vrijdag 15 april 2011

Een A1 locatie in de Gouden Eeuw


Eén van mijn favoriete schilderijtjes uit de zeventiende eeuw, beter bekend als ‘De Gouden Eeuw’, is deze afbeelding van het oude stadhuis van Amsterdam door Pieter Jansz. Saenredam (1597-1665). De in 1657 geschilderde afbeelding geeft het gebouw, dat op 7 juli 1652 in vlammen opging, zeer gedetailleerd weer en heeft als voorbeeld gediend voor vele prentjes zoals de afbeelding in de Amsterdamse stadsbeschrijving van Casparus Commelin (1636-1693). Het is een romantisch bouwvallig middeleeuws allegaartje van aan elkaar geplakte grote en kleine gebouwen, dat ongeveer op dezelfde plek stond als zijn beroemde opvolger; het Koninklijk Paleis op de Dam.

Toen Saenredam dit tafereeltje schilderde bloeiden handel, kunst en wetenschappen en zorgden voor een toenemende welvaart in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Daar profiteerde overigens niet de gehele bevolking van.
Het merendeel moest hard sappelen om rond te komen en velen leefden van dag tot dag in armoede. Het spreekt voor zich dat grote welvarende steden als Amsterdam als een magneet werkten op talloze ‘Bedelaers’, ‘Vaghebonden’ en ‘luye Ledich-gangers’, zowel mannen als vrouwen. In dat licht moeten we de publicatie zien die de Amsterdamse burgemeesters in 1613 lieten afkondigen en drukken getiteld:
Willekeuren ende ordonnantie by den heeren van den Gherechte der stadt Amstelredam ghemaeckt: Waer in verboden wert dat ghene Bedelaers, tsy Man ofte Vrou, Jonck oft Oudt, Burgher oft vreemdelingh, sieck, lam, creupel, blinde, melaets, oft hoe die ghestelt moghen wesen, sullen moghen gaen oft sitten bedelen binnen deser Stede oft Vrijheyt van dien. Mitsgaders waer naer hun de meesters ende Ambachts kinderen sullen hebben te reguleren”.

Deze zeer zeldzame publicatie (naast mijn exemplaar in groen gemarmerde omslag zijn er nog twee in openbare collecties bekend) moet enig belang hebben gehad want ze behoorde tot de weinige stedelijke wet- en regelgeving die in zijn geheel letterlijk werd overgenomen door Johannes Isacius Pontanus (1571-1639) in zijn in 1614 verschenen: “Historische beschrijvinghe der seer wijt beroemde coop-stadt Amsterdam” (blz. 306 t/m 309).

De inhoud bestaat uit zesentwintig artikelen waarin uitvoerig allerlei regels en verboden ten aanzien van bedelarij werden geformuleerd. Zo werd het ouders verboden om hun kinderen waar dan ook uit zetten om te bedelen, waarden en waardinnen verboden om het gebedelde geld ‘onnuttelicken’ te verteren en schuitenvoerders om "Bedelaers, Leprosen ofte andere Schaemelen, jonck ofte oudt" te vervoeren. Speciale aandacht ging uit naar de bedelarij door 'ambachts kinderen' c.q. jongens die bij een leermeester een ambacht (beroep) leerden maar in de praktijk vaak als slaven werden uitgebuit zodat de leermeesters bedelarij in de hand werkten en deze “kinderen so onordentlick ende godloos opwassen, dat zy gheen predicatien hooren, noch Godt, noch den Menschen leeren vreesen ofte eeren”.

Toen ik dit pamfletje ruim twintig jaar geleden kocht vond ik vooral het grote Amsterdamse stadswapen op de titelpagina indrukwekkend. Sinds ik, ook alweer een aantal jaren geleden, kennis maakte met het schilderij van Pieter Saenredam ben ik meer geboeid door het verkoopadres eronder. “By Jan Gerritsz, Boeck-vercooper op den Dam in de Kas onder het Stadthuys”. Volgens het “Adresboek Nederlandse drukkers en boekverkopers tot 1700” (Den Haag, 1999) heeft Jan Gerritsz tussen 1614 en 1617 op deze locatie gezeten.
Dat moet dus in ieder geval een jaar eerder zijn geweest, want het pamflet werd gepubliceerd de 29ste januari 1613.

De ‘kas’ oftewel de winkel van Jan Gerritsz bevond zich in het noordelijke gebouw, op het schilderij (en de prent) rechtsonder de toren. Volgens de 18de eeuwse stadshistoricus Jan Wagenaar (1709-1773) tevens de plek “vanwaar uit de vensters der Voorpuije, ’s Lands Plakaaten en der Stede keuren werden afgekondigd” (deel 2, blz. 5). Hier moet, vier eeuwen geleden, mijn pamfletje ergens op de plank hebben gelegen. Op een A1 locatie in de Gouden Eeuw!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen