vrijdag 6 februari 2026

Utopie uit de kringloop, Plan Pieter Both


Alvorens kerstboodschappen te gaan doen besloot ik om even binnen te lopen bij mijn lokale kringloop 'De Boem'. Ik volgde mijn vaste route. Eerst inspecteerde ik de vitrines vlakbij de ingang met duurdere spullen, waaronder ook boeken. Daar zag ik ditmaal niet veel bijzonders en dus liep ik al vrij snel door naar de hoek met de boekenafdeling. Ik vond daar niet direct iets van mijn gading en wandelde tot slot langs de wand met 'antiquarische' uitgaven. Inmiddels weet ik waar de kringloopmedewerkers de laatste aanwinsten neerzetten en daartussen stond ditmaal een boek dat direct mijn aandacht trok door zijn mysterieuze rugtitel: "Plan Pieter Both".


De bruine, linnen band vermeldt op het voorplat nogmaals de titel en onderaan de uitgever 'Niemeijer - Groningen'. Vermoedelijk heeft deze op verzoek van de schrijver enkele auteursexemplaren in een linnen band gezet, want toen ik het boek opensloeg zag ik dat de oorspronkelijke kartonnen omslag (in kleur) was meegebonden. Daarna volgt de titelpagina; "Conceptvoorstel voor een rijksplan. Het plan Pieter Both. Een wereldexperiment in Staatkundige vernieuwing, Economische ordening en Sociale verbetering" (Groningen, 1948). Op de versozijde staat in handschrift: "Aan mijn broer Frans op den herinneringsdag 11 Juli 1948. PMBoth".


Een uitgave (266 blz.) die - zo bleek al gauw - in de tweedehands boekenwereld onvindbaar is (en dan is voor de kringloopmedewerkers ook niet te bepalen of dit een boek is voor in de vitrine...). Voor maar drie euro en vijftig cent nam ik dit kerstcadeautje graag mee. Thuisgekomen dook ik meteen achter de computer op zoek naar het verhaal achter deze opmerkelijke titel.

De auteur is de in Rotterdam geboren Pieter Mattheus Both (1899-1962) gehuwd met Adriana Maria van der Heul (1898-1998). De ontvanger van mijn aanwinst destijds was Pieter's zestien jaar jongere broer Frans Jacob Both. Die heeft het vermoedelijk nooit gelezen want het boek verkeert, ondanks het verkleurde beroerde naoorlogse papier, in uitstekende staat.


Pieter droeg zijn boek op aan "mijn blanke en bruine Rijksgenoten in Nederland en in Oost en West". Al bladerend en lezend werd mij al gauw duidelijk dat Pieter Both een (zeer gedetailleerde) utopie voor ogen had die nimmer is verwezenlijkt. Zijn plan verdeelde hij in vier boeken. 1. "De Chaos", vraagstukken die opgelost moeten worden. 2. "De Schemering", mogelijkheden, die zich aanbieden. 3. "Zonsopgang", het doel en de grondslagen, en tot slot 4. "De nieuwe samenleving", de Gemeenschap in Nieuw-Nederland.


Voor Both was (Nederlands) Nieuw-Guinea het toekomstige Nieuw-Nederland. Waarom dit eiland? Omdat het vele malen groter is dan Nederland en dun bevolkt ("zodat weinig last zal ontstaan van een opdringende inheemse bevolking; bovendien is deze bevolking zó primitief, dat voor concurrentie niet gevreesd behoeft te worden"). Daarnaast lag het strategisch, was het rijk aan grond-/delfstoffen en was de bodem erg vruchtbaar. Boths ideeën en plannen waren niet allemaal nieuw; ze kwamen in grote lijnen overeen met die van de Nederlandse Kolonisatie Commissie ingesteld door de Vaderlandsche Club, een conservatieve beweging opgericht in 1929 door de journalist H.C. Zentgraaff (1874-1940).

Om de uitvoering van "Plan Pieter Both" te ondersteunen en te verwezenlijken werd door Both een gelijknamige stichting opgericht (op zijn woonadres: Korreweg 81b, Groningen). Dat is best opmerkelijk want hij had zich ook kunnen aansluiten bij de hem welbekende 'Grooter Nederland Actie', waarvan vertegenwoordigers al in 1946 hadden deelgenomen aan de conferentie in Pangkalpinang over de toekomst van Nederlands-Indië en de rol van Nederlands Nieuw-Guinea.
Boths uitgave verscheen op een explosief moment in onze geschiedenis. Indonesië streefde naar onafhankelijkheid. Die zou in 1949 door Nederland worden erkend, maar Nederlands Nieuw-Guinea werd daarvan uitgezonderd. 'De kwestie Nieuw-Guinea' zou in de decennia daarna uitgroeien tot een politiek hoofdpijndossier van formaat. Pas in 1962 werd de knoop definitief doorgehakt toen Nederland, onder druk gezet door de Verenigde Staten, afstand deed van dit gebied.


In Delpher vond ik naar aanleiding van de verschijning van het boek enkele krantenartikelen zoals de bijdrage hierboven (uit het Rotterdams Parool van 30 juni 1948). Heel belangrijk is het artikel in Trouw van 12 december 1950. Daarin lezen we namelijk veel over de totstandkoming en teloorgang van deze uitgave. Ik citeer daaruit de volgende passage.
"Al 15 jaar vecht Pieter Both, een Groningse handelsman voor erkenning en nu uiteraard ook voor het behoud van Nieuw-Guinea. Nooit zag hij het land met eigen ogen, nooit zelfs zag hij het Zuiderkruis in de tropennacht schitteren aan het firmament, en toch heeft dit land van wildernis en Papoea's, van bergmeren en sneeuwtoppen, van malaria en onbekende mogelijkheden hem te pakken. Het was in 1935 dat ik voor het eerst werkelijk belang in dit vergeten rijksdeel ging stellen. Rondom mij zag ik de fatale gevolgen van een massale werkeloosheid en hoewel ik bijna niets van Nieuw-Guinea afwist, voelde ik dat daar misschien een belangrijke oplossing van onze problemen zou kunnen liggen. En Pieter Both sloeg aan het bestuderen. Elk boek, elk artikel, dat hij over dit grotendeels onbekende gebied in handen kreeg werd het zijne. Al zijn vrije tijd offerde hij er aan op. Hij sprak met tientallen personen, mensen uit regeringskringen en uit de arbeidersbeweging. En terwijl hij vorderde met zijn studie, terwijl zijn kennis vermeerderde en hij steeds meer de overtuiging werd toegedaan, dat Nederland al veel te lang zijn taak jegens dit verre land en onbekende volk had verwaarloosd, ontmoette hij overal niets dan welwillende belangstelling of botweg een totaal gebrek aan belangstelling.
Men knikte van ja of men schudde van neen, het kwam op hetzelfde neer. Men was het niet met Pieter Both eens, men vond hem eerlijk gezegd een beetje rare man om zich zo druk te maken om die wildernis. Doch Pieter Both hield vol, hij zette door. Die wildernis was 11 maal zo groot als Nederland en bij elke nieuwe studie zag hij meer mogelijkheden. Zijn gezin leed er onder, zijn gezondheid werd ondermijnd. En thans is hij wel lichamelijk herstellende, doch zijn betrekking als vertegenwoordiger bij een grote maatschappij raakte hij kwijt, zijn geld ging op aan reizen, boeken en correspondentie. Hij zag dit zelf alles het duidelijkst en steeds weer probeerde hij zich los te maken van Nieuw-Guinea, probeerde hij het slechts te zien als een 'hobby', zoals andere mensen postzegels verzamelen of modelvliegtuigen bouwen. 'Toen ik aan het begin van de oorlog voldoende materiaal verzameld had om een boek te schrijven, ontviel mij plotseling de moed. Ik vroeg mij af of ik niet te hoog had gegrepen en of het niet beter was om alles maar te laten zoals het was. Ik had een kamer vol met boeken over Nieuw-Guinea en andere onderwerpen, moest ik er nu zelf nóg een bijschrijven? Die Zondag ging ik naar de kerk en alles wat daar gezegd en gezongen werd ging aan mij voorbij. Mijn hoofd was bij andere dingen. En toen plotseling hoorde ik de mensen rondom mij zingen 'Vat aan het werk! Vat aan!'. Het waren de laatste woorden van het laatste gezang, dat gezongen werd. Ik kreeg een schok en zag hierin een onmiskenbaar teken.
Dit werk was mij opgelegd en mocht ik nu niet meer van mij afschuiven. En ik sloeg aan het schrijven'. Zo ontstond het plan-Pieter Both, een boek van 266 pagina's, dat bij verschijnen in alle kringen veel lof oogstte. Vakmensen prezen het, regeringsautoriteiten zochten contact met Pieter Both en spraken haar waardering uit voor dit boek, dat naast veel idealisme en geloof ook getuigde van een enorme kennis van Nieuw-Guinea. En... van officiële zijde verzocht men de schrijver zich van verdere propaganda te onthouden teneinde de onderhandelingen met Indonesië niet ongunstig te beïnvloeden. Pieter Both bracht dit laatste financiële offer. Ruim 700 exemplaren werden vastgehouden en nimmer verkocht en de gedrukte vellen voor nog eens 3000 exemplaren liggen te wachten op de boekbinder.
Dat was tot nu toe de enige reële daad, die men van 'officiële zijde' stelde. Dat was in 1948".


Nu wordt meteen duidelijk waarom deze - op eigen kosten gepubliceerde - uitgave antiquarisch onvindbaar is. Van de totale oplage (zeer waarschijnlijk 4000 exemplaren) werd nog geen 10 procent verspreid (een kleine driehonderd boeken, á ƒ 4,90 per stuk). De rest, ruim 3700 gebonden en ongebonden exemplaren, verdween uiteindelijk geruisloos in de papiermolen.

Pieter Both overleed op 8 mei 1962, een week nadat Nederlands Nieuw-Guinea aan de Indonesische autoriteiten was overgedragen. Zijn uitgewerkte utopie "Plan Pieter Both" verdween uit de geschiedenis en het collectieve geheugen. Tachtig jaar later is zijn levenswerk alleen nog in enkele (universitaire) bibliotheken op te vragen. Antiquarisch is het een zeldzaam curiosum geworden. Niemand die zijn grafsteen passeert op de Groningse begraafplaats Selwerderhof (06/01/197) zal zich dit alles realiseren.

donderdag 29 januari 2026

Het jaar geboekt, januari 2026

In 'Het jaar geboekt, [maand en jaar]' houd ik bij wat ik gedurende een maand bij elkaar verzamel inclusief 'de cijfers', soms met toelichting en/of opmerkingen. Ik begon hiermee in 2018, aanvankelijk als aparte rubriek (onder een eigen tabblad). Met ingang van 2024 publiceer ik mijn maandoverzichten direct op de 'homepage'. Na afloop van het jaar geef ik een totaaloverzicht in '[Jaar] geboekt. Een jaar in feiten en cijfers'.

Januari 2026 de cijfers...

Totaal aantal objecten: 10.

Gekocht: 5.
Gekregen: 5.

Totaal uitgegeven: € 410,-  euro (incl. verzendkosten).
Gedeeld door 5 is gemiddeld: € 82,- euro per object.

Via kringloopwinkel: 1 (2).
Via boekenmarkt: 3 (3, 4, 5).
Via Catawiki: 1 (1).

Modern: 1 (10).
Marge & klein bibliofiel drukwerk: 4 (6, 7, 8, 9).
Old & rare: 5 (1, 2, 3, 4, 5).

Januari 2026: de aanwinsten...

1. J. Koning: "Verhandeling over den oorsprong, de uitvinding, verbetering en volmaking, der boekdrukkunst" (Haarlem, 1816). Gebonden in halfleren contemporaine band. Rug gestempeld met rood titelschild. Ex-libris L. van Dyck en het stempel van: 'Louis Mertens, Longue rue de l'Evêque, Anvers' op het titelblad. Gekocht via Catawiki voor € 115,14 euro (inclusief veiling- en verzendkosten) van iemand die het boek vlak daarvoor had gekocht bij De Slegte voor ca. € 160,- euro (en hoopte dat het meer zou opbrengen...).


2. S.A. Tissot: "L'onanisme: dissertation sur les maladies produites par la masturbation" (Paris, 1765). De derde Parijse druk van deze bekende uitgave over de gevaren van zelfbevrediging (onanie). Gebonden in een versleten halfleren (burgemeesters)band. Ik had hiervan al een Nederlandse editie uit 1835. Gekocht (via Marktplaats) bij de kringloop in Leiden voor € 100,- euro.


Op de eerste Amsterdamse Spui boekenmarkt van dit jaar kocht ik drie uitgaven (3, 4 en 5) bij Axe (antiquariaat Klikspaan uit Leiden) voor een vriendenprijsje van in totaal € 150,- euro. Eén boekje kreeg ik (zie nr. 10).

3. P. Scheltema: "Hendrik van Brederode te Amsterdam in 1567" (Amsterdam, 1846). In mijn bibliotheek staat nu vrijwel alles wat Pieter Scheltema alias 'Piet Perkament' (Amsterdams eerste stadsarchivaris) heeft geschreven. 


4. P. Burman: "Brederodius, seu libertatis Batavae secularia altera, in nonas Apriles anni MDCCLXVI incidentia. Carmine elegiaco celebrata in Illustri Amstelaedamensium Athenaeo D. XX. Octobris, ejusdem anni" (Amsterdam, 1766). Honderd bladzijden, inclusief inleiding en aan het einde 15 lofdichten (blz. 59 t/m 100) voor Burman's lofzang op Hendrik van Brederode (één van de grondleggers van de Nederlandse opstand). Daaronder een Italiaans sonnet dat kennelijk ook los op foliobladen werd gedrukt en verspreid, want een exemplaar daarvan is na de titelpagina toegevoegd.
Met een gravure van een geuzenpenning op blz. 20. Lofzang op het tweede eeuwfeest van de vrijheid van de Nederlandse Republiek uitgesproken door Petrus Burman junior, klassiek filoloog, Neolatijns dichter en gevierd Latijns redenaar, hoogleraar aan de Universiteit van Franeker en (vanaf 1742) het Athenaeum Illustre te Amsterdam. Met de oorspronkelijke sitspapieren omslag gebonden in perkamenten band.


5. P. Burman (junior): "Brederode of het tweede eeuwgetijde der Nederlandsche vrijheid, verschenen den vijfden van april MDCCLXVI, in de doorluchtige schoole te Amsterdam den 20sten october deszelfden jaars met een feestzang gevierd" (Amsterdam, 1767).
Zestig bladzijden, inclusief inleiding en een lofdicht in het Nederlands aan het einde. Met een gravure van een geuzenpenning op blz. 20. Nederlandse vertaling door Antoni Hartsen (1719-1782) van de voorgaande aanwinst. Gebonden in halfperkamenten band met linnen platten.


6. W. Heijting: "Geluiden van toen" (Zevenhoven, 2026). Tien haiku's met de beste wensen voor 2026 gekregen van W. Heijting. Oplage 'enkele tientallen' voor familie, vrienden en goede bekenden.


7. "Letterspace 50" (Amsterdam, 2026). Koppermaandaguitgave van Drukkerij/Uitgeverij De Buitenkant in Amsterdam.


8. G. Achterberg: "Cartering" (Den Haag, 2026). Net als vorig jaar van 'Iemand' (c.q. boekenvriend en 'blogredacteur') Reinder Storm ontving ik dit bibliofiele nieuwjaarsgeschenk. De oplage bestaat uit 30 exemplaren. Perkamentus ontving nr. 21.


9. A. de Haas: "Drukkers en schrijvers in de Jordaan 1670-1750. Een wandeling" (Amsterdam, 2026). Iets verlate geïllustreerde jubileumuitgave verschenen ter gelegenheid van het zeventigjarige bestaan van antiquariaat Brinkman in Amsterdam. Oplage 350 exemplaren. Ik was helaas verhinderd bij de lezing en presentatie van dit boekje, maar kreeg mijn exemplaar van Frank Rutte op de Amsterdamse Spui boekenmarkt. Overigens verscheen bij het zestigjarig bestaan van antiquariaat Brinkman ook al een wandelgidsje geschreven door H. van der Veen en J. Waterschoot: "Boekverkopers aan het Singel. Een historische wandeling tussen Torensluis en Muntplein" (Amsterdam, 2015), in een oplage van 500 exemplaren.


10. I. Smeets: "Onder Leidse professoren. Een academisch dagboek" (Leiden, 2026). Speciaal gedrukt voor vrienden en relaties van het Leidse antiquariaat Klikspaan. Oplage 250 stuks, ik ontving nr. 59.

vrijdag 9 januari 2026

300 plaatjes, met en zonder praatjes

Zoals ik wel eens eerder heb verteld begon ik ruim veertig jaar geleden met het verzamelen van 'oud papier'. Het waren vooral losse afbeeldingen uit topografische of geschiedkundige uitgaven uit 17de en 18de eeuw, veelal gemaakt door toen in deze genres populaire graveurs zoals Reinier Vinkeles (1741-1816) en Abraham Rademaker (1676/77-1735). Tegenwoordig koop ik eigenlijk alleen nog maar losse portretgravures (waarom kunt u hier lezen). Dat komt omdat ik me nu de complete uitgaven kan veroorloven waarin mijn losse prentjes van toen zitten. Enerzijds heeft dat natuurlijk te maken met een hoger inkomen, anderzijds met het feit dat de prijzen in het antiquariaat de afgelopen decennia enorm zijn gedaald. Dat laatste is - zoals bekend - dankzij internet, waardoor ook de wereld van het (oude) boek en daarmee het bibliofiele speelveld (zeker vanaf 2000) enorm veranderde. Bovendien - zo mailde mijn blogredacteur Reinder Storm - lijken nieuwe generaties veel minder geïnteresseerd te zijn in antiquarische boeken.

Eerdergenoemde Abraham Rademaker was één van de meeste productieve en populaire graveurs die Nederland heeft gekend. Vele honderden gravures van zijn hand (met name van kastelen/ruïnes, kerken, landhuizen, dorpen en landschappen) zijn gebruikt ter illustratie in diverse achttiende eeuwse uitgaven. In: "Als in een sprookje" heb ik al eens - lang geleden - een gravure van het huis Kostverloren besproken.


De afbeelding daarbij (hierboven) was afkomstig uit: "Kabinet van Nederlandsche Outheden en gezichten..." (Amsterdam, 1725) dat bij boekverkoper Willem Barents verscheen. Dit is verreweg de bekendste uitgave met werk van Rademaker en een van de eerste prentwerken met topografische gezichten van (grote delen van) Nederland. Over de totstandkoming van deze tweedelige uitgave met 300 gravures worden we uitvoerig geïnformeerd dankzij een akte opgemaakt door notaris C. van Loon (d.d. 21 juli 1724). Daaruit blijkt onder meer dat alle 300 afbeeldingen afkomstig waren uit de collectie cq. het (kunst) kabinet van de Londense kunsthandelaar, verzamelaar en koopman Salomon Gautier (overleden 1725).
De totale oplage bestond uit 800 exemplaren gedrukt op diverse papierformaten (In: M.M. Kleerkooper en W.P. van Stockum: "De boekhandel te Amsterdam voornamelijk in de 17de eeuw" ('s-Gravenhage, 1914-1916), blz. 1144). Van de in 1725 verschenen publicatie bezit ik al heel lang de facsimile-uitgave die in 1966 werd uitgegeven door de Europese bibliotheek te Zaltbommel.


De 300 gravures zijn bovenaan genummerd en onderaan voorzien van een titel soms met een jaartal dat betrekking heeft op het voorbeeld waarnaar Rademaker zijn gravure vervaardigde. Bovendien staat daaronder in drie talen; Nederlands (Nederduits!), Frans en Engels een korte toelichting. 


Dezelfde serie van 300 genummerde afbeeldingen werd 25 jaar later nogmaals uitgegeven onder de titel: "Kabinet van Nederlandsche en Kleefsche outheden" (Amsterdam, 1750) bij de Amsterdamse boekdrukker/-verkoper Isaak Tirion. Ditmaal echter zonder de drietalige toelichting en de afbeeldingen telkens twee op één bladzijde.


Eind vorig jaar kocht ik via eBay bij Octopus Biblio voor een vriendenprijs: "Kabinet van Nederlandsche en Kleefsche Oudheden... Geöpent, Opgeheldert en Wydlopig Beschreven in Steden, Dorpen, Sloten, Adelyke Huizen, Kloosters, Kerken, Godshuizen, Poorten, en andere voorname Stadt- en Landgebouwen … in 300 verscheide printtafereelen vertoont door Abraham Rademaker" (Dordrecht 1727-1733). Getuige het ex-libris dat in elk deel tweemaal aanwezig is (zowel voor- als achterin!) stond deze set twee eeuwen geleden in de bibliotheek van E(rnest) van Havre uit Rijsel/Lille (1819-1880).


Het is de tweede druk die door Abraham Blussé en Zoon werd uitgegeven in Dordrecht tussen 1770-1771. Ook in deze uitgave staan alle 300 genummerde afbeeldingen van Rademaker, ditmaal voorzien van een uitgebreide historische toelichting door Matthaeus Brouërius van Nidek (1677-1742) en Isaac Le Long (1683-1762).
Beide heren waren daartoe uiterst deskundig. De ziekelijke Van Nidek (hij was alleen bij de eerste delen van de zes betrokken) had zijn sporen verdiend door zijn medewerking aan verschillende historische en topografische naslagwerken waaronder Halma's: "Tooneel der Vereenigde Nederlanden..." (Leeuwarden, 1725). Le Long was antiquarius, uitgever van historische bronnen en bibliofiel, nu vooral bekend van zijn "Boek-zaal van Nederduitsche Bijbels" (Hoorn, 1764). Jaren later zou hun uitgave van het Kabinet nogmaals (tussen 1792-1805) verschijnen bij J.A. Crajenschot, bewerkt door J.H. Reisig (1749-1794) en A.B. Strabbe (1741-1805) en uitgegroeid tot acht delen. Ook in deze laatste editie zitten de genummerde gravures weer per twee op één blad, zoals eerder in de uitgave van Tirion!

Tot slot moet hier nog een vierde publicatie worden vermeld, getiteld: "Versameling van 100. Nederlantse outheden en gesigten door A. Rademaker in 't koper gebragt door I.M. Bregmagher" (Amsterdam, 17..[26?]) uitgegeven bij Ysak Greve. Noch van de graveur noch van de uitgever is wat bekend. Van deze uitgave verscheen een facsimile in 1981 bij Repro-Holland BV (Alphen aan den Rijn). In deze uitgave zijn alle 100 gravures ongenummerd en niet gesigneerd. Onder elke afbeeldingen (meestal twee, soms één op een blad) staat in cursief een korte toelichting die overeenkomt met de toelichting van de afbeelding in de drietalige uitgave van 1725, verschenen bij Willem Barents.


Kortom 300 gravures van Abraham Rademaker die in drie, soms vier verschillende uitgaven voorkomen, soms genummerd en gesigneerd, soms met toelichting of historische context, soms zonder... Dat zegt enerzijds wel iets over de populariteit van deze afbeeldingen, anderzijds verklaart het waarom thans grote hoeveelheden daarvan (los) door het antiquarisch circuit zwerven. Het betekent ook verwarring bij verzamelaars, antiquaren, musea, archieven en (universitaire) bibliotheekcollecties. Want uit welke uitgave is het prentblad nu afkomstig? Heel vaak wordt in (collectie)beschrijvingen in algemene termen verwezen naar 'Rademakers Kabinet', maar zoals ik hierbij - 'ter lering ende vermaak' - aan de hand van de gravure van de Amsterdamse Schreierstoren ('Schreiërshoek') - aanschouwelijk maak zijn er tot wel vier verschillende mogelijkheden!

Ik wens al mijn boekliefhebbende en/of bibliofiele Blog-, Twitter-, Mastodon-, dan wel Blueskylezers, een geslaagd, voorspoedig en boekrijk 2026!