zaterdag 13 oktober 2018

Dansen - und Satan lacht dazu


Wijlen collega boekenjager, Gerrit Komrij (1944-2012), schreef er al over in "Over het nut van katholicisme". Er is geen andere geloofsrichting die zich met zoveel diverse aspecten van het dagelijks leven heeft bemoeid als het katholicisme. Of het nu ging om het krijgen van kinderen, de opvoeding, het kijken naar films, alcoholgebruik, het lezen van boeken of het dragen van de laatste mode; de kerk ('mijnheer pastoor') had er een mening over. Wij mogen het katholicisme dankbaar zijn dat die mening niet zelden werd verwoord in thans geheel verdwenen obscure boekjes, curieuze brochures en folders. 'Bibliofiele malligheid' van de bovenste plank, en ik ben er een groot liefhebber en fanatiek verzamelaar van. Tijdens schaarse feestjes en borrelpraat mag ik er graag uit verhalen, wat niet zelden leidt tot verbaasde reacties en lachsalvo's.

Veel van dergelijke uitgaven in mijn collectie komen uit opgeheven missiehuis- en kloosterbibliotheken (zoals die van Stein, Tilburg en Udenhout). Slechts enkele kocht ik op boekenmarkten en via het antiquariaat. Een flink aantal verkreeg ik het afgelopen jaar dankzij Boekwinkeltjes uit de bibliotheek van Ed Schilders (en die conclusie had u zelf ook al kunnen trekken als u mijn rubriek 'Het jaar geboekt' volgt en de maandelijkse overzichten leest). In dit stukje wil ik een aantal uitgaven uit mijn collectie aan u voorstellen die zich uitlaten over het fenomeen 'dansen'.

Dansen was aanvankelijk een onderdeel van de rituele geloofsbeleving maar tijdens de Middeleeuwen veranderde het beeld. Opzwepende muziek, erotische geladen lichaamsbewegingen, al dat extatische geweld tussen beide seksen werd verdacht en al gauw bestempeld als onzedelijk, zondig en het werk van de Duivel.


Mijn vroegste uitgave op dat gebied is het boekje van M. Hulot: "Onderrigting over de hedendaegsche dansvergaderingen" (Antwerpen, 1828). Het is een uitgave van A.M.D.G. ('AMajorem Dei Gloriam', Bibliotheek van godsdienstige, redekundige en historische boeken, ten gebruyke der Catholyke Jeugd. No. 5).
'Dansvergaderingen', schrijft abt Hulot, "zijn byeenkomsten van persoonen van verschillig geslagt, zonderling van jongelingen, welke, bij het geluyd eeniger speeltuygen, te samen zekere bewegingen maeken om zich zelve en andere te vermaeken".
Dansvergaderingen lokten onkuis gedrag en handelen uit. Bovendien vonden ze vaak plaats tijdens de vastentijd en op zon- en feestdagen. Dagen die toegewijd moesten zijn aan 'de traenen, aen de droefheid' en aan God. Hoogst gevaarlijk werd het als de dansvergaderingen in het duister plaatsvonden, 's nachts, en/of gemaskerd/verkleed. Alle zedelijke remmen los was dan vaak het resultaat.

Bij Hulo ging het nog vooral om het dansen en lezen we maar weinig over de muziek. Dat veranderde na 1900 toen nieuwe muziek leidde tot nieuwe dansvormen in apart daarvoor gebouwde bal- en danszalen (dancings).
In: "Op tegen de Zedenontaarding! In woord en daad - In boek en beeld - In dans en kleeding" (Amsterdam, 1914) door P. van Dorp lezen we daarover: "Maar zulk een oud-Hollandsche klompjesdans staat tot de verbeestelijkte nikkerdansen in de balzalen der hedendaagsche beschaving als de landelijke gezondheid tot de geheime ziekte van een der fijngemanierde lebemänner, die het moderne leven al heeft verbruikt, nog vóór zij aan den ouderdom der Suzannabelagers toe zijn!".
Vooral de tango moest het bij Van Dorp ontgelden: "Weet u wat de tango is? Het is het wringen en draaien van het lichaam in slappe bochten en het huppelen en wiegelen net als een gans, het grimassen-maken van een aanstellerigen schooljongen, het is, maar ach, waarom de onderdeelen van de tango te vergelijken. De tango is de tango".

Ook de schrijver en journalist Henri Borel (1869-1933), die er nota bene zelf een dubbele moraal op nahield, was onverbiddelijk in zijn oordeel: "Het moet nu eindelijk maar eens ronduit gezegd worden: de moderne dansen: Foxtrott, Boston, One Step, Two Step, de diverse Blue's, Shimmy's en Charlestons zijn in den grond perverse bewegingen; al dat heenschuifelen en knikken en bibberen en draaien en quasi-elegant likkebaarden en knoeien en wringen gaat naar verboden daad toe".

Medici, vooral psychiaters en niet te vergeten gynaecologen, zo betoogde de schrijver zouden "zoo het hun gevraagd werd, ontstellende, en werkelijk een rilling door het land zendende onthullingen kunnen doen over de funeste gevolgen, vooral bij jonge meisjes, van deze in de balzaal tot het uiterste geprikkelde fysische verlangens en nooden".
De oorsprong van al dit kwaad kende de schrijver wel: "Dat deze dégoûtant-indécente dansen van wilde negerstammen afkomstig zijn is vrijwel bewezen. Bij de negerstammen, in hun oer-vorm, hebben zij echter nog iets grandioos-hevigs, brutaal demonisch, dat men, zij het in een minderwaardige soort, groot zou kunnen noemen, en het bruut seksueele is er openlijk en eerlijk in, schaamteloos zonder schijnheilig te zijn. De verwording er van tot Europeesche moderne dansen is er echter geniepig-week, elastiekerig slap, schijnheilig verscholen, listig-gecamoufleerd, Tartufferig achter de mouwen verstopt, en dit alles is het nu juist, wat haar voor mij zoo dégoûtant maakt (H. Borel: "Over de moderne dansen", Den Bosch, 1927).

Mijn laatste aanwinst op dit gebied is een uitgebreide brochure, inclusief 'geneeswijze en geneesmiddelen' (anoniem verschenen maar) geschreven door de bekende hoofdaalmoezenier van de Limburgse mijnstreek Henri (H.A.) Poels.
Zeg nou zelf: "Dansen. Beschouwingen door een zielzorger", (Roermond, 1931) is alleen al door zijn prachtige illustratie op voorzijde en pakkende omslagtitel, 'Dansen - und Satan lacht dazu', een lust voor het oog!


Poels stipt in zijn brochure negen (zeer) bezwarende omstandigheden aan.
1. De directe nawerking van het dansen! Maar al te vaak voert de opwinding na een dansavond "Tot het stellen van ongeoorloofde handelingen, hetzij met zichzelf, hetzij met anderen...".
2. Het nachtelijk dansen! "Het verraderlijke, het 'unheimsiche' van den nacht, die zoveel kwaad met zijn zwarte vlerken omhult, dringt door in de bal- en danszaal en glupt er rond, gelijk Sint Petrus zegt: 'als een brieschende leeuw, zoekend, wie(n) hij zal verslinden".
3. Na het dansen gezamenlijk of alleen de danszaal verlaten en naar huis gaan! Gezamenlijk: "'t kan ook een wilde troep worden van brullende, brallende, lallende, heele en halve gekken, waar de een zich niet meer voor den ander hoeft te schamen". Alleen: "En hier volgen eenige puntjes, zei eens iemand op den preekstoel, en die moet ge zelf maar aanvullen!".
4. Veelvuldig dansen! "Door het veelvuldig dansen wordt de omgang tusschen de personen al te vrij; er ontstaat vanzelf vroegtijdige en dus langdurige en dus gevaarlijke verkeering; veel dansen maakt zeker lichtzinnig en zet de zinnen maar op plezier en lol, en is oorzaak van 'eene tijdelijke verruwing'".
5. De gevolgen! Inwonende jongeren worden slaven van hun prikkelende genotzucht en spenderen verkwisten daar al hun geld aan. Lichamelijke gevolg; overmatige vermoeienis en verzwakking van het lichaam. "De dans die tegenwoordig bekend is onder de naam 'Java' vordert een kracht die gelijk staat met een hevig vuistgevecht". Kijk zelf maar!


6. Dansen op zon- en feestdagen! "Want het is de heele dag, van 's morgens vroeg, tot 's avonds laat: Zondag en christelijke feestdag. En neem het heilige karakter dier dagen weg uit ons godsdienstig leven - dat godsdienstig leven zal langzaam maar zeker een jammerlijken teringdood sterven. Zie naar andere landen!".
7. Gemaskerd dansen en bal-masqué! "Is het heilig schaamtegevoel door God als een natuurlijke schutse geplaatst tussen de geslachten, dikwijls zóó al vermoord, met het masker voor is het heelemaal ten doode opgeschreven; en wanneer dan de booze begeerlijkheid los breekt, en zich 'ongezien en ongekend' (maar men weet mekaar toch te vinden!) uiten kan, vooral op de nachtelijke bals, met zijn dikwijls zoo geraffineerde zedenontaarding, dan is het hek voorgoed van den dam...".
8. Iets nieuws en van de laatste tijd! "We hoorden verder eenige malen, dat bij dansmuziek plotseling de danszaal in 't donker wordt gehuld. Wat dit ten gevolge moet hebben voor de zedelijkheid der dansers, gezwegen van een gevaar voor paniek - behoeft niet nader te worden aangetoond. Zooiets is schandelijke gewetenloosheid van den kant der zaalhouders...".
9. Dansen op vroegtijdige jeugdigen leeftijd! "Want is er geen leeftijdsgrens bepaald , dan zal men het treurige en belachelijke schouwspel zien, dat - permiteer me het woord - 'snotneuzen' en 'blagen' van 15, 16, 17 jaar enz. daar in zulke omgeving al rondspringen. Wat daar allemaal van moet terecht komen? Straatgekken, flirten, lichtzinnige scharrelpartijen zonder eenig doel of vooruitzicht, vroegtijdige en langdurige en gevaarlijke verkeering, gedwongen huwelijken, kortom: vroegrijp enz. Uit het bovenstaande volgt aanstonds, dat kinderbals absoluut en in elk geval verkeerd zijn en nooit of te nimmer goed te keuren".

Hoe heeft het zover kunnen komen vroeg Poels zich af, van waar die danswoede?
"Een der meest algemeene oorzaken is de verminderde godsdienstzin en het gebrek aan levensernst".  Bovendien "Vroeger" - aldus de rector van het stedelijk gymnasium in Leiden, dr. Bosselaar - "vroeger was het huisgezin veel meer centrifugaal (-). De Jeugd heeft in dezen moderne tijd een eigen meening, die 'gerespecteerd' moet worden".
Door een gebrek aan goede opvoeding is er geen wellevendheid, geen gevoel voor fijne en goede manieren meer; "men brengt de straattaal en straatmanieren mee in de balzaal; het meisje is voor de jongens geen meisje meer, maar men verwisselt plotseling van paren, men danst tegen den stroom in - allemaal vergrovingen en verruwing, die uit Amerika hier overgewaaid zijn.
Vervolgens: er wordt door de hedendaagsche jeugd veel meer geld verdiend dan vroeger; men wordt 'kostganger' thuis, houdt veel geld over en achter; de fabrieksarbeid brengt de geslachten vaker en dichter bij elkander: op de werkplaats, in de treinen, op weg naar en van de fabriek - geen milieu, dat over het algemeen bevorderlijk is voor een goede omgang; de zorgen en de werkzaamheden als dienstbode in de huisgezinnen (vooral met veel kinderen) worden met opzet gemeden - en het leventje van de lichte cavalerie (geen dienstkloppen a.u.b.!) gaat alweer beter zijn gang!
Voeg daarbij de aanwakkering en het zien van de genotzucht in schaamtelooze illustraties (vuilnisbak-bladen!) en sidder-romannetjes van 5 cent langs de deur in wekelijksche afleveringen; dan niet het minst de huidige bioscoopvoorstelling, welke voor 90 % een PEST zijn voor de opgroeiende jeugd van 16 - 22 jaar, met hun verleidende reclames, waarop bij voorkeur half naakte café-chantant-meiden, die met 'deftige' heeren champagne drinken, in alle mogelijke 'houdingen' waardoor alleen op de zinneprikkeling gespeculeerd wordt (o, vervloekte ergenis-gevers!) - met de veelvuldig-voorkomende ballets en dans-partijen in de films - dan hebben we al heel wat oorzaken enz. opgenoemd".

maandag 1 oktober 2018

Het jaar geboekt, september 2018

In de rubriek 'Het jaar geboekt' (zie tabblad bovenaan) houd ik bij wat ik gedurende het lopende jaar bij elkaar verzamel. Per maand verplaats ik dat gedeelte naar de homepage en geef ik 'de cijfers'. In de rubriek blijft het lopende jaar intact. Pas bij de start van het nieuwe jaar zullen daar alleen nog hyperlinks naar het desbetreffende maand(blog) verwijzen. Een en ander komt de leesbaarheid van de rubriek ten goede die anders op den duur uit een ellenlange opsomming zou bestaan.

September 2018; de cijfers...

Totaal aantal objecten: 19 (nr. 5 bevat 12 uitgaven).
Gekocht: 19

Totaal uitgegeven: € 205,43 euro (incl. verzendkosten).
Gedeeld door 19 is gemiddeld: € 10,81 euro per object.

Via Boekwinkeltjes: 5 (1, 2, 3, 4, 5.a., 5.b., 5.c., 5.d., 5.e., 5.f., 5.g., 5.h., 5.i., 5.j., 5.k., 5.l., 7).
Bij Catawiki: 1 (6).
Via kringloop: 1 (8).

Modern: 1 (8).
Marge & klein bibliofiel drukwerk: 1 (3).
Old & rare: 3 (1, 2, 4, 5.a., 5.b., 5.c., 5.d., 5.e., 5.f., 5.g., 5.h., 5.i., 5.j., 5.k., 5.l., 6, 7).

September 2018: de aanwinsten...

We beginnen de maand traditioneel met enkele nieuwe aanwinsten overgenomen via Boekwinkeltjes uit de bibliotheek van Ed Schilders. De volgende drie nummers (12 en 3) kocht ik samen voor € 31,50 euro. De verzendkosten kreeg ik cadeau!


1. C. Lombroso: "Boeven-litteratuur" (Amsterdam, z.j. [1905]), Nederlandse bewerking door dr. A.R. Steenstra. Geïllustreerd met 34 lijntekeningen. Teksten en brieven van gedetineerden. Specifiek ook aandacht voor tatoeages. € 15,- euro. Daklozen, paupers, prostituees, misdadigers... Oude uitgaven over de zelfkant van de samenleving of aspecten daarvan hebben mijn bijzondere interesse. Ook antiquarisch zijn ze vaak schaars en gezocht.

2. P. Heribertus: "Het proces der heiligverklaring" (Den Bosch, 1932). Weer zo'n curieuze Rooms-katholieke uitgave, ditmaal voor € 5,- euro. Over de regels en procedures om gecanoniseerd te worden.

3. B. Ramazzini: "Diseases of printers / De morbis Typographorum" (z.p. [Birmingham], 1989). Vertaling van de Latijnse tekst uit 1713 door Wilmer Cave Wright. Met een biografisch portret van Ramazzini door Malcolm Harrington. Bernardino Ramazzini (1633-1714) was de eerste arts die zich met beroepsziekten bezighield. Oplage 180 ex.; dit is (handgenummerd) nr. 81. € 11,50 euro.


4. G.J. Vos Az.: "Voor den spiegel der historie. Amstels Kerkelijk leven van de eerste zestig jaar der Vrijheid. Gedenkboek bij gelegenheid van het 325-jaren onafgebroken bestaan van den Kerkeraad en van de Classis van Amsterdam" (Amsterdam, 1903).
Mooi behouden foliant van de duurste (dertig gulden) en meest luxe variant in perkamenten band met rugtitels. Voorplat goud bedrukt, bovenzijde goud op snee, handgeschept papier (geen foxing!). Met ex-libris van mr. C.M.J. de Jongh. Dit boek staat al heel lang op mijn lijstje 'lokale geschiedenis' en bevat talrijke fraaie reproducties van gravures van kerkgebouwen en portretten van geestelijken in Amstelland. Gekocht via Boekwinkeltjes voor € 45,- euro bij het Haagse antiquariaat Aquilabooks, die mijn bestelling (ook nu weer) kwam brengen!

In 1921 verschenen er bij het Apologetisch Bureau 'Houvast' in Alkmaar twaalf curieuze traktaatjes in de serie: "Wij Katholieken" (meestal) geschreven door 'Max', pseudoniem van pater A.P.L. van der Sanden (die hoogbejaard tengevolge van oorlogsgeweld in mei 1940 omkwam). Via Boekwinkeltjes vond ik bij het Tilburgse antiquariaat De Refter voor
€ 16,95 euro (incl. verzendkosten) een convoluut met alle twaalf nummers van deze inmiddels schaarse 'Maxbrochures', in originele uitgeversband. Het zijn:

5.a. "De schrik der wegen".
b. "Een aap in den Bijbel".
c. "In den hemel zijn geen secten".
d. "Uit de bioscoop".
e. "De wagen van Jaggernaüt?".
f. "Jan en zijn hond".
g. "Het pausdom, aangevallen en verdedigd".
h. "Door den Jordaan".
i. "De paepsche mis".
j. "De roomsche biecht".
k. "De groote geest".
l. "De advocaat van den duivel".


6. J. Wagenaar: "'T verheugd Amsterdam...",  (Amsterdam, 1768). 
Uniek opdrachtexemplaar in papieren uitgeversbandje voor Mr. Nicolaas Bondt (1732-1792) gesigneerd door Jan Wagenaar. Dit is de niet geïllustreerde octavo editie (eerste druk) die gelijktijdig ook geïllustreerd verscheen in folio. Gekocht via Catawiki voor € 63,41 euro (incl. veiling- en verzendkosten). Binnenkort meer hierover op mijn blog.


7. [H.A. Poels] "Dansen. Beschouwingen door een zielzorger", (Roermond, 1931). Bandtitel: 'Dansen - und Satan lacht dazu'. Vermakelijke en gedetailleerde uitgave over de gevaren en het onzedelijk karakter van dansen uitgegeven door het bureau 'Voor eer en deugd'. Zeldzaam! Gekocht via Boekwinkeltjes bij antiquariaat 'Bij tij en ontij' voor € 15,32 euro (inc. verzendkosten). Klik hier voor mijn blog hierover.



8. A. Venema: "Verleden Tijd. Memoires" (Amsterdam, 1994). Meegenomen uit mijn Kringloopwinkel waar ik ter plekke de eerste twintig bladzijden las en vervolgens besloot om het vlot geschreven boek te kopen omdat € 1,75 euro maar weinig geld is voor wat uurtjes leesplezier. Uiteraard heb ik hier ook Venema's magnum opus staan over 'Schrijvers, uitgevers & hun collaboratie' alsmede zijn boek 'Kunsthandel in Nederland 1940-1945'. Lezenswaardige boeken die hem veel vijanden opleverde...

maandag 24 september 2018

Portret van een rasbibliofiel


Toen ik op het Amsterdamse Waterlooplein in de boekenstal van Jos Albers door een map met portretten bladerde vond ik als laatste daarin een fraaie afbeelding van baron van Westreenen van Tiellandt. Jos gaf mij het portret cadeau en daarmee was Perkamentus natuurlijk zeer verguld!

Willem van Westreenen van Tiellandt (1783-1848) is natuurlijk bij iedere bibliofiel bekend als de grondlegger van het 'Museum Meermanno / Huis van het boek', het oudste boekenmuseum ter wereld. Het in een sierkader geplaatste borstbeeld van deze wat excentrieke baron met al zijn ridderorden is een lithografie "Publié par Soetens & Fils, à La Haye", op een blad van ca. 16 cm. x 22 cm. naar het bekende schilderij van hem door J.R. Post Brants (1811- na 1848). In de bekende 'Beschrijvende catalogus van 7000 portretten van Nederlanders' van Frederik Muller komt het voor onder nummer 6045 a.


Volgens een krantenadvertentie in de Leeuwarder Courant (d.d. 1 juni 1838) verscheen de serie 'vermaarde portretten' uitgegeven door Soetens & Fils (en opgedragen aan Z.K.H. de Prins van Oranje) om de drie maanden in afleveringen van telkens twaalf portretten a één gulden twintig (dus tien cent per portret). In vijf jaar tijd verschenen zeker 256 portretten. Verschillende kunstenaars hebben aan deze serie meegewerkt. Het portret van baron van Westreenen van Tiellandt is linksonder gesigneerd met 'C.L.' Dit monogram is van de kunstenaar Carel Christiaan Antony Last (1808-1876) die rond 1835 ook een litho heeft gemaakt van Donau, de hond van de baron.
Waar de portretten werden gedrukt is niet bekend. Vanaf 1818 is er in Den Haag een steendrukkerij, de latere Koninklijke Steendrukkerij onder leiding van Daniel Abrahams (1795-1854), en daarmee was deze stad - na Rotterdam (1809) en Amsterdam (1816) - de derde plaats in Nederland waar de Lithografie techniek werd toegepast.


Rond 1840 ging de Haagse uitgeverij van Cornelis Soetens failliet. De portrettenreeks werd vanaf januari 1841 overgenomen door de uitgever 'Gebroeders van Lier'.


Nou nog een passend lijstje vinden en een plekje op één van de boekenkasten in de huiskamer, waar ook het beeldje van Laurens Janszoon Coster staat. De ene bibliofiele legende naast de andere...

vrijdag 14 september 2018

Feldzug in Holland 1787, 'naer de Copie van Wezel'


Het is dit jaar precies vijftig jaar geleden dat in het dorp Amstelveen het 'huis met de kogel' werd gesloopt. De (halve!) ingemetselde kogel boven de ingang die het huis (dorpsstraat 59) zijn naam gaf was een tastbare herinnering aan de felle gevechten tussen patriotten en Pruisen op 1 oktober 1787. Al eerder, in de jaren 1920/1921 waren de schansen (batterijen) rondom het dorp weggegraven en dus herinnert er anno 2018 niets meer aan die roerige oorlogsdagen dan wat papieren verslagen.

Voor de met onze vaderlandse geschiedenis wat minder bekende lezers verwijs ik graag naar mijn eerder geschreven stukjes 'Oranje boven!' en 'Dresseren en beschaven', waarin ik kort over de politieke situatie schrijf en het conflict dat in 1787 leidde tot een Pruisische militaire inval onder leiding van veldmaarschalk Karel Willem Ferdinand Hertog van Brunswijk-Wolfenbüttel (1735-1806). Zijn leger, van ongeveer 20.000 man, veroverde op weg naar Den Haag en Amsterdam in korte tijd tal van plaatsen maar alleen bij mijn woonplaats Amstelveen en het naburige dorp Ouderkerk aan de Amstel kwam het tot heftige en verbitterde gevechten.


Over de Pruisische veldtocht van 1787 zijn in de loop der tijd verschillende publicaties verschenen.
Ik heb in mijn goed gevulde bibliotheek een mooi exemplaar staan van de zeldzame uitgave van J.M. Vervat: "De Pruisen voor Amsterdam in 1787" (Amsterdam, 1887) dat ik alweer vele jaren geleden voor dertig gulden kocht bij antiquaar Putman (1923-2013). Vervat beschreef nauwkeurig wat er in die dagen rondom de hoofdstad gebeurde en baseerde zich onder andere op de ruim tien jaar daarvoor verschenen studie van Theodor von Troschke (1810-1876): "Der preussische Feldzug in Holland 1787" (Berlin, 1875), dat in hetzelfde jaar in het Nederlands verscheen (vertaald door K.H.J.J. Hirschmann). Zowel Vervat als Troschke maakten dankbaar gebruik van de meest bekende achttiende eeuwse contemporaine bron met betrekking tot deze veldtocht; het boek van de Pruisische vleugeladjudant van de Hertog van Brunswijk, Theodor Philipp von Pfau (1727-1794): "Geschichte des Preußischen Feldzuges in der Provinz Holland 1787" (Berlin, 1790). Hiervan verscheen destijds ook een Franse (1790) en Nederlandse (1792) vertaling.
So far so good...

Enkele weken geleden trof ik tijdens mijn boekensneupen op Marktplaats een pamflet aan met de titel: "Dag-journael, van de merkwaerdigste gebeurtenissen, by het in Holland ingerukte Pruissische corps-troupen onder het hoog bevel van zyne doorluchtige hoogheid den heere Hertog van Brunswyck voorgevallen" (In 's Gravenhage, z.j. [1788]).
De aanbieder, 'Books4U' oftewel antiquariaat Jan Poutsma uit Kampen vroeg en kreeg er een forse € 40,- voor, exclusief verzendkosten.


Een rood ex-libris op de achterzijde van het titelblad laat zien dat het ooit behoorde tot de bibliotheek van de medicus en seksuoloog Lucien von Römer (1873-1965). Het pamflet van de Haagse drukker en uitgever J.F.J. de Agé  (Knuttel 21739 en 21740) bestaat uit vier genummerde afleveringen (nr. 1. blz. 1-12nr. 2. blz. 13-20nr. 3. blz. 21-28nr. 4 blz. 29-40, totaal veertig bladzijden inclusief de blanco omslag).
Mijn exemplaar bevat drie afleveringen in eerste druk (1, 2 en 4) en één aflevering (3) in tweede druk. Ze komen alle vier voor in de STCN met uitzondering van het tweede deel in eerste druk. Alleen de eerste aflevering eindigt met een vignet, de overige met vermelding van de drukker en de prijs, respectievelijk twee, twee en drie stuivers.
De vier nummers bevatten nauwkeurige aantekeningen over de militaire acties in september en oktober 1787 en dat nota bene twee jaar vóór de publicatie van Pfau (en vier jaar voor de Nederlandse vertaling)! Die primeur verklaart meteen waarom het met 'meer dan gewoone graagheid, by onze Landgenooten' werd ontvangen en De Agé al in juli 1788, in de 'Delftsche Courant', kon adverteren met de vierde druk van de vier nummers (a tien stuivers). Hoe was het überhaupt mogelijk dat die kleine Haagse boekverkoper uit de Vlamingstraat, zo snel na de gebeurtenissen, daarvan gedetailleerd verslag kon doen?

Wat mij meteen was opgevallen en dit pamflet hoogst interessant maakt is de vermelding direct onder de titel: "Naer de Copie van Wezel, uit het Hoogduits vertaeld"!
'Wezel' is de Duitse stad Wesel, de plaats waarheen het Pruisische leger zich begaf na afloop van het Hollandse avontuur. Ze voerden een flinke oorlogsbuit mee, maar ook een behoorlijk aantal krijgsgevangen gemaakte Hollandse patriotten, zowel burgers als militairen. Die werden pas begin december 1787 weer vrijgelaten en de conclusie ligt voor de hand dat via één van hen De Agé de beschikking kreeg over 'copie' aantekeningen van.... Ja, van wat en wie eigenlijk? Het 'Kriegstagebuch' van Von Pfau?

Dat leek mij mogelijk, maar Pfau - dacht ik - was vast en zeker niet de enige Pruisische officier geweest die destijds van dag tot dag de belangrijkste (militaire) gebeurtenissen had genoteerd. En inderdaad; hij bleek zelfs niet de eerste wiens aantekeningen over de Hollandse veldtocht van 1787 in boekvorm waren verschenen. Er bestaat een zeldzaam, enkele jaren eerder (1789), anoniem uitgegeven boekje. Troschke kende het en beschreef het als volgt:
"Tagebuch von dem preussischen Feldzug in Holland 1787. Ohne Angabe von Autor, Druckort und Jahreszahl. 160 Seiten klein = Oktav. Da die kleine mit Wahrheitsliebe und Verständniss abgefasste Schrift älteren Datums als die vorgenannte (Pfau!) zu sein scheint, so muss sie bei vorkommenden Abweichungen nach dieser verbessert werden. Hin und wieder finden sich Stellen, die zur Ergänzung des grösseren Pfau'schen Werkes willkommen sind. Von verschiedenen Seiten wird die Vermuthung aufgestellt, dass auch dieses Werk von Pfau sei, was Vieles für sich hat." (blz. 9/10).
Ook Vervat noemde het, weliswaar in slechts één voetnoot (blz. 53), en schreef het toe aan ene 'Von Bernuth', maar volgens de meest recente gegevens was de auteur Friedrich Wilhelm Franz Philipp Christian von Kleist (1752-1822), die specifiek voor zijn inzet tijdens de Pruisische veldtocht de 'Pour le Mérite' kreeg opgespeld.

Het boekje van Von Kleist telt 160 bladzijden (zonder hoofdstukindeling), maar is gebaseerd op diens manuscript getiteld: "Tage-Buch eines Officiers welcher sich bey dem Feldzug in Holland 1787 im Gefolge des commandirenden Generals Herzog von Braunschweig Durchlaucht befand". Dit handschrift, minder omvangrijk (57 bladzijden plus een kaart van Holland), berust thans in het familiearchief in het stadsarchief van Hamm (Noordrijn-Westfalen).

Direct begon ik met het vergelijken van de teksten van Von Pfau, Von Kleist en mijn pamflet. Al gauw kwam ik tot de overtuiging dat Von Kleist de bron moet zijn geweest voor de pamflet-uitgave van De Agé. De informatie in het pamflet is in de uitgave van Von Kleist grotendeels terug te vinden tussen bladzijde 17 t/m 137. Vaak letterlijk, zoals het verhaal in nummer 4 over de herovering van een in de strijd achtergelaten klein kanon door de Pruisische compagnie Grenadiers van kapitein Ehrlich onder leiding van luitenant Van Fahrendorff.  De grenadiers waren teruggekomen met het geschut en hadden triomfantelijk geroepen: "Nun hohlen wir auch die Grotze". Deze vreugdekreet komt niet voor bij Pfau maar wel bij Von Kleist (blz. 130). Ik vond trouwens ook details in het pamflet die niet in het boekje staan maar dat is niet meer dan logisch omdat De Agé in de inleiding van nummer 4 nadrukkelijk stelt dat hij gebruik maakte van het 'origineele manuscript'.

De eerste drie delen met aantekeningen van Von Kleist verschenen bij De Agé snel na elkaar. Deel 2 eindigt als enige van alle afleveringen met de mededeling: "(Het Vervolg in de aanstaande Week)". Nummer 4 volgde geruime tijd later: "zynde niet gelyk de voorige Nos. met den druk gemeen gemaakt".
Vermoedelijk ontving De Agé al eind 1787 stukje bij beetje aantekeningen uit het manuscript van Von Kleist. De indeling in vieren maakte hij vervolgens zelf, ook al suggereert de inleiding van nummer 2 anders, maar: "met myn voorheen uitgegeeven eerste journaal..." lijkt mij toch echt de uitgever aan het woord te zijn!
De conclusie lijkt mij duidelijk. De Agé drukte de aantekeningen, "Naer de Copie van Wezel, uit het hoogduits vertaeld", zo snel mogelijk af. Hij liet zich de primeur niet ontgaan en zo werd zijn pamflet over de Pruisische veldtocht en de gevechtshandelingen in 1787 een bestseller en de eerste publicatie daarover die in Nederland en Duitsland verscheen.

zaterdag 1 september 2018

Het jaar geboekt, augustus 2018

In de rubriek 'Het jaar geboekt' (zie tabblad bovenaan) houd ik bij wat ik gedurende het lopende jaar bij elkaar verzamel. Per maand verplaats ik dat gedeelte naar de homepage en geef ik 'de cijfers'. In de rubriek blijft het lopende jaar intact. Pas bij de start van het nieuwe jaar zullen daar alleen nog hyperlinks naar het desbetreffende maand(blog) verwijzen. Een en ander komt de leesbaarheid van de rubriek ten goede die anders op den duur uit een ellenlange opsomming zou bestaan.

Augustus 2018; de cijfers...

Totaal aantal objecten: 25 (nr. 1 bevat 3 uitgaven, nr. 3 bevat 8 uitgaven).
Gekocht: 23.
Gekregen: 2 (12, 15).

Totaal uitgegeven: € 178,31 euro (incl. verzendkosten).
Gedeeld door 23 is gemiddeld: € 7,75 euro per object.

Via Boekwinkeltjes: 6 (1.a., 1.b., 1.c., 2, 4, 5).
Via boekenmarkt: 5 (10, 11, 12, 13, 14).
Via Marktplaats: 9 (3.a., 3.b., 3.c., 3.d., 3.e., 3.f., 3.g., 3.h., 9).
Via kringloop: 3 (6, 7, 8).
Via boekhandel: 1 (16).

Modern: 5, 6, 7. 15, 16.
Old & rare: 1.a., 1.b., 1.c, 2, 3.a., 3.b., 3.c., 3.d., 3.e., 3.f., 3.g., 3.h., 4, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14.

Augustus 2018: de aanwinsten...



Uit de bibliotheek van Ed Schilders kocht ik wederom diverse boekjes (nr. 1 en 2).
Nummer 1 bestaat uit drie negentiende eeuwse uitgaven bij elkaar gebonden in een halflinnen band. Ik betaalde er € 24,25 euro voor (incl. verzendkosten). Alle drie zijn tamelijk curieus en antiquarisch vrij zeldzaam. Het gaat om:
1.a. A. Biben: "Kunst om kinderen te bederven" ('s-Gravenhage, 1846). Eerste deel (124 blz.) samen met:
b. A. Biben: "Kunst om kinderen te bederven" ('s-Gravenhage, 1846). Tweede deel (115 blz.). Deze twee uitgaven zijn aardig geïllustreerd met houtgravures. In 2015 werd bij Catawiki een exemplaar (ook beide delen) geveild voor € 110 euro excl. veilingkosten!
Tot slot van dezelfde uitgever (K. Fuhri):
c. "Brieven-Spiegel van Punch" ('s-Gravenhage, 1845). Brieven (en antwoorden) uit het Engels vertaald (niet geïllustreerd).

2. Timotheus (Henri Vaessen): "Gave lichamen" (Geleen, 1940). Uitvoerige en schaarse studie over lichamen en lichaamsdelen van heiligen wier stoffelijk overschot niet ontbindt. Destijds een bewijs voor de heiligheid, tegenwoordig wetenschappelijk verklaarbaar.

Via Marktplaats kocht ik voor € 28,- euro (incl. verzendkosten) de volgende acht deeltjes (van de tien) van de 'Typografische Kruidtuin' uitgegeven door de Haagse uitgeverij Trio.
3.a. "Over de betekenis van de drukkunst in het mensenleven" ('s-Gravenhage, 1948), door Ir. M.C.A. Meischke.
b. "Hoogtepunten in de typografie" ('s-Gravenhage, 1948), door H. van Krimpen.
c. "Inleiding tot den Manuale Tipografico van Giambattista Bodoni" ('s-Gravenhage 1946), 'korte vertaling uit het Italiaans' F. Kerdijk.
d. "Van minnaars en dwazen in boekenland" ('s-Gravenhage, 1949), door F. Kerdijk.
e. "Het spel van wit en zwart" ('s-Gravenhage, 1949), door Pam. G. Rueter.
f. "Drukkers in Venetië" ('s-Gravenhage, 1949), door F. Kerdijk.
g. "Afbeelding en Verbeelding uit de zetkast" ('s-Gravenhage, 1949), door D. Dooijes.
h. "De machinezetters kunnen naar huis gaan" ('s-Gravenhage, 1950), geen auteur. Eén van de twee ontbrekende deeltjes had ik al, de ander kocht ik via Boekwinkeltjes (zie nr. 4). In een: "Een kruidtuin voor vrienden" schreef ik over Trio en gaf ik een overzichtje van deze serie.


4. "Sint Jan voor de Latijnse Poort. Schutspatroon der Schrijvers, Drukkers, Binders, Uitgevers en Boekverkopers" ('s-Gravenhage, 1946), door F. Kerdijk. Samen met nummer 5 gekocht via Boekwinkeltjes voor € 16,32 euro (incl. verzendkosten).


5. "Vijftig jaar deelhebberschap 1898-1948" ('s-Gravenhage, z.j. [1948]). Jubileumuitgave uitgeverij/drukkerij Trio.

Kringloopvondsten zijn er ook ditmaal weer. De nummers 67 en 8 kocht ik bij elkaar voor € 6,75 euro! Alledrie spotgoedkoop, zeker het bijzondere gedenkboekje uit 1892, maar oordeelt u vooral zelf!


6. M.H. Gans: "De Amsterdamsche Jodenhoek in foto's 1900-1940" (Amsterdam, 1974). Uitgegeven in het jaar dat ten behoeve van de Amsterdamse metro oostlijn de sloop van de Jodenbuurt vrijwel was afgerond en die van de Nieuwmarktbuurt bezig was.

7. N. van der Sijs: "Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen" (Amsterdam, 2002). Ben gek op historische taalkunde dus deze ging zonder aarzeling mee naar mijn bibliotheek.


8. B. Behrns: "Gedenkboek bezoek H.H.M.M. de Koninginnen aan Friesland" (Sneek, 1892). Schaars (en redelijk prijzig) boekje met acht foto's (lichtdrukken), voorin gesigneerd 'A. Weremeus Buning'.

9. "Dag-journael, van de merkwaerdigste gebeurtenissen, by het in Holland ingerukte Pruissische corps-troupen, onder het hoog bevel, van zyne doorluchtige hoogheid den heere Hertog van Brunswyck voorgevallen". (z.p, z.j.[1788]). Gekocht via Marktplaats van Books4U oftewel antiquariaat Jan Poutsma uit Kampen voor € 42,49 euro (incl. verzendkosten). Binnenkort meer over dit bijzondere pamflet in mijn blog: "Feldzug in Holland 1787, 'naer de Copie van Wezel'".


Een dagje in de stad met een tocht langs Jos Albers op het Waterlooplein en de vrijdagse boekenmarkt op het Spui leverde vijf aanwinsten op (10, 11, 12, 13, en 14).

10. "De Bloemendaler Minnezangster. Zingende de meest gezochtste en vermakelijkste Huwelijks-Zangen" (Amsterdam, z.j. [ca. 1855]). Zeldzaam feestzangbundeltje dat momenteel alleen bij antiquariaat Brinkman wordt aangeboden voor € 45,-. Ik betaalde bij Jos Albers € 12,50 euro en kreeg er nummer 12 bij cadeau!


11. "De vroolijke lier. Te tokkelen op het eeuwfeest der Vereeniging ter Bevordering der Belangen van den Boekhandel 11-13 augustus 1915" (z.p [Amsterdam], 1915). Zeldzaam bundeltje met (volgens de inhoudsopgave) zeven losse feestliedjes in band met knipsluiting geïllustreerd door Jan Sluyters. Slechts € 2,- euro. Liedje no. 6. 'Das Ewig-Weibliche op de Boekenplank' ontbreekt en dat is ook het geval bij een ander exemplaar dat ik op internet antiquarisch tegenkwam. Wat zou daarvan de oorzaak wezen...? Toeval?

12. Portret van Baron van Westreenen van Tiellandt (Den Haag, z.j. [ca. 1838]). 'Publié par Soetens & Fils, à La Haye' (blad ca. 16 cm. x 22 cm.) naar het schilderij door
J. Post Brants (ca. 1838). Meer hierover in "Portret van een rasbibliofiel".


13. M. Siegenbeek: "Woordenboek voor de Nederduitsche Spelling" (Amsterdam, 1805). De eerste druk in uitgeversband van de befaamde woordspelling van Matthys Siegenbeek (1774-1854) die tot 1883 de officiële schrijfwijze weergaf. Bij antiquariaat De Boekerij v.o.f. van Paul Gaemers voor € 20,- euro.

14. E. Rouveyre: "Connaissances nécessaires à un bibliophile" (Paris, 1878). Tweede druk van dit handboekje voor bibliofielen. Met hoofdstukjes over boekformaten, boekbanden maar ook over 'Ennemis de la bibliotheque', waaronder ratten en... leners!
€ 10,- euro bij antiquariaat Max van Til.


Een stukje Noord/zuidlijn verkennen voerde mij en M. langs het Amsterdamse stadsarchief en boekhandel Scheltema. Het leverde twee aanwinsten op (15 en 16).

15. M. Hageman: "Aids in Amsterdam" (Amsterdam, 2018). Gratis (Engelstalig) boekje bij de gelijknamige tentoonstelling in het Amsterdamse stadsarchief.


16. E. Mourits: "Een kamer gevuld met de mooiste boeken. De bibliotheek van Johannes Thysius (1622-1653)" (Nijmegen, 2016). Gekocht bij Scheltema voor € 18,- euro. Fraaie uitgave over deze zeventiende eeuwse Leidse bibliotheek waar de jaarboek-redactie van het  Nederlands Genootschap van Bibliofielen (NGB) regelmatig onder leiding van de custos Paul Hoftijzer haar vergadering houdt. 

vrijdag 24 augustus 2018

Het 'gemack' van het achtste wereldwonder

"Het enige waar ik minder blij mee ben is het moderne bandje" mompelde ik, terwijl antiquaar Max van Til naar het potloodprijsje van zestig euro keek.
"Geef maar veertig!".
Aangenaam verrast aarzelde ik geen moment over dit koopje en zo werd ik eigenaar van niet één maar twee vroeg negentiende eeuwse uitgaven, samengebonden in een later zwartlinnen band met op de rug het originele rode titelschildje waarop in gouden letters staat: "Fokke, Stadhuis en de Waag".

De titel suggereert één publicatie maar het gaat niet alleen om twee verschillende uitgaven maar ook om twee verschillende auteurs!
Het eerste boekje: "Geschiedkundige beschrijving van het vermaarde stadhuis van Amsterdam", (Amsterdam, 1808) werd geschreven door Jan Fokke (1742-1812).
De tweede uitgave: "Historie van de waag te Amsterdam" (Amsterdam, 1808) is van zijn (half)broer Arend Fokke Simonsz. (1755-1812). Dat beiden uitgaven in hetzelfde jaar verschenen is - anders dan hetzelfde jaar waarin beiden overleden - geen toeval!

In 1808 immers verruilde Hollands eerste KoningLodewijk Napoleon Bonaparte (1778-1846) zijn paleis in Utrecht aan de Wittevrouwenstraat (nog voordat de verbouwingen daar gereed waren) voor het Amsterdamse stadhuis.
"Daar het zijne Majesteit de Koning van Holland behaagd heeft Amsterdam voor zijne zetelstad te kiezen, konde men tot hoogstdezelfs verblijfplaats aldaar, geen luisterrijker, en met de koninklijke waardigheid meer overeenkomend gebouw vinden dan het alomberoemde Stadhuis, binnen de voornoemde stad", schreef Jan Fokke in zijn voorwoord.

Die functieverandering van publiek bestuursgebouw naar privé woonpaleis zorgde vooral binnen voor een complete transformatie. Buiten vonden slechts twee gezichtsbepalende aanpassingen plaats. Aan de voorzijde werd een houten balkon gebouwd dat in 1937 werd vervangen door de huidige (kleinere) stenen variant. Daarnaast besloot de nieuwe 'Konijn van Olland' dat de oude stadswaag uit 1565 (gemoderniseerd in 1775) tot de grond toe moest worden afgebroken om zo het plein te vergroten en uitzicht te krijgen op de vismarkt aan het Damrak (waar thans de Bijenkorf staat).

De sloop, aanleiding voor de tweede uitgave, was nog in volle gang toen het boekje van Arend Fokke Simonsz. verscheen. In zijn voorwoord schreef hij: "Historie van de Waag, dat is, verhaal van al, wat tot deszelve eenige betrekking heeft, trachten bij een te verzamelen, en zouden gaarne, zoo de ter uitgave bepaalde tijd toegelaten hadde te wachten tot de Grondsteen of eerste steen opgegraven ware, het opschrift derzelve insgelijks medegedeeld hebben; doch de onzekerheid, of men wel tot de diepte graven zoude, waar die zich bevindt, en of die dus wel, bij deze gelegenheid, voor het licht zoude verschijnen, heeft ons doen besluiten, om de uitgave van dit werkje daardoor niet verder te vertragen".


Eén van de uitvouwbare illustraties bij de beschrijving van het stadhuis door Jan Fokke is een plattegrond van het gebouw dat ontworpen werd door architect Jacob van Campen (1596-1657) en in 1655 werd opgeleverd. Door zijn imposante verschijning, reusachtige burgerzaal en het overvloedig aanwezige beeldhouwwerk kreeg het stadhuis van Constantijn Huygens (1596-1687) de eretitel van ''s Werelds Achtste Wonder'.
Het meest wonderlijke van dat achtste wereldwonder is in de geschiedenis van dit gebouw het minst belicht. Ik heb het over de 'gemakken' oftewel toiletten.

Wie de plattegrond uit mijn boekje goed bekijkt, ziet in de vier hoeken van het stadhuis een klein kamertje (bij de letters G, H, M en S) met een halfronde uitsparing in het muurwerk met daarin een klein cirkeltje (klik op de afbeelding om deze te vergroten).
Ook aan de voorzijde van het stadhuis bij de trap rechts (Y) ziet u een dergelijk halfrond hokje met een zwarte punt. Voilà...
Van Campen had er van meet af aan rekening mee gehouden want ze staan ook al op het (met inkt uitgewerkte) originele bouwplan uit 1648 dat thans berust in het stadsarchief van Amsterdam. Bij de toiletvoorziening naast het trappenhuis staat bovendien ondubbelzinnig: "Portael en Gemack".


Ik neem onmiddellijk aan dat deze toiletten in eerste instantie bedoeld waren voor de talrijke stadsfunctionarissen die er destijds werkten, maar u wilt van mij wel aannemen dat ook menige bezoeker met aandrang er dankbaar gebruik van heeft gemaakt, zowel mannen als vrouwen, en van hoog tot laag.
De aanwezigheid van toiletten in publieke gebouwen, maar ook woonhuizen of paleizen, was in de zeventiende eeuw nog vrij uitzonderlijk.
Een bekend voorbeeld is het fameuze zeventiende eeuwse Franse Château de Versailles met zijn honderden kamers waaronder 226 woningen en dubbel zoveel appartementen voor tussen de 3000 en 10.000 hovelingen. Er waren in de tijd van Zonnekoning Lodewijk XIV (1638-1715) slechts 2 (twee!) kamergemakken; één voor hem en één voor de Koningin. De meeste adellijke inwoners deden hun behoeften bij hoge nood achter deuren, in een afgelegen hoekje, onder de trap (waarbij de kostbare gordijnen als toiletpapier werden gebruikt), of in de paleistuin. Op je eigen kamerpo kon natuurlijk ook, maar het gedachteloos legen van de po uit een geopend venster leidde niet zelden tot een wat ongemakkelijke kennismaking met andere passerende hovelingen.


Toen Lodewijk Napoleon in 1808 zijn paleis betrok was het ‘Cabinet de toilette’ al klaar. Het bevond zich in de zuidoosthoek van het gebouw (op mijn plattegrond G) op de plek waar vanouds al een gemak had gezeten.

Fokke overigens rept in zijn beschrijving met geen woord over de aanwezigheid van toiletten. Wel schreef hij over de hokken in de gevangeniskelder. "Alle deze hokken zijn ook nog daarenboven met bijzondere deuren afgesloten, en ieder hok is met eene kribbe en heimelijk gemak voorzien" (blz. 33). Vermoedelijk waren deze gemakken (in ieder geval deels) aangesloten op het centrale riool onder het paleis maar het is ook mogelijk dat het ging om losse poepdozen.

Losse poepdozen hebben later ook elders in het stadhuis gestaan want er is in ieder geval één tekening uit 1805 bewaard gebleven waarop een 'los secreet' staat getekend. Het gaat om een tekening van stadsarchitect Abraham van der Hart (1757-1820) met een plan tot verbouwing van de Assurantiekamer (op mijn plattegrond K).


Van hem is ook een tekening bekend met de precieze loop van het centrale riool dat liep vanaf de toen nog ongedempte Nieuwezijds Voorburgwal tot onder de noorder binnenplaats van het stadhuis. Daarop staan geen vertakkingen naar de locaties van de oorspronkelijke gemakken, die vermoedelijk allen hun eigen ‘secreetkuil’ hadden. Eén daarvan was de ‘secreetkuil’ van de latere cipierswoning (die zich in de noordwesthoek bevond, letter M op de plattegrond). Deze kreeg samen met de gootsteen in de woning rond 1800 een directe aansluiting op het riool in de Mozes- en Aaronstraat.


Een afbeelding van de halfronde ingang van dit centrale riool is goed te zien op een achttiende eeuwse gravure in een oudere beschrijving van het stadhuis (die bij de Erven J. Ratelband en Compagnie vanaf 1741 in verschillende talen verscheen). Inderdaad een flink riool, maar dat je er met een bootje in kon varen is een populair volkspraatje!

Geen van de oorspronkelijke gemakken in het stadhuis bleef bewaard. Bij de talrijke verbouwingen en restauraties ging de aandacht niet bepaald uit naar het behoud van de 'kleinste kamertjes' en daarmee verdween precies datgene wat ons Amsterdamse stadhuis in de zeventiende eeuw zo wonderlijk modern had gemaakt.
Zijn sekseneutrale toiletten!

vrijdag 10 augustus 2018

Een kruidtuin voor vrienden

Tal van uitgeverijen/drukkerijen hebben in de loop der tijd klein drukwerk uitgegeven dat gratis werd verspreid onder vrienden en zakenrelaties. Onlangs kon ik een complete serie bemachtigen (inclusief het zeldzame eerste deeltje) van de bekende tiendelige 'Kruidtuin' reeks, uitgegeven door de Haagse drukkerij/uitgeverij Trio. Een dergelijke aanwinst leidt bij mij altijd tot het uitzoeken van de achtergrondinformatie en het korte onderstaande bibliografisch overzicht is daarvan het resultaat.

Trio heeft bijna een eeuw bestaan. In 1894 namen drie - na een staking - ontslagen typografen; J. van der Kamp, C.J. Landman en W.J. van den Bogart, het initiatief hiertoe en werd Boek- en Handelsdrukkerij 'Trio', firma Landman & Co opgericht (vanaf 1 januari 1898 de N.V. Drukkerij Trio). Trio was destijds een van de weinige bedrijven waar het beginsel werd doorgevoerd dat de werknemers (zij die na een proeftijd van drie jaar in vaste dienst waren getreden) deelden in de winst van het bedrijf en dat zij met behulp daarvan een gedeelte van het in het bedrijf werkende kapitaal verkregen. Trio begon met acht man maar toen het vijftig jaar bestond werkten er vijfentachtig mensen. In 1989 werd Trio overgenomen door Mats Goemans Holding B.V. en veranderde de naam in Trio Goemans B.V. In datzelfde jaar werd het archief over de periode 1897-1988 aan het Haags Gemeentearchief geschonken.

Al voor de Tweede Wereldoorlog, rond 1930, werd bij Trio nagedacht over het verspreiden van geschenkjes in de vorm van kleine uitgaven voor vrienden en zakenrelaties 'om bekendheid te geven aan het vele, dat Drukkerij Trio vermag’. Het eerste ontwerp daarvoor werd geleverd door de bekende typograaf Piet Zwart (1885-1977) die ook al reclamedrukwerk voor deze uitgever had ontworpen. Zijn vormgeving voor deze eerste uitgave was destijds echter zo modern en vooruitstrevend dat Trio besloot het boekje niet uit te geven. Er werden slechts enkele proefdrukjes gemaakt waarvan er twee (verschillende) berusten in de collectie van Museum Meermanno in Den Haag

De eerste krantenvermelding van een relatiegeschenk van Trio voor zijn zakenvrienden vinden we in 'Het Vaderland' van 1939 en 1940. Daaruit blijkt dat er in 1939 een rijmprent werd uitgegeven met een gedicht van P.N. van Eyck (1887-1954) en geïllustreerd met een houtsnede van Nico Bulder (1898-1964). In 1940 verscheen een houtgravure van Dirk van Gelder (1907-1990) met enkele woorden van Johan de Witt (1625-1672). Beide uitgaven staan duidelijk in het teken van de oorlogsjaren.

Na de oorlog, vanaf 1946, verscheen een nieuwe serie uitgaven 'Van Trio aan zijn zakenvrienden' onder de noemer 'Typografische Kruidtuin'. Tussen 1946 en 1950 verschenen in totaal tien kleine (ca. 16 cm. x 10,5 cm) genummerde boekjes met tussen de negentien en dertig bladzijden:
1. "Over de betekenis van de drukkunst in het mensenleven" ('s-Gravenhage, 1948), door Ir. M.C.A. Meischke.
2. "Het zetfoutenduiveltje" ('s-Gravenhage, 1948), door Pater dr. B. Kruitwagen OFM.
3. "Sint Jan voor de Latijnse Poort. Schutspatroon der Schrijvers, Drukkers, Binders, Uitgevers en Boekverkopers" ('s-Gravenhage, 1946), door F. Kerdijk.
4. "Hoogtepunten in de typografie" ('s-Gravenhage, 1948), door H. van Krimpen.
5. "Inleiding tot den Manuale Tipografico van Giambattista Bodoni" ('s-Gravenhage 1946), 'korte vertaling uit het Italiaans' F. Kerdijk.
6. "Van minnaars en dwazen in boekenland" ('s-Gravenhage, 1949), door F. Kerdijk.
7. "Het spel van wit en zwart" ('s-Gravenhage, 1949), door Pam. G. Rueter.
8. "Drukkers in Venetië" ('s-Gravenhage, 1949), door F. Kerdijk.
9. "Afbeelding en Verbeelding uit de zetkast" ('s-Gravenhage, 1949), door D. Dooijes.
10. "De machinezetters kunnen naar huis gaan" ('s-Gravenhage, 1950), door F. Kerdijk.

Van de tien deeltjes nam Trio-directeur Ir. Frits Kerdijk (1879-1972) er vijf voor zijn rekening (nummers 3, 5, 6, 8 en 10).

Het meest bekend onder boekenliefhebbers is wellicht nummer 2: "Het zetfoutenduiveltje", door Pater Bonaventura Kruitwagen (1874-1954). Het is feitelijk een vermeerderde en verbeterde heruitgave van het eerder verschenen artikel "Hoe men vroeger drukfouten bij het publiek aandiende" uit 'Het Tarief', uitgegeven door de 'Federatie Der Werkgeversorganisatie in Het Boekdrukkersbedrijf' (Kerstnummer 1925, blz. 14 t/m 19). Het verscheen in 1925 ook als losse overdruk ('Niet in de handel') en is ook het enige deeltje uit de 'Typografische Kruidtuin' dat door Trio los werd herdrukt (1954).


Antiquarisch worden losse deeltjes van de 'Typografische Kruidtuin' regelmatig aangeboden. Vrij zeldzaam zijn het eerste en laatste nummer. Om met de laatste te beginnen; feitelijk was dit geen boekje maar een simpel vouwblad en dat kan een verklaring zijn voor zijn tegenwoordige schaarsheid.
Het eerste nummer: "Over de betekenis van de drukkunst in het mensenleven", door Ir. M.C.A. Meischke kon de uitgeverij al in zijn verschijningsjaar (1948) niet meer naleveren. Ook de overige beginnummers uit de 'Kruidtuin' serie waren al snel op zoals blijkt uit de mededeling in nummer 7 (1949). Daarin wordt tevens het voornemen geuit om na het verschijnen van deel tien de boekjes gebundeld uit te geven.


Die bundel zou ruim tien jaar later verschijnen onder de titel: "Uit de typografische kruidtuin. Een bundel grafisch allerlei herdrukt bij het 50-jarig bestaan van de afdeling typografie van de Eerste Technische School te ‘s-Gravenhage" ('s-Gravenhage, 1962) en bevatte alleen de tekst van de nummers 2, 3, 6, 8 en 9.