Posts tonen met het label Religie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Religie. Alle posts tonen

zaterdag 12 september 2026

Over een Amsterdams begijntje en haar boek


Enige tijd geleden ontving ik een e-mail van 'De vrolijke kluizenaar' (die voor kooplustigen ook een online antiquariaat via Ebay bestiert). Bij het Franse veilinghuis Drouot had ze een kavel gekocht met daarin een boekje met een opmerkelijke Amsterdamse provenance. Wellicht wilde ik dat wel, als liefhebber van de geschiedenis van Amsterdam, voor een vriendenprijsje van haar overnemen?
Het gaat om een in leer gebonden (niet geïllustreerde) uitgave getiteld: "De historie van het Aude en Nieuw Testament, met christelyke en stichtbaere bemerkingen, getrocken uyt de Heylige Vaders, en andere geestelyke leeraers..." (blz. 7 t/m 394) en: "De historie of geschiedenissen van de geborte, het leven, lyden en doodt van Jesus Christus, Ondermengelt met vele Christelyke Bemerkingen en Verklaeringen" (Blz. 395 t/m 638).
Beide delen verschenen volgens de afzonderlijke titelpagina's in 1727 in Gent bij Petrus de Goesin/Pieter-François I (1671-1740), maar de approbatie (kerkelijke goedkeuring), onderaan op blz. 638, is gedateerd 19 april 1728.


De familie De Goesin behoorde in de 18de eeuw tot de bekendste drukkersgeslachten van Gent. Deze tweedelige Goesin-uitgave is een soort volksbijbel: een klassiek religieus boekje dat de Bijbelse geschiedenis behandelt, verrijkt met commentaren van vroege kerkvaders en geestelijke leraren. Het is een compacte bewerking die teruggaat op een Franse uitgave: "Histoire du vieux et du nouveau testament représentés par des figures et des explications édifiantes tirées des saints Pères, pour régler les mœurs dans toutes sortes de conditions" (Paris, 1669), beter bekend als "Le Bible de Royaumont", geschreven door de Franse theologen en schrijvers Nicolas Fontaine (1625-1709) en Louis-Isaac Lemaistre de Sacy (1613-1684), twee prominente figuren binnen het jansenisme.

Over de (druk)geschiedenis van deze uitgave heeft L. Le Clercq een interessant artikel geschreven (met bibliografie): "Een tweehonderdjarige Vlaamsche volksbijbel", in: "Collectanea Mechliniensia" (Mechelen, 1935, blz. 24 t/m 43). Helaas niet online, maar Steven van Impe, conservator van de erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience was zo vriendelijk me hiervan een PDF te sturen. Daaruit blijkt dat het boek uitermate populair was. Na de eerste Vlaamse druk in 1718 brachten verschillende drukkers en uitgevers in de toenmalige Zuidelijke Nederlanden nog tientallen edities uit: twintig in de achttiende eeuw en nog eens dertien in de negentiende eeuw (de laatste in 1845). Van alle edities die in Gent verschenen is die van De Goesin uit 1727 de eerste. Het boekje is vrij schaars.
Online vond ik nog twee exemplaren: één in de Universiteitsbibliotheek van Nijmegen (signatuur: OD TBI 206 c 1) en een ander in de Universiteitsbibliotheek Antwerpen / Ruusbroecgenootschap (signatuur: RG 3075 C 4). Ze zijn alle twee op de titelpagina voorzien van een handgeschreven ex-libris dat - opvallend genoeg - wijst op een lezerspubliek binnen vrouwelijke kloosterorden. In het eerste exemplaar staat "Carmeliterse tot Boxmeer 1753", en in het andere "Ick diene de religieusen Capucinessen tot Brugge".


De vroege achttiende eeuw kende in de Nederlanden een bloeiende cultuur van vrouwelijke religieuze gemeenschappen. Zowel kloosterzusters als kloppen en begijnen (die als vrome lekenvrouwen buiten het klooster leefden) hadden een grote behoefte aan Nederlandstalige literatuur voor het verdiepen van hun religieuze spiritualiteit, naast gebed, meditatie en liturgie. Omdat velen onder hen geen Latijn lazen, waren boeken in de volkstaal met "christelyke en stichtbaere bemerkingen" belangrijk voor geestelijke  vorming en verdieping, en bijgevolg erg populair.

Hoewel ik normaal gesproken niet geïnteresseerd ben in dergelijke Zuid-Nederlandse religieuze uitgaven, trok dit exemplaar door zijn bijzondere provenance meteen mijn aandacht. Het gaat niet om een klassiek ex-libris maar om een persoonlijke tekst op een blad vóór de titelpagina. Die vormde voor mij reden genoeg om dit boekje direct te kopen.


De paar regels voorin zijn een handgeschreven 'memorie', ter herinnering aan de dag dat Maria Keijser een begijntje werd, en wel te Amsterdam.

"Anno 1734

15 Iunii

Op de darde Pinxterdag

is

MARIA KEYSER

Beggyntie geworde

Ick ben gekomen op dat sij het leve
soude hebben, en overvloediger hebbe Jois 10.10.

Bid voor

                                                                                                F.C. Dieroùt"

Hoogstwaarschijnlijk werd dit geschreven door één van haar geestelijke zusters. Franciscus Cornelius Dierout (1675-1745), was sinds 1712 pastoor van het Begijnhof in Amsterdam. Tijdens zijn pastoorschap werden zo'n 45 vrouwen begijn.

Om mijn aanwinst beter te kunnen plaatsen nam ik contact op met Evelyne Verheggen.
Ik ken haar van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen. Zij is erfgoeddeskundige en cultuurhistorica voor religieus erfgoed en promoveerde op: "Beelden voor Passie en Devotie. Bid- en devotieprenten in de Noordelijke Nederlanden, 17de en 18de eeuw" (Zutphen, 2006). Zij geldt als autoriteit op het gebied van dergelijke devotionalia, gemaakt door kloppen en begijnen in de Nederlanden.

Evelyne reageerde enthousiast op mijn aanwinst en vond het een topstuk. Het was - schreef zij - niet ongebruikelijk dat vrouwen bij intrede (en andere jubilea) elkaar een boekje of devotieprentje gaven. Boekjes - zoals mijn exemplaar - zijn echter veel minder bekend of bewaard. Zo bevinden zich in particulier bezit vijf boekjes uit Aalsmeer met handgeschreven opdrachten (drie van Anna Benedicta Seli(j) uit 1744 en twee van Maria (Ambrosia) Goedhert), waarover zij in haar proefschrift schrijft (blz. 179). Er was haar echter geen ander voorbeeld van de bewoners van het Amsterdamse Begijnhof bekend. Dat maakt mijn exemplaar uniek. Wel bestaan er uit deze periode enkele prachtige devotieprentjes (in de collectie van Museum Ons' Lieve Heer op Solder), gemaakt door een Amsterdamse begijn, die ook telkens oproept tot gebed voor F.C. Dierout. Wat dat betreft; bidden voor de geestelijke vader, in dit geval pastoor F.C. Dierout, was meer regel dan uitzondering. Hij was niet alleen hun geestelijke begeleider maar onderwees de vrouwen ook als leraar in de Theologie.


Maria Keijser zal deze persoonlijke gift haar leven lang hebben gekoesterd. Anders dan nonnen legden begijnen namelijk geen gelofte van armoede af, waardoor zij in bezit bleven van hun persoonlijke eigendommen. Daartoe behoorden ongetwijfeld bijbeltjes, getijdenboekjes, religieuze traktaatjes en meer van dergelijke uitgaven.

Dat dit boekje in Gent werd gedrukt, hoeft ons niet te verbazen. Weliswaar kon het katholieke geloof in Amsterdam sinds de Alteratie (1578) uitsluitend nog in het verborgene worden beleden - zoals in schuilkerken of op het Begijnhof -, maar desondanks bestond er een bloeiende (ruil)handel tussen de katholieke boekverkopers en uitgevers in Amsterdam en hun collega's in de Zuidelijke Nederlanden. Veel boeken (en andere  devotionalia) werden in kisten verscheept van Antwerpen naar Amsterdam, bijvoorbeeld naar Theodorus Crajenschot (1716-1803).


Dit was een prominente katholieke boekverkoper, uitgever en papierverkoper in Amsterdam die een eigen drukkerij en winkel had ("In den Berg Sinaï"), op de hoek van de Herengracht en de Heisteeg. Hij stond bekend als een belangrijke importeur en uitgever van rooms-katholieke literatuur. In zijn catalogus van 1760 komt ook de - inmiddels - vierde druk van deze tweedelige uitgave (met twee kaarten) voor: "zeer nut en stigtig voor de Gelovigen" (verschenen bij Jan Meyer, Gent 1746. De approbatie is gedateerd 9 oktober 1742).
Er was in de toenmalige boekenwereld opmerkelijk weinig te merken van anti-katholieke repressie, concludeerde Lienke Paulina Leuven (1916-1994) al driekwart eeuw geleden in haar proefschrift: "De boekhandel te Amsterdam door katholieken gedreven tijdens de Republiek" (Amsterdam, 1951). Overigens weten we natuurlijk niet of mijn exemplaar ook via een Amsterdamse tussenhandelaar in handen van Maria kwam.
Het boekje kan ook direct in Gent (of elders in de Zuidelijke Nederlanden) zijn gekocht.


Wat is er van Maria Keijser terug te vinden in de archieven? Een belangrijke bron is het: "Register van Begijnen, met opgaaf van jaar en datum van aanneming en overlijden (1631-1914)". Daarin staat: "1734 Maria Keijser", met daarachter in een ander handschrift 'ob.' ('obit' = overleden), zonder exacte datum. Pastoor Dierout, die op dezelfde bladzijde onderaan staat, overleed op 8 september 1745 (Stadsarchief Amsterdam. Archief van het Begijnhof. Nr. 740, inv.nr. 73).
Volgende de Amsterdamse begraafregisters overleed Maria op 28 november 1745 en kreeg ze een graf in de Engelse kerk (EK) op het Begijnhof. Haar doop in Amsterdam vond plaats op 12 februari 1703 ('Maria de Keijzer'). Ze was de jongste van de vijf kinderen van Zacharias Berghman en Maria Huijberts (de Keijzer). Opmerkelijk is dat alleen bij haar doop en die van haar zuster Esther (1699) haar moeder 'De Keijzer' als achternaam gebruikte, en dat Maria niet de achternaam van haar vader aannam.

Rest ons - tot slot - nog één prangende vraag: hoe belandde haar boekje tweehonderd jaar later op een Franse veiling? Ik zou het u dolgraag vertellen. Als ik het wist...

vrijdag 5 september 2025

Museaal missaaltje


Een paar dagen voor de Deventer boekenmarkt bood ik op Marktplaats vijftig euro voor een zeer fraai uitgevoerd en goed bewaard gebleven Frans missaaltje. De verkoper vond dat echter veel te weinig omdat hij er dankzij Google was achtergekomen dat een vergelijkbaar antiquarisch exemplaar op een veiling voor ruim het tienvoudige was afgehamerd.
Echter, met honderdvijfentwintig euro was hij tevreden, schreef hij. Ik besloot te wachten met een reactie tot na de boekenmarkt. Een dag later ontving ik bericht dat vijfenzeventig euro ook een optie was... Weer besloot ik even niet te reageren en ja hoor een dag na de Deventer boekenmarkt werd mij verzocht € 58,65 euro over te maken voor boek en verzending. Nu reageerde ik meteen...
Maar wat kocht ik eigenlijk? Negentiende eeuwse Rooms-katholieke missaaltjes (Franstalig of niet) behoren niet bepaald tot de meest zeldzame of kostbare boeken. En toch...


De enkele foto's bij de advertentie maakten mij meteen duidelijk dat het om een heel bijzondere uitgave moest gaan. Van buiten een eenvoudige maar smaakvolle bruinleren band, een rug met ribben en titel in goud: "Livre d'heures" (en dus niet zoals gewoonlijk: "Missel"). Opvallend is het bijzonder fraai op alle sneden fel gemarmerde boekblok.
Van binnen zijn alle bladen voorzien van verschillende kaderversiering en gedrukt in kleur met goudaccenten, evenals de 24 paginagrote miniaturen. Het hele boekje ademde een luxe sfeer uit en de artistieke vormgeving deed mij denken aan kostbare Middeleeuwse getijdenboeken uit de veertiende en vijftiende eeuw.

Terwijl ik de laatste hand legde aan het verslag van mijn bezoek aan de 35ste Deventer Boekenmarkt arriveerde het boekje in mijn bibliotheek. 
Het fraaie kleinood (octavo-formaat) maakte mij zo nieuwsgierig dat ik al gauw opging in een onderzoekje naar de auteur en uitgever.


Op het voorplat staat in gouden letters het monogram 'CR'. Vaak zijn dat de initialen van de eigenaar, maar in dit geval staat het zeer waarschijnlijk voor 'Catholique Romain', want zodra we het boekje openslaan lezen we rechts op het eerste blad (beplakt met dezelfde rode stof als waarmee de binnenzijde van de platten werd bekleed) "S.IJ. 9 juin 1896". Dit zijn vrijwel zeker de initialen van de man of vrouw die op 9 juni 1896 het missaaltje ontving, mogelijk als doop- communie- of huwelijksgeschenk. 
De titelpagina vermeldt voorts dat deze uitgave is samengesteld door 'mgr.'/monseigneur (Jacques) Mislin (1807-1878). Deze in Frankrijk geboren Rooms-katholieke geestelijke gaf ondermeer aardrijkskundeles aan de toekomstige keizers Frans Jozef I van Oostenrijk (1830-1916) en Maximiliaan van Mexico 1832-1867).
De onrust van 1848 dwong hem tijdelijk Wenen te verlaten en naar Jeruzalem te verhuizen. Teruggekeerd in Wenen plukte hij de vruchten van zijn toewijding aan de keizerlijke familie en de Kerk: hij werd benoemd tot bisschop en kanunnik. Gedurende enige tijd was hij bibliothecaris van Marie Louise (1791-1847), aartshertogin van Oostenrijk en - als tweede echtgenote van Napoleon Bonaparte - keizerin van Frankrijk. Hij was daarnaast dik bevriend met Leopold I van België (1790-1865). Kortom, Mislin was goed bekend met de aristocratie van zijn tijd en hun goed gevulde bibliotheken met talrijke middeleeuwse handschriften en prachtvolle uitgaven. Zijn kennis daarvan en omgang daarmee zullen hebben bijgedragen aan zijn voornemen om een uitgave samen te stellen, vormgegeven als Middeleeuws getijdenboek. Daarnaast is het zeer waarschijnlijk dat hij het werk van Heinrich Knöfler (1824-1886) kende die immers veelvuldig religieus drukwerk illustreerde, zoals voor uitgeverij Pustet in Regensburg (lees mijn blog over "De Neogotische pronkmissalen van Pustet"). Er was in Wenen op dat moment eigenlijk maar één drukker/uitgever die in staat was om een dergelijk project vorm te geven.


Dat was Heinrich Reiss (1799-1875), afkomstig uit Tübingen (Baden-Württemberg/ Duitsland). Geboren in een drukkersfamilie, leerde Heinrich de fijne kneepjes van het vak in het bedrijf van zijn vader. In 1828 nam hij diens drukkerij over. In 1850 kwam hij naar Oostenrijk met het doel om liturgische prachtuitgaven te produceren, gemodelleerd naar laatgotische manuscripten. Van 1854 tot 1864 leidde hij de drukkerij L.C. Zamarski in Wenen. Vanaf 1865 had Reiss een eigen drukkerij. Dankzij enkele persoonlijke financiële offers kon hij opdrachten verstrekken - vooral aan de xylografisch werkplaats van Heinrich Knöfler - voor het maken van de kostbare kleurenhoutsneden voor initialen, decoratieve randen en miniaturen die hij gebruikte om zijn uitgaven te versieren. Tijdgenoten wisten; "Herrn Reiss gebührt das Verdienst, den xylographischen Farbendruck zuerst in Wien betrieben und damit einen Zweig der graphischen Künste ausgebildet zu haben, der sich allein in Wien zu einer ungeahnten Höhe und Blüthe entwickelt hat". Soms werden tot wel 15 drukplaten gemaakt voor één meerkleurige afbeelding!


Het 'magnum opus' van Reiss is een groot, magnifiek "Missale Romanum..." verschenen in 1872 in Wenen, geheel in Middeleeuwse stijl. Het maakte grote indruk net als twee (vijf jaar eerder verschenen) prachtvolle missaaltjes eveneens geheel in Middeleeuwse stijl.
Het gaat om de eerdergenoemde Franstalige uitgave van mgr. Mislin: "Livre d'heures avec un choix d'autre prières" (Vienna, z.j. [1867]) en een Duitse variant, getiteld: "Gebetbuch für Katholiken" (Wien, z.j. [1868]), geschreven door 'een geestelijke uit het Weense aartsdiocees' (eveneens Mislin). U kunt de exemplaren in de Oostenrijkse staatsbibliotheek doorbladeren door op de bovenstaande titels te klikken. Enkele bladgrote miniaturen zijn gesigneerd door Knöfler of zijn medewerker Hermann Paar (1838-1899).
 
Mislin's: "Livre d'Heures" werd in het Katholieke dagblad "L'Univers" van 19 december 1868 lovend besproken door de journalist Louis Veuillot: "Ce beau volume complet, solide et portatif, a une figure à lui, une sorte de bonhomie allemande qui ne se dément jamais, et qui le rend aussi agréable à voir que précieux à écouter. La richesse répandue partout n'y occupe cependant que sa place. Mgr. Mislin, qui parle et qui écrit le français en maître, a revu ou fait lui-même toutes les traductions ; il a ajouté où  il le fallait des notes d'une brièveté et d'une clarté exquises, et enfin il a obtenu de son imprimeur viennois une pureté de texte de plus en plus rare chez nous. Disons, à l'éloge de cet imprimeur, M. Henry Reiss, qu'il est véritablement maître en son art, maintenant, hélas! si négligé. Tout ce qui est de lui dans le livre d'Heures dépasse de beaucoup la plupart de nos éditions dites de luxe.
Le travail du compositeur et celui de l’imprimeur proprement dit, le tirage, sont du premier ordre. Ce n'est plus ainsi que nous fabriquons les livres, et, à ce titre encore, le livre d'Heures de Mgr. Mislin est un véritable joyau, une véritable rareté". (NB. Een kritische bespreking - een aantal jaren later - is ook te vinden in de "Oesterreichische Buchdrucker-Zeitung" van 14 januari 1875 (blz. 11/12). 



Deze uitgaven van Reiss waren kostbaar en destijds onbereikbaar voor het grote publiek. Dat blijkt ondermeer uit een advertentie, twee jaar na verschijning van Mislin's missaaltje, in het "Fremden-Blatt" van 18 december 1869. Daarin biedt "Bermann & Altmann antiquariatsbuchhandlung" zijn "Livre d'heures aan tegen een gereduceerde prijs van
Fl. 17,50, in plaats van de oorspronkelijke Fl. 24,-. In 1872 was de prijs bij Carl Helf "buchhandler und antiquar in Wien" gezakt naar slechts Fl. 10,- (alles in Oostenrijks-Hongaarse guldens), maar nog steeds het weekloon van een geschoolde arbeider! Honderdvijftig jaar later is daarin niet veel veranderd. Mislin's: "Livre d'heures" (in dezelfde fraaie conditie als mijn exemplaar) kost u al gauw rond de zeshonderd euro.

zaterdag 9 augustus 2025

De 35ste Deventer boekenmarkt


Vorig jaar eindigde ik het veelgelezen verslag van mijn bezoek aan de Deventer boekenmarkt, ruim twintig jaar later, met een 'cliffhanger'; "Volgend jaar weer?".

En ja hoor! Ook ditmaal was ik van de partij. Net als vorig jaar, na het uitlaten van de hond, in de auto gewapend met koffie en donuts op weg naar een parkeerplek op de Deventer Beestenmarkt. Rond half negen 's ochtends slenter ik de nog enigszins verlaten boekenmarkt op, vol verwachting naar wat de dag mij gaat opleveren.

Het weer werkt - met deze wisselvallige Nederlandse zomer - alvast goed mee. Het blijft de hele dag droog en helder. In de middag wordt het zelfs erg zonnig en warm met af en toe een lichte bries. Uitstekend boekenmarkt-weer en naarmate de dag vordert wordt het drukker en nog drukker.


Mij bekruipt het gevoel dat er minder kramen staan dan vorig jaar, maar het kan ook zijn dat het gewoon leger lijkt door het 's ochtends nog wat spaarzame publiek. Het is in ieder geval weer de gebruikelijke mix van aanbod en publiek die ik aantref. Sporadisch antiquarisch & verzamelwaardig werk, veel moderne uitgaven en daartussen vreettentjes en kraampjes met boekgerelateerde zaken (zoals ansichtkaarten, nieuwe auteurs & boekpromotie, leesclubs, boekbindateliers enz. enz.). Het publiek bestaat weer voor 99 % uit lezers op zoek naar de ontbrekende deeltjes van hun favoriete jeugdserie, detective of strips. Verzamelaars, bibliofielen en handelaren (ik spot alleen Fokas Holthuis) op zoek naar oud en/of bijzonder drukwerk zijn hier (vermoedelijk) op twee handen te tellen.


In mijn gebruikelijke 'sneupstand' loop ik langs de rijen en scan ik het aanbod. Regelmatig zie ik grote en kleine uitgaven die ook vorig jaar op de markt te koop werden aangeboden.
Ik spot - net als vorig jaar - verschillende mij bekende verkopers waaronder Eric Klee (antiquariaat De Uilenspiegel), Axe van Maanen (antiquariaat Klikspaan), Jaap de Jong (antiquariaat 't Wasdom) en zelfs Henk Molenaar die eind vorig jaar (na 33 jaar) is gestopt met zijn kraam op de Amsterdamse Spui boekenmarkt. Ik maak ook even een praatje met Ard van der Steur (antiquariaat Goltzius). Sneller dan in 2024 beland ik op de IJsselkade en ploeg daar als eerste bij een kraam door bananendozen vol ongesorteerd oud drukwerk. Je weet immers maar nooit... Ik vind echter niks en loop weer verder. Het is inmiddels half elf, ga ik vandaag nog wat vinden?


Een half uurtje later is het zover. Bij 'Haagse Harrie' van antiquariaat Leest vind ik een nog ontbrekend deeltje uit de zesentwintigdelige serie verzamelalbums (in grijze omslag): "Curiositeiten van allerlei aard". Nog twee te gaan! Ook koop ik bij hem een curieus boekje: "De kerk- en altaarwijding, eene onderrigting en verklaring over de bijzondere plegtigheden bij het inwijden der kerken en altaren" ('s Gravenhage, 1836). Vervolgens kletsen we wat over vroeger toen ik nog in Den Haag werkte en de wekelijkse grote Haagse boeken- en antiqiteitenmarkt op het Lange Voorhout bezocht... Nog maar enkele handelaren/kramen resteren thans en houden vol. Harrie (vijftig jaar boekhandelaar) mompelt dat hij zijn winkel inmiddels heeft verkocht en dat boeken hun status hebben verloren. Ik mompel zoiets als 'tot volgend jaar' en loop verder langs de eindeloze rij kramen.


Weer een half uurtje later vind ik in een kraampje aan de stadskant een vooroorlogse "Trio letterproef". Die moet vrij zeldzaam zijn - denk ik - en voor slechts tien euro ben ik er erg blij mee. Over de Haagse drukkerij/uitgeverij Trio schreef ik al eerder in: "Een kruidtuin voor vrienden". Mijn volgende aanwinst vind ik in de kraam van "De Tweede Lezer" uit Apeldoorn. Het gaat om: "Goede manieren. Een handboek voor heeren" (z.j. [1903], Almelo) van C. von Franken. Een vrijwel ongeschonden exemplaar in originele linnen band met op het voorplat een sfeervolle (band)tekening van illustrator Arie C. Rünckel (1876-1956). Altijd leuk en niet te vinden op Boekwinkeltjes. Ik betaal de gevraagde tien euro en voel me weer het 'heertje'!


Mijn horloge geeft inmiddels twee uur aan en het wordt tijd om ergens mijn lunch weg te werken. Ondertussen schijnt de zon uitbundig op de drukke mensenmassa die zich langs de boekenkramen wurmt. Ik heb medelijden met het kleine kroost in baby- of kinderwagentjes en verschillende grote en kleine hondjes... Ook erger ik me aan mensen met een boodschappenwagentje of trekkarretje. Ik struikel niet graag over een stapel lullige streekromannetjes, versleten strips of 'young adult' pulp! Na mijn lunch in het gras ergens aan de oever van de IJssel en mijn eerste (tevens laatste) toiletwagen-bezoek stiefel ik verder.


Bij een handelaar met doorsnee boeken in grote dozen vind ik een in bruin linnen gebonden Franstalig tentoonstellingcatalogus: "Le livre français, des origines à la fin du second empire" (Paris et Bruxelles, 1924). Een dikke mooi geïllustreerde uitgave (oplage 850 exemplaren) met de geschiedenis van het boek geschreven, gedrukt of uitgegeven in Frankrijk. Ik aarzel, maar voor een paar euro's besluit ik om die dikke pil toch maar mee te sjouwen....


De handelaar die mij vorig jaar mijn enige aanwinst bezorgde zie ik ook nu weer. Nieuwsgierig naar wat hij ditmaal te bieden heeft monster ik zijn kraam. En niet zonder succes! Als eerste vind ik de: "Harderlijke onderrigting en vermaning van den doorluchtige en hoogwaardigen heer Johannes Bon bij gelegenheid van deszelfs verkiezing en inwijding tot Bisschop van Haarlem" (Haarlem, 1819). Johannes Bon (1774-1841) was de eerste oud-katholieke bisschop van Haarlem (1815-1841) in het Koninkrijk der Nederlanden. Hij was tevens de enige oud-katholieke bisschop in de negentiende eeuw die niet door de Paus werd geëxcommuniceerd! Waarschijnlijk heeft een latere bezitter daarom deze uitgave fraai laten inbinden in een stevige kartonnen band, beplakt met rood sierpapier. 


Ik raak met de verkoper in gesprek en hij vraagt mij of ik het doosje met drukwerk over en uit Amsterdam heb gezien. Ja natuurlijk! Vervolgens attendeert hij me op twee uitgaven met een plan voor de aanleg van de Amsterdamse IJ-tunnel, een eerste en tweede druk (uit respectievelijk 1939 en 1950) geschreven door de industrieel (houthandelaar) T.C. Groot.
Ik bied vijf tientjes voor de tweede ingebonden druk van: "Plan voor de aanleg van een IJ-Tunnel" (Amsterdam, 1950). Die tweede druk is niet alleen uitgebreider maar ook voorzien van nieuwe foto's. Bovendien zie ik voorin een handgeschreven opdracht ondertekent door T.C. Groot waaruit blijkt dat hij dit exemplaar op 27 oktober 1950 aanbood aan zijne excellentie J.R.H. van Schaik (1882-1962). Van Schaik (wie kent hem nog?) was in 1950 vice-premier in het kabinet Drees I. Uiteindelijk werd het plan voor een IJ-tunnel in 1953 goedgekeurd. De aanleg (tussen 1957 en 1968) duurde tien jaar! Op 30 oktober 1968 (ruim een week voor mijn zevende verjaardag!) vond de officiële opening plaats door Koningin Juliana en de Amsterdamse burgemeester Ivo Samkalden.


Bij een andere kraam vol oud drukwerk - waaronder bladen uit getijdenboeken en incunabelen - zie ik in een vitrine een mij bekende uitgave liggen. Het gaat om een neogotisch altaarmissaal van Pustet uit Regensburg (Duitsland) in een band vrijwel identiek aan mijn exemplaar. De handelaar vraagt er (omwille van die prachtband) vierhonderdvijftig euro voor. Dat valt nog mee, maar is beduidend meer dan wat ik voor mijn exemplaar destijds betaalde.
Het eind van de dag begint te naderen. Ik heb geen afspraak dit jaar met de Boekensneuper om mijn overtollig redactie-exemplaar van het jaarboek van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen (NGB) te overhandigen, want hij is er vandaag niet bij (zoals te lezen valt in het verslag van zijn bezoek aan de verregende regenachtige Dordtse boekenmarkt). Van de paar boekenliefhebbers van wie ik weet dat ze er moeten zijn zie ik niemand. Ik besluit om op de terugweg nog even langs de kraam van de stichting Desiderata te lopen om daar Peter IJsenbrant (die tevens penningmeester is van het NGB) te begroeten. 


We hebben het even over het verloop van de dag, de onlangs aangetreden aspirant secretaris van ons Genootschap (Arine van der Steur van het gelijknamige Haagse antiquariaat) en de laatste uitgave van Desiderata waarover ik schreef in "Frater Elephas en zijn beste kettertje". Tevens maak ik gebruik van de gelegenheid om hem te bedanken voor de toezending van de eerste bibliofiele uitgave van zijn Desideratum-Pers: "The Library" (een gedicht van Robert Southey). Het is inmiddels vijf uur en zijn vrouw begint met inpakken.
Ten afscheid drukt hij mij een geel kaartje in handen: "HAAT", het tweede druksel van zijn pers... Een half uur later zit ik in mijn auto en zoef ik - tevreden met mijn vondsten - terug naar huis.

Tot volgend jaar?

zaterdag 27 augustus 2022

Cliché voor de Klare Waarheid


Eind juli resulteerde mijn snuffelen op Marktplaats in de vondst van een bijzonder vooroorlogs (lijn)cliché. Dat was niet voor het eerst! Ruim zes jaar eerder overkwam me dat ook al en ik schreef erover in "Clichés". Ditmaal echter waren het geen kopieën die teruggingen op veel oudere afbeeldingen, maar een ontwerp speciaal vervaardigd voor een jubileumbrochure die zich ook in mijn collectie bevindt.
Al vrij snel werd ik voor veertig euro de nieuwe eigenaar van dit bijzondere drukkersreliek dat 13 cm. breed is, 18 cm. hoog en 2,2 cm. dik (inclusief het houten blokje).


Dit cliché werd gebruikt voor het drukken van de voorzijde van het: "R.K.-Gilde van de Klare Waarheid (straatsprekers) Amsterdam. Ontstaan, werk en werkwijze 1912-1926" (Amsterdam, 1926), een geïllustreerde lustrumuitgave van hun medelid, de journalist P(iet) A. Kasteel (1901-2003).
Het thans geheel vergeten Rooms-Katholiek Gilde van de Klare Waarheid werd in 1921 opgericht naar voorbeeld van het eind 1918 opgerichte Engelse 'Catholic Evidence Guild'. Het Gilde was gevestigd in Amsterdam en had op de Plantage Middenlaan zijn (vergader)zaal. Het doel van het Gilde was in zijn algemeenheid: verkondiging van de Katholieke Waarheid en het weerleggen van leugens en dwalingen over het Katholicisme.
Ze waren niet de enige geloofsverkondigers in de publieke ruimte. "Straatpredikers verrijzen als paddestoelen uit de grond, ook op de woelige Nieuwmarkt. Natuurlijk is dit ieders recht, maar men kan er dan zeker van zijn dat het spoedig spaak loopt. Straatprediking is niet ieders werk; één misgreep en je hebt een keet van jewelste! Inzonderheid de verschijning van Rome met een heel gilde lekenpredikers, 'De klare Waarheid' geheten, wekt beroering. Dit is hun bedoeling niet: het zijn trouwe borsten, die hun oprechte overtuiging propageren, het zijn ook goede collega's. Rome is echter veel meer gehaat dan wij, zij ondervinden heftige tegenstand van het publiek. Weldra zien zij zich genoodzaakt politiebescherming in te roepen. Welnu, als je in een buurt als deze met één agent begint, kun je het weldra met tien politie-mannen niet meer redden. De kans, dat er ergens een rel kan ontstaan, werkt op de Amsterdammer - ook op de fatsoenlijke - als een magneet. Hij moet er bij zijn! Zo verzamelt zich elke zaterdagavond om de stand van 'De klare Waarheid' een talrijk publiek" (N. Baas: "Marskramer van het Evangelie" (Franeker, z.j. [1959], blz. 105).
Na een wat aarzelend en tumultueus begin op de Nieuwmarkt (volgens de lustrumuitgave van het Gilde: "de Babelsche markt van Jodenkramen en religie- en ongeloofcolporteurs") vond straatprediking plaats op diverse Amsterdamse pleinen zoals het Museumplein en in stadsparken waaronder het Sarphatipark. Tot de eerste straatsprekers behoorde Johannes Josephus Hendrikus (Jos) Mineur (1887-1957), die in 1933 door het Gilde zou worden geroyeerd omdat hij openlijk uitkwam voor zijn fascistische overtuiging. Feitelijk werd daarmee de bloeitijd van het Gilde afgesloten waarin steeds vaker interne ruzies en meningsverschillen over de te varen koers en houding ten aanzien van rivaliserende straatpredikers van een andere geloofsrichting een rol gingen spelen. 
 

Tijdens de oorlog waren er geen activiteiten en daarna leidde het Gilde een kwakkelend bestaan. Toen in 1952 B. Voets tot directeur van De Klare Waarheid werd benoemd, kwam hij een keer zijn predikers tegen op de Vijzelgracht op hun 'schavotje'. "Enkele eigen supporters stonden er omheen maar geen enkele voorbijganger bleef staan luisteren. Voets vond dit nutteloos en er volgden gesprekken met het bestuur om er een einde aan te maken. Verscheidene bestuursleden waren nog tegen: men hoopte dat de terugkomst van P. Kasteel uitkomst zou brengen. Maar toen deze overging in diplomatieke dienst, vervloog deze verwachting in rook. Uiteindelijk, na heel wat argumenten, wilde men kiezen voor opheffing als de priesterdirecteur tegenover het kerkelijk gezag de volle verantwoordelijkheid aanvaardde. Dat gebeurde en zo werden door het bisdom de straatpredikers in 1956 teruggetrokken. (-) Het Gilde was geschiedenis geworden, een kleurrijk onderdeeltje van het Amsterdamse volksleven" (B. Voets: "Amsterdamse straatprediking. Verhaal van het Rooms-Katholieke gilde van de Klare Waarheid", in: "Ons Amsterdam", 1984 (36), blz. 137 t/m 140). Het archief van het Gilde/RKGK bevindt zich thans in het Nijmeegse Katholiek Documentatie Centrum (Archiefnr. 644).

De omslagillustratie is (onder het wapen van Amsterdam) gesigneerd door de kunstenaar Aug(ustinus Gerardus) van der Linde (1890-1983). Van der Linde was een leerling aan de Hendrick de Keyserschool in Amsterdam en lid van het Schilder- en teekengenootschap Kunstliefde (Utrecht). Hij illustreerde enkele vooroorlogse (kinder)boekjes uitgegeven door de R.K.-Boekcentrale in Amsterdam evenals het voor de lokale (kerk)geschiedenis niet onbelangrijke: "Toen het oude kerkje van Pastoor Wubbe nog bestond" (Amsterdam, 1925), maar dit is - voor zover mij bekend - zijn enige omslagontwerp. Na de oorlog werd hij meer bekend met zijn: "Zoo was Nederland in de winter 1944-1945" (Utrecht, 1945), een doos met 18 reproducties van zijn aquarellen met kenmerkende situaties tijdens de hongerwinter, zoals 'De Centrale Keuken', 'Sloopers uit Nooddruft', 'Fietsen vorderen', 'Razzia' en 'De Onderduiker'.


Voor de lustrumbrochure van het Gilde maakte Van der Linde een bijzonder ontwerp in Art Deco stijl met getekende letters die onder en boven open zijn. Op het cliché hebben ze daarom veel weg van hiërogliefen! Door de ruimte tussen de letters op de brochure lichtblauw te kleuren lijkt het alsof de tekst(plaat) werd uitgezaagd en op een blauwe ondergrond ligt. Dergelijke 'open' belettering is geïnspireerd op het werk van typograaf Hendrik Wijdeveld (1885-1987) en gelijkt op die van de omslag van een nummer van het beroemde tijdschrift "Wendingen" (januari 1925), gewijd aan het raadhuis ontwerp van architect W.M. Dudok (1884-1974) voor Hilversum. De drie gestileerde figuren doen sterk denken aan het beeldhouwwerk van de Amsterdamse school, met name dat van tijdgenoot Hildo Krop (1884-1970). 


In: "De Tijd: godsdienstig-staatkundig dagblad" van 15 oktober 1926 werd de uitgave geprezen. "De uitgever die zich met ware piëteit kweet van zijn taak dit boekje zoo aantrekkelijk mogelijk te maken, bond het in een omslag welks voorpagina den door een haag van doornige vooroordelen en andere zielsbelemmeringen naar Christus heenworstelenden mensch te zien geeft en maakte er een geheel eigenaardige en tot dusverre als eenig in haar soort te beschouwen propaganda-werkje van voor - zooals Mgr. Callier zich in gelukwensch uitdrukt - de 'klare waarheid van ons heilig geloof'". 

Aug. van der Linde omschreef zijn werk op de binnenzijde van het omslag als volgt: "De mensch van goeden wil, welke zoekt naar de waarheid, gevangen in de doornen ranken van vooroordeel, zelfzucht, onwetendheid en dergelijken, worstelend om vrij te komen om te gaan tot de Waarheid [Christus]. Het Gilde van de Klare Waarheid zal dien mensch helpen om te komen tot de kennis der eeuwige waarheden van ons heilig geloof. Aug. v.d. Linde".

De lustrumbrochure zag het licht bij drukkerij Limburgia van J. Babeliowsky & zoon. Die bevond zich vanaf eind 1904 in de Gerard Doustraat 65, vlak bij de Amsterdamse Albert Cuypmarkt. Eind jaren zeventig van de vorige eeuw verhuisde de drukkerij naar elders. Zeer waarschijnlijk heeft mijn aanwinst daar gedurende een mensenleven gelegen tussen de drukpersen, letterbakken, drukinkt, papierbundels, en drukproeven in de bak met gebruikte en vergeten clichés.

vrijdag 8 juli 2022

De portretten bij de sententie van Hugo de Groot


‘Hug[o] Grotius, Anno 1617’, olieverf op paneel, anoniem. 
(Den Haag, Haags Historisch Museum).

Ik had afgesproken met mijn 'blogredacteur' Reinder Storm in Amsterdam en omdat het vrijdag was bezocht ik voorafgaande aan onze gezamenlijke lunch (bij biologisch restaurant Gartine in de Taksteeg) ook de nabijgelegen Spui boekenmarkt. Ik maakte mijn gebruikelijke rondes en belandde tot slot bij de kraam van antiquariaat Klikspaan uit Leiden.
Die had naar mij mening erg veel spul liggen dat ik al kende van de afgelopen keren dat ik de boekenmarkt had bezocht, inclusief een grote oude kartonnen doos met pamfletten, brochures en andersoortig dun drukwerk uit de 17de en 18de eeuw. Het waren vooral uitgaven van theologische, religieuze of politieke aard en volgens de inktstempels waren het voornamelijk doubletten afkomstig uit de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. De meeste daarvan oogden niet erg fraai, ze waren bladzijde voor bladzijde verstevigd met grote vellen onafgesneden dun rijstpapier. Voor enkele tientjes per stuk lag daar van alles door en bij elkaar.


Ik had die doos al minstens drie keer eerder doorsnuffeld en niets gevonden maar ditmaal trof ik een paar bijzonder interessante brochures aan die ik niet eerder was tegengekomen. Toen ik daarover met Axe van Maanen aan de praat raakte bleek mij al gauw waarom. Hij had in zijn opslag veel meer liggen dan wat in die doos zat en stopte er af en toe wat nieuw materiaal bij. "En de prijzen", vroeg ik? Axe stopte een vinger in zijn mond en stak die in de lucht... "nattevingerwerk". Duur geprijsd was het allemaal niet en als bewijs pakte hij de nieuwe gezamenlijke catalogus van de Nederlandse Vereeniging van Antiquaren voor de beurs in het Marriott Hotel in Amsterdam (11 en 12 juni). "Kijk maar" zei hij, terwijl hij wees naar bladzijde 17 waar antiquariaat Brinkman een achttiende eeuws pamflet met een 'sententie' c.q. vonnis (tegen Jacob Campo Weyerman) aanbood voor een stevige € 190,- euro; "Die komt uit dezelfde doos"!


Frank Rutte van antiquariaat Brinkman had ik die morgen ook al zien lopen maar die had vermoedelijk niet meer in de doos gekeken want ik vond zowaar de "Sententie uyt-ghesproocken ende ghepronuncieert over Hugo de Groot, ghewesen Pensionaris der Stadt Rotterdam / den achthiende May / Anno sesthien hondert neghenthien / Stilo novo"
('s-Gravenhage, 1619). Een prachtvondst want met een toegevoegd portret direct achter de titelpagina en dat verschijnsel (bij pamfletten) was ik nog niet eerder tegengekomen. Blijkens een inktstempel op het eenvoudig grijze omslag lag dit exemplaar ooit ergens in de 'Boekerij R.K. Leergangen' (Tilburg). 
In plaats van de potloodprijs van € 85,- euro (en € 30,- euro voor een ander pamflet) vroeg Axe een vriendenprijs van vijftig euro totaal en daar hoefde ik dus niet lang over na te denken. Alleen voor de sententie van Hugo de Groot (zonder portret) betaal je antiquarisch al gauw € 200,- euro!


Hugo de Groot (1583-1645) behoeft hier - denk ik - maar weinig introductie. De meeste Nederlanders kennen hem dankzij zijn spectaculaire ontsnapping uit slot Loevestein in 1621 door zich te verstoppen in een boekenkist. Hij was een wonderkind dat uitgroeide tot een uitzonderlijk rechtsgeleerde die wereldberoemd werd (en is; hij komt voor in de 'Canon van Nederland'), vooral dankzij zijn: "De jure Belli ac Paces" (Parijs, 1625) waarmee hij de basis legde voor het (internationaal) volkenrecht. Zijn theologisch/religieus conflict met Prins Maurits (1567-1625) leidde ertoe dat hij in 1619 tot een levenslange gevangenisstraf werd veroordeeld die hij moest uitzitten in slot Loevestein, toen een staatsgevangenis.


De sententie (c.q. het vonnis) van Hugo de Groot verscheen in Den Haag bij de landsdrukker Hillebrant Jacobsz. (van Wouw, 1577-1622) en werd uitgegeven met een privilege voor twee jaar. Toen ik thuisgekomen de STCN en Knuttels pamflettencatalogus raadpleegde bleek mij al gauw dat deze uitgave niet alleen zeer populair moet zijn geweest, maar bovendien met verschillende toegevoegde portretten verkrijgbaar was. Om enigszins wegwijs te worden in de zee aan (geschilderde en) gegraveerde portretten van Hugo de Groot raadpleegde ik het standaardwerk van Jhr. mr. dr. E.A. van Beresteyn (1876-1948): "Iconographie van Hugo Grotius" (Den Haag, 1929). Ik vroeg mij af welke portretten er eigenlijk destijds aan de sententie van Hugo de Groot waren toegevoegd. Knuttel kende er twee, Beresteyn één en hij twijfelde over een tweede... Ik vond er uiteindelijk drie en geef ze hieronder weer.


1. De sententie zonder portret (Knuttel 2920). 

2. De sententie met een portret door Claes Jansz. Visscher (1587-1652). Daarvan bevindt zich een exemplaar in de Koninklijke Bibliotheek (Knuttel 2921, Koninklijke Bibliotheek KW pflt 2921). In Beresteyn's lijst nummer 97: "Deze prent is een der randportretten van de groote prent met de terechtstelling van Oldenbarnevelt. Deze prent is ook afzonderlijk gedrukt op grooter papier. Hij komt voor in sommige ex. van de Sententie" (Blz. 107, afb. 28).
Portretten van Claes Jansz. Visscher komen we wel vaker tegen bij de sententies gedrukt en uitgegeven door Hillebrant Jacobsz. (van Wouw).


3.a. De sententie met een portret van een onbekende graveur (Knuttel 2922, Koninklijke Bibliotheek KW pflt 2922). Het portret hierboven zit in mijn aanwinst. Ongesigneerd dus, maar wie zoekt in de database van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie (RKD) zal - net als ik - tot de conclusie komen dat afbeelding een kopie is van de portretgravure(s) die Willem Isaacsz. van Swanenburg (1580-1612) maakte van Hugo de Groot (in een identieke omlijsting).
In Beresteyn's lijst nummer 7: "In: Inleiding tot de Holl. Rechtsgeleerdheid. 1631 (46).
Van achter bedrukt met titel. De prent komt ook onbedrukt achter voor in de Sententie 1619 op de Kon. Bibl. (Knuttel 2922), doch deze kan er later zijn ingeplakt, daar ik dit portret in andere ex. niet aantrof" (Blz. 80). 

3.b. De sententie met een ander ongesigneerd portret. Daaronder een vierregelig vers van Daniël Heinsius (1580-1655) gedateerd 1614. Een exemplaar daarvan vond ik in de beeldbank van het Gelders Archief (0911 Familie van Rhemen, pamfletten). Ook hier wordt verwezen naar Knuttel 2922! Zoals u hieronder kunt zien gaat het echter om een geheel andere afbeelding dan de voorgaande (waarbij de graveur zich honderd jaar heeft vergist in het geboortejaar van Hugo de Groot (MDCLXXIII = 1683!). In Beresteyn's lijst nummer 5: "Vermoedelijk als losse prent uitgegeven" (Blz. 79, afb. 16).


Er zijn dus aantoonbaar drie verschillende portretten toegevoegd aan de sententie van Hugo de Groot. En daarmee beëindig ik mijn bescheiden (boekhistorische) relaas met dank aan een oude kartonnen doos vol verrassingen...

vrijdag 13 november 2020

Gij zult leergeld betalen...


Toen ik enkele dagen voor mijn verjaardag wat op Marktplaats rondstruinde trof ik daar een advertentie aan onder het kopje "Groot schilderij van de Tien Geboden". De foto's daarbij toonde echter geen schilderij maar een ingelijste negentiende eeuwse prent, zo te zien een litho.

Wie wel eens een oude hervormde kerk van binnen gaat bekijken loopt grote kans de inspiratiebron voor dergelijke kunstzinnige afbeeldingen tegen te komen; het tiengebodenbord of wetsbord. Veelal uitgevoerd in beschilderd hout gaat het om vrij forse objecten die niet direct in je huiskamer passen. Gelukkig verschenen er al vroeg - meer handzame - gedrukte afbeeldingen, zoals de onderstaande gravure (1583) van 'Mozes met de tafelen der Wet' - door Hendrick Goltzius (1558-1617) - uit de collectie van museum Boijmans van Beuningen. Eeuwenlang zijn de tien geboden c.q. 'de tafelen met de Wet des Heeren' op een dergelijke wijze (vaak vergezeld van Mozes en/of Bijbelse taferelen) weergegeven.


Lithografie (of steendruk) is een uitvinding van Alois Senefelder (1771-1834), een grafische techniek die in Nederland vanaf het tweede decennium van de negentiende eeuw opkomt en verschillende voordelen bood ten opzichte van de traditionele ets- en graveertechniek. 
In: "Het wezen van den steendruk" (Amsterdam, 1929), een vertaling door H.C.O. Magel van Senefelders bekende boek over zijn uitvinding, lezen we daar meer over en worden de verschillende instrumenten, benodigdheden en werkwijzen uitgelegd. Feitelijk is een litho (vlakdruk) een tekening op steen. Bij de litho die ik op Marktplaats zag leek me dat op de verdiepte manier gebeurd. De gehele afbeelding, alle punten en lijnen, letters en tekeningen is met vaste hand "hetzij door een scherp stalen instrument in de diepte van den steen gegraveerd of door sterkwater erin geëtst" (Hoofdstuk 2, blz. 147). Het resultaat benadert de mooiste kopergravures en deze techniek leent zich dan ook uitstekend voor het weergeven van muzieknoten, lettervormen, schrift en landkaarten. 

De eerste advertentie die ik in Delpher tegenkwam voor een "schoone gelithographieërde Plaat" met de tien geboden staat in de "Leeuwarder Courant" van november 1827. Het gaat volgens boekverkoper H.C. Schetsberg om de "DE TIEN GEBODEN, zinnebeeldig voorgesteld met verklaring". 


Ik heb het origineel niet gezien (noch gevonden) maar kan mij er wel een voorstelling van maken door simpelweg te bladeren in mijn achttiende eeuwse "Kleine Print-Bybel", waarin talrijke Bijbelpassages als een rebus op zinnebeeldige wijze zijn weergegeven.
Voor liefhebbers van typografie wordt het pas spannend als de lithografische kunstenaars naast typolithografie (d.w.z. het overbrengen van boekdrukletters op steen) ook allerlei fantasieletters gaan tekenen, die niet traditioneel in lood gegoten bij de drukker stonden. Wat ik op Marktplaats tegenkwam leek mij daarvan een mooi voorbeeld, maar niet het enige...


In de collectie van het Rijksmuseum vond ik de hierboven getoonde litho (60 cm. hoog en 48,5 cm. breed), gemaakt door W. Visser, gedrukt bij Hilmar Johannes Backer (1804-1845) en in 1836 uitgegeven door Hartog Zangers 'koopman in kunstplaten' te Dordrecht. 
Uit zijn advertentie ('belangrijk berigt') in de "Rotterdamsche Courant" van 22 november 1836 blijkt duidelijk zijn trots op deze uitgave van "DE TIEN GEBODEN, uitmuntend en kunstvol in steen gegraveerd, waaraan kosten noch moeite gespaard zijn en waaraan alle Bijsieraden door teekenkunst, vignetsgewijze, met smaak zijn bijgebragt".


Hoe fraai ook, de kunstplaat die ik op Marktplaats vond is nog overdadiger uitgevoerd. Het (kader)formaat is ook wat groter (65 cm. hoog en 46,5 cm. breed). De religieuze boodschap is eigenlijk bijzaak geworden. De hele litho is feitelijk één grote reclameplaat voor de virtuositeit van de kunstenaar en het technisch kunnen van de drukker alsmede het zakelijk inzicht en vernuft van de uitgever/verkoper. 

Toen ik op 'Wet des Heeren' in Google verder zocht was het meteen raak. Een identiek exemplaar (maar in slechtere conditie) uitgegeven in Groningen bij J.M. Billroth trof ik aan in de beeldbank Groningen (NL-GnGRA_1536_2815). Daarin staat ook een afbeelding van een anderhalve eeuw later gemaakte reproductie (NL-GnGRA_1536_2196). Met enige regelmaat duiken exemplaren van deze litho op bij Marktplaats en Catawiki (telkens in een andere lijst) die voor bedragen rond de veertig euro worden geveild (exclusief veiling- en verzendkosten). Mooi detail; in tenminste één protestantse kerk hangt deze 'Wet des Heeren' nog gewoon aan de muur... (Helenaveen, gemeente Deurne).


Johann Martin Billroth was een Duitser, die circa 1779 werd geboren in Stralsund aan de Oostzee als zoon van Friedrich Martin Billroth en Maria Charlotte Landgraff. Billroth (overleden in Groningen op 20 april 1851) was spiegelmaker, kunsthandelaar, kunstkoper en uitgever. Hij was in 1829 oprichter van de eerste gespecialiseerde steendrukkerij in Groningen (pas tien jaar later volgden drie anderen). In 1837 had hij een winkel op de hoek van de Grote Kromme Elleboog in Groningen. 
Zowel Billroth in Groningen als Backer in Dordrecht behoorden tot de eerste lithografen in Nederland en komen voor in het overzicht van steendrukkers werkzaam in Nederland vóór 1840 door Helen C.M. Marres-Schretlen en Rob Meijer (In: "De Boekenwereld", jrg. 15, 1998, nr. 1. blz. 142 t/m 146). 


De kunstplaat van Billroth verscheen vrijwel gelijktijdig met die van zijn Dordtse concurrent Backer, waarschijnlijk zelfs iets vroeger, want zijn krantenadvertenties voor kunstplaten in Delpher starten ook iets eerder. Hoe dan ook, één van de twee heeft leentjebuur gespeeld. Er zijn onmiskenbaar een aantal overeenkomsten, zoals de knielende Mozes links en de priester met bisschopsstaf rechts boven de stenen tafelen met de geboden. Ook het middenstuk van beide kunstplaten verschilt maar weinig in de keuze voor bepaalde Bijbelscenes en -verzen. Van boven naar beneden zijn dat:
1. De Ark van het Verbond (Bij Backer geheel onderaan met Bijbelvers Exodus 40: 17-19),
2. Het Gouden Kalf (Bij Backer met Bijbelvers Exodus 32: 6-19),
3. Mozes (Met Bijbelvers Exodus 32: 19),
4. Steniging (Met Bijbelvers Leviticus: 24: 14). Bij Backer met verwijzing naar Bijbelvers Leviticus 24: 13, 14, 23.
5. Slang aan een paal (Met Bijbelvers Numeri 21: 8),
6. Abraham en God (vermoedelijk..., alleen bij Backer is dit goed duidelijk weergegeven en met Bijbelvers Genesis 22: 11, 12).

Geheel links in de hoek op de plaat van Billroth staat nog de Bijbeltekst Exodus 34: 21 met een tekening van ploeggereedschap en alleen bij Backer komt er in het middenstuk een afbeelding voor van koning Ahasveros met Mordechai en Esther (met Bijbelvers Esther 8: 2). 


Oplagecijfers zijn mij niet bekend maar er moet vraag zijn geweest naar dergelijke 'pennestukken'. In de tweede helft van de negentiende eeuw verscheen er - wederom in Groningen - een tweede vergelijkbare litho met 'de Wet des Heeren' (beeldbank Groningen NL-GnGRA_1536_2811), ditmaal uitgegeven door J. Oomkens J. Zoon, die ook veel topografische kaarten uitgaf. Oomkens had in 1826 de steendruk in Groningen voor het eerst gebruikt. Zijn litho-uitgave van de tien geboden werd getekend ('del.') door steendrukker W. de Boois (van wie verder niet veel meer bekend is). 

Zijn dergelijke kunstplaten een typisch Nederlands fenomeen? Wellicht... Ik vond in 'The Library of Congress' weliswaar een exemplaar in het Engels, maar deze litho "The Ten Commandments." (gedrukt in 1876 door 'Strobridge Lithographing Co.' in Cincinnati, USA/Ohio) werd gemaakt door ene John. W. van Leeuwen! En dat klinkt dan weer verdacht Nederlands.
Verticaal in het middenstuk ditmaal geen Bijbelse taferelen maar de namen van de twaalf stammen Israëls die bij de litho op Marktplaats horizontaal boven in de sierlijst staan.


Al met al leek mij het lithografische meesterstuk op Marktplaats een waardig verjaardagsgeschenk aan mijzelf en dus bood ik € 30,- euro (inclusief verzendkosten).
De eigenaar echter liet mij weten dat zijn 'schilderij' echt veel meer waard was dan het 'startbod' van € 25,- euro...
Zucht...
Onkunde van de verkoper(s) op Marktplaats en andere antiquarische websites levert mij vaak leuke aanwinsten op voor boterzachte prijsjes maar in dit geval hing ik - nadat ik de eigenaar op de laagste veilingprijs had geattendeerd - voor het marktconforme bedrag van
€ 47,50 euro (inclusief verzendkosten). Dat was uiteindelijk twee tientjes meer dan ik in gedachten had gehad, maar inmiddels was er al flink wat tijdrovend onderzoek gedaan en stond dit hele stukje (compleet met illustraties) in concept klaar. 

Toen het pak uiteindelijk arriveerde bleek de glasplaat gebroken ondanks de bescherming van een oude badhanddoek en het verpakkingskarton met daarop in grote letters ‘Breekbaar’ en ‘Glas’. Nadat ik de plaat met enige moeite uit de lijst had gehaald werd mijn vermoeden bewaarheid. Dit was geen origineel maar de reproductie…
Hoe is die te herkennen? In de eerste plaats aan het moderne (wat gele) papier, maar dat is van een foto of op afstand, ingelijst achter glas, moeilijk te zien. Er is echter één in het oog springend detail dat bij alle reproducties duidelijk zichtbaar is. Geheel onderaan staat: “te Groningen bij J.M. Billr..h.”. Anders dan bij het origineel ontbreken de letters ‘o’, ‘t’ en een gedeelte van de letter ‘h’. 

Leergeld betaald...