Posts tonen met het label De Slegte. Alle posts tonen
Posts tonen met het label De Slegte. Alle posts tonen

zondag 14 februari 2016

Peinzend over geld en boeken

Tegenwoordig wordt alles langs de economische meetlat gelegd, dus ook het bibliofiele verzamelen van Perkamentus. Wie mij vraagt of er flink valt te verdienen met antiquarische boeken krijgt een simpel NEE als antwoord. Hobby’s kosten geld, passies nog meer.

Maar hoe zit het dan? Regelmatig laat ik via twitter of dit blog weten weer een waardevol boek te hebben gevonden gekocht voor heel weinig geld. Dat kun je toch weer verpatsen voor veel meer?


Tja….
Regelmatig is mij gevraagd waarom ik geen boekhandelaar of antiquaar word. Voor mij is dat zoiets als een alcoholist die wordt gevraagd waarom hij geen barman wordt.
Ik kan moeilijk tot geen afstand doen van mijn dierbare vrienden. Voor mij is het bezit van een bijzonder boek een groter genot dan het bezit van de som geld die het waard is.
Van een boek kan ik elke dag genieten door het te bewonderen, er in te bladeren of wat te lezen. Datzelfde genot heb ik niet bij een bankafschrift. Geld is een middel (om boeken te kopen) en geen doel.

Eind jaren negentig van de vorige eeuw kocht ik via Marktplaats “Sex” van Madonna.
Ik meen dat ik daarvoor honderd vijfentwintig gulden betaalde. Belangrijkste reden was niet mijn adoratie voor Madonna maar puur omdat ik vermoedde dat het geruchtmakende boek van een icoon uit de muziekwereld snel in waarde zou stijgen. Een goede investering dus, dat wil zeggen als mijn vermoeden waarheid zou worden en ik bereid zou zijn om het boek ooit weer te verkopen.


Ik koos toen bewust voor de Japanse versie. Die verscheen in een oplage van één miljoen exemplaren(!). Kort na het verschijnen werd het boek daar echter verboden.
Een tweede druk is er dus nimmer verschenen. Niet onbelangrijk; de Japanse versie werd op een betere kwaliteit papier gedrukt dan de Engels/Amerikaanse, Italiaanse en Franse edities. Die verschenen trouwens ook in meerdere oplagen en grotere aantallen.


Daarnaast is de Japanse versie de enige die in een speciale kartonnen doos verscheen met de titel “Sex by Madonna” (Tokyo, 1992). Ik heb mijn ‘seksboek’ expres nooit uitgepakt of gelezen.
Met mijn vermoeden zat het wel goed, inmiddels liggen de prijzen voor een ‘onaangeraakt’ exemplaar van de Japanse editie rond de 350 dollar, iets meer dan 300 euro.
Maar afstand doen…. nee.
Het is overigens nog maar afwachten of die prijs blijft stijgen, stabiel blijft of gaat dalen. Met boeken weet je dat maar nooit.

Een bekend voorbeeld uit het boekenwereldje is: “Opgravingen in Amsterdam. Twintig jaar stadskernonderzoek” (Amsterdam, 1977). Ik heb die uitgave destijds voor mijn verjaardag gekregen omdat ik toen nog volop bezig was met archeologie, zowel passief als actief.
Een paar jaar na zijn verschijnen heeft het restant van deze uitgave enige tijd in de ramsj gelegen bij De Slegte in de Kalverstraat. Daarna stegen de prijzen voor een mooi exemplaar (met stofomslag) tot wel tweehonderd vijftig gulden. In het internettijdperk zette de daling in en acht jaar geleden kon ik een dubbel exemplaar uit een erfenis nog met moeite doorverkopen voor veertig euro. Onlangs kwam ik maarliefst twee exemplaren tegen op de boekenmarkt op het Amsterdamse Spui. Beiden voor nog maar vijftien euro.


Zo slecht als ik ben in het verkopen van boeken voor veel geld, zo goed ben ik in het vinden van waardevolle boeken voor weinig geld. Vooral de lokale kringloop levert verrassende soms spectaculaire vondsten op. Soms gaat het om boeken die niet direct tot mijn verzamelterrein behoren maar die ik puur koop omdat ze voor heel te weinig geld worden aangeboden.

Mijn laatste kringloopaanwinst voor zes euro is het coffee table book: “Dali: The Wines of Gala” (New York, 1978). Daar moet je tegenwoordig al gauw honderd vijfentwintig euro voor neerleggen. Het is een enigszins ondergewaardeerd vervolg op: “Les diners de Gala” (New York, 1973), een absurdistisch en surrealistisch kookboek waarvoor intussen prijzen rond de vierhonderd euro worden betaald!
En dus zit ik op deze zondagmorgen weer eens te bladeren en te genieten want doorverkopen is natuurlijk (en alweer) geen optie.

maandag 27 februari 2012

Kringloop

In de Haagse kringloopwinkel die ik vroeger in de lunchpauze passeerde stonden, voor zover ik mij kan herinneren, helemaal geen boeken. Wel afgeschreven apparaten, oude kleren, meubels en massa’s prularia die ik niet zou willen meenemen, zelfs al kreeg ik geld toe. Voor boeken, laat staan goede boeken, moet je niet bij de kringloop wezen, dacht ik, maar twee weken geleden ontdekte ik een verrassende uitzondering (?) op deze regel; het kringloopfiliaal in mijn woonplaats.

In de verwachting daar een verloren plankje pockets aan te treffen belandde ik in een aparte hoek met een stuk of vijftien boekenkasten, drie vitrines en een leestafel. Vooral de hoeveelheid, menige dorpsbibliotheek zou er jaloers op zijn, verraste me.

Toegegeven, het merendeel van de planken was/is gevuld met weinig zachtzinnig behandelde scheefgelezen pockets en populaire drukwerk al la ‘Lecturama’,
Bouquetreeks’ en ‘Readers Digest’.
Daartussen echter stonden, als krenten in de boekenpap, diverse gebonden uitgaven (met stofomslag) voor onwaarschijnlijk lage prijzen.
Ze werden zonder enige aarzeling door mij in beslag genomen. Bij de kassa pinde ik tweeëntwintig euro en in ruil daarvoor verliet ik het pand met de volgende vijf uitgaven:

-        Roots. Wij zwarten” (Bussum, 1979), het bekende boek van Alex Haley (1921-1992) voor één euro. Een vergelijkbaar exemplaar op boekwinkeltjes kost twaalf euro vijftig. Het boek heb ik nooit gelezen maar ik herinner me nog goed hoe ik, alweer vijfendertig jaar geleden, aan de buis gekluisterd de avonturen volgde van Kunta Kinte en ‘Chicken George’ in de gelijknamige TV-serie.

-        De blikken trommel” (Amsterdam, 1988), behoort tot de belangrijkste boeken uit de wereldliteratuur en is het magnum opus van Nobelprijswinnaar Günter Grass. In 1979 al even magistraal verfilmd en goed voor een Gouden Palm en Oscar voor beste buitenlandse film. Prijs: één euro vijftig.
Een vergelijkbaar exemplaar zag ik elders voor vijftien euro.


-        De slinger van Foucault” (Amsterdam, 2001) van Umberto Eco voor één euro vijftig. Kost je in een antiquariaat al gauw twaalf euro. Daarnaast stond:

-        Het labyrint van de wereld. Leven en werk van Umberto Eco” (Amsterdam, 1999) geschreven door Daniel Salvatore Schiffer. De eerste biografie over Eco en de enige niet gebonden uitgave in het stapeltje aanwinsten, voor twee euro. Het goedkoopste exemplaar dat ik op boekwinkeltjes vond kost zes euro. Tot slot nog een ‘duur’ boek uit een van de vitrinekasten:

-        Kleipijpen. Drie eeuwen Nederlandse kleipijpen in foto’s” (Amstelveen, 1986), voor zestien euro. Bij antiquariaat Kok in Amsterdam te koop voor dertig euro.
Als jochie van tien bezat ik een ruime collectie kleipijpjes die ik vond tijdens mijn archeologische zwerftochten over de verlaten dijklichamen waarover thans, veertig jaar later, de snelweg A10 zuid en de Amsterdamse Zuidas zich uitstrekt. Zoals u op de foto kunt zien heb ik twee bijzondere 18de eeuwse exemplaren al die jaren bewaard.

Heeft u even meegeteld? Totale besparing ruim vijftig euro!

Grappig waren de merkwaardige prijsverschillen die ik meerdere malen constateerde. Soms bleek dezelfde titel, mooi ingebonden met stofomslag, goedkoper te zijn dan het boek als beduimelde pocketuitgave een plank verder. Volgens mij ondergaan de boeken bij binnenkomst een grove selectie in ‘gewoon’ (het merendeel) en ‘bijzonder’ (naar inzicht van de desbetreffende medewerker).
De laatste categorie, waartoe het bovengenoemde boek over kleipijpen behoort, zal vervolgens wel even aan de hand van internet worden gecheckt.


Boeken van voor 1900 ben ik er (nog) niet tegengekomen maar daarentegen is de kans op een ‘modern first’ met stofomslag voor veel te weinig geld erg groot. Voorlopig ligt mijn nachtkastje weer vol en mochten ze tegenvallen dan verkoop ik ze met winst weer aan De Slegte. Kijk; dat noem ik nou kringloop!

maandag 9 januari 2012

Druppels

Bibliofiel 2011 verliep ten einde.
Hans Engberts (1958-2011) van antiquariaat Hinderickx en Winderickx overleed eind november.
In plaats van het begin december ontvangen
"Rarewoordenboek. Van Bereshit tot zeeajuin"
 (Amsterdam, 2011) van Guus Middag te gaan lezen, nam ik weemoedig mijn gesigneerde exemplaren door van het "Winkeldagboek
(Amsterdam, 2003) en “Oude Gracht 234 (Utrecht, 2008). Vlak voor de jaarwisseling begon ik met het 'Rarewoordenboek'. Het werd tijd!
2012 begon weliswaar rustig maar als bij een lekkende kraan druppelde in huize Perkamentus gestaag bedrukt papier naar binnen, waaronder een paar gesigneerde uitgaven. De herkomst was zoals gewoonlijk weer vrij divers.

Behalve het boek van Guus Middag (één van de vijftig gesigneerde exemplaren met het handgeschreven lemma 'Chickipedia') kocht ik nog één nieuw boek in de winkel en wel: Boekwoorden Woordenboek. Handleiding voor boekensneupers” (Amersfoort, 2011) van Ayolt Brongers.
Een grote geïllustreerde en vermeerderde uitgave van zijn reeds twee maal eerder verschenen kleine boekje. De allereerste uitgave (1989) heb ik niet meer maar de tweede, door uitgeverij De Buitenkant zeer verzorgde uitgave (1996), nog wel.
Die laat ik ook lekker in mijn boekenkast staan.
In zijn ‘nieuwe’ boek is Brongers sterk aanwezig (vrijwel alle genoemde titels staan in zijn onderaardse bibliotheek). Het is daardoor een erg persoonlijk naslagwerk geworden wat zijn weerslag heeft op de keuze van de lemma’s.
Soms roept die keuze bij mij vragen op. Waarom een lemma ‘Sylvia Beach’ (1887-1962) in plaats van ‘Shakespeare en Company’? Onder het laatste lemma had dan ook wat informatie kunnen staan over de gelijknamige winkel van de onlangs overleden kleurrijke George Whitman (1913-2011) met een verwijzing naar het bekende boek van Jeremy Mercer.

Via de particuliere handel, lees Marktplaats, verwierf ik de uitgave van Auke van der Woud: “Koninkrijk vol sloppen. Achterbuurten en vuil in de negentiende eeuw” (Amsterdam, 2010). Een vlot geschreven boek over een interessant onderwerp dat ik in drie dagen uitlas en voldoende stof bevat voor een nieuw smerig verhaaltje over poep op dit blog. Nog even geduld!


Poep was ook wat me naar antiquariaat De Slegte in de Amsterdamse Kalverstraat trok. Dankzij hun website kwam ik erachter dat ze een exemplaartje hadden van de smerige versjes van Josien Meloen (Mensje van Keulen): “Uit de oude poepdoos” (Amsterdam, 1980). Afrekenen deed ik lijfelijk in de winkel. Dat is noch verstandig noch goedkoper want vaak zie ik dan weer andere leuke boekjes. Dankzij klanten zoals ik bestaat die zaak nog!
Zo vond en kocht ik daar ook een exemplaar van het boek van Leontine Buijnsters-Smets: “Decoratieve prenten met geschreven wensen 1670-1870 (Nijmegen, 2007). In mijn bibliotheek staan nu alle zes boeken die het echtpaar Buijnsters-Smets over oud drukwerk heeft geschreven. Overigens verschijnt binnenkort een zevende boek: “Straatverkopers in beeld. Tekeningen en prenten van Nederlandse kunstenaars circa. 1540-1850 (Nijmegen, 2012).


Wat nasnuffelend bij De Slegte trof ik in een onverwachts hoekje, bij de nooduitgang, een tafel aan met ‘boeken over boeken’. IJverig doorspitten leverde één interessante uitgave op en wel: “Alfred Kubin taschenbibliographie” (Amsterdam, 1961) geschreven door de bekende antiquaar Abraham Horodisch (1898-1987).
De vraagprijs was bijna elf euro. Kubin kende ik niet, Horodisch natuurlijk wel.
Even heb ik over de aanschaf getwijfeld maar de beperkte oplage (950 genummerde exemplaren) plus het feit dat het door Horodisch was gesigneerd; “Herrn H. Kohn in freundschaftlicher gesinnung, A. Horodisch, 1. Februar 1962, gaf de doorslag.
Waarschijnlijk gaat het om het exemplaartje (nummer 100) dat ooit toebehoorde aan Heinz Kohn (1907-1979) eigenaar van de uitgeverijen ‘Boekenvrienden Solidariteit’ en ‘Het Nederlandsch Boekengilde’. Achterin vond ik ook nog een vergeeld krantenknipsel met een positieve recensie van Dr. Eberhard Semrau uit het ‘Börsenblatt für den Deutschen Buchhandel’ (d.d. 2 november 1962). Gratis leuke efemera is altijd welkom! Thuis meteen even internet geraadpleegd om bij te leren over Kubin, Horodisch en deze uitgave. Nee, nee, ik heb beslist niet teveel betaald…

Via internet bestelde ik nog drie andere boekjes waaronder “Grafreizen” (Diemen, 1994) van Boudewijn Büch (1948-2002). Destijds geschreven in opdracht van de vereniging voor Crematie AVVL (thans Yarden) ter gelegenheid van haar 75 jarig bestaan (1919-1994).
Weliswaar verscheen het boekje toen niet in de handel maar de oplage moet toch aanzienlijk zijn geweest.
Alleen al hier worden vele tientallen exemplaren aangeboden voor bedragen tussen de vijf - en dertig euro. Uiteraard zocht ik een gesigneerd exemplaar en dat bleek nog vrij lastig maar geduld is een schone zaak. Vorige week dook er plotseling één op dat ik onmiddellijk voor vijfentwintig euro in beslag nam.

En nu, beste boekenvrienden, weer verder lezen want de kraan blijft gestaag druppelen.

maandag 5 december 2011

Goedkoop en bijzonder, bijzonder goedkoop

Voor bibliofiel drukwerk slaag ik de laatste tijd goed bij antiquariaat Kok in de Amsterdamse Oude Hoogstraat.
Toen ik daar vorige week weer eens de stapels ‘klein maar fijn’ doorploegde vond ik twee interessante uitgaven waarvoor ik slechts vijftien euro betaalde.

Het eerste dat ik tegenkwam was een bibliofiel dundrukje getiteld: “Wulpse verzen” (z.p., 1986), van uitgeverij ‘Extrapotent’, gedrukt in een oplage van 115 stuks (‘dit is nummertje XIX’). Het zijn een aantal homo-erotische verzen van Jos Mastro die ook de toepasselijke vignetten tekende. Niet dat ik van de mannenliefde ben, maar leuke bibliofiele boekjes in een beperkte oplage laat ik nu eenmaal niet gauw liggen. Voorbeeldje?

Een mooie grote jongen die ik uitverkoos
Zei: Goed, ik ben altijd gereed voor wat gevoos
Mijn lul is zwaar als lood, als ook mijn billen
En mijn zak is helemaal niet meer te tillen;
Die komt iets later aan, met Van Gend en Loos.

De tweede die ik uit het stapeltje hengelde was:
Het versleten corset van de Nederlandse Letteren. Scheld- en bijnamen van en voor Nederlandse schrijvers, uitgevers en zo” (Amsterdam, 1994). Het boekje werd in een eenmalige oplage van 750 exemplaren uitgegeven door Uitgeverij Thomas Rap voor vrienden en relaties.
Het is niet door de samenstellers, Arendo Joustra en Jaap Scholten, gesigneerd maar door uitgever Thomas Rap (1933-1999): “Alle goeds, Thomas”.
Omwille van de signatuur en de vermakelijke inhoud  (“Thomas Rap is een fatsoenlijke jongen maar begrijpt nergens iets van“, Gerrit Komrij) onmiddellijk gekocht.
Een paar voorbeeldjes.
Koningin Wilhelmina bestond voor het oog uit een gevederde pothoed, gestut door een kennel bontvossen” (Adriaan Roland Holst).
Over Huub Oosterhuis; “Copywriter van de firma Christus & Co.”, alweer van Komrij, die als “Nederlands dichter en kankerdoos” (Jeroen Brouwers) maar liefst vijfentwintig keer als bijnaamgever en vijf keer als -ontvanger voorkomt in dit boekje.

Blij met deze twee aanwinsten uit de categorie ‘goedkoop en bijzonder’ vervolgde ik mijn tocht naar huis via de Amsterdamse Kalverstraat. Uiteraard passeerde ik boekhandel De Slegte niet zonder even naar binnen te wippen.
Ik hoefde niet ver te kijken, want vlakbij de ingang lag een grote stapel van het boek van P.J. Buijnsters en
L. Buijnsters-Smets
: “Papertoys. Speelprenten en papieren speelgoed in Nederland (1640-1920)” (Zwolle, 2005).
Een mooi gebonden en geïllustreerd boek over een leuk onderwerp, zeker als je – zoals ik - van waardevol oud bedrukt papier houdt. Bovendien een mooie aanvulling op mijn bibliotheek waar ook al beide andere boeken staan die het echtpaar Buijnsters over het oude school- en kinderboek schreef.

En nu we toch zijn aangeland bij de categorie ‘bijzonder goedkoop’, voor een echt fantastische ramsj aanbieding moet u gauw naar een Libris boekhandel. Daar vond ik afgelopen vrijdag twee dikke gebonden uitgaven van Charles Darwin (1809-1882):
De reis van de Beagle” en “Het ontstaan van soorten” (Amsterdam/Antwerpen 2009).
Toen ik nieuwsgierig naar de prijs van deze prachtig geillustreerde boeken keek kon ik mijn ogen niet geloven. Negen euro vijfennegentig (€ 9,95) per stuk!
Mijn ongeloof en verbaasde gemompel over deze belachelijke en onwaarschijnlijke lage prijzen moet de toevallig passerende verkoper hebben gehoord; “Een mooie vangst mijnheer. Ik ben nog steeds bang dat ik bericht krijg van uitgeverij Atlas dat het een vergissing is”. Gauw betalen en wegwezen...

zondag 30 oktober 2011

Teleurstelling en geluk

Natuurlijk was Perkamentus ook dit jaar weer op de 32ste Antiquarian Book, Map & Print Fair 2011, in de Amsterdamse PTA.
Dat wordt steeds meer een ‘feest der herkenning’ met een sfeer die nog het meest doet denken aan een reünie van oude bekenden en vrienden. Over het algemeen ben ik dus meer tijd kwijt met praatjes hier en daar over oude boeken dan het werkelijk zoeken naar oude boeken.

Zo sprak ik ondermeer met NGB-medelid J.A. Brongers (alias ‘Sneuper’ en niet te verwarren met de ‘Boekensneuper’) over de stand van zaken betreffende zijn binnen afzienbare termijn te verschijnen, herziene, aangevulde en geïllustreerde uitgave van het “ABCDarium voor de boekensneuper”.
Een voor de bibliofielen onmisbaar lexicon, waarvan de laatste smaakvolle uitgave onder de titel “Boekwoordenwoordenboek. Rondgang door de boekenwereld” (Amsterdam, 1996) verscheen bij uitgeverij De Buitenkant.

Waar ik reikhalzend naar had uitgekeken was het boek van John LandwehrMijn herinneringen aan de wereld van het oude boek“ (z.p., 2011), dat vrijdag 28 oktober door hem werd gepresenteerd en gesigneerd. Aangezien ik zaterdag pas naar de beurs ging, en de oplage van het boek beperkt is (‘privately printed’), had ik voor alle zekerheid gevraagd voor mij een gesigneerd exemplaartje te reserveren. Uitgaven met herinneringen en ervaringen van verzamelaars en antiquaren zijn redelijk zeldzaam en ik verwachtte een groot inhoudelijk spektakel van deze, volgens P.J. Buijnsters, “op afstand de beste en belangrijkste Nederlandse boekverzamelaar uit de periode 1950-2010”.

Ik zal het maar meteen verklappen.
Het is één grote teleurstelling.

Dat het een uitgave is in slappe kaft en dat de illustraties niet altijd even duidelijk zijn, waardoor het geheel lijkt op een wat veredelde gekopieerde ‘reader’ uit mijn studietijd, is de ware bibliofiel al een gruwel.
Veel erger is dat er vrijwel geen herinneringen noch ervaringen in staan! Het voorwoord stemt nog hoopvol maar uiteindelijk is het niet meer geworden dan een beschrijving en bespreking van diverse uitgaven van zijn hand en van de boeken die hij ooit verzamelde, kocht en verkocht.
Enigszins onbegrijpelijk is dat wel, want er gaan veel verhalen rond over John Landwehr in 'het wereldje' en ik had nu wel eens zijn eigen verhaal willen lezen in plaats van deze opsomming van boeken, boekjes en reeds lang bekende feitjes. Wie P.J. Buijnsters “Geschiedenis van de Nederlandse Bibliofilie” (Nijmegen, 2010) er op na slaat kan daarin op zeven pagina's (121-128) heel wat meer vinden over de verzamelaar John Landwehr dan in zijn eigen, 175 pagina's tellende, ‘herinneringen’!

Of ik nog wat bijzonders heb gekocht? Ja, maar heel bescheiden.
In de stand van de Amsterdamse De Slegte vond ik een exemplaar van het boek van Boudewijn Büch (1948-2002): “Geluk. Een vertoog over reizen, bibliotheken en heel veel geld” (Amsterdam, 2000).


Ondanks het feit dat deze uitgave destijds niet in de handel verscheen is het boekje antiquarisch ruimschoots verkrijgbaar voor prijzen rond de vijfentwintig euro.
Ik zocht echter al heel lang naar een gesigneerd exemplaar en deze is door Büch, heel ferm, op blz. 4 gesigneerd en gedateerd (10-3-2001). Met wat vriendenkorting betaalde ik vijftig euro.

maandag 24 oktober 2011

Een fiasco in prachtband


De boekenliefhebber die op 26 maart 1852 de nieuwe Rotterdamsche courant las kon de grote advertentie niet zijn ontgaan:
A.C. Kruseman, te Haarlem, heeft de uitgave ondernomen van een belangrijken letterarbeid. Hij stelt zich voor, achtereenvolgens ter perse te leggen eene reeks van nieuwe, zuivere, onverminkte Hollandsche overzettingen van de meesterstukken der nieuwere, en welligt der oudere litteratuur.
Dit plan is gegrond op de volgende overwegingen:
Dat het al meer en meer behoefte wordt voor ieder, die op eenige kennis en beschaving aanspraak wil maken, met de buitenlandsche kunstschatten op 't gebied der letteren bekend te zijn;
Dat het niet ieders zaak is om een schrijver in de oorspronkelijke taal te lezen, goed te verstaan, en in al zijne verdiensten te waarderen;
Dat er van velen dier meesterstukken geene, of dikwijls slechts zeer gebrekkige overzettingen bestaan, en anderen verouderd of uit den handel zijn;
Dat er in de voornaamste landen van Europa eene dergelijke reeks van vertalingen, met de meest naauwlettende zorg bijeengebragt, en door het publiek naar waarde geschat, bestaat;
Dat, eindelijk, ook Nederland hierin niet achter mag blijven en er ook prijs op zal stellen, tegen geringe geldelijke opoffering zich in het bezit te stellen van die werken van hooge waarde, die de proef van den tijd hebben doorgestaan en tot modellen zijn geijkt
”.

Men kon direct intekenen op één of meerdere delen van deze serie buitenlandse klassieken waaronder het boek van Laurence Sterne (1713-1768): “The life and Opinions of Tristram Shandy, Gentleman” (London, 1759-1767).
Vertaald door Mark Prager Lindo (1819-1877) verscheen het onder de titel: “Het leven en de gevoelens van den heer Tristram Shandy“ in afleveringen van: “telkens vier vellen druks in 12°. , te zamen 96 bladzijden, die den tekst bevatten van een honderd en vijftig gewone groot 8°. pagina's. Elke aflevering van 96 bladzijden zal slechts 60 cent kosten”. Zodra alle afleveringen van een deel waren verschenen konden de intekenaren apart een in staal gegraveerd titelvignet kopen à 10 cent.
Kruseman’s uitgave van Tristram Shandy omvatte uiteindelijk 652 bladzijden (in twee delen, 340 en 312 bladzijden) die ieder naar zijn eigen smaak en portemonnee kon laten inbinden.


Toen ik onlangs bij De Slegte in Utrecht een exemplaar kon kopen in een fraaie negentiende eeuwse industriële uitgeversband heb ik niet lang geaarzeld.
Blijkens een klein boekbindersetiketje aan de binnenzijde is deze prachtband van de ‘Gebr. Van den Heuvel, hofboekbinders, ’s Hage’.
Mooi donkerrood linnen met een blinde reliëfpersing op het voor- en achterplat en bovendien op het voorplat en de rug bedrukt met florale motieven in goudbestempeling.
De rug vermeldt naast de auteur en titel ook de uitgever.
Een identiek exemplaar bevindt zich, heel toepasselijk, in de collectie van de Laurence Stern Trust.

Daarnaast vond ik een zwart-wit afbeelding in het boekje van Fons van der Linden (1923-1998): “In linnen gebonden. Nederlandse uitgeversbanden van 1840 tot 1940” (Veenendaal, 1987, blz. 80).
Daarin staat deze band naast een Engelse band die in goud- en blindstempeling veel overeenkomsten vertoont. Van der Linden schreef hierover:
Contemporaine uitgeversbanden uit het buitenland krijgen hier soms een getrouw evenbeeld, zonder dat het op dit moment al mogelijk is de toedracht bij zo’n reproductie te reconstrueren.” Als voorbeeld daarvan noemt hij ondermeer: “de door A.C. Kruseman te
’s-Gravenhage
(?) uitgegeven serie klassieken [Tasso, 1856 enz. gebonden door de Gebroeders Van den Heuvel te ’s-Gravenhage] vertoont opmerkelijke gelijkenis met de delen van ‘Routledge’s British Poets’ [ Milton, 1855 enz.).
Van navolging c.q. kopieergedrag is hier onmiskenbaar sprake, maar door wie? Uitgever Routledge werd pas in 1851 opgericht en de Nederlandse uitgave van Tristram Shandy in deze boekband is van begin 1852.


Ondanks Kruseman’s ‘overwegingen’ liep diens project uit op een financieel fiasco, want in 1859 waren er nog maar 77 intekenaren. De serie werd in 1863 van de hand gedaan, opnieuw uitgebracht onder een andere naam ('de meesterstukken der buitenlandsche letterkunde') en ging in de uitverkoop.
Uiteindelijk kon men bijna tien jaar later Sterne’s Tristram Shandy in vergulde linnen prachtband voor slechts twee gulden en vijfenzeventig cent kopen. Mocht u een dergelijk fraai exemplaar zoeken vinden dan moet u thans rekenen op een bedrag rond de honderd vijfentwintig euro.

zaterdag 15 januari 2011

Bibliofiele boekjes


De afgelopen week stond in het teken van het bibliofiele drukwerk.
Ik ben gek op: “een uitgave die op grond van typografische verzorging en/of boekband bijzondere waarde heeft voor boekenverzamelaars; vaak in beperkte oplage, al dan niet genummerd”. Deze definitie nam ik over uit één van mijn nieuwe bibliofiele aanwinsten, een boekje van A.J. Vervoorn, toepasselijk getiteld: “Een bibliofiel boekje” (Eindhoven, 1992), dat in een oplage van 200 exemplaren werd uitgegeven (mijn exemplaar is nr. 174).


Ik kocht het op de boekenmarkt op het Amsterdamse Spui bij antiquariaat Klikspaan, die meer fraai drukwerk had liggen, vooral van margedrukkerij De Ammoniet. Voor een vriendelijk prijsje werd ik de nieuwe eigenaar van het stapeltje waaronder: P. Verkruijsse: “Een 97e druk???” (Leiden, 1994. Oplage 197 exemplaren). Van de bekende boekhistoricus B. van Selm: “Alles komt teregt” (Leiden, 1991. Oplage 450 exemplaren), over de befaamde Haagse uitgever, boekhandelaar en geleerde Wouter Nijhoff (1866-1947).
Van G.C. Kuiper: “Musarum Pater” (Leiden, 1989. Oplage 367 exemplaren), over drukker Christoffel Plantijn (ca. 1520-1589) en tot slot van P. Verkruijsse: “Ik, het boek” (Lugduni Batavorum, 1995. Oplage 312 exemplaren), een analytisch handboek voor de bibliograaf. Voor wie het ontleden van boeken leuk vindt is vooral de laatste een must (en wanhoop!) en bovendien typografisch mooi uitgegeven. Ik heb wel wat met De Ammoniet, vooral omdat veel van zijn fraai verzorgde bibliofiele uitgaven een link hebben met 'het oude boek'.


Nadat ik de boekenmarkt had verlaten, namijmerend over het laatste nieuws (de bekende Haagse antiquaar Bob Loose is overleden en al gecremeerd!), kocht ik bij antiquariaat Brinkman het boekje “Carmina Equestra” (Sint Niklaas, 1980). Het is in een oplage van 505 genummerde exemplaren uitgegeven, waarvan mijn exemplaar nr. 222 is (gedrukt op ‘Ingres d’Arches’).
Wat mij, behalve het door Joke van den Brandt fraai gekalligrafeerde schrift, bijzonder aantrok waren de illustraties. Acht lithografieën, vervaardigd door niemand minder dan Hitler’s officiële staatsbeeldhouwer ‘professor’ Arno Breker (1900-1991)!
De oplage werd bovendien door hem evenals de auteur en kaligraaf gesigneerd. Extra leuk is dat mijn exemplaar blijkens het ex-libris voorin ooit deel uitmaakte van de bibliotheek (ca. 20.000 banden) van de bekende Belgische bibliofiel dr. August Keersmaekers (1920-2009). Voor maar tien euro kon ik deze uitgave echt niet laten liggen (u wel?).
Op de terugweg naar huis even langs De Slegte in de Kalverstraat waar de spiksplinternieuwe biografie lag: “Frits Lugt 1884-1970. Leven voor de kunst” (Bussum/Parijs, 2010), geschreven door J.F. Heijbroek (conservator bij het Rijksmuseum). Weliswaar geen bibliofiel drukwerk maar voor twee tientjes spotgoedkoop en bovendien aangename en leerzame lectuur voor iemand met een passie voor cultureel erfgoed. Inpakken dus!


Toeval of niet maar een week geleden kocht ik, ook voor maar twee tientjes, Heijbroek’s: “Sierpapier. Marmer, brocaat- en sitspapier in Nederland” (Amsterdam, 1994).
Vervolgens nog even langs de Minotaurus boekwinkel, voor een babbeltje met Nol Sanders, maar ook om de onlangs verschenen fraaie uitgave aan te schaffen: “Het ideale boek. Honderd jaar private press in Nederland, 1910-2010” (Nijmegen, 2010). Daarover is door verschillende collegabloggers al geschreven. Inderdaad een prachtig boek en bovendien leuk om dingen die je zelf in je collectie hebt (zoals het ‘Hornboek’) terug te zien of om ideeën op te doen voor een volgende boekenjacht…


Thuis realiseerde ik mij dat er een goede uitgave bestaat over de bekende margedrukkerij De Ammoniet en wel “’t Geluk waeit niemand in den Mond” (Amsterdam/Middelburg, 2000. Oplage 750 exemplaren). Auteur is de drukker/eigenaar Gerard Post van der Molen zelf, samen met Ronald Rijkse die een uitvoerige bibliografie geeft van alle tussen 1978 en 1999 gedrukte uitgaven van De Ammoniet.
Meteen maar via Boekwinkeltjes.nl bij antiquariaat De Boekenbeurs in Middelburg besteld zodat ik op mijn gemak mijn bibliofiele schatjes verder kan uitpluizen.
En ach… om verzendkosten te besparen gelijk een exemplaar van “Het koppermaandag prentenboek” er bij gekocht. Vijfentwintig fraaie koppermaandagprenten van evenzoveel margedrukkers, waaronder natuurlijk ook weer De Ammoniet (oplage rond de 550 exemplaren).
Zo, dat was het voor deze keer; en? ben ik even lekker bibliomaan bibliofiel bezig?

woensdag 11 augustus 2010

Fré Cohen compleet

Wat dreef mij ertoe om tien jaar geleden bij boekhandel De Slegte in Amsterdam het “Verslag van de herdenking van het derde eeuwfeest van de universiteit van Amsterdam” (Amsterdam, 1933) te kopen en niet het daarbij behorende “Gedenkboek van het athenaeum en de universiteit van Amsterdam 1632-1932” (Amsterdam, 1932)?

Welnu, destijds interesseerde ik mij uitsluitend voor bladzijde 46 (tot 48) van het verslag van de herdenking. Daar stond de tekst van de feestrede uitgesproken door de toenmalige Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, mr. J. Terpstra, waarin hij bekendmaakte dat het Hare Majesteit Koningin Wilhelmina had behaagd een aantal medewerkers koninklijk te onderscheiden. Tussen de namen staat ook die van mijn overgrootvader Johan Marie Redeker (1874-1959), destijds amanuensis in het laboratorium voor gezondheidsleer en instituut voor tropische hygiëne onder leiding van professor dr. J.J. van Loghem (voorheen professor R.H. Saltet). Passend bij zijn stand en beroep ontving hij de zilveren medaille in de orde van Oranje Nassau.


Waarom kocht ik pas vorig jaar ook het lijvige, 720 pagina’s tellende, gedenkboek?
Omdat ik sinds de aanschaf van het verslag van de herdenking met een knagend gevoel van incompleetheid liep. De typografische verzorging, bandstempel en initialen van deze dubbele uitgave zijn van de hand van mejuffrouw Fré Cohen (1903-1943).
Zij maakte van gedenkboek en verslag een prachtige eenheid; “een uitzondering op de dure gruwelen die doorgaans bij zulke gelegenheden verschenen” schreef Charles Nypels (1895-1952). Dat knagende gevoel ben ik nu eindelijk kwijt.
Fré Cohen is weer compleet.

donderdag 13 mei 2010

(Uit)verkoop bij Zeeman!


De afgelopen meiveiling bij Burgersdijk & Niermans had beslist iets opmerkelijks. Enerzijds werd in publiciteit eromheen uitsluitend verwezen naar de collectie van Michaël Zeeman (1958-2009), waarvan het eerste deel onder de hamer kwam. Anderzijds verkondigde veilinghouder Arne Steenkamp daarover: ''Het is echt de bibliotheek van een gebruiker (-).
Er zitten geen bijzondere drukken of atlassen bij” en Annemieke Vanackere, weduwe van Zeeman, deed daar een schepje bovenop en bevestigde: ''Hij verzamelde niet om het verzamelen. Hij had boeken om te lezen, om te gebruiken''. Gewoon veel boeken dus maar verder niks bijzonders.

Wie vervolgens de website van Burgersdijk bekeek kon ook daar iets eigenaardigs zien. Een foto van Zeeman prominent bovenaan met daaronder de te veilen ‘highlights’ die geen van allen uit zijn collectie kwamen! Nee; deze waren afkomstig uit een andere boekenschat die gelijktijdig werd geveild: “a fine collection of old books from the 15th-18th c. from a Dutch private library”. Ik kon mij niet aan de indruk ontrekken of de nadrukkelijke aandacht voor Zeeman als ‘bekende Nederlander met veel boeken’ was ook bedoeld om de aandacht af te leiden van deze anonieme privé bibliotheek. Vanwaar dat gevoel ?
Welnu het begon allemaal enige tijd terug met het doornemen van de online catalogus.
Lot nummer 1277 was de oorzaak:
“AMSTERDAM -- COMMELIN, C. Beschryvinge van Amsterdam, (...) en Amstellant, Haar Vergrootingen, Rykdom, en Wyze van Regeeringe, tot den Jare 1691. Amst., A.D. Oossaan, 1693-94. 2 vols. (18), 1-528; (2), 529-1224, (40) pp. W. engr. front., 1 lge-fold. plan of the city, 51 fine engr. views and plans (of which 41 double-p. & 10 full-p.), 77 text-engr. (for the greater part views), 3 genealogical tables & some woodcuts in the text (coins & coats of arms). Fol. Beautiful cont. vellum with raised bands, richly dec. gilt backs, gilt dec. centerpieces on all sides, surrounded by 2 gilt dec. borders, and brown & black labels. (Half of last leaf vol. 2 (index) torn off, lower marg. vol. 2 a bit stained in places, vol. 2 faintly stained at the end, slightly browned in places). Apart from the missing half index leaf, a good set in splendid bindings.”
De illustratie hierbij toonde echter niet de ‘splendid bindings’, die deze uitgave zo bijzonder maakt, maar een nietszeggend plattegrondje van Amsterdam rond 1300 uit het eerste deel. Waarom? Was men bang dat een foto van de banden bij verzamelaars een belletje had doen rinkelen?


Voor mij was de beschrijving meer dan voldoende. Wie op de afgelopen Amsterdam Antiquarian Book, Map & Print Fair in de PTA was (in oktober 2009) had deze boeken daar, net als ik, kunnen zien. Fraaie perkamenten banden trekken altijd mijn aandacht en natuurlijk keek en bladerde ik toen even om te kijken of de inhoud net zo aantrekkelijk was.
Het bleek dus om het bovenvermelde boek te gaan en inderdaad had een of andere gek in deel twee het laatste indexblad er half uitgescheurd. Op zich geen groot probleem.
De stadsbeschrijving van Casparus Commelin (1636-1693) is niet zeer zeldzaam en het is goed mogelijk om voor een paar euro uit één of ander sloopexemplaar een indexblad te bemachtigen om dat over te zetten in dit prachtexemplaar.
De vraagprijs destijds vond ik astronomisch hoog, ook al kwamen de boeken volgens de standhouder uit de persoonlijke collectie van de antiquariaat eigenaar.


Ze werden niet verkocht want een maand later trof ik ze aan in diens winkel. Ja, over de prijs kon worden onderhandeld maar desondanks bleef deze naar mijn smaak wat aan de hoge kant. In februari waren ze weg. Ik vermoedde verkoop totdat ik op de website van Burgersdijk kavel 1277 onder ogen kreeg. Bieden dus!
En zo werd ik eigenaar van een fraaie Commelin afkomstig uit de privé collectie van Jan Bernard de Slegte. Geduld is een schone zaak en kennelijk gaat het nog steeds niet goed met De Slegte (ssssst!).

donderdag 1 oktober 2009

Leesboek voor ter dood veroordeelden


In Nederland werd de doodstraf in vredestijd afgeschaft in 1870. De laatste die hier krachtens een doodvonnis werd opgehangen was Johannes Nathan uit Sittard. Hij was schuldig bevonden aan de moord met voorbedachten rade op zijn schoonmoeder en werd in Maastricht op 31 oktober 1860 in het openbaar opgehangen door de laatste officiële scherprechter in Nederland; de Amsterdammer Dirk Jansen.
Tijdens mijn laatste boekenjacht in Leiden trof ik bij boekhandel De Slegte in de vitrine een curieus boekje aan met de titel: “Leesboek voor GEVANGENEN, inzonderheid die ter dood veroordeeld zijn”. Het is de vierde druk uit 1842, een uitgave van (en gesigneerd door)
M. Wijt & Zonen te Rotterdam, “drukkers van het Nederlandsche Zendeling-Genootschap”. Een eenvoudig boekje in papieren omslag dat, blijkens de achterzijde - “de prijs is 45 Cents”- , destijds te koop was. Na 167 jaar was die prijs inmiddels naar 40,- euro gestegen maar ik heb er geen spijt van, want op het alleswetende internet ben ik dit curiosum (nog) niet tegengekomen.

Het Nederlandsch Zendeling Genootschap (NZG) werd in 1797 opgericht te Rotterdam, met als zinspreuk ‘Vrede door het bloed des Kruises’, zoals ook rond het titelvignet staat.
Het doel van het NZG was niet kerkstichting, maar het brengen van individuen tot een innerlijk doorleefd christendom, gekoppeld aan beschaving. De zending vormde zeker in de 19de eeuw een belangrijke pijler. In 1951 ging het NZG op in de Zending der Nederlands Hervormde kerk. 
Uit het voorbericht blijkt dat de uitgave niet voor Jan en alleman was bedoeld maar voor “geestelijken welke de gevangene misdadigers moeten bezoeken” en voor de gevangenen zelf. Het boekje telt 20 hoofdstukjes.


Hoofdstuk I: “Hartelijk woord aan de Gevangenen” en II: “De Gevangene, welke meent dat hij onschuldig of te zwaar gevonnisd is” zijn nog weinig spiritueel van aard.
Dat verandert met hoofdstuk drie als er overdenkingen of onderwerpen met betrekking tot de verhalen in de Bijbel worden besproken zoals de tweede overdenking ‘Die zijne overtredingen bedekt zal niet voorspoedig zijn’ of hoofdstuk XI ‘De twee moordenaars, welke met Jezus zijn gekruist. Luc. XXIII: 39-43’. Wat was de bedoeling van deze uitgave? Ik citeer: “Om maar ronduit te spreken: wij wenschten welmeenend iets toe te brengen tot verzachting van uw lot, tot uwe vertroosting, en opbeuring, tot teregtbrenging en behoudenis van uwe redelijken geest, welke overblijft na de ontbinding van uw ligchaam”. 


Geestelijken die tegenwoordig de ter dood veroordeelden bezoeken in bijvoorbeeld de ‘Death row’ van een Amerikaanse gevangenis raad ik aan een andere benadering te kiezen, maar in de 19de eeuw begon het eerder gemelde ‘hartelijk woord’ met de volgende bemoedigende openingszin: “Ongelukkige medereizigers naar de eeuwigheid. Met een deelnemend, ja, diep bewogen hart treden wij uwen kerker in, en brengen u, door dit geschrift een bezoek in uwe banden”. Zo! Dat moet al een hele troost geweest zijn…

Thans spelen zaken als forensisch onderzoek, dactyloscopie en DNA-onderzoek een grote rol in een veroordeling, zeker in die gevallen waarin de doodstraf wordt geëist, maar in 1842 bestond dat allemaal nog niet. Men vertrouwde op het goede in de mens, de beschaafde maatschappij en op een rechtvaardige God. Hoofdstuk II begint dan ook met de constatering : “Zeer zeldzaam, men mag wel zeggen, zedelijk onmogelijk zijn de voorbeelden, dat iemand in eene welgeregelde maatschappij, onder eene wijze en goede regering, onschuldig ter dood veroordeeld, en ter dood gebragt wordt: evenwel natuurkundig onmogelijk is het niet dat zulks eene enkele keer geschiede”.

En mocht dat zeldzame natuurkundige verschijnsel zich toch voordoen dan was het advies aan de betrokkene: “Hij onderwerpe zich (-). Hij overwege verder, of hij niet zulk een lot, van de zijde Gods, billijk heeft verdiend..(-) Hij denke eindelijk; wie weet, waartoe ik wel zoude gekomen zijn, indien ik niet op deze tijd, en op deze wijze het leven moest verliezen..(-).
Hij blijve vrij biddend hopen op redding. Op het laatste oogenblik zou God zijne onschuld aan den dag kunnen brengen door ongeziene en ongedachte wegen”.

Johannes Nathan werd destijds in zijn laatste uren bijgestaan door paters en op het schavot door een kapelaan. Zou hij dit boekje gelezen hebben?