zaterdag 24 september 2011

De neuzendans van Hans Sachs


Thomas Mechold, de eigenaar van antiquariaat Zwiebelfisch in Weimar, is een aardige vent met een kort geheugen. Bij mijn tweede bezoek herkende hij me niet meer, terwijl ik twee dagen tevoren nog uitgebreid met hem had gesproken en twee bibliofiele uitgaven contant had afgerekend.
Op mijn vraag of hij wellicht nog andere antiquariaten in Weimar kende antwoordde hij ontkennend. Vreemd, want nota bene om de hoek nog geen honderd meter van Zwiebelfisch zit Buch- & Kunsthandlung Thelemann (Rittergasse 21).
Weliswaar geen antiquariaat ‘pur sang’, ze verkopen ook courante uitgaven, maar wel de op twee na oudste boekhandel in Weimar en hun antiquarische afdeling bestaat sinds 1844!

Bij het snuffelen in de kasten bij Thelemann kwam ik een cassette tegen met twee perkamenten boekruggetjes.
Het bleek te gaan om “Hans Sachens ausgewaehlte Werke” (Leipzig 1923, 1924), een prachtuitgave van Insel-Verlag in Leipzig. Toen ik de in half perkament gebonden boekjes (op de voorzijde blind gepreegd met ‘HS’-signet ) doorbladerde werd ik op slag verliefd.
Mooi lichtgetint en gevergeerd papier waarop de rijkelijk aanwezige en met de hand ingekleurde houtsneden (waarvan enkele uitvouwbaar) prachtig uitkomen.
Het gaat om een selectie uit het omvangrijke oeuvre van één van de belangrijkste Duitse ‘meistersinger’ uit Neurenberg.

Hans Sachs (1494-1576) was een opmerkelijke figuur, die al tijdens zijn leven wijdvermaard was. Opgeleid als schoenmaker schreef hij meer dan 4400 (!)
‘meisterlieder’, 1800 spreuken in korte rijmparen (knittelverzen), ruim 200 toneelwerken waaronder 85 ‘Fastnachtsspiele’ (carnaval) en diverse dialogen.
Omdat hij zijn werk meestal keurig signeerde en dateerde en bovendien op latere leeftijd zijn eigen biografie dichtte; “Summa all meiner Gedicht vom 1514. Jahr an bis ins 1567. Jahr.” is er vrij veel van hem bekend. Zijn cultureel historisch belang is groot omdat hij in zijn werk veel heeft vastgelegd over het leven en de gebruiken van het gewone volk aan het eind van de Middeleeuwen.
Een roerige tijd, want Luther’s reformatie (waarvoor Hans Sachs zich buitengewoon interesseerde en die hij steunde) was in volle gang.
Aanvankelijk wat vergeten kwam de belangstelling voor zijn werk weer op in de 19de eeuw.
Goethe was een bewonderaar van zijn werk en Richard Wagner wijdde er zelfs een opera aan: “Die Meistersinger von Nürnberg”).

Met betrekking tot Hans Sachs had ik kort daarvoor al twee boekjes gekocht in Gotha in de Bücher-
stube van Hannah Höch. Beiden eveneens uitgegeven door de eerdergenoemde Insel-Verlag Leipzig in de bekende, welhaast oneindige, ´Insel Bücherei´ serie, die zijn specifieke verzamelaars kent. Het gaat om: “Ein wünderlicher Dialogus und neue Zeitung. Die Prosadialoge des Hans Sachs” (nr. 579) en: “Das Ständebuch” (nr. 133), van Jost Amman (1531-1591) met 133 houtsneden en begeleidende onderschriften van Hans Sachs. Zes daarvan (de etser, de houtgraveur, de lettergieter, de papiermaker, de boekdrukker en de boekbinder), zijn gekleurd opgenomen in “Hans Sachens ausgewaehlte Werke”.


Maar er was nog iets waarnaar ik al langer zocht en nu eindelijk in deze luxe uitgave terugvond; "Der Nasentanz" (de neuzendans)!
Vooral de houtgravure, gesigneerd ‘NM’ (Nicolaus Meldemann, overleden 1552), gemaakt naar een tekening van Hans Sebald Beham (1500-1555) geniet enige bekendheid. De vroeg zestiende eeuwse afbeelding met gedicht is vermoedelijk één van de oervaders van de latere neuzenpenningen, neuzenboekjes en -prenten.
De oorspronkelijke houtgravure uit 1534 heeft als titel: “Der Nasentanz zu Gümpelsbrunn bis Sonntag” en er hoort een lang gedicht bij. Met sfeervolle en passende muziek is de prent, naast ander werk van Beham, hier te zien.
Hans Sachs schreef hierbij echter (op 26 oktober 1548) zijn eigen gedicht waarin hij verteld hoe hij terecht kwam op een boerenkermis in een dorpje iets ten zuiden van Neurenberg:

Ein Dorf heisst Wendelstein mit Nam,
Dahin ich auf ein Kirchweich kam.


Centraal op het feestterrein staat een lange paal waarin een krans, een neuswarmer (‘Nasen-futter’) en een (blauwe) broek hangen. Het zijn respectievelijk de eerste, tweede en derde prijs.

Da sagt man mir, ein Nasentanz 
Würde man auf diesem Plan noch haben 
Drei grösst Nasen würde man begaben 
Die grösste Nasen den Kranz gewinn’ 
Und würd denn Künig unter ihn’

Een prachtaanwinst voor mijn neuzenbibliotheek!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen