dinsdag 14 juni 2016

Bijkletsen


Opstartproblemen… Daar begint het mee.
Vervolgens schermproblemen en daarna viel alles zo’n beetje uit. Ik zag het al een tijdje aankomen maar je wordt er toch door verrast; de computercrash!

En daar zit je dan… maar dit is geen computerblog en dus zal ik een lang verhaal kort maken door u simpelweg te vertellen dat ik weer online ben en van alle gemakken voorzien. Ik ben overigens wel overgestapt naar een Apple systeem (een IMac computer met een enorm 27 inch Retinascherm) en leer nu vooral omgaan met alle nieuwe toepassingen en mogelijkheden.

Wat intussen gewoon doorliep was mijn bibliofiele (crashbestendige) aanschafpatroon.
In de twee maanden die zijn verstreken sinds mijn laatste blog kwamen hier verschillende oude en nieuwe boeken binnen vooral via de kringloop en internet(antiquariaten).
Daarom maar even dit overzichtje als ‘warming up’ voor de komende blogs en om u bij te praten in mijn alsmaar groeiende ‘private library’.


Via internet kocht ik enige tijd terug het boek van D. Lamarcq; “Het latrinaire gebeuren. De geschiedenis van de W.C.” (Gent, 1993). Vrijwel tegelijkertijd werd er een exemplaar via Catawiki geveild dat het dubbele opbracht van de prijs die ik betaalde. Wonderlijk toch (en ik heb dat al vaker geconstateerd) hoe sommige mensen kennelijk wel weten hoe ze op Catawiki (te veel) moeten bieden maar tegelijkertijd verzuimen om online verder te kijken sneupen dan hun neus lang is! Het boek is een aanvulling op mijn kleine scatologische collectie waarover ik al eens eerder iets schreef. Het onderwerp is interessant en leuk genoeg voor een vervolg en de eerste ideeën en zinnen zijn hier al op papier gezet!


Op Marktplaats trof ik voor dertig euro (en dat is een koopje!) een fraai gebonden negentiende eeuwse heruitgave aan van: “Koddige en ernstige opschriften op Luifels, Wagens, Glazen, Uithangborden en andere Tafereelen” (Amsterdam, 1846).
Oorspronkelijk verschenen in 1698 en gepubliceerd door Jeroen Jeroense alias Hieronymus Sweerts (1629-1696). Ik bezit daarvan al langere tijd een facsimile uitgave uitgegeven in 1969 door de Europese bibliotheek in Zaltbommel in de serie ‘Zaltbommelse herdrukken’ maar mijn nieuwe aanwinst is natuurlijk veel mooier gebonden en bovendien antiquarisch schaarser en dus aantrekkelijker.


De vaak scabreuze opschriften (over poep, pies en seks) die wij bij Jeroense aantreffen vinden we niet terug in “Het boek der opschriften” (Amsterdam, 1868 en heruitgegeven in 1974) van Jan ter Gouw en Jacob van Lennep. Die vonden zijn verzameling onkies en “Men moet zich inderdaad verbazen, dat onze voorouders, niet slechts in de 17de, maar nog tot laat in de 18de eeuw, in zulke vuile en vieze dingen aardigheid konnen vinden”.


Al een tijdje op het oog en dan nu eindelijk gekocht bij antiquariaat Berger & De Vries - in het verre Groningen - is een vrij schaars boekje met de titel: “Uit het leven van Justus van Maurik Jr. 1846-1904” (Amsterdam, z.j.).
Een geïllustreerde uitgave samengesteld door J.H. Rössing met artikeltjes verschenen na het overlijden van de grote volksschrijver in het weekblad “De Amsterdammer”.
De verhalen van Van Maurik zijn nog steeds aangename lectuur voor hen die kennis willen nemen van het wel en wee van de gewone man of vrouw en de historische straattypetjes die Amsterdam in de negentiende eeuw bevolkten. Ik bezit daarom een groot deel van zijn uitgaven, zoals ik al eerder hier schreef.

De lokale kringloop verschafte mij diverse vondsten voor luttele euro’s. Ik zal mij beperken tot de meest jaloersmakende!


Allereerst een heruitgave uit 2008 van het Victoria and Albert Museum in Londen van: “Civil Defence Handbook No. 10. Advising the householder on protection against nuclear attack” (London, 1963), De titel spreekt voor zich en het is grappig om te lezen wat men allemaal voor goedbedoelde adviezen en tips krijgt voor het geval ‘de bom’ valt. Behalve boekjes vervaardigde de overheid destijds ook voorlichtingsfilmpjes zoals het fameuze ‘Duck and Cover’ (1951) voor schoolkinderen.


De moderne mens heden ten dage maakt zich vermoedelijk geen enkele illusie, reden waarom dergelijke boekjes nu als curieuze facsimile worden herdrukt...

Vervolgens een mooi bewaard gebleven exemplaar van het boekje van C. Pels: “Papier” (Mijdrecht, z.j.). De vierde en laatste druk uit 1966 met een voor die tijd typisch bandontwerp. Ik heb hier meer boeken staan over papier, papierfabricage en zijn geschiedenis, waaronder dat van de ‘Self-Confessed Bibliophiliac’ N.A. Basbanes: “On Paper. The everything of it’s two-thousand year history” (New York, 2013). Het onderwerp is natuurlijk sterk verbonden mij mijn ‘boeken over boeken’ liefhebberij en bibliofilie in het algemeen.


Tot slot een biografie (die lees ik veel en graag) in het Engels van Ian Gibson: “The Erotomaniac. The Secret Life of Henry Spencer Ashbee” (London, 2001).

Henry Spencer Ashbee (1834-1900) alias ‘Pisanus Fraxi’ was een negentiende eeuwse verzamelaar die vermoedelijk de grootste collectie erotisch en pornografische uitgaven bezat die ooit door een particulier werd bijeengebracht. Hij is auteur van drie belangwekkende bibliografieën op dat gebied die destijds in beperkte oplage verschenen en antiquarisch onvindbaar (en bovendien kostbaar) zijn.


Gelukkig bezit ik daarvan een moderne heruitgave in cassette (oplage 1000 exemplaren); “Bibliography of prohibited books” (New York, 1962) met voorwoord door G. Legman (1917-1999). Bibliofiel detail; mijn exemplaar maakte ooit deel uit van de collectie Boudewijn Büch (1948-2002).

Zo! U bent weer even bijgekletst. Ondertussen zijn er weer diverse interessante boeken binnengekomen die apart mijn (en uw) aandacht verdienen.

zondag 3 april 2016

Verwacht en onverwacht, maar altijd aangenaam


Zo langzamerhand weet ik wat ik kan verwachten in de boekenhoek van mijn kringloopwinkel.
Sinds ik daarover voor het eerst op dit blog schreef (alweer vier jaar geleden) zijn talloze boeken naar mijn kasten verhuist zoals u in dit overzicht - een huldeblijk - zult lezen. Negenennegentig procent van de boeken is niet antiquarisch maar modern en voor een paar euro per stuk. Slechts enkele hebben mij meer geld gekost maar altijd was de prijs aangenaam laag voor de aangeboden waar.
Ik heb een vaste looproute in mijn kringloop naar de plankjes gevuld met geschiedenis,
‘antiquarisch’, taalkunde, Tweede Wereldoorlog, biografieën en religie terwijl ik onderweg de inhoud van verschillende vitrinekasten inspecteer. De laatste onderdelen zijn altijd die met ‘Oranjehuis’, poëzie (beiden één kast) en de grootste afdeling; Nederlandse - en vertaalde literatuur (fictie).

Zoals u wellicht weet ben ik een groot liefhebber van lokale geschiedenis.
Boeken – oud en nieuw - over de geschiedenis van Amstelland, Amsterdam, Amstelveen en de omliggende dorpen en gebieden zoals Diemen, Aalsmeer, Uithoorn, de Watergraafsmeer, de Haarlemmermeer, Bijlmermeer en Bovenkerkerpolder staan in overvloed in mijn kast(en) en duiken ook regelmatig op bij de kringloop. Nieuw kopen doe ik ze daarom vrijwel niet (en dat geldt voor meer onderwerpen). Ik wacht wel af en vaak met resultaat.

De laatste twee die ik hier binnenkwamen zijn een uitgave van de gemeente Haarlemmermeer in samenwerking met het sociografisch bureau ‘De Meerlanden’ getiteld; “Haarlemmermeer, schets van historie en ontwikkeling” (Badhoevedorp, z.j., uitgegeven rond 1979) en het boek van P.J.J.M. van Wees: “Uithoorn, zeven eeuwen geschiedenis, Thamen – de Uithoorn – De Kwakel” (Uithoorn, 2004). Met de laatste had ik de afgelopen jaren al een paar keer geflirt in een boekhandel in de wetenschap dat ik het boek ooit nog wel eens in de kringloop zou tegenkomen en aanschaffen.
Lokale geschiedenis is een genre dat goed via de kringloop is te verzamelen net als bijvoorbeeld bijzondere woordenboeken, een onderwerp in mijn boekenkast dat vrijwel geheel is opgebouwd uit kringloopvondsten.


Daarnaast is de kringloop makkelijk om in korte tijd ‘alles’ van bepaalde favoriete auteurs te verzamelen. Zo zie ik dat ik van de twaalf boeken, die hier staan, van Umberto Eco (1932-2016) er maar twee nieuw zijn gekocht (waaronder een gesigneerd exemplaar van “De begraafplaats van Praag”). Eén komt uit een erfenis (een mooi exemplaar van “De naam van de roos”, die de plaats innam van een goedkope uitgave die ik al lang had) en negen zijn afkomstig uit de kringloopwinkel. De laatste voor één euro was: “Het wonder van San Baudolino” (Amsterdam, 2001).


De vijf boeken die ik bezit geschreven door Midas Dekkers komen allemaal uit de kringloop. Het zijn; “De vergankelijkheid”, “Lief dier. Over bestialiteit”, “De Larf. Over kinderen en metamorfose”, “Lichamelijke oefening” en de laatste nog met prijssticker a
€ 21,99 euro: “De kleine verlossing of de lust van ontlasten”. Allemaal voor slechts enkele euro’s per stuk tot mij gekomen.
Van Hella S. Haasse (1918-2011) kocht ik er ooit de gebonden uitgave van “Heren van de thee” (die de plaats innam van de pocketeditie die ik thuis al had) en niet zo heel lang geleden vond en kocht ik er in één keer drie door haar gesigneerde titels!
Het zijn: “Mevrouw Bentinck of Onverenigbaarheid van karakter” (Amsterdam, 1978), “De groten der aarde of Bentinck tegen Bentinck” (Amsterdam, 1981) en het bibliografische boekje van J. Diepstraten; “Hella S. Haasse. Een interview” (’s-Gravenhage, 1984).


Overigens heeft een handtekening van de schrijver in de kringloopwinkel maar zelden invloed op de prijs van het boek. Ook in dit geval bleef de prijs rond de twee a drie euro hangen.

Nog leuker zijn natuurlijk de boeken die je niet zo gauw in de kringloop verwacht. In de afgelopen jaren was dat bijvoorbeeld de serie van Eugene Sue (1804-1857);
“De verborgenheden van Parijs”. Een schaarse complete set (drie banden, zes delen) uitgegeven door de firma D. Bolle in Rotterdam eind negentiende eeuw. Ook aangenaam onverwachts waren de ‘Signed First Edition’ van Bill Bryson’s: “A Short History of Nearly Everything” (London, 2003) en het bizarre wijnboek: “Dali: The Wines of Gala” (New York, 1978).

Een doodenkele keer doe ik er een topvondst.
Alweer geruime tijd geleden deze bijvoorbeeld maar de laatste is nog geen week oud. Het is een boekje dat bijna voor mijn neus werd neergelegd in de vitrinekast door een van de kringloopmedewerkers. Het eerste wat me opviel was het perkamenten ruggetje. Dat belooft altijd iets bijzonders. Op de rug staat in goud ‘Flagellation’. De platten zijn van simpel karton; een bijzonder privébandje?


Het gaat om: “Experiences of Flagellation” (London, 1885), geschreven door ‘an amateur flaggelant’ en ‘printed for private circulation’. Er zijn diverse moderne heruitgaven van verschenen. Toch wel een curieus onderwerp voor de kringloop maar destijds typisch voor het preutse Victoriaanse Engeland.
Het bevat verhalen en ingezonden stukjes van kranten- en tijdschriftlezers over het gebruik van de zweep als lijfstraf in de (school)opvoeding van jongens en meisjes.
Bij enkele is de seksuele ondertoon van een (lekker) pak slag onmiskenbaar. Overigens is ‘birching’ (birchrod = twijg van de berkenboom) een praktijk die in Engeland tot na de Tweede Wereldoorlog heeft standgehouden.
Je vraagt je af waar zo’n boekje, dat nergens in een Nederlands antiquariaat wordt aangeboden, zo opeens vandaan komt. Ach, als boeken konden praten….

donderdag 17 maart 2016

De kleuren van 'Het Achterhuis'



Stofomslagen… Let u er wel eens op?
Ikzelf maar weinig maar dat komt vooral omdat ik toch meer in ‘het oude boek’ zit.
Trouwens, wat is het eigenlijk? De stofomslag of het stofomslag?
Het nadrukkelijk najagen van boeken met een onberispelijke stofomslag associeer ik vooral met Amerikaanse verzamelaars en bibliofielen. Die verzamelen vaak ‘modern first editions’ waarbij vooral de staat van de ‘dust jacket’ enorme invloed kan hebben op de waarde. Een goed voorbeeld ter illustratie is de iconische 'dust jacket' van de roman van
F. Scott Fitzgerald: "The Great Gatsby" (New York, 1925).


Onder Nederlandse boekverzamelaars is de waardering voor stofomslagen, geloof ik, nogal wisselend. Zo is van de rasbibliofiel Jhr. Dr. Matthieu René Radermacher Schorer (1888-1956) bekend dat hij altijd als eerste de stofomslag in de prullenbak gooide alvorens zijn aanwinst in de kast te zetten. 

Stofomslagen (stofwikkels) om de boekband zijn een negentiende eeuwse uitvinding.
De tot dusver oudste stofomslag werd in 2009 in de Oxford Bodleian Library gevonden en is van 1830. Het vroegst bekende voorbeeld in Nederland zit om een exemplaar van Starters “Bloemlezing uit den Friesche lusthof en andere gedichten van Jan Janszoon Starter”, uitgegeven in 1862 bij W. Eekhoff in Leeuwarden. 
Over het algemeen waren die eerste stofomslagen vrij eenvoudig, puur functioneel en uitsluitend bedoeld ter bescherming van het boek. Het aantal boeken dat met stofomslag verscheen bleef echter beperkt en zou pas in het laatste kwart van de negentiende eeuw toenemen. Vaak werden ze weggegooid, als niet behorende bij het boek, zodat je stofomslagen van vóór 1900 maar zelden tegenkomt.


Het benutten van de communicatieve en decoratieve mogelijkheden van stofomslagen begint pas goed rond 1920. Er verschijnen illustraties en korte tekstjes op de voor- en achterkant en de zijflappen. Vaak een korte schets van de inhoud, een beknopte auteursbiografie en/of reclame van de uitgever. Hoorde stofomslagen er oorspronkelijk niet helemaal bij, in de loop der jaren zijn ze steeds meer deel gaan uitmaken van het boek, temeer omdat ze nogal eens informatie bevatten die niet in het boek zelf is terug te vinden.
Een voorbeeld van optimale benutting van de stofomslag vond ik om de gebonden uitgave van Alberto Manguel: “Een geschiedenis van het lezen” (Amsterdam, 2006). Zelfs de binnenzijde werd bedrukt met een ‘Chronologie van de lezer’. 

In september 2007 kocht ik op de Haagse boekenmarkt de tweede druk van het bekende dagboek van Anne Frank (1929-1945): “Het Achterhuis” (Amsterdam, 1947), zonder stofomslag, voor vijfennegentig euro.
Een vriendelijke vraagprijs, want een tweede druk van “Het Achterhuis” was toen al net zo schaars als een eerste druk. Ik heb er nimmer spijt van gehad want een mooier bewaard gebleven exemplaar ben ik sindsdien niet meer tegengekomen. De antiquarische vraagprijzen, in het bijzonder voor een eerste of tweede druk (beiden verschenen in 1947) blijven nog steeds stijgen.


Over de oplage van de eerste drie drukken schreef Lisa Kuitert: “Uit het Contact archief blijkt dat de eerste oplage van Het Achterhuis 3036 exemplaren bedroeg, dus niet 1500 zoals in de inleiding van de wetenschappelijke uitgave staat. Deze waren op 34 exemplaren na meteen uitgeleverd aan de boekhandel wat uitzonderlijk is. De 2de druk bedroeg 6830 exemplaren, de derde 10.500 exemplaren” (De Boekenwereld, jrg. 24, 2007-2008). 


Dat zijn nog best behoorlijke aantallen - hoor ik u denken - maar er is een keerzijde. Uitgeverij Contact liet het boekje namelijk drukken op een slechte kwaliteit naoorlogs papier, gebonden in een dito beroerd kartonnen bandje met een sombere nietszeggende stofomslag. Het gevolg is dat bij antiquarisch aangeboden exemplaren de stofomslag altijd ontbreekt en er vaak van alles mankeert aan de boekband, het boekblok of het papier. Juist bij een uitgave als “Het Achterhuis” telt ‘condition, condition, condition’ erg zwaar als het gaat om de waardebepaling. Daarom betaal je tegenwoordig voor mooie exemplaren van die vroegste drukken (zonder stofomslag!) al gauw enkele honderden euro’s (en in Amerika duizenden dollars!).

De stofomslag van “Het Achterhuis” (ontwerp Helmut Salden) is trouwens een verhaal apart. Ze zijn zo zeldzaam geworden dat ze de vraagprijs van het boekje gauw verdubbelen.
Tot voor kort heb ik altijd gedacht dat de eerste drie drukken dezelfde stofomslag hadden. Dat veranderde toen ik zag dat antiquaar Jos Wijnhoven uit Deventer een derde druk van “Het Achterhuis” aanbod (€ 375,- euro) met stofomslag en rood buikbandje! U ziet er hier een foto van.


Door dat rode buikbandje (een rariorum!) vielen mij opeens de rode letters op van ‘Anne Frank’.
Bij de eerste druk waren die geel (en een buikbandje zal daar wel nooit om hebben gezeten. NB. Lees het naschrift!).
Maar welke kleur was het bij de tweede druk? Bij Catawiki werd ooit een matig exemplaar van de tweede druk geveild met de resten van een blauwkleurig buikbandje.


Stond de naam van ‘Anne Frank’ dus in blauwe letters op de stofomslag?
Na enig gezoek vond ik een exemplaar van de tweede druk op AbeBooks.com met stofomslag (voor $ 5.000,- US-dollar!) en een ander met een gehavende stofomslag, die bovendien een misdruk is, in de collectie van het Catawiki verzamelaarsplatform. Nu weet ik het zeker...

De kleuren van “Het Achterhuis” waren achtereenvolgens: GEEL, BLAUW en ROOD.



Naschrift

Op 29 juni 2016 ontving ik een e-mail (met fotobijlagen) van 'Erwin' Strip- en Boekantiquariaat (Kampen) dat eind jaren negentig, begin jaren tweeduizend, een exemplaar van de eerste druk van "Het Achterhuis" werd aangeboden via veilingsite Ebay (NL) met stofomslag en met geel buikbandje!