
Zoals ik wel eens eerder heb verteld begon ik ruim veertig jaar geleden met het verzamelen van 'oud papier'. Het waren vooral losse afbeeldingen uit topografische of geschiedkundige uitgaven uit 17de en 18de eeuw, veelal gemaakt door toen in deze genres populaire graveurs zoals Reinier Vinkeles (1741-1816) en Abraham Rademaker (1676/77-1735). Tegenwoordig koop ik eigenlijk alleen nog maar losse portretgravures (waarom kunt u hier lezen). Dat komt omdat ik me nu de complete uitgaven kan veroorloven waarin mijn losse prentjes van toen zitten. Enerzijds heeft dat natuurlijk te maken met een hoger inkomen, anderzijds met het feit dat de prijzen in het antiquariaat de afgelopen decennia enorm zijn gedaald. Dat laatste is - zoals bekend - dankzij internet, waardoor ook de wereld van het (oude) boek en daarmee het bibliofiele speelveld (zeker vanaf 2000) enorm veranderde. Bovendien - zo mailde mijn blogredacteur Reinder Storm - lijken nieuwe generaties veel minder geïnteresseerd te zijn in antiquarische boeken.
Eerdergenoemde Abraham Rademaker was één van de meeste productieve en populaire graveurs die Nederland heeft gekend. Vele honderden gravures van zijn hand (met name van kastelen/ruïnes, kerken, landhuizen, dorpen en landschappen) zijn gebruikt ter illustratie in diverse achttiende eeuwse uitgaven. In: "Als in een sprookje" heb ik al eens - lang geleden - een gravure van het huis Kostverloren besproken.
De afbeelding daarbij (hierboven) was afkomstig uit:
"Kabinet van Nederlandsche Outheden en gezichten..." (Amsterdam, 1725) dat bij boekverkoper Willem Barents verscheen. Dit is verreweg de bekendste uitgave met werk van Rademaker en een van de eerste prentwerken met topografische gezichten van (grote delen van) Nederland. Over de totstandkoming van deze tweedelige uitgave met 300 gravures worden we uitvoerig geïnformeerd dankzij een akte opgemaakt door notaris C. van Loon (d.d. 21 juli 1724). Daaruit blijkt onder meer dat alle 300 afbeeldingen afkomstig waren uit de collectie cq. het (kunst) kabinet van de Londense kunsthandelaar, verzamelaar en koopman Salomon Gautier (overleden 1725).
De totale oplage bestond uit 800 exemplaren gedrukt op diverse papierformaten (In: M.M. Kleerkooper en W.P. van Stockum: "De boekhandel te Amsterdam voornamelijk in de 17de eeuw" ('s-Gravenhage, 1914-1916), blz. 1144). Van de in 1725 verschenen publicatie bezit ik al heel lang de facsimile-uitgave die in 1966 werd uitgegeven door de Europese bibliotheek te Zaltbommel.
De 300 gravures zijn bovenaan genummerd en onderaan voorzien van een titel soms met een jaartal dat betrekking heeft op het voorbeeld waarnaar Rademaker zijn gravure vervaardigde. Bovendien staat daaronder in drie talen; Nederlands (Nederduits!), Frans en Engels een korte toelichting.
Dezelfde serie van 300 genummerde afbeeldingen werd 25 jaar later nogmaals uitgegeven onder de titel: "
Kabinet van Nederlandsche en Kleefsche outheden" (Amsterdam, 1750) bij de Amsterdamse boekdrukker/-verkoper Isaak Tirion. Ditmaal echter zonder de drietalige toelichting en de afbeeldingen telkens twee op één bladzijde.
Het is de tweede druk die door Abraham Blussé en Zoon werd uitgegeven in Dordrecht tussen 1770-1771. Ook in deze uitgave staan alle 300 genummerde afbeeldingen van Rademaker, ditmaal voorzien van een uitgebreide historische toelichting door Matthaeus Brouërius van Nidek (1677-1742) en Isaac Le Long (1683-1762).
Beide heren waren daartoe uiterst deskundig. De ziekelijke Van Nidek (hij was alleen bij de eerste delen van de zes betrokken) had zijn sporen verdiend door zijn medewerking aan verschillende historische en topografische naslagwerken waaronder Halma's: "Tooneel der Vereenigde Nederlanden..." (Leeuwarden, 1725). Le Long was antiquarius, uitgever van historische bronnen en bibliofiel, nu vooral bekend van zijn "Boek-zaal van Nederduitsche Bijbels" (Hoorn, 1764). Jaren later zou hun uitgave van het Kabinet nogmaals (tussen 1792-1805) verschijnen bij J.A. Crajenschot, bewerkt door J.H. Reisig (1749-1794) en A.B. Strabbe (1741-1805) en uitgegroeid tot acht delen. Ook in deze laatste editie zitten de genummerde gravures weer per twee op één blad, zoals eerder in de uitgave van Tirion!

Tot slot moet hier nog een vierde publicatie worden vermeld, getiteld: "Versameling van 100. Nederlantse outheden en gesigten door A. Rademaker in 't koper gebragt door I.M. Bregmagher" (Amsterdam, 17..[26?]) uitgegeven bij Ysak Greve. Noch van de graveur noch van de uitgever is wat bekend. Van deze uitgave verscheen een facsimile in 1981 bij Repro-Holland BV (Alphen aan den Rijn). In deze uitgave zijn alle 100 gravures ongenummerd en niet gesigneerd. Onder elke afbeeldingen (meestal twee, soms één op een blad) staat in cursief een korte toelichting die overeenkomt met de toelichting van de afbeelding in de drietalige uitgave van 1725, verschenen bij Willem Barents.

Kortom 300 gravures van Abraham Rademaker die in drie, soms vier verschillende uitgaven voorkomen, soms genummerd en gesigneerd, soms met toelichting of historische context, soms zonder... Dat zegt enerzijds wel iets over de populariteit van deze afbeeldingen, anderzijds verklaart het waarom thans grote hoeveelheden daarvan (los) door het antiquarisch circuit zwerven. Het betekent ook verwarring bij verzamelaars, antiquaren, musea, archieven en (universitaire) bibliotheekcollecties. Want uit welke uitgave is het prentblad nu afkomstig? Heel vaak wordt in (collectie)beschrijvingen in algemene termen verwezen naar 'Rademakers Kabinet', maar zoals ik hierbij - 'ter lering ende vermaak' - aan de hand van de gravure van de Amsterdamse
Schreierstoren ('Schreiërshoek') - aanschouwelijk maak zijn er tot wel vier verschillende mogelijkheden!
Ik wens al mijn boekliefhebbende en/of bibliofiele Blog-, Twitter-, Mastodon-, dan wel Blueskylezers, een geslaagd, voorspoedig en boekrijk 2026!