zondag 21 februari 2010

50%

Met gemengde gevoelens liep ik langs de plek op het Amsterdamse Spui waar ik afgelopen dinsdag met fiets en al een doodsmak maakte. Een fraai blauw rechteroog had dat opgeleverd.

De Athenaeum boekhandel lonkte, de voorband slipte (sneeuw!) en daar ga je dan. Nog een geluk dat ik niks had gebroken.
Ook mijn fiets deed het nog en achterop zat nog steeds – onbeschadigd in plastic – het boekje van Jeremy Mercer: “Een bed tussen de boeken. Herinneringen aan een verblijf in het Parijse Shakespeare and Company
(Amsterdam/Antwerpen, 2009). Dat had ik vlak daarvoor bij antiquariaat De Slegte in de Kalverstraat voor slechts € 11,- euro kunnen bemachtigen. Scheelde toch 50 % met nieuwprijs!

Maar na ruim twee dagen leesgenot was het weer tijd voor een nieuwe strooptocht. Ik besloot het nuttige met het aangename te verenigen en bezocht gisteren eerst het museum Ons’ Lieve Heer op Solder, een 17de eeuwse katholieke schuilkerk, op de Oudezijds Voorburgwal 40, in hartje Amsterdam.

Het bezoek herinnerde me aan mijn tienerjaren toen ik vrijwel elke zondag een museum bezocht, dankbaar gebruik makende van de (jaarlijks in een andere vrolijke kleur gedrukte) museumjaarkaart.
Na het bezoek en de lunch toch maar weer langs De Slegte waar ik een exemplaar kocht van: “Typefoundries in the Netherlands from the fifteenth to the nineteenth century” door Charles Enschede (Haarlem, 1978).
Een prachtuitgave. Als nieuw, gebonden in fraaie halfleren band in kartonnen schuifhoes. Verschenen in een oplage van maar 1500 genummerde exemplaren (mijn exemplaar is nr. 569). In de prospectus, los achterin, las ik dat het boek destijds ‘875 Dutch Guilders’ kostte. En dan te bedenken dat ik er nu omgerekend nog maar 50 % van dat bedrag voor betaalde!

Vervolgens liep ik over de Amsterdamse grachten naar mijn tweede sessie cultureel erfgoed: het Bijbels Museum op de Herengracht 366-368. Net als het andere museum gehuisvest in prachtige 17de eeuwse panden. Zelden heb ik mij meer gerealiseerd dat het bedrijven van museale activiteiten in dergelijke monumenten, die van oorsprong gebouwd zijn als woonhuis, de nodige aanpassingen, beperkingen en improvisatie vereisen.
Uiteraard beschikken ze over een fraaie collectie Bijbels in diverse uitgaven en vormen maar niet over het fraaie bibliofiele exemplaar dat ik onlangs kocht en waarover ik binnenkort een stukje zal schrijven.


Na dit bezoek liep ik naar de Athenaeum boekhandel op het Spui, die ik na mijn valpartij niet meer had bezocht, en waar ik twijfelde tussen de aanschaf van: “De grote uitleg van Amsterdam. Stadsontwikkeling in de zeventiende eeuw”, geschreven door een kennis van me, en het boek van Eveline Koolhaas-Grosfeld: “De ontdekking van de Nederlander in boeken en prenten rond 1800” (Zutphen, 2010).

Bij elkaar € 80,- euro, maar ik was niet van plan meer dan 50 % daarvan uit te geven en dus koos ik voor de laatste. Belangrijke reden hiervoor was dat in haar studie de bekende Amsterdamse prent- en boekuitgever Evert Maaskamp (1769-1834) en zijn uitgaven centraal staan en in mijn collectie zit wel wat werk van hem.
Daarnaast was ik blij met het feit dat ze uitvoerig ingaat op het tussen 1803 en 1807 bij de Maaskamp verschenen werk: "Afbeeldingen van kleeding, zeden en gewoonten in de Bataafsche Republiek met den aanvang der negentiende eeuw". Ter illustratie werd de fraaie serie (stippelgravures) van twintig ingekleurde kostuumprenten uit de originele uitgave compleet opgenomen.
Dit was het eerste boek in ons land dat de kleding behandelde in de verschillende provincies (ik aas nog op een origineel exemplaar).

Ja, hoor ik u denken, en? Welnu; afbeelding 19, twee vrouwen van het eiland Marken, is een prent gemaakt naar een tekening van Jan Willem Caspari (1779-1822) en zoals ik al eerder schreef (klik hier) is hij een directe voorvader van me. Dat andere boek koop ik later, als de prijs is gezakt met 50 %!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen