vrijdag 3 februari 2017

Collectievorming


Collectievorming gaat bij mij altijd heel vanzelf.
Of ik nou op zoek ben naar achttiende of negentiende eeuwse uitgaven, het lukt me elke keer weer bijna moeiteloos om een kleine maar fijne collectie rond een auteur of thema op te bouwen.
In dat opzicht – vind ik - zijn wij verzamelaars en bibliofielen in Nederland toch maar verwend. Bij ons worden oude, ooit beroemde, Nederlandse schrijvers nog maar weinig gelezen en gewaardeerd. Of dat goed of slecht is laat ik hier even in het midden, maar het drukt in ieder geval de antiquarische prijzen en dat vergemakkelijkt het verzamelen.

Je kunt hier kortom voor weinig geld leuke collecties opbouwen. Over wat precies ‘weinig geld’ is kun je natuurlijk lang discussiëren maar elke hobby kost geld en mijn verhalen over het verzamelen van Helmers (‘Hollandse Natie’) of Hennebo (‘Lof der Jenever’) bewijzen dat je voor de prijs van een gemiddelde seizoenkaart bij voetbalclub Ajax (of Feyenoord) meer betaalt. En laten we wel wezen…. die seizoenkaart zal nooit in waarde stijgen en verdwijnt na afloop van het seizoen in de prullenbak!

Mijn laatste collectievorming rond een thans geheel vergeten beroemde auteur begon met de novemberveiling (65-2016) van Bubb Kuyper in Haarlem
Ik bood (ongezien) honderdtwintig euro op: “Gedichten, van J. Antonides vander Goes” (Amsterdam, 1685). Het is een fraai exemplaar met zeer ruime marges, gebonden in perkament, dat blijkens de in potlood geschreven naam op het eerste schutblad ooit behoorde tot de boekerij van L.A.J. Burgersdijk jr. (1869-1954).
Antiquarisch wordt deze uitgave nog regelmatig aangeboden en sommige exemplaren bevatten ook een toegevoegd portret van de auteur maar dat zit er bij mij niet in.
Zo blijft er nog iets te wensen over! Het zelf toevoegen van een contemporain portret is immers iets dat ik wel vaker doe bij mijn oude uitgaven.


Antony Jansz., de vader van de jong gestorven Vondeliaanse dichter Joannes Antonides van der Goes (1647-1684), was de motor achter deze eerste uitgave van het verzameld werk van zijn zoon. In de achttiende eeuw zouden nog diverse herdrukken volgen.
Van der Goes is vooral beroemd geworden door het stroomdicht “De Ystroom”. Deze roem werd in boekhistorisch opzicht vergroot door vijf (vier plus een allegorisch frontispice) paginagrote illustraties geëtst door Romeyn de Hooghe (1645-1708).

Zoals in het fraai geïllustreerde overzichtswerk: “Romeyn de Hooghe. De verbeelding van de late Gouden Eeuw” (Zwolle, 2008) valt te lezen (en te zien) behoorde deze kunstenaar en Oranjegezinde querulant (waarover ik al in ‘De Boekenwereld’, jrg. 5, oktober 1988 schreef) tot de productiefste en beroemdste etsers van zijn tijd en illustreerde hij talloze boeken. De platen bij de ‘Ystroom’ waren trouwens al verschenen bij de eerste losse uitgave van dit gedicht in 1671 en ook toen al werden in een krantenadvertentie in de ‘Oprechte Haerlemse Courant’ (van 3 oktober 1671) de illustraties expliciet geroemd
“… verciert met uytstekende Konst-Platen, ge-etst door Romeyn de Hooge”.

Behalve de vijf etsen van De Hooghe bevat deze eerste uitgave van de ‘Gedichten’ nog een anonieme afbeelding die hoort bij het uiterst venijnige hekeldicht 'Marsyas, satyr' dat gericht is tegen de leden van het kunstgenootschap 'Nil Volentibus Arduum', met name tegen hun voorman Andries Pels (1631-1681) met wie Van der Goes ruzie had gekregen.


Vorig jaar verscheen er een nieuwe moderne uitgave van de: “Ystroom” (Hilversum, 2015), vertaald en ingeleid door Jan Bloemendal.
Bloemendaal, senior onderzoeker verbonden aan het Huygens Instituut voor Nederlandse geschiedenis, werd hierin bijgestaan door tal van studenten.
De voorgeschiedenis en totstandkoming van dit boek lijkt wat dat betreft erg veel op de in 2009 verschenen moderne heruitgave van “De Hollandsche natie, in zes zangen” (Den Haag, 1812) van Fredrik Helmers, waarover ik eerder schreef.

Uiteraard wilde ik ook die moderne heruitgave voor mijn bibliotheek en via Boekwinkeltjes kwam ik er achter dat de meest voordelige weg (vijftien euro...) liep naar antiquariaat Kok in Amsterdam.
En dus trok Perkamentus op een vrijdag de stad in om zijn begeerte te stillen. Uiteraard liep mijn route niet linea recta naar het antiquariaat maar (vrijdag!) via de boekenmarkt op het Spui. Al snuffelend belandde ik zo bij de kraam van Paul Gaemers (antiquariaat De Boekerij v.o.f.), bij wie ik wel vaker bijzondere dingen vind zoals u hier kunt lezen!

Tussen de rijen oud papier gebonden in leer en perkament werd mijn aandacht getrokken door een set van drie kleine boekjes. Het bleek te gaan om de vroeg negentiende eeuwse uitgave: “Joannes Antonides v.d. Goes, Gedichten, met ophelderende aanteekeningen” van J.W. Bilderdijk (Leiden, 1827-1836).
De aantekeningen van Bilderdijk beperken zich tot woordverklaringen naast soms ongezouten kritiek. Zijn opmerking over “Trazil, of het overrompelt Sina” is wat dat betreft illustratief.
“Over dit treurspel, als Treurspel te spreken, zou zeker geheel nutteloos zijn. Als zoodanig is het onuitstaanbaar, en zelfs van het begin tot einde belachlijk. De verzen echter zijn over het geheel taamlijk wel, en houden zelfs hier en daar dichterlijke brokken in, die verdienen gelezen te worden, schoon dan ook veelal niet te pas komende. Men kan dus hier ook geene doorgaande aanteekeningen of vergen of verwachten”.

De vrijwel ongelezen (niet geïllustreerde) uitgave zat nog strak in zijn blauw papieren uitgeversomslagen en een groot gedeelte van de katernen was ongeopend. Ik betaalde er met veel liefde maar vijftien euro voor! Een fooi voor een dergelijke fris bewaard gebleven set, zeker omdat deze momenteel door maar één antiquariaat wordt aangeboden voor vijfenzeventig euro!
Een mooi voorbeeld ter illustratie van mijn beginopmerking, dat je hier voor weinig geld snel een collectie kunt vormen omdat oude, ooit beroemde, Nederlandse schrijvers nog maar weinig geld kosten. Trouwens... Los van het onderwerp blijf het een vreemde gewaarwording. Dat je tegenwoordig voor vijftien euro vrijwel geen enkel modern (flut)boek meer kunt kopen maar wel een klassieke uitgave die bijna tweehonderd jaar oud is! Gevoelsmatig klopt dat voor mij ergens niet. Enfin; zoals ik al schreef, wij bibliofielen en verzamelaars zijn hier in Nederland maar verwend (en ik profiteer daarvan!).

Tot slot kan ik u nog meedelen dat ik (wederom) via antiquariaat De Zilveren Eeuw een aardig portretje kon bemachtigen van Willem Bilderdijk afkomstig uit de Nederlandsche Muzenalmanak van 1820. Het is bovendien een gravure naar een tekening door H.W. Caspari, een ver familielid van mij. Past dat even mooi in deel één van mijn Bilderdijkset! U merkt wel; collectievorming gaat hier geheel vanzelf....

vrijdag 20 januari 2017

Culinaire en huishoudelijke motieven


Ik las onlangs op de Facebookpagina van Bijzondere Collecties (UvA) dat als je kennis wilt maken met de kookkunst uit het verleden je bij hen aan het juiste adres bent. “De collectie Geschiedenis van de Voeding bevat vrijwel alle belangrijke Nederlandse en een groeiend aantal buitenlandse kookboeken uit voorbije eeuwen. Daarnaast bevat de collectie boeken over diëten, voedingsleer, huishoudkunde, tafelversiering, etiquette en talloze andere (w)etenswaardige onderwerpen”.


Ik moet dan meteen denken aan Johannes van Dam (1946-2013) die samen met Joop Witteveen (1928-2016) en Bart Cuperus oprichters zijn van de Gastronomische Bibliotheek die sinds 2006 wordt beheerd door Bijzondere Collecties (UvA).
De ‘Dikke van Dam’ van Johannes staat natuurlijk ook hier in de kast maar mijn eerste gedachten - zodra zijn naam wordt genoemd - gaan naar zijn kookboekwinkeltje in de Runstraat 26 waar hij tussen 1983 en 1989 zat.


Daar leerde ik namelijk deze lekkerbek kennen als verzamelaar van boeken op zijn gebied en aan hem verkocht ik voor vijfhonderd gulden mijn exemplaar van: “De Verstandige Kock, of Sorghvuldige Huyshoudster“ (Amsterdam, 1667). Ik had het boekje een jaar daarvoor voor vijfenzeventig gulden in de Oudemanhuispoort gekocht en wist dat het terzelfdertijd bij antiquaar Nico Israël (1919-2002) voor duizend gulden werd aangeboden.

Of ik ook kookboeken verzamel?
Nee, maar ik heb niet lang geleden een uitzondering gemaakt en de zesde editie gekocht van het kookboek van Saartje Vos (1852-1917): “Oorspronkelijk Israëlietisch Kookboek” (Amsterdam, 1921). Waarom?
Het was in 1893 het eerste Nederlandse kookboek over de Joodse keuken dat verscheen (met opvallend oer-Hollandse gerechten). In 1978 verscheen een facsimile van de vijfde editie uit 1914. Alle originele edities van dit kookboekje zijn schaars, zeker in een goede conditie, want het zijn typische gebruiksboekjes; dus beduimeld, gescheurd en bevlekt. Bovendien werd deze editie van Saartjes boek op een allerbelabberdste kwaliteit papier gedrukt en in een simpel halflinnen bandje met kartonnen platten uitgegeven.


Schaarste, conditie maar ook een vriendelijke vraagprijs (twintig euro) waren mijn motieven om het boekje te kopen. Daaraan kan nog het motief ‘iconische waarde’ worden toegevoegd.
Het was immers Saartje die in de vroegste edities haar kookrecepten graag begon met de bekende woorden: “Men neme…”, en daarmee zichzelf vereeuwigde.


Behalve aan Johannes van Dam en zijn kookboekjes moest ik ook denken aan het echtpaar Heijting die in 2013 hun belangrijke collectie gedrags-, huishoud- en kookboeken, uit de negentiende en vroege twintigste eeuw, aan Bijzondere Collecties (UvA) schonken.
Beiden ken ik als leden van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen (NGB) en ik weet dus ook dat zij sindsdien zijn blijven verzamelen en regelmatig hun schenking met nieuwe aanwinsten verrijken. Als zij aanwezig zijn op bijeenkomsten van het genootschap is hun verzamelgebied regelmatig onderwerp van ons gesprek.
Elke keer weer ben ik verbaasd om te horen hoeveel boeken er op dat gebied nog ontbreken in de openbare collecties in Nederland.
Het gaat dan helemaal niet over dure banden of kostbare uitgaven maar over heel gewone gebruiksboekjes die vaak diverse (her)drukken beleefden, soms mateloos populair waren, en desondanks schaars zijn geworden of spoorloos zijn verdwenen.

Bij mij staan maar enkele uitgaven die behoren tot hun verzamelgebied, maar ik sluit niet uit dat het er meer worden.
Mijn oudste uitgave is een boek uit het Duits vertaald met de titel: “Ik kan huishouden, het boek om een huishouding billijk, practisch en goed te besturen” (Leiden, 1911).
Zowel Atria (Kennisinstituut voor emancipatie en Vrouwengeschiedenis) als Bijzondere Collecties (UvA) bezit een exemplaar van deze eerste druk die - in goede staat - antiquarisch minder vaak wordt aangeboden dan de daaropvolgende drukken.
Het is een uitgave die oorspronkelijk in tien losse afleveringen verscheen (twintig cent per stuk) maar ook - zoals mijn exemplaar - ingebonden in linnen band verkrijgbaar was voor twee gulden veertig. Vrijwel tegelijkertijd verschenen "Ik kan koken" en "Ik kan costuumnaaien".


Het is alweer enige tijd terug dat ik op een zomerse boekenmarkt aan de Amstel: "Ik kan huishouden", tussen vele andere boeken, zag liggen.
De vrijwel ongeschonden foto van twee dienstboden op het voorplat van de uitstekend bewaard gebleven bruin linnen band trok mijn aandacht. Ik bladerde er wat in, las wat, en werd het vervolgens eens met de verkoper over de prijs (twintig euro).
Conditie en een goede prijs waren ook hier de motieven die leidde tot aanschaf. Maar misschien moet ik daaraan een soort van ‘romantisch sentiment motief’ toevoegen.

Dat laatste motief gold ook bij een andere uitgave die ik tegenkwam in mijn kringloopwinkel voor één euro vijftig. Het is de tweede druk van: “Wat gij moet weten. Encyclopaedie voor de Huisvrouw” (Amsterdam, 1928).
De gebundelde adviezen en raadgevingen door 'Huismoeder, medewerkster aan de vrouwenrubriek van het Algemeen Handelsblad' zijn heerlijk gedateerd ‘ouderwetsch’ en staan soms mijlenver van het moderne huishouden een eeuw later. Zo was de aanwezigheid van dienstpersoneel nog zeer vanzelfsprekend en vinden we daarover nuttige tips in het hoofdstukje over ‘Dienstboden’ (blz. 125 t/m 128) met onderwerpen als: ‘Godspenning’, ‘Kostgeld’, ‘De Nieuwjaarsfooi’, ‘Opzegging van dienstbetrekking’, ‘Vacantie voor onze dienstmeisjes’ en ‘Zieke dienstboden’.


Ook deze uitgave wordt antiquarisch maar af en toe aangeboden. Wat mij destijds vooral verbaasde was de goed bewaard gebleven oorspronkelijke stofomslag.
Die maakt mijn exemplaar vermoedelijk uniek en dat was een extra motief aansporing om dit boekje mee te nemen!


vrijdag 6 januari 2017

Vrouwenbeschutting


Ik heb in mijn blogserie ‘De Z van…’ (Zelfbewaring, Zelfbesmetting en Zelfbevlekking) - al eens verwezen naar het vermakelijke boek van Nop Maas: “Seks!... in de negentiende eeuw” (Uitgeverij Vantilt, Nijmegen, 2006).
Het is, en ik herhaal dat hier nog maar eens, een bijzonder nuttig naslagwerk voor de verzamelaar van thans vaak totaal verdwenen obscure boekjes, brochures en efemera op het gebied van pornografie en seksualiteit, maar ook over anticonceptie is er iets in te vinden.


Het woord ‘anticonceptie(f)’ kwam ik voor het eerst tegen in een krantenadvertentie uit 1893. Een ander woord daarvoor was ‘vrouwenbeschutting’ (dat ik voor het eerst tegenkwam in een advertentie uit 1901).
Dat beide begrippen pas aan het einde van de negentiende eeuw regelmatig opduiken hangt natuurlijk samen met de oprichting van de Nieuw-Malthusiaanse Bond in 1881.
Pas daarna kwam ook de anticonceptiereclame door middel van krantenadvertenties, brochures en bladen goed op gang.


Wie zich in deze materie verdiept krijgt al gauw de indruk dat ruim een eeuw geleden anticonceptiereclame zich met name richtte op vrouwen. Dat komt vooral door de vele medicinale middelen en apparaten die er voor vrouwen op de markt waren, veel meer dan voor mannen.
Diverse leverancier (waaronder tal van moderne kwakzalvers) overspoelden destijds de markt met honderdduizenden brochures en goedkoop gedrukte reclameblaadjes. Ondanks die enorme oplagen behoren met name de 'prijscouranten' thans tot de antiquarische ‘rariora’.

Naast een groeiend aantal brochures (die ik in een toekomstig blog nog eens de revue laat passeren) bevat de collectie van Perkamentus drie van die zeldzame 'prijscouranten' in onberispelijke staat.
Geen van deze uitgaven is gedateerd en ook de drukker is onbekend, maar allen zijn uit het begin van de twintigste eeuw. Mijn mooiste exemplaar is een kleine geïllustreerde brochure (12 bij 18 cm.) van acht ongenummerde bladzijden geniet in een geel papieren omslag, met duidelijke art-nouveau trekken. Het is een uitgave van de ‘Centraal-Inrichting ‘Sanitas” getiteld: “De Vrouw. Inlichtingen over geoorloofde Middelen ter beperking van het Kindertal” (z.j./z.p. [1907]). De min of meer exacte datering 1907 is mogelijk omdat in deze brochure ene mevrouw De Graaf ‘deskundige voor dames’ adverteert. Krantenadvertenties in Delpher laten zien dat zij (alleen) in 1907 praktijk hield en wel in de Haagse Bilderdijkstraat 135.


Over de leverancier ‘Sanitas’ zelf is vrijwel niets te vinden. De eerste advertentie is van 1900 en pas vanaf 1908 adverteren ze als de ‘Centraal-Inrichting ‘Sanitas, Koninklijk Gebreveteerd’ (Amsterdam en Den Haag). Van meet af aan waren ze gespecialiseerd in anticonceptiemiddelen zoals de ‘Victoria Scheede Poeder-Spuit’ en ‘Victoria douche’ en ‘capotjes’ van het merk ‘Ideaal', 'Nationaal’, ‘Venus’ en ‘Tip-Top’.

De zeldzaamheid van dergelijke reclameblaadjes zal vermoedelijk ook de reden zijn geweest voor Nop Maas om in zijn eerdergenoemde boek er één in zijn geheel af te beelden (blz. 129-132)
Het gaat om de “Prijscourant van Gummi-Artikelen Mij. ‘De Noorderpost’“ (‘180ste duizend.’, z.j./z.p. [ca. 1920]). Een dubbelgevouwen vel papier (totaal 43 cm. breed en 34 cm. hoog) met aan de voorzijde een art-nouveau kaderversiering gedrukt in groen.
De bladzijden zijn ongenummerd, en alleen op de achterzijde staan drie illustraties. De prijzen van het exemplaar bij Nop Maas zijn met een typemachine geactualiseerd!




Ik bezit dezelfde prijscourant maar dan een iets vroeger exemplaar ('140ste duizend.’) met wat lagere artikelprijzen.
Daarnaast heb ik van dezelfde leverancier een ander, vermoedelijk ouder, exemplaar met de titel: “Prijscourant van Hygiënische artikelen en patent-geneesmiddelen Mij. ‘De Noorderpost’” (‘12e duizend.’, z.j./z.p. [ca. 1910 ]). Deze uitgave (ongeveer A5 formaat) telt acht ongenummerde bladzijden geniet in papieren omslag en is niet geïllustreerd.

‘De Noorderpost’ verkocht ‘Hygienische artikelen en patent-geneesmiddelen’ alsmede ‘Gummi-artikelen’ zoals ‘Préservatifs’ (“ook wel Condoms of Capotjes genaamd”) waaronder de “allerfijnste vischblaas preservatifs. Bekend bij de Aristocratie”.
Naast condooms voor mannen, die thans gewoon in het schap bij Albert Heijn liggen, waren er ook nog de ‘Amerikaanse Preservatifs’, ofwel vrouwencondooms. Speciaal aanbevolen werd het merk ‘Olifant’ (prijs ƒ1,25 per stuk). Het was “Onverslijtbaar”!
Daarnaast waren er nog diverse andere middelen zoals Sponsjes, Baarmoeder-Kranzen, Irrigatores (“ook wel Vrouwen-Spuiten genaamd”), Vrouwendouches en Clysoirs.
Uiteraard verkocht men ook Dr. Unger’s Veiligheidsovalen (“Eisch uitsluitend de echte zekerheids-ovalen met den handteekeningen van dr. UNGER”!) alsmede de Sylvia Scheede Poederspuit (“Goed voor tien jaar”).


Alle artikelen werden destijds behandeld en verhandeld alsof het staatsgeheimen betrof.
“Voor geheim, raden wij U, voor het te besteden bedrag, een postbewijs op het postkantoor te koopen en die in de brief te sluiten, waarin U uwe bestelling doet. U kunt ook U papiergeld in den brief sluiten, waarin U uwe bestelling doet, het teveel, zenden wij bij het bestelde terug. Onze naam komt nooit op de pakketten.”


Over het postorderbedrijf ‘De Noorderpost’ is op het Worldwide Web hoegenaamd niets te vinden. “Het oudste adres in Nederland” werd volgens een krantenadvertentie opgericht in 1907 maar de eerste vermeldingen die ik vond zijn al van 1901!
Het bedrijf heeft gefunctioneerd tot eind jaren zestig. Toen veranderde de seksuele revolutie en de komst van de moderne anticonceptiepil (die tot 1969 alleen op recept verkrijgbaar was) het denken over seksualiteit en de markt voor anticonceptiemiddelen zodanig dat het bedrijf met noorderzon verdween.

Dit is het 300-ste stukje op mijn weblog! Al mijn bloglezers & twittervolgers wens ik een voorspoedig, gezond, leer- en leesrijk 2017!