vrijdag 10 juli 2026

De Dordtse boekenmarkt en wat ik daar vond...


Ruim vijftien jaar geleden, op zondag 3 juli 2011 bezocht ik voor het eerst en voor het laatst de boekenmarkt in Dordrecht... Tijd om weer eens te gaan kijken dus, temeer omdat ik dit jaar hoogstwaarschijnlijk niet in de gelegenheid ben om naar de Deventer boekenmarkt te gaan (zoals in 2024 en 2025).

En dus stapte ik zondag 5 juli - na het uitlaten van Flynn, de hond - om half acht 's ochtends met koffie en appelflappen in de auto. Ruim een uur later, rond half negen, parkeer ik in het centrum in parkeergarage Achterom, direct naast de boekenmarkt. Het weer is prima. Bewolkt maar niet koud, prima boekenmarktweer en naarmate de dag vordert wordt het ook steeds warmer en drukker.

Eenmaal buiten komen de eerste kraampjes al gauw in zicht. Ik ben niet ruimschoots op tijd, maar veel te vroeg! Anders dan op de Deventer boekenmarkt - waar iedereen ruim voor de officiële opening klaar staat - zijn hier de meeste tafels nog 'woest en ledig' en talrijke verkopers zijn druk bezig met het inrichten van hun kraam. Langzaam wandel ik via de Sarisgang naar het Statenplein in de hoop op wat meer drukte en vertier.


Ik maak een praatje met Jos en Ria Grimbergen (Grimbergen Boeken Antiquariaat) en begroet Axe van Maanen (antiquariaat Klikspaan) en Eric Klee (antiquariaat De Uilenspiegel), die ik beiden ook al op de vrijdagse boekenmarkt op het Amsterdamse Spui zag. Bij Eric kom ik rond tien uur een potentiële concurrent verzamelaar tegen; Frank Martinet. We begroeten elkaar kort en ik vervolg mijn weg door de nog stille Nieuwstraat en Museumstraat. Daar ontwaar ik de kraam van de onvolprezen stichting Desiderata met Peter IJsenbrant en Martin Hulsenboom. Maar... boeken gaan voor, de dag is nog lang en dus besluit ik om anoniem voorbij te schuifelen om later op de dag terug te komen. Op de hoek bij de Steegoversloot zit een mij bekend echtpaar in het zonnetje aan de koffie. Het zijn de Goudse bibliofiel Paul Abels en zijn vrouw Christa. Maar.... boeken gaan voor, de dag is nog lang en wellicht kom ik ze later op de dag weer tegen.


Ondertussen is het elf uur geworden en terwijl ik in de Steegoversloot langs de kramen met uitgestald platenvinyl sjok bekruipt mij het gevoel dat ik in Dordrecht waarschijnlijk niks van mijn gading zal vinden. Te weinig oud interessant drukwerk. Ik voel inmiddels ook dat ik mijn ochtendkoffie moet lozen, evenals de appelflappen... Op de Statenmarkt staat een toiletwagen maar ik heb geen losse euro bij de hand en ze zullen wel geen pinapparaat hebben. Zodoende sjok ik voort op zoek naar een café of iets dergelijks met schoon sanitair.
De aandrang wordt langzaamaan groter als ik afbuig naar de Voorstraat, maar de verlossing is nabij! De deuren van de Augustijnenkerk staan wijd open en er klinkt gezang. Zondag natuurlijk... Een vriendelijke jongeman bij de kerkdeur informeert mij dat er een doopdienst plaats vindt en ik besluit het (brandschone) toilet te bezoeken; 'Gods water over Gods akker'.

Opgelucht verlaat ik de kerk en struin verder. Al gauw sta ik voor de boekenkraam van EmporiumCS waar ik wat babbel met Laurent Chavagne. Ik ken hem en zijn handel van de Deventer boekenmarkt. In de bakjes met klein los drukwerk vind ik het mij zeer bekende "Hoe men vroeger drukfouten bij het publiek aandiende" (z.p. [Amsterdam], z.j. [1925]), geschreven door pater Bonaventura Kruitwagen. Het bestaat in drie verschillende varianten en de vroegste daarvan die 'niet in den handel' verscheen (op de foto geheel links), had ik nog niet. 


In hetzelfde bakje vind ik iets heel curieus. Een brochure met de titel: "Lijst van geschriften, welke als aanstotelijk voor de eerbaarheid zijn te beschouwen (artikel 240 Wetboek van Strafrecht)". Een smakelijke uitgave ('vertrouwelijk') samengesteld door de Onderafdeling Opsporingsbijstand, Bureau Bijzondere Delicten van het Ministerie van Justitie, directie Politie ('s-Gravenhage, z.j. [1959?]). Het gaat om een lijst met 508 titels (schrijver en uitgever) van uitgaven, groot en klein, die meestal onder de toonbank werden verkocht. Daarnaast zijn vele via particuliere netwerken verspreid, want in de kolom 'uitgever' staat regelmatig 'getypt' of 'gestencild'. Ik vermoed dat het gros voorgoed verloren is gegaan en dat de informatie in dit boekje het enige is wat aan hun vluchtig bestaan herinnert.


Ik reken beide boekjes af en wil weglopen maar zie vanuit mijn ooghoek nog een leuke uitgave liggen. Het is: "For Bob de Graaf, Antiquarian Bookseller, Publisher, Bibliographer. Festschrift on the occasion of his 65th birthday" (Amsterdam, 1992). Bob heb ik helaas nooit gekend maar bij zijn weduwe Emmie de Graaf-Bierbrauwer kocht ik alweer vijftien jaren geleden mijn eerste "Gysbreght" (zoals u hier kunt lezen). In mijn bibliotheek staan verschillende van dergelijke hulde-uitgaven, waaronder het persoonlijk exemplaar dat de vader van de boekwetenschap, Herman de la Fontaine Verwey (1903-1989), ontving bij zijn zilveren jubileum als bibliothecaris (directeur) van de Universiteitsbibliotheek Amsterdam.
Ik schreef erover in: "Herinnering aan 't vooronder".
Mijn eerste drie aanwinsten voor vandaag zijn binnen, maar het allermooiste moet nog komen...


Ik loop iets verder en zie een soort antiekzaakje (Kunsthandel De Kool) met voor de winkelpui een tafel waarop een bescheiden hoeveelheid moderne boeken ligt uitgestald.
Er ligt niets interessants voor mij bij en dus tuur ik naar wat middeleeuws steengoed uit de 13de eeuw in de etalage (ik bezit een kleine collectie middeleeuws steengoed).
De vermoeid ogende uitbater, op een stoel naast de deur, nodigt mij vriendelijk uit om ook binnen een kijkje te nemen. Dat doe ik en zowaar tref ik daar weer Frank Martinet aan.
Wij zijn geïnteresseerd in dezelfde dingen, zoveel is wel duidelijk. Ik bewonder enkele zeventiende eeuwse zilveren paplepels en Frank praat met de eigenaar en schept op over een zilvervondst die hij ooit deed. Ondertussen kijk ik wat rond en wil ik tegelijk met Frank weer de winkel uitlopen. "Boven is ook nog, kijk rustig rond", zegt de winkelier.
Inderdaad is er nog een bovenkamer, waar we een jongedame ontwaren achter een bureautje verdiept in haar mobieltje. Achteraf blijkt dit een beslissend moment...
Anders dan Frank maak ik godzijdank de juiste keuze om toch even te gaan kijken. 


Ik klim het trappetje omhoog en kom in een ruimte waar mijn ogen dwalen over de aan de muur hangende prenten en diverse uitgestalde antiquiteiten uit vervlogen eeuwen. Als ik mij omdraai naar de tafel achter mij vallen plotseling twee koperplaatjes op. De grootste van de twee vertoont een madonna. De eigenaar is inmiddels ook naar boven geklommen en ziet mij kijken. Terwijl we wat praten over deze twee bijzondere objecten, loopt hij naar het bureautje en pakt wat documentatie die hij mij overhandigt. Daaruit blijkt dat het plaatje met de madonna gemaakt is door de in Antwerpen werkzame Vlaamse graveur en schilder Abraham van Merlen (1579-1660).

Het andere, iets kleinere koperplaatje (8.4 cm. breed en 11,5 cm. hoog), intrigeert mij meer. 
Het toont een fraai gedetailleerde afbeelding van een chic gekleed paar, de man in landsknechtstijl, van rond 1600. Naast hen - achter een boompje - staat een nar met bellenkap en marot (zotskolf, narrestok of gekstok)De eigenaar weet er niets over te vertellen maar vermoed - met mij - dat het gaat om een boekillustratie; maar uit welk boek?


Het tweeregelig ingegraveerde onderschrift is moeilijk leesbaar, want in spiegelbeeld! Er is geen spiegel in de buurt, maar ik bedenk mij dat het wellicht ook kan op mijn mobiele telefoon. Inderdaad lukt het mij om een foto te spiegelen en nu lees ik duidelijk:

"D'hoechduitscher schwets en claaght sijn lijē
den narr die lacht om t'malle vrijen"

Daarmee lukt het mij vrij snel om de voorstelling te identificeren. Het gaat om nummer twintig (blz. 137) van de tweeëntwintig emblematische afbeeldingen uit: "CUPIDO'S LUSTHOF Ende Der Amoureusē Boogaert Beplant ende Verciert Meet 22. Schoone Copere figuiren ende vele nieuwe Amoureuse Liedekēs Baladen ende Sonnetten desgelickx te voren noÿt inden druck geweest ofte gesien zÿn" (Amsterdam, 1613).
Een anoniem bij Jan Evertsz. Cloppenburch verschenen leerboek voor de liefde, toegeschreven aan de uit Antwerpen afkomstige Amsterdamse boekdrukker Gerrit Hendricksz. van Breughel (1573-1635). Gerrit was - net als Joost van den Vondel (1587-1679) - lid van de Amsterdamse rederijkerskamer 'Het Wit Lavendel'. De emblematische kopergravures zijn van de hand van Nicolaes van Geelkercken (1585-1656), die vooral bekend werd als landmeter en cartograaf.

Originele zeventiende-eeuwse koperplaatjes met gegraveerde of geëtste boekillustraties zijn extreem zeldzaam. Koper was kostbaar en ze zijn vrijwel zonder uitzondering verloren gegaan omdat ze na het drukken werden omgesmolten, hergebruikt of geveild als schroot. U begrijpt wel dat ik een dergelijk museumwaardig - meer dan vier eeuwen oud boekgerelateerd - object niet heb laten liggen!


Financieel iets armer, maar een topvondst rijker, verlaat ik het winkeltje op weg naar een lunchafspraak met mijn blogredacteur Reinder Storm. Echter, nog voordat ik richting het Statenplein kan afslaan, ontwaar ik aantrekkelijk drukwerk op de tafel van BiblioBLU (Tycho Blauw) uit Haarlem.
Uit een flinke partij boeken en boekjes over met name typografie vis ik wat aardige kleine uitgaven. Vier voor vijftien euro is geen geld... maar dan valt mijn oog op een aantal mappen met origineel werk. Ik blader ze stuk voor stuk door en doe alweer een unieke vondst!

Het gaat om een albumblad (19 cm. breed en 27.3 cm. hoog). Aan de ene zijde staat in handschrift: "Op verlangen van Mejufvrouw A.C. Kooij volgt hier mijne handtekening. A.L.G. Bosboom Toussaint, Amsterdam 14 april 1868". In de 19e eeuw groeide het verzamelen van handtekeningen en autografen (filografie) uit tot een ware rage. Betere postdiensten en een bloeiende antiquiteitenhandel maakten documenten van historische figuren, schrijvers en kunstenaars zeer gewild. Intellectuelen en de gegoede burgerij verzamelden deze papieren schatten fanatiek in speciale mappen en luxueuze albums. Mejuffrouw Kooij was kennelijk een verzamelaarster van handtekeningen van bekende Nederlandse schrijvers.


Het zijn echter niet deze paar regels die mij doen besluiten om het blad te kopen. Dat doet de andere andere kant die nog vele malen interessanter is! Hier staat namelijk een gedicht met handtekening en portretfoto van Nicolaas Beets (1814-1903).

"Na 't vroeger schrift een later blad
Op uwer wensch door mij beschreven!...
Welaan, ik wil u meer dan dat
'k wil u mijn later beeltnis geven.
Gij ziet 'k verander al zoo wat
Toch klopt er in mijn borst een leven,
Dat niet verandert. Kent gij dat?

Utrecht 21 febr. 1868, Nicolaas Beets"


De opgeplakte portretfoto van Beets is gemaakt door H(endrik)/Henrij Pronk (1813-1893), kunstschilder, koopman, reizend daguerreotypist en fotograaf, die in 1868 een atelier had in Utrecht. Nicolaas Beets die onder het pseudoniem Hildebrand de welbekende "Camera Obscura" (1839) schreef, was tijdens zijn leven een zeer bekende Nederlander. Toen hij 75 werd kregen alle schoolkinderen in ons land een vrije dag. Zodoende is hij - naast Willem Bilderdijk (1756-1831) - een van de meest geportretteerde schrijvers van zijn tijd (vooral op latere leeftijd). In 1838 werd Beets' (gegraveerd) portret voor het eerst afgedrukt in de "Nederlandsche Muzen-Almanak".

Fotografie werd later in de negentiende eeuw uitgevonden. De oudste bekende portretfoto (een daguerreotypie van Henri Vriesedorp) is gemaakt op 28 juli 1842. Pas vanaf 1850 komen portretfoto's in toenemende mate voor. Beets deelde vaker dergelijke portretten uit. Rick HoningsScaliger-hoogleraar in Leiden, die onlangs een alom geprezen Beets biografie publiceerde: "God, gezin en vaderland. De eeuw van Nicolaas Beets 1814-1903" (Amsterdam, 2026), schreef mij dat hij een vergelijkbaar blad met portret bezit uit 1878, tien jaar later. Mijn exemplaar behoort tot de eerste portretfoto's van Nicolaas Beets... 


Voldaan met mijn unieke aanwinsten heb ik eindelijk tijd voor een smakelijke lunch met mijn blogredacteur Reinder Storm. Wij praten over boekenmarkten, uitgever Evert Maaskamp (1769-1834), de onlangs overleden Nop Maas (1949-2026), Jan Greshoff (1888-1971), Argus en mijn werk. Tot slot drinken we koffie en na het betalen van de rekening wandelen we nog even voor een praatje naar de kraam van Desiderata, waar we ook Büchmania(k) Frans Mouws en boekhandelaar David Appolonius Coppoolse treffen. David - eveneens verzamelaar van uitgaven van De Carbolineum Pers - feliciteert mij met mijn laatste aanwinst; Trithemius: "De Laude Scriptorum" (Kalmthout, 2009).
Met Peter IJsenbrant praat ik over zijn Desideratum-Pers en het volgende project (een 18de eeuws gedicht van 'de vieze Boddaert' of 'vieze Pieter') en uiteraard schep ik tegenover iedereen op over mijn bijzondere Dordtse vondsten.
Tot slot loop ik samen met Reinder nog even over de markt op zoek naar enkele door hem gesignaleerde interessante items. Helaas, met lichte spijt constateren wij dat ze inmiddels zijn verkocht. Dan nemen wij afscheid en niet veel later, om half drie 's middags, rijd ik de parkeergarage weer uit, op weg naar huis. Het was al met al een prachtige dag daar in Dordt.

's Avonds ontvang ik via Bluesky een berichtje van Frank Martinet: "Ik hoop dat je een leuke dag hebt gehad! De 'buitwas om 08.30 al binnen. Ik zal geen titels, foto's of financiële zaken delen. De leden van ons een paar maanden geleden opgericht genootschap #RealBibliophiles zwijgen daar liever over. (intern natuurlijk niet)". Ik kan een glimlach niet onderdrukken. De buit? Die ligt hier, I call your bluff...!

vrijdag 26 juni 2026

Rouwbeklag, lijkzang, grafdicht, ... grafsteen?


Het boekje dat ik hier wil bespreken vond ik op de Spui boekenmarkt in de kraam van Eric Klee, antiquariaat De Uilenspiegel. Het is een 'convoluut' (maar mooier vind ik 'sammelband') met verschillende uitgaven die in verband staan met de Amsterdamse stadshistoricus Jan Wagenaar (1709-1773). Eric zag mij geïnteresseerd bladeren, riep dat hij in een goeie bui was en verlaagde daarom zijn vraagprijs. Ik voelde een lichte aarzeling want twee van de zes publicaties in deze verzamelband heb ik al los in mijn bibliotheek staan. Bovendien was de originele negentiende eeuwse band versleten en de rug grotendeels verdwenen. Een nieuwe band was noodzakelijk maar opnieuw inbinden daarentegen niet, want het boekblok was nog stevig. Ik wist dat ik spijt zou krijgen als ik het boekje zou laten liggen en daarom betaalde ik zonder morren het verlaagde bedrag.

Nog diezelfde middag besprak ik met Hans Pieterse, mijn vaste boekrestaurator (-binder), wat er volgens mij moest gebeuren en wat mijn (dure) wensen waren. Enkele weken geleden heb ik het fraaie resultaat (u ziet het hierboven) opgehaald. Hans heeft een nieuwe halfleren band gemaakt met valse ribben. Ook de hoeken zijn bekleed met leer. Het leer is verder afgewerkt met goudbelijning. Het oude titelschildje kon worden hergebruikt.
De buitenzijde van de oorspronkelijke platten is bekleed met origineel achttiende eeuws kievitsmarmer. De verbruinde negentiende eeuwse schutbladen zijn vervangen door authentiek achttiende eeuws papier. Alles bij elkaar kostte dit inclusief btw € 485,- euro.
U bent dus gewaarschuwd voor 'koopjes' (op bijvoorbeeld websites als Marktplaats) van drukwerk waarvan de band 'wat aandacht nodig heeft'. Zeker bij dergelijke fraaie historiserende banden is het - naast de materiaalkosten - vooral het arbeidsloon dat bepalend is voor zo'n hoge prijs. Als bibliofiel (en Wagenaar-aanbidder in het bijzonder) had ik dat er graag voor over. Inmiddels bent u wellicht ook nieuwsgierig naar de precieze de inhoud. Welnu deze 'sammelband' omvat de volgende titels:


1. Huisinga-Bakker: "Het leeven van Jan Wagenaar benevens eenige brieven van en aan denzelven" (Amsterdam, 1776). Mét bijgevoegd portret van Jan Wagenaar door Jacob Houbraken (1767).
Deze uitgave staat al geruime tijd in mijn bibliotheek in zijn originele achttiende eeuwse halfleren band, maar - zoals uitgegeven - zonder portret!


2. J.L.F.v.B. (Johannes le Franq van Berkheij): "Klinkdicht op het afsterven van den beroemde heere Jan Wagenaar..." (z.p.[], z.j. [1773]). Dit klinkdicht werd ook opgenomen in: "Gedichten van Johannes le Franq van Berkheij" (Amsterdam, 1776, blz. 314 met een toelichting op blz. 315).


3. A. Deken: "Lykzang, op het afsterven van den heere Jan Wagenaar...". (z.p [Amsterdam], z.j. [1773]). Een bespreking hiervan vond ik in: "Hedendaagsche Vaderlandsche Letter-oefeningen" (Amsterdam, 1773, tweede deel, eerste stuk, blz. 170 t/m 173). Dit is overigens het officiële debuut van Aagje Deken (1741-1804), dat zij voor het eerst ondertekende met 'Agatha Deken'. Haar lijkzang voor Wagenaar werd ook opgenomen in: "Stichtelyke gedichten van Maria Bosch en Agatha Deken" (Amsterdam, 1775, blz. 327).


4. J. de Kruyff: "Grafschrift op den heer Jan Wagenaar" (z.p [Leiden], z.j. [1774]). In: "Werken van de Maetschappy der Nederlandsche letterkunde te Leyden" (Leiden, 1774, tweede deel). Het grafschrift werd eveneens opgenomen in: "Gedichten van Jan de Kruyff" (Amsterdam, 1776, blz. 165).

Vooral deze rouwpoëzie is antiquarisch onvindbaar. Daarvan ken ik nog twee andere voorbeelden, namelijk: "Rouw-klagte over den dood van den heere Jan Wagenaar" (z.p., z.j. [1773]). Geschreven uit 'verplichting en genegenheid' door L.B.D.G. En - tot slot - het gedicht: "Op het overlijden van Jan Wagenaar", geschreven door Jan Messchert van Vollenhoven (1740-1814) in: "Gedichten van Jan Messchert van Vollenhoven" (Amsterdam, 1808, blz. 18). Vervolgens...


5. J. van den Toorn: "Geslachtboom van alle de mannelyke nakomelingen uit het oud adelyk stamhuis der heeren van Brederode..." (Amsterdam, 1788). Met grote uitslaande gravure van de "Geslacht-boom". Een uitgave bedoeld als aanhangsel op Wagenaars eenentwintigdelige "Vaderlandsche historie".


6. M. Siegenbeek: "De eer van Jan Wagenaar als historie schrijver en die van Jacoba van Beijeren tegen Mr. W. Bilderdijk, in zijne geschiedenis des Vaderlands, verdedigd..." (Haarlem, 1835).
Ook deze uitgave stond al - in een negentiende eeuws halfleren bandje - in mijn bibliotheek.


In de afgelopen jaren heb verschillende artikelen op dit blog geplaatst over mijn idool Jan Wagenaar en zijn uitgaven in mijn bibliotheek. Over zijn prachtvolle Amsterdamse stadsgeschiedenis bijvoorbeeld, die ik (vierdelig), uniform in perkament gebonden, koester en natuurlijk over zijn "Vaderlandsche historie"(1749-1759), waarvan ik de eerste druk kocht (en die ik tekstueel en illustratief kon 'upgraden' naar een derde druk; de meest uitgebreide versie). Ook over zijn uitzonderlijke doodsbericht schreef ik al eens en 'last but not least' over het bijzondere opdrachtexemplaar van: "'T Verheugd Amsterdam" (1768), voor zijn vriend mr. Nicolaas Bondt, waarvoor ik een ware boekentempel liet bouwen!

Uit dit alles blijkt wel dat de gedachte aan Jan Wagenaar bij deze bibliofiel nooit ver weg is.
Wagenaar werd begraven in de Nieuwe Kerk te Amsterdam. De exacte locatie (D-25) is dankzij de begraafboeken bekend. Wie zijn graf nu bezoekt, vlakbij het orgel, treft een kale naamloze steen aan (genummerd 34!). Ik koester sinds lange tijd de wens om deze belangrijke Amsterdammer en invloedrijke historicus te eren met een passende grafsteen. Een die recht doet aan zijn onmiskenbare verdiensten voor de stad Amsterdam en de geschiedwetenschap in het algemeen.


Uiteraard heb ik daarover al eens contact gehad met Paul Mosterd, directeur van de Nieuwe Kerk, die er wel voor voelt. Om die reden werd ik vorig jaar nog uitgenodigd voor de onthulling van een schrijverssteen (een gedenksteen) voor Annie M.G. Schmidt (1911-1995) en aansluitend persoonlijke kennismaking. Het gebeuren inspireerde mij toen voldoende om na afloop thuis achter mijn computer een eerste ontwerp te maken, dat ik u hieronder laat zien. De uitvoering in blauw hardsteen zal nog wel even op zich laten wachten, dus u zult het voorlopig moeten doen met deze virtuele weergave. Dit alles te uwer informatie en uiteraard geheel terzijde - maar toch...

vrijdag 12 juni 2026

Het jaar geboekt, mei 2026

In 'Het jaar geboekt, [maand en jaar]' houd ik bij wat ik gedurende een maand bij elkaar verzamel inclusief 'de cijfers', soms met toelichting en/of opmerkingen. Ik begon hiermee in 2018, aanvankelijk als aparte rubriek (onder een eigen tabblad). Met ingang van 2024 publiceer ik mijn maandoverzichten direct op de 'homepage'. Na afloop van het jaar geef ik een totaaloverzicht in '[Jaar] geboekt. Een jaar in feiten en cijfers'.

Mei 2026; de cijfers...

Totaal aantal objecten: 9.

Gekocht: 9.

Totaal uitgegeven: € 956,25 euro (incl. verzendkosten).
Gedeeld door 9 is gemiddeld: € 106,25 euro per object.

Via boekenmarkt: 1 (8).
Via kringloopwinkel: 2 (3, 4).
Via Marktplaats: 2 (5, 6).
Via (online) antiquariaat: 2 (7, 9).
Via Boekwinkeltjes: 2 (1, 2).

Modern: 2 (2, 3).
Marge & klein bibliofiel drukwerk: 1 (1).
Old & rare: 6 (4, 5, 6, 7, 8, 9).

Mei 2026: de aanwinsten...

Via Boekwinkeltjes (Henry Chinaski/Jon van den Berg) kocht ik twee boeken (1 en 2) voor mijn collectie met uitgaven van/over De Carbolineum Pers voor € 415,- euro. Lees meer over deze deelcollectie in: "De Carbolineum Pers in mijn bibliotheek".


1. J. Trithemius: "De Laude Scriptorum" (Kalmthout, 2009). Oplage in totaal zestig exemplaren (I-VI plus 1 t/m 54) gebonden in kalfsperkament, in foedraal. Het is nummer 9 (voorin met pen: "Voor Peter Simoens, Boris Rousseeuw, Kalmthout, 18/12/2021"), inclusief prospectus. Geïllustreerd met 17 grote en 6 kleine houtgravures van Bram Malisse.


2. "Mijn naam is Boris R. From the library of Boris Rousseeuw" (veilingcatalogus Bernaerts auctioneers BV Antwerpen, 10-10-2024). Net als de veilingcatalogus van de bibliotheek van Boudewijn Büch of Gerrit Komrij een mooi naslagwerk voor verzamelaars en liefhebbers van hun uitgaven en boekenbezit.


3. H. Beem: "Resten van een taal. Woordenboekje van het Nederlandse Jiddisch" (Amsterdam, 1998). Voor mijn collectie woordenboeken. 
Gekocht bij mijn kringloop voor € 1,75 euro.

4. J. van 't Lindenhout: "Zes weken tusschen de Wielen, of de Hollanders in Amerika" (Nijmegen. z.j. [ca. 1890]). Derde druk in groenlinnen stempelband van de 'boekbinderij der weesinrichting' (Neerbosch bij Nijmegen). Geïllustreerd met 12 lithografische afbeeldingen. Vlot leesbaar reisverslag van deze 'vader der wezen' Johannes van 't Lindenhout (1836-1918) naar en door Amerika, in dezelfde periode dat dr. A.C. Wijnaendts Francken dat deed (en waarover ik lang geleden schreef in: "Door Amerika voor € 8,50"). Gekocht bij mijn lokale kringloop voor € 38,- euro.


5. Kaart (voor achter het raam) van de Anti-Trekhonden Bond (z.p., z.j [ca. 1920]).
Gekocht via Marktplaats voor € 10,50 euro (incl. verzendkosten). Voor mijn collectie over dit onderwerp. Zie: "Cesar: een honds bestaan...".


6. R. Arrenberg: "Naamregister van de bekendste en meest in gebruik zynde Nederduitsche boeken, (...) voorheen uitgegeven door Johannes van Abkoude, Nu overzien, verbeterd en tot het jaar 1787 vermeerderd door Reinier Arrenberg" (Rotterdam, 1788). Tweede herziene en vermeerderde druk gebonden in twee halfleren banden (Deel 1. A-L en deel 2. M-Z). Geheel doorschoten en hier en daar voorzien van handgeschreven aanvullingen tot ca. 1825, waaronder een notitie van J.T. Bodel Nijenhuis (1797-1872). De rug van beide verdient wat aandacht van mijn boekbinder/-restaurator Hans Pieterse. Gekocht via Boekwinkeltjes bij antiquariaat Hortus Conclusus voor € 125,- euro (incl. verzendkosten). 


7. J.F. Selhorst: "Eene strafvervolging wegens Crimineelen Abortus. Twee vergaderingen der Nederlandsche Gynaecologische Vereeniging" (Leeuwarden, z.j. [1904]). Als nieuw gekocht in zijn originele papieren omslag bij antiquariaat Brinkman voor € 16,- euro.


8. W.M. Cooper: "Flagellation & The Flagellants. A history of the rod in all countries from the earliest period to the present time" (London, z.j. [1898]). Gekocht bij antiquariaat De Uilenspiegel van Eric Klee voor € 50,- euro.


9. H.K. Poot: "Gedichten" (Delft, 1722-1728, 2 delen), "Vervolg der gedichten" (Delft, 1735). Het laatste deel verscheen postuum en bevat tevens Poot's levensbeschrijving en lijkdichten. Totaal drie delen (I. 444 blz. plus bladwijzer, II. 448 blz. plus bladwijzer en III. 268 blz.) met titelgravure, portret en talrijke vignetten.
Ondanks de verkleuring van het papier - in het eerste deel - een fraaie set op groot papier (20 cm. x 25.5 cm.) in blindgestempelde perkamenten banden met ribben. Gekocht bij de Amsterdam Antiquarian Bookstore voor € 300,- euro.

donderdag 28 mei 2026

Het kalligrafisch talent van Christiaan Sepp Jansz.


De familienaam Sepp roept bij veel liefhebbers van oude natuurhistorische prachtuitgaven warme gevoelens op. Wie van hen kent niet de serie "Nederlandsche vogelen..." (Amsterdam 1770-1829, vijf delen) en "Flora Batava..." (Amsterdam 1800-1934, 28 delen), om maar eens twee uitschieters te noemen. Ook onder historisch cartografen geniet de familie faam als uitgever van verfijnde landkaarten, met de "Nieuwe Geographische Nederlandsche Reis- en Zak-Atlas" (Amsterdam, 1773) als bekend voorbeeld.
Dat het werk van Sepp ook vandaag de dag nog zeer geliefd is, blijkt uit de facsimile uitgaven die op de markt zijn gebracht. Zo verschenen bij de Belgische uitgeverij Lannoo, in samenwerking met de Koninklijke Bibliotheek (in 2014 en 2023) beide natuurhistorische prachtwerken opnieuw op de markt.


De drijvende kracht achter de oorspronkelijke uitgaven — die thans antiquarisch vrijwel onbetaalbaar zijn — was Johan (Jan) Christiaan Sepp (1739-1811). Deze veelzijdige ondernemer was naast boekhandelaar, ook een kundig natuurvorser. Net als zijn vader Christiaan Sepp (1710-1775), die oorspronkelijk uit het Duitse Goslar kwam, beschikte hij bovendien over kunstzinnige talenten als tekenen en graveren. Over de schitterende natuurhistorische en cartografische werken die zijn boekhandel uitgaf is al veel geschreven; dat behoeft hier geen herhaling.

Johan (Jan) Christiaan Sepp (Anoniem. Collectie Rijksmuseum Boerhave)

Ik moet bekennen dat ik als bibliofiel verzamelaar nooit een uitgesproken liefhebber van natuurhistorische uitgaven ben geweest, mijn passie ligt bij geschiedenis en topografie. Toch vond ik in mei een handschrift dat nauw verbonden is met deze beroemde uitgeversfamilie en dat ik - ondanks de grote naam van Sepp - voor een betrekkelijk bescheiden bedrag kon verwerven.

Het is een bruilofts- of huwelijksgedicht van negen ongenummerde bladzijden (23 cm. x 19 cm). In de zeventiende - en achttiende eeuw waren dergelijke gelegenheidsgedichten een wijdverspreid fenomeen binnen hogere sociale kringen, zoals de regentenstand en de gegoede burgerij. De inhoud was gebonden aan strikte literaire conventies; zo bevatten de verzen steevast lofzangen op de deugden van het bruidspaar. Alhoewel dergelijk efemeer drukwerk in grote hoeveelheid is gemaakt, is veel daarvan in de loop der tijd verdwenen. Sommige bruilofts- of huwelijksgedichten die bewaard bleven, getuigen van grote luxe: ze werden gestoken in prachtig bedrukt sits- of sierpapier, andere werden gebonden in kostbare leren banden, rijkelijk bestempeld en soms voorzien van fraai geborduurde sluitlinten.
Wat dat betreft oogt mijn aanwinst in zijn eenvoudige papieren omslag wat eenvoudig. Desondanks is het uniek want het werd volledig gekalligrafeerd en geïllustreerd met twee grisaille-tekeningen

Dit eerbetoon werd geschreven voor het zilveren huwelijk van Jan Christiaan Sepp en Wichertje Wichers Kruys (1755-1823), die in 1773 in het huwelijk traden. Samen kregen zij elf kinderen, maar opmerkelijk genoeg was het niet één van hen die zijn artistieke talenten botvierde. De maker was Christiaan Sepp Jansz. (1773-1835), de oudste en enige overlevende zoon uit Jan Christiaans eerste huwelijk met Sara Focking (1745-1773).
Zijn kalligrafische huzarenstukje (in diverse rijmschema's) was waarschijnlijk een gift aan zijn vader en stiefmoeder, ter herinnering aan hun zilveren huwelijksdag. Ik geef het hier pagina voor pagina weer.


1. De zorgvuldig getekende titelpagina vermeldt binnen een sierkader in fraaie letters: 
"By gelegenheid der Vijf en Twintig Jaarigen Bruijloftsdag, van myne waarde & geliefde Ouderen Die Verscheenen is den VIden en Gevierd den IXden December, Anno MDCCXCVIII. Worden deeze volgende Blyken van Dankbaare Hoogachting met Eerbied opgedragen door Hunnen Liefhebbende en Oudste Zoon.", (later?) gesigneerd: 'C. Sepp Jansz.'.


2. "By gelegenheid der Vijf en Twintig Jaarigen Bruyloftsdag, van myne waarde & geliefde Ouderen.

Wanneer 't aandagtig Oog, op't Menschlijk leeven ziet,
En op het Wisslend Lot, dat ons deez' Aarde bied;
Dan moet een Zilver Feest, ons Hart verwondring baaren.
Den snellen Stroom des Tijds, die onophoud'lijk vloeijd,
Die alles met zig voerd, die zelfs de Eeuwen boeijd,
Schonk aan Uw Echt den reeks van Vijf en Twintig Jaaren.

Toen Gij Uw Huwelijkse zon vol Vrolijk, klimmen zag,
Hoe diep was toen 't geheim of Gij deez Bruijlofts-dag?
Omringd van zoveel Kroost, te zaamen zoud beleeven?
Dan hoe ook 't woen des Tijds verganglijkheeden zaaijd.
Hoe ook den Schigt des Doods, in 't Menschlijk leeven maaijd;
Uw wierd, O' dierbaar Paar, ook deezen Dag gegeeven. 


3. Een Talrijk Huijsgezin, Een waarde Vriendenrij,
Zit met genoegen aan, verheugd zig aan Uw zij'',
Hoe Schoon is dit Tafreel van 't zalig Huwlijks-leeven.
Geluk met deezen dag, door d'almagt Uw bereid,
Hij rekke Uw Levens draad, Hij schenke Uw zaligheid
En doe Uw in zijn Gunst naar hooger Feest-dag streeven.


4. Aan Myn Waarde Vader in't Byzonder.

Mijn Vader Uw bekroonde Echt,
Doet thans mijn dicht-vuur tint'len, vloeijen,
De Krans voor Hart en Hand gevlegt,
Mogt Vijf en Twintig Jaaren groeijen.
Geluk met zo veel Zegening,
Hoe dankbaar ziet Herinnering
Op 't Pad van d' afgeloopen Kringen,
Schoon soms de toekomst Zorgen baard,
Gods Gunst, die op het Menschdom staard,
Zal ook in verd'ren Loop, Uw Liefderijk omringen.

Zaagt Gij Uw eerste Huwelijks-band,
Door d' IJzre Arm des Doods verbreeken?
Daar Telgen uit dien Echten-stand,
Ook voor zijn wreeden Dolk bezweeken.
De Alwijsheid, die in d' Eeuwen ziet,
Verliet ook toen Uw toestand niet,
Maar zag vol Liefde, en Goedheid neder;
Uw Ega steeg bij haar gezin,
Den blijden zaal'gen Hemel in,
En Gij ontfingt een Gade, en Ik een Moeder weder.


5Hoe dankbaar slaat het zuchtend Hart!
Voor zo veel Troost, bij 't angstigst treuren,
Mogt Gij na zulk een Fellen Smart,
Het Hoofd weer vrolijk opwaards beuren?
Thans zij mijn Dank Uw toegewijd
Die mijne Jeugd, met Zorg, en Vlijt:
Aan 't Snoer der Deugd hebt willen binden,
Uw zij, O' dierbre Man, het Loon;
Van een volmaakter Huwelijks-Kroon,
Van een vol zaalgen Echt, van 't Lot der Deugdgezinden.

Nu ziet Gij vrolijk om Uw heen,
Mijn Kroost, Uw dart'lend tegen treên,
Mijn Kroost, uit Uwen Stam gesprooten.
Hoe streelend is die Aardsche Vreugd,
Daar zij het Ouder-Hart verheugd,
En 't waar genoegen kan vergrooten.
Uw Leeven zij nog lang gespaard,
Zo doen Uw Telgen op deez Aard'',
Uw reeds een Bron van Heil ontspringen,
En smaak in 't eijnd de groote Schat,
Die d' Eeuwigheid in zig bevat,
Waar't ongestoordst Geluk, Uw eijnd'loos zal omringen.


6. Aan Myne Geliefde Moeder in't Byzonder.

Daar thans Uw Echt
Heeft afgelegd
Ruim Vijf en Twintig Kringen
Zo wil mijn Geest
Uw Zilver Feest
Met Dankbaarheid bezingen

Dit Vrolijk Uur
Doet 't Liefde-Vuur
In mijne Borst ontsteeken
Ja deeze Stond
Doet mijne Mond
Van waare Erkentnis spreeken

Zaagt Gij mijn Jeugd
Haar grootste Vreugd
Een dier'bre Moeder derven?
Zag ik het Licht,
Toen mijn Gezicht,
Ook zag mijn Voedster sterven?


7. Dit was mijn Lot
Maar; dank zij God!
Zijn Raad had Hulp gevonden,
Er wierd een Vrouw,
Door nieuwe Trouw,
Aan't Vader-Hart verbonden.

Zo zag ik weer,
Gelijk wel-eer,
Een lieve, en trouwe, Hoeder,
Gij wierd, Vriendin!
In vollen Zin,
Mij dus ten Tweede-Moeder.

Uw Vlijt en Zorg,
Was mij ten Borg,
In 't klimmen mijner Jaaren,
Hoe bleef Uw Deugd,
Mijn ted're Jeugd,
Voor Ramp, of Leed, bewaaren.

Ja menigmaal,
Heeft Uwe Taal,
Mij voor gevaar beveiligd.
Uw Naam, O' Vrouw,
Blijft met Uw Trouw,
Altoos voor mij geheiligd.


8. Hebt Gij verrigt;
Een's Moeders Pligt?
Welk denkbeeld voor mijn Zinnen!
Die weldaad wagt,
Dat mijn Geslagt,
Uw Kinderlijk zal minnen.

Uw zij het Loon,
Dat Uwen Zoon,
Steeds voor Uw af zal smeeken,
Zo zal Uw Hart,
Bevrijd van Smart:
Een waar genoegen kweeken.

Tot dat den Tijd,
Die 't Leeven slijt,
Uw Hemelwaards zal leiden,
Daar blijft met Vreugd,
Mijn's Moeders Deugd,
Uw Zusterlijk verbeiden.


9. Tot Besluit van het Voorgaande.

Zo vlogt den Tijd een Krans van Vijf en Twintig Jaaren,
Thans klinke ons Vrolijk Lied, verheugen w'onzen Geest,
Als God mijn Wensch verhoord, zal Hij Uw leeven spaaren,
Dan vieren w'ook verheugd Uw Goude Bruijlofts-Feest.

En als in't eijnd de Dood Uw van ons af moet scheiden,
Dan staar' Uw Liefd'rijk Oog, nog op Uw Kind'ren neer,
O' dan zult Gij, bij God, gezaligd, ons verbeiden,
Daar zien wij ons vereend, als Hemellingen weer."

De twee grisaille-tekeningen van Christiaan, waarschijnlijk (net als de titelpagina) pas later gesigneerd met 'C. Sepp Jz. inv.' betreffen allegorische voorstellingen. De eerste toont twee putti in een arcadisch landschap, die het bruidspaar weergeven. Achter hen staat een huwelijksaltaar met twee, door een pijl getroffen, brandende hartjes (symbool van hun vurige liefde). Vadertje Tijd, afgebeeld met vleugels en een zandloper op zijn hoofd, reikt hen een krans "voor Hart en Hand gevlegt" voor hun zilveren (25-jarig) huwelijk.
In de tweede grisaille loopt hij met de krans weg. De tijd vliedt! Ondertussen richten de twee putti hun pijlen op het gouden huwelijksjubileum (50 jaar), in het verschiet, tussen de wolken.


De achttiende eeuwse conventies schreven een dergelijk kunstzinnig eerbetoon vrijwel dwingend voor, inclusief de voordracht door Christiaan Sepp Jansz. op de feestdag zelf.
Het moet voor zowel het jubilerende echtpaar als voor Christiaan een emotioneel moment zijn geweest.
Zijn eigen moeder, Sara Focking, was, zo lezen wij, kort na zijn geboorte in het kraambed overleden, waarna Wichertje Kruys de moederlijke taken vrijwel direct en met verve had overgenomen. Dat zij zeer geliefd was bij haar (stief)kinderen blijkt niet alleen uit dit gedicht maar ook uit een uitgave die kort na haar dood verscheen: "Ter nagedachtenis van Jan Christiaan Sepp en Wichertje Wichers Kruys" (z.p., 1823), waarin zij uitvoerig wordt gememoreerd, ondermeer met een "Uitboezeming" van Christiaan Sepp Jansz. 
Hoewel Christiaan ook enige tijd bij zijn vaders boekhandel betrokken was lag zijn talent meer op het vlak van de schone kunsten, met name taal en letteren. Dit gekalligrafeerde huwelijksgedicht voor zijn ouders is daar een fraai voorbeeld van.

donderdag 14 mei 2026

Het jaar geboekt, april 2026

In 'Het jaar geboekt, [maand en jaar]' houd ik bij wat ik gedurende een maand bij elkaar verzamel inclusief 'de cijfers', soms met toelichting en/of opmerkingen. Ik begon hiermee in 2018, aanvankelijk als aparte rubriek (onder een eigen tabblad). Met ingang van 2024 publiceer ik mijn maandoverzichten direct op de 'homepage'. Na afloop van het jaar geef ik een totaaloverzicht in '[Jaar] geboekt. Een jaar in feiten en cijfers'.

April 2026; de cijfers...

Totaal aantal objecten: 6.

Gekocht: 6.

Totaal uitgegeven: € 228,- euro (incl. verzendkosten).
Gedeeld door 6 is gemiddeld: € 38,- euro per object.

Via kringloopwinkel: 1 (4).
Via boekenmarkt: 1 (6).
Via (online) antiquariaat: 4 (1, 2, 3, 5).

Modern: 2 (4, 5).
Old & rare: 4 (1, 2, 3, 6).

April 2026: de aanwinsten...

Bij antiquariaat Goltzius in Lisse kocht ik deze maand verschillende interessante manuscripten (1, 2 en 3) voor in totaal € 180,- euro.

1. "De Duivekater. - het Brood, sprekende ingevoerd" (z.p., december 1828). Manuscript (gelegenheidsgedicht), gesigneerd 'GVV'. Ik schreef hierover een uitvoerig blog: "De sprekende Duivekater".

2. "By gelegenheid der Vijf en Twintig Jaarigen Bruijloftsdag van myne waarde & geliefde Ouderen Die Verscheenen is den VIden en Gevierd den IXden December, Anno MDCCXCVIII. Worden deeze volgende Blyken van Dankbaare Hoogachting met Eerbied opgedragen door Hunnen Liefhebbende en Oudste Zoon." (z.p. [Amsterdam], 1798). Manuscript (huwelijksgedicht), Gesigneerd: 'C. Sepp Jansz.'. Over dit bijzondere gelegenheidsmanuscript schreef ik in: "Het kalligrafisch talent van Christiaan Sepp Jansz.".

3. Negentiende eeuwse papieren omslag: "Schendstukken, enz. 18e eeuw", met vijf handgeschreven paskwillen/spotversjes voor verschillende gebeurtenissen. Ook hierover zal t.z.t. een blog verschijnen: "Vijf schendstukken".


4. R. Bessem: "Oorkondenboek van het Karthuizerklooster St.-Andries-ter-Zaliger-Haven bij Amsterdam (1352) 1392- 1579 (1583)" ( Amsterdam, 1997). Belangrijke bronnenpublicatie voor de geschiedenis van Middeleeuws Amsterdam. Gekocht bij mijn kringloop voor € 5,50 euro.

5. D. McKitterick: "The Invention of Rare Books. Private interest and Public Memory 1600-1840" (Cambridge, 2018). Voor mijn collectie boeken over boeken. Gekocht bij antiquariaat Brinkman voor € 40,- euro.

6. Portretgravure van de dichter en toneelschrijver Pieter Langendijk met gedicht van D. Smits (1750) door J. Houbraken (1752). Het portret heb ik toegevoegd aan mijn exemplaar van zijn bekende werk: "De graaven van Holland in jaardichten beschreven..." (Haarlem, 1755). Gekocht bij antiquariaat De Uilenspiegel (Eric Klee) voor € 2,50 euro.