woensdag 14 juli 2010

Eén jaar vóór aartsvader Abram

"En dit is de geschiedenis van Terah. Terah werd de vader van Abram, Nahor en Haran; en Haran werd de vader van Lot. Later stierf Haran, terwijl hij zich in gezelschap van zijn vader Terah bevond, in zijn geboorteland, in Ur der Chaldeeën. (-) Nu zei de Heer (Jahweh) tot Abram: ‘Trek weg uit uw land en van uw bloedverwanten vandaan en uit het huis van uw vader, naar het land dat ik u zal tonen” (Genesis 11, vers 27-28 en 12, vers 1).

De enkeling die mijn collectie bewondert stelt vaak één van de klassieke vragen: wat is je mooiste, duurste, zeldzaamste of oudste boek?

Allemaal betrekkelijke begrippen, je kan er lang en breed over praten. Toch is men over het algemeen het meest onder de indruk van mijn oudste tekst.
Die staat op een kleitabletje van circa 4,5 bij 3,5 centimeter in spijkerschrift (cuneiform). Het is afkomstig uit het Sumerië in Zuid-Mesopotamië (thans Irak). Een enkele Bijbelvaste kennis of vriend met historische belangstelling begint dan over de bakermat der beschaving en de geboorteplaats van aartsvader Abram, het ‘Ur der Chaldeeën’ uit de Bijbelse tijden of de opgravingen daar door Leonard Woolley. Dat is mijn moment!

Ik leg dan uit dat de opkomst der Chaldeeën, een Semitisch volk in de Oudheid, rond het jaar duizend voor Christus ligt. Als we de Bijbel letterlijk nemen, inclusief de jaren en jaartallen die worden genoemd dan kunnen we uitrekenen wanneer Abram werd geboren. Volgens deze Bijbelse tijdslijn was dat in het jaar 2038 voor Christus, toen er dus nog helemaal geen Chaldeeën waren. Abram’s geboorte ligt volgens deze tijdslijn bijna eenenveertig eeuwen achter ons.
Probeer je dat eens voor te stellen. Ten tijde van Jezus waren er al meer jaren verstreken, sinds de geboorte van Abram, dan er sindsdien tot heden zijn verstreken”. Op het moment dat de aangesprokene dan uit zijn gepeins bijkomt zeg ik vervolgens: “Dit kleitablet is niet ver van Ur gemaakt, één jaar voor de geboorte van Abram! Om precies te zijn in het jaar 2039 voor Christus”.
Kijk; dat maakt indruk…

Dankzij drs. T.J.H. Krispijn, assyrioloog aan de Universiteit van Leiden, weet ik eigenlijk pas sinds kort wat er precies op staat. De tekstregels, vijf aan de voorkant en zes aan de achterkant, bevatten de volgende administratieve boodschap:


Voorkant.
1. (19 ùĝ.IL2 0.0.3 ta) 19 sjouwers met een loon van 30 liter (graan).
2. (u4.1.kam) per 1 dag.
3. (itu.6.šè) voor 6 maanden.
4. (IL2.bi 5x600+7x60) Hun dragers 3420.[*]
5. (á.ĝiš.ĝar.ra.lú.ĝištir / [r]a.ke4.n[e]) werkopdracht van de bosbouwers.


Achterkant.
6. (ur.ddumu.zi) Urdumuzi
7. (šu ba.ti) heeft (het loon daarvoor) in ontvangst genomen.
8. (itu ezem.dŠul.gi.ta) Vanaf de maand van de vergoddelijkte koning Shulgi (maand VII).
9. (itu še.KIN.ku5) Tot aan de maand van de oogst (maand XII).
10. (itu.bi itu.6.kam) De maanden ervan zijn 6 maanden.
11. (mu Hu.úh.nu.riki / ba.ḫul) Het jaar waarin het (land) Chuchnuri werd verwoest. (Koning Amar-Sîn jaar 7 = 2039 v.Chr.).[*]
Het woord IL2 “drager” betekent hier 1 drager voor 1 dag (in dit geval voor 30 liter graan). Men komt tot 3420 dragers door het totaal uit te rekenen van 19 dragers gedurende 6x30 dagen = 6x1 maand.

Het tablet werd dus beschreven in 2039 voor Christus tijdens de regering van Amar-Sîn, Koning van Sumer en Akkad (2046-2038 voor Christus). Amar-Sîn, ook wel genoemd Bur-Sin, behoorde tot de derde dynastie van Ur.
De Sumerische cultuur bevond zich in een bloeiperiode, het koninkrijk bereikte zijn grootste omvang en ook de archeologische overblijfselen getuigen van een tijd van grote voorspoed. De Sumerische maatschappij concentreerde zich toen grotendeels rond trapvormige piramides, zogenaamde ziqqurats, om er de goden te vereren, met name de maangod Nanna. De landbouw stond op hoog niveau en dankzij een goed georganiseerd bevloeiingsstelsel werden grote oogsten binnengehaald.

Volgens drs. Krispijn wijst de dateringsformule naar de stad Drehem (Puzrish-Dagan) als herkomstplaats van het tablet. Drehem werd gesticht door de op het kleitablet vermelde, overleden en vergoddelijkte, voorganger van Amar-Sîn; Shulgi. Het was ruim vierduizend jaar geleden een soort distributiecentrum voor religieus offervee ten behoeve van de diverse tempels waaronder die van het belangrijke religieuze centrum Nippur, dat circa 10 km. ten noorden van Drehem lag. Kleitabletten uit Drehem hebben dan ook vaak betrekking op dieren c.q. (offer)vee.
De locatie, thans een barre woestijn, is archeologisch nooit onderzocht maar sinds het einde van de 19de eeuw bekend. De duizenden kleitabletten, waarvan bekend is dat ze uit Drehem komen, zijn vaak al rond 1900 illegaal opgegraven, verhandeld en verkocht aan particuliere en institutionele verkopers. (bijvoorbeeld de Russische Hermitage en in Amerika de collectie van de Haverford Universiteit). Mijn exemplaar belandde destijds in Europa.

Het kleitablet werd in Groningen professioneel gerestaureerd bij Antefix. Na het ontzilten (zoutkristallen in de gebakken klei veroorzaken barsten) is het reversibel geïmpregneerd waardoor het harder, hanteerbaarder en iets donkerder is geworden.
Tot slot heb ik bij mijn boekbinder een fraai passend doosje laten maken waarin het samen met de documentatie kan worden bewaard voor de komende 4049 jaar…

5 opmerkingen:

  1. En? Was het ook de duurste tekst? -:
    sander

    www.rond1900.nl

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Sander,

    Als je met vijf vriendjes naar de Efteling gaat ben je al meer kwijt!

    Perkamentus

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Kunt u iets meer zeggen over de herkomst van uw tablet, kan het ooit behoord hebben aan een leidse of groningse unuversitaire collectie?

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ik heb geen aanwijzingen die uw suggestie ondersteunen, u wel?

      Verwijderen