woensdag 15 april 2009

Proost!

Als kind van een jaar of acht wilde ik later Indiaan worden (ik stond in die tijd zwaar onder invloed van mijn favoriete Winnetoufilms). Een paar jaar later - zo rond mijn tiende levensjaar - werd het archeoloog. Als jong jochie werd ik daardoor wel een Einzelgänger, want mijn leeftijdgenootjes speelden vaak voetbal terwijl ik op de lege dijklichamen zwierf (pijpenkoppen zoeken) waarop vele jaren later de Amsterdamse Ring (de A10 zuid) zou worden aangelegd.
Toen ik een aantal jaren ouder was heb ik een tijd lang intensief aan amateur-archeologie gedaan. Als schatgraver in Amsterdam beerputjes leegscheppen en later ook wel in georganiseerd verband met de Archeologische Werkgemeenschap voor Nederland (AWN).

Tot het vondstenrepertoire behoorde vaak gebroken gebruiksglas van met name 17de en 18de eeuwse flessen en glazen. Van dat broze groene glas dat door zijn lange ondergrondse verblijf en de inwerking van veenzuren (irisatie) zo prachtig alle kleuren van de regenboog vertoonde. Compleet vond ik nooit wat, alleen van de stevige delen zoals bij wijnflessen de ingestulpte onderkant, de zogenaamde ziel, waar de ponti had gezeten (een ijzeren staaf die de geblazen bol van de blaaspijp overneemt om de fles aan de bovenkant af te werken) of de hals met de gedraaide glasdraad ter versteviging bij het afsluiten door een kurk. Van de zeer breekbare drinkglazen vond ik vaak alleen de halzen van Roemers met de bekende braamnoppen nog min of meer compleet.

In 1978 werd de rivier de Amstel tussen Amsterdam en Ouderkerk a/d Amstel uitgebaggerd, de beschoeiing vernieuwd en een wandelpad aangelegd. Ook daar heb ik heel wat uurtjes in de bagger lopen zoeken en graven. De machinist van de baggerschuit zag ik regelmatig zijn baggermachine stilzetten om de grote bak aan een nadere inspectie te onderwerpen. Die vond natuurlijk ook van alles en vaak liet hij dat na afloop van de dag gewoon op de boot achter met als natuurlijk gevolg dat zijn vondsten de volgende dag weg waren...

Dankzij die grote bak bleef er toch ook wel het een en ander achter dat langs de kant werd gestort en zo vond ik daar (eindelijk) mijn eerste gave bolvormige 18de eeuwse fles (die nog steeds bij mijn moeder thuis staat). Van de kort daarop gevonden volgende twee exemplaren heb ik er één aan een antiquair verkocht en een ander gehouden.
Het vinden van een complete Roemer is altijd een illusie gebleken. Een aantal jaren terug kocht ik een fraai 18de eeuws exemplaar (via Marktplaats).
Zo af en toe drink ik er wijn uit... en denk aan mijn vroege archeologische expedities
Wel oppassen natuurlijk want gebroken exemplaren heb ik genoeg gezien.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen