Posts tonen met het label Trio. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Trio. Alle posts tonen

zaterdag 9 augustus 2025

De 35ste Deventer boekenmarkt


Vorig jaar eindigde ik het veelgelezen verslag van mijn bezoek aan de Deventer boekenmarkt, ruim twintig jaar later, met een 'cliffhanger'; "Volgend jaar weer?".

En ja hoor! Ook ditmaal was ik van de partij. Net als vorig jaar, na het uitlaten van de hond, in de auto gewapend met koffie en donuts op weg naar een parkeerplek op de Deventer Beestenmarkt. Rond half negen 's ochtends slenter ik de nog enigszins verlaten boekenmarkt op, vol verwachting naar wat de dag mij gaat opleveren.

Het weer werkt - met deze wisselvallige Nederlandse zomer - alvast goed mee. Het blijft de hele dag droog en helder. In de middag wordt het zelfs erg zonnig en warm met af en toe een lichte bries. Uitstekend boekenmarkt-weer en naarmate de dag vordert wordt het drukker en nog drukker.


Mij bekruipt het gevoel dat er minder kramen staan dan vorig jaar, maar het kan ook zijn dat het gewoon leger lijkt door het 's ochtends nog wat spaarzame publiek. Het is in ieder geval weer de gebruikelijke mix van aanbod en publiek die ik aantref. Sporadisch antiquarisch & verzamelwaardig werk, veel moderne uitgaven en daartussen vreettentjes en kraampjes met boekgerelateerde zaken (zoals ansichtkaarten, nieuwe auteurs & boekpromotie, leesclubs, boekbindateliers enz. enz.). Het publiek bestaat weer voor 99 % uit lezers op zoek naar de ontbrekende deeltjes van hun favoriete jeugdserie, detective of strips. Verzamelaars, bibliofielen en handelaren (ik spot alleen Fokas Holthuis) op zoek naar oud en/of bijzonder drukwerk zijn hier (vermoedelijk) op twee handen te tellen.


In mijn gebruikelijke 'sneupstand' loop ik langs de rijen en scan ik het aanbod. Regelmatig zie ik grote en kleine uitgaven die ook vorig jaar op de markt te koop werden aangeboden.
Ik spot - net als vorig jaar - verschillende mij bekende verkopers waaronder Eric Klee (antiquariaat De Uilenspiegel), Axe van Maanen (antiquariaat Klikspaan), Jaap de Jong (antiquariaat 't Wasdom) en zelfs Henk Molenaar die eind vorig jaar (na 33 jaar) is gestopt met zijn kraam op de Amsterdamse Spui boekenmarkt. Ik maak ook even een praatje met Ard van der Steur (antiquariaat Goltzius). Sneller dan in 2024 beland ik op de IJsselkade en ploeg daar als eerste bij een kraam door bananendozen vol ongesorteerd oud drukwerk. Je weet immers maar nooit... Ik vind echter niks en loop weer verder. Het is inmiddels half elf, ga ik vandaag nog wat vinden?


Een half uurtje later is het zover. Bij 'Haagse Harrie' van antiquariaat Leest vind ik een nog ontbrekend deeltje uit de zesentwintigdelige serie verzamelalbums (in grijze omslag): "Curiositeiten van allerlei aard". Nog twee te gaan! Ook koop ik bij hem een curieus boekje: "De kerk- en altaarwijding, eene onderrigting en verklaring over de bijzondere plegtigheden bij het inwijden der kerken en altaren" ('s Gravenhage, 1836). Vervolgens kletsen we wat over vroeger toen ik nog in Den Haag werkte en de wekelijkse grote Haagse boeken- en antiqiteitenmarkt op het Lange Voorhout bezocht... Nog maar enkele handelaren/kramen resteren thans en houden vol. Harrie (vijftig jaar boekhandelaar) mompelt dat hij zijn winkel inmiddels heeft verkocht en dat boeken hun status hebben verloren. Ik mompel zoiets als 'tot volgend jaar' en loop verder langs de eindeloze rij kramen.


Weer een half uurtje later vind ik in een kraampje aan de stadskant een vooroorlogse "Trio letterproef". Die moet vrij zeldzaam zijn - denk ik - en voor slechts tien euro ben ik er erg blij mee. Over de Haagse drukkerij/uitgeverij Trio schreef ik al eerder in: "Een kruidtuin voor vrienden". Mijn volgende aanwinst vind ik in de kraam van "De Tweede Lezer" uit Apeldoorn. Het gaat om: "Goede manieren. Een handboek voor heeren" (z.j. [1903], Almelo) van C. von Franken. Een vrijwel ongeschonden exemplaar in originele linnen band met op het voorplat een sfeervolle (band)tekening van illustrator Arie C. Rünckel (1876-1956). Altijd leuk en niet te vinden op Boekwinkeltjes. Ik betaal de gevraagde tien euro en voel me weer het 'heertje'!


Mijn horloge geeft inmiddels twee uur aan en het wordt tijd om ergens mijn lunch weg te werken. Ondertussen schijnt de zon uitbundig op de drukke mensenmassa die zich langs de boekenkramen wurmt. Ik heb medelijden met het kleine kroost in baby- of kinderwagentjes en verschillende grote en kleine hondjes... Ook erger ik me aan mensen met een boodschappenwagentje of trekkarretje. Ik struikel niet graag over een stapel lullige streekromannetjes, versleten strips of 'young adult' pulp! Na mijn lunch in het gras ergens aan de oever van de IJssel en mijn eerste (tevens laatste) toiletwagen-bezoek stiefel ik verder.


Bij een handelaar met doorsnee boeken in grote dozen vind ik een in bruin linnen gebonden Franstalig tentoonstellingcatalogus: "Le livre français, des origines à la fin du second empire" (Paris et Bruxelles, 1924). Een dikke mooi geïllustreerde uitgave (oplage 850 exemplaren) met de geschiedenis van het boek geschreven, gedrukt of uitgegeven in Frankrijk. Ik aarzel, maar voor een paar euro's besluit ik om die dikke pil toch maar mee te sjouwen....


De handelaar die mij vorig jaar mijn enige aanwinst bezorgde zie ik ook nu weer. Nieuwsgierig naar wat hij ditmaal te bieden heeft monster ik zijn kraam. En niet zonder succes! Als eerste vind ik de: "Harderlijke onderrigting en vermaning van den doorluchtige en hoogwaardigen heer Johannes Bon bij gelegenheid van deszelfs verkiezing en inwijding tot Bisschop van Haarlem" (Haarlem, 1819). Johannes Bon (1774-1841) was de eerste oud-katholieke bisschop van Haarlem (1815-1841) in het Koninkrijk der Nederlanden. Hij was tevens de enige oud-katholieke bisschop in de negentiende eeuw die niet door de Paus werd geëxcommuniceerd! Waarschijnlijk heeft een latere bezitter daarom deze uitgave fraai laten inbinden in een stevige kartonnen band, beplakt met rood sierpapier. 


Ik raak met de verkoper in gesprek en hij vraagt mij of ik het doosje met drukwerk over en uit Amsterdam heb gezien. Ja natuurlijk! Vervolgens attendeert hij me op twee uitgaven met een plan voor de aanleg van de Amsterdamse IJ-tunnel, een eerste en tweede druk (uit respectievelijk 1939 en 1950) geschreven door de industrieel (houthandelaar) T.C. Groot.
Ik bied vijf tientjes voor de tweede ingebonden druk van: "Plan voor de aanleg van een IJ-Tunnel" (Amsterdam, 1950). Die tweede druk is niet alleen uitgebreider maar ook voorzien van nieuwe foto's. Bovendien zie ik voorin een handgeschreven opdracht ondertekent door T.C. Groot waaruit blijkt dat hij dit exemplaar op 27 oktober 1950 aanbood aan zijne excellentie J.R.H. van Schaik (1882-1962). Van Schaik (wie kent hem nog?) was in 1950 vice-premier in het kabinet Drees I. Uiteindelijk werd het plan voor een IJ-tunnel in 1953 goedgekeurd. De aanleg (tussen 1957 en 1968) duurde tien jaar! Op 30 oktober 1968 (ruim een week voor mijn zevende verjaardag!) vond de officiële opening plaats door Koningin Juliana en de Amsterdamse burgemeester Ivo Samkalden.


Bij een andere kraam vol oud drukwerk - waaronder bladen uit getijdenboeken en incunabelen - zie ik in een vitrine een mij bekende uitgave liggen. Het gaat om een neogotisch altaarmissaal van Pustet uit Regensburg (Duitsland) in een band vrijwel identiek aan mijn exemplaar. De handelaar vraagt er (omwille van die prachtband) vierhonderdvijftig euro voor. Dat valt nog mee, maar is beduidend meer dan wat ik voor mijn exemplaar destijds betaalde.
Het eind van de dag begint te naderen. Ik heb geen afspraak dit jaar met de Boekensneuper om mijn overtollig redactie-exemplaar van het jaarboek van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen (NGB) te overhandigen, want hij is er vandaag niet bij (zoals te lezen valt in het verslag van zijn bezoek aan de verregende regenachtige Dordtse boekenmarkt). Van de paar boekenliefhebbers van wie ik weet dat ze er moeten zijn zie ik niemand. Ik besluit om op de terugweg nog even langs de kraam van de stichting Desiderata te lopen om daar Peter IJsenbrant (die tevens penningmeester is van het NGB) te begroeten. 


We hebben het even over het verloop van de dag, de onlangs aangetreden aspirant secretaris van ons Genootschap (Arine van der Steur van het gelijknamige Haagse antiquariaat) en de laatste uitgave van Desiderata waarover ik schreef in "Frater Elephas en zijn beste kettertje". Tevens maak ik gebruik van de gelegenheid om hem te bedanken voor de toezending van de eerste bibliofiele uitgave van zijn Desideratum-Pers: "The Library" (een gedicht van Robert Southey). Het is inmiddels vijf uur en zijn vrouw begint met inpakken.
Ten afscheid drukt hij mij een geel kaartje in handen: "HAAT", het tweede druksel van zijn pers... Een half uur later zit ik in mijn auto en zoef ik - tevreden met mijn vondsten - terug naar huis.

Tot volgend jaar?

maandag 28 juli 2025

Frater Elephas en zijn beste kettertje


'Twee geloven op een kussen, daar slaapt de duivel tussen'. Maar ook al waren ze niet met elkaar getrouwd hun persoonlijke relatie en wetenschappelijke samenwerking was uitstekend. En wat zouden ze een mooi echtpaar zijn geweest, dacht ik, terwijl ik de jongste uitgave van de stichting Desiderata doorbladerde. Ik moest denken aan Franciscus Josephus Bonaventura Kruitwagen (1874-1954) en Maria Elisabeth Kronenberg (1881-1970).

Met "Het verloren lezen van Bonaventura Kruitwagen" (Tilburg, MMXXV) is opnieuw een Desiderata-uitgave verschenen die als glansrijk voorbeeld mag dienen voor auteurs en uitgevers. Fraai vormgegeven; in linnen gebonden met stofomslag en leeslint, gedrukt op stevig papier en overdadig geïllustreerd in kleur. Bijgevoegd werd (in envelop op naam) een losse facsimile van Bonaventura's 'Encycliek', het verslag van het verlies van zijn omvangrijke bibliotheek op 14 mei 1940 tijdens het bombardement van Rotterdam. De uitgave wordt afgesloten met een bronnenoverzicht, register op namen en een duidelijk colofon (boekproductie). Ik weet werkelijk niet hoe de directeuren van Desiderata (Ed Schilders, Peter IJsenbrant en Martin Hulsenboom), het telkens weer flikken maar deze bibliofiel - en naar ik vermoed elke boekenliefhebber - betaalt daar met liefde € 27,50 euro voor (excl. verzendkosten). Dan heb ik het nog niet eens gehad over de interessante en bijzonder boeiend geschreven inhoud.
De biblio-beschouwingen van Bonaventura Kruitwagen O.F.M. met inleidingen en uitweidingen van Ed Schilders vormen bij elkaar niets minder dan een tweede huldeboek voor deze sympathieke muggenziftende bibliograaf met zijn karakteristieke kuif.


Het eerste huldeboek verscheen ruim vijfenzeventig jaar geleden en werd uitgereikt op Sint-Bonaventura, 14 juli 1949, ter gelegenheid van zijn gouden priesterfeest en zijn vijfenzeventigste verjaardag aan 'pater Elephas' (in de nieuwe Desiderata-uitgave kunt u lezen wat Kruitwagen met olifanten had). Een dikke pil van bijna 500 bladzijden met los ingevoegde 'tabula gratulatoria', in blauwlinnen band uitgegeven bij Martinus Nijhoff in
's-Gravenhage. Onlangs kocht ik daarvan voor een paar euro een tweede exemplaar! Daarin zat namelijk los (maar niet los te koop): "Een wonderbare genezing bij het H. Sacrament van Mirakel te Amsterdam in het jaar 1472" (een overdruk uit het Eucharistisch Congresboek. Amsterdam, 1922 blz. 64-80). Het is nr. 203 in de lijst met geschriften van pater dr. B. Kruitwagen O.F.M. in het huldeboek. Niet zo maar een overdruk maar - in de beeldende taal van Ed Schilders - "een exemplaar met het DNA van de grootste kenner van de vroegste drukken en middeleeuwse handschriften". 


Zoals op de afbeelding te zien is staat rechtsboven met pen 'v.d.S' (van de schrijver) en rechtsonder in potlood 'B.K' (Bonaventura Kruitwagen) Leiden, 5 Oct. 1953 (Hij verbleef daar in de pastorie van de Hartebrugkerk, Haarlemmerstraat 106, zoals het inktstempel op de laatste bladzijde laat zien). Onderaan in potlood schreef hij: "Dit was nog vergeten. De proef was niet door mij gecorrigeerd" en links in de hoek: "Dit ex. kunt u houden (si placet)". Ik kan niet voor de onbekend gebleven ontvanger spreken maar mij behaagt het thans zeer zeker!

De historicus prof. dr. L.J. Rogier (1894-1974) hield tijdens de uitreiking van het Huldeboek een feestrede die volgens Ed Schilders "een schoolvoorbeeld van welbespraaktheid is" (blz. 76). Dat mag ons niet verbazen want van huis uit was Rogier Neerlandicus met een grote aandacht voor het zorgvuldig en correct gebruiken van de Nederlandse taal.


Van die feestrede bezit ik alweer lange tijd de schaarse uitgave die in 1949 'pro manuscripto' werd gedrukt in het Minderbroedersklooster te Alverna (Wychen). Dit "Huldewoord uitgesproken in de bijeenkomst ter ere van Pater Dr. Bonaventura Kruitwagen O.F.M. in de Grote Zaal van de Kamer van Koophandel te Rotterdam op 14 juli 1949 door L.J. Rogier", kocht ik destijds in de boekenkraam van Jos Albers (1954-2021) op het Waterlooplein.
Er zat/zit een briefkaart in van Maria Kronenberg gedateerd 19 augustus 1954 met een boodschap aan Rogier die goed leesbaar is, ondanks dat zij vond dat in vergelijking met Kruitwagens keurige en duidelijke handschrift dat van haar bestond uit vaak onleesbare krabbels: “Mijn hart.(elijke) dank voor de gezonden rede, die mij bij lezing weer evenzeer getroffen heeft als op die middag te Rotterdam. Ten overvloede heb ik nog even naar Alverna geschreven om te vernemen of men ons toestemming tot de herdruk geeft”.
En op de verso zijde “Ook de medewerkers van Het Boek verheugen zich over uw bereidwilligheid ons deze voortreffelijke rede af te staan”. Inderdaad werd Rogiers’ toespraak later afgedrukt in het tijdschrift ‘Het Boek’ (1912-1966).


Kronenberg was Kruitwagens leerling en vrouwelijke evenknie. Hij noemde haar zijn 'Haeretica mi' ('mijn beste kettertje'). Net als 'De Kruit' was zij een zeer begaafd bibliografisch onderzoeker van Nederlandse (post)incunabelen. Zij werd vooral bekend en geroemd door of om haar: "Nederlandsche bibliographie van 1500-1540", een driedelige uitgave (plus aanvullingen) samengesteld samen met de Haagse uitgever en antiquaar Wouter Nijhoff (1866-1947). Voor haar boekwetenschappelijke verdiensten ontving zij - evenals Kruitwagen- diverse onderscheidingen waaronder in 1951 een eredoctoraat van de Universiteit van Amsterdam. Bij die gelegenheid verscheen: "Redevoeringen gehouden bij de verlening van het ere-doctoraat in de Letteren en Wijsbegeerte aan Maria Elisabeth Kronenberg op 17 September 1951" (Amsterdam, 1951). Een antiquarisch weinig voorkomende uitgave waarvan een exemplaar in mijn bibliotheek staat met opdracht: "Aan Lieselotte & Henri, ter herinnering aan 17 Sept. '51 van Maria Elisabeth Kronenberg" (haar broer Hendrik Kronenberg en zijn tweede vrouw Liselotte Käthe Birnbaum). Deze uitgave bevat twee toespraken. Van haar promotor prof. dr. W.G. Hellinga en van haarzelf waarin zij ondermeer zei: "Het verheugt mij, dat ook mijn hooggeachte promotor hier beiden met ere heeft genoemd: Wouter Nijhoff, de man van de grote lijn, het frisse initiatief: Pater Bon. Kruitwagen, de grootmeester van het detail. Een brief van de mij toen nog onbekende pater, na publicatie van mijn eerste tijdschriftartikel in 1912, opende de relatie. En pater Kruitwagen is het weer geweest, die mij enige jaren later met Nijhoff in verbinding bracht". Uitgebreid beschreef zij haar relatie met Kruitwagen en welke belangrijke rol hij in haar leven had gespeeld in juli 1954 in: "Het Boek" (serie 2, jrg. 32): "Na de dood van Pater dr. Bonaventura Kruitwagen".


In: "Het verloren lezen van Bonaventura Kruitwagen" zijn enkele door hem geschreven stukjes (zijn publicatielijst telt 376 nummers!) integraal overgenomen. De meest bekende daaronder is wellicht "Het zetfoutenduiveltje" dat in 1948 verscheen als tweede deeltje in de tiendelige serie 'Typografische Kruidtuin' bij de Haagse uitgeverij Trio. Het is feitelijk een vermeerderde en verbeterde heruitgave van het eerder verschenen artikel "Hoe men vroeger drukfouten bij het publiek aandiende" uit 'Het Tarief', uitgegeven door de 'Federatie Der Werkgeversorganisatie in Het Boekdrukkersbedrijf' (Kerstnummer 1925, blz. 14 t/m 19).
Van dat artikel verscheen in 1925 ook een losse overdruk ('Niet in de handel'). In 1954 werd het door Trio in een andere vormgeving opnieuw uitgegeven. Achterin wordt Kruitwagen gememoreerd. "De drukproef van de onderhavige herdruk van dit boekje was juist aan Pater Kruitwagen afgezonden toen bericht van zijn overlijden alle belangstellenden in de typografie, die hem gekend hebben, met oprecht leedwezen vervulde".


Behalve een integrale tekstweergave schreef Ed Schilders hierbij ook een hoofdstuk met "Het levensbericht van het zetfoutenduiveltje" (blz. 83) en een hoofdstuk "Gerenommeerde 'zetduivels'" (blz. 105). De laatste bevat zijn persoonlijke top tien met enkele hilarische voorbeelden. Een befaamde zetfout die ik in dit hoofdstuk miste - en waaraan zelfs een bibliofiele uitgave werd gewijd - zit in het zeldzaamste en wellicht kostbaarste boek van de twintigste eeuwse Nederlandse literatuur “Naenia”. Dit door Jan Toorop (1858-1928) geïllustreerde (lijk)dicht van P.C. Boutens (1870-1943) uit 1903 (er werden ca. 14 exemplaren van gemaakt) bevatte volgens de auteur 'een ondragelijke drukfout'.
In de laatste regel van de derde strofe staat ‘U’! 
“De ingevoegde U moet een kleine u zijn en geen hoofdletter. Als U de letters nog gezet hebt staan, zag ik dit nog graag veranderd”, schreef Boutens destijds aan drukker Enschede.
Die moest de schrijver teleurstellen. Het zetsel was al uit elkaar genomen en het benodigde papier was op vanwege de vele drukproeven die Boutens had verlangd. Twintig jaar geleden beschreef Marco Goud dit smakelijk in: “Een ondraaglijke drukfout” (Woubrugge, 2005). Een uitgave van de Avalon Pers (oplage: 300 exemplaren) “uitgereikt aan de aanwezigen bij de overdracht van het Naenia-exemplaar van Karel Nijkerk aan de directeur van het Museum Meermanno en (-) toegezonden aan de patroons en begunstigers van het Museum”.


Met het verdwijnen van de letterzetters en het digitaal opmaken van teksten zijn tekstfoutjes echter allerminst verdwenen. Schrijven (en drukken) blijft nou eenmaal mensenwerk zoals Perkamentus maar al te goed weet en mijn 'blogredacteur' Reinder Storm 'ontspijkert' daarom - zo goed mogelijk - al mijn teksten alvorens ik ze online plaats. 
Ook deze zeer verzorgde uitgave van de stichting Desiderata ontkomt er niet aan, al doet de locatie - in één zin met het woord - kwade opzet (met een knipoog van Ed Schilders?) vermoeden...

"In de Gazet van Limburg verscheen het overlijdensbericht op de voopagina, waar het zetduiveltje zijn oude tegenstander alsnog parten wilde spelen" (blz. 133).

vrijdag 10 augustus 2018

Een kruidtuin voor vrienden

Tal van uitgeverijen/drukkerijen hebben in de loop der tijd klein drukwerk uitgegeven dat gratis werd verspreid onder vrienden en zakenrelaties. Onlangs kon ik een complete serie bemachtigen (inclusief het zeldzame eerste deeltje) van de bekende tiendelige 'Kruidtuin' reeks, uitgegeven door de Haagse drukkerij/uitgeverij Trio. Een dergelijke aanwinst leidt bij mij altijd tot het uitzoeken van de achtergrondinformatie en het korte onderstaande bibliografisch overzicht is daarvan het resultaat.

Trio heeft bijna een eeuw bestaan. In 1894 namen drie - na een staking - ontslagen typografen; J. van der Kamp, C.J. Landman en W.J. van den Bogart, het initiatief hiertoe en werd Boek- en Handelsdrukkerij 'Trio', firma Landman & Co opgericht (vanaf 1 januari 1898 de N.V. Drukkerij Trio). Trio was destijds een van de weinige bedrijven waar het beginsel werd doorgevoerd dat de werknemers (zij die na een proeftijd van drie jaar in vaste dienst waren getreden) deelden in de winst van het bedrijf en dat zij met behulp daarvan een gedeelte van het in het bedrijf werkende kapitaal verkregen. Trio begon met acht man maar toen het vijftig jaar bestond werkten er vijfentachtig mensen. In 1989 werd Trio overgenomen door Mats Goemans Holding B.V. en veranderde de naam in Trio Goemans B.V. In datzelfde jaar werd het archief over de periode 1897-1988 aan het Haags Gemeentearchief geschonken.

Al voor de Tweede Wereldoorlog, rond 1930, werd bij Trio nagedacht over het verspreiden van geschenkjes in de vorm van kleine uitgaven voor vrienden en zakenrelaties 'om bekendheid te geven aan het vele, dat Drukkerij Trio vermag’. Het eerste ontwerp daarvoor werd geleverd door de bekende typograaf Piet Zwart (1885-1977) die ook al reclamedrukwerk voor deze uitgever had ontworpen. Zijn vormgeving voor deze eerste uitgave was destijds echter zo modern en vooruitstrevend dat Trio besloot het boekje niet uit te geven. Er werden slechts enkele proefdrukjes gemaakt waarvan er twee (verschillende) berusten in de collectie van Museum Meermanno in Den Haag. 

De eerste krantenvermelding van een relatiegeschenk van Trio voor zijn zakenvrienden vinden we in 'Het Vaderland' van 1939 en 1940. Daaruit blijkt dat er in 1939 een rijmprent werd uitgegeven met een gedicht van P.N. van Eyck (1887-1954) en geïllustreerd met een houtsnede van Nico Bulder (1898-1964). In 1940 verscheen een houtgravure van Dirk van Gelder (1907-1990) met enkele woorden van Johan de Witt (1625-1672). Beide uitgaven staan duidelijk in het teken van de oorlogsjaren.

Na de oorlog, vanaf 1946, verscheen een nieuwe serie uitgaven 'Van Trio aan zijn zakenvrienden' onder de noemer 'Typografische Kruidtuin'. Tussen 1946 en 1950 verschenen in totaal tien kleine (ca. 16 cm. x 10,5 cm) genummerde boekjes met tussen de negentien en dertig bladzijden:
1. "Over de betekenis van de drukkunst in het mensenleven" ('s-Gravenhage, 1948), door Ir. M.C.A. Meischke.
2. "Het zetfoutenduiveltje" ('s-Gravenhage, 1948), door Pater dr. B. Kruitwagen O.F.M.
3. "Sint Jan voor de Latijnse Poort. Schutspatroon der Schrijvers, Drukkers, Binders, Uitgevers en Boekverkopers" ('s-Gravenhage, 1946), door F. Kerdijk.
4. "Hoogtepunten in de typografie" ('s-Gravenhage, 1948), door H. van Krimpen.
5. "Inleiding tot den Manuale Tipografico van Giambattista Bodoni" ('s-Gravenhage 1946), 'korte vertaling uit het Italiaans' F. Kerdijk.
6. "Van minnaars en dwazen in boekenland" ('s-Gravenhage, 1949), door F. Kerdijk.
7. "Het spel van wit en zwart" ('s-Gravenhage, 1949), door Pam. G. Rueter.
8. "Drukkers in Venetië" ('s-Gravenhage, 1949), door F. Kerdijk.
9. "Afbeelding en Verbeelding uit de zetkast" ('s-Gravenhage, 1949), door D. Dooijes.
10. "De machinezetters kunnen naar huis gaan" ('s-Gravenhage, 1950), door F. Kerdijk.

Van de tien deeltjes nam Trio-directeur Ir. Frits Kerdijk (1879-1972) er vijf voor zijn rekening (nummers 3, 5, 6, 8 en 10).

Het meest bekend onder boekenliefhebbers is wellicht nummer 2: "Het zetfoutenduiveltje", door Pater Bonaventura Kruitwagen (1874-1954). Het is feitelijk een vermeerderde en verbeterde heruitgave van het eerder verschenen artikel "Hoe men vroeger drukfouten bij het publiek aandiende" uit 'Het Tarief', uitgegeven door de 'Federatie Der Werkgeversorganisatie in Het Boekdrukkersbedrijf' (Kerstnummer 1925, blz. 14 t/m 19). Het verscheen in 1925 ook als losse overdruk ('Niet in de handel') en is ook het enige deeltje uit de 'Typografische Kruidtuin' dat door Trio los werd herdrukt (1954).


Antiquarisch worden losse deeltjes van de 'Typografische Kruidtuin' regelmatig aangeboden. Vrij zeldzaam zijn het eerste en laatste nummer. Om met de laatste te beginnen; feitelijk was dit geen boekje maar een simpel vouwblad en dat kan een verklaring zijn voor zijn tegenwoordige schaarsheid.
Het eerste nummer: "Over de betekenis van de drukkunst in het mensenleven", door Ir. M.C.A. Meischke kon de uitgeverij al in zijn verschijningsjaar (1948) niet meer naleveren. Ook de overige beginnummers uit de 'Kruidtuin' serie waren al snel op zoals blijkt uit de mededeling in nummer 7 (1949). Daarin wordt tevens het voornemen geuit om na het verschijnen van deel tien de boekjes gebundeld uit te geven.


Die bundel zou ruim tien jaar later verschijnen onder de titel: "Uit de typografische kruidtuin. Een bundel grafisch allerlei herdrukt bij het 50-jarig bestaan van de afdeling typografie van de Eerste Technische School te ‘s-Gravenhage" ('s-Gravenhage, 1962) en bevatte alleen de tekst van de nummers 2, 3, 6, 8 en 9.

Naschrift

De 'Typografische Kruidtuin' was de eerste serie-uitgave voor vrienden en relaties, maar niet de laatste. In februari 2023 kon ik het zesdelige 'vervolg' aan mijn bibliotheek toevoegen. Deze verscheen onder de titel 'Monumenten der boekdrukkunst'. 


De geïllustreerde boekjes zijn iets groter (21 cm. x 15 cm.) en tellen tussen de 23 en 32 bladzijden. De volgende zes titels verschenen:
1. "Voorgangers van Coster en Gutenberg" ('s-Gravenhage, 1950), door F. Kerdijk.
2. "Blokboeken, een tussenspel in houtsneden: uit de voorgeschiedenis van stereotypie en galvanoplastiek" ('s-Gravenhage, 1951), door H. van Krimpen.
3. "De drukkunst der late Middeleeuwen en op de drempel van de Gouden Eeuw"
('s-Gravenhage, 1951), door L. Ronner.
4. "Van Renaissance tot Romantiek" ('s-Gravenhage, 1952), door H. de la Fontaine Verwey.
5. "Flitslicht op het tijdperk der mechanisatie (1850-1950)" ('s-Gravenhage, 1953), door
D. Dooijes.
6. "Het Boek der Boeken geschreven en gedrukt" ('s-Gravenhage, 1953), door. F. Kerdijk.


De derde -tevens - laatste serie van Trio verwierf ik compleet in oktober 2026. Deze werd uitgegeven onder de titel 'Curiosa Typografica' en bevat de volgende vijf deeltjes (20.5 cm. x 15 cm. 16 t/m 32 bladzijden).

I. E. de Beaumont: "Cervantes" ('s-Gravenhage, 1959).
II. E. de Beaumont: "William Blake" ('s-Gravenhage, 1959).
III. "Boec van den Houte. Legende van het Kruishout" ('s-Gravenhage, 1960).
IV. E. de Beaumont: "Mons. Cryptogame en zijn metamorphose"
('s-Gravenhage, 1960).
V. F. Kerdijk: "Terloops ook drukker" ('s-Gravenhage, 1961).