vrijdag 14 augustus 2026

Stapels en dozen, de Deventer boekenmarkt 2026


Mijn eerste aanwinst op de 36ste Deventer boekenmarkt kocht ik al rond negen uur 's morgens. Uit een doos met vooral Deventer overheidspublicaties uit de 18de en 19de eeuw trok ik: "Postwagen tusschen Amsterdam en Deventer, vice versa" (Amsterdam, z.j. [1820]). Een ordonnantie en reglement met goedkeuring van Koning Willem I voor een postkoets-verbinding tussen beide steden, onderhouden door de Amsterdamse stalhouder Lucas van Koppen en zijn Deventer collega Gerrit Jan van Koningsveld. Terwijl ik de brochure doorbladerde stond mijn eigen koets inmiddels al een half uur (gratis) geparkeerd op de Beestenmarkt. Destijds - zo las ik - kostte de reis heen en terug zestien gulden en verliep de route van Amsterdam via Muiden, Naarden, Emmenes (Eemnes), Soestdijk, Amersfoort, Voorthuizen en Apeldoorn naar Deventer. Tien tot twaalf uur was je onderweg, tot een maximum van vijftien uur anders kreeg de vervoerder een boete! Of en hoelang de onderneming heeft gefloreerd is mij niet geheel duidelijk. Gerrit Jan overleed in 1837 en zijn compagnon volgde hem vijf jaar later, in 1842. 


Een beetje onverwachts liep ik dit jaar, net als in 2024 en 2025, toch weer over de Deventer boekenmarkt. Het zou warm en druk worden en dus was ik zomers gekleed. Slenterend in mijn korte broek (en met petje op) liep ik uiteindelijk bijna acht uur langs de eindeloze rijen met boekenkramen. Dat de dag zou eindigen aan een cafétafeltje, met een tas vol kleine en curieuze publicaties geplukt uit stapels en dozen, kon ik nog niet bevroeden. 


Ook dit jaar waren weer tal van bekende antiquariaten aanwezig. Goltzius uit Lisse en Klikspaan uit Leiden ontbraken echter, maar die zie al regelmatig de rest van het jaar. Nieuw voor mij was de kraam van het Haagse antiquariaat Colette & Co., waar ik de enige twee moderne boeken van die dag kocht. Uiteraard hun eigen boek geschreven door
J. Daggers & M. Versteegh: "Hier wil ik wonen. Het vrolijk bestaan tussen boekenbergen" (Den Haag, 2025) en ook - voor luttele euro's - Henri Havard's: "Pittoreske reis langs de dode steden van de Zuiderzee" (Amsterdam, 2012). Een vertaling door Lex Wapenaar van de bekende Franse uitgave uit 1874. Gekocht omdat ik de eerste druk in zijn originele uitgeversband vorig jaar september aan mijn bibliotheek kon toevoegen (zie mijn aanwinstenlijstje van die maand, nr. 7).


Inmiddels was ik ook al de eerste bekenden tegengekomen, Gouwenaar Paul Abels natuurlijk met zijn vrouw Christa die ik ditmaal nadrukkelijk heb begroet! David Coppoolse uit Amersfoort (die ik anders vrijwel nooit zie en nu in Dordrecht en Deventer) en later op de IJsselkade Leids boekhistoricus en boekenjutter Garrelt Verhoeven. Ongetwijfeld zullen er meer bekenden hebben gelopen en ongetwijfeld zal ik door anderen zijn gespot maar mijn neus zit op zo'n markt in de boeken en aandacht voor mijn omgeving is er dan vrijwel niet.


Het grootste gedeelte van de buit die dag lag verstopt in stapels en dozen bij verschillende kramen langs de IJsselkade.
Het begon met twee bibliofiele moderniteiten (margedrukwerk). De eerste kreeg ik geheel gratis en voor niets van Peter IJsenbrant, die samen met zijn echtgenote en kompaan Martin Hulsenboom de bemanning vormde van de kraam van de Stichting Desiderata (nr. 363). Het gaat om een gedicht van Pieter Boddaert jr. (1766-1805), alias 'vieze Pieter', getiteld: "De houten beenen", opnieuw gezet en gedrukt door de Desideratum-Pers uit Tilburg in een oplage van 57 met de hand genummerde exemplaren, met fraaie linosnede van Ivo van Leuven. Ik ontving nr. 9, gedrukt op mijn naam!


De tweede kostte me serieus geld, maar dat had ik er graag voor over. Dertig euro betaalde ik voor de feestrede van Piet Verkruijsse (1943-2012) getiteld: "Bibliograafwerk in de marge". Een toespraak die hij hield bij de opening van de tentoonstelling "Pastei en Hoerenjong" in de Zeeuwse bibliotheek te Middelburg (6 oktober 1995). Een 'Bibliofiele uitgave, voer voor bibliografen' uitgegeven door de 'Eikeldoorpers' (Doortje de Vries) te Apeldoorn. Oplage 55 exemplaren: gevouwen, gestoken, beplakt met gelukspapier, voorzien van een druksel, genummerd (ik kocht nr. 6) en gesigneerd! Erg fraai uitgevoerd margedrukwerk van een pers die ik dankzij mijn overleden boekenvriend Jos Swiers (1943-2022) leerde kennen en waarover ik eerder schreef (hier).
 

Daarna zouden er alleen nog maar curiositeiten en rariteiten volgen. Op de eerste doos die ik tegenkwam stond met viltstift geschreven 'één voor drie en vier voor tien euro'. Na een half uurtje graaien tussen de brochures en pamfletten, wikken en wegen (waarbij ik ondertussen - zonder dat ik het merkte - werd gefilmd!), had ik er vier in mijn hand en rekende af. In mijn maandoverzicht van augustus 2026 kunt u ze allemaal terugvinden dus ik beperk mij hier tot twee items. Als eerste de enige buitenlandse uitgave van de vier, gebonden in een eenvoudig kartonnen bordeauxrood bandje.


Dankzij verificatie middels mijn mobieltje kwam ik erachter het een publicatie is toegeschreven aan F.M. Mayeur de Saint-Paul. De titel luidt: "Le banquier Peixotte et la dervieux. Histoire peu morale, extraite du parc aux cerfs (avec figure fac-similée sur celle de 1790. Afgeplakt met een strookje papier!) Suivi de L'Autrichienne en goguette ou l'orgie royale, opera proverbe" (z.p. [Brussel?], z.j. [1867?]). Het gaat om een anoniem verschenen negentiende eeuwse herdruk (waarvan nog één ander exemplaar bekend is in de British Library) van twee revolutionaire satirische en pornografische teksten uit 1790. De eerste gaat over het roemruchte 'parc aux cerfs', het hertenpark waar de Franse Koning Lodewijk XV een bordeel had met 'hertjes' c.q. zijn geheime minnaressen. Bij de originele 18de eeuwse uitgave hoort een erotisch getinte gravure, maar die ontbreekt vaak in de nog bekende exemplaren. Omdat in de titel van mijn herdruk juist dat afgeplakte zinnetje naar deze afbeelding verwijst vermoed ik dat deze geen deel heeft uitmaakt van de herdruk! 


De tweede vondst is een: "Catalogus Bibliotheek voor de leerlingen der Hervormde Kweekschool te Amsterdam 1938" (Amsterdam, 1938). Het boekje werd gekaft en op voorzijde staat 'H.C. ten Have'. Dit blijkt een studente te zijn die hier in 1940 haar onderwijsakte behaalde. Deze Hervormde kweekschool (voorloper van de Pedagogische Academie) zat destijds aan de Plantage Middenlaan te Amsterdam in het pand waarin thans het Nationaal Holocaustmuseum (Amsterdam) is gehuisvest. De catalogus (vermoedelijk gedrukt in een kleine oplage) is onvindbaar, zelfs WorldCat., online bibliotheken en antiquariaten zwijgen in alle talen. Mogelijk herbergt het schoolarchief nog een exemplaar, maar dit unieke boekje biedt nu al een fascinerend inkijkje in de voorhanden zijnde leeskost voor de toenmalige kweekschoolstudenten oftewel onderwijzers en onderwijzeressen in spé. Die was overigens naar tegenwoordige maatstaven niet alleen bescheiden, maar ook weinig professioneel. De volgende rubrieken (met tussen haakjes het aantal boeken) waren aanwezig: Romans en verhalen, zowel Nederlands als vertaald (362), Poëzie (59), Frans (27), Duits (45), Engels (35), Geschiedenis (35), Letterkunde (27), Aardrijkskunde (12) en Natuurkunde (22). Totaal een kleine 600 boeken, waarvan ruim de helft bestond uit Romans en verhalen.


Bij een handelaar waar ik ook de voorgaande jaren leuke dingen kocht vond ik ditmaal drie interessante items. Ten eerste de promotie-uitgave geschreven door de arts C.A. Bergsma (1798–1859): "Beschrijving van de inrigting en de wijze van soepbereiding ten behoeve der minvermogenden te Utrecht" (Utrecht, 1840). Een exemplaar met een extra papieren omslagje waarop gedeeltelijk handgeschreven (tussen haakjes) staat: "Aan (den WelEd. Gestr. Heer Mr. Van Beest van Voorst,) van de commissie tot spijsuitdeeling".
Cornelis Wernard van Voorst van Beest (1810-1879) was advocaat in Utrecht en medeoprichter van de Rotterdamsche Lloyd. Bergsma beschrijft in zijn brochure de bereidingswijze van (Rumpfordsche) soep (en met welke ingrediënten) in een 'papiniaansche' pot (voorloper van de snelkookpan). In 1847 verscheen een herziene brochure want inmiddels kookte men het voedsel voor de armen met het veel efficiëntere toestel van d'Arcet.


Een andere uitgave die ik meenam is: "Reglementen van de twéé hofjes van Staats en Noblet" (Haarlem, 1780). In bruinpapieren omslag (20 blz.), met een los modern informatiefoldertje (over de stichtingsgeschiedenis van beide hofjes). In het imposante toegangsgebouw van het Hofje van Staats (gebouwd in 1730-1733), aan de Haarlemse Jansweg 39, was ooit antiquaar C.P.J. van der Peet (1908-1983) gevestigd. De meeste boekenliefhebbers - die ook wel eens een veiling hebben bezocht - zullen het kennen uit de tijd dat veilinghuis Bubb Kuyper er zat (tussen 1986 en 2012). Volgens de STCN liggen er van dit reglement alleen nog enkele exemplaren in Haarlemse archieven en bibliotheken.


De derde en laatste is: "Ieder zijn eigen drukker. Perfect typen" (z.p., z.j.[ca. 1900]). Catalogus (67 blz.) van zak-drukkerij 'Gloria', kleine 'drukkerijen' voor klein drukwerk.
Deze 'drukkerij', waarvoor aan het begin van de twintigste eeuw veelvuldig werd geadverteerd, bestond uit een doosje met een letterhouder (stempel), een set caoutchouc (rubber) letters, die in de letterhouder konden worden geschoven (m.b.v. een meegeleverd tangetje) en een stempelkussen. Je kon er eenvoudig drukwerk mee maken, zoals visitekaartjes, advertentieteksten en mededelingen. De catalogus bevat diverse illustraties van de daarvoor benodigde artikelen alsmede een zeer uitgebreid overzicht van de leverbare lettertypen (waaronder 'perfect'). Een tweede exemplaar van deze fraaie uitgave heb ik nergens antiquarisch noch in bibliotheken of archieven kunnen vinden. 


Tot slot toon ik u nog één van de twee religieuze rariteiten die ik kocht. 
Het is een vroeg zeventiende eeuws pamfletje getiteld: "Sekere articulen de welcke in de vreese des Heeren overdacht moeten werden, van alle ghereformeerde christenen, die meynen dat het gheoorloft zy inde kercken der Papisten tot voldoeninghe harer Placaten den hoet af te doen" (Amsterdam, 1610). Ruim vierhonderd jaar oud, met een groot en fraai drukkersvignet van Dirk Troost, die op het Rokin woonde, hartje Amsterdam.

Een wonderlijk onderwerp, nietwaar? Als ik tegenwoordig een kerk binnenstap om het interieur te bewonderen, gaat mijn eventuele hoofdbedekking automatisch af. Gewoon uit fatsoen, want religieus ben ik niet. Maar in 1610 lag dat blijkbaar gevoelig en trok de schrijver maar liefst dertig artikelen uit de kast om zijn gereformeerde achterban ervan te overtuigen dat dat in een Katholieke kerk absoluut niet kon! Mocht de goede man mijn nuchtere commentaar kunnen lezen, dan zou hij me waarschijnlijk direct naar de hel wensen onder verwijzing naar artikel eenentwintig: "Seggen zy dat het een cleyne en geringe sake is / iae een beuseling den hoet af te doen: ick segge dat het een sware / groote / schrickelycke zonde is / als voor gewesen is.".


Pas rond een uur of vijf 's middags komen mijn inmiddels 'houten benen' tot rust aan een cafétafeltje. Het urenlange gesjouw in de hitte maakt dorstig en met een lekker koel Weizen-biertje bij de hand heb ik mooi even de tijd om rustig mijn zeventien nieuwe aanwinsten te inspecteren. Op het tafeltje (rechts) ziet u overigens ook nog een vooroorlogs drukkerscliché liggen dat ik bij Colette & Co. zag en meenam voor een tientje. Het is een wonderlijk toeval dat ik ook op de Deventer boekenmarkt - net als op de Dordtse boekenmarkt - oud drukkersmateriaal tegenkom. Het cliché toont de kaart van Nederland en in het kadertje rechtsonder staat: "Nederlandsche reservaten" (daaronder: "Bezittingen van het Rijk", "Bezittingen v.d. Vereen. tot behoud van natuurmonum.", "Beschermt door Vereen. tot bescherming van vogels" en "Andere vereen. of particulier.").
Een relict - lijkt mij - uit de pionierstijd van de Nederlandse natuurbescherming, maar uit welk boek? Ik heb (nog) geen idee en er valt thuis nog zo veel uit te zoeken...

vrijdag 7 augustus 2026

Het jaar geboekt, juli 2026

In 'Het jaar geboekt, [maand en jaar]' houd ik bij wat ik gedurende een maand bij elkaar verzamel inclusief 'de cijfers', soms met toelichting en/of opmerkingen. Ik begon hiermee in 2018, aanvankelijk als aparte rubriek (onder een eigen tabblad). Met ingang van 2024 publiceer ik mijn maandoverzichten direct op de 'homepage'. Na afloop van het jaar geef ik een totaaloverzicht in '[Jaar] geboekt. Een jaar in feiten en cijfers'.

Juli 2026; de cijfers...

Totaal aantal objecten: 10.

Gekocht: 9.
Gekregen: 1.

Totaal uitgegeven: € 740,- euro (incl. verzendkosten).
Gedeeld door 9 is gemiddeld: € 82,22 euro per object.

Via (online) antiquariaat: 3 (7, 8, 9).
Via boekenmarkt: 6 (1, 2, 3, 4, 5, 6).

Modern: 2 (5, 10).
Old & rare: 8 (1, 2, 3, 4, 6, 7, 8, 9).

Juli 2026: de aanwinsten...

1. L. de Labessade: "Le droit du seigneur, et la rosière de Salency" (Paris. 1878). Fraai gebonden in een moderne half leren groene band met (valse) ribben. Boekblok niet afgesneden en de originele papieren omslag meegebonden. Rugtitel en ornamenten in goud; platten bekleed met groen marmerpapier. Eén van de 100 luxe exemplaren. Franse studie over het 'Jus Primae Noctis', waarover ik eerder schreef. Gekocht op de Amsterdamse Spui boekenmarkt bij Eric Klee (Antiquariaat De Uilenspiegel) voor € 35,- euro.

2. H.F.K. Günter: "Rassenkunde des Jüdischen Volkes" (München, 1931). Hans Günther (1891-1968), die bekend stond als 'rassengünther' en de 'rassenpapst', was een  prominent NSDAP-lid (Hitler verleende hem het gouden partij-insigne). Deze uitgave van hem behoort tot de meest invloedrijke publicaties over rassenstudies uit het interbellum en werd in de loop der jaren in talloze edities verspreid. Het boek systematiseert het onderwerp binnen een vast classificatiekader, waarbij antropometrische observaties, fysiognomische interpretaties en voorbeelden uit de cultuurgeschiedenis worden gecombineerd tot een samenhangend beeld. Tabellen, kaarten en talrijke illustraties, die de tekst begeleiden, zijn kenmerkend. Het doel is een ogenschijnlijk wetenschappelijke beschrijving van de 'Joodse' bevolking, waarbij verregaande conclusies worden getrokken over afkomst, karakter en levensstijl op basis van uiterlijk meetbare kenmerken. Gekocht op de Amsterdamse Spui boekenmarkt bij Axe van Maanen (antiquariaat Klikspaan) voor € 35,- euro.

De volgende vier objecten (3, 4, 5 en 6) kocht ik op de Dordtse boekenmarkt. Ik schreef er over in: "De Dordtse boekenmarkt en wat ik daar vond..."

3. B. Kruitwagen: "Hoe men vroeger drukfouten bij het publiek aandiende" (z.p. [Amsterdam], z.j. [1925]). Uitgave 'Niet in den handel'. Overdruk uit: 'Het tarief'; Kerstnummer 1925, p. 14-19. Uitgegeven door de Federatie der werkgevers-organisatiën in het boekdrukkersbedrijf. Ik bezit nu alle drie de varianten van deze uitgave. Samen met nr. 4 en nr. 5 gekocht bij antiquariaat EmporiumCS voor € 120,- euro.

4. "Lijst van geschriften, welke als aanstotelijk voor de eerbaarheid zijn te beschouwen (artikel 240 Wetboek van Strafrecht)" ('s Gravenhage, z.j. [1959?]. Uitgave 'vertrouwelijk' van het Ministerie van Justitie, directie Politie. Bevat een lijst met titel, schrijver en uitgever van 508 uitgaven die onder de toonbank of via onderlinge netwerken werden verkocht en verspreid.

5. A. Gerits (ed.): "For Bob de Graaf, Antiquarian Bookseller, Publisher, Bibliographer. Festschrift on the occasion of his 65th birthday" (Amsterdam, 1992). Met losse vooraankondiging- / intekenbriefje en Tabula Gratulatoria met de intekenaren. Deze uitgave kostte destijds - buiten de voorintekening - maar liefst ƒ 132,50 gulden (ongeveer € 285,- euro nu!). Ik bezit verschillende van dergelijke huldeboeken, waaronder het persoonlijk exemplaar van de vader van de boekwetenschap, Hermann de la Fontaine Verwey (1903-1989) dat verscheen bij zijn zilveren jubileum als bibliothecaris (directeur) van de Universiteitsbibliotheek Amsterdam. Ik schreef daarover in: "Herinnering aan 't vooronder".


6. Blad uit een album met handtekeningen verzameld door 'mejufvrouw A.C. Kooij'. Aan de ene zijde een korte bijdrage van de schrijfster A.L.G. Bosboom Toussaint, gedateerd Amsterdam 14 april 1868. Aan de andere zijde een bijdrage (gedicht, handtekening en portretfoto) van Nicolaas Beets, gedateerd 21 februari 1868. 
Gekocht bij BiblioBLU voor € 100,- euro.


Uit de collectie boeken van A.W. de Kool, eigenaar van kunsthandel De Kool in Dordrecht, kocht ik drie uitgaven (7, en 9) voor in totaal € 450,- euro.

7. A.H. Geszner (pseudoniem van Adolph Heinrich Meltzer): "Laura of de kusch in zijne uitwerkzelen" (Amsterdam, 1795). Titeluitgave uit 1793 (alleen het titelblad werd opnieuw gedrukt). Vertaling uit het Duits van: "Laura, oder: der Kuß in seinen Wirkungen(Berlin, 1792). In de Duitse versie zijn de (identieke) illustraties gesigneerd en voorzien van titels. Zie ook: M. Buisman J. Fzn.: "Populaire prozaschrijvers  van 1600 tot 1815" (nr. 1589). Gebonden in een smaakvol modern roodbruin leren bandje.


8. P.C. Hooft: "Vervolgh der Nederlandsche Historien, seedert het ooverlyden van Prins Willem, tot het einde der Landtvooghdyschap des graaven van Leicester" (Amsterdam, 1654). Folio, gebonden in perkament. Ex-libris Jos van der Steen. De laatste zeven (postuum gepubliceerde) hoofdstukken (boek 21 t/m 27) van de in 1642 verschenen "Nederlandsche Historiën", het opus magnum van P.C. Hooft. Over mijn exemplaar met portret van Hooft schreef ik: "Een gekleurd portret" (2009) en: "Provenance" (2010). Over de aanschaf van dit boek, lees: "Dordts vervolg(h)".


9. Leporello (29 bladen papier, 9.5 cm. breed x 17.5 cm. hoog), dubbelzijdig beschreven met rode en zwarte letters in het Sanskriet (Devanagari). Aan één zijde tien geschilderde erotische afbeeldingen. Negentiende eeuws? Curiosum dat ik nog eens nader moet gaan uitzoeken...


10. K. Thomassen en J.A. Gruys: "The Album Amicorum of Jacob Heyblocq. Facsimile editie / Introduction, transcription, paraphrases & notes to the facsimile" (Zwolle, 1998). Cassette met het oblong album amicorum in facsimile en een begeleidende uitgave. Gekregen van mijn blogredacteur Reinder Storm.

vrijdag 31 juli 2026

Dordts vervolg(h)


Het is zondag 26 juli, even na tien uur 's ochtends, als ik de auto in garage Achterom in het centrum van Dordrecht parkeer. Exact drie weken daarvoor deed ik dat ook al om - na vijftien jaar - weer eens een bezoek te brengen aan de Dordtse boekenmarkt. Enfin, u kunt over die memorabele dag uitgebreid lezen in: "De Dordtse boekenmarkt en wat ik daar vond...".
Vele honderden lezers gingen u voor en ik kreeg van verschillende kanten reacties op dit uiterst populaire stuk. Eén daarvan was van de heer A.W. de Kool, de eigenaar van kunsthandel De Kool, het winkeltje in de Voorstraat waar ik die museale boekhistorische topvondst deed. Hij bedankte me voor het mailen van de link naar het lezenswaardig verslag dat hij met veel genoegen had gelezen en ondertekende met; "Hoogachtend, Uw wat vermoeid uitziende A.W. de Kool". Iemand met gevoel voor ironie en humor, dat mag ik wel...

Twee weken later ontvang ik van hem een tweede mail als ik aan de haven van het zonnige Friese Grou van een smakelijke lunch geniet. Mijn blog - lees ik - heeft hem meer dan duidelijk gemaakt dat ik een onverzadigbare verzamelaar ben en hij juicht dat toe!
Hij schrijft dat hij beschikt over een aardige verzameling boeken uit de 17de, 18de en 19de eeuw en geeft enkele voorbeelden. In verband met zijn gevorderde leeftijd wil hij daarvan wat verkopen en vraagt of ik wellicht interesse heb? Dat heb ik zeker en zo krijgt mijn blog een onverwachts Dordts vervolg.

Ik word ontvangen in een smaakvol met oude en moderne kunst ingericht appartement. Onder het genot van een kopje koffie praten we wat over boeken, terwijl ik met een schuin oog loer naar de boekenkast in een hoek van de kamer. Die is gevuld met drukwerk uit drie eeuwen. Het merendeel Nederlandse letterkunde (wat niet verbazingwekkend is voor een oud-docent Nederlands). Bredero staat er, evenals Langendijk, Vos, Huygens, Krul, Hooft en Vondel. Alles gekocht in een tijd dat er nog hoge prijzen werden gevraagd (en betaald) voor Nederlandse literatuur uit de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw. Sommige uitgaven heb ik al, soms nog maar net, zoals een driedelige Poot (gedichten plus vervolg), de luxe-editie op groot papier, gebonden in perkament (zie mijn aanwinstenlijstje van mei 2026, nr. 9). 


Ik neem ze stuk voor stuk ter hand. Wat is de conditie van het boek en om welke uitgave gaat het? Soms raadpleeg ik even de STCN. Zo blader ik bijvoorbeeld in een in perkament gebonden tweedelige "Koren-bloemen, Nederlandsche gedichten" ('s-Gravenhage, 1658) van Constantijn Huygens (1596-1687). De vraagprijs is mij echter te pittig, zeker met de actuele veilingprijzen in mijn gedachten. Bij Bubb Kuyper wordt 'Koren-bloemen' regelmatig aangeboden en niet verkocht (of voor een schamele honderd en nog wat euro's afgehamerd). Eveneens buiten mijn voorgenomen budget valt een in perkament gebonden exemplaar van Huygens: "Vitaulium. Hofwyck. Hofstede vanden heere van Zuylichem onder Voorburgh" ('s-Gravenhage, 1653). Bijzonder is de handgeschreven opdracht voorin (namens de auteur) van Hen(d)rik Bruno (1617-1664), die in 1639/1640 gouverneur was van Huygens zoons. "Vitaulium" geldt als het bekendst voorbeeld van een hofdicht, een genre waarin een buitenplaats - in dit geval Hofwijck - met zijn tuin(en) centraal staat en wordt bezongen. Even terzijde; zes jaar geleden schreef ik in: "Puzzelstukje" over een ander hofdicht: "Gezangen voor Elsryk" (In: "Dichtlievende Uitspanningen" (Amsterdam, 1735), geschreven door Jan Baptista Wellekens (1658-1726). 

Na alle boeken te hebben bekeken selecteer ik uiteindelijk drie boekjes die ik koop (ze zijn terug te vinden in mijn aanwinstenlijstje van juli 2026, nrs. 7, 8 en 9). Het meest in mijn nopjes ben ik met een in perkament gebonden: "Vervolgh der Neederlandsche Historien, seedert het ooverlyden van Prins Willem, tot het einde der Landtvooghdyschap des graaven van Leicester" (Amsterdam, 1654). Het zijn de laatste zeven hoofdstukken (boek 21 t/m 27, 333 bladzijden) van P.C. Hooft's in 1642 verschenen opus magnum: "Neederlandsche Histoorien". Het "Vervolgh" verscheen na het overlijden van Hooft (1581-1647).
Zijn zoon Arnout Hellemans Hooft voltooide het manuscript, maakte het persklaar en liet het uitgeven bij Joan Blaeu. Los ingebonden exemplaren van het "Vervolgh" kwam ik antiquarisch niet zo vaak tegen. Vaker zag ik het "Vervolgh" samengebonden met de tweede druk van de "Neederlandsche Histoorien" (1656).


Als ik beide (folio) uitgaven in mijn bezit naast elkaar leg valt direct het verschil in formaat op. De zetspiegel (het met tekst bedrukte gedeelte) is echter in beide even groot (ca. 15 cm. breed x 26 cm. hoog). Het verschil komt door de zeer ruime witmarges van mijn "Neederlandsche Histoorien" (onder maar liefst 7 cm.!). In 1677 werden beide boeken opnieuw gezet en in zijn geheel uitgegeven (daarna nogmaals in 1703).
Over mijn fraaie exemplaar van Hoofts': "Neederlandsche Histoorien schreef ik lang geleden in: "Een gekleurd portret" (2009) en: "Provenance" (2010). De foliant - voorzien van met perkament overtrokken houten platten en koperen sloten - stond al sinds 1984 in mijn bibliotheek en kreeg nu pas, na tweeënveertig jaar, zijn (Dordts) "Vervolgh".

vrijdag 24 juli 2026

Het jaar geboekt, juni 2026

In 'Het jaar geboekt, [maand en jaar]' houd ik bij wat ik gedurende een maand bij elkaar verzamel inclusief 'de cijfers', soms met toelichting en/of opmerkingen. Ik begon hiermee in 2018, aanvankelijk als aparte rubriek (onder een eigen tabblad). Met ingang van 2024 publiceer ik mijn maandoverzichten direct op de 'homepage'. Na afloop van het jaar geef ik een totaaloverzicht in '[Jaar] geboekt. Een jaar in feiten en cijfers'.

Juni 2026; de cijfers...

Totaal aantal objecten: 4.

Gekocht: 3.
Gekregen: 1.

Totaal uitgegeven: € 194,50 euro (incl. verzendkosten).
Gedeeld door 3 is gemiddeld: € 64,83 euro per object.

Via museumwinkel: 1 (3).
Via Marktplaats: 1 (2).
Bij de drukker/uitgever: 1 (4).

Modern: 2 (1, 4).
Marge & klein bibliofiel drukwerk: 1 (3).
Old & rare: 1 (2).

Juni 2026: de aanwinsten...

1. "Jaarboek van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen 2025" (Amsterdam, 2026). Nummer XXXIII. Als lid (en redactielid) ontving ik mijn exemplaar per post, want ik kon (voor het eerst sinds ik lid werd!) niet aanwezig zijn op de jaarvergadering van ons Genootschap en de uitreiking van het jaarboek.


2. G.G. Pekelharing: "Trekhondenwet 1910" (Zwolle, 1936, zesde druk). Voor mijn verzameling brochures e.d. over trekhonden en de anti-trekhondenbond. Lees hierover meer in "Cesar: een honds bestaan...". Gekocht via Marktplaats voor € 25,- euro (incl. verzendkosten).


3. I. Boom: "Irma Boom Book Activist 2026-1986" (Tokyo, 2026). De vierde editie van dit kleine boekje met een overzicht van alle Boom- uitgaven, bijgewerkt en aangevuld met 500 pagina's (totaal ruim 1500 bladzijden) plus 'Appendix' (176 blz.). Verschenen bij de opening van de grote overzichtstentoonstelling in Tokio/Japan op 5 juni 2026 (atelier Muji Ginza). Gesigneerd exemplaar (24/300) voor mijn collectie gesigneerde Boom-uitgaven. Gekocht via Dutch Museum Gift Shop voor € 120,- euro (incl. verzendkosten).


4. W. Cappers: "Buitenveldert als buitenbeentje. Geschiedenis van een katholieke begraafplaats" (Leeuwarden, 2026). Op 14 juni 2026 gepresenteerd op de R.K.-begraafplaats, laten signeren en meegenomen. In het boek wordt ook gerefereerd naar mijn blog (blz. 490, 'websites'): "Buitenveldert; een stadswijk verzameld", waarin ik wat schreef over de R.K.-begraafplaats Buitenveldert. Gekocht voor € 49,50 euro.

vrijdag 10 juli 2026

De Dordtse boekenmarkt en wat ik daar vond...


Ruim vijftien jaar geleden, op zondag 3 juli 2011 bezocht ik voor het eerst en voor het laatst de boekenmarkt in Dordrecht... Tijd om weer eens te gaan kijken dus, temeer omdat ik dit jaar hoogstwaarschijnlijk niet in de gelegenheid ben om naar de Deventer boekenmarkt te gaan (zoals in 2024 en 2025).

En dus stapte ik zondag 5 juli - na het uitlaten van Flynn, de hond - om half acht 's ochtends met koffie en appelflappen in de auto. Ruim een uur later, rond half negen, parkeer ik in het centrum in parkeergarage Achterom, direct naast de boekenmarkt. Het weer is prima. Bewolkt maar niet koud, prima boekenmarktweer en naarmate de dag vordert wordt het ook steeds warmer en drukker.

Eenmaal buiten komen de eerste kraampjes al gauw in zicht. Ik ben niet ruimschoots op tijd, maar veel te vroeg! Anders dan op de Deventer boekenmarkt - waar iedereen ruim voor de officiële opening klaar staat - zijn hier de meeste tafels nog 'woest en ledig' en talrijke verkopers zijn druk bezig met het inrichten van hun kraam. Langzaam wandel ik via de Sarisgang naar het Statenplein in de hoop op wat meer drukte en vertier.


Ik maak een praatje met Jos en Ria Grimbergen (Grimbergen Boeken Antiquariaat) en begroet Axe van Maanen (antiquariaat Klikspaan) en Eric Klee (antiquariaat De Uilenspiegel), die ik beiden ook al op de vrijdagse boekenmarkt op het Amsterdamse Spui zag. Bij Eric kom ik rond tien uur een potentiële concurrent verzamelaar tegen; Frank Martinet. We begroeten elkaar kort en ik vervolg mijn weg door de nog stille Nieuwstraat en Museumstraat. Daar ontwaar ik de kraam van de onvolprezen stichting Desiderata met Peter IJsenbrant en Martin Hulsenboom. Maar... boeken gaan voor, de dag is nog lang en dus besluit ik om anoniem voorbij te schuifelen om later op de dag terug te komen. Op de hoek bij de Steegoversloot zit een mij bekend echtpaar in het zonnetje aan de koffie. Het zijn de Goudse bibliofiel Paul Abels en zijn vrouw Christa. Maar.... boeken gaan voor, de dag is nog lang en wellicht kom ik ze later op de dag weer tegen.


Ondertussen is het elf uur geworden en terwijl ik in de Steegoversloot langs de kramen met uitgestald platenvinyl sjok bekruipt mij het gevoel dat ik in Dordrecht waarschijnlijk niks van mijn gading zal vinden. Te weinig oud interessant drukwerk. Ik voel inmiddels ook dat ik mijn ochtendkoffie moet lozen, evenals de appelflappen... Op de Statenmarkt staat een toiletwagen maar ik heb geen losse euro bij de hand en ze zullen wel geen pinapparaat hebben. Zodoende sjok ik voort op zoek naar een café of iets dergelijks met schoon sanitair.
De aandrang wordt langzaamaan groter als ik afbuig naar de Voorstraat, maar de verlossing is nabij! De deuren van de Augustijnenkerk staan wijd open en er klinkt gezang. Zondag natuurlijk... Een vriendelijke jongeman bij de kerkdeur informeert mij dat er een doopdienst plaats vindt en ik besluit het (brandschone) toilet te bezoeken; 'Gods water over Gods akker'.

Opgelucht verlaat ik de kerk en struin verder. Al gauw sta ik voor de boekenkraam van EmporiumCS waar ik wat babbel met Laurent Chavagne. Ik ken hem en zijn handel van de Deventer boekenmarkt. In de bakjes met klein los drukwerk vind ik het mij zeer bekende "Hoe men vroeger drukfouten bij het publiek aandiende" (z.p. [Amsterdam], z.j. [1925]), geschreven door pater Bonaventura Kruitwagen. Het bestaat in drie verschillende varianten en de vroegste daarvan die 'niet in den handel' verscheen (op de foto geheel links), had ik nog niet. 


In hetzelfde bakje vind ik iets heel curieus. Een brochure met de titel: "Lijst van geschriften, welke als aanstotelijk voor de eerbaarheid zijn te beschouwen (artikel 240 Wetboek van Strafrecht)". Een smakelijke uitgave ('vertrouwelijk') samengesteld door de Onderafdeling Opsporingsbijstand, Bureau Bijzondere Delicten van het Ministerie van Justitie, directie Politie ('s-Gravenhage, z.j. [1959?]). Het gaat om een lijst met 508 titels (schrijver en uitgever) van uitgaven, groot en klein, die meestal onder de toonbank werden verkocht. Daarnaast zijn vele via particuliere netwerken verspreid, want in de kolom 'uitgever' staat regelmatig 'getypt' of 'gestencild'. Ik vermoed dat het gros voorgoed verloren is gegaan en dat de informatie in dit boekje het enige is wat aan hun vluchtig bestaan herinnert.


Ik reken beide boekjes af en wil weglopen maar zie vanuit mijn ooghoek nog een leuke uitgave liggen. Het is: "For Bob de Graaf, Antiquarian Bookseller, Publisher, Bibliographer. Festschrift on the occasion of his 65th birthday" (Amsterdam, 1992). Bob heb ik helaas nooit gekend maar bij zijn weduwe Emmie de Graaf-Bierbrauwer kocht ik alweer vijftien jaren geleden mijn eerste "Gysbreght" (zoals u hier kunt lezen). In mijn bibliotheek staan verschillende van dergelijke hulde-uitgaven, waaronder het persoonlijk exemplaar dat de vader van de boekwetenschap, Herman de la Fontaine Verwey (1903-1989), ontving bij zijn zilveren jubileum als bibliothecaris (directeur) van de Universiteitsbibliotheek Amsterdam.
Ik schreef erover in: "Herinnering aan 't vooronder".
Mijn eerste drie aanwinsten voor vandaag zijn binnen, maar het allermooiste moet nog komen...


Ik loop iets verder en zie een soort antiekzaakje (Kunsthandel De Kool) met voor de winkelpui een tafel waarop een bescheiden hoeveelheid moderne boeken ligt uitgestald.
Er ligt niets interessants voor mij bij en dus tuur ik naar wat middeleeuws steengoed uit de 13de eeuw in de etalage (ik bezit een kleine collectie middeleeuws steengoed).
De vermoeid ogende uitbater, op een stoel naast de deur, nodigt mij vriendelijk uit om ook binnen een kijkje te nemen. Dat doe ik en zowaar tref ik daar weer Frank Martinet aan.
Wij zijn geïnteresseerd in dezelfde dingen, zoveel is wel duidelijk. Ik bewonder enkele zeventiende eeuwse zilveren paplepels en Frank praat met de eigenaar en schept op over een zilvervondst die hij ooit deed. Ondertussen kijk ik wat rond en wil ik tegelijk met Frank weer de winkel uitlopen. "Boven is ook nog, kijk rustig rond", zegt de winkelier.
Inderdaad is er nog een bovenkamer, waar we een jongedame ontwaren achter een bureautje verdiept in haar mobieltje. Achteraf blijkt dit een beslissend moment...
Anders dan Frank maak ik godzijdank de juiste keuze om toch even te gaan kijken. 


Ik klim het trappetje omhoog en kom in een ruimte waar mijn ogen dwalen over de aan de muur hangende prenten en diverse uitgestalde antiquiteiten uit vervlogen eeuwen. Als ik mij omdraai naar de tafel achter mij vallen plotseling twee koperplaatjes op. De grootste van de twee vertoont een madonna. De eigenaar is inmiddels ook naar boven geklommen en ziet mij kijken. Terwijl we wat praten over deze twee bijzondere objecten, loopt hij naar het bureautje en pakt wat documentatie die hij mij overhandigt. Daaruit blijkt dat het plaatje met de madonna gemaakt is door de in Antwerpen werkzame Vlaamse graveur en schilder Abraham van Merlen (1579-1660).

Het andere, iets kleinere koperplaatje (8.4 cm. breed en 11,5 cm. hoog), intrigeert mij meer. 
Het toont een fraai gedetailleerde afbeelding van een chic gekleed paar, de man in landsknechtstijl, van rond 1600. Naast hen - achter een boompje - staat een nar met bellenkap en marot (zotskolf, narrestok of gekstok)De eigenaar weet er niets over te vertellen maar vermoed - met mij - dat het gaat om een boekillustratie; maar uit welk boek?


Het tweeregelig ingegraveerde onderschrift is moeilijk leesbaar, want in spiegelbeeld! Er is geen spiegel in de buurt, maar ik bedenk mij dat het wellicht ook kan op mijn mobiele telefoon. Inderdaad lukt het mij om een foto te spiegelen en nu lees ik duidelijk:

"D'hoechduitscher schwets en claaght sijn lijē
den narr die lacht om t'malle vrijen"

Daarmee lukt het mij vrij snel om de voorstelling te identificeren. Het gaat om nummer twintig (blz. 137) van de tweeëntwintig emblematische afbeeldingen uit: "CUPIDO'S LUSTHOF Ende Der Amoureusē Boogaert Beplant ende Verciert Meet 22. Schoone Copere figuiren ende vele nieuwe Amoureuse Liedekēs Baladen ende Sonnetten desgelickx te voren noÿt inden druck geweest ofte gesien zÿn" (Amsterdam, 1613).
Een anoniem bij Jan Evertsz. Cloppenburch verschenen leerboek voor de liefde, toegeschreven aan de uit Antwerpen afkomstige Amsterdamse boekdrukker Gerrit Hendricksz. van Breughel (1573-1635). Gerrit was - net als Joost van den Vondel (1587-1679) - lid van de Amsterdamse rederijkerskamer 'Het Wit Lavendel'. De emblematische kopergravures zijn van de hand van Nicolaes van Geelkercken (1585-1656), die vooral bekend werd als landmeter en cartograaf.

Originele zeventiende-eeuwse koperplaatjes met gegraveerde of geëtste boekillustraties zijn extreem zeldzaam. Koper was kostbaar en ze zijn vrijwel zonder uitzondering verloren gegaan omdat ze na het drukken werden omgesmolten, hergebruikt of geveild als schroot. U begrijpt wel dat ik een dergelijk museumwaardig - meer dan vier eeuwen oud boekgerelateerd - object niet heb laten liggen!


Financieel iets armer, maar een topvondst rijker, verlaat ik het winkeltje op weg naar een lunchafspraak met mijn blogredacteur Reinder Storm. Echter, nog voordat ik richting het Statenplein kan afslaan, ontwaar ik aantrekkelijk drukwerk op de tafel van BiblioBLU (Tycho Blauw) uit Haarlem.
Uit een flinke partij boeken en boekjes over met name typografie vis ik wat aardige kleine uitgaven. Vier voor vijftien euro is geen geld... maar dan valt mijn oog op een aantal mappen met origineel werk. Ik blader ze stuk voor stuk door en doe alweer een unieke vondst!

Het gaat om een albumblad (19 cm. breed en 27.3 cm. hoog). Aan de ene zijde staat in handschrift: "Op verlangen van Mejufvrouw A.C. Kooij volgt hier mijne handtekening. A.L.G. Bosboom Toussaint, Amsterdam 14 april 1868". In de 19e eeuw groeide het verzamelen van handtekeningen en autografen (filografie) uit tot een ware rage. Betere postdiensten en een bloeiende antiquiteitenhandel maakten documenten van historische figuren, schrijvers en kunstenaars zeer gewild. Intellectuelen en de gegoede burgerij verzamelden deze papieren schatten fanatiek in speciale mappen en luxueuze albums. Mejuffrouw Kooij was kennelijk een verzamelaarster van handtekeningen van bekende Nederlandse schrijvers.


Het zijn echter niet deze paar regels die mij doen besluiten om het blad te kopen. Dat doet de andere andere kant die nog vele malen interessanter is! Hier staat namelijk een gedicht met handtekening en portretfoto van Nicolaas Beets (1814-1903).

"Na 't vroeger schrift een later blad
Op uwer wensch door mij beschreven!...
Welaan, ik wil u meer dan dat
'k wil u mijn later beeltnis geven.
Gij ziet 'k verander al zoo wat
Toch klopt er in mijn borst een leven,
Dat niet verandert. Kent gij dat?

Utrecht 21 febr. 1868, Nicolaas Beets"


De opgeplakte portretfoto van Beets is gemaakt door H(endrik)/Henrij Pronk (1813-1893), kunstschilder, koopman, reizend daguerreotypist en fotograaf, die in 1868 een atelier had in Utrecht. Nicolaas Beets die onder het pseudoniem Hildebrand de welbekende "Camera Obscura" (1839) schreef, was tijdens zijn leven een zeer bekende Nederlander. Toen hij 75 werd kregen alle schoolkinderen in ons land een vrije dag. Zodoende is hij - naast Willem Bilderdijk (1756-1831) - een van de meest geportretteerde schrijvers van zijn tijd (vooral op latere leeftijd). In 1838 werd Beets' (gegraveerd) portret voor het eerst afgedrukt in de "Nederlandsche Muzen-Almanak".

Fotografie werd later in de negentiende eeuw uitgevonden. De oudste bekende portretfoto (een daguerreotypie van Henri Vriesedorp) is gemaakt op 28 juli 1842. Pas vanaf 1850 komen portretfoto's in toenemende mate voor. Beets deelde vaker dergelijke portretten uit. Rick HoningsScaliger-hoogleraar in Leiden, die onlangs een alom geprezen Beets biografie publiceerde: "God, gezin en vaderland. De eeuw van Nicolaas Beets 1814-1903" (Amsterdam, 2026), schreef mij dat hij een vergelijkbaar blad met portret bezit uit 1878, tien jaar later. Mijn exemplaar behoort tot de eerste portretfoto's van Nicolaas Beets... 


Voldaan met mijn unieke aanwinsten heb ik eindelijk tijd voor een smakelijke lunch met mijn blogredacteur Reinder Storm. Wij praten over boekenmarkten, uitgever Evert Maaskamp (1769-1834), de onlangs overleden Nop Maas (1949-2026), Jan Greshoff (1888-1971), Argus en mijn werk. Tot slot drinken we koffie en na het betalen van de rekening wandelen we nog even voor een praatje naar de kraam van Desiderata, waar we ook Büchmania(k) Frans Mouws en boekhandelaar David Appolonius Coppoolse treffen. David - eveneens verzamelaar van uitgaven van De Carbolineum Pers - feliciteert mij met mijn laatste aanwinst; Trithemius: "De Laude Scriptorum" (Kalmthout, 2009).
Met Peter IJsenbrant praat ik over zijn Desideratum-Pers en het volgende project (een 18de eeuws gedicht van 'de vieze Boddaert' of 'vieze Pieter') en uiteraard schep ik tegenover iedereen op over mijn bijzondere Dordtse vondsten.
Tot slot loop ik samen met Reinder nog even over de markt op zoek naar enkele door hem gesignaleerde interessante items. Helaas, met lichte spijt constateren wij dat ze inmiddels zijn verkocht. Dan nemen wij afscheid en niet veel later, om half drie 's middags, rijd ik de parkeergarage weer uit, op weg naar huis. Het was al met al een prachtige dag daar in Dordt.

's Avonds ontvang ik via Bluesky een berichtje van Frank Martinet: "Ik hoop dat je een leuke dag hebt gehad! De 'buitwas om 08.30 al binnen. Ik zal geen titels, foto's of financiële zaken delen. De leden van ons een paar maanden geleden opgericht genootschap #RealBibliophiles zwijgen daar liever over. (intern natuurlijk niet)". Ik kan een glimlach niet onderdrukken. De buit? Die ligt hier, I call your bluff...!

vrijdag 26 juni 2026

Rouwbeklag, lijkzang, grafdicht, ... grafsteen?


Het boekje dat ik hier wil bespreken vond ik op de Spui boekenmarkt in de kraam van Eric Klee, antiquariaat De Uilenspiegel. Het is een 'convoluut' (maar mooier vind ik 'sammelband') met verschillende uitgaven die in verband staan met de Amsterdamse stadshistoricus Jan Wagenaar (1709-1773). Eric zag mij geïnteresseerd bladeren, riep dat hij in een goeie bui was en verlaagde daarom zijn vraagprijs. Ik voelde een lichte aarzeling want twee van de zes publicaties in deze verzamelband heb ik al los in mijn bibliotheek staan. Bovendien was de originele negentiende eeuwse band versleten en de rug grotendeels verdwenen. Een nieuwe band was noodzakelijk maar opnieuw inbinden daarentegen niet, want het boekblok was nog stevig. Ik wist dat ik spijt zou krijgen als ik het boekje zou laten liggen en daarom betaalde ik zonder morren het verlaagde bedrag.

Nog diezelfde middag besprak ik met Hans Pieterse, mijn vaste boekrestaurator (-binder), wat er volgens mij moest gebeuren en wat mijn (dure) wensen waren. Enkele weken geleden heb ik het fraaie resultaat (u ziet het hierboven) opgehaald. Hans heeft een nieuwe halfleren band gemaakt met valse ribben. Ook de hoeken zijn bekleed met leer. Het leer is verder afgewerkt met goudbelijning. Het oude titelschildje kon worden hergebruikt.
De buitenzijde van de oorspronkelijke platten is bekleed met origineel achttiende eeuws kievitsmarmer. De verbruinde negentiende eeuwse schutbladen zijn vervangen door authentiek achttiende eeuws papier. Alles bij elkaar kostte dit inclusief btw € 485,- euro.
U bent dus gewaarschuwd voor 'koopjes' (op bijvoorbeeld websites als Marktplaats) van drukwerk waarvan de band 'wat aandacht nodig heeft'. Zeker bij dergelijke fraaie historiserende banden is het - naast de materiaalkosten - vooral het arbeidsloon dat bepalend is voor zo'n hoge prijs. Als bibliofiel (en Wagenaar-aanbidder in het bijzonder) had ik dat er graag voor over. Inmiddels bent u wellicht ook nieuwsgierig naar de precieze de inhoud. Welnu deze 'sammelband' omvat de volgende titels:


1. Huisinga-Bakker: "Het leeven van Jan Wagenaar benevens eenige brieven van en aan denzelven" (Amsterdam, 1776). Mét bijgevoegd portret van Jan Wagenaar door Jacob Houbraken (1767).
Deze uitgave staat al geruime tijd in mijn bibliotheek in zijn originele achttiende eeuwse halfleren band, maar - zoals uitgegeven - zonder portret!


2. J.L.F.v.B. (Johannes le Franq van Berkheij): "Klinkdicht op het afsterven van den beroemde heere Jan Wagenaar..." (z.p.[], z.j. [1773]). Dit klinkdicht werd ook opgenomen in: "Gedichten van Johannes le Franq van Berkheij" (Amsterdam, 1776, blz. 314 met een toelichting op blz. 315).


3. A. Deken: "Lykzang, op het afsterven van den heere Jan Wagenaar...". (z.p [Amsterdam], z.j. [1773]). Een bespreking hiervan vond ik in: "Hedendaagsche Vaderlandsche Letter-oefeningen" (Amsterdam, 1773, tweede deel, eerste stuk, blz. 170 t/m 173). Dit is overigens het officiële debuut van Aagje Deken (1741-1804), dat zij voor het eerst ondertekende met 'Agatha Deken'. Haar lijkzang voor Wagenaar werd ook opgenomen in: "Stichtelyke gedichten van Maria Bosch en Agatha Deken" (Amsterdam, 1775, blz. 327).


4. J. de Kruyff: "Grafschrift op den heer Jan Wagenaar" (z.p [Leiden], z.j. [1774]). In: "Werken van de Maetschappy der Nederlandsche letterkunde te Leyden" (Leiden, 1774, tweede deel). Het grafschrift werd eveneens opgenomen in: "Gedichten van Jan de Kruyff" (Amsterdam, 1776, blz. 165).

Vooral deze rouwpoëzie is antiquarisch onvindbaar. Daarvan ken ik nog twee andere voorbeelden, namelijk: "Rouw-klagte over den dood van den heere Jan Wagenaar" (z.p., z.j. [1773]). Geschreven uit 'verplichting en genegenheid' door L.B.D.G. En - tot slot - het gedicht: "Op het overlijden van Jan Wagenaar", geschreven door Jan Messchert van Vollenhoven (1740-1814) in: "Gedichten van Jan Messchert van Vollenhoven" (Amsterdam, 1808, blz. 18). Vervolgens...


5. J. van den Toorn: "Geslachtboom van alle de mannelyke nakomelingen uit het oud adelyk stamhuis der heeren van Brederode..." (Amsterdam, 1788). Met grote uitslaande gravure van de "Geslacht-boom". Een uitgave bedoeld als aanhangsel op Wagenaars eenentwintigdelige "Vaderlandsche historie".


6. M. Siegenbeek: "De eer van Jan Wagenaar als historie schrijver en die van Jacoba van Beijeren tegen Mr. W. Bilderdijk, in zijne geschiedenis des Vaderlands, verdedigd..." (Haarlem, 1835).
Ook deze uitgave stond al - in een negentiende eeuws halfleren bandje - in mijn bibliotheek.


In de afgelopen jaren heb verschillende artikelen op dit blog geplaatst over mijn idool Jan Wagenaar en zijn uitgaven in mijn bibliotheek. Over zijn prachtvolle Amsterdamse stadsgeschiedenis bijvoorbeeld, die ik (vierdelig), uniform in perkament gebonden, koester en natuurlijk over zijn "Vaderlandsche historie"(1749-1759), waarvan ik de eerste druk kocht (en die ik tekstueel en illustratief kon 'upgraden' naar een derde druk; de meest uitgebreide versie). Ook over zijn uitzonderlijke doodsbericht schreef ik al eens en 'last but not least' over het bijzondere opdrachtexemplaar van: "'T Verheugd Amsterdam" (1768), voor zijn vriend mr. Nicolaas Bondt, waarvoor ik een ware boekentempel liet bouwen!

Uit dit alles blijkt wel dat de gedachte aan Jan Wagenaar bij deze bibliofiel nooit ver weg is.
Wagenaar werd begraven in de Nieuwe Kerk te Amsterdam. De exacte locatie (D-25) is dankzij de begraafboeken bekend. Wie zijn graf nu bezoekt, vlakbij het orgel, treft een kale naamloze steen aan (genummerd 34!). Ik koester sinds lange tijd de wens om deze belangrijke Amsterdammer en invloedrijke historicus te eren met een passende grafsteen. Een die recht doet aan zijn onmiskenbare verdiensten voor de stad Amsterdam en de geschiedwetenschap in het algemeen.


Uiteraard heb ik daarover al eens contact gehad met Paul Mosterd, directeur van de Nieuwe Kerk, die er wel voor voelt. Om die reden werd ik vorig jaar nog uitgenodigd voor de onthulling van een schrijverssteen (een gedenksteen) voor Annie M.G. Schmidt (1911-1995) en aansluitend persoonlijke kennismaking. Het gebeuren inspireerde mij toen voldoende om na afloop thuis achter mijn computer een eerste ontwerp te maken, dat ik u hieronder laat zien. De uitvoering in blauw hardsteen zal nog wel even op zich laten wachten, dus u zult het voorlopig moeten doen met deze virtuele weergave. Dit alles te uwer informatie en uiteraard geheel terzijde - maar toch...