vrijdag 13 juli 2018

Jus Primae Noctis

Kent u de film 'Braveheart' (1995) met Mel Gibson in de hoofdrol als de Schotse vrijheidsstrijder William Wallace (1272-1305)?
Acteur Patrick McGoohan speelt daarin een kille Engelse Koning Eduard I (1239-1307) en die besluit om de opstandige Schotse stammen in het hoge noorden te beteugelen door een oud vergeten voorrecht voor zijn adellijke vazallen uit de kast te trekken, het 'Jus Primae Noctis'. Het recht op de eerste nacht; het recht om de maagdelijkheid te nemen van jonge (Schotse) dochters van lijfeigenen of horigen aan de vooravond van hun huwelijk. "If we can't get them out, we'll breed them out...". 



Aan die scène moest ik denken toen ik vlak voor het einde van de maand mei via Marktplaats een curieuze Duitse publicatie kocht van dr. K. Schmidt getiteld: "Jus Primae Noctis. Eine Geschichtliche Untersuchung" (Freiburg im Breisgau, 1881). Het in halfleer gebonden boekje bevat aardige provenancekenmerken waaronder twee ex-librissen; één in blinddruk van ene M.J(?) de Wit in Maastricht, die dit exemplaar liet binden bij de boek- en papierhandel van F. Schmitz aldaar (zoals blijkt uit diens boekhandelszegeltje) en de ander - een stempel - van mr. H. van Riel uit Rotterdam. De laatste was de bekende VVD politicus Harm van Riel (1907-1980), geestelijk vader van Hans Wiegel, die over een omvangrijke privébibliotheek beschikte.


De auteur, dr. Karl Schmidt (1836-1894), was 'Oberlandesgerichtsrath' in Colmar, een lieflijk Frans plaatsje in de Elzas. Zijn diepgravend onderzoek naar het (wereldwijd) gebruik van het 'Jus Primae Noctis' geldt als de meest uitvoerige studie op dit gebied (379 blz., inclusief register).
Alleen de bibliografie telt al ruim dertig pagina's met honderden geraadpleegde boeken en documenten. Het boek werd opgenomen en uitvoerig beschreven in het derde deel (blz. 26) van “Bibliography of Prohibited Books” (New York, 1962) door Pisanus Fraxi, een pseudoniem voor Henry Spencer Ashbee (1834-1900).

Het 'Jus Primae Noctis' stond bekend onder verschillende benamingen waaronder 'Droit de Jambage', 'Droit de Marquette' (zoals besproken in "Curiositeiten van allerlei aard", "Curieuse Gebruiken", nr. 24/25), 'Droit de Seigneur', 'Proefnachten' of 'Bruiloftsavondkout', de laatste een eufemisme van Jacob van Lennep.

Ook Nederland (Holland) wordt in de uitgave van Schmidt genoemd (Kapittel 21, blz. 108/112).
De eerste verwijzingen naar het gebruik hier zijn volgens Schmidt afkomstig van twee auteurs uit het eind van de zeventiende eeuw.
Bij de historicus Mattheus Smallegange (1624-1710) vond hij in de: "Nieuwe Cronyk Van Zeeland" (Middelburg, 1696, I Deel, 5de boek, blz. 622) de volgende passage: "De Heer van Cortgene word geseit, van over gants oude tijden het Recht te hebben over die Maegdom van alle Vrysters die onder zijn gebied komen te trouwen, 't welk met eenig geld geredimeert pleeg te worden".


Bij de predikant en schrijver Adriaan Pars (1641-1719) las hij in zijn: "Catti Aborigines Batavorum..." (Leiden, 1697, blz. 196): "Een van de wonderlijkste Voorregten (met het Kristendom gants niet overeenkomende) waar van men leest dat enige oude Heerlijkheden in ons Land souden gehad hebben, is dat van de eerste Bijslaap bij de Bruiden, dewelke aldaar trouden, ook genannt, het Bruitgeld. Gelijk dat soude geweest sijn, in de Heerlijkheden van Schagen, Suidwijk, Voshol (in sig begrijpende nog 4 Plaatsen, als Swammerdam, Langeraar, Korteraar, en Rewijk), Sluipwijk, Tempel, Roon, Kortgene ens. als mede verscheide andere, die op de Gravelijkheids Rekenkamer soude kunnen werden opgesogt, het welk de Staten hebben doen afkopen met een stuk Gelds, aan den Heer van jeder plaats te betalen".
Latere schrijvers zoals Pieter van der Schelling, Gerard van Loon en Ludolf Smids toonden aan dat het bij Smallegange en Pars ging om een misinterpretatie van verschillende oude gebruiken. Zo zou het genoemde 'bruidsgeld' een afkoopsom zijn die niet werd betaald om een ontmaagding te voorkomen, maar de verplichte onthoudingsperiode direct na de huwelijksvoltrekking! Tijdens het vierde concilie van Carthago, eind vierde eeuw, zou namelijk zijn afgesproken dat de jonggehuwden zich - uit eerbied voor de ontvangen kerkelijke huwelijkszegen - één dag zouden onthouden. Dat werden in de loop der geschiedenis uiteindelijk drie dagen. Een ander oud feodaal gebruik was dat bruidsgeld werd betaald door een vrije man die huwde met een vrouw die horig was aan een leenheer. Het geld compenseerde de leenheer voor zijn verlies aan horige nakomelingen!

Ook Schmidt besloot zijn studie met de conclusie dat hij in de geschiedenis van de oudheid tot de moderne tijd weliswaar oude gebruiken tegenkwam rondom de huwelijksvoltrekking, maar geen spoor van bewijs voor het bestaan van een 'Jus Primae Noctis' dat adellijke heren in de Middeleeuwen het recht gaf om de maagdelijkheid te nemen van jonge dochters van lijfeigenen of horigen aan de vooravond van hun huwelijk.
Het bestaan van een dergelijk recht betitelde Schmidt als "Ein gelehrter Aberglauben". Ook moderne historici geloven er allang niet meer in. Desondanks bleef en blijft het 'Jus Primae Noctis' voor tal van curiositeitenverzamelaars, romanschrijvers, schilders, tekenaars,graveurs film- en operamakers een dankbaar en pikant gegeven!

vrijdag 6 juli 2018

De neus die is toch een sierraad!!!!


De inkt van mijn laatste stukje "Een Amsterdams neuzenlied" was, bij wijze van spreken, nog niet droog of ik trof tot mijn verrassing op de veilingsite Ebay (waar ik vrijwel nooit op kijk) een tweede 'Neuzenlied' aan voor € 8,90 euro (inclusief verzendkosten) aangeboden door een Duitse verkoper in Halstenbek (Sleeswijk-Holstein).


Ditmaal gaat het om een exemplaar uitgegeven door de feestartikelen-firma F. (Frans) Heitz in de Nieuwe Leliestraat 35 te Amsterdam. Aan de hand van het telefoonnummer 32919 kan dit enkelzijdig bedrukte liedblad ( 22 cm. bij 13,5 cm.) worden gedateerd rond 1925. Mede-verzamelaar Jos Swiers van De Althaea Pers - die vijf verschillende neuzenliederen bezit! - heeft deze uitgave ook maar dan met het latere telefoonnummer 47426.
De tekst (op de wijze van: 'Ze zeggen er is geen Prins in 't land enz.') was al bekend dankzij een ouder voorbeeld uit de straatliederencollectie van het 'Geheugen van Nederland'.
Bijzonder fraai is de afbeelding van twee karikaturen ter weerszijde van de titel. Beiden in het bezit van een behoorlijke gaffel. Feestliedjes, valt me op, zijn nog wel eens voorzien van illustraties, straatliederen vrijwel nooit.

De firma Heitz heeft ruim een eeuw bestaan. In de rubriek 'Tips van Joosje' uit 1969 (Dagblad voor Nederland) lezen we dat de winkel werd opgericht in 1859 (door Frans Heitz (1833-1912). In 1969 stond de vierde generatie achter de toonbank en werden er zelfs nog artikelen verkocht uit oude voorraden (soms wel tachtig jaar oud!). Of daar ook nog dit 'neuzenlied' bij zat?

zondag 1 juli 2018

Het jaar geboekt, juni 2018

In de rubriek 'Het jaar geboekt' (zie tabblad bovenaan) houd ik bij wat ik gedurende het lopende jaar bij elkaar verzamel. Per maand verplaats ik dat gedeelte naar de homepage en geef ik 'de cijfers'. In de rubriek blijft het lopende jaar intact. Pas bij de start van het nieuwe jaar zullen daar alleen nog hyperlinks naar het desbetreffende maand(blog) verwijzen. Een en ander komt de leesbaarheid van de rubriek ten goede die anders op den duur uit een ellenlange opsomming zou bestaan.

Juni 2018; de cijfers...

Totaal aantal objecten: 5.
Gekocht: 5.

Totaal uitgegeven: € 175,43 (incl. verzendkosten).
Gedeeld door 5 is gemiddeld: € 35,09 per object.

Via Marktplaats: 2 (1, 5).
Via Ebay: 1 (2).
Via Catawiki: 1 (4).
Via kringloop: 1 (3).

Old & rare: 1, 2, 3, 4, 5.

Juni 2018: de aanwinsten...

1. "Neuzenlied" (z.j.[tussen 1890 en 1900], Amsterdam), op de wijze van 'Diender, Diender'. uitgave van Gekocht via Marktplaats voor € 6,68 euro (incl. verzendkosten). Zie mijn blog: "Een Amsterdams neuzenlied".


2. "Neuzenlied" (z.j.[ca. 1925], Amsterdam), op de wijze van 'Ze zeggen er is geen Prins in 't land enz.' Uitgave van F. Heitz.  Gekocht via Evay voor € 8,90 (incl. verzendkosten). Binnenkort meer in mijn blog: "De neus die is toch een sierraad!!!!".


3. "Gids voor armenzorg en maatschappelijke steun in Nederland", (Rotterdam, 1919). Samengesteld in opdracht van de Algemeene Armencommissie, met een inleiding van J. Everts (1882-1954). Voor € 2,50 euro bij mijn kringloopwinkel. Onvindbare uitgave die een informatief overzicht geeft van de talloze instellingen op dit gebied in Nederland een eeuw geleden.


4. J. Wagenaar: "Vaderlandsche Historie Verkort; en bij vraagen en antwoorden voorgesteld",  (Amsterdam, 1770). Dit is een bijzonder fraai exemplaar (gebonden in heel leer) van de tweede druk in groot-octavo met illustraties door S. Fokke (1712-1784). Gekocht via Catawiki voor € 135,35 euro (incl. veiling- en verzendkosten).


5.  H. Bontemantel: "De Regeeringe van Amsterdam: soo in 't civiel als crimineel en militaire (1653-1672)", ('s-Gravenhage, 1897). Twee delen (Deel 1: CCXXXIV, 298 blz. en deel 2. 622 blz.) in originele groenlinnen banden en in prima conditie. In beide het kleurrijk heraldisch ex-libris ('omnibus idem') van G.H.C. Hooft evenals zijn naam in handschrift en het jaartal 1940. Gekocht via Marktplaats voor € 22,- euro (incl. verzendkosten). Een zeldzaam koopje! Voor de geschiedenis van Amsterdam nog steeds een belangrijke uitgave waar ik lange tijd naar heb gezocht!