dinsdag 25 juli 2017

Boeken met een verlengstuk

In mijn kringloop kocht ik voor anderhalve euro: “Dood geen einde. Paranormale stemmen beschrijven een leven na de dood” (Amsterdam, z.j.) van IJsbrand Rogge (wie kent hem niet?). Achterin het boek zit een grammofoonplaat (45 toeren) met de stemmen van overleden personen, waaronder Mahatma Gandhi (1869-1948).
De opnamen komen uit de geluidsbandenverzameling van het beroemde medium Leslie Flint (1911-1994), wie kent hem niet?
In het register kwam ik trouwens ook een bekende Nederlandse naam tegen en wel die van Godfried Bomans (1913-1971). Bij mijn weten is hij de enige Nederlandse schrijver die (via zijn geleide geest ‘Mickey’) over het graf tot ons heeft gesproken. Misschien een leuk idee voor het Godfried Bomans Genootschap, om daarover eens te schrijven want die vermelden (nog) niets over deze interessante geschiedenis.

Enfin; het ging me dus om die grammofoonplaat!
Boeken met een los verlengstuk of dat nu View-Masterschijfjes zijn, dia’s, of zoals in dit geval, een heerlijk gedateerd stuk vinyl, intrigeren mij mateloos. Over de benodigde apparatuur beschik ik allang niet meer dus die plaat met stemmen van gene zijde kan ik helaas niet beluisteren maar opeens is de combinatie boek- en platenmarkt (een verschijnsel dat ik in toenemende mate bespeur) wel een stuk logischer geworden!

Maar eerlijk is eerlijk, het is niet de eerste uitgave in mijn bibliotheek met een grammofoonplaat. Alweer jaren terug kocht ik het boek van Koos Groen: “Er heerst orde en rust. Chaotisch Nederland tussen september 1944 en december 1945” (Nijmegen, 1979). Ook toen was het die los bijgevoegde 45 toerenplaat met ‘authentieke historische geluidsfragmenten’ (radio fragmenten) die mij verleidde tot aanschaf.
Dat geschreven hebbende realiseer ik me opeens dat ik zelfs een bijzondere bibliofiele uitgave bezit met zo’n ouderwetse plaat. Het gaat om: “Trappen” (Amsterdam, 1982) van Rein Jansma en Joost Elffers met een 45-toeren grammofoonplaat in blanco hoes: “Circles” (Philip Glass).
Ik beschreef het op mijn blog in “Boek-en-kunst”, ruim vier jaar geleden.


Boeken-met-plaat’ lijkt mij vooral een jaren zestig tot en met jaren tachtig verschijnsel. Ongeveer dezelfde periode waarin ik net als vele andere tieners beschikte over een stereotoren met platenspeler (maar nog niet over bovengenoemde boeken).
Inmiddels is de vinyl grammofoonplaat iets exclusief voor de geluidsliefhebber geworden. In huize Perkamentus zijn zowel platenspeler als grammofoonplaten geheel van het toneel verdwenen toen de Compact Disc (CD) zijn intrede deed.

In de eerste helft van de jaren negentig kocht ik mijn eerste personal computer (PC).
Een behoorlijke kast waarin standaard een floppy diskettestation zat. Eerst voor die grote slappe 5¼ inch floppy’s maar later ook voor de harde 3½ inch diskettes.
Kent u een ‘boeken-met-diskette’ voorbeeld, anders dan oude (computer) cursussen en dergelijke? In mijn kasten staat niets.
Gelukkig maar, want toen ik eind vorige eeuw de zoveelste nieuwe desktop kocht zat er tot mijn stomme verbazing opeens geen diskettestation meer op en kon ik al mijn oude 5¼ inch en 3½ inch diskettes niet meer gebruiken.

Gedwongen, maar binnen no time, stapte ik over op CD’s en ja hoor ook boeken met een CD(-rom) deden hun intrede. Daarvan heb ik diverse voorbeelden in mijn bibliotheek zoals het boek van P. Schneiders: “Nederlandse Bibliotheek Geschiedenis. Van Librije tot Virtuele Bibliotheek” (Den Haag, 1997), met in een uitsparing in het achterplat een CD-rom met ‘De Nederlandse Bibliotheek- en Documentatiegids 96/97’.

Het ‘boeken-met-CD’ fenomeen heeft tot in deze eeuw standgehouden. Een ander voorbeeld in mijn boekenkast is het boek van Christian Bertram: “Noord-Hollandse Arcadia. Ruim 400 Noord-Hollandse buitenplaatsen in tekeningen, prenten en kaarten uit de Provinciale Atlas Noord-Holland” (Alphen aan den Rijn, 2005).
In een doorzichtig plastic hoes tegen het achterplat geplakt zit een CD-rom met ruim 560 gravures en tekeningen van de desbetreffende buitenplaatsen alsmede het boek in PDF-formaat.

Ongetwijfeld verschijnen er nog steeds boeken met een CD al zijn het vermoedelijk grotendeels uitgaven die gaan over muziek en componisten maar verschijnen er ook nog boeken met een CD-rom (waarop aanvullende data)?
Trouwens…. inmiddels is net als het diskettestation ook de CD-speler zo’n beetje uit de standaard desktopcomputer verdwenen.
Onder het mom van ‘altijd makkelijk’ (want ik heb nog een stapel CD-rom’s liggen) kocht ik die vorig jaar los bij mijn nieuwe IMac. Tot op heden echter heb ik het apparaat niet gebruikt!

Als extra toevoeging bij het boek, als verlengstuk naar een ander medium, zijn grammofoonplaat of CD niet meer nodig. Immers, het ultieme verlengstuk is inmiddels de PC, want oneindig in beeld, geluid en informatie en altijd up-to-date.

Bibliopolis. Geschiedenis van het gedrukte boek in Nederland” (Den Haag/Zwolle, 2003), bekend bij vele boekenliefhebbers, zou je een voorbeeld kunnen noemen van ‘boeken-met-PC’.
Geen apart verlengstuk meer maar een verwijzing in de tekst naar de gelijknamige website. Daarmee wordt het boek dan wel losgelaten want niet meer herdrukt terwijl de website voortdurend wordt bijgewerkt. Bovendien heb je het boek niet nodig om op de website te komen.


Intiemer vind ik daarom mijn prachtige tweedelige Taschen uitgave: “Type. A visual history of Typefaces and Graphic Styles” (Köln, 2009/2010).
In elk deel zit achterin een plastic keycard met wachtwoord.
Voilà ‘Boeken-met-Keycard’!
Daarmee krijg ik toegang tot een besloten gedeelte op de website van Taschen met vele honderden ‘high resolution scans’ van letter- en ornamentproeven van drukkerijen tussen 1628 en 1938.

De boeken bevatten zo de sleutel(s) tot exclusieve media. Nota bene diezelfde moderne media waarvan keer op keer wordt voorspeld dat ze het einde van het gedrukte boek betekenen.
Veel mooier en ironischer wordt het niet…

Naschrift

Ik ontving naar aanleiding van dit verhaal een mail van Jos Swiers (De Althaea Pers) waarin hij me er fijntjes op wees dat ik ook nog over een bibliofiele uitgave met CD beschik! Het gaat om een exemplaar van: "De wereld een cocon" ('s-Gravenhage, 2012) een door de Althaea Pers verzorgde bibliografie in beperkte oplage gewijd aan de uitgaven van de Atalanta Pers. Ik ontving destijds van Jos nummer 20 (van de 195 Arabisch genummerde exemplaren). Als bibliofiel ben je soms rijker dan je denkt!

dinsdag 11 juli 2017

Drukraadsel; pamflet met recept


Afgelopen zondag, 9 juli, vond de laatste 'Boeken op de Dam' plaats, een van de zomerse boekenmarkten die sinds 1986 door De Kan wordt georganiseerd.
Onder een strakblauwe hemel met een stralende zon was ook Perkamentus aanwezig al was dat meer om nostalgische redenen want veel hoop op succes had ik niet.
In de loop der jaren namen aanbod en kwaliteit op deze markt sterk af.
Grote smaakmakers als antiquariaat Klikspaan uit Leiden, met een breed en kwalitatief hoogstaand assortiment, haakten af en met weemoed dacht ik aan de Deventer antiquaar Jos Wijnhoven (1961-2017) bij wie ik alweer drie jaar geleden op de Dam iets leuks kocht, dat ik in 'Zand erover' beschreef.

Ik was al minstens drie keer heen en weer geslenterd over de markt toen ik bij de kraam met veilingrestanten van Vincent Zwiggelaar een stapeltje oud bedrukt papier gewaar werd dat mijn aandacht trok. Het ging om een stuk of vijf dubbelbedrukte foliobladen (bifolium) met een “Recept voor de beet van eenen dollen hond”.
Behalve het recept - goed voor mens en dier! - staat er verder geen jaar en plaats noch een drukker- of uitgeversadres op.
De handelswaar van een kwakzalver?
Anno 2017 toveren recept en behandelmethode een glimlach op je gezicht en zullen maar weinigen aan de heilzame werking ervan geloven laat staan het uitproberen!
Vincent overwoog met een big smile om de bladen doormidden te snijden en ze vervolgens per stuk voor tien euro te verkopen (je bent handelaar of niet...) maar ik kon zo’n intact tweezijdig drukraadsel nog meenemen voor hetzelfde geld en de belofte om erover te schrijven op mijn blog.
Ik zou er hoe dan ook geen honderd euro voor over hebben gehad en toch is dat het bedrag dat iemand er ooit voor bood (exclusief veilingkosten) op zijn veiling een aantal jaren terug (veiling van 8 november 2011, lotnr. 233).


Wie zeventiende en achttiende eeuwse gravures van kerkinterieurs bekijkt zal het onmiddellijk opvallen dat daarop veelvuldig honden werden afgebeeld. Om de overlast van zwerfhonden in de kerk maar ook daarbuiten tegen te gaan ging de stedelijke overheid er al vroeg toe over om hondenslagers (of stokmannen) in dienst te nemen; een beroep dat tot ver in de negentiende eeuw zou blijven bestaan.

Honden bezorgden niet alleen overlast maar werden ook gezien als de drager en overbrenger van allerlei ziektes, met name de beruchte hondsdolheid (Rabiës).
Vooral in de achttiende eeuw werd daarover veel geschreven en gepubliceerd.
Er bestonden talrijke 'onfeilbare' recepten tegen ‘de beet van eenen dollen hond’ zoals een ander anoniem gedrukt “Recept tegen de Dolligheyd van Menschen en Beesten”, uit 1732 (in de Koninklijke Bibliotheek, Knuttel 16859d).


Mijn "Recept voor de beet van eenen dollen hond" staat niet in de pamflettencatalogus van Knuttel maar wel in WorldCat die twee exemplaren kent. Eén bij de Universiteit van Groningen en de ander (ook een bifolium) in de National Library of Medicine in Bethesda, Amerika.
Volgens de omschrijving werd het mogelijk in Groningen gedrukt. Toen ik vervolgens op Google zocht naar de titel zag ik al gauw een veelbelovende verwijzing naar het maandblad Groningen (Jrg. 2, 1919/1920) met een bijdrage van archiefmedewerker
B. Lonsain (1870-1961), over “Maatregelen tegen hondsdolheid” (blz. 197-199). Daaraan ontleen ik de volgende informatie.

In 1785 kwam in Westerwoldingerland (Oost-Groningen) hondsdolheid veelvuldig voor.
De toenmalige richter/drost mr. Lodewijk Muntinghe (1747-1799) schreef hierover op 27 september een brandbrief aan het stadsbestuur van Groningen met het dringende verzoek om een actieplan.
Die formuleerden op 3 oktober een concept-plakaat met diverse maatregelen dat, eenmaal goedgekeurd, aan de stadsgebieden werd verzonden.
Bovendien werd in herinnering gebracht het in 1781 door het Collegium Medicum te Groningen opgemaakt recept ter behandeling van door een dollen hond gebeten menschen. Dit middel schreef voor, dat de patienten zich gedurende eenigen tijd, moesten onthouden van alle geestrijke dranken en specerijen en daarboven op dieet dienden te worden gesteld, dat de wonden opengehouden moesten worden met Spaansche vliegen en ten minsten tweemaal per dag met zout en azijn gezuiverd en vervolgens worden behandeld met basilicum en roode praecipitaat.
Dit was het toenmaals geldende ‘officieele’ geneesmiddel.
Maar er was ook nog een ander middel, hetwelk de stadsregeering den lijders aan die vreeselijke ziekte niet wilde onthouden en dat zij daarom gaarne stelde ‘ten nutte der ingezetenen van onze stadsdistricten en colonien’.
Dit recept werd niet, zooals het bovengenoemde, in den tekst van het plakkaat opgenomen, doch afzonderlijk gedrukt, ook zou het niet van de predikstoelen worden afgelezen, wat met het evenvermelde plakkaat wel het geval was, doch worden toegezonden aan den drost, de ambtmannen, de richters en de predikanten, om het ‘aan ieder ingezetene des begeerende mede te deelen’

U raadt het al, dit - afzonderlijk gedrukte - wondermiddel is mijn anonieme pamflet.

Geen drukwerk van een kwakzalver dus maar een geneeskundige tip van een goedgelovig Gronings stadsbestuur!
We kunnen het ze moeilijk kwalijk nemen. Ook de heren medici geloofden er destijds heilig in zoals blijkt uit het artikel van de Groningse burgemeester en dokter mr. Evert Jan Thomassen a Thuessink (1762-1832) in de “Vaderlandsche Letteroefening” (jaargang 1799).
Hij merkte daarin fijntjes op dat het middel sedertdien algemeen werd gebruikt zonder te hebben gefaald maar dat de geneeskundigen wel tot het inzicht waren gekomen dat het meest werkzame bestanddeel de ‘boomolij’ (= olijfolie) was!
De Groningse behandelmethode hield - zeker voor dieren - nog lang stand.
Een halve eeuw later, in 1844, vinden we het recept terug in dr. A. Numan’s “Handboek der genees- en verloskunde van het vee…” (Groningen, 1844, blz. 599).

Ziezo! Achtergrond, herkomst en ouderdom van mijn curieuze pamflet met recept zijn thans opgelost. Op naar het volgende kunstraadsel, pardon drukraadsel!

vrijdag 16 juni 2017

Kozakkendag bracht 'De Verlossing'


Van de boekenmarkten die in de zomer door de Kan worden georganiseerd bezoek ik bij voorkeur de Amstellocatie naast de Stopera. Op de Dam is mij iets te toeristisch en bovendien zijn er handelaren die daar liever niet (meer) komen omdat het hen te weinig oplevert.
Jammer, want daardoor neemt niet alleen de aangeboden boekenhoeveelheid af maar ook de kwaliteit. Natuurlijk hangt een en ander ook af van je interesse(s). Bij mij zijn dat toch vooral de wat oudere antiquarische uitgaven. Helaas zijn er steeds minder kramen die daarvan wat hebben liggen maar afgelopen zondag had ik geluk en weer eens beet!


Ik was die zonnige dag al vroeg op pad gegaan en toen ik rond tien uur op de markt naast de Amstel verscheen waren vele handelaren nog druk bezig met uitpakken.
Bij kraam nummer zeven werd mijn aandacht getrokken door een bundeltje met gelegenheidsgedichten uit het jaar 1813. Het einde van de Franse bezetting zorgde toen voor een welhaast onafzienbare stroom 'jubelpoëzie', en uit het stapeltje trok ik twee pamfletten die voor tien euro per stuk mijn eigendom werden.
Hoe ik tot mijn keuze voor deze twee kwam zal u gauw duidelijk worden.

Het anonieme gedicht: "Aan het volk van Nederland" (Amsterdam, 1813) trok mijn aandacht omwille van zijn titel. Die is natuurlijk expres gekozen en refereert aan het bekende pamflet uit 1781 van Joan Derk van der Capellen tot den Pol (1741-1784). Daarnaast bevat het een soort toegift in de vorm van een extra gedicht getiteld:
"Aan mijne stadsgenooten. Op den 24ste November 1813".


Er zijn niet veel Amsterdammers meer die weten dat er op vierentwintig november 1813 een einde kwam aan de Franse overheersing van de hoofdstad.
Op die dag - rond zeven uur in de ochtend - arriveerde hier tweehonderd Kozakken voor de Muiderpoort. Hun komst was beslissend.
Na het vertrek van de Franse bezettingsmacht op 14 november had het neutraal georiënteerde provisioneel stadsbestuur besluiteloos doorgemodderd. Pas op 'Kozakkendag' dorsten ze de macht uit handen te geven en kwam er een definitief einde aan achtentwintig jaar Franse tijd in Amsterdam.
Een maand later, op 2 december 1813, reed de toekomstige Koning Willem I onder gejuich van duizenden mensen via de Haarlemmerdijk de stad binnen waar hij op 30 maart 1814 met veel pracht en praal zou worden gekroond.


Zoals bij de meeste pamfletten die ik in de loop der jaren ben tegengekomen zit er geen (sierpapieren)omslag om. Met uitzondering van de titelpagina waar enige typografische variatie is betracht is het verder een weinig spectaculaire (octavo)uitgave die terug te vinden is in de pamflettencatalogus van Knuttel (nr. 23559) en digitaal hier.

Dat is geheel anders bij het tweede pamflet (Knuttel 23584) dat ik uit het stapeltje trok.
Het viel meteen op door zijn fraaie en zorgvuldig bedrukte omslag. Een blanco vel met sierkaders voor en achter met in het midden voorop de titel "Bij de verlossing van mijn dierbaar vaderland" en achterop een bloem.
Toen ik het opensloeg viel mijn oog direct op de in Gotische letters gedrukte auteursnaam Petronella Moens (1762-1843). Deze blinde domineesdochter, 'De Vriendin van 't Vaderland', is in de Nederlandse geschiedenis en literatuur geen onbekende, maar dit verhaal wordt te lang om daar uitvoerig bij stil te staan.
Links van het titelblad (de achterzijde van de omslag) las ik: "Geene exemplaren worden voor echt erkend, die niet door de uitgeefster eigenhandig zijn ondertekend" met daaronder in zwierige handschrift 'F.D. Zimmerman'. 
Interessant, een vrouw!


Thuis begon het uitpluizen.
Geen van de brochures wordt momenteel antiquarisch aangeboden. Wel zijn ze in openbare collecties te vinden. Van het gedicht van Petronella Moens vond ik al gauw een digitale versie van de tweede druk uit 1814 ( (Knuttel 23759) die u hier kunt bekijken.
Bij dat exemplaar ontbreekt overigens die omslag en het zou me niet verbazen als die alleen om de eerste druk zat. Juist die sieromslag met autorisatie op de versozijde maakt deze uitgave extra interessant! Alleen daar staat expliciet dat F.D. Zimmerman een ‘uitgeefster’ is!

Toen ik mij in haar verdiepte ontdekte ik al gauw dat mevrouw Zimmerman eigenlijk Fortmeijer heette!
Deze Frederica Dorothea Fortmeijer (1780-1850) huwde op 16 juni 1808 Johannes Decker Zimmerman (1785-1867).

Hij was predikant te Utrecht en zoon van David Zimmerman die terug uit Patriotse ballingschap in 1801 een drukkerij startte met meerdere persen. Hier leerde Johannes letterzetten en al gauw werd hij ook met correctiewerk belast. De stap naar zelf schrijven en publiceren was zo gauw gezet.



Johannes Decker Zimmerman (zijn moeders naam Decker voegde hij in 1806 toe aan zijn achternaam) schreef onder meer diverse gedichten gewijd aan politieke gebeurtenissen zoals over Napoleon en de Belgische opstand (1830). Toen hij in 1812 in financiële moeilijkheden raakte stichtte hij in Utrecht, in de Lange Nieuwstraat 330, een boek-, papier-, muziekhandel en leesbibliotheek op naam van zijn vrouw, F.D. Zimmerman (geboren Fortmeijer).
Een van de eerste publicaties die daar - voor enkele stuivers te koop - verscheen was 'Bij de Verlossing...' van Petronella Moens.
De samenwerking moet bij Moens in de smaak zijn gevallen want tussen 1814 en 1829 schreef zij nog diverse stukken in het weekblad 'Euphonia' dat eveneens bij deze 'uitgeefster' verscheen en waarvan hij redacteur was.

'Bij de Verlossing' stond aan het prille begin van een langdurige vriendschap.
Toen hij op 29 december 1837, vijfentwintig jaar later, een bijdrage schreef in haar vriendenrol richtte hij zich tot haar met 'Lieve Pietje' (naar haar bijnaam 'Pietje potentaat!). Zes jaar later, in 1843, overleed Petronella Moens en memoreerde hij haar met een uitgebreide gedachtenisrede.
Waartoe een mooi verzorgde uitgave die bol staat van de: "taal van eene vrouw, die eenen man eer zoude aandoen..." al niet kan leiden!