vrijdag 20 januari 2023

Bij Scheltema Amsterdam, op de 4de verdieping...

Ik maak er tegenwoordig een gewoonte van om na mijn strooptocht over de vrijdagse Spui boekenmarkt ook boekhandel Scheltema aan het Rokin te bezoeken. Daar kan ik mij warmen aan de boekenberg en tevens mijn blaas op aangename wijze legen i.p.v. ongemakkelijk en gehaast in zo'n kouwe krul op één van de grachten. Vervolgens bezoek ik de kast met nieuw verschenen geschiedenisboeken over Amsterdam e.o. en blader wat door verschillende uitgaven die ik ooit nog wel eens zal kopen, maar voor tweedehands (kringloop)prijzen. 


Afgelopen december bijvoorbeeld trof ik daar een stapel aan met het boek van Ranjith Jayasena: "Graaf- en Modderwerk. Een archeologische stadsgeschiedenis van Amsterdam" (Amsterdam, 2020). De vroegste geschiedenis van de stad laat zich alleen door het bodemarchief kennen en ik heb een (jeugd)zwakte voor archeologie. Ik stond op het punt om er eentje af te rekenen bij de kassa, maar toen ik voor alle zekerheid Boekwinkeltjes raadpleegde zag ik daar een exemplaar - als nieuw en inclusief verzendkosten - voor twaalf euro! Meteen besteld dus... (Uiteindelijk - maar dat wist ik toen nog niet - zou ik er slechts vijf euro voor betalen, omdat de verkoper het boek thuis bezorgde op weg naar een afspraak).

De ware boekenliefhebber bezoekt bij Scheltema natuurlijk ook de bovenste, vierde, verdieping waar de antiquarische en tweedehandsboeken staan. Ik maak daar vaak een praatje met Marc de Jong (die ik ooit als 'jongste bediende' bij De Slegte in de Amsterdamse Kalverstraat leerde kennen). Dan gaat het natuurlijk over het boekenwereldje maar ook over wat er aan nieuws is binnengekomen. Vaak is dat relatief jong maar wel bijzonder drukwerk voor bescheiden prijzen. Voor een bibliofiele omnivoor - zoals ik - is de verleiding soms te groot en onlangs nog zijn er twee items verhuisd naar mijn bibliotheek.


De eerste trof ik daar afgelopen december aan op de toonbank; "Bajesmaf" (Amsterdam, 1974). Boekjes over de bajes, gevangenis, lik of hoe je het ook noemen wilt interesseren mij en ik schreef er al eens eerder over (zoals hier en hier). In september vorig jaar kocht ik nog via Marktplaats: "Uit de cel. Schetsen en beelden uit de gevangenis" (Amsterdam, 1876). Eén van de meer interessante uitgaven van predikant en veelschrijver E. Laurillard, fraai gebonden in groen linnen band met goud op snee. 

Toen ik nieuwsgierig bladerde door "Bajesmaf" zag ik dat deze uitgave is verschenen bij een tentoonstelling met tekeningen van Siet Zuyderland (met als thema de gevangenis) in het Stedelijk Museum Amsterdam. Het bleek al gauw niet zomaar een exemplaar, maar eentje met een handgeschreven gedicht van P.C. Hooftprijswinnaar (1994) H.J. Marsman, pseudoniem J. Bernlef (1937-2012). 

Het gedicht "Leeg Celinterieur" is gesigneerd en komt niet voor in het gedichtenoverzicht "Achter de rug. Gedichten 1960-1990" (Amsterdam, 1997)! Tevens heeft Siet Zuyderland daaronder zijn handtekening gezet, in een tekeningetje van traliewerk. Voor € 60,- werd ik de nieuwe eigenaar. 

"Leeg Celinterieur

De muren wachtend op hallucinaties 
het verankerd prikbord opgeschoven door 
de spiegel op een man zittend op bed 
die van de cementspetters voor zijn schoenen 
naar de matglazen celruitjes net zo lang 
wacht tot hij kijkt. 

J. Bernlef".


Van geheel andere aard is de tweede aanwinst waarop mijn oog vorige week viel.
De "Kunstlullenkalender 1993" (z.p. [Amsterdam], 1992)... Dertig jaar oude gekkigheid van de bovenste plank gedrukt (285 mm, hoog x 175 mm breed) in een bibliofiele oplage van 150 exemplaren in ongebruikte staat met een toelichting gedrukt op geel papier en een blauw buikbandje ("Let op Deze kalender kan voor sommige mensen schokkende beelden bevatten"). Wie heeft er nog eentje? Inmiddels zal het wel gaan om een uniek exemplaar...


Lay-out en opmaak zijn van ene Seth Jansen (die destijds een grafisch bedrijf had in de Derde Schinkelstraat 27 in Amsterdam) en de toelichting erbij vond ik wel komisch.
"'U had van te voren moeten zeggen wat voor kalender het zou zijn', zegt de binder tegen mij over de telefoon. 'Ik heb hier twintig dames rondlopen die ik moeilijk deze kalender in elkaar kan laten zetten. Dat moet ik de mannen laten doen. Maar dit gaat u wel 50 cent per kalender meer kosten, want dit moet s'avonds gebeuren als de vrouwen naar huis zijn. Het zijn nogal schokkende foto's, moet u weten'.
Ik biedt mijn excuses aan en sputter nog tegen dat de foto's toch niet echt schokkend bedoelt zijn. De man neemt genoegen met mijn excuses en hangt op.

Prettige kerstdagen en een voorspoedige jaarwisseling.

Seth Jansen".


Blijkbaar was Seth meer kunstzinnigs van plan want zijn "Kunstlullenkalender 1993" is "deel 1 uit de serie Hoogtijd". Voor een paar tientjes werd nummer 116 van mij. Het leek mij interessant om te horen wat de geschiedenis was achter deze malle kalender, onbekende uitgever en zijn spoorloos verdwenen uitgaven. Ik besloot een poging te wagen om in contact te komen met Seth Jansen en vond na wat Googelen een bruikbaar email-adres.
Ik ontving het hiernavolgende uitvoerig bericht van hem.


"Beste Perkamentus,

Dank voor de digitale toezending van de ‘Kunstlullenkalender’. Zo had ik het ook in mijn gedachten zitten, maar leuk om weer eens te bekijken en aan Mariette te laten zien. Hierbij wat informatie over mijzelf, mijn grafische activiteiten en - zo goed mogelijk - over ‘Hoogtijd’. Als je nog vragen/opmerkingen hebt dan hoor ik wel.
Fijne dag en groet,

Seth Jansen.

Ik ben geboren op 14 oktober 1964 in Hoorn en heb de Grafische MTS in Amsterdam voltooid in 1987. Daarna ben ik gaan werken als assistent grafisch vormgever bij NBBS reisorganisatie bij grafisch ontwerpers Jaap Jongert en Bas Oudt. We zaten toen in bij drukkerij Debussy Ellermans & Harms, Warmoesstraat Amsterdam. Ik heb daar anderhalf jaar gewerkt. In januari 1989 kocht ik mijn eerste Apple Macintosh SE, en begon ik voor mijzelf. Het waren de beginjaren van de overname van de Apple ontwerpcomputer in de grafische industrie. Veel losse vakgebieden (opmaak, typografie, fotografie, illustratie etc.) kwamen op den duur samen op de Apple. Dit leidde tot een revolutie in de grafische industrie, maar ook tot ontslagen en sluiten van allerlei soorten grafische bedrijven.

Ik ben zelfstandig (assistent)grafisch vormgever geweest van 1989 t/m 1999. Ik heb op diverse plekken gewerkt. Geldersekade/Kloveniersburgwal/Nieuwe Spiegelstraat (1989-1992), Derde Schinkelstraat (studio met andere zelfstandigen, 1992-1995) en Westlandgracht (thuis, 1995-1999).
Mijn opdrachtgevers waren o.a. particulieren, andere vormgevers (o.a. Lex Reitsma Stedelijk Museum, Nederlandse Opera), allerlei soorten kleine/grote bedrijven (drukkerijen en uitgeverijen (o.a. Meulenhoff, Spaarnestad, Weekbladpers)).

De Apple revolutie van de grafische industrie leverde veel werk op en omdat er nog niet veel mensen op een Apple werkten werd ik vaak binnen gehaald als whizzkid. Wat ik niet was, maar ‘in het land der blinden is 1-oog Koning’. In 1992 was ik bijzonder moe van al dat digitale werk voor anderen en de regelmatig 7-daagse werkweken.
Ik ben op de Grafische MTS nog opgeleid met loden letters, Heidelpers etc. en miste het ambacht van zelf maken. Zonder opdrachtgevers, deadlines, stress en geleuter van anderen. Met veel plezier een mooi grafisch uitgave maken. Zo is 'Hoogtijd' ontstaan. De onderwerpen waren zaken die mij bezighielden. Ik heb alles zelf betaald, maar weet niet meer wat de kosten waren.

'Hoogtijd' was niet echt voor de verkoop. Ik stuurde het naar mijn klanten, vrienden en bekenden. En nieuwe klanten als eigen presentatie i.v.m. ‘kijk dat kan ik nog meer’. Dat werd niet altijd op prijs gesteld. Diverse kalenders werden teruggestuurd. Of het onderwerp (bv. bij Mieke) werd niet begrepen of leidde tot schrikreacties (‘moet je geen hulp zoeken?’).

Ik heb de 'Kunstlullenkalender' en 'Mieke' (1 of 2 stuks) in consignatie aangeboden in een aantal boekhandels. Bv. in de Staalstraat, Amsterdam zit/zat een kunstboekhandel en Athenaeum, Spui, Amsterdam. Deze verkochten allerlei zelfgemaakte kleine oplage boekjes, leaflets etc. Ik ben wel eens teruggegaan naar deze winkels om te kijken of mijn uitgave er nog stond. En soms was dat ook zo. Maar ik heb nooit afgerekend met de winkel als de uitgave er niet meer stond. Het was gewoon leuk om daar een eigen uitgave op de plank te hebben staan. Er zijn vier delen 'Hoogtijd' gemaakt.


1. Kunstlullenkalender 1993 (1992).  

Oplage 150 exemplaren. Geen exemplaar in mijn bezit. Omslag 2 kleuren, binnenwerk zwart/wit. 
Ik heb lange tijd op verschillende adressen in de binnenstad van Amsterdam gewerkt en na het werk liep/fietste/ging ik stappen in het Wallengebied. Etalages zijn altijd leuk om te kijken. En de etalages van seksshops staan altijd vol en zijn heel kleurig. Ik heb destijds diverse seksshops bezocht om kunstlullen te bekijken/kopen. In de Warmoesstraat was destijds
(en is nog steeds) ook de Condomerie. Leuke kleurige winkel. Ik had bij elke maand een evenement bedacht dat bij de maand paste (maand oktober, Dierendag) en daar een kunstlul/voorwerp bij gezocht. 
Ik sta zelf niet in de kalender (februari/een vriend, september/een broer). Ik heb alles zelf gefotografeerd in zwart/wit, vanwege de te hoge kosten van vierkleurendruk.  
Het drukken/ afwerken leidde wel tot vragen bij de drukker. Het was geen doorsnee drukwerkje. De afwerker wilde het uiteindelijk wel afwerken, maar alleen als de vrouwelijke medewerkers er niet waren, na werktijd en ik moest ook extra betalen. Vandaar het later bijgevoegde briefje en verpakking met ‘let op’ sticker.  

2 Mieke (1994).  

Oplage onbekend. Geen exemplaar in mijn bezit. Boekwerkje, vierkant, 28 cm, Omslag 2 kleuren, binnenwerk zwart/wit. Omslag was rechts dicht. Om de inhoud te zien moest het omslag rechts opengeknipt worden. Vier zwart/wit foto’s, gemaakt door Jerzy Frigge, gedrukt op spinnenwebmotief transparant papier (wat in de fotoalbum zit tussen de pagina’s). 
Tussenblad mooi papier met tekstje.
Vernoemd naar Mieke Telkamp – Waarheen, waarvoor. Songtekst. Destijds een veel gevraagd lied op begrafenissen. Inspiratie Gavin Friday and Maurice Seezer - Each man kills the thing he loves. Songtekst. When you’re sad and when you’re lonely and you haven’t got a friend. Just remember that death is not the end. And all that you’ve held sacred, falls down and does not mend. Just remember that death is not the end. Not the end... not the end.
Onderwerp over depressie/zelfmoord/reïncarnatie. Foto 1. De middelen. 2. Uitvoering 3. Opbaring 4. De terugkomst. Ik was zelf het gefotografeerde onderwerp. Alweer jaren geleden kwam ik er bij toeval achter dat Mieke is opgenomen in de bibliotheek van het Rijksmuseum.

3. Kill da Fuck (1995).

Oplage 25 exemplaren. Geen exemplaar in mijn bezit. Affiche A1. Vierkleuren zeefdruk. 
Een vriend had apparatuur om te zeefdrukken. En daar heb ik staan zeefdrukken. Graffiti-achtig ontwerp met schietschijfpersoon (wat je op een schietschijf van de politie wel ziet in Amerikaanse films). Observatie over agressie in het verkeer. Ik reed veel op de fiets door het verkeer in Amsterdam en zag regelmatig veel agressie. De tekst op het affiche roept de agressieve verkeersdeelnemer op om vooral te relaxen en thuis voor het affiche te gaan staan en dan denkbeeldige te schieten op het doelwit. En dan roepend: ‘Kill-da-fuck’! 

4. Knijntje (1996). 

Oplage onbekend. Geen exemplaar in mijn bezit. 10 x 10 cm boekje. Vierkleurendruk op eigen betaalbare kleurenprinter/plotter. 
Handgebonden. Dat was net een nieuwe uitvinding van de industrie en zeer geschikt om kleine oplages te printen. 
Dick Bruna - Nijntje illustraties/kinderboekjes als inspiratiebron. Ik zag steeds meer familie/vrienden kinderen krijgen, maar dat leidde soms tot te weinig opvoeding en irritante kinderen. Klein boekje (4 pagina’s), elke pagina een digitaal gemaakte illustratie, over het kind dat de omgeving terroriseert.


Eind 1999 ben ik gestopt met mijn werk als zelfstandig grafische ontwerper. Het werd me allemaal te digitaal/technisch met veel programmeerwerk (internet) en te veel concurrentie met steeds lager wordende uurprijzen. Ik ben biologisch dynamisch landbouw gaan leren (tweejarige opleiding), heb gewerkt op de zaterdag Noordermarkt, Amsterdam (groenten/fruitboer) en bij allerlei gangbare/biologische boeren. 
Tussen 2005 t/m 2017 was ik zelfstandige tuinder/kok/organisator van tuinfeesten/trouwerijen van vruchtentuin den Heyligen Berg van Landgoed de Heijligenberg, Leusden.
Sinds 2018- heden ‘Lichtfladderaars’ samen met mijn vrouw Mariette. Grafisch vormgever, administrateur, manusje-van-alles. En vanaf eind 2019 ons nieuwe huis voor 95% zelf volledig gestript en duurzaam verbouwd (isolatie, gasloos, warmtepomp, zonnepanelen, waterrecycling)".

U begrijpt wel, waarde lezer, dat de overige deeltjes van de reeks 'Hoogtijd' inmiddels op mijn zoeklijstje staan. Ik heb weinig hoop, maar prijs mij gelukkig dat ik in ieder geval met mijn blog het verhaal achter deze bijzondere aanwinst - evenals de geschiedenis van de uitgever/vormgever en zijn reeks 'Hoogtijd' - aan de vergetelheid heb ontrukt.
Dat heeft die gelauwerde Bernlef niet nodig...

Geen opmerkingen:

Een reactie posten