vrijdag 29 december 2017

Vissen achter het net, naar Willem en Jet

Achter het net vissen...
Het overkomt iedere verzamelaar.
Wijlen Gerrit Komrij (1944-2012) overkwam het op de Deventer boekenmarkt, zoals u hier kunt lezen.
Mij overkwam het - jaren terug - toen antiquaar Ab van der Steur (1938-2012) een exemplaar van: "Uit het leven van Koning Gorilla" (van S.E.W. Roorda van Eysinga) vlak voor mijn neus vond en voor een luttel bedrag kocht.
Dat pamflet wordt wel gezien als het meest fameuze schotschrift tegen ons Koningshuis, meer specifiek tegen onze toenmalige vorst Koning Willem III (1817-1890). Er bestaan verschillende edities van en in totaal zijn er vermoedelijk zo'n 100.000 exemplaren van verspreid! Regelmatig worden exemplaren door antiquaren en veilinghuizen aangeboden en heel zeldzaam is het dus niet.
Zeldzamer is een brochure met los uitgegeven spotprent vol majesteitsschennis tegen Koning Willem I der Nederlanden (1772-1843). De brochure vond ik in een antiquariaat maar voor die losse prent moest ik achter het net vissen...!

Dit bibliofiele avontuurtje begon allemaal een paar weken geleden met het besnuffelen van de laatst toegevoegde items op Boekwinkeltjes van antiquariaat Boek en Glas in Amsterdam.
Ik geloof dat ik mijzelf een vaste klant mag noemen van dit antiquariaat. Veel van antiquaar Louis Putman (1923-2013) kwam destijds bij Boek en Glas terecht en regelmatig bieden de eigenaren Conchita en Peter leuke boekjes, brochures en ander bijzonder drukwerk aan voor schappelijke prijzen.
Al snuffelend viel mijn oog op een raadselachtige titel: "Brief aan een inwoner van Vetweidenland, bij gelegenheid van het huwelijk van Willem Kaaskooper en Jetje Dondermond" (Amsterdam, 1841).


Nieuwsgierig geworden begon ik mijn zoektocht naar achtergrondinformatie op internet en in mijn bibliotheek.
Blijkens het titelblad verscheen deze publicatie in 1841 anoniem 'voor eigene rekening' te Amsterdam ("In de Kerkstraat, bij de Leidschestraat, No. 264"). Het is één van de schotschriften die destijds verscheen ter gelegenheid van het zeer omstreden tweede huwelijk van de inmiddels afgetreden Koning Willem I der Nederlanden met zijn katholieke hofdame Henriette d'Oultremont de Wégimont (1792-1864). Het in hun nieuwe woonplaats Berlijn gesloten morganatische huwelijk leidde tot een schandaal in Nederland. Henriette was rooms-katholiek (en moest daarom aan de Paus dispensatie vragen) maar bovendien geen prinses. In hofkringen was het daarnaast een publiek geheim dat Willem al vele jaren een andere hofdame tot minnares had, de gouvernante van zijn jonggestorven dochter Paulina (1800-1806), baronesse Julie von der Goltz (1780-1841). Hij had bij haar al vier onwettige kinderen verwekt!

Onze anonieme briefschrijver gaf - zoals u zelf kunt lezen - een vrolijke beschrijving van de bruiloft waar enkele schunnige liedjes ten gehore werden gebracht en besloot zijn bericht geschreven 'op den huize Spotlust' met een veelzeggend postscriptum:

"PS. Zoodra wij hier den kaneelstok roeren, zal ik het u ten spoedigsten melden, Wim heeft beloofd zijn best te zullen doen. - Jet heeft reeds mijn dochtertje belast met het breijen van vaderliefjes (een driehoekig babymutsje) en mijne vrouw heeft de toezegging der levering van de luijermand".

Bijzonder interessant is de informatie over deze brochure die ik vond in Jeroen Koch's biografie: "Koning Willem I, 1772-1843" (Amsterdam, 2013). Daarin schreef hij dat zelfs de republikeinse en revolutionair gezinde journalist Eillert Meeter (1818-1862) het maar een vunzig drukwerkje vond, een pamflet vol vulgaire satire van 'beginselloze pamflettisten en rijmelaars'. "Maar de samensteller was wél goed geïnformeerd zoals de redacteur van de 'Tolk der Vrijheid' wist. De schrijver van het schotschrift was hoogstwaarschijnlijk of Van Andringa de Kempenaer (1804-1854) of Van den Biessen (1797-1845). Mogelijk hadden zij de gefingeerde brief samen gecomponeerd. En zij ontleenden hun kennis over de perikelen aan het hof aan niemand minder dan de toenmalige prins van Oranje, inmiddels Koning Willem II, die hun voor zijn lastercampagne tegen zijn vader in maart 1840 de nodige details had toegespeeld" (blz. 550/551)!


Volgens een rapport van Dr. Mr. Daniël Jacob van Ewijck van Oostbroek van de Bilt (1786-1858), gouverneur van Noord-Holland, veroorzaakte het huwelijk in Amsterdam in verschillende sociëteiten relletjes waarbij vooral de daar aanwezige portretbustes van de voormalige Koning het moesten ontgelden. Van één werd de neus afgeslagen en een ander werd als bewijs van minachting bij afslag geveild voor vijfentwintig cent. Bij dit rapport was een pamflet gevoegd, dat in Amsterdam veel werd verkocht en gelezen: "Brief aan een inwoner van Vetweidenland, bij gelegenheid van het huwelijk van Willem Kaaskooper en Jetje Dondermond"!
De oplage moet dus vrij aanzienlijk zijn geweest maar ongenoemd en kennelijk minder bekend is de hierbij uitgegeven litho "Het huishouden van Willem Kaaskooper" (ca. 41 cm. hoog en 36 cm. breed). Deze vertoont zes afbeeldingen, elk met eenregelig onderschrift;
Op de eerste afbeelding zien we het schip 'Nederlanden' dat overstag gaat en Willem I die hard wegloopt van het schip. Onder deze afbeelding staat: "Wim redt zijn g...". Op de tweede afbeelding staat Willem I in een kaaswinkel, leunt tegen een toonbank en staat op de grondwet. De koning zegt tegen de kaasverkoper: "Daar kan nog wel wat af". Onder de afbeelding staat: "Wim doet de affaire over". Op de derde afbeelding zit Willem I in een grote stoel in een kamer bij de open haard. Uit zijn mond komen de woorden: "Waar blijft Jet Dondermond". In de deuropening staat een vrouw in een lange japon met een kapje op haar hoofd die tegen Willem zegt: "Hier lieve Kaaskooper". Onder deze afbeelding staat: "Wat zit ik hier warmpjes". De vierde afbeelding toont Willem I incognito met hoge hoed en cape als hij per trein aankomt in 'Zwart Adelaar' (Duitsland) en welkom wordt geheten: "Welkom, welkom met jou duitjes".  In zijn gevolg lopen mannen te sjouwen met grote kisten. Deze afbeelding draagt de titel: "Wim komt in zwart adelaars land".
Op de vijfde afbeelding lopen Willem I en Jet gearmd weg van de kerk, omringd door belangstellenden. Onder deze afbeelding staat: "Wim en Jet zijn getrouwd".
De zesde en laatste afbeelding toont Willem I en Jet tegenover elkaar gezeten in een kamer met op de achtergrond een hemelbed. Onder de afbeelding staat: "Jetje in gezegende omstandigheden". Uit de mond van Willem I komen de woorden: "Wat is dat Jetje, nu al?" En Jet zegt: "C' est l'amour, l'amour, l'amour Wimpje". Geheel onderaan staat het uitgeversadres (dat hetzelfde is als op de titelpagina van de brochure).


Beide, brochure en litho, worden genoemd in het standaardwerk van Frederik Muller: "Nederlandse Historieplaten" (onder nummer 7038). 'Zeldzaam' schreef Muller in zijn beschrijving en een dergelijke kwalificatie van hem (toen al!) mogen we gerust overnemen. Desondanks is er momenteel één antiquariaat die beide aanbied! Bij Van der Steur kunt u de litho samen met de brochure kopen voor honderdeenentachtig euro.
Boek en Glas bood de brochure aan voor vijftien euro. Ik aarzelde even met mijn besluit om tot aanschaf over te gaan. Mijn lichte aarzeling betrof niet de vraagprijs want die was beslist niet hoog, maar ja.... die brochure is maar de helft van het verhaal en hoe groot is de kans om die litho nog eens los tegen te komen en te kopen?

Toen ik vervolgens in Google naar afbeeldingen van de spotprent zocht wachtte mij een verrassing. Ergens tussen alle afbeelding vond ik een heel klein plaatje dat verwees naar een advertentie op Marktplaats waarin de litho werd aangeboden!
De advertentie was echter al geruime tijd geleden geplaatst en bestond inmiddels niet meer.
Met veel moeite kon ik echter de oude advertentietekst en naam van de verkoper achterhalen. Die bleek verder geen advertenties op Marktplaats te hebben geplaatst.
Perkamentus viste achter het net...
Desondanks besloot ik om mijn hengel achter het net uit te gooien en stuurde ik via Marktplaats een berichtje naar het oude emailadres van destijds met de vraag of de litho nog te koop was (ik bood vijftien euro). De kans op antwoord schatte ik niet al te hoog in....
Groot was mijn blijdschap toen ik slechts enkele dagen later een positief antwoord ontving. Inmiddels werd de litho verenigd met de brochure. Weer een zeldzaam object voor mijn collectie 'old & rare' en compleet dankzij vissen achter het net!

vrijdag 15 december 2017

Uit de begintijd van het Leger des Heils

Alweer vier jaar geleden zond TV Oost: "Hang naar schoonheid" uit.
Een documentaire (van Olaf Witkamp) over de bevlogenheid, passie en de liefde voor het geschreven en gedrukte woord. Drie totaal verschillende antiquaren over hun handel, de ups- en downs, verleden en toekomst. De erudiete antiquaar Jos Wijnhoven (overleden in 2017), de met de tijd en veranderingen worstelende Pieter van der Meer (gestopt in 2016) en de mistroostige notoire zwartkijker Willem Oving (Mulder Boekenvreugd), 'still going strong'.

Twee weken geleden struinde ik langs Willem's kraam op de Spui boekenmarkt. Zoals altijd bij Willem verkeert zijn boekenstalletje in een constante staat van ontbinding. Chaotisch en rommelig, zo ziet Willem het graag, want hij heeft een bloedhekel aan geordende kramen zoals hij zelf in de documentaire zegt. Vaak zit hij quasi ongeïnteresseerd met een schaakbord voor zijn kraam en soms verkoopt hij wat.
"Maar ehh... boeken verkopen is ehh... net zo makkelijk als ehh... pruimtabak ehh... verkopen", aldus deze antiquaar.
Toch mag ik hem wel. Ik behoor zelf ook niet tot de meest optimistische en vrolijkste mensensoort en een zekere mate van cynische ironie (of is het puur realisme?) kan ik wel lijden.

Op de tafel tussen wat stapeltjes boeken lag ditmaal een hoopje vluchtig drukwerk. Op dun papier gedrukte strooifolders, circulaires, enveloppen en dergelijke uit de begintijd van het Leger des Heils. Oud, soms geïllustreerd (lijnclichés) en vermoedelijk uiterst schaars. Ziedaar drie redenen om uit de stapel een selectie te maken en die voor twee tientjes van Willem over te nemen.
Sommige folders en enveloppen waren op grote bruine vellen geplakt met op de achterzijde een etiket van het Utrechtse leesgezelschap "Van allerlei slag" (1886-1973), zodat meteen duidelijk is door wie en voor wie deze verzameling werd bijeengebracht.

Iedereen kent het Leger des Heils wel maar desondanks geef ik hier een paar feitjes.
Het Leger des Heils werd in Nederland opgericht in 1887. Dat jaar vond de eerste bijeenkomst plaats op 8 mei in de Amsterdamse Gerard Doustraat 69. Nederlands eerste heilsoldaat Gerrit Juriaan Govaars (1866-1954), speelde er viool (en zijn instrument kunt u hier beluisteren). Nederlands bekendste heilsoldaat is vermoedelijk nog steeds Alida, alias 'majoor', Bosshardt (1913-2007).

Het drukwerk dat ik kocht is soms gedateerd en uit de periode 1896-1941. De oudste circulaire, ooit gevouwen en gericht aan ene mevrouw A.C. Moesman, Voorstraat 9 in Utrecht is een uitgave van de Amsterdams afdeling maatschappelijk werk gedateerd 25 december 1896. Deze, in een blauwtint gedrukte en geïllustreerde, uitgave (28.5 cm. hoog en 22 cm. breed) geeft een overzicht van de werkzaamheden en resultaten die zijn bereikt. De illustratie op de voorzijde van de 'Barmhartigheidszusters aan 't werk in een dronkaardshuis' is linksonder op de tafel gesigneerd (JMGC ?) evenals rechtsonder WJG. Nog drie andere illustraties hebben een monogram.
De 'Ziekenverpleging' is (boven de stoel) gesigneerd NB. De overige twee tekeningen; 'Aan 't werk in de Toevlucht' en 'In 't Reddingshuis' zijn beiden aan de rechterzijde voorzien van een onduidelijk monogram.


De circulaire is ondertekend door Arthur S. Booth Clibborn (1855-1939) en zijn vrouw Catherine Booth Clibborn (1858-1855), dochter van de oprichter van het Leger des Heils William Booth (1829-1912). Zij werd ook wel 'de moeder van het Leger des Heils' genoemd.


In de circulaire is sprake van de opening in april (1896) van het volkslogement 'De Metropool'. Dit gebouw bevond zich in de Warmoesstraat (nr. 136) en bood een slaapplaats en een maaltijd aan de allerarmsten van Amsterdam. Het gebouw werd in 1911 gesloopt, om plaats te maken voor de Amsterdamse Effectenbeurs. Het volkslogement verhuisde daarna naar de Spuistraat.


Ik vermoed dat dit inmiddels een uniek exemplaar is, vandaar dat ik deze circulaire bladzijde voor bladzijde weergeef. Voor wie nader onderzoek wil doen; het archief van het leger des Heils (1887-1989) ligt in het Utrechts Archief en het museum van het Leger des Heils bevindt zich in Oudezijds Armsteeg te Amsterdam.

Niet geïllustreerd is een circulaire van het Nationaal Hoofdkwartier in de Damstraat 20 in Amsterdam (waar men vanaf 1901 een verdieping huurde) getiteld 'Maatschappelijke Wrakken. Wat is het geneesmiddel', uit 1904 (27 cm. hoog, 22 cm. breed) die ik met behulp van Delpher kon dateren. De circulaire is ondertekend door commandant Thomas Estill (1859-1926).

Op woensdag 30 juni 1909 organiseerde het Leger des Heils blijkens het bovenstaande tweezijdig bedrukte strooiblad (25 cm. hoog, 16.5 cm. breed) de jaarlijks terugkerende velddag. Aanwezig waren onder meer de commandant William Ridsdel (1844-1931) en zijn echtgenote mevrouw Ridsdel. Van beiden is op de voorzijde een portretfoto afgedrukt. Tevens staat geheel onderaan dat het biljet werd gedrukt in de Electrische Drukkerij van het Leger des Heils in Amsterdam! Die eigen zetterij, drukkerij en styperij (afkorting van stereotyperen; het maken van metalen letterplaten naar het zetsel d.m.v. een papiermatrijs) bestond al in 1894 en zat toen aan het Rapenburg 44 in Amsterdam, waar ook het centraal hoofdkwartier was gevestigd. De lonen waren er destijds overigens erbarmelijk laag, zo lezen we in een artikel uit 'Recht voor allen'.


Een ander eenzijdig bedrukt blad (25.5 cm. hoog, 16.5 cm. breed) werd kennelijk uitgereikt door de collectanten in de 'Week van Gebed en Zelfverloochening 6 tot 20 april 1918'. "Wees zoo goed uw bijdrage te storten in het gesloten busje, dat de kollektant bij zich heeft", staat er links naast de handtekening van de commandant. Het blad is geïllustreerd met zes tekeningen: 'Arme kinderen', 'De armen worden geholpen', 'Gevangenis werk', 'Gevallenen worden gered', 'Onze zendingsarbeid' en 'Hongerigen gevoed'. Gelukkig heeft de illustrator zijn werk linksonder gesigneerd. Het gaat om Coenraad van Velzel (1878-1969), tekenleraar aan de ambachtsschool in Doesburg.

Een dubbelzijdig bedrukte circulaire (28 cm. hoog en 22 cm. breed) toont aan de ene (liggende) zijde de enorme 'helpende hand van het leger'. Op de hand liggen getekende afbeeldingen van: het nationaal hoofdkwartier in Amsterdam (Prins Hendrikkade 49-51), het moederhuis in Rotterdam, het kinderhuis in Naarden, de industriële inrichting in Amsterdam, 'Heilzusters grijpen in', 'Een samenkomst' en 'Slumzusters aan 't werk'. Helaas is deze tekening niet gesigneerd.
Aan de andere (staande) zijde is een informatieve tekst gedrukt met een overzicht van wat in 1922 werd bereikt. Zo werden er ondermeer 729.877 maaltijden verstrekt en 7.538 gevangenen bezocht.


Een enkelzijdig bedrukte circulaire (25 cm. hoog, 16 cm. breed) op blauwkleurig papier uitgegeven in verband met de 'Zelfverloochenings-Aanvrage 1924' toont een oude vrouw die wat kleingeld in een busje stopt dat haar door een jongen wordt voorgehouden. De tekening is niet gesigneerd maar draagt de titel: "Het penningske der weduwe". Op het busje staat 'Zelfverloocheningsweek' maar het oosters geklede jongetje lijkt in niets op een Hollandse Heilsoldaat die zich kan legitimeren met een volmacht (waarnaar nadrukkelijk wordt verwezen in de tekst). Hoogstwaarschijnlijk gaat het dus om een illustratie bij een ander verhaal! Voor de 'Zelfverloochenings-Aanvrage 1910' werd deze afbeelding ook al gebruikt (zo bleek mij uit een exemplaar dat te koop werd aangeboden door antiquariaat Fokas Holthuis).

"Lees de strijdkreet" staat er linksboven op een circulaire gedrukt in een blauwe kleur (28 cm. hoog, 22 cm. breed). Het lijfblad van het Leger des Heils verscheen voor het eerst in 1890 en werd dit jaar omgevormd tot een digitaal platform. De dubbelzijdig bedrukte circulaire met de 'Nationale Aanvrage 1927' verscheen tevens in het jaar van het veertigjarig jubileum. Behalve de foto's van de stichter en zijn dochter, het kinderhuis in Naarden en de industriële inrichting en tehuis voor mannen in Amsterdam werden ook twee tekeningen als illustratie opgenomen (beiden niet gesigneerd). De resultaten van 1926 laten zien dat het aantal verstrekte maaltijden (1.542.993) en bezoeken aan gevangen (14.150) in vier jaar tijd verdubbelden.

Tot slot een ongedateerd dubbelzijdig bedrukt strooiblad met een persoonlijk woord van commandant Bouwe Vlas (1871-1946). In de eerste zin wordt gesproken over de 54 jaren die verstreken zijn en zo is deze circulaire te dateren op 1941. In dat jaar werd het Leger des Heils door de Duitse Rijkscommissaris Seyss-Inquart (1892-1946) geliquideerd.
Op de versozijde staan een aantal tekeningen gemaakt door acteur en beeldend kunstenaar W.(F) Heskes (1891-1973).


Bij de partij die ik van Willem overnam zaten ook verschillende enveloppen en envelopjes in diverse formaten, de kleinste (onderste collage rechtsboven) is slechts 10 cm. breed en 6 cm. hoog. Ze zijn uit het eerste kwart van de twintigste eeuw. De enveloppe met 'Gebroken dijken - Gebroken levens' kon wel eens verwijzen naar de stormvloed van 1916.