vrijdag 15 september 2017

Zelf dokteren; de volgende stap...

In mei 2013 schreef ik "Zelf dokteren" dat zich, volgens mijn blogstatistieken, nog steeds mag verheugen in een grote populariteit.
Zoals bekend komen niet alle oude boekjes en brochures ongeschonden tot mij (of tot u!).
Elke nieuwe aanwinst wordt thuis eerst gecontroleerd op scheuren, vlekken en andere kleine eenvoudige defecten die ik vervolgens zelf herstel. Met de simpele tips die ik destijds gaf in "Zelf dokteren" kan iedere leek die handig is zonder risico's aan de slag.

Ik klungel niet graag aan oude boeken en daarom moet bij de aanschaf altijd de kwaliteit leidend zijn en niet de vraagprijs. Anders gezegd; ik betaal liever wat meer voor een goed exemplaar dan heel weinig voor hetzelfde boek met talrijke defecten.
Mijn volgende stap in het 'zelf dokteren' liet ik over aan het toeval en dat confronteerde mij een paar weken geleden met een nieuwe aanwinst waarvan de boekband uit elkaar lag. Nu werd me duidelijk wat mijn volgende stap zou zijn. Ik zou voor het eerst proberen een boekbandje compleet te renoveren. Hieronder beschrijf ik mijn werkwijze.
Doe er uw voordeel mee... of niet!

De uitgave waar het om gaat is vrij zeldzaam maar kostte me nog geen veertig euro.
De titel is: "Liefdadigheid te Amsterdam. Overzigt van al hetgeen er in Amsterdam wordt verrigt ter bevordering van de stoffelijke, zedelijke en godsdienstige belangen, voornamelijk der minvermogenden en behoeftigen. Uit echte bronnen bijeengebragt door N.S. Calisch". (Amsterdam, 1851). Nathan Salomon Calisch (1819-1891) was een onderwijzer en journalist die verschillende lexicografische werken uitgaf.
Wie het dagelijks leven van de onderste bevolkingslagen in de hoofdstad in de eerste helft van de negentiende eeuw goed wil leren kennen (van de 225.000 inwoners in Amsterdam in 1850 waren er ruim 60.000 afhankelijk van bedeling!) is Calisch boek een ware 'fundgrube'.
Hij geeft een gedetailleerd, vaak historisch, overzicht van honderden particuliere en gemeentelijke (liefdadigheids)instellingen. Vele hadden een vroeg negentiende eeuwse oorsprong, andere waren toen Calisch zijn boek schreef nog maar net begonnen. Het merendeel is inmiddels uit het collectief geheugen verdwenen. Zijn publicatie bevat behalve een titelillustratie (het Nieuwe Werkhuis, thans dr. Sarphatihuis in de Roeterstraat 2 te Amsterdam) diverse tabellen waarvan enkelen uitslaande.

In de 'Vaderlandsche Letteroefeningen' van 1852 verscheen een bespreking van zijn uitgave waaruit blijkt dat het boekje destijds vierenhalve gulden kostte, een niet gering bedrag als we bedenken dat bijvoorbeeld een metselaar toen ongeveer één gulden twintig per dag verdiende!
Een bibliotheekstempel op de titelpagina verraadt dat mijn exemplaar een doublet (dubbel exemplaar) is uit de 'Bibliotheek Amsterdam'. Het boekje werd gebonden in een eenvoudige negentiende eeuwse halflinnen band met grauwgrijze kartonnen platten.

De rug van de band zit vast(geplakt) op het nog stevige boekblok. Opnieuw inbinden, een vak apart, is dus niet nodig. Het voorplat is losgekomen van de rug en het achterplat zit nog net vast met twee touwtjes.
Ik besloot om het voor- en achterplat met een strook lichtbruin boeklinnen over de oude halflinnen rug geplakt vast te zetten en daarna beiden kartonnen platten aan de buitenzijde met origineel negentiende eeuws marmer te beplakken. Vervolgens zou ik aan de binnenzijde de strook omgeslagen linnen van de rug en de rand sierpapier van de platten wegwerken door een nieuw zuurvrij blad papier te plakken op de 'paste-down endpaper' (het gele blad links dat vast zit op de binnenzijde van de platten) en het gele blad rechts, de 'free endpaper', die komt voor de eerste 'Franse' titelpagina).
Op die manier wordt meteen de aansluiting van de platten op het boekblok aan de binnenzijde hersteld. Tot slot zou ik de hoeken van de platten met linnen te bekleden.

Een professioneel boekbinder en restaurator die ik raadpleegde over mijn voorgenomen handelwijze schreef mij: "Als het mijn boek zou zijn zou ik geen sierpapier op de platten plakken. Verder zou ik afhankelijk van het gebruik (weinig of veel) van dit boek de voor- en achterplatverbinding herstellen met dik Japans papier of parachutelinnen. Dit is beide sterk en dun. Ikzelf zou de oude rug laten zitten. Een inkeping maken onder de vastzittende rug en in het plat (met een scherpe scalpel) en dan in die inkeping een stukje verbindingsmateriaal lijmen. Je behoudt dan dus de originele kaft. De buitenkant van de kneep moet je dan sluitend maken met op kleur gemaakt Japans papier".
Zijn oplossing is professioneler en streeft naar het zoveel mogelijk behouden van de originele band en het oorspronkelijke karakter van het boek. Voor 'dokterende' amateurs op dit gebied (en daartoe reken ik mijzelf) lijkt het mij echter een stuk moeilijker uitvoerbaar dan wat mij voor ogen stond. Toegegeven; mijn werkwijze gaat meer de kant op van een 'nieuwe' band, ook al gebruik ik oud marmer, en daarom praat ik ook liever over renoveren en niet over restaureren! 

Mijn eerste stap was materiaal halen bij de firma Vlieger in Amsterdam. Ik kocht daar wat zuurvrij papier voor het herstel van de binnenkant en twee kleuren boekbinders-linnen (wordt verkocht per halve meter) voor de rug. Totaal was ik ongeveer zestien euro kwijt.
U zit hier welke materialen en gereedschap ik gebruikte.

Ik begon met het verlijmen van een strook boekbinderslinnen van 30 cm. bij 9 cm. over de oude rug (en ter weerszijde ca. 2.5 cm. over de platten) en liet dat twee uur drogen. Het boekje is maar 20 cm hoog, maar de flappen aan de boven- en onderkant werden nadat ze waren ingeknipt teruggeslagen naar de binnenzijde en met boekbinderslijm vastgezet op de binnenzijde van de platten. Ook in het midden zorgde ik ervoor dat het strookje iets uitstak boven het oorspronkelijke bandje want ook daar wilde ik het linnen over de oorspronkelijke rug terugslaan, zodat er uiteindelijk niets meer zichtbaar is van de oude rug.

Vervolgens smeerde ik het voor en achterplat in met boekbindersstijfsel (Let op! Boekbinderslijm laat zich vrijwel niet meer corrigeren! Bij boekbindersstijfsel is het loshalen en verschuiven veel makkelijker) en beplakte ik beiden met origineel negentiende eeuws handmarmer. Daarna liet ik dat even een uurtje drogen.

De volgende stap was het handmarmer om de platten terugslaan en de strook aan de binnenzijde vast zetten met boekbindersstijfsel. Drogen... Vervolgens plakte ik aan de buitenzijde op het voor en achterplat (schuin) op elke hoek een stukje boekbinderslinnen van 4 cm. bij 4 cm.


Ik knipte er hoekjes uit en sloeg de driehoekige flapjes terug naar binnen om ze vast te zetten met boekbinderslijm.
Daarna plakte ik het kleine strookje boven- en onderaan de rug vast. Voor het aandrukken is een vouwbeentje erg handig! De buitenkant is nu vrijwel klaar!

Aan de binnenzijde van de platten wil ik de zichtbare restanten boekbinderslinnen van de rug en het handmarmer van de platten bedekken met een vel papier dat ik over het oorspronkelijke gele papier ('paste-down endpaper' en 'free endpaper') plak met boekbindersstijfsel. Daarmee verstevig ik meteen de aansluiting van de platten op het boekblok aan de binnenzijde. Ik had daarvoor twee stroken nodig van 19.5 cm. hoog en ongeveer 24.5 cm. lang. Eerst sausde ik het plat en de 'free endpaper' in met boekbindersstijfsel.

Hierna plakte ik de strook eerst op het plat! Mocht de strook wat te lang of te kort zijn dan kun je de 'free endpaper' altijd nog op maat bijknippen!
Het meeste werk is nu gedaan. Het boek voelt vochtig aan en om het kromtrekken van de platten te voorkomen stapelde ik er tot slot wat boeken op uit mijn bibliotheek om het op de huiskamertafel onder druk langdurig te laten drogen. Zo af en toe controleerde ik even of er geen bladen aan elkaar plakten.

Er ontbreekt nog één afwerkpuntje, een titelschildje.
Ik knipte uit het grote vel dat ik voor de binnenzijde gebruikte een A4-tje. Vervolgens oefende ik op normaal papier wat met diverse lettertypen. Eenmaal tevreden drukte ik af op mijn zelf geknipte vel en plakte het titelschildje op de rug. Klaar! Het boek moet nu de komende paar dagen onder druk even goed uitdrogen. Ik zette het klem in een rijtje boeken in mijn bibliotheek.

En? Wat vinden jullie van het resultaat? Ik ben in ieder geval heel tevreden.
Algemene tip; werk geduldig en werk schoon!


vrijdag 1 september 2017

Saartje Wip en de Stadsreiniging


Op de laatste boekenmarkt langs de Amstel van dit jaar georganiseerd door De Kan kocht ik de: "Jubileum Uitgave ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van den dienst onder gemeentelijk beheer. 1877 October 1927" (Amsterdam, 1927). Een zeer zeldzame brochure van de Stadsreiniging Amsterdam die een overdruk is van 'De Amsterdamsche Gids' (Jrg. 3, 1927, nr. 4, 'jubileum-nummer stadsreiniging'). Ik ken slechts één ander exemplaar in de collectie van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG).

Zoals mijn trouwe lezers weten is Perkamentus bijzonder geïnteresseerd in folder- en brochuremateriaal over krotten, sloppen, armoede, en daaraan gerelateerde zaken als drankmisbruik, bedelarij, prostitutie, fecaliën & vuilverwerking etc. Toen ik er twee tientjes voor neerlegde maakte de verkoper de opmerking dat de omslag wel eens het werk zou kunnen zijn van Fré Cohen (1903-1943).

Zijn opmerking verraste me want mijn aandacht ging op dat moment vooral uit naar het onderwerp en de inhoud en minder naar de vormgeving. Helaas is de omslag niet gesigneerd (u ziet, er staat alleen: 'Stadsdrukkerij').
Het rode kader op de voor- en achterzijde doen wel wat aan haar werk denken maar dergelijke strakke lijnpatronen werden ook al toegepast door Anton Kurvers (1889-1940) die sinds 1918 werkzaam was voor de gemeente Amsterdam.

Ook al is haar betrokkenheid niet aantoonbaar, feit is dat Fré Cohen, terwijl ze nog studeerde aan de Amsterdamsche Kunstnijverheidsschool, vanaf 1926 sporadisch losse opdrachten kreeg van de Stadsdrukkerij Amsterdam.
Officieel zou ze daar pas op 1 september 1929, parttime, in dienst treden. Haar bedrijvige en energieke optreden bezorgden deze 'sierkunstenares' al gauw de bijnaam 'Saartje Wip'.
Ik heb overigens al eens eerder geschreven over Fré Cohen, die voor de Tweede Wereldoorlog smaakvolle typografische ontwerpen maakte, maar dit terzijde.

Er is nog een reden waarom de opmerking van de verkoper mij verraste en dat is omdat ik me plots realiseerde dat ik enkele bijzondere items in mijn collectie heb die alles te maken hebben met haar en de Stadsreiniging Amsterdam.
Het gaat om een serie (ansicht)kaarten (ca, 14,5 cm. x 9 cm.)  in een mapje met als opdruk een gesigneerde (FC) linosnede. De afbeelding op het mapje toont een staande afvalbak van de Stadsreiniging Amsterdam (SR) met daarboven een halve getande cirkel, (rechtsonder) drie Sint-Andrieskruizen (uit het Amsterdamse gemeentewapen) en de tekst: "Reinheid bovenal! Aangeboden door de Stadsreiniging te Amsterdam" (Amsterdam, 1931). Op de binnenflap van de omslag staat:
"Gedrukt ter Stadsdrukkerij Amsterdam - Ontwerp Fré Cohen. Serie... (A of B)".

De mapjes verschenen destijds in drie kleuren; rood, blauw en groen. Van de drie kleuren is de groene serie het meest zeldzaam.
Elk mapje bevat zes ongenummerde kaarten in één kleur met op de voorzijde zes verschillende afbeeldingen, waaronder korte tekstjes staan in eindrijm. Totaal zijn er echter twaalf afbeeldingen verdeeld in een A - en een B serie. Van elke kleur bestaan twee mapjes, één met de A serie en een ander met serie B!
Op de achterzijde van de kaarten staan wat lijnen met de woorden 'Briefkaart', 'Afzender' en verticaal 'Stadsreiniging Amsterdam'.

Bij de A serie gaat het om de volgende kaarten:
- Het spelen op een vuilnisschuit, dat is voortaan toch zeker uit?
- Zeg jongen wil je 't wel eens laten, dat schoppen tegen vuilnisvaten?
- Van 'n frisse koude straal houden de jongens allemaal, maar menigeen die 't duur bekoopt, doordat hy onder d'auto loopt.
- Er was eens 'n mannetje (t was niet wys), dat bouwde zyn huisje al op het ys, maar de stad is er minder op gesteld, dat men bouwt op het ys een vuilnisbelt.
- Voor orde en netheid zul je zien, geeft de S.R. ze elk een tien.
- Een vruchtenschil heeft onverwacht reeds menigeen ten val gebracht.

Bij de B serie zijn het:
- Buiten eten is gezond, maar... geen afval op den grond!
- Men houd' zyn kaartje in de hand, tot aan de naaste vuilnismand.
- Zoo'n strooibiljet ontsiert de straat, terwyl het verder niemand baat!
- De mooie grachten onze stad, gebruik ze niet als vuilnisvat!
- Pas op als 't weer gebeurt! Je wordt direct bekeurd.
- Een hond is een dier, dat in vuilnis wel wroet, maar.. hoe vind je een jongen, die zoo iets doet?

Ondanks de vrij aanzienlijke oplage worden ze antiquarisch zelden aangeboden, zeker als compleet setje in het oorspronkelijke mapje.
Zelf bezit ik drie complete mapjes, één groen (serie B), één rood (serie B) en één blauw (serie A). Alle drie in een uitstekende conditie.


Uiteraard worden de ansichtkaarten genoemd in het overzicht van haar oeuvre opgenomen in het tentoonstellingsboekje: "Rond Paasheuvel en Prinsenhof" (Amsterdam, 1977) en het overzichtswerk: "Fré Cohen (1903-1943). Leven en werk van een bewogen kunstenares" (Abcoude, 1993).
Wonderlijk genoeg noemen beiden als verschijningsjaar 1935 en dat is - zo constateer ik - door menige verzamelaar en collectiebeheerder klakkeloos overgenomen...


Ze zijn echter al vier jaar eerder verschenen, in 1931, ter gelegenheid van het in gebruik nemen van de nieuwe staande afvalbakken van de Stadsreiniging Amsterdam ontworpen door P.L. Marnette (1888-1948). In een kort bericht in de krant 'Het Vaderland' van 18 juli 1931 wordt medegedeeld dat de kaarten die zomer gratis werden verspreid onder de leerlingen van de hoogste klassen der lagere scholen te Amsterdam: "tot bevordering van den algemeenen reinheidstoestand der straten en grachten van de stad". Een jaar later, in de zomer van 1932, vinden we een artikel in het 'Algemeen Handelsblad' waarbij als illustratie één van de kaarten is afgebeeld. Wat betreft de korte tekstjes onder de afbeeldingen weten de auteurs van het eerdergenoemde overzichtswerk te melden dat deze mogelijk zijn geschreven door Clinge Doornbos (1884-1978).

De ansichtkaarten van Fré Cohen ontworpen voor de Stadsreiniging Amsterdam zijn van een tijdloze schoonheid. Nog steeds zijn er enkele voorbeelden als modern drukwerk te koop bij Art Unlimited.com.
Han Boering (1943-2015), I Tjing kenner en graficus uit Alkmaar, maakte er in de jaren negentig een zeefdruk van met negen kaarten in rood (verschenen bij uitgeverij Tuindorp in Haarlem) en bij de verschijning van eerdergenoemd overzichtswerk in 1993 ontwierp Jeroen de Vries een affiche voor de gelijknamige tentoonstelling in het Amsterdams Historisch Museum met daarop negen kaarten in blauw.


Vrijwel onbekend is dat er van de afbeeldingen ook vellen schoolschrift-etiketten zijn gemaakt (30 cm. x 21.1 cm.). Het papier is heel dun en de etiketjes (10.55 cm. x 7.5 cm.) zijn voorgestanst. Ik bezit sinds kort zo'n uiterst zeldzaam vel met acht verschillende voorstellingen gedrukt in een bruintint. Waarschijnlijk waren er ook vellen in andere kleuren. Deze schoolschrift-etiketten worden niet genoemd in de aangehaalde oeuvre overzichten. Dat is wel het geval met een vergelijkbare opdracht voor schoolschrift-etiketten van de Commissie voor het Onderwijs uit 1930. Ook daar gaat het om acht afbeeldingen op een vel in groen, bruin, rood of blauw, met als thema 'Veilig Verkeer' (oplage 1 miljoen stuks!).

vrijdag 18 augustus 2017

Post uit het verleden

Het zal de meeste van mijn lezers wel eens zijn overkomen.
U koopt een leuk boekje ergens in een antiquariaat, op de boekenmarkt of in de kringloop en thuisgekomen ontdekt u tussen de pagina's verstopt 'iets' dat een vorige eigenaar heeft vergeten.
Dat 'iets' had vaak de functie van boekenlegger maar kan van alles zijn. Een vergeten bankbiljet, toegangskaartje, ansichtkaart, brief of gedroogde bloemen en bladeren worden regelmatig tussen de bladzijden teruggevonden. Vergeten plakken salami en kaas ben ik persoonlijk nog niet tegengekomen maar anderen wel en onlangs las ik nog over de vondst van een ganzenveer achtergelaten door de schrijver in een middeleeuws manuscript.


Een aardig boekje hierover (ik heb het zelf niet) lijkt mij Michael Popek's: "Forgotten Bookmarks - A Bookseller's Collection of Odd Things Lost Between the Pages" (New York, 2011).
Van dezelfde auteur bestaat overigens ook een culinaire variant op dit thema: "Handwritten Recipes - A Bookseller's Collection of Curious and Wonderful Recipes Forgotten Between the Pages" (New York, 2012)!
Kopen?
U kunt ook op de link in een van bovengenoemde titels klikken, dan komt u op het gelijknamige blog terecht waar u uw hart kunt ophalen.
Daarnaast zijn er voor liefhebbers van 'things found in books' diverse voorbeelden te vinden bij 'Found in Books'.

In mijn kringloopwinkel vond ik laatst: "Leven en werk van Dirk Volckertsz Coornhert" (Amsterdam, 1978). Een net exemplaar met stofomslag geschreven door dr. Hendrik Bonger (1911-1999). In het NRC Handelsblad van 20 oktober 1978 verscheen een lovende kritiek op deze uitgave en de biografie won de dr. Wijnaendts Francken-prijs 1979 van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde.


Voor twee euro vijftig werd ik de nieuwe eigenaar. Ik hou wel van biografieën over interessante historische figuren en Coornhert behoort daar zeker toe. Er was echter nog een reden die mij over de streep trok.
Toen ik het boek doorbladerde trof ik tot mijn verrassing een nieuwe witte envelop aan die als bladwijzer tussen twee bladzijden was gestoken. Er was met een ballpoint op geschreven: "Brief van H. Bonger aan S. Goudeket en M. Goudeket-Philips".


Ik heb wel vaker post uit het verleden (die niet aan mij was geadresseerd) ontvangen. Meestal zijn het kaartjes, briefjes en kattebelletjes van onbekende personen maar een enkele keer gaat het om de sporen van 'BN'ers uit de vaderlandse historie'.
Eerdere vondsten heb ik beschreven in: "Ephemera uit vak U7" en: "Uit mijn bakken".
Mijn (voor)laatste vondst, een aantal maanden geleden, zat in een brochure die ik bij Jos Albers op het Waterlooplein kocht. Het gaat om een lidmaatschapskaart uit 1932 van de "Nederlandsche Centrale Vereeniging tot bestrijding der tuberculose" die toebehoorde aan de Nederlandse Nobelprijswinnaar Pieter Zeeman (1865-1943).


Natuurlijk had ik in de kringloop Bonger's brief (die aanmerkelijk ouder was dan de envelop in eerste instantie deed vermoeden!) vluchtig bekeken maar thuisgekomen las ik deze nogmaals aandachtig door.


Hendrik Bonger schreef de brief tijdens zijn verblijf in Dennenheuvel, een villa aan de Arnhemseweg tussen Apeldoorn en Beekbergen, ooit gebouwd voor de koopman J. ten Sijthoff. Het huis heeft na het overlijden van de eigenaar nog enige tijd dienst gedaan als pension voor ouderen maar is rond 1970 gesloopt en verdwenen.



De brief is gedateerd zestien juli 1944, ruim een maand na D-Day, en gericht aan (volgens het handschrift op de envelop) de destijds ondergedoken Sam Goudeket (1886-1979), gehuwd met Marianne Goudeket-Philips (1886-1951). De volledige tekst luidt:

"Adres:   J. ten Sijthoff                                                               Beekbergen, 16-7-44
               Dennenheuvel
               Beekbergen

Beste vrienden, 
Misschien herinneren jullie je nog vaag het bestaan van ondergetekende en zijn vrouw.
Het moet later maar eens allemaal mondeling bepraat worden wat we gedaan hebben en wat onze lotgevallen zijn geweest. Erg thrilling zijn de onze niet. We zijn meestal hier in 'Dennenheuvel', Beekbergen, waar we een eigen kamer hebben; we werken soms maanden op een boerderij, dan weer maanden aan de dissertatie die ik zo graag af wou hebben vóór de bevrijding, maar wat wel niet zal lukken, hoewel ik flink opschiet. 
Dan doen we samen veel waarover later ook eens mondeling, in vrede en vriendschap vereend in Amsterdam of op Wieringen of ergens waar wij zullen kunnen. 
We poetsen al onze oude ideeën en waarden weer op, halen ze uit de grond en de kast om ze gauw weer bij de hand te hebben; we zijn niet veranderd, alleen wat minder optimistisch, minder humanistisch, minder anti-militaristisch, maar verder wel 'op de oude voet voortgaand'; of jij weleerwaarde mijn ziel nog zal moeten verzorgen op de slagvelden van Java of Sumatra, dat weet ik niet, maar ik geef met toch maar op als het zo ver is; altijd praten en ideeën en niets doen dat is het ergste geweest van deze vier jaar.
Misschien willen ze me niet, maar dat moeten de Heren maar uitmaken.
Heel vaak denken we aan mijn jaargenoot en haar man. Hoe zouden ze het maken? 
Ik hoorde dat ze wel eens post ontvingen en vandaar de envelop in deze brief. Van To hoorde ik dat ik maar zo moest doen. 
Voor de winter is het uit met het gestoei in de wereld, of denken jullie van niet? Wij rekenen er maar op. Willen jullie eens wat laten horen, hoe het leven in de pastorie gaat en van allerlei?
Heel veel groeten en bedankt voor de dienst, en het allerbeste met jullie. Van Henk en Toot B.".

Normaal gesproken lees ik andermans post niet en is het ook niet netjes die openbaar te maken.
In dit geval echter zijn de hoofdpersonen overleden en vind ik de inhoud een aardige aanvulling op Bongers biografie die terug te vinden is op de website van de Digitale bibliotheek der Nederlandse letteren (DBNL). Mee eens?