Posts tonen met het label Museum. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Museum. Alle posts tonen

vrijdag 18 oktober 2024

Achter de schermen...


Soms duurt het wat langer voordat er een nieuw blog verschijnt. Mijn maandelijkse aanwinstenlijstje(s) bevatten weliswaar leuke en soms bijzondere vondsten, maar niet over alles valt een verhaal te schrijven c.q. smakelijk te bloggen. Desondanks beleeft Perkamentus van alles op boekengebied en daarom ditmaal een onthullende blik achter de schermen van de laatste paar maanden.

Eind juli ontving ik via de mail een bericht van Malou Moen, juniorconservator bij het Huis van het boek in Den Haag (vroeger Museum Meermanno, ook wel Meermanno-Westreenianum). Zij zocht onder de leden van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen iemand die zou willen deelnemen aan de tentoonstelling "Boeken als...".
Perkamentus voelde daar wel wat voor en meldde zich dus aan. 


Malou schreef dat ik een halve plank in een vitrine mocht vullen met boeken (en eventueel andere objecten) die kenmerkend zijn voor mijn deelname aan de boekencultuur. Die 'cultuur' zou in mijn geval het Nederlands bibliofiele wereldje zijn. Behalve het in bruikleen geven van enkele objecten werd mij verzocht bij de selectie een kort begeleidend tekstje te schrijven en een portretfoto te leveren.


Die halve plank in de vitrine - zo had ik berekend - liet maximaal vier objecten toe (van de zes die ik in gedachten had). Deze vier zijn al eens eerder beschreven op dit blog. Het gaat om een fraaie boekband van gebatikt perkament door Lion Cachet (die al eerder daar werd tentoongesteld in 2011), mijn oudste tekst in spijkerschrift op een kleitablet uit Sumerie, een bijzonder opdrachtexemplaar van de Amsterdamse stadshistoricus Jan Wagenaar en een zeldzaam (vaak herdrukt) achttiende eeuws erotisch dichtbundeltje met eigenhandig gemaakte facsimile omslag.

Voor "Boeken als..." schreef ik er het volgende tekstje bij: "Als bibliofiel... Dat is voor mij behalve verzamelen ook het bestuderen van mijn aanwinsten door het lezen van boekhistorische vakliteratuur en het speuren naar/in bronnen. Vanuit huis online (zoals de STCN en Delpher), of door een bezoek aan een bijzondere (universiteit)bibliotheekcollectie of archief. Elke aanwinst is een avontuur waarover ik vaak schrijf op mijn blog: perkamentus.blogspot.com. Het delen van kennis geeft voldoening maar leidt ook tot interactie met de boekwetenschappelijke wereld en andere bibliofiele verzamelaars.
Soms 'completeer' ik mijn aanwinsten door een contemporain schrijversportret toe te voegen en één keer heb ik zelfs een facsimile omslag gemaakt. Restauratiewerk (of opnieuw inbinden) en de vervaardiging van luxe (kostbare) cassettes/overslagdoos laat ik doen door de handboekbinder en boekrestaurator".

Begin september, enkele dagen voor mijn vakantie naar de Franse Provence (Malaucène, nabij de onder wielerliefhebbers zeer bekende Mont Ventoux) bracht ik mijn bruiklenen naar Malou en kon ik de benodigde documentatie (beschrijving plus geschatte waarde) voor de verzekering ondertekenen.
Ik wenste haar veel succes want bij de opening van de tentoonstelling "Boeken als...", op 15 september jl., kon ik dus niet aanwezig zijn.


Uiteraard bezocht ik na terugkeer in Nederland (op 15 oktober jl.) wel de tentoonstelling die nog tot 16 februari 2025 loopt. Bij de expositie verscheen een handzaam tweetalig gidsje waaruit ik de volgende inleidende tekst citeer:
"Wat kan een boek zijn? We weten dat boeken dragers zijn van literatuur en geschiedenis, een eeuwenoude informatietechnologie, maar wat zijn ze nog meer? De tentoonstelling 'Boeken als...' nodigt je uit om opnieuw te kijken naar het boek en de rol ervan in ons leven.
Met behulp van boeken en hedendaagse kunst onderzoekt de tentoonstelling het boek als icoon, ruimte, expressie, hulpmiddel, herinnering en cultuur. Vormt een boek een bewaarplaats voor ideeën, of een speelruimte voor een creatieve geest? Is een boek een gevaarlijk politiek wapen dat de maatschappij kan veranderen... of slechts een zwaar voorwerp? Laat je inspireren, speel, denk na, laat je verbeelding spreken en vul de puntjes in: 'Boeken als'".


In een uur tijd bekeek ik de leuke en informatieve tentoonstelling waaronder de vitrine met mijn bruiklenen gebroederlijk naast die van Harry Potter-fan Mees Tippi Brada (11 jaar), BookTokker Daniëlla Moolenaar en striptekenaar en -verzamelaar Jeroen Funke.
Ik kan iedereen een bezoekje aanraden (sowieso moet elke boekenliefhebber kennis hebben/nemen van de bibliofiele schatten die worden bewaard in het Huis van het boek).
Uit handen van Malou ontving Perkamentus voor zijn deelname - hoe kan het ook anders - een boekenbon en een boekje van Franz Kafka (1883-1924): "Investigations of a dog" (Penguin Modern Classic 14) met een toepasselijk handgeschreven bedankje van Huis van het boek. Aardige geste en ik zeg dan ook 'graag gedaan en tot een volgende keer'...

Een tweede project kwam op gang na mijn vakantie. Al enige tijd geleden werd mijn aandacht gevestigd op de website van Korpora, die erfgoed beheert en verwerft op het gebied van publieke veiligheid. Ten behoeve van een unieke publicatie (met als werktitel: "Brandspuitpenningen in de Lage Landen") werden erfgoedinstellingen zoals musea, maar ook archeologische diensten en verzamelaars opgeroepen om na te gaan of zij relevant materiaal in hun bezit hadden (lees: onbekende lokale brandspuit-penningen of informatie daarover). 
De oproep werd gedaan door senior conservator Louis Ph. Sloos die ik wel ken als medelid van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen. Uiteraard attendeerde ik hem op mijn blog van december 2022 "Brandspuit-penningen van de Overtoom, Nieuwer- en Ouder-Amstel". 


Vrijwel tegelijkertijd kreeg ik email-contact met de twee leden van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Munt- en Penningkunde, Allex Kussendrager en Wiebe Nijlunsing, die zich momenteel hiermee bezighouden. Zij hebben inmiddels breed onderzoek gedaan, talrijke collecties bezocht en al vele duizenden brandspuit-penningen geïnventariseerd en beschreven met als doel de publicatie van een uniek naslagwerk daarover medio 2025. 
Mijn eerdergenoemde blog was hen welbekend en wordt ruimschoots geciteerd in hun voorgenomen publicatie. Hun onderzoek had ook al enkele nieuwe feiten boven water gebracht die mijn bevindingen en conclusies op bepaalde punten aanvulden of tegenspraken. 
Op basis van het concept dat Wiebe mij toestuurde ontspon zich een drukke emailwisseling en leidden diverse vragen, antwoorden en hypothesen tot verduidelijkingen en nieuwe inzichten. Het resultaat was een nieuw gezamenlijk geredigeerd concept waarover wij allen tevreden waren. Inmiddels heb ik mijn blog hierover voorzien van een naschrift en wacht ik in spanning op dit (vast en zeker fraaie) naslagwerk.


En verder?
Verder wordt er druk gewerkt aan het komende jaarboek van ons genootschap en moet ik daarvoor nog wat artikelen lezen, daarnaast gaat het verzamelen natuurlijk onverdroten verder en wacht ik op een zending uit Italië met een in perkament gebonden boekje dat ik via Catawiki kon bemachtigen (binnenkort kunt u daarvan kennisnemen in mijn aanwinstenlijstje van de maand oktober).

En bloggen?
Al geruime tijd staat hier een blog in de steigers (werktitel: "De Dreyfusaffaire als sensatieroman in Nederland"). Ik moet er nog steeds wat foto's voor maken en aarzel een beetje met de publicatie omdat ik nog wat meer informatie verwacht/zoek.

En voorts...
Voorts moet ik natuurlijk ook nog werken om de boeken (primair) en de kost (secundair) te verdienen! Mijn onregelmatige rooster zorgt ervoor dat ik de grote afwezige ben op de komende Amsterdam International Antiquarian Book, Print & Map Fair 2024 in de Passengers Terminal Amsterdam (zaterdag 19 en zondag 20 oktober).
Ze zullen me daar allemaal wel missen...

vrijdag 22 september 2023

De allereerste catalogi van het Rijksmuseum


Toen ik ergens halverwege september bericht ontving van iemand die mij gratis verschillende stadsgidsjes van Amsterdam aanbood zag ik in de meegestuurde foto van enkele exemplaren genoeg aanleiding om nader af te spreken. Op de eerstvolgende boekenmarkt op het Amsterdamse Spui werd mij vervolgens een papieren draagzak vol overhandigd, met een stapel die groter was dan ik had verwacht. Dat kwam - zo werd mij verteld - omdat er ook nog wat oude gidsen inzaten van het Rijksmuseum. Van die mededeling werd mijn enthousiasme niet direct groter, want ik zit (met mijn ruimtegebrek) niet te wachten op allerlei oude museumcatalogi van 'het Rijks' uit de vorige eeuw, die meestal in grote hoeveelheden zijn geproduceerd. Maar toen ik thuis de inhoud van de tas nader inspecteerde werd ik bepaald enthousiast bij de aanblik van de oudste/eerste "Catalogus der schilderijen van het Rijksmuseum" (Amsterdam, 1885), door Abraham Bredius (1855-1946) in zijn originele omslag!

Het voorplat van deze catalogus (145 blz., ca. 13 cm. x 19 cm.) is inclusief de letters getekend en gesigneerd door de kunstschilder en docent aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam C.L. (Carel Lodewijk) Dake (1857-1918). De vrouw gezeten op een stenen voetstuk stelt vermoedelijk de Amsterdamse stedenmaagd of Faam voor. Met een lauwerkrans kroont zij het nog jonge museumgebouw dat vol belofte(n) aan de horizon gloort en waarachter een stralende zon opkomt. Behalve het voorplat bevat deze catalogus nog 50 illustraties van zijn hand van schilderijen uit de - toenmalige relatief nog bescheiden - collectie van het jonge Rijksmuseum. 


Al ruim voor de opening van het nieuwe gebouw aan de Stadhouderskade was bekend dat er een (schilderijen)catalogus zou verschijnen bij de Amsterdamse uitgever Tj. van Holkema. Toen het (nog gedeeltelijk onvoltooide) museum op 13 juli 1885 zijn deuren opende lag deze dan ook - voor 1 gulden per stuk - klaar voor de bezoekers. Die eerste oplage (eveneens verkrijgbaar in het Frans, maar dan zonder het fraaie omslag) verscheen "met toestemming van Z. Exc. den Minister van Binnenlandsche Zaken". Die vermelding treffen we overigens niet meer aan in de tweede verbeterde, en met 300 nummers vermeerderde, druk die nog geen jaar later, in maart 1886, verscheen. Deze bevatte weliswaar nog de illustraties van C.L. Dake, maar vaak op een andere plek en soms slechts gedeeltelijk, zoals de afbeelding van Rembrandt's 'Nachtwacht'. Die werd in de eerste editie (tussen blz. 44/45) nog volledig afgebeeld en in de tweede editie (tussen blz. 68/69) teruggebracht tot de centraal afgebeelde groep. Uiteindelijk zou de (Nederlandstalige) catalogus samengesteld door Bredius in vijf oplagen tot 1897 verschijnen.


Het nieuwe Rijksmuseum begon niet als een eenheid maar startte als een verzamelplek waar al langer bestaande musea/kunstcollectie onderdak vonden. Een en ander is dan ook goed terug te zien in de catalogus van 1885, waarin het schilderijenbezit nog is ingedeeld per collectie, telkens voorafgegaan door een korte inleiding. Tot de eerste binnengekomen verzamelingen behoren die van het Koninklijk Museum, door Koning Lodewijk Napoleon gesticht op 21 april 1808 (in de catalogus 548 schilderijen), het Museum Van der Hoop in Amsterdam (217 schilderijen), 's Rijks verzameling van schilderijen van moderne meesters, vroeger in het Paviljoen 'Welgelegen' in Haarlem (183 schilderen plus wat beeldhouwkunst, afgietsels en kopieën) en de verzameling schilderijen toebehorende aan de Vereniging tot het Vormen van een Openbare Verzameling van Hedendaagse Kunst te Amsterdam (47 schilderijen). Met nog geen duizend schilderijen een bescheiden begin dat echter snel zou aangroeien (het Rijksmuseum bezit nu circa zesduizend schilderijen).


In 1887 verscheen bij dezelfde uitgever al de derde geheel omgewerkte druk van de "Catalogus der schilderijen in het Rijks-Museum te Amsterdam" (Amsterdam, 1887). Volgens het "Geschiedkundig overzicht der catalogi", dat in de latere Rijksmuseumcatalogi door B.W.F. van Riemsdijk (na 1903) werd opgenomen, verscheen deze in twee verschillende oplagen.
De eerste nog met illustraties van Dake en de tweede met houtsneden naar fotografieën door 'Walter'. Mijn exemplaar behoort tot de tweede variant geïllustreerd met vierentwintig houtsneden door Johannes Walter (1839-1895), die vanaf 1880 het grafisch atelier van Joh. Enschedé in Haarlem leidde. Als illustratie op de omslag werd gekozen voor catalogusnummer 249; het portret van Elisabeth Jacobs Bas (1571-1649), weduwe van admiraal Jochem Hendricksz. Swartenhont (1566-1627), waarvan men destijds dacht dat het was geschilderd door Rembrandt van Rijn (1606-1669), maar dat inmiddels wordt toegeschreven aan Ferdinand Bol (1616-1680).

In de derde druk werd de vroegere catalogusindeling losgelaten: "In de vroegere uitgaven van dezen kleinen Gids door het schilderij-museum moesten wij aan de afzonderlijke verzamelingen hunne oorspronkelijke nummers laten behouden, wat voor een aantal bezoekers groote moeielijkheden opleverde. Thans veroorloofde ons de heer Hoofd-Directeur, Directeur van die verzameling (F.D.O. Obreen), in het belang van het publiek, de schilderijen doorloopend te nummeren, waardoor aan dit ongerief een einde kon gemaakt worden. Een aantal stukken, waarmede de verzameling verrijkt werd, zijn wederom opgenomen, zoodat wij het belangrijke getal van bijna 1700 schilderijen kunnen aanwijzen". Daarmee vervielen ook de afzonderlijke inleidingen op de verschillende collecties. In plaats daarvan bevat deze gids een uitgebreide algemene inleiding (blz. V t/m IX), en - een primeur! - de plattegrond van het museum.


In 1903 verscheen de eerste druk van de geheel vernieuwde catalogus samengesteld door Rijksmuseum-directeur B.W.F. van Riemsdijk (1850-1942). Volgens het daarin eerdergenoemde "Geschiedkundig overzicht der catalogi", was dit - na de gidsen geïllustreerd door Dake en Walter - de eerste Rijksmuseumgids in de twintigste eeuw.


Dat is echter niet waar... Pikant is dat Van Riemsdijk in zijn overzicht met geen woord rept over de uitgaven van zijn ondergeschikte, de opzichter bij de bouw en vanaf 1901 klerk/administratief medewerker in het Rijksmuseum Wijnandus Petrus Brons (1849-1919). Die publiceerde namelijk al in 1896 een "Beknopte wegwijzer door het Rijksmuseum te Amsterdam", die vanaf 1902 verscheen onder de titel: "Beknopte Gids door 's-Rijks-Museum bewerkt door W.P. Brons" (Amsterdam, z.j. [1902]). Daarvan zouden tot zijn overlijden herdrukken verschijnen. Ik bezit hiervan de tweede druk uitgegeven rond 1904.
Deze verzwegen en thans geheel vergeten concurrent kostte slechts 25 cent...

maandag 12 december 2016

De complete verzameling


Haarlem is de stad waar volgens sommige koppige en halsstarrige bibliofielen de boekdrukkunst werd uitgevonden door Laurens Janszoon Coster en al twee maal heb ik op dit blog over hem geschreven.
Het is ook de stad waar het Nederlands Genootschap van Bibliofielen (NGB) afgelopen zaterdag, 10 december, haar vijfentwintigjarig jubileum vierde.
Puur toeval natuurlijk maar Haarlem is wel een stad die zijn sporen op het gebied van de boekdrukkunst heeft verdiend!
Het was een jubileumviering in stijl met, net als vijf jaar geleden in Den Haag, een bijeenkomst waar een boekje werd gepresenteerd, een museumbezoek met veel aandacht voor boeken en ‘last but not least’ een afsluitende borrel met diner.

Een kleine honderd bibliofielen verzamelden zich ’s middags vanaf 13.00 uur in het Teylers Museum. Daaronder bevond zich een aantal introducees, waaronder 'De Boekensneuper', die ik persoonlijk had uitgenodigd. Wij werden eerst verwelkomd door Herman Voogd (hoofd collectiebeheer wetenschap Teylers Museum) waarna onze voorzitter, Eddy Schuyer, van wal stak met een feestrede.

Vervolgens was het de beurt aan ons lid Paul van Capelleveen (conservator Koninklijke Bibliotheek), de auteur van onze jubileumuitgave: “De complete verzameling. Notities over het einde van boekencollecties” (Amsterdam, 2016).
Aan de hand van een aantal voorbeelden vertelden hij de aanwezigen hoe uit zijn notities - over de verhouding tussen openbare en particuliere boekencollecties in Nederland vanaf ongeveer 1800 - blijkt dat die relatie in de loop der eeuwen is verschoven.
Na zijn toespraak werd aan hem door Eddy Schuyer het eerste exemplaar uitgereikt.

Hierna sprak Marijn van Hoorn (oud-conservator van Teylers natuurhistorische bibliotheek) over de collectie van het museum onder de titel ‘Teylers boeken en Teylers Bibliotheek’. Tot slot schetste Johan de Zoete (voormalig conservator van Museum Enschedé), onder de titel ‘Over Drukkerij Joh. Enschedé’, kort de geschiedenis van de drukkerij en lettergieterij, die bijna 300 jaar op het Klokhuisplein was gevestigd in het pand waarin zich nu restaurant Stempels bevindt.

Na een korte pauze werd het tijd om met onze neus in de boeken te duiken!
Speciaal voor ons waren een aantal bibliofiele en zeldzame topstukken die zelden of nooit te zien zijn uit de kluis gehaald. Wat dacht u van ‘Birds of America’ van Audubon, de eerste druk van Linnaeus zijn ‘Systema Naturae’, de atlas van James Cook en Hamiltons vulkanenboek? Verder zeer fraai afgezette exemplaren van de ‘Hortus Eystettensis’ van Besler, ‘Poissons, ecrevisses et crabes' van Louis Renard en ook de ‘Atlas Maior’ van Ottens, de ‘Metamorphosis Insectorum Surinamensium’ van Maria Sybilla Merian en rariora als het album met tekeningen van Javaanse planten van Nicolaas Witsen.

Tussen neus en lippen door wierp Perkamentus ook nog een blik op de her en der opgestelde bijzondere objecten waaronder natuurlijk het kastje van Boudewijn Büch (1948-2002) met het befaamde ‘Dodobotje’ (lees schildpadbotje!).
Wie daarna nog tijd en lust had kon ook nog de grote overzichtstentoonstelling van het werk van de schilder Jan Weissenbruch (1822-1880) bekijken.


Tussen 17.30 uur en 21.00 uur was er een gezellige borrel met aansluitend feestdiner in restaurant Stempels waar iedereen zijn bestelde jubileumboekje(s) kon afhalen.

“De complete verzameling. Notities over het einde van boekencollecties’” van Paul van Capelleveen werd uitgegeven door Uitgeverij De Buitenkant en verscheen in oplage van 500 exemplaren (waarvan 250 genummerd voor het Genootschap). Onze jubileumuitgave werd gebonden in een mooie donkerblauw linnen band en past wat betreft vormgeving en formaat prima bij ons jubileumboek uit 2010. De bandstempel evenals de fraaie schutbladen zijn ontworpen door Hansje van Halem. Het boek bevat talrijke illustraties in kleur en zwart/wit, een literatuurlijst en een register (totaal 176 blz.).
De titels van de hoofdstukken zijn:
1. De incomplete verzameling. 2. De kunstverzamelaar als schenker. 3. Het onvrijwillige einde van een verzameling. 4. Particulier of publiek? 5. Hendrik Riedel, ‘Le défunt à son lit de mort’. 6. De verzamelaar zonder keuze. 7. De verzamelaar als museumstichter.
8. De kunst van het wegdoen van boeken. 9. De noodzaak van het weggooien van boeken. 10. De toekomst van de verzameling. 11. Verzamelaars van het werk van Louis Couperus. 12. De verzamelaar als modernist. 13. Revianen en hun collecties.
14. De waarde van het boek. 15. Een verzameling van Russische literatuur.
16. Het ‘waarom’ van een verzameling. 17. De moderne bibliofiel.


Perkamentus die intensief betrokken was bij het een en ander en het jubileumboekje inmiddels van haver tot gort kent vond een paar passages die ook hem als bibliofiel aanspreken en die hij u niet wil onthouden.
Zo schrijft Paul over hoe hij in de jaren tachtig bijkluste bij de meesterboekbinder David J. Simaleavich:
“Wat me destijds aansprak was dat de meest uitzonderlijke boeken konden worden opgesteld in de lelijkste kasten, of dat nu ongeschilderde Ikea-kasten zijn, of special getimmerde houten planken langs meterslange muren. Bij David stonden de bandjes in Billy’s” (blz. 14). Idem bij Perkamentus!

Ook constateerde Paul destijds aan de hand van catalogi dat de verzameling van Ton Leenhouts (Charles-Ricketts en Vale Press verzamelaar) ‘niet compleet’ was.
“Wat ik niet besefte was dat ik niet te maken had met een verzamelaar die naar completering streefde, maar naar een liefhebber die puur voor zijn eigen plezier boeken kocht, daarbij steeds nieuwe wegen inslaand, nieuwe kernen in de collectie aanbrengend die soms op een voor mij onnavolgbare manier aan elkaar gerelateerd waren. Dat was juist de hoofdzaak van zijn collectie. De verzameling als een aaneenrijging van interesses, een netwerk, niet een fort; een spoor van associaties, niet een zucht naar vervolmaking. Leenhouts is een verzamelaar die zijn intuïtie en passies nooit heeft laten verdringen door een monomane verzameldrift (met verplichte nummers zoals topstukken). Zijn verzameling spiegelde zijn persoonlijkheid en zijn diepgaande veranderlijke interesses” (blz. 14/15).

Deze manier van verzamelen typeert ook Perkamentus antiquarius.
Ik ben - zoals bekend - een liefhebber van oudheden waaronder vooral boeken, maar zelfs op boekengebied heb ik vele interessegebieden (waartussen soms onnavolgbare relaties zitten). Lees mijn blog en u kent mijn collectie en interesses.


En deze – tot slot - is ook heel waar!
“… de manier waarop Umberto Eco zijn privébibliotheek volstouwde met ongelezen boeken, meer boeken dan hij ooit zou kunnen lezen. Daarbij ging het niet om het feit dat ze ongelezen bleven, maar dat ze gelezen zouden kunnen worden. Wie een boek niet kent, weet niet dat hij het kan lezen” (blz. 97).

Dus kopen dat jubileumboekje (€ 35,- euro), lezen kan dan altijd nog!

woensdag 10 oktober 2012

Mijn andere favoriete winkel

Anders dan menige vrouw (en precies zoals menige man) ben ik geen liefhebber van winkelen. Uitzondering zijn de boekwinkel en de museumwinkel. De laatste is bij mij altijd een vast onderdeel van een museumbezoek in het binnen- of buitenland.
Tegenwoordig beschikken dergelijke verkooplocaties niet alleen over ansichtkaarten, dia’s, posters en boeken maar ook over replica’s van objecten en een enkele keer worden zelfs echte ‘museumstukken’ verkocht.


Dat was ruim dertig jaar geleden in Nederland, met een enkele uitzondering zoals het Rijksmuseum in Amsterdam, nog niet echt gebruikelijk. Ik was daarom aangenaam verrast toen ik destijds op vakantie in Engeland het British Museum in Londen bezocht en daar, na enkele uren door de zalen te hebben gedwaald, een goed voorziene museumshop binnenwandelde.
Haast vanzelfsprekend kocht ik een kleine kunststof replica van de steen van Rosetta, in een lelijke rode cassette, met een boekje van C. Andrews. De sleutel tot de ontcijfering van Egyptische hiërogliefen door de fransman Jean-François Champollion (1790-1832) heeft altijd al tot mijn verbeelding gesproken. Nog steeds is deze replica, voor vijfendertig pond, verkrijgbaar en er zullen inmiddels wel duizenden exemplaren over de hele wereld zijn verspreid. In een Nederlands antiquariaat ben ik ze overigens nog niet tegengekomen.


Een ander voorbeeld van zo’n museumobject ligt hier op de vensterbank. Het is een replica (van klei) van de schijf van Phaistos. Alweer dertig jaar geleden meegebracht uit Kreta na een bezoekje aan het archeologisch museum van Herakleion. Los daarbij kocht ik meteen een boekje met een wetenschappelijke beschrijving van de aan beide zijden met pictogrammen bestempelde schijf en een andere uitgave waarin twee Grieken beweerden dat ze de boodschap hadden ontcijferd (“The mystery of thousands of years finally solved”). Volgens hen ging het om een soort brief geschreven door de mythische Daedalus! Volslagen onzin natuurlijk maar er zijn in de loop der jaren wel meer van dergelijke fantastische verklaringen voor de inscriptie verschenen. Tot op heden blijft de werkelijke betekenis echter een mysterie.


Mijn belangstelling voor dit soort replica’s zit in het feit dat, ook al zijn het geen boeken, ze wel een bepaalde band hebben met het gesproken, geschreven of gedrukte woord. Dergelijke objecten vind je meestal niet in de boekenkast en wellicht daarom ben ik ze nog niet vaak bij anderen tegengekomen. Wél aanwezig bij menige bibliofiel zijn facsimile uitgaven van boeken, handschriften of oude kaarten. Die staan – ook bij mij - in diverse soorten, maten en prijzen (zoals hier en hier is te lezen).


Weliswaar niet in een museumwinkel gekocht maar wel een bijzonder fraaie combinatie van replica’s mét een facsimile is; “History of the Horn-Book” (Amsterdam, 1971) van Andrew W. Tuer. Het is een uitgave van antiquaar Simon Emmering (1914-1999) en bestaat uit een ongewijzigde herdruk van de originele tweedelige uitgave uit 1896 en een cassette met daarin verschillende typen hornboekjes, waarvan drie uitgevoerd op houten plankjes met metaalbeslag.

woensdag 23 maart 2011

Adri heeft gelijk

De portretfoto van de bibliofiele verzamelaar Adri Offenberg (door Rebke Klokke) is één van de foto’s die prominent in beeld is op de flyer en de website van Museum Meermanno, ter promotie van de tentoonstelling en het daarbij verschenen boek: “Uit de schaduw. Twintig jaar Nederlands Genootschap van Bibliofielen“ (Amsterdam, 2011).

Er was iets met die foto. Ik kon het eerst niet goed thuisbrengen maar toen ik afgelopen weekend door het jubileumboek bladerde en Adri's bijdrage las en de foto’s bekeek (blz. 210-217) werd het me meteen duidelijk. Dat voorste kleine boekje in zijn handen, één van zijn keuzes voor de tentoonstelling, zit ook in mijn collectie.
Het gaat om een exemplaar (één van de slechts vijfendertig op Hahnemühle Kanzlei Bütten) van: “AB. Kelale ha-alef bet la lemed la-talmidim ba-lashon ha-italyani = Abbecedario giudeo-italiano. MS Leiden Or 14251”, (Nederlandse titel): “De regels van het alphabet om het de leerlingen te onderwijzen in het Italiaans” (Quid Novum Pers. Amersfoort, 1976).

De afbeelding op de omslag van dit bibliofiele abecedarium is een afdruk van een ongeveer driehonderd jaar oud houtblok; ooit gebruikt door een Amsterdamse Joodse drukker als sierstuk voor een titelpagina.
Het houtblokje bevindt zich bij Bijzondere Collecties in Amsterdam in de Bibliotheca Rosenthaliana waar Adri heeft gewerkt. Ooit toonde hij het bijzondere blokje aan zijn vriend en drukker Albert van der Heide van de Qiud Novum Pers. Albert, die zich als enige in Nederland in Hebreeuwse teksten specialiseerde, was meteen enthousiast en leende het van Adri om er een nieuwe afdruk van te maken voor dit boekje.
Adri, die kennelijk net als ik van ‘bibliofiele fraai verzorgde boekjes gedrukt in een beperkte oplage’ houdt, vindt dit één van de mooiste drukwerkjes van deze pers.

Adri heeft gelijk.

zondag 20 maart 2011

Uit de kast!


In april 2009 had ik al een paar stukjes op mijn weblog geschreven toen ik me plots realiseerde dat de door mij gekozen blognaam ‘Perkamentus’, ook de Nederlandse naam is van de tovenaar in de Harry Potter boeken en films.
U begrijpt, ik ben niet echt een fan van de boeken van J. Rowling, maar het portretje van de oude wijze ‘Dumbledore’ (toen nog gespeeld door acteur Richard Harris) sprak mij wel aan en werd zodoende een tijd lang ‘mijn gezicht’ op dit blog (NB. verwijderd 4-9-2012).

Ik houd het niet voor onmogelijk dat een aantal lezers onder u werkelijk heeft gedacht denkt dat ik op hem lijk.
Ik moet hen helaas teleurstellen. Maar het wordt nog erger... want in het dagelijks leven is ‘Perkamentus’ niet mijn echte naam. Ik ben geen schoolhoofd noch werkzaam in het onderwijs, Gelukkig ben ik ook nog geen 115 jaar oud (maar 49), heb ik geen lang grijs haar, woon ik niet in een kasteel en nee…toveren kan ik helaas ook niet.
Ik ben wél een gepassioneerd liefhebber van cultureel erfgoed en een bibliofiel.
Wie van mij het naadje van de kous wil weten moet nu naar Museum Meermanno in Den Haag voor de tentoonstelling en het daarbij verschenen boek: “Uit de schaduw. Twintig jaar Nederlands Genootschap van Bibliofielen“ (Amsterdam, 2011).


De bijeenkomst gisteren, op een zonovergoten dag in Den Haag, was een belangrijk moment voor het Nederlands Genootschap van Bibliofielen.

Samen met vele genootschapsleden was ik in Pulchri Studio aan het Lange Voorhout in Den Haag. Voorzitter Eddy Schuyer opende om drie uur met een welkomstwoord waarna een korte toespraak volgde door Maartje de Haan, directeur Museum Meermanno. Vervolgens sprak Piet Buijnsters (wie hem niet kent is geen bibliofiel!) de aanwezigen toe en kregen we, zoals verwacht, een aantal smakelijke anekdotes te horen.

Hoogtepunt was natuurlijk de presentatie van ons jubileumboek. Uit handen van Eddy Schuyer ontving Edwin Bloemsaat (zie foto hieronder), die samen met zijn echtgenote hieraan erg veel werk heeft verricht, het eerste exemplaar.


Eerlijk is eerlijk; het is werkelijk een prachtig boek geworden, zowel wat inhoud betreft als fotografie (Rebke Klokke), vormgeving (Hansje van Halem) en uitvoering door Uitgeverij de Buitenkant. De verhalen door bijna zestig leden, waaronder ikzelf, over hun bibliofiel verzamelen vormen boeiende en aangename lectuur die wordt afgewisseld met foto’s van de bibliofielen (in zwart-wit) en ‘highlights’ uit hun collectie (in kleur).
Het boek is eigenlijk een mooie aanvulling op Piet Buijnsters': “Geschiedenis van de Nederlandse Bibliofilie” (Nijmegen, 2010). Vele leden kochten meerdere boeken (om - net als ik - nog exclusiever te laten inbinden of om cadeau te doen) en vermoedelijk zal de oplage van duizend exemplaren snel uitverkocht zijn.

Na de opening in de Pulchri Studio werd de tentoonstelling in Museum Meermanno bezocht waar tevens de gelegenheid bestond om onder het genot van een hapje en een drankje nader kennis te maken en te vertellen over onze bibliofiele verzamelpassie en de laatste nieuwtjes uit de wereld van het boek.
Erg gezellig was tenslotte het jubileumdiner in het gerenommeerde Hotel des Indes waar ik aan tafel zat met o.a. Ayolt Brongers (auteur van het "ABCDarium voor de boekensneuper", waarvan binnenkort een nieuwe geillustreerde uitgave verschijnt), medeblogger Steven de Joode en de (oud) antiquaren Ab van der Steur en Chiel Roos.

U zult begrijpen dat ook daar het gesprek ging over boeken, verzamelen en alles wat daarmee te maken heeft. Vervolgens werd er in een naburig café nog wat nageborreld en lag ‘Perkamentus’ pas rond twee uur ’s nachts – moe maar voldaan - in zijn mandje.

Kortom; 'bibliofielen aller landen' op naar Den Haag voor deze bijzondere tentoonstelling en kopen dat boek. U zult er beslist geen spijt van krijgen.


vrijdag 3 december 2010

Tentoonstellingscatalogi


Tentoonstellingscatalogi heb je in allerlei soorten en maten. Elke bibliofiel heeft er wel een paar in zijn collectie staan. Slechts enkele hebben eeuwigheidswaarde, bereiken een cultstatus of zijn om wat voor reden dan ook kostbaar.
Het gros, zeker wat je tegenwoordig tegenkomt in de museumwinkel, is goedkope massaproductie. Soms is bij het verschijnen al voelbaar dat het iets bijzonders is/wordt. Neem bijvoorbeeld de gesigneerde mini overzichtscatalogus die afgelopen juni verscheen bij de tentoonstelling van het werk van Irma Boom in de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam. Onlangs kwam ik op Marktplaats al een gesigneerd exemplaar tegen dat bij opbod werd verkocht (laatste bod € 25,- euro).

Anderen zijn al wat ouder maar desondanks nog goed verkrijgbaar en betaalbaar zoals de klassieker: “Printing and the mind of man. Catalogue of the exhibitions at the British Museum and at Earls Court, London 16-27 july 1963”. In 1967 en 1983 verschenen herziene uitgaven, in boekvorm, die overigens heel wat duurder zijn.
Nog zo’n voorbeeld is de catalogus die verscheen in 1973 bij de tentoonstelling in de Koninklijke Bibliotheek Albert I in Brussel: “De vijfhonderdste verjaring van de boekdrukkunst in de Nederlanden”. Als liefhebber van boeken over boeken is een exemplaar in eigen bezit toch niet meer dan logisch?
Enkele catalogi zijn kostbaar geworden.
Zo ben ik een groot bewonderaar van Hendrik Nicolaas Werkman (1882-1945) en kom regelmatig drukwerk druksels van hem tegen op beurzen en veilingen.
Als liefhebber wil je dan natuurlijk een exemplaar hebben van: “Hot Printing. Catalogus van druksels en voorlopige catalogi van gebruiksdrukwerk. Litho's, etsen, houtsneden, tiksels en schilderijen van Hendrik Nicolaas Werkman” (Amsterdam, 1963). Prijzen voor deze uitgave variëren nu zo tussen de € 120,- en € 175,- euro. Toen mij een mooi exemplaar voor € 60,- euro werd aangeboden heb ik niet lang geaarzeld!


De oudste tentoonstellingscatalogi in mijn collectie zijn van 1876.
In de zomer van dat jaar, een jaar na het 600-jarig jubileum van de stad Amsterdam, werd in de zalen van het Amsterdamse Oudemannenhuis (thans gebouwen van de Universiteit van Amsterdam) een Historische Tentoonstelling gehouden. Het was een belangrijke en groots opgezette manifestatie die veel tot dan toe verborgen voorwerpen van kunst en kunstnijverheid in openbaarheid bracht en waarvan velen vroeger of later in openbare collecties zijn terechtgekomen. De expositie zou tevens leiden tot de oprichting van het Amsterdams Historisch Museum, dat in 1925 zijn poorten opende in de Waag (de Middeleeuwse Sint Anthoniespoort).


Er verschenen in 1876 feitelijk twee catalogi, die nu schaars zijn en zelden compleet worden aangeboden in het antiquarisch circuit. De ene is een vrij droge opsomming zonder illustraties van de bijna 4.500 getoonde objecten met een korte beschrijving en vermelding van de eigenaar (264 blz. inclusief register). Hierbij hoort een bijlage ‘nagekomen en nader beschreven bijdragen’ (35 blz. exclusief register). Het belang van deze uitgave is dat vele in particulier bezit zijnde historische objecten hierin voor het eerst werden gesignaleerd. Als het gaat om de herkomst (‘provenance’) van museale (veiling)stukken wordt nogal eens naar deze tentoonstellingscatalogus verwezen.


De ander is van D.C. Meijer jr. en draagt de titel: “Wandeling door de zalen der Historische Tentoonstelling van Amsterdam” (Amsterdam, 1876). Deze catalogus voert de bezoeker op verhalende wijze door de thematisch ingerichte zalen waarbij een aantal hoogtepunten wordt beschreven.
De uitgave is opmerkelijk vanwege zijn tien originele ‘photographiën’ van kunstobjecten gemaakt door Pieter Oosterhuis (1816-1885). Niets is thans zo gewoon als een fraaie en uitbundig geïllustreerde fotocatalogus maar in 1876 was het gebruik van originele foto’s als boekillustratie nog maar twintig jaar oud. De foto’s werden zoals in dit geval tussen de desbetreffende pagina’s ingeplakt en in het ‘bericht voor den binder’ treffen we daarom behalve de aanwijzing voor de ‘plaatsing der platen’ ook een aanwijzing aan voor de ‘plaatsing der photographiën’. Hierin zou pas verandering komen met de introductie van een nieuwe druktechniek in de jaren tachtig van deze eeuw; de autotype. Deze maakte het mogelijk foto’s gelijk met het letterzetsel in dezelfde drukgang af te drukken.


Mijn tot dusver laatste catalogus kocht ik een paar weken geleden toen ik de Philipsvleugel van het Rijksmuseum bezocht. "De meesterwerken gids” (Amsterdam, 2009) is een toeristisch massaproduct voor een klein prijsje (€ 7,50 euro) en een typisch voorbeeld van een hedendaagse museumcatalogus: handzaam voormaat, kleurrijk en uitbundig geïllustreerd, meertalig en niet te veel droge tekst.
À propos... Eén van de getoonde objecten is het marmeren borstbeeld van de Amsterdamse burgemeester Andries de Graeff (1611-1678) door de beroemde beeldhouwer Artus Quellinus (1609-1668). Het is catalogusnummer 420 in de Historische Tentoonstelling van 1876 en één van de ‘photographiën’ in het boek van Meijer.