dinsdag 5 juni 2018

Een Amsterdams neuzenlied

In 2011 schreef ik drie stukjes over mijn kleine verzameling boekjes over de neus/neuzen onder de titel; "De Neuzenbibliotheek". Nog in hetzelfde jaar kon ik via het inmiddels uit het straatbeeld verdwenen antiquariaat De Friedesche Molen een "neuzen-revue" toevoegen aan mijn collectie.
Een 'neuzenlied' echter bleef lange tijd een onvervulde wens. Dat die er ook zijn geweest blijkt wel uit de collectie straatliederen van het 'Geheugen van Nederland'. Die kent diverse 'neuzenliedjes' maar het exemplaar dat ik deze week aan mijn collectie kon toevoegen is vooralsnog uniek zowel om zijn tekst als om zijn eenvoudige illustratie (twee clowneske figuren die de titel-banderol vasthouden).

Ik vond dit langwerpig enkelzijdig bedrukte liedblad (ca. 14 cm. bij 43 cm.) een paar dagen geleden op Marktplaats en het kostte mij inclusief verzendkosten slechts  € 6,68 euro! Zoals direct onder de titel staat aangegeven werd het gezongen op de wijze van 'Diender, Diender' op trouwfeesten en partijen door (of samen met) 'de ceremoniemeester'.


De Amsterdamse uitgever staat onderaan vermeld en is ene P.F. Cladder.
Volgens een krantenadvertentie zat deze eerst op de Keizersgracht 475 en verhuisde hij in 1885 naar het adres Singel 436 (bij de Beulingstraat). Peter Frederik Cladder (1876-1959) was gespecialiseerd in bruilofts- en feestartikelen en adverteerde regelmatig in de krant rond 1900. Van hem zijn meer feestliederen bekend zoals een 'Surprisenlied', 'Zilveren kruis-lied', 'Berliner bollenlied', 'Rozenlied' en zelfs nog een ander 'Feestelijk neuzenlied' (dat zich in de Koninklijke Bibliotheek bevindt). Volgens één van zijn advertenties had hij "Liederen in 200 soorten steeds voorradig vanaf 30 cent per 100".
In 1901 verhuisde zijn winkel opnieuw, nu naar het adres Vijzelstraat 72. Daaruit kan de conclusie worden getrokken dat mijn 'neuzenlied' werd uitgegeven en verkocht in het laatste decennium van de negentiende eeuw.


De volledige tekst luidt:

NEUZEN-
LIED

--------

WIJZE

Diender, Diender,


"De vleeschpunt daar van voren op je fazie, 
Wel, 't is fameus! 
Het zij 't een Pukkie is of wel een bazie, 
Die heet : een neus! 
Zoo'n neus is voor 't gelaat een ding der dingen 
Een sierraad, heusch! 
En daarom willen wij een liedje zingen, 
Tot lof der neus 
Neuzen, neuzen 
Wat een groot verdriet, verdriet 
Och, had j'em niet. 
Maar nou je 'em hebt en voelt en ziet, 
Zingt meê met 't neuzenlied.

Och, lieve tijd, wat groot verschil van neuzen
Die heeft een stomp,
En die een oorlogsschip en die een groote reuze,
En die een klomp
Die heeft er een zoolang wel als een toren
Een andre kort.
Die met een bochel, bovenop van voren,
En bleek als gort.
Neuzen, neuzen,
Maar alle deugen niet,
Zij deugen niet,
Alle neuzen die je hier ziet,
Al die neuzen deugen niet.

Maar een soort neus in Hollands groote natie
Blinkt schittrend uit!
Dat neusje, och het is een neus vol gratie,
De neus der bruid.
En dan de Bruidegom, och menschen wat een razie,
Wat heeft hij heusch!
Een Damesschoentje voor zijn Bruigomsfazie,
Wat een mooie neus!
Neuzen, neuzen,
Ter eere van dat ding
Och zing, och zing,
Terwijl gij elkaar een kusje biedt
Nog eens dit neuzenlied!".

De Ceremoniemeester

--------------------------------------------------------------------------------------------

P.F. Cladder, Singel 436, Amst.

zaterdag 2 juni 2018

Het jaar geboekt, mei 2018

In de rubriek 'Het jaar geboekt' (zie tabblad bovenaan) houd ik bij wat ik gedurende het lopende jaar bij elkaar verzamel. Per maand verplaats ik dat gedeelte naar de homepage en geef ik 'de cijfers'. In de rubriek blijft het lopende jaar intact. Pas bij de start van het nieuwe jaar zullen daar alleen nog hyperlinks naar het desbetreffende maand(blog) verwijzen. Een en ander komt de leesbaarheid van de rubriek ten goede die anders op den duur uit een ellenlange opsomming zou bestaan.

Mei 2018; de cijfers...

Totaal aantal objecten: 9.
Gekocht: 9.

Totaal uitgegeven: € 69,94 (incl. verzendkosten).
Gedeeld door 9 is gemiddeld: € 7,77 per object.

Via Boekwinkeltjes: 5 (2, 5, 6, 7, 8).
Via Marktplaats: 2 (3, 9)
Via kringloop: 2 (1, 4).

Modern: 1
Old & rare: 2, 3, 4, 6, 7, 8, 9.
Marge & klein bibliofiel drukwerk: 5

Mei 2018: de aanwinsten...


1. M. van Lamoen: "Rond het kraambed van toen" (Katwijk aan Zee, 1983). Gekocht bij Dorcas in Aalsmeer voor € 1,- euro. Van Maria van Lamoen had ik al het boekje "Oude Kraamgebruiken" (Helmond, 1981). Dit boekje kocht ik omdat het goedkoop was maar nog meer om zijn bijzondere opdracht op de Franse titelpagina;

"Aan Mevrouw Maria Groothuizen te Amsterdam, oprichtster van de Eerste Nederlandse R.K. Verpleegstersschool Vronestein te Voorburg; Oud-Directrice van het R.K. Ziekenhuis St. Antoniushove te Voorburg. Van uw oud-leerlinge Maria van Lamoen thans docente (o.a. verloskunde en geschiedenis van de verpleging) aan bovengenoemde school. Pijnacker, feest van St. Clara (11 augustus) 1983".

2. In mijn vorige maandoverzicht meldde ik de aankoop van vier ontbrekende deeltjes uit de opmerkelijke 19e eeuwse serie "Curiositeiten van allerlei aard". Ook deze maand had ik geluk.
Via Boekwinkeltjes kocht ik bij antiquariaat Moby Dick in Noordwijk het deeltje 'Op de planken (Vervolg en Slot)' (nr. 40) voor € 13,30 euro (incl. verzendkosten).
Van de themanummers ontbreken er in mijn collectie nu nog maar 3 van de 32!


3. B. Boon: "Iedereen Tuinier in Oorlogstijd. Practische handleiding om op eenvoudige wijze Groenten en Aardappelen te telen" (Amsterdam, 1917).
Gevonden op Marktplaats voor € 7,49 (incl. verzendkosten). Zoals staatssecretaris Jetta Klijnsma van Sociale Zaken in 2014 mensen met een klein pensioen adviseerde om hun levensonderhoud aan te vullen met de opbrengst van een moestuin, zo deed Boon dat tijdens de Eerste Wereldoorlog voor de inwoners van neutraal Nederland. Ik kocht de tweede druk die tijdens de oorlog verscheen bij de gebr. E & M Cohen (links). In 1918 eindigde de oorlog. Van het restant werd toen de omslag beplakt met een nieuwe kop (zie afbeelding rechts) en door uitgever J. Vlieger verkocht.


4. H. Melville: "Moby Dick of de witte walvisch" (Amsterdam, 1929). Kringloopvondst voor € 1,75 euro. Dit is de eerste integrale vertaling in het Nederlands door J.W.F. Werumeus Buning (1891-1958) van dit wereldberoemde verhaal (met illustraties).
Schaars verkrijgbaar, momenteel één exemplaar (in andere band) voor € 35,- euro.
Voor de eerste (zeldzame) Nederlandse vertaling van 'Dracula' (1928) zie mijn blog: "Gevonden: Dracula!".

Via Boekwinkeltjes kocht ik weer eens wat boekjes (5, 6, 7 en 8) uit de collectie van Ed Schilders.
Totale kosten € 29,45 euro (incl. verzendkosten).
5. E. Schilders: "Uddevalla" (z.p. [Tilburg], z.j. [2000]). Nieuwjaarswens 2000-2001, vervaardigd door Ed Schilders in een oplage van 40 exemplaren. Het omslag is een luciferdoosje van De Zwaluw. De tekst 'Uddevalla' verscheen eerder dat jaar als column in de Volkskrant en betreurt de verdwijning van het klassieke etiket. Aan de achterzijde zijn reacties geprint. Dat de restyling een vergissing was heeft De Zwaluw een paar jaar later toegegeven; het oude etiket werd in ere hersteld. Dit exemplaar werd door Ed Schilders op mijn verzoek gesigneerd.


6. M. Custers: "Kerkelijke boekenwetgeving" (Antwerpen/Amsterdam, 1960). Voor mijn groeiende collectie brochures over wet- en regelgeving van en door de Rooms-Katholieke Kerk met betrekking tot "Verboden boeken", evenals de volgende twee nummers (7 en 8).

7. G.H. van Gestel SJ: "Lectuur en censuur. Katholieke levenswijsheid" (Bussum, 1948). De tweede vermeerderde druk uit de serie: 'Waarheid en leven, Katholieke levenswijsheid'.

8. B.Th. Stoverinck en Th.H. van Oppenraay: "De Index en de Boekencensuur in de Rooms-Katholieke Kerk" (Nijmegen, 1920).


9. K. Schmidt: "Jus Primae Noctis. Eine Geschichtliche Untersuchung" (Freiburg im Breisgau, 1881). Curieuze en diepgravende studie naar het 'Jus Primae Noctis', het vermeende middeleeuwse 'recht op de eerste nacht' van een feodale landheer om de maagdelijkheid te nemen van de dochters van zijn lijfeigenen of horigen, aan de vooravond van hun huwelijk. Slechts € 16,95 (incl. verzendkosten) via Marktplaats.

vrijdag 25 mei 2018

Bier met vrouwen


Op de eerste warme dag van het jaar, 7 april, zat ik op een overvol terras met een halve liter koel pils, vers van de tap, in mijn hand. Ik leste mijn dorst en monsterde de bedrijvige bediening die vooral bestond uit jonge meisjes. Door het geroezemoes om mij heen en het komen en gaan van de bezoekers van een grote boekhandel naast mijn terras verzonk ik in gepeins en gingen mijn gedachten als vanzelf naar mijn bibliotheek...

Niet zo lang geleden kocht ik voor nog geen twee euro: "Gerard Heineken. De man, de stad en het bier" (Amsterdam, 2014) geschreven door Annejet van der Zijl. Ook de bierhaters onder ons zullen het merk in ieder geval kennen. Stamvader is Gerard Adriaan Heineken (1841-1893) die in de zomer van 1863 'De Hooiberg' kocht, een oude brouwerij in Amsterdam, achter het Paleis op de Dam.

Wat veel kroegtijgers zich waarschijnlijk niet realiseren is dat het bier dat hij destijds brouwde, evenals dat van andere brouwerijen, een totaal ander bier was dan wat u en ik tegenwoordig kennen als een 'pilsje'.
Dat pils(je) is hier pas rond 1866 als Beiers (Duits) bier geïntroduceerd.
Deze ondergistende (lager)biersoort schuimde beter, was lichter van smaak en bovendien langer houdbaar. Het nieuwe bier werd een rage schreef Annejet van der Zijl: "Op de Internationale Nijverheidstentoonstelling die deze zomer (1869) voor het eerst in het Paleis voor Volksvlijt plaatsvond, bleef het akelig stil bij het stalletje met Hooiberg-bier, terwijl het publiek zich verdrong rondom de biertent van een Weense concurrent die Beiers bier verkocht" (blz. 68). Die grote toeloop bij de buitenlandse concurrent van vooral jonge mannen had behalve het smakelijke bier ook nog een andere oorzaak, maar daarover straks meer.
Feit is dat vanaf dat moment Gerard Heineken overschakelde op het brouwen van wat u en ik tegenwoordig uit de tap krijgen en waarmee het bedrijf uiteindelijk wereldwijd bekend werd.

Hoe vlot geschreven ook, in de biografie van Annejet van der Zijl miste ik vooral de interessante informatie die een aantal contemporaine publicaties geven over het ontstaan van onze moderne kroeg.
Wie uit eerste hand wil weten wat Amsterdammers toen aten en dronken doet er goed aan op zoek te gaan naar: "Eten en drinken in Amsterdam" (Amsterdam, 1898), geschreven door 'Jantje van Leyden' het pseudoniem van de thans geheel vergeten toneelspeler George Charles Verenet (1865-1927).


Er bestaat helaas geen herdruk van en de uitgave is antiquarisch tamelijk schaars maar uiteraard bevat de bibliotheek van Perkamentus een exemplaar zodat ik u kan vertellen dat er maar liefst drie hoofdstukken over bier, met name pils, gaan. Hoofdstuk XV, 'De geïmporteerde Biertjes en 'Gretchen's", hoofdstuk XVI: 'Het modebier' en hoofdstuk XVII: 'Ons nationaal gerstenat'. Ook heeft Jantje uitgebreide aandacht voor brouwerij 'De Hooiberg' die, na een flinke verbouwing, in 1870 onder de nieuwe naam 'Die Port van Cleve' openging en door de gebroeders Hulscher van Gerard Heineken werd gepacht.
Men kon er trouwens vanaf 1874 ook goed eten: "Wie heeft zich nooit te goed gedaan, ja zich misschien wel eens bijna ongansch gegeten, aan de beroemde erwtensoep met worst, of de heerlijke biefstukken met gebakken aardappelen, en wie heeft den, helaas zoo vroegtijdig afgestorven kellner Johan niet gekend, waarvan Jan Veth (1864-1925) in het 'groene weekblad' zoo'n prachtig gelijkende reproductie heeft gemaakt!" (blz. 218).

Jantje van Leyden had trouwens gelijk; met het nieuwe populaire modebier waren ook de 'Gretchen's' geïmporteerd. Bier met vrouwen!
Maar als het over hun komst gaat en over de oorsprong van de 'kellnerin' in Amsterdam moet ik uit mijn bibliotheek een andere uiterst zeldzame uitgave pakken die ik een aantal jaren geleden kocht bij antiquariaat Fokas Holthuis. Het gaat om: "Ervaringen en onthullingen van een middernachtzendeling te Amsterdam". (Amsterdam, z.j. [1890]).

Daarin staat op bladzijde 56 het volgende: "... moeten wij een ernstig afkeurend oordeel uitspreken over die koffiehuishouders onzer stad, die thans de kellners door kellnerinnen hebben vervangen. 
Reeds sedert jaren bestaat deze toestand, terwijl hij zich gaanderweg uitbreidt, zoodat men er thans zeker van kan zijn, als drie nieuwe zaken kort na elkander openen er eene bij is, waar de bediening door vrouwen wordt waargenomen, wat dan als een soort aanbeveling geannonceerd wordt.
Wij zeiden, dat deze toestand reeds sedert jaren bestaat, en toch is het niet moeielijk den oorsprong na te gaan, d.w.z. dat wij ons nog zeer goed herinneren in welk jaar en in welke inrichting dezer stad voor het eerst door vrouwen werd bediend.
Dat was in 1869 tijdens de tentoonstelling in het Paleis voor Volksvlijt, waar een ondernemer, door de ervaring in het buitenland opgedaan, blijk gaf, dat hij de lusten van het publiek wist te streelen. In het sousterrein van een der zijvleugels van het gebouw had hij een 'brasserie' geopend, waar het publiek, dat op een enkele uitzondering na geheel uit mannen en meest jonge bestond, door meisjes in Elzasser kleederdracht bediend werd. De toeloop was groot, de meisjes, die bedienden, hadden voor iederen bezoeker een welwillend glimlachje over, dat tot aanmoediging met een ruime fooi betaald werd. De stoot was gegeven, maar toch duurde het nog enkele jaren voor het merkbaar werd, dat in Amsterdam de bediening in koffiehuizen door vrouwen plaats heeft. Thans is evenwel de gewoonte zoo algemeen geworden, dat in een onlangs gehouden vergadering van kellners, enz. ten einde over de middelen tot een lotsverbetering te spreken, door verscheidene sprekers geklaagd werd over de concurrentie, die het vrouwelijk personeel, dus de kellnerinnen hun aandoen".

Het Amsterdamse Paleis voor Volksvlijt was dus de geboortegrond voor de thans zo gewone vrouwelijke terras-, bar- en kroegbediening en nu weet u meteen waarom het nieuwe Beiers bier daar in 1869 zo bijzonder goed in de smaak viel. Het oog wil ook wat, nietwaar? Heel toepasselijk vind ik daarom deze illustratie van Johan C. Braakensiek (1858-1940) die ik tegenkwam in de 'feestwijzer' getiteld "Jaarmarkt in het Paleis voor Volksvlijt te Amsterdam, 17, 18, 19 februari 1887, ten voordeele van de gezondheids- en vacantie-colonies" (Amsterdam, 1887).

Ondertussen maakte onze anonieme middernachtzendeling zich grote zorgen omtrent de jonge meisjes. Immers: "De schoonste, de lieftalligste, de gedweeste - dat is meest slaafsche kellnerin kan altijd zeker zijn, dat aan haar de meeste vertering wordt aangeboden of het meeste verval te goede komt". Ook de kroegbaas was niet gek: "De wijze, waarop de kellnerinnen dan ook geworven worden, bewijst, dat vooral op het uiterlijk door de patroons het meest wordt gelet. De overige hoedanigheden komen eerst in de tweede plaats in aanmerking, daar hij een meisje, dat in de oogen der bezoekers niet voldoet, spoediger ontslaat, dan hij er toe is overgegaan haar aan te nemen".

Wie de kranten uit deze periode er op na slaat ziet inderdaad talloze advertenties maar onze middernachtzendeling waarschuwt vooral krachtig voor de zedelijke valstrik! "Gewoonlijk worden de meisjes per advertentie met het hoofd 'Fatsoenlijke Kellnerinnen gevraagd' opgeroepen, haar diensten aan te bieden en ofschoon de redactiën der bladen, die dergelijke advertenties gretig opnemen, zeer goed weten, wat voor de meesten ten slotte de toekomst is, aarzelen zij nooit door de plaatsing dier advertenties aan den val van zooveel ongelukkigen mede te werken" (blz. 58-60).

Had hij gelijk? Ik vrees van wel want sinds kort bezit ik een tweede contemporaine bron die zijn verhaal bevestigt en geschreven werd door een toen nog jonge Amsterdamse student.
Het gaat om: "Een uitzondering op den regel (een Amsterdamsche zedenschets" (Amsterdam, 1890), door 'Gynaecofilus' een alias van Ferdinand (J.A.M) Wierdels (1862-1935), de latere Amsterdamse wethouder van arbeidszaken en directeur van het katholieke dagblad 'De Tijd'. Het is een zeldzame overdruk uit de Amsterdamse Studenten-Almanak voor 1890, gedrukt door 'J. Clausen, drukker van het Amsterdamsche studentencorps', één van mijn aanwinsten in maart 2018.

Wierdels begint zijn kennelijk populaire novelle als volgt: "Nog niet zoo heel lang is het geleden, - het zal een vijftien jaren zijn -, dat de halve Liters, spottend met alle Hollandsch bier, waarvoor zij hun deksels niet zouden openen, in Amsterdam hun macht zijn komen uitoefenen. Door lieve dochters van Germanje geleid, hebben zij voor hun Duitschen inhoud met kracht en ijver den weg gezocht naar de magen van zoo veel mogelijk Amsterdammers, en zij zochten met sukses".

De hoofdpersoon in Wierdels verhaal is oud-student Frits van Beeck die na enige tijd in het buitenland te zijn geweest terugkeert naar Amsterdam. Frits is zijn oude vrienden, kroegen en lieve 'kellnerinnetjes' nog niet vergeten. "Een belangrijk deel van de ongeveer honderd jonge dames, die geregeld avond aan avond in Amsterdam bier ronddragen, beduidt op het gebied, dat men gewoonlijk zedelijk noemt, juist niet zoo heel veel".
Op een bepaald moment echter ontmoet hij het jonge Duitse kellnerinnetje Wanda. Zij lijkt in niets op de kellnerinnen die Frits kent of gekend had. Wanda, ontdekt Frits, heeft eigenlijk spijt van haar beroepskeuze omdat "die Herren in Holland so ungezogen sind". Frits gaat zich voor haar interesseren en na enige tijd wint hij haar vertrouwen. Hij toont respect (wat van vele kroeggangers niet kan worden gezegd) en ontfermt zich vaderlijk over haar. Nadat zij hem over haar achtergronden heeft verteld (ze is min of meer abrupt vertrokken uit de huishouding van haar rijk getrouwde oudere zuster) lukt het hem uiteindelijk het contact tussen Wanda en haar Duitse familie te herstellen. Wanda keert terug naar Duitsland en ontloopt zodoende het lot dat voor de meeste meisjes in het Amsterdamse kroegenwereldje was weggelegd. Wanda kortom, is de spreekwoordelijke uitzondering op de regel.


Belangrijker dan de eigenlijke 'zedenschets' is de uitvoerige informatie die Wierdels geeft over de karakteristiek van de (verschillende) Amsterdamse bierhuizen. Dat begint al met hoofdstuk IIII 'Algemeenheden over Amsterdamsche Bierhuizen' waarin we het volgende lezen:
"Zeer vele huizen in het Oude Amsterdam hebben een binnenplaatsje, dat dikwijls met een 'lantaarn' overdekt, het voorhuis met het achterhuis vereenigt. Zoo'n lantaarnkamer is dan gewoonlijk ingericht voor keukentje. Wat bij het bouwen niet in de breedte gezocht werd, werd gevonden in de diepte. Bij voorkeur worden zulke diepe huizen uitgekozen als er weer een nieuwe bierkneip moet worden gebouwd. Gelijkvloers met de straat, breekt men dan alle tusschenmuur en tusschenschot zooveel mogelijk weg en over de volle diepte van het huis wordt één zaal ingericht. Die zaal krijgt de vorm van een doosje voor domino-steenen".


In het daaropvolgende hoofdstuk 'Meer bepaalde klassifikatie en andere wetenswaardigheden over bierhuizen' (hoofdstuk IV) schrijft Wierdels: "Men zou bij zoo'n klassifikatie te letten hebben op de plaats, waar het huis staat, op het uiterlijke van het gebouw, op den voorgevel, meer nog op de inwendige inrichting, op het bier, dat er gedronken wordt, op de menage, op den kapitein en op heel de equipage, op de soort vrouwelijke bedienden, en als het maatstaf kan ook worden aangenomen de prijs, die gevraagd wordt voor het bier.

Waar alles Duitsch is, kastelein, kellnerinnen, bier, waar de halve Liters in aarden pullen of in bedekselde glazen wordt afgestaan voor twintig cents, daar zetelt de aristokratie der Amsterdamsche bierdrinkerij. Gegoede burgerij zou men kunnen noemen dien kring waar de kastelein Duitscher is met eene Hollandsche echtgenoote of omgekeerd, waar altijd of dikwijls de kellnerinnen niet anders dan Hollandsch spreken en waar het Duitsche bier gedronken wordt uit glazen zonder deksel, die voor hun inhoud maar vijftien cents pretendeeren.
De eerste van deze beide nettere standen heeft nooit 'Vergunning', en zou die ook niet willen hebben. De tweede heeft ook niet het recht sterken drank te verkoopen in het klein, maar neemt wel eens het air aan, alsof men daar op het verkrijgen van zulk recht gesteld zou wezen. Bij beide wordt het bier getapt, versch van het vat, dat, als het wordt leeggedronken, voor ieders oog zijn geduldig bestaan voert. 
Naast deze leeft de burgerstand, die meest op het Damrak woont of wat 'verder op' in de Warmoesstraat. Bier van de Amstel, van Heineken of van Deli, twaalf cents per glas. Duitschland is er in 't geheel niet vertegenwoordigd, of zeer zwakjes in de persoon alleen van een enkele verdwaalde, reeds Hollandsch sprekende kellnerin of van een kastelein, wiens Duitschheid alleen merkbaar is aan het accent, waarmee hij Hollandsch spreekt, Hollandsch dat hij leerde in de Nederlandsche koloniën. (-) 
De geringe stand eindelijk verkoopt het bier voor minder dan tien cents, maar is meer gediend van grokjes, die worden geoffreerd. Daar wil men weer uitsluitend van vrouwelijke bediening weten. Zelfs kent men er niet eens een manlijken Kastelein. Terwijl hier weinig Duitsch wordt gesproken, kan men zich er des te meer oefenen in de Fransche, in de Engelsche en in de Deensche taal.
De meeste dezer holen liggen nog wat verder Noord-Oostelijk dan de Warmoesstraat, ook om de Oude Kerk heen, veel in het kwartier de Nes, een paar aan de stille zijde van het Damrak, en aan de Prins Hendrik-kade"...

Verhip! Mijn glas leeg... Geen nood er zijn altijd wel wat 'kellnerinnetjes' in de buurt die mij een tweede 'pintje' willen brengen! Proost alvast!

zondag 6 mei 2018

De antiquaar, de bibliofiel en de 'ontsluijerde' auteur

Er klonk gestommel en een luide bons... "Gaat het?", riep Joanna naar boven. Gemompel...
De smalle houten trap begon te kraken terwijl Frank voorzichtig afdaalde met een oude kartonnen doos geklemd tussen beiden armen, "Ik weet niet of je dit al hebt gezien?".
We hadden gesproken over het verzamelen van folders en brochures en natuurlijk ook over Putman wiens winkelvoorraad na zijn overlijden bij diverse handelaren terecht was gekomen, waaronder antiquariaat Brinkman.

Ik slurpte mijn laatste restje koffie op en begon vol verwachting naar de inhoud te graaien. Na een paar brochures wist ik het zeker: "Nee, deze doos ken ik nog niet" zei ik, terwijl ik een zeldzame toeristische "Gids naar Aalsmeer en omstreken" (Amsterdam, 1900) bewonderde, uitgegeven door Stoomboot-Maatschappij Carsjens.

Naarmate de bodem naderde vormde zich naast mijn lege koffiekopje een stapeltje dat me interessant leek. Binnen een kwartier was de complete inhoud door mijn handen gegaan en begon ik de doos weer netjes te vullen. Frank en Joanna waren druk met elkaar in gesprek en dat kwam mooi uit want het stapeltje naast mij schreeuwde om meer aandacht.
Ik bekeek nogmaals de titels, en scande de inhoud en conditie.
Op een enkele uitzondering na stonden er nog geen potloodprijsjes in. Verdorie.... daar zaten toch weer pareltjes tussen...

"Wat wil je hiervoor hebben?" vroeg ik, terwijl ik de stapel aan Frank gaf. Frank ging zitten en liet ze stuk voor stuk door zijn handen gaan. "Ik heb het eigenlijk allemaal nog niet eens goed bekeken", prevelde hij, en na enkele brochures "Jeetje... Je weet wel wat je er uit haalt".
Nou komt het dacht ik...
Natuurlijk, zo goedkoop als bij Jos Albers op het Waterlooplein zou ik het niet krijgen...
Frank keek me peinzend aan: "Het gaat je wel geld kosten...". In stilte gokte ik op honderd euro maar ik schrok toen hij het dubbele vroeg.
"Dat doe ik niet", sputterde ik, "Dat is meer dan ik nu kan uitgeven"!
Frank veranderde in één klap van antiquaar in financieel adviseur en bracht me op de hoogte van de langdurige kredietmogelijkheden en gunstige betalingsvoorwaarden van het gerenommeerde antiquariaat Brinkman. Verzet hielp niet, ik was omver...
"Ik hou niet van schulden", stamelde ik pro forma terwijl ik de helft pinde. Geen probleem verzekerde Frank, die me zalvend toesprak "De rest komt wel op een ander tijdstip..." en wat nadrukkelijker "maar wel graag binnen een jaar!".
De stapel nieuwe aanwinsten werd verpakt in neutraal pakpapier en nog geen tien minuten later verliet deze bibliofiel opgewekt zijn weldoener, diens lieftallige assistente en het antiquariaat.
Op weg naar de metro bezocht ik eerst maar eens de firma Vlieger waar ik twee zuurvrije kartonnen dozen kocht. Zo langzamerhand - dacht ik tevreden - beschikt mijn 'private library' over een behoorlijke sectie bijzondere folders en brochures.

"Wat heb je nu weer uitgegeven?", vroeg ze.
Ik zat achter mijn bureau mijn boekenschat nogmaals te bewonderen en voelde de schuldbekentenis in mijn achterzak branden. Mompelend: "Uhhhm... ik heb honderd euro betaald!". Ze schrok zichtbaar en keek me onthutst aan. Geen woord van gelogen, dacht ik, en glimlachte stoïcijns.
Nadat de huiselijke rust was wedergekeerd begon ik eerst maar eens te 'dokteren'... Met een gum verdwenen wat oude potloodaantekeningen, streepjes en vlekjes. Ezelsoren werden teruggevouwen en losse papieren omslagen of onderdelen daarvan met wat boekbindersstijfsel vastgezet. Enkele al te opdringerige papierscheurtje herstelde ik met Aslantape. Na afloop constateerde ik tevreden dat eigenlijk alle brochures in goede staat verkeerden en geen ernstige gebreken vertoonden. Dat is toch altijd weer bijzonder voor dergelijk oud efemeer drukwerk dat er niet op was gebouwd om lang te overleven, gekoesterd en bewaard te worden. Toen ik mijn aanwinsten toetste aan de hand van de bekende websites (Boekwinkeltjes, Antiqbook en WorldCat) bleek dat momenteel geen enkele brochure antiquarisch wordt aangeboden en sommigen ook nauwelijks aanwezig zijn in openbare (universiteits)bibliotheken.

In het stapeltje zat ook een oude witpapieren omslag. Die bevatte het eerste nummer van een mij onbekend feuilleton met een prikkelende titel, een kleine uitgeknipte krantenadvertentie d.d. 17 januari 1890 met bericht van overlijden van de advocaat Mr. S. Katz (u ziet hem hier links) en een door hemzelf geschreven kaartje.
Die notitie van Katz had ik bij Brinkman nauwelijks bekeken; het leek me een soort ontvangstbevestiging van een proefnummer. Frank had het drukwerkje in handen gehad. "Is dat niet zo'n schandaalblaadje waarmee toen bekende en minder bekende gegoede Amsterdammers werden afgeperst?".
Hij doelde daarmee op de destijds verschenen 'Physiologieën' of 'lilliputterweek-blaadjes' (klein drukwerk dat door zijn formaat vrijgesteld was van belasting).

Toen ik het nummer thuis op mijn gemak las bleek mij echter dat het eerste deel, de "De Nachthuizen of Venus-Tempels", van de "Ontsluijerde geheimen der stad Amsterdam" (Amsterdam, 1862) inhoudelijk meer lijkt op het dertig jaar later verschenen "Ervaringen en onthullingen van een middernachtzendeling te Amsterdam" (Amsterdam, z.j. [1890]). De lezer wordt vakkundig rondgeleid in nachthuizen en bordelen, en geïnformeerd over de meisjes, bezoekers, taal- en omgangsvormen.


Vervolgens richtte mijn aandacht zich op de notitie van Katz. Die bevatte inderdaad een ontvangstbevestiging maar vormde tegelijk een onthullende bekentenis.
"Ontvangen van den Heer J.A. Schuurmans de somma van vijf gulden voor aan ZEd geleverd een stukje getiteld de Nachthuizen bestaande uit den inhoud van pag 3 tot de helft van pag 6 in de eerste aflevering van de Ontsluijerde geheimen van Amsterdam aangekondigd in het Algemeen Handelsblad van 21 mei 1862 met het regt om dat stukje te doen drukken en uitgeven. Amsterdam 12 juni 1862 /get./ S. Katz Jzn.".

Het kaartje moet afkomstig zijn uit de bedrijfsboedel van de boekhandelaar en uitgever J.A. Schuurmans. Diens zaak zat destijds op het adres Bloemstraat 229 in Amsterdam. Kennelijk probeerde Schuurmans een graantje mee te pikken van de populariteit van dergelijke sensatielectuur toen. Bij hem verschenen in dezelfde periode wel meer obscure (anonieme) publicaties zoals: "Een makelaar in menschenvleesch, bedrogen door een pillendraaijer: eene hoogst belangrijke brochure voor alle ongehuwde dames, die iets te verliezen hebben" en "Amor in zijn lustpriëel: beschrijvende het schoon' der vrouwen- en maagdenboezems: opgesteld tot verbetering van alle vrouwenhatende creaturen, en tot aangename verpozing in spoortrein, trekschuit, slaapkamer, etc. etc. etc.".















Door hun vermoedelijk bescheiden oplage, efemere karakter en ondeugende inhoud thans stuk voor stuk uiterst zeldzame titels en dat geldt in het bijzonder voor de "Ontsluijerde geheimen der stad Amsterdam". Van dit "hoogst belangrijk tijdschrift" verschenen slechts vijf afleveringen van tien cent per stuk. In 1865 werd het restant voor de helft van de prijs door Schuurmans verramsjt.












Slechts één unieke serie, nummers 1 t/m 5, doorstond de tand des tijds. Die ligt in de Leidse universiteitsbibliotheek. Aangezien het Nederlands Genootschap van Bibliofielen (NGB) daar op 28 april jl. haar ledenvergadering hield verzocht ik conservator Mart van Duijn, met wie ik in de redactie van ons jaarboek zit, om het voor mij uit het depot te halen zodat ik het kon fotograferen en bestuderen.

Elk deel bestaat uit een katern van 8 bladzijden (totaal dus 40). Zoals de foto's laten zien wijkt de opmaak van de (titel)pagina van het eerste deel af van die van de vervolgdelen.
Deel twee begint met een kort vervolg op 'De Nachthuizen' (blz. 9/10). De rest bestaat uit verschillende verhaaltjes die veelal in verband staan met prostitutie alsmede een aantal ingezonden lezersbrieven. Eén van de inzenders vraagt zich af wat voor een soort blaadje de uitgever eigenlijk voor ogen stond.
Die antwoordde: "Ons werkje; 'Ontsluijerde geheimen enz. enz.' is evenmin een weekblad als een maandwerk. - Naar gelang der stof, die wij voor hetzelve bezitten, of door belangstellende inzenders bekomen, zal het om de acht, veertien dagen of drie weken in het licht verschijnen. - Wij hebben ons ten leus gesteld: liever niets geleverd, dan prullaria". (deel 2, blz. 13). Het tweede deel besluit met correspondentie beantwoording en dat geldt ook voor de daaropvolgende delen. Deze manier van werken/uitgeven is identiek aan de manier waarop eerder de "Waarachtige physiologie van Amsterdam, en van de meest bekende van Amstels ingezetenen“ (Amsterdam, 1844) was verschenen, het beruchte schandaalblaadje geschreven door P.J.W. de Vos (1805-1866).

Anders dan het eerste deel waarin één verhaal wordt gepresenteerd ('De Nachthuizen of Venus-Tempels') bevatten de overige deeltjes korte verhalen en ingezonden stukjes met diverse onderwerpen zoals bijvoorbeeld 'De Amsterdamsche Slavinnenmarkt' (deel 4, blz. 28/29) en 'Eene ernstige spookhistorie', over een klein smal gebouw op de derde Bloemgracht waar het zou spoken (Deel 5, blz. 37/38).


Alhoewel het vijfde en laatste nummer eindigt met correspondentie opmerkingen die verwijzen naar nummer zes staat onderaan met pen geschreven: "Met dit no. is de uitgave gestaakt. J.A. Schuurmans". Waarschijnlijk zorgde een gebrek aan succes voor dit abrupt vroegtijdig einde.
De uitgave werd daarna geheel vergeten om pas een eeuw later kort te figureren in het boekje van E. Messer: “Foei Amsterdam! De geheimen van de hoofdstad voor de tweede maal ontsluijerd” (Amsterdam, 1964). Messer maakte voor zijn publicatie gebruik van de collectie 'Amstelodamica' van A.M. van de Waal (1890-1968), die momenteel opnieuw wordt geïnventariseerd, en waarin zich in ieder geval een los (eerste) deel bevindt van de "Ontsluijerde geheimen der stad Amsterdam".

Tot slot; wat weten wij nog van Katz, de auteur van 'De Nachthuizen of Venus-Tempels', die volgens de krantenadvertentie zo jong overleed? Er bestaat een uitstekende biografie van hem geschreven door Bauke Marinus (één van mijn oud-docenten geschiedenis aan de V.L.V.U., de lerarenopleiding) en Natascha Tuinhout voor het Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland. Daaruit blijkt dat hij behalve als jurist ook journalistieke en letterkundige arbeid verrichtte. Zo debuteerde hij in het verschijningsjaar van de "Ontsluijerde geheimen der stad Amsterdam" met een historische roman gemodelleerd naar het werk van Alexandre Dumas: "Remus di Sivaldi, de rooverhoofdman in de Ardennen" (Amsterdam, 1862).
Die roman is online beschikbaar en aandachtig las ik de inleiding waar Katz uitvoerig ingaat op zijn debuut, voor wie en hoe hij wenst te schrijven.
"Ik heb mij geenszins voorgenomen, zedelijke denkbeelden, doeleinden, principen, in een romantisch kleed gehuld, te behandelen; - mijne gedachten daaromtrent is, dat hij, die voor de verpoozing van een 'voor nuttige bezigheden verloren stonde', een roman in handen neemt, niet altijd gaarne eene reeks van morale lessen, herkauwd ziet. Daarenboven schrijf ik niet voor kinderen, ik schrijf voor volwassenen".

Bij die laatste zin moest ik even grinniken! Katz schreef de waarheid zo weten wij anderhalve eeuw later, maar wel op basis van een ander debuut waaronder deze weledelgestrenge heer liever niet zijn naam zag staan!

dinsdag 1 mei 2018

Het jaar geboekt, april 2018

In de rubriek 'Het jaar geboekt' (zie tabblad bovenaan) houd ik bij wat ik gedurende het lopende jaar bij elkaar verzamel. Per maand verplaats ik dat gedeelte naar de homepage en geef ik 'de cijfers'. In de rubriek blijft het lopende jaar intact. Pas bij de start van het nieuwe jaar zullen daar alleen nog hyperlinks naar het desbetreffende maand(blog) verwijzen. Een en ander komt de leesbaarheid van de rubriek ten goede die anders op den duur uit een ellenlange opsomming zou bestaan.

April 2018; de cijfers...

Totaal aantal objecten: 21 (nr. 1 bevat 4 uitgaven).
Gekocht: 18.
Gekregen: 3.

Totaal uitgegeven: € 141,04 (incl. verzendkosten).
Gedeeld door 18 is gemiddeld: € 7,84 per object.

Via Boekwinkeltjes: 4 (1, 2, 5, 6).
Via boekenmarkt: 3 (10, 11, 12).
Via Marktplaats: 1 (9).
Via kringloop: 4 (3, 4, 5, 6).
Via Bol.com: 2 (13, 14).
Koningsdag vrijmarkt: 1 (15)

Modern: 3, 4, 5, 6, 10, 13, 14, 15, 16
Old & rare: 1, 2, 5, 6, 9, 11, 12, 17, 18

April 2018: de aanwinsten...

1. Het is alweer een aantal jaren geleden dat ik drie stukjes schreef over de opmerkelijke 19e eeuwse serie "Curiositeiten van allerlei aard". In het eerste deel ging het over de uitgever, in het tweede deel over de verschijningsvorm en opbouw en in het derde deel gaf ik aan de hand van wat voorbeelden een indruk van de inhoud.

Mijn laatste vier aanwinsten uit deze serie kocht ik onlangs via Boekwinkeltjes, uit de collectie van Ed Schilders (NB. gelijk met nr. 2 voor in totaal € 47,25 (incl. verzendkosten)).
Het zijn de themanummers:
a. 'Anecdoten' (nr. 4),
b. 'Voorbeelden van verstrooidheid' (nr. 16),
c. 'Dwergen' (nr. 35/36) en
d. 'Hofnarren' (nr. 41/42).
Vooral de laatste twee zijn erg moeilijk te vinden.
Het derde blogdeel wordt trouwens besloten met een naschrift waarin ik bijhoud welke deeltjes ik nog mis. Attentie dus beste antiquaren en boekhandelaren onder de lezers!

2. Max (A.P.L. van der Sanden): "Maria Monk de zwarte non – Tehuis voor gevallen vrouwen" (Amsterdam, z.j. [1918]). 'Maria Monk' schreef: "Awful Disclosures of Maria Monk: or, The Hidden Secrets of A Nun’s Life in a Convent Exposed" (Manchester, [1836?]).
Er verschenen tal van vertalingen over haar schokkende kloosterervaringen. Daarnaast werden verschillende publicaties geschreven die haar persoon en levensgeschiedenis in twijfel trokken zoals deze zeer zeldzame katholieke repliek. Vooral de tekening op de voorzijde met de tekst 'Tehuis voor gevallen vrouwen' gesigneerd G. Westermann, 1880-1971 (en gedateerd '18) vind ik bijzonder.

Bij mijn kringloop vond ik twee leuke boekjes voor weinig geld (totaal € 3,- euro).
3. J. van Maurik: "Versch drinkwater voor de hoofdstad" (Amsterdam, 1993). Drinkwater, riolering, armoedebestrijding en dergelijk in Amsterdam hebben altijd mijn bijzondere interesse gehad. Op dat gebied heb ik al aardig wat oude en nieuwe boekjes in mijn 'private library' staan!


4. A. Bonnett: "Off the Map" (London, 2015). "In the world of Google Earth, it is easy to believe that every discovery has been made and every adventure had. Off the Map is a stunning testament to how mysterious our planet still is. It takes us into uncharted territory, to places found on few maps and sometimes on none". Lijkt me gewoon een leuk boekje!

In mijn omgeving bevinden zich drie kringloopwinkels. Onlangs bezocht ik die in Uithoorn (kwalitatief de minste) en die in Aalsmeer (Dorcas). Bij de laatste kocht ik twee boekjes voor € 3,50.


5. H. Voorn: "Wonen in papiermakersland" (Zutphen, 1991), over de papiermolens in Velp, Laag-Soeren en Rozendaal.

6. "100 jaar polderleven" (z.j./z.p. [Aalsmeer, 1969]). Zeer schaars gedenkboekje uitgegeven door het polderbestuur over de Oosteinderpoelpolder die in 1868 werd drooggemalen. Een gedeelte daarvan behoorde tot de gemeente Nieuwer-Amstel (thans Amstelveen). Ik woon er praktisch naast en de geschiedenis van de polders onder Amsterdam heeft mijn warme belangstelling.

Via Boekwinkeltjes en wederom uit de collectie van Ed Schilders, voor € 16,25 euro (inclusief verzendkosten), komen de nummers 7 en 8.
7. P. Potters: "De boekenwet" (den Bosch, 1921). Heldere uitleg over de katholieke Boekenwet en verboden teksten en uitgaven door katholieke drukkers. Aanvulling op de boekjes die ik hierover al heb verzameld (zie ook: "Verboden boeken").


8. J. Hillegeer: "De deugd der ouders" (Den Bosch, 1857). Pleidooi voor goed onderwijs door ouders maar ook voor uiterste waakzaamheid van deze Gentse Jezuïet. Hillegeer (1805-1883) was een veelschrijver en ik heb al verschillende titels van hem hier staan (zie ook onder de aanwinsten van februari 2018).

9. Edmond (bewerker/pseudoniem): "Groot Hindoe-droomboek (volledig droomboek). Bevat de uitlegging van alle Droomen en Droomgezichten" (Amsterdam, z.j. [1917]).
Via Marktplaats voor € 16,95 (incl verzendkosten).


Op een zonovergoten dag kocht ik op de Amsterdamse Spui boekenmarkt de volgende drie boekjes (nr. 10 en 11 bij antiquariaat Max van Til en nr. 13 bij antiquariaat De Boekerij v.o.f. van Paul Gaemers).
10. E. Cockx-Indestege (et al. eds.): "Sierpapier & marmering. Een terminologie voor het beschrijven van sierpapier en marmering als boekbandversiering" (Den Haag/Brussel, KB, 1994). Oplage 800 exemplaren.
Voor € 5,00 euro een koopje en ik hou wel van sier- en marmerpapier.

11. E. de la Fontaine Verwey & L. Brummel: "Boekbanden in de Nationale Bibliotheek. Tentoonstelling 8-27 september 1941" ('s-Gravenhage, 1941). De eerste uitgave van de Koninklijke Bibliotheek over haar boekbandenbezit.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog moest het 'Koninklijke' plaatsmaken voor 'Nationale'. Dit exemplaar zit vol met potloodaantekeningen (inclusief een aan de binnenzijde van het voorplat vastgeplakte envelop met losse aantekeningen; 'lijst van de nummers van de banden in de vitrines').
Op de envelop staat o.m.: "Vlg. Anita van Elferen (Antiq. Frits Knuf) E. de la Fontaine Verwey's own copy with her annotations in pencil". Exemplaar dus met een interessante provenance! Voor € 10,00 euro.

12. [P. Leigh]: "The comic English grammar; a new and facetious introduction to the English Tongue" (London, 1851). Gekocht voor € 6,00 euro. Voor het eerst verschenen in 1840, er bestaan ook moderne herdrukken van. De tekeningen zijn van John Leech (1817-1864). Dit is een bijzondere uitgave die verscheen in de 'Bentley's Railroad Library' (prijs 1 shilling). Treinlectuur in optima forma dus, die uiteraard verkrijgbaar was op alle treinstations! Ook al zal de oplage vrij groot zijn geweest; deze 'railway-edition' uit 1851 staat niet in WorldCat! Ik een fan van dergelijke taalboekjes (zie ook mijn "Linguistic adventures").


Over de geschiedenis van onze hoofdstad heb ik hier al veel staan omdat die mij - als geboren Amsterdammer - altijd zeer heeft geïnteresseerd. Via Bol.com kocht ik twee boekjes met de nieuwste inzichten over de oergeschiedenis en oorsprong van de stad, gebaseerd op archeologische vondsten die vooral de laatste decennia zijn gedaan. Samen voor € 32,89 (geen verzendkosten):


13. T. Toebosch: "De Nieuwezijds Kolk en de Nieuwendijk in dertiende-eeuws Amsterdam. Een archeologische speurtocht" (Amsterdam, 2011).

14. J. Gawronski (e.a.): "Oeroud Amsterdam. een zoektocht naar de vroegste geschiedenis van de stad" (Amsterdam, 2018).


15. V.M. Straka (J.J. Abrams & D. Dorst): "Ship of Theseus" (New York, 2013). Dit is de eerste Engelse editie van het boek waarvan ik in 2014 de Nederlandse uitgave kocht.
Ik schreef er over in: "Waarom 'S'? Daarom 'S'!". Gekocht op Koningsdag 2018 bij een mevrouw die er € 0,10 eurocent voor vroeg! Ik had niet kleiner dan € 0,20 eurocent, dus betaalde ik het dubbele!


Na een geslaagde jaarvergadering van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen in de Universiteitsbibliotheek Leiden keerde ik weer huiswaarts met drie verschillende titels. Nummer 17 en 18 nam ik mee uit de doos met gratis (afgeschreven) boeken, catalogi e.d.

16. "Jaarboek van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen 2017" (Amsterdam, 2017). Als lid, redactielid (en ditmaal ook auteur ) meerdere exemplaren gekregen.

17. "Das Braunbuch. Hakenkreuz gegen Österreich" (Wien, 1933). Eerste editie van deze brochure over nationaal-socialistische aanslagen en terreurdaden in Oostenrijk, evenals illegale activiteiten van de voormalige Oostenrijkse NSDAP. Het boekje besluit met de opmerking: "Für die Zukunft besteht keinerlei Grund zu einer Besorgnis: Österreichs Regierung führt mit starker Hand; der Erfolg ist nicht ausgeblieben. Der Enderfolg ist gesichert". Wij weten inmiddels beter!

18. "Beiträge zur Vorgeschichte und Geschichte der Julirevolte" (Wien, 1934).

donderdag 19 april 2018

De eerste handleiding, het eerste handwoordenboek

Toen ik de "Handleiding voor den typograaf" (Amsterdam, 1892) samengesteld 'door drie leden der afd. Amsterdam, Alg. Ned. Typ. Bond' op Marktplaats tegenkwam vermoedde ik gelijk al dat het een bijzonder boekje was. Zoals u in mijn aanwinsten verslag van maart 2018 kunt lezen betaalde ik er (inclusief verzendkosten) € 18,80 euro voor.

Het is een fraai bewaard gebleven exemplaar in originele uitgeversband (16.5 cm x 10.5 cm), totaal 218 bladzijden met een bladzijde 'naschrift', een inhoudsopgave (I t/m III) en tot slot een blad met aanwijzing voor de binder waar de drie uitvouwbare bijlagen (afbeeldingen van een Hollandse Griekse letterkast, een Hebreeuwse letterkast en een muziekkast) moesten worden geplaatst.
De inhoud spitst zich met name toe op letters (en de diverse letterkasten), zetten/zetwerk en de papierformaten waarop gedrukt werd (folio, quarto en octavo, 12°, 16°, 18°, 24°, 32°).
Een korte blik op internet leerde mij dat Nederlands oudste handleiding voor typografen momenteel antiquarisch niet wordt aangeboden en dat er slechts enkele exemplaren in openbare bibliotheken beschikbaar zijn. Een tamelijk zeldzame uitgave dus en dat lijkt mij ook logisch want deze handleiding in pocketformaat was vooral bedoeld als praktisch gebruiksboekje in de drukkerij waar vaak geen tijd was voor uitgebreid onderwijs.


"De jongen, die de zetkunst gaat beoefenen begint op de zetterij zijne eerste typografische kennis met het leeren van de letterkast. Na oefening in het distribueeren omvat hij de zethaak, die hem bij zijne verdere ontwikkeling trouw ter zijde blijft. (-) Over 't algemeen genomen wordt er aan het vakonderwijs op de zetterijen zeer weinig gedaan. De methode van werken brengt mede dat daarvoor geene gelegenheid bestaat en daar de zetter zijn werk niet kan laten rusten, is hij niet in staat het jongmaatje te onderrichten. De jonggezel moet daarom zijn eigen leermeester zijn en zal zich alles ten nutte moeten maken wat hem in deze zelfopleiding kan helpen" (blz. 94/95). Deze handleiding was daarvoor bij uitstek geschikt!

Het idee voor deze uitgave vond zijn oorsprong binnen Nederlands oudste landelijke vakbond; de Algemene Nederlandse Typografen Bond (ANTB). Dat blijkt uit een artikel in het 'Nieuwsblad voor den Boekhandel' (jaargang. 59, nummer 18, 1892) waarin melding wordt gemaakt van het initiatief en wijze waarop de handleiding tot stand kwam.


De in het artikel voorgestelde werkwijze die moest leiden tot een handleiding in boekvorm nam uiteindelijk vier jaar in beslag. Dat valt op te maken uit het gedateerde 'naschrift':

"Ofschoon bij den aanvang van de samenstelling van de 'Handleiding' wij niet voornemens waren om haar die uitgebreidheid te geven, zooals zij nu reeds heeft gekregen, kwamen wij na 't verschijnen der eerste vellen, al spoedig tot de conclusie, dat het ondoenlijk is om een eenigszins bevattelijk en leerend overzicht te geven van onze zoo omvangrijken werkkring in de beknopte ruimte, die wij daarvoor aanvankelijk dachten nodig te hebben. Daar het eerste deel voornamelijk voor den jeugdigen vakgenoot werd geschreven, zijn wij eveneens van oordeel, dat ook menig oudere zetter ons werkje kan raadplegen en tevens aanwijzingen zal vinden, die hem van dienst kunnen zijn.
Wij zijn nog niet zoover gekomen, om het tweede deel al dadelijk met de beschrijving over 'smoutwerk' en 'ornamentwerk' te beginnen. Deden wij dit, dan zouden er nog vele schakels uit de ketting zijn en bijgevolg eene gaping ontstaan, die in geene deele is aan te bevelen. Geleidelijk dus voortgaande met onze werkzaamheden, kunnen wij nu reeds de belofte doen, dat de rubriek 'smoutwerk' en daarbij behoorende deelen, op uitgebreide schaal, ruim gestoffeerd met voorbeelden, zal behandeld worden. Zooals dit eerste deeltje nu voor ons ligt, zijn wij overtuigd, dat de inhoud naar de beste bronnen is bewerkt, althans er waren ons geen betere bekend.

Niets is nagelaten om de zekerheid te hebben, dat al hetgeen wij schreven zou min mogelijk foutief zou zijn. Met behulp van verschillende buitenlandsche vakgenooten (die on voornamelijk de voorbeelden der buitenlandsche letterkasten bezorgden) en anderen, die ons behulpzaam waren met geschriften, zijn wij in staat gesteld tot zoover ons doel te bereiken. Onzen welgemeenden dank aan allen voor hunne moeiten mogen wij niet nalaten te vermelden.
Het onthaal, dat het eerste deel van deze 'Handleiding' genoot, doet ons vertrouwen, dat het tweede deel evenzeer de goedkeuring moge wegdragen van onze vakgenooten.
Dat hetgeen wij ten beste gaven nog zullen geven, aan de ontwikkeling van den typograaf ten goede zal komen, is de beste belooning die wij voor onzen niet gemakkelijken arbeid hopen te ontvangen.

De Commissie.

Amsterdam, 1 Maart 1896".

Dat tweede deel is nooit verschenen. Uit het naschrift blijkt wel dat de grafische industrie aan het einde van de negentiende eeuw al zo complex was dat het ondoenlijk was om alle werkzaamheden te behandelen op de beknopte manier die men voor ogen had. Daar komt bij dat handleidingen voor dit soort (technische) beroepen de neiging hadden (en hebben) om snel te verouderen. Dat was in deze bedrijfstak niet anders. De grafische industrie maakte in de negentiende eeuw een stormachtige ontwikkeling door. Tal van veranderingen volgden elkaar snel op; dat gold zowel voor machines als zet-, druk en illustratieprocessen. Zo noemt het artikel in het 'Nieuwsblad voor den Boekhandel' de "meer en meer voorkomende galvano-, zinco-, stereotyp en andere bewerkingen, waarvan de meesten onzer niet veel meer afweten dan van het maken van een broek of van een jas".

Door dit alles verbreedde en veranderde ook vaktermen en drukkersjargon. Op dat gebied bestond in Frankrijk al geruime tijd de luimige uitgave van E. Boutmy: "Dictionnaire l'Argot des Typographes" (Paris, 1883), maar hier zou het nog tot 1920 duren voordat het eerste "Geïllustreerd handwoordenboek voor de grafische vakken" (Groningen, 1920) verscheen, samengesteld door T.T. Winkler.
Pas toen werd de buitenstaander duidelijk dat 'Smouten' (afgeleid van 'Smoutwerk') betekende dat men in zijn vrije tijd bij een andere drukkerspatroon bijkluste, "Ook wordt het woord onder zetters dikwijls gebezigd om wantrouwen uit te drukken; bijv.: iemand niet smouten, wil zeggen, iemand niet vertrouwen".
Winkler was trouwens goed bekend in de grafische wereld want hij zat in de redactie van "Ons Vakblad. Maandschrift voor de boekdrukkunst in Nederland" dat tussen 1909 en 1913 verscheen en speciaal was gericht op zetters en drukkers. Anders dan de eerdergenoemde handleiding beleefde deze uitgave wel een tweede vermeerderde druk.
Ik kocht mijn exemplaar (een eerste druk), gebonden in een donkerbruine stempelband van 'J. Brandt & Zoon', een paar jaar geleden bij Jos Albers op het Waterlooplein voor enkele euro's. Blijkens een handtekening op het schutblad komt deze uit de in 1980 geveilde boekerij van drs. T.J.A Delhaas, de latere conrector van het Prinses Beatrix Lyceum in Flims (Zwitserland).

Dit handwoordenboek bleef ook lange tijd één van de weinige uitgaven die de beginnende boekenliefhebber, bibliofiel of handelaar tot steun was bij zijn of haar avonturen in de wereld van het boek met zijn specifieke woordenschat. Dat wil zeggen... tot het verschijnen van J.A. Brongers: "ABCDarium voor de boekensneuper", dat in 1996 heruitgegeven werd onder de titel "Boekwoorden Woordenboek" (in 2011 verscheen een geïllustreerde editie). En die laatste - tot slot - vormde op zijn beurt weer een mooie aanvulling op de al langer bestaande bibliofiele handleiding van P.J. Buijnsters: "Het verzamelen van boeken. Een handleiding" (Utrecht, 1992).

vrijdag 6 april 2018

Het jaar geboekt, maart 2018

In de rubriek 'Het jaar geboekt' (zie tabblad bovenaan) houd ik bij wat ik gedurende het lopende jaar bij elkaar verzamel. Per maand verplaats ik dat gedeelte naar de homepage en geef ik 'de cijfers'. In de rubriek blijft het lopende jaar intact. Pas bij de start van het nieuwe jaar zullen daar alleen nog hyperlinks naar het desbetreffende maand(blog) verwijzen. Een en ander komt de leesbaarheid van de rubriek ten goede die anders op den duur uit een ellenlange opsomming zou bestaan.

Maart 2018; de cijfers...

Totaal aantal objecten: 28 (nr. 19 bevat 4 uitgaven).
Gekocht: 24.
Gekregen: 4.

Totaal uitgegeven: € 297,30 (incl. verzendkosten).
Gedeeld door 28 is gemiddeld: € 10,62 per object.

Via antiquariaat: 17 (7 t/m 20).
Via Boekwinkeltjes: 1 (1).
Via boekenmarkt: 4 (2, 4, 21, 22).
Via Marktplaats: 2 (5, 6).

Modern: 23, 24, 25.
Marge & klein bibliofiel drukwerk: 3.
Old & rare: 1, 2, 4 t/m 22.

Maart 2018: de aanwinsten...

1. J. Feith: "Tingeltangel" (Amsterdam, 1918). Via Boekwinkeltjes voor € 18,- euro kocht ik deze uitgave over Louis Davids en zijn vak-/tijdgenoten waarvan velen thans geheel zijn vergeten.
Feith heeft veel geschreven en een aantal titels zoals deze is heel erg moeilijk te krijgen. De talrijke fraaie illustraties van L.J. Jordaan (1885-1980) zijn bovendien de moeite waard.

2. J. Kantelaar: "Redevoering over den invloed der waare verlichting op het lot der vrouwen en het huwelijksgeluk" (z.p./z.j. [1793]).
Curieuze redevoering gehouden op de 13de van de oogstmaand (augustus) 1793 voor de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen. De uitgave zit in een eenvoudige omslag van rood gespikkeld marmerpapier. Gekocht op de Amsterdamse Spui boekenmarkt bij antiquariaat Klikspaan voor € 40,- euro.


3. D. Matena: "Een dagje Leiden met Jan Wolkers" (Leiden, 2017). Bij antiquariaat Klikspaan verschijnt elk jaar een nieuwjaarsuitgave die in een beperkte oplage (275 exemplaren) wordt gedrukt voor vrienden en relaties. Perkamentus ontving zijn exemplaar (nummer 261) bij aanwinst 2.

4. "Verdediging van de eer der Hollandsche Natie" (Amsterdam, 1776). De auteur is de Hoornse dominee E.M. Engelberts (1731-1807) wiens portret (door R. Vinkeles) werd meegebonden.
De uitgave zit in een rood gespikkelde kartonnen omslag en bevat de eigendomssporen van twee voormalige bezitters; in oud handschrift de naam van de Utrechtse kantonrechter C.G. de Balbian van Doorn (1809-1888) en daaronder het ex-libris van C.H.A. Kruyskamp (1911-1990), redacteur van het 'Woordenboek der Nederlandsche Taal' (WNT) wiens omvangrijke bibliotheek werd geveild bij Burgersdijk en Niermans in Leiden. Ik schreef over deze uitgave meer uitgebreid in: "Gekrenkte nationale trots".

Gekocht op de Amsterdamse Spui boekenmarkt bij antiquariaat De Boekerij v.o.f. van Paul Gaemers voor € 10,- euro (een koopje!).

5. M. de Viroflay & X. de Montrecourd: "Goede manieren" (Amsterdam, z.j. [1920]). Bevat 'Een dame. Wat zij moet doen en nalaten' (van de eerste auteur) en 'Een heer. Regelen voor den moderne gentleman' (van de tweede auteur). "Er is wel geen tak van sport meer, die niet voor de vrouw toegankelijk is, uitgezonderd voetballen, wat uiteraard buiten het terrein van de vrouw ligt en er ook wel buiten zal blijven". Tamelijk schaars, voor € 9,50 euro (inclusief verzendkosten) gekocht via Marktplaats.

6. "Handleiding voor den typograaf" (Amsterdam, 1892). 'Door drie leden der afd. Amsterdam, Alg. Ned. Typ. Bond'. Nederlands oudste handleiding voor typografen is vrij zeldzaam en wordt momenteel antiquarisch niet aangeboden. Ik vond dit fraaie exemplaar in originele uitgeversband op Marktplaats en betaalde er graag € 18,80 euro voor (inclusief verzendkosten). Meer hierover in mijn blog: "De eerste handleiding, het eerste handwoordenboek".


Bij Antiquariaat Brinkman in Amsterdam kocht ik voor € 200,- euro 17 brochures (nummer 7 t/m 20, nummer 19 bestaat uit 4 uitgaven) uit de boedel van antiquaar Louis Putman. Met gemiddeld € 11,76 per object trok Frank me het vel over de oren! Nadat ik de stapel thuis had onderzocht bleek me al gauw dat alle uitgaven vrijwel onvindbaar zijn en enkele echt zeldzaam. Er zit zelfs een kleine boekhistorische ontdekking bij! Kortom veel geld maar voor heel bijzondere objecten!


7. "Status, Quo van Amstels beursgebouw aan dezelfs ingezetenen gewijd" (Amsterdam, 1840) 'Gedrukt voor rekening van den schrijver'. Brochure in originele groene uitgeversomslag ('prijs 75 cents'). Eén van de brochures van voor- en tegenstanders die verscheen n.a.v. de bouw en het ontwerp van de nieuwe Amsterdamse beurs van J.D. Zocher, die tussen 1845 en 1903 stond op de plaats van het huidige warenhuis De Bijenkorf.

8. "Eenige bescheiden aangaande de Inrichting voor Spraakgebrekkige en daardoor Achterlijke Kinderen, te Amsterdam" (Amsterdam, z.j. [ca. 1875]). Brochure in originele gele uitgeversomslag (bibliotheekstempels op de voorzijde en titelpagina van het Departement van Defensie, Bibliotheek). Hierbij de gedrukte aanbiedingsbrief van de directie van deze inrichting aan de Tweede kamer der Staten-Generaal (teneinde subsidie te verkrijgen) met een alfabetische lijst van notabelen 'zoo professoren en doctoren als particulieren die hunne adhesie aan deze stichting schenken'. Zeldzaam!

9. "Gids naar Aalsmeer en omstreken" (Amsterdam, 1900), 'Ten dienste van Touristen, Visschers, Wielrijders enz.'. Uitgave van de 'Stoomboot-Maatschappij Carsjens' (opgeheven in 1915) inclusief dienstregeling en heel veel reclame-advertenties van de winkelbedrijven aan de Overtoom en Aalsmeer. 'Prijs 10 cent'. Zeldzaam!

10. Gynaecofilus (Ferdinand Wierdels): "Een uitzondering op den regel (een Amsterdamsche zedenschets.)" (Amsterdam, 1890). 'Overdruk uit den Amsterdamschen Studenten-Almanak voor 1890'. Brochure over de Amsterdamse bierhuizen en hun bezoekers. Zie mijn blog: "Bier met vrouwen".


11. Fotobrochure (z.p., z.j. [Amsterdam, 1895]). Tien foto's in sierkaders met onderschrift (gebonden met een rood lint). Verschenen bij de tentoonstelling van het Hotel- en Reiswezen in 1895, met als hoofdattractie: "der Stede van Oudt-Hollandt". In ruim vijf maanden trok destijds een dorp van nagebouwde Amsterdamse huizen op het terrein achter het Rijksmuseum (waar thans de siervijver is) een miljoen bezoekers. Pronkstuk vormde een getrouwe nabootsing van het middeleeuwse Amsterdamse stadhuis, dat in het echt in 1652 afbrandde. Opdrachtgever van het circa 80 panden grote stadje was de Nederlandse Hotelhouders Bond.

12. N. Redeker Bisdom: "Een en ander over de uitbreiding van Amsterdam" (z.p./z.j.) . 'Present-exemplaar van den schrijver'. Voordracht gehouden op 1 maart 1878 voor de afdeling Amsterdam van de Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst.

13. J. C. v. d. Loos: "Het Wapen van Amstelland" (Haarlem, 1904). Uitgave van 'De Nieuwe Haarlemsche Courant'. Zeldzaam!

14. "Prospectus der Amsterdamsche Huishoudschool" (z.p./z.j. [Amsterdam, 1903]). Vroege en uiterst zeldzame voorlichtingsbrochure van de Amsterdamse Huishoudschool aan het Zandpad 5 bij het Vondelpark. Achterin met de hand geactualiseerd door de nieuwe directrice (?) mevrouw Van IJseldijk-Nijland naar de situatie in 1904. Zeldzaam; ook geen exemplaar aangetroffen in het Amsterdamse Stadsarchief.


15. "Het Paleis voor Volksvlijt in augustus 1868. Een geschiedkundige bijdrage" (Amsterdam, z.j. [1868]). De ongenoemde auteur van deze brochure is Jonkheer Hendrik Jacob Rutgers van Rozenburg (1816-1879).

16. G.J. d'Ancona: "Een standje op den dam in Maart 1848. Boertig dichtstuk in den smaak van het Amsterdamsche Standje door Denzelfde Schrijver" (Amsterdam, 1848). Brochure over de oproer op de Dam in Amsterdam in het revolutiejaar 1848.

17. "Catalogus van M.M. Olivier te Amsterdam 1898-1899" (z.p., z.j. [Amsterdam, 1899]). Het gaat om de algemene boek- en kunsthandel, Rokin 70 (2de huis van de Wijde Kapelsteeg), 'Telephoon no. 323'. Zeldzaam!

18S.R. de Miranda: "Het Amsterdamsche aardappelenoproer" (Amsterdam, z.j. [1917]). 'Prijs 3 cent'. Deze brochure met een fraaie illustratie van Albert Hahn (1877-1918) op de voorkant ('- Jij je hand kapot en ik mijn hoofd kapot en wij allebei nog honger! 't Was de goeie manier niet, kameraad!') gaat over de aardappeloproer in de hoofdstad en behoort tot de eerste politieke uitgaven van deze roemruchte vakbondsleider en SDAP wethouder van Amsterdam. Zeldzaam!

19. Vier catalogi van de firma Schalekamp waaronder een luxe jubileumscatalogus uit 1900, de catalogus van 1916 (en de door Schalekamp gecorrigeerde proefdruk daarvan) alsmede een ongedateerde catalogus uit dezelfde periode. Johan Marius Schalekamp (1844-1912) had vanaf 1 januari 1870 een ‘Photografie- en Kunsthandel’ in Haarlem. Schalekamp gaf boeken en platen uit. Hij verhuisde in 1878 naar Amsterdam en specialiseerde zich in plaatwerken, etsen, gravures en ‘fotografieën’. In 1891 opende Schalekamp een fotografisch atelier, dat in 1893 naar Buiksloot verhuisde. Ik had al een andere kleine catalogus van deze firma en zal daar nog eens over schrijven.


20. "Ontsluijerde geheimen der stad Amsterdam" (Amsterdam, 1862). Het gaat om het eerste nummer van dit feuilleton: "De nachthuizen of Venus-Tempels". Uiterst zeldzame uitgave. Alleen de Leidse Universiteitsbibliotheek beschikt over een complete serie van vijf aflevering. Hierbij gevoegd een uitgeknipt overlijdensbericht van Mr. S. Katz alsmede een notitie van hem aan de Amsterdamse uitgever J.A. Schuurmans. Binnenkort meer hierover in mijn blog: "De antiquaar, de bibliofiel en de 'ontsluijerde' auteur".


21. W. Beiboer: "Straf en opvoeding" (z.p./z.j. [Amsterdam, ca. 1935]). 'Uitgave van het Nederlands Genootschap tot Zed. Verb. der Gevangenen. Afdeling Amsterdam'. Brochure gekocht voor € 1,- euro bij Jos Albers op het Waterlooplein.


22. L. Janszen: "De geschiedenis van Amsterdam" (Amsterdam, 1946). 'Uitgave ter gelegenheid van het Centraal Vriendschapsfeest Pasen 1946 te Amsterdam' van de AJC/JVO (Arbeiders Jeugd Centrale / Jeugdbond voor Onthouding). Kleine oblong brochure gekocht voor € 1,- euro bij Jos Albers op het Waterlooplein.


23. "De Boekenwereld" (Jrg. 34, nr. 1, 2018 'Magische miniaturen'). Presentexemplaar i.v.m. mijn medewerking aan een artikel. Zie mijn: "Blanke Slavinnen; een bibliografie".

24. J. van Waterschoot (red): "Onder de toonbank. Pornografie en erotica in de Nederlanden" (Amsterdam, 2018). Presentexemplaar i.v.m. mijn medewerking aan een artikel. Zie mijn: "Blanke Slavinnen; een bibliografie".

25. M. de Valk: "Schadeatlas bibliotheken. Hulpmiddel bij het uitvoeren van een schade-inventarisatie". (Antwerpen, 2014). Fraai uitgegeven oblong boekje door Metamorfoze. Kostenloos verkrijgbaar en ook als PDF te downloaden maar als bibliofiel kies ik dan toch voor de papieren variant. Voor wie van gruwelijke boekenplaatjes houdt...