dinsdag 3 november 2009

Een lijstje volgens Umberto Eco

Veel schrijvers zijn dol op lijsten met boeken, van Cervantes en Huysmans tot Calvino, en het is bekend dat bibliofielen de catalogi van antiquaren (die zonder enige twijfel bedoeld zijn als doelmatige lijsten) beschouwen als een soort Luilekkerland en aan het lezen ervan even veel plezier beleven als de lezers van Jules Verne aan diens boeken, waarin ze oceanen exploreren en griezelige zeemonsters ontmoeten”, aldus Umberto Eco in zijn laatste boek ”De betovering van lijsten” (Amsterdam, 2009).

Eco heeft wat mij betreft gelijk.
Ik ben verzot op lijstjes. Alledaags voorbeeld; het boodschappenlijstje. Lijstjes geven me houvast, richting en vormen een realiteit op zich. Talloze verzamelaars zie ik op boekenmarkten met hun lijstje langs de boekenkramen schuifelen; vooral stripverzamelaars. Ik heb in mijn PC ook zo’n lijstje nog te vervullen boekenwensen naast een afgewerkt lijstje in de vorm van mijn collectie.

Een bijna 400 jaar oud lijstje kocht ik ruim twintig jaar geleden in de Amsterdamse Oudemanhuispoort. Het is een: “Register van allen den Schouten/Burghermeesteren/ Schepenen/XXXvj. Raeden/ende allen anderen Regenten der Stede Amstelredamme”(Anno 1613, zonder vermelding van drukker en plaats). Een redelijk zeldzame uitgave, vermoed ik.
De ‘Short Title Catalogue Netherlands (STCN)’ geeft maar drie bekende exemplaren aan en laat zien dat er geen latere edities verschenen en slechts één eerdere uitgave in 1597.
Dit is, zo lees ik in het boek van Eco, een goed voorbeeld van een doelmatige lijst. Referentieel (verwijzend naar bestaande personen/zaken), eindig (een afgebakende periode) en onveranderbaar (alleen personen die één van de genoemde functies beklede werden opgenomen).

Een blik op de inhoud leert ons dat de samensteller destijds veel meer heeft gedaan dan een opsomming van de gezagdragers per jaar.
Er zijn her en der ook allerlei geschiedkundige aantekening opgenomen. Ongetwijfeld met als doel om de namen niet alleen aan de hand van de jaartallen maar ook aan de hand van enkele bekende historische gebeurtenissen te kunnen plaatsen.
Zoals bijvoorbeeld onder 1417: “Sterf Hertoch Willem van Beyeren” en bij 1601: “In dit jaer heeft men de muer rontom de stad beginnen af te breken en twee groote nieuwe sluysen gemaeckt / de eene op de S. Antheunis Dijck / ende de ander daer de oude Haerlemmer poort heeft ghestaen”. Ook historische zaken die de genoemde personen of hun ambt betreffen werden vermeld. Voorbeelden daarvan zijn de vermelding onder 1535 bij de burgemeesters: “Desen werden van den anabaptiste op de plaets deser Stede den x. May zeer deerlijck vermoort” en ook de Alteratie (1578) werd in het lijstje opgenomen.
Uitvoerige vermelding treffen we aan over Pieter Boom die in dat jaar stadsraad werd in plaats van de 81 jarige Mr. Reijer Lamberts. Deze hoogbejaarde raadsman, zo lees ik, had de stadssecretaris zelf om ontslag verzocht omdat hij “impotent was, in drie jaeren onder den blauwen hemel noyt gheweest was ende zijn memorie ende verstant verlooren hadde”.
Er zijn mij geen moderne politici bekend die op een dergelijke open wijze afscheid namen van hun politieke carrière...

In 1611 publiceerde Johannes Isacius Pontanus (1571-1639) zijn: “Rerum et urbis Amstelodamensium" dat drie jaar later, in 1614, verscheen in een Nederlandse vertaling:
Historische beschrijvinghe der seer wijt beroemde coop-stadt Amsterdam". Wie deze laatste uitgave openslaat ziet aan het einde het “Register vande Schouten, Burgermeesteren, ende den heelen Magistraet naer het vervolch der jaeren” met uiteraard dezelfde namen maar ook soms letterlijk dezelfde historische aantekeningen.

Pontanus zou niet de laatste zijn, ook zijn navolgers namen dergelijke overzichten in hun werk op en zo werd dit oorspronkelijk apart uitgegeven doelmatige lijstje voortaan alleen nog maar gedrukt als onderdeel van een groter historisch geheel. (Stads)Geschiedenis is immers meer dan een lijstje, ook volgens Umberto Eco!

zondag 18 oktober 2009

Een bijzonder vorstelijke vondst

Afgelopen zaterdagmiddag bezocht ik weer eens antiquariaat Lectori Salutem in Weesp. Snuffelen, sneupen, je weet maar nooit. Na een half uurtje was ik eigenlijk wel klaar en verwachtte elk moment de verlossing in de vorm van een boze partner met een ongeduldige dochter...

Nog een laatste blik op het plankje ‘Oranjehuis’, waar mijn oog viel op een apart gekleurd boekruggetje zonder titel. Het bleek te gaan om de “Catalogus der tentoonstelling van portretten en voorwerpen betrekking hebbende op het Huis van Oranje Nassau te houden ter gelegenheid van de inhuldiging van Hare Majesteit Koningin Wilhelmina in het Fragmenten-gebouw van het Rijks-Museum te Amsterdam. 8 september-31 cotober 1898”. Ruim 120 pagina’s, grotendeels ongeopend, met achterin los bijgevoegd een kleine brochure met niet minder dan 21 bladzijden aanvullingen en verbeteringen! De eerste verbetering betrof het titelblad "Cotober moet zijn: October”! Ai… dat moet de uitgever pijn gedaan hebben!
De inhoud bestaat uit een droge opsomming van meer dan 1300 objecten zonder ook maar één illustratie. Uitermate onaantrekkelijk dus, maar die boekband….Die fraaie luxe band intrigeerde me enorm. Overduidelijk perkament maar bovendien op kunstzinnige wijze in Art Nouveau-/Jugendstilstijl bedrukt en met goud bewerkt.
Even apart leggen maar...

In hetzelfde boekenrijtje vond ik ook een publicatie van Marieke E. Spliethoff: “Feestelijke geschenken voor de jonge koningin 1898-1913” (Amsterdam, 1998). Tot mijn stomme verbazing trof ik daarin op bladzijde 44 een grote foto aan van dezelfde catalogus met als bijschrift: “Band van de Catalogus van de Oranje-Nassau tentoonstelling gehouden ter gelegenheid van de inhuldiging. Amsterdam 1898. Gebatikt perkament door C.A. Lion Cachet”.
Zijn bekendste ontwerp was ongetwijfeld het gebatikte Wilhelmina-bordje dat je op elke verzamelaarsbeurs ziet, een feestgave in 1898 aan de Amsterdamse schooljeugd (Petrus Regout & Co, Maastricht, in een oplage van 77.875 exemplaren!). Lion Cachet was de eerste kunstenaar die de batiktechniek op perkament toepaste.

Het zweet brak mij uit en koortsachtig las ik verder:
Lion Cachet heeft vele opdrachten gekregen voor de levering van prachtbanden, portefeuilles en dozen in verband met de inhuldiging van koningin Wilhelmina in 1898. De grootste opdracht hield verband met de Catalogus der tentoonstelling van portretten en voorwerpen betrekking hebbende op het Huis van Oranje Nassau, die van 8 september tot 31 oktober gehouden werd in het zogenaamde Fragmentengebouw van het Rijksmuseum. Aan de hand van meer dan 1300 voorwerpen werd de geschiedenis van het vorstenhuis vanaf de zestiende eeuw tot het moment van de troonsbestijging van Wilhelmina in beeld gebracht. De catalogus werd uitgegeven door de Amsterdamse firma van Holkema en Warendorf, waarvan de directeur tevens de directie voerde over de kunsthandel Van Wisselingh. Toch is dat niet de reden waarom de opdracht voor de prachtbanden naar Lion Cachet ging.
In een brief laat een der directeuren der uitgeverij aan de ondervoorzitter van het uitvoerend comité, J.F.M. Sterck op 17 juli 1898 weten: ‘Tegen de teekening van den omslag door den heer Lion Cachet bestaat mijnerzijds geen bezwaar, mits de uitnoodiging daartoe aan den heer L.C. van het comité uitgaat.
Bij ondervinding weet ik dat deze artist allerlei bezwaar maakt en zeer duur is, wanneer ik ’t hem zou vragen’

De opdracht omvatte drie prachtbanden in gebatikt perkament voor koningin Wilhelmina, koningin Emma en prinses Marie von Wied, zes exemplaren voor de leden van het organiserend comité en nog eens dertig bestemd voor buitenlandse vertegenwoordigers. Als decoratie koos Lion Cachet voor een motief van rodekoolbladeren en varens. Midden op het voorplat bracht hij een gekroonde W aan, midden op het achterplat een gestileerde oranjeboom. Voor- en achterplat laten voorts horizontale banden zien die de constructie van het boek aangeven.
De exemplaren voor de Koninklijke familie zijn uitgevoerd in de kleuren rood en zwart op een naturel ondergrond. De door de binder aangebrachte goudstempeling zorgt voor een extra luxe aangezicht.
De andere banden vertonen soortgelijke decoratie, echter in een andere kleurstelling, waarin oranje en geel overheersen.
Op 7 september leverde Lion Cachet persoonlijk enkele exemplaren van de catalogus bij het Rijksmuseum af, zodat de Koninklijke gasten bij hun bezoek aan de tentoonstelling de volgende dag er ieder een in ontvangst konden nemen.
Voor enkele leden van het comité waren ook reeds exemplaren voorhanden. Het duurde echter nog tot het voorjaar van 1899 voor Lion Cachet de omvangrijke opdracht geheel had uitgevoerd
”.

Dit exemplaar was dus één van de genoemde zesendertig in een andere kleurstelling! Met potlood stond voorin het prijsje; veertien euro en een paar centen! Samen met het boekje van Marieke E. Spliethoff rekende ik af bij de kassa: zevenentwintig euri, vijftig cent! Inpakken en wegwezen...

zaterdag 17 oktober 2009

Nieuw maatpak voor Frederik Muller

Het ideale boek is als een mooie intelligente vrouw. Inhoud en verpakking zijn even belangrijk en van beiden moet ik kunnen genieten. Net als ieder ander heb ik inhoudelijk wel mijn voorkeuren. De muze Clio voert de boventoon.
En wat uiterlijk betreft verkeren mijn boeken, oud (liefst in perkament!) of nieuw, zoveel mogelijk in onberispelijke staat. Het boek is voor mij ook een esthetisch object.

Geruime tijd terug kocht ik A.C. Kruseman's: “Frederik Muller 1817-1881. In memoriam. Voor vrienden overgedrukt uit de Levensberichten der afgestorven Leden van de Maatschappij der Nederl. Letterkunde” (Haarlem, 1881). Een boekje van 96 pagina’s, gedrukt op niet afgesneden geschept papier met een portret van Frederik Muller. Het is geen kostbare noch zeer schaarse publicatie. Via internet vond ik verschillende exemplaren voor prijzen rond de veertig euro.

Bij het noemen van Muller's naam hoort het hart van elke rechtgeaarde bibliofiel sneller te gaan kloppen. Zijn verdienste voor de wereld van het boek als boekhandelaar, uitgever, antiquaar, veilinghouder, bibliograaf, historicus, verzamelaar en bibliothecaris zijn immers groot.
Wie daarvan uitvoerig kennis wil nemen kan ik het boek aanbevelen van Marja Keyser en anderen: “Frederik Muller (1817-1881). Leven en werken” (Zutphen, 1996).
Het verscheen ter gelegenheid van het honderdvijftigjarig bestaan van de Bibliotheek van de Koninklijke Vereeniging ter bevordering van de belangen des Boekhandels waarvan Frederik Muller medeoprichter was.
‘In memoriam’ is een inhoudelijk interessant boekje maar werd helaas gebonden in een zeer eenvoudig stofomslagje. Al een tijd liep ik rond met het plan het te laten binden in een mooie leren band en dan niet een moderne band die uiterlijk representatief is voor het einde van de 19de eeuw, maar een smaakvol, kunstzinnig en eigentijds ontwerp. Zeg maar Frederik Muller in een 21ste eeuws maatpak.

Sándor Schouten jr. van boekbinderij Bibliopegus in Amsterdam heeft deze klus op zich genomen en op bijzondere wijze geklaard.
Allereerst werd het gebrocheerde boek losgehaald. Een schutbladconstructie met linnen binnenscharnier en handmarmerpapier van Eva Clifford Kocq van Breugel zijn vervaardigd en aangezet.
Het boekblok is machinaal genaaid, gekapitaald overlijmd met een strook handmarmer. De originele omslag en stofomslag zijn meegebonden. De boekband werd toegesneden, de inlegrug is voorzien van valse ribben, die kunstzinnig zijn doorgetrokken over de platten. De band is gerond, het boekblok bandgezet en ingehangen.
Het boek werd omtrokken met heel, vol, geitenleer en tussen de inslagen opgevuld. Sluitlinten van chroom gelooid schapenleer zijn aangebracht aan de voorzijde van de boekband. Reepjes van dit leer zijn ook aangebracht over het scharnier van de boekband als valse spitsels.
Het voorplat werd blind bestempeld met ‘Frederik Muller’ en ‘In Memoriam’ in het hetzelfde lettertype als gebruikt voor de titelpagina.

Het resultaat, u ziet het, mag er wezen en ik ben erg tevreden met mijn eerste ‘custom made’ boekband. Dat smaakt naar meer!

zondag 11 oktober 2009

Jachtseizoen 2009

Het bibliofiele jachtseizoen is weer in volle gang. De start lag enige tijd terug met de jaarlijkse Amsterdam Antiquarian Book, Map & Print Fair georganiseerd door de NVVA in de Passenger Terminal Amsterdam (2 en 3 oktober jl.). Veel mooie boeken maar vaak ook prijzig. Wel leuk om ideeën op te doen, te praten en te leren, snuiven, snuffelen en genieten.

Ik was er op zaterdagochtend 3 oktober en stoof in de lunchtijd (op jacht vergeet ik altijd te eten en heb ik nooit trek!) te voet door hartje Amsterdam naar dierentuin Artis waar de eerste editie van 'Books at the Zoo' plaatsvond. Een mooie beurs met veel leuke dingen en veel bekende gezichten maar ik had helaas maar weinig tijd en heb op beide beurzen niets gekocht.

Gisteren heb ik dat ruimschoots goed gemaakt en wel op de jaarlijkse boekenbeurs van de BOB in de Pieterskerk in Leiden.
Mijn eerste aankoop was: “Hebben is houden. Wat iedere verzamelaar en boekenliefhebber over zichzelf moet weten” net verschenen bij uitgeverij Aspekt en geschreven door socioloog Jaco Berveling, die het boek op de beurs ten doop hield en mijn exemplaartje vriendelijk voorzag van zijn signatuur. Inmiddels heb ik de eerste vijf hoofdstukken uitgelezen en ik kan u verzekeren dat het een prettig leesbaar boek is met heel herkenbare verhalen en hoofdstukjes zoals, “Ik ben wat ik heb”, “Wat de gek ervoor geeft” en “Prettig gestoord”. Slechts twee tientjes en van harte aanbevolen dus.

Ook maar twee tientjes was mijn volgende aankoop bij antiquariaat Fokas Holthuis uit Den Haag. Het ging om een exemplaar (één van de 35!) van “De Bibliofiel” (Uitgave Bucheliuspers, Utrecht, december 2001). Het is een kort gedicht dat werd aangetroffen in een nalatenschap en op twijfelachtige gronden werd toegeschreven aan Simon Carmiggelt.
Het slot luidt:

Soms overweegt hij ooit eens uit te zoeken
Waar al die fraaie letters toch voor stààn.
Maar snel klapt hij weer dicht. Geen denken aan.
Want lezen, dat is zonde van de boeken
”.

Vervolgens deed ik een aankoop in stijl bij de tafel van Antiquariaat De Vries & De Vries uit Haarlem in de vorm van een in perkament gebonden fraaie eerste druk van Daniel Willink's "Amsterdamsche buitensingel, nevens de omleggende dorpen opgeheldert door aanteekeningen, over veele voornaame geschiedeniszen" (Amsterdam, Andries van Damme, 1723).
Een topografisch werk, op rijm over Amsterdam en omgeving, voorzien van uitgebreide annotatie, vier fraaie uitslaande platen en twaalf platen met elk twee afbeeldingen van met name Amsterdamse gebouwen.
De originele tweede druk uit 1738 wordt wat vaker aangeboden maar vaak ontbreken er uitslaande platen. De eerste druk is overigens in 1970 in facsimile herdrukt door de Europese Bibliotheek en volop in het antiquariaat verkrijgbaar.

De absolute topper kocht ik aan het eind van de dag en is een apart blog ‘Het Hornboek Project’ waard.

Het Hornboek Project

Bij de stand van antiquariaat Dik Ramkema uit Overveen bereikte ik een bibliofiel orgasme met de kostbare aanschaf van een exemplaar van het adembenemende ‘Hornboek’.

Het werd uitgegeven in 2003 in een beperkte oplage van 135 exemplaren (waarvan 92 voor de verkoop, die al bij voorintekening verkocht waren). Het was een monsterproject van 26 (!) margedrukkers waarover Ronald Rijkse, conservator van de Zeeuwse bibliotheek, destijds het volgende schreef:

Als enige van de dertien bibliotheken met een wetenschappelijke steunfunctie heeft de Zeeuwse bibliotheek vanaf de oprichting van de Stichting Drukwerk in de Marge in 1975 een speciale band met margedrukkers en hun producten en streeft zij er naar een representatief beeld van het margedrukken te geven. Zo ontstond door aankoop of schenking een collectie die duizenden boeken en talloze efemere (eenmalige) druksels omvat. In deze verzameling zijn diverse bibliofiele persen nagenoeg compleet aanwezig.
Dit margedrukwerk vergt een bijzondere behandeling wat conserveren betreft. Het is kwetsbaar en bovendien kostbaar en het vergt een speciale manier van opbergen. De Zeeuwse Bibliotheek heeft daar momenteel echter geen middelen voor; de vele noodzakelijke restauraties van het Oud Bezit slokken de beschikbare gelden op. Om deze bijzondere collectie toch op een goede manier te kunnen conserveren is vanuit de wereld van de margedrukkers zelf het Hornbook-project tot stand gekomen.
Hornbooks zijn de voorlopers van het ons vertrouwde ABC-boek en werden vanaf de Middeleeuwen tot de 18de eeuw in het onderwijs gebruikt.
Een Hornbook is in feite een rechthoekig plankje (met een handgreep) met daarop een velletje papier met het alfabet. Dat papier is bedekt met een plaatje hoorn. In 2002 zijn er 26 drukkers aan het werk gegaan om gestalte te geven aan een Hornbook ten behoeve van het project.
Het project was gecompliceerd en het aantal betrokkenen zo groot - naast drukkers waren er ook boekbinders, houtbewerkers, cassettemakers, zeefdrukkers en clichémakers bij betrokken - dat het uiteindelijke resultaat een unicum is in de Nederlandse boekgeschiedenis.
Allereerst is er een rode cassette waarin het Hornbook gestoken is. Haalt men dit eruit, dan ziet men 2 eikenhouten platten die de vorm van het oude Hornbook hebben. Tussen de platten bevinden zich achtereenvolgens een katern met het voorwerk, een leporello en een katern met het nawerk.
Een leporello is een boek waarvan de bladen uit één lange, meermalen gevouwen strook bestaan. In dit geval gaat het om een leporello met een lengte van vier meter. Daartoe zijn 13 dubbelzijdig bedrukte bladen harmonicagewijs gevouwen en aan elkaar geplakt. Op de bladen zijn door 26 margedrukkers de 26 letters van het alfabet gedrukt, voorzien van een (literaire) uitweiding en/of afbeelding. Iedere drukker was vrij om zelf vorm te geven aan zijn door loting toegewezen letter, echter binnen het overkoepelend thema margedrukken.
De drukkers werkten in koppels van twee: de voor- en achterzijde van een blad moesten in onderling overleg vervaardigd worden.
Het voorwerk is getiteld
“Van Hornbook tot ABC-Prentenboek” en bevat geïllustreerde bijdragen van John Landwehr en Frits Booy over de ontwikkeling van het hornbook tot de bekende 20ste eeuwse ABC-boekjes. Het nawerk bestaat eveneens uit 2 bijdragen.
De eerste is van Ronald Rijkse, die de kwetsbaarheid van de collectie aan de orde stelt. De tweede bijdrage betreft de verantwoording van het gehele project
”.

Het is werkelijk een onbeschrijfelijk mooi voorbeeld van kunstzinnige vormgeving en typografie en ik prijs mij dan ook gelukkig dat ik op de BOB beurs in de Leidse Pieterskerk een exemplaar kon bemachtigen.

Mijn drie fotootjes geven een indruk maar als u wilt smullen en alle letters A t/m Z wilt zien, kijk dan maar eens hier!