclameplaten (53), Het graveeren op steen (55), Gedeelte der Steendrukkerij Rustenburgerstraat (57), Onze cliché-fabriek afd. fotografie (59), Retoucheeren van foto's en cliché's (61), Het etsen van cliché's (63),




Administreeren en bewaren van de cliché's (65), Boekbinderij. Vouwmachines (67), Gedeelte der Brocheerderij (69), Staaldraad- en Garennaaimachines (71), Het binden van kantoorboeken (73), Een gedeelte der binderij op Rokin 62 (75), Linieerderij (77), Enkele onzer papier-snijmachines (79), Stempelen van boekbanden (81), Hoogdruk (relief) stempelen (83), Brandkluizen in de kelders (drukkerij Rustenburgerstraat) (85), Schaftlokaal Rustenburgerstraat (87), Expeditie-afdeling (89), Expeditie van een order voor Oost-Indië (91) en: Afd. Advertentiekantoor (Rokin 60) (93).




De wereld van boekhandel en uitgeverij was duidelijk nog een mannenwereld. Alleen de boekbinderij/vouwmachines, de brocheerderij en de afdeling met staaldraad- en garennaaimachines worden geheel door vrouwen 'bemand', wat bij de eerste twee ook uit de illustraties blijkt.

Johanna Coster's oeuvre is bescheiden en doet tegenwoordig sentimenteel en gedateerd aan. Dat is ook logisch want vrijwel al haar illustratieve werk is van voor 1940. De prospectus voor J.H. de Bussy was een hoogtepunt in haar reclame werk. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zette ze haar grafische talenten in voor verzetswerk en vervalste ze persoonsbewijzen. Toen ze in juli 1960 overleed waren er nog maar weinigen die zich haar illustratieve vaardigheden herinnerden evenals haar spraakmakende werk voor J.H. de Bussy.