vrijdag 22 januari 2010

Büch

Rijstreclame, witte handschoentjes en een nep dodo-botje…
Ik vond hem een irritante fantast en pas toen hij al lang en breed dood was kon ik aandacht voor hem krijgen. Vooral zijn boeken over zijn bibliomane verzamelwoede en alles wat daarmee in verband stond kocht ik.
Het moesten wel gesigneerde exemplaren zijn, want ik hou wel van boeken die zijn aangeraakt door de auteur, ‘dead or alive’. Ik heb het over Boudewijn Maria Ignatius Büch (1948-2002).

Het eerste boekje dat deel werd van mijn collectie was: “De Boekenpest” (Amsterdam, 1988), dat me sterk deed denken aan het boek van William Blades; “The enemies of Books” (die hij echter met geen woord noemde). Een eerste druk, gesigneerd en één van de 475 gebonden exemplaren op speciaal papier (”honderd jaar tegen zelfvernietiging bestand”; vooral dát sprak mij wel aan). Een uitgave gereserveerd voor vrienden en relaties van de uitgeverij De Arbeiderspers, ter gelegenheid van de jaarwisseling 1987/1988. Al snel volgden “Bibliotheken” (Amsterdam, 1993), een gesigneerde derde druk en “De Boekhandel” (Amsterdam, 1985), een gebonden en gesigneerde eerste druk (nummer 28 van de 150).

Ik weet het; geen van drie zijn absolute bibliofiele toppers voor de echte Büchofiel maar het was nimmer mijn bedoeling om een omvangrijke collectie bijzondere uitgaven van Büch op te bouwen. Het is een beetje ‘bij verzamelen’, zoals ik dat met wel meer dingen doe. Als uitzondering op de regel telt mijn collectie wel twee zeer bijzondere uitgaven waarvoor bij menig serieuze liefhebber en verzamelaar van Büch het water uit de mond loopt.

Ten eerste een exemplaar van “Een boekenkast op reis. Persoonlijke Kroniek
(Amsterdam, 1988). Niet zomaar een exemplaar van de, inmiddels duur geworden, handelseditie (Privé-Domein nr. 231) maar één van dertig door de auteur genummerde en gesigneerde luxe exemplaren, vervaardigd op initiatief van De Slegte. Daarvan één van twintig Arabisch genummerde exemplaren (dit is nummer 10) in een paars betitelde halfperkamenten band, de opgezette platten overtrokken met paarse zijde.


Het boek werd gestoken in een met crèmekleurig en paars papier overtrokken foedraal.
Deze luxe-exemplaren bevatten als exclusieve bijlage het door Büch speciaal voor deze editie geschreven gedicht ‘Bibliotheca Didina et Pinguina’, op zijn eigen pers gedrukt, gesigneerd, en bovendien nogmaals voluit met de hand uitgeschreven, alsmede een door fotograaf Rob Becker genummerde en gesigneerde zwart-wit foto. Het is dezelfde foto die op de voorzijde van het omslag van de handelseditie werd afgedrukt.

Overigens wel een aardig boek dat vlot leest. Büch was duidelijk een bibliomaan, kocht soms meerdere exemplaren van één boek, vond het eten (waar ook ter wereld) vaak smerig, verkeerde regelmatig in depressies en had een afkeer van de Hollandse toerist. Contact onderhouden met mensen, zelfs vrienden was sowieso geen sterk punt van Büch. De beschreven liefdesrelatie met productiemedewerker Panda (die bijna de helft in leeftijd jonger was) maakte me nieuwsgierig. Vroeg me regelmatig af hoe haar leven nu, twintig jaar later, is.


Ten tweede een exemplaar van “De Goethe-industrie, een Duitse ziekte” (Amsterdam, 2002). Eén van vijfentwintig door de auteur genummerde en gesigneerde luxe exemplaren (dit is nr. 24). Het boek werd gebonden in verguld groen linnen. De met perkament afgezette foedraal werd bekleed met groen Japans papier. Als bijlage bevat dit boek een afdruk van een kleurenfoto, voorstellende de auteur verkleed als Goethe, naar het beroemde schilderij van Tischbein, gesigneerd door fotograaf Rob Becker en de geportretteerde.

Ik heb nu een paar hoofdstukken gelezen. Het is een soort encyclopedie van weetjes en feitjes over Goethe en allerlei idiote zaken, vooral publicaties, die met hem in verband staan. Waarom deze twee bibliofiele uitschieters? De doorslag gaf het gebruik van perkament in de band en/of foedraal en ik ben nou eenmaal gek op perkament!

Bibliotheca Didina et Pinguina

Hier zijn de dagen opgeteld,
van verlangen en papier,
maar nergens wordt vermeld
het lijden van de passagier.

Het was reizen zonder grond,
ronddolen en vergeten,
maar de zanger hervond
steeds opnieuw één medeweten:

Er is dat groot en lang gezocht geluk:
een uitgave, vroeger dan de eerste druk.


Boudewijn Büch
I 2000

3 opmerkingen:

  1. "Boekenkast op reis" blijft mijn favo Büch-boek; 't is mede-oorzaak van mijn verzamelvirus & vooral zijn ontzettende zwartgalligheid bevalt me wel.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Ha kreeg ik de kans mijn gesigneerde versie van 'Leeg en kaal' naast die van jou te leggen en ja de handtekening blijkt toch echt. Twijfelde ik wel aan namelijk :)

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Als je onderaan deze pagina (bij de trefwoorden) op 'Boudewijn Büch' klikt krijg je alle artikelen over hem met nog meer handtekeningen.

    BeantwoordenVerwijderen