dinsdag 1 september 2009

Boekenjood

Sinds mijn tienerjaren ben ik een regelmatig bezoeker van de Oudemanhuispoort in Amsterdam. Mijn eerste antiquarische schatten heb ik gekocht in de schemerige gang van ‘de poort’, waar diverse antiquaren (zoals Bonset en Pfann) die inmiddels allang weer zijn verdwenen en vervangen door anderen, hun hoog opgestapelde waren aanboden. In mijn beleving hing er toen een heel andere gezellige sfeer. In ieder geval waren de kansen op een koopje in dat internetloze tijdperk groter.

Zo herinner ik mij een winkelkast waarin een stapel ongeordende dissertaties en pamfletten lag uit de 17de en 18de eeuw en waaruit ik een kookboekje viste uit 1669: “De verstandige kock of sorgvuldighe huyshoudster”; voor 50 gulden!
Ik weet nog goed dat ik datzelfde boekje een paar jaren later zag op een boekenbeurs, aangeboden door antiquariaat Nico Israel, voor 1000,- gulden. Uiteindelijk heb ik mijn exemplaar weer doorverkocht (voor ik meen 500,- gulden) aan de bekende culi-goeroe Johannes van Dam toen die nog eigenaar was van de Amsterdamse kookboekhandel in de Runstraat. Ik prijs mij gelukkig in de wetenschap dat mijn voormalig bezit nu onderdeel uitmaakt van zijn gastronomische bibliotheek van zestigduizend titels die hij schonk aan de Stichting Gastronomische Bibliotheek (SGB) in de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek.
De boekenmarkt in de Oudemanhuispoort is ontstaan in 1879 toen een destijds op de Botermarkt (nu Rembrandtsplein) gevestigde markt werd opgedoekt en de daar aanwezige boekhandelaren in vijftien zogenaamde winkelkasten (te klein voor een winkel en te groot voor een kast) een plaats konden krijgen. Veel Amsterdamse marktkooplieden hadden een Joodse achtergrond. In het reguliere spraakgebruik was de boekenjood (evenals de voddenjood, linnenjood of zuurjood) een min of meer romantisch begrip. Van deze Amsterdamse ‘boekenjoden’ was Barend Boekman (1869-1942) ongetwijfeld de bekendste.
Op 21 januari 1939 vierde hij zijn zeventigste verjaardag, tegelijk met zijn vijftigjarig jubileum als handelaar in ‘de poort’.
In diverse kranten, zoals ‘Het Volk’, ‘De Telegraaf’, ‘Het Volksdagblad’ en ‘Het Algemeen Handelsblad’ werd daar aandacht aan besteed. Op zijn boekenkast hing toen het onderstaande gedicht van zijn collega’s.
Boekman in boeken.
Nu al vijftig jaar.
Was hij hier te zoeken.
Altijd fris en klaar!
Heden zijn zijn jaren.
Zeventig in getal.
God zal hem nog sparen.
Gezondheid bovenal!

Dat mocht niet zo zijn. Nadat Nederland door Duitsland in mei 1940 was bezet werd het voor Joodse handelaren geleidelijk aan onmogelijk om hun handel voort te zetten. Velen werden door de Duitse bezetter afgevoerd naar concentratiekampen. Onder hen ook Barend Boekman en zijn echtgenote die beiden in de gaskamers van Auschwitz omkwamen op 14 september 1942.

Een Joodse antiquaar die de oorlog wel overleefde was Menno Hertzberger (1897-1982). Hij was ondermeer medeoprichter van de Nederlandse Vereeniging van Antiquaren (NVVA) in 1935. Zeer recent verschenen zijn herinneringen: “Boeken, veel boeken – en mensen” (Amsterdam, 2008). Over Barend Boekman schreef hij het volgende:
De sfeer op die veilingen was vaak bijzonder levendig, er waren oude getrouwen, zoals de onvergetelijke bouquiniste Barendje Boekman, de bekendste figuur in de Oudemanhuispoort, waar ongeveer 10 bouquinistes stonden. Ik placht Barendje met zijn onafscheidelijke bolhoed altijd een sigaar aan te bieden. Deed ik het niet dan placht hij te zeggen ‘Heb je wat tegen mij?’ En als ik dan wat verbaasd keek, vulde hij aan: ‘Ik kreeg geen sigaar’. In 1955 heb ik een klein boekje uitgegeven ter herinnering aan deze onvergetelijke figuur, een der velen van het Oude volk, die de oorlog niet overleefden”.

Dat boekje werd geschreven door F.J. Dubiez. “Barend Boekman van de Oudemanhuispoort”, telt slechts 34 bladzijden, verscheen niet in de handel en in een beperkte oplage van maar 100 genummerde exemplaren. Treffend schreef Dubiez: “Met het heengaan van Boekman en zijn collega’s uit de poort, is er iets verdwenen, dat wij de ware sfeer zouden willen noemen; een sfeer die de echte boekenliefhebber en verzamelaar niet kan en niet wil missen, omdat hij deze nodig heeft”, en even verder, “In ’t Oude Boeckhuys’ van de heer H.D. Pfann – die in 1949 ook al zijn zilveren jubileum in de poort vierde – leven de laatste resten van de oude roem nog voort. De heer Pfann, is niet alleen boekhandelaar, meer nog een hartstochtelijk verzamelaar, en een even groot boekenkenner als de oude Barend Boekman. Wanneer ook eenmaal deze laatste grote figuur er niet meer is, zal de laatste boekhandelaar van betekenis uit de poort verdwenen zijn en zal definitief met een sympathiek romantisch verleden gebroken zijn”. Dat moment brak uiteindelijk aan in 1981.

Onlangs kreeg ik de gelegenheid om een exemplaar van dit zeldzame boekje aan te schaffen. Het is nummer 73 voorzien van het ex-libris van Ger Brouwer (1919-2005), oud bibliothecaris van de Vereniging ter bevordering van de belangen des Boekhandels te Amsterdam (thans de Bibliotheek van het Boekenvak) waarin ook het archief van Menno Hertzberger zit.

Ik koester mijn exemplaar, deze weemoedige herinnering aan de kleurrijke
‘boekenjood’ Barend Boekman en zijn tijd, uitgegeven door een wereldberoemd antiquaar in een beperkte oplage en afkomstig uit de bibliotheek van een bibliothecaris en boekenliefhebber.
Om met een uitspraak van Boudewijn Büch te besluiten: “Zoiets heet geluk, boekengeluk”.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten