maandag 14 november 2011

Het 'volkomen gelijkende' portret

Na lange tijd werd mij onlangs weer een gravure aangeboden gemaakt door mijn verre voorvader Jan Willem Caspari (1779-1822), naar een tekening van zijn broer Hendrik Willem Caspari (1770-1829). Het gaat om een portret (aquatint) uit een serie door hem vervaardige zogenaamde protestantse portretten en stelt de Nederlandse predikant Hermannus Pauw (1770-1856) voor. Er onder staat een zwierig gedicht door ene ‘H’. Tevens staat er rechtsonder (in de plaat) ‘proefdruk’, wat zou betekenen dat dit een (af)druk is door de kunstenaar gemaakt vóór de voltooiing van de plaat, ter controle van zijn werkzaamheden. Maar enige argwaan dienaangaande is op zijn plaats, want ik ken van deze prent geen exemplaren zonder deze aanduiding.


Wat mij opviel toen ik het blad ontving (octavoformaat met een gedeelte van een watermerk linksboven) was dat de royale marges rond de afdruk nu eens niet afgesneden waren. Vermoedelijk is het blad afkomstig uit een negentiende eeuwse portrettencollectie want het is aan de voor- en achterzijde voorzien van wat biografische aantekeningen betreffende Pauw.
Altijd leuk om eens uit te pluizen en dit onderzoekje zou mij al gauw leiden naar interessante informatie over de afbeelding zelf .

Aan de voorzijde onderaan staat gekrabbeld: “n. 1765 (65 doorgestreept) 71/70. April 1792 Pred. te Renkum…. 1814 te Brussel. Emer. 1830 te Breda + 1856. 23 feb.
Deze aantekeningen, een aantal hoogtepunten uit het leven van Pauw, behoeven geen bijzondere toelichting. Op een aangeplakt strookje aan de achterzijde staat: “12 apr. (2e Paaschdag) 52 Ds. Pauw, nu te Kampen woonachtig vierde heden gedachtenis van zijn, vóór 60 jaren, aanvaard leeraars ambt. Hoe?
De berigtgever noemt het ‘eene hoogst zeldzame plegtigheid’ dus denkelijk openlijk, in eene Godsdienstoefening’". Ook dit is wel duidelijk en Pauw's jubileumviering in 1852 in Kampen is ook terug te vinden in biografische naslagwerken.


Vervolgens staat daaronder in een andere hand: ”Navorscher VII vraag 50 vraagt naar een portret van hem.” Het is deze, voor velen wellicht wat cryptische opmerking, die interessante informatie zou opleveren.
Hiermee werd verwezen naar het bekende genealogische blad ‘De Navorscher’, jaargang VII (1857), waarin ene heer ‘T’ de volgende vraag (nr. 50) stelde:
Bestaat er ook een portret in plaat van den Hervormden Leeraar H. Paauw (onlangs te Breda overleden), den voornamen bewerker van de bevrijding van den Briel van de Franschen in 1818?”.
Nog in dezelfde jaargang vinden we het antwoord van een zoon van Hermannus Pauw.
Volgaarne beantwoorde ik de vraag van T. en berigt hem: Dat er onderscheidene portretten in plaat van wijlen mijn geliefden vader, den Wel-Eerw. heer Hermannus Pauw, overleden te Breda, 23 Febr. 1856, bestaan. Daaronder herinner ik er mij althans één dat mijns inziens, afschuwelijk leelijk, - in gelijkenis en gravure, - heeten mag. Maar het laatste (behalve het wel bekende gesteendrukte silhouët door wijlen den heer Barbiers, dat ook zeer gelijkt, en mijn vader voorstelt op 75 of 76 jarigen leeftijd) en, zoo veel mij heugt en anderen verzekerden, volkomen gelijkende, is dat geteekend door H.W. Caspari, gegraveerd door J.W. Caspari, en uitgegeven bij J.v. Ledden Hulsebosch, Amsterdam, 1809. Mijn vader was toen 39 jaren oud. Onder dat laatste staat het volgend bij schrift door H.

"Dit’s Pauw, die zwier van taal, die roerende gebaaren
Met Godgeleerdheid , smaak, en oordeel weet te paaren
Breda. vereert dit beeld, om zijn vertrek benard
Op dat hij in haar oog steeds blijve, als in haar hart."

‘t welk ik ook dáárom mededeel, omdat, gelijk mijn vader mij dikwerf heeft verteld, die H. niemand anders was dan de, als Latijnsch, dichter zeer bekende (ik meen zelfs beroemde) nu wijlen heer Hoefft, tot zijn dood toe vriend mijns vaders, en, vroeger, insgelijks te Breda overleden. Ook herinner ik mij, uit den mond mijn vaders, dat genoemd bijschrift het éénige Hollandsche vers was, ooit door den heer Hoefft vervaardigd, en dat de nederige geleerde dáárom alleen er zijn’ naam niet voluit onder plaatste. Die bijzonderheden mij ooit onder geheimhouding verteld zijnde, en nu tot de geschiedenis behoorende, meende ik ze openbaar te mogen maken, of ze iemand belang inboezemden. Is T. welligt een geacht verzamelaar van portretten, en stelt hij er prijs op ‘t bovenbedoelde van mijn geliefden vader te bezitten, hij gelieve zich tot mij te wenden, die misschien in de gelegenheid ben er hem een exemplaar van te schenken, en zulks dan gaarne doen zal.
De thans éénige zoon des overleden Evangelie-Predikers,

J.M. Zwanenbeek Pauw.
gepd. le Kapn. der Genie.


Dankzij deze ingezonden brief werd de identiteit van geheimzinnige ‘H’ onthuld.
Het ging om de letterkundige en Latijns dichter Jacob Hendrik Hoeufft (1756-1843). Persoonlijk nog leuker vind ik de lovende woorden over de graveerkunsten van mijn genealogische oud-grootvader. Door deze postume 'veer in zijn kont' weet ik nu zeker dat hij een uitstekend vakman was!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen