Posts tonen met het label Catalogus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Catalogus. Alle posts tonen

vrijdag 14 augustus 2026

Stapels en dozen, de Deventer boekenmarkt 2026


Mijn eerste aanwinst op de 36ste Deventer boekenmarkt kocht ik al rond negen uur 's morgens. Uit een doos met vooral Deventer overheidspublicaties uit de 18de en 19de eeuw trok ik: "Postwagen tusschen Amsterdam en Deventer, vice versa" (Amsterdam, z.j. [1820]). Een ordonnantie en reglement met goedkeuring van Koning Willem I voor een postkoets-verbinding tussen beide steden, onderhouden door de Amsterdamse stalhouder Lucas van Koppen en zijn Deventer collega Gerrit Jan van Koningsveld. Terwijl ik de brochure doorbladerde stond mijn eigen koets inmiddels al een half uur (gratis) geparkeerd op de Beestenmarkt. Destijds - zo las ik - kostte de reis heen en terug zestien gulden en verliep de route van Amsterdam via Muiden, Naarden, Emmenes (Eemnes), Soestdijk, Amersfoort, Voorthuizen en Apeldoorn naar Deventer. Tien tot twaalf uur was je onderweg, tot een maximum van vijftien uur anders kreeg de vervoerder een boete! Of en hoelang de onderneming heeft gefloreerd is mij niet geheel duidelijk. Gerrit Jan overleed in 1837 en zijn compagnon volgde hem vijf jaar later, in 1842. 


Een beetje onverwachts liep ik dit jaar, net als in 2024 en 2025, toch weer over de Deventer boekenmarkt. Het zou warm en druk worden en dus was ik zomers gekleed. Slenterend in mijn korte broek (en met petje op) liep ik uiteindelijk bijna acht uur langs de eindeloze rijen met boekenkramen. Dat de dag zou eindigen aan een cafétafeltje, met een tas vol kleine en curieuze publicaties geplukt uit stapels en dozen, kon ik nog niet bevroeden. 


Ook dit jaar waren weer tal van bekende antiquariaten aanwezig. Goltzius uit Lisse en Klikspaan uit Leiden ontbraken echter, maar die zie al regelmatig de rest van het jaar. Nieuw voor mij was de kraam van het Haagse antiquariaat Colette & Co., waar ik de enige twee moderne boeken van die dag kocht. Uiteraard hun eigen boek geschreven door
J. Daggers & M. Versteegh: "Hier wil ik wonen. Het vrolijk bestaan tussen boekenbergen" (Den Haag, 2025) en ook - voor luttele euro's - Henri Havard's: "Pittoreske reis langs de dode steden van de Zuiderzee" (Amsterdam, 2012). Een vertaling door Lex Wapenaar van de bekende Franse uitgave uit 1874. Gekocht omdat ik de eerste druk in zijn originele uitgeversband vorig jaar september aan mijn bibliotheek kon toevoegen (zie mijn aanwinstenlijstje van die maand, nr. 7).


Inmiddels was ik ook al de eerste bekenden tegengekomen, Gouwenaar Paul Abels natuurlijk met zijn vrouw Christa die ik ditmaal nadrukkelijk heb begroet! David Coppoolse uit Amersfoort (die ik anders vrijwel nooit zie en nu in Dordrecht en Deventer) en later op de IJsselkade Leids boekhistoricus en boekenjutter Garrelt Verhoeven. Ongetwijfeld zullen er meer bekenden hebben gelopen en ongetwijfeld zal ik door anderen zijn gespot maar mijn neus zit op zo'n markt in de boeken en aandacht voor mijn omgeving is er dan vrijwel niet.


Het grootste gedeelte van de buit die dag lag verstopt in stapels en dozen bij verschillende kramen langs de IJsselkade.
Het begon met twee bibliofiele moderniteiten (margedrukwerk). De eerste kreeg ik geheel gratis en voor niets van Peter IJsenbrant, die samen met zijn echtgenote en kompaan Martin Hulsenboom de bemanning vormde van de kraam van de Stichting Desiderata (nr. 363). Het gaat om een gedicht van Pieter Boddaert jr. (1766-1805), alias 'vieze Pieter', getiteld: "De houten beenen", opnieuw gezet en gedrukt door de Desideratum-Pers uit Tilburg in een oplage van 57 met de hand genummerde exemplaren, met fraaie linosnede van Ivo van Leuven. Ik ontving nr. 9, gedrukt op mijn naam!


De tweede kostte me serieus geld, maar dat had ik er graag voor over. Dertig euro betaalde ik voor de feestrede van Piet Verkruijsse (1943-2012) getiteld: "Bibliograafwerk in de marge". Een toespraak die hij hield bij de opening van de tentoonstelling "Pastei en Hoerenjong" in de Zeeuwse bibliotheek te Middelburg (6 oktober 1995). Een 'Bibliofiele uitgave, voer voor bibliografen' uitgegeven door de 'Eikeldoorpers' (Doortje de Vries) te Apeldoorn. Oplage 55 exemplaren: gevouwen, gestoken, beplakt met gelukspapier, voorzien van een druksel, genummerd (ik kocht nr. 6) en gesigneerd! Erg fraai uitgevoerd margedrukwerk van een pers die ik dankzij mijn overleden boekenvriend Jos Swiers (1943-2022) leerde kennen en waarover ik eerder schreef (hier).
 

Daarna zouden er alleen nog maar curiositeiten en rariteiten volgen. Op de eerste doos die ik tegenkwam stond met viltstift geschreven 'één voor drie en vier voor tien euro'. Na een half uurtje graaien tussen de brochures en pamfletten, wikken en wegen (waarbij ik ondertussen - zonder dat ik het merkte - werd gefilmd!), had ik er vier in mijn hand en rekende af. In mijn maandoverzicht van augustus 2026 kunt u ze allemaal terugvinden dus ik beperk mij hier tot twee items. Als eerste de enige buitenlandse uitgave van de vier, gebonden in een eenvoudig kartonnen bordeauxrood bandje.


Dankzij verificatie middels mijn mobieltje kwam ik erachter het een publicatie is toegeschreven aan F.M. Mayeur de Saint-Paul. De titel luidt: "Le banquier Peixotte et la dervieux. Histoire peu morale, extraite du parc aux cerfs (avec figure fac-similée sur celle de 1790. Afgeplakt met een strookje papier!) Suivi de L'Autrichienne en goguette ou l'orgie royale, opera proverbe" (z.p. [Brussel?], z.j. [1867?]). Het gaat om een anoniem verschenen negentiende eeuwse herdruk (waarvan nog één ander exemplaar bekend is in de British Library) van twee revolutionaire satirische en pornografische teksten uit 1790. De eerste gaat over het roemruchte 'parc aux cerfs', het hertenpark waar de Franse Koning Lodewijk XV een bordeel had met 'hertjes' c.q. zijn geheime minnaressen. Bij de originele 18de eeuwse uitgave hoort een erotisch getinte gravure, maar die ontbreekt vaak in de nog bekende exemplaren. Omdat in de titel van mijn herdruk juist dat afgeplakte zinnetje naar deze afbeelding verwijst vermoed ik dat deze geen deel heeft uitmaakt van de herdruk! 


De tweede vondst is een: "Catalogus Bibliotheek voor de leerlingen der Hervormde Kweekschool te Amsterdam 1938" (Amsterdam, 1938). Het boekje werd gekaft en op voorzijde staat 'H.C. ten Have'. Dit blijkt een studente te zijn die hier in 1940 haar onderwijsakte behaalde. Deze Hervormde kweekschool (voorloper van de Pedagogische Academie) zat destijds aan de Plantage Middenlaan te Amsterdam in het pand waarin thans het Nationaal Holocaustmuseum (Amsterdam) is gehuisvest. De catalogus (vermoedelijk gedrukt in een kleine oplage) is onvindbaar, zelfs WorldCat., online bibliotheken en antiquariaten zwijgen in alle talen. Mogelijk herbergt het schoolarchief nog een exemplaar, maar dit unieke boekje biedt nu al een fascinerend inkijkje in de voorhanden zijnde leeskost voor de toenmalige kweekschoolstudenten oftewel onderwijzers en onderwijzeressen in spé. Die was overigens naar tegenwoordige maatstaven niet alleen bescheiden, maar ook weinig professioneel. De volgende rubrieken (met tussen haakjes het aantal boeken) waren aanwezig: Romans en verhalen, zowel Nederlands als vertaald (362), Poëzie (59), Frans (27), Duits (45), Engels (35), Geschiedenis (35), Letterkunde (27), Aardrijkskunde (12) en Natuurkunde (22). Totaal een kleine 600 boeken, waarvan ruim de helft bestond uit Romans en verhalen.


Bij een handelaar waar ik ook de voorgaande jaren leuke dingen kocht vond ik ditmaal drie interessante items. Ten eerste de promotie-uitgave geschreven door de arts C.A. Bergsma (1798–1859): "Beschrijving van de inrigting en de wijze van soepbereiding ten behoeve der minvermogenden te Utrecht" (Utrecht, 1840). Een exemplaar met een extra papieren omslagje waarop gedeeltelijk handgeschreven (tussen haakjes) staat: "Aan (den WelEd. Gestr. Heer Mr. Van Beest van Voorst,) van de commissie tot spijsuitdeeling".
Cornelis Wernard van Voorst van Beest (1810-1879) was advocaat in Utrecht en medeoprichter van de Rotterdamsche Lloyd. Bergsma beschrijft in zijn brochure de bereidingswijze van (Rumpfordsche) soep (en met welke ingrediënten) in een 'papiniaansche' pot (voorloper van de snelkookpan). In 1847 verscheen een herziene brochure want inmiddels kookte men het voedsel voor de armen met het veel efficiëntere toestel van d'Arcet.


Een andere uitgave die ik meenam is: "Reglementen van de twéé hofjes van Staats en Noblet" (Haarlem, 1780). In bruinpapieren omslag (20 blz.), met een los modern informatiefoldertje (over de stichtingsgeschiedenis van beide hofjes). In het imposante toegangsgebouw van het Hofje van Staats (gebouwd in 1730-1733), aan de Haarlemse Jansweg 39, was ooit antiquaar C.P.J. van der Peet (1908-1983) gevestigd. De meeste boekenliefhebbers - die ook wel eens een veiling hebben bezocht - zullen het kennen uit de tijd dat veilinghuis Bubb Kuyper er zat (tussen 1986 en 2012). Volgens de STCN liggen er van dit reglement alleen nog enkele exemplaren in Haarlemse archieven en bibliotheken.


De derde en laatste is: "Ieder zijn eigen drukker. Perfect typen" (z.p., z.j.[ca. 1900]). Catalogus (67 blz.) van zak-drukkerij 'Gloria', kleine 'drukkerijen' voor klein drukwerk.
Deze 'drukkerij', waarvoor aan het begin van de twintigste eeuw veelvuldig werd geadverteerd, bestond uit een doosje met een letterhouder (stempel), een set caoutchouc (rubber) letters, die in de letterhouder konden worden geschoven (m.b.v. een meegeleverd tangetje) en een stempelkussen. Je kon er eenvoudig drukwerk mee maken, zoals visitekaartjes, advertentieteksten en mededelingen. De catalogus bevat diverse illustraties van de daarvoor benodigde artikelen alsmede een zeer uitgebreid overzicht van de leverbare lettertypen (waaronder 'perfect'). Een tweede exemplaar van deze fraaie uitgave heb ik nergens antiquarisch noch in bibliotheken of archieven kunnen vinden. 


Tot slot toon ik u nog één van de twee religieuze rariteiten die ik kocht. 
Het is een vroeg zeventiende eeuws pamfletje getiteld: "Sekere articulen de welcke in de vreese des Heeren overdacht moeten werden, van alle ghereformeerde christenen, die meynen dat het gheoorloft zy inde kercken der Papisten tot voldoeninghe harer Placaten den hoet af te doen" (Amsterdam, 1610). Ruim vierhonderd jaar oud, met een groot en fraai drukkersvignet van Dirk Troost, die op het Rokin woonde, hartje Amsterdam.

Een wonderlijk onderwerp, nietwaar? Als ik tegenwoordig een kerk binnenstap om het interieur te bewonderen, gaat mijn eventuele hoofdbedekking automatisch af. Gewoon uit fatsoen, want religieus ben ik niet. Maar in 1610 lag dat blijkbaar gevoelig en trok de schrijver maar liefst dertig artikelen uit de kast om zijn gereformeerde achterban ervan te overtuigen dat dat in een Katholieke kerk absoluut niet kon! Mocht de goede man mijn nuchtere commentaar kunnen lezen, dan zou hij me waarschijnlijk direct naar de hel wensen onder verwijzing naar artikel eenentwintig: "Seggen zy dat het een cleyne en geringe sake is / iae een beuseling den hoet af te doen: ick segge dat het een sware / groote / schrickelycke zonde is / als voor gewesen is.".


Pas rond een uur of vijf 's middags komen mijn inmiddels 'houten benen' tot rust aan een cafétafeltje. Het urenlange gesjouw in de hitte maakt dorstig en met een lekker koel Weizen-biertje bij de hand heb ik mooi even de tijd om rustig mijn zeventien nieuwe aanwinsten te inspecteren. Op het tafeltje (rechts) ziet u overigens ook nog een vooroorlogs drukkerscliché liggen dat ik bij Colette & Co. zag en meenam voor een tientje. Het is een wonderlijk toeval dat ik ook op de Deventer boekenmarkt - net als op de Dordtse boekenmarkt - oud drukkersmateriaal tegenkom. Het cliché toont de kaart van Nederland en in het kadertje rechtsonder staat: "Nederlandsche reservaten" (daaronder: "Bezittingen van het Rijk", "Bezittingen v.d. Vereen. tot behoud van natuurmonum.", "Beschermt door Vereen. tot bescherming van vogels" en "Andere vereen. of particulier.").
Een relict - lijkt mij - uit de pionierstijd van de Nederlandse natuurbescherming, maar uit welk boek? Ik heb (nog) geen idee en er valt thuis nog zo veel uit te zoeken...

vrijdag 16 februari 2024

Een bijzondere catalogus in een fraaie band


Enige tijd terug kocht ik bij het Arnhemse antiquariaat Arcana Cabana (met wat vriendenkorting) een opmerkelijk item. Het gaat om de "Catalogus van artikelen vervaardigd door den arbeid in 's Rijks Strafgestichten" (z.p. [Den Haag], 1907). Ik heb een bescheiden collectie uitgaven betreffende het Nederlandse gevangeniswezen en dit curiosum past daar goed tussen. Bovendien is het een antiquarisch zeldzame en bijzondere catalogus en die koop en verzamel ik - zoals u ook hier, hier of hier kunt lezen - graag. 

De organisatie van zogenoemde gestichtsarbeid ten behoeve van het Rijk vond plaats in 1899. Uitgangspunt was om zoveel mogelijk takken van arbeid in te voeren (zoals timmeren, schilderen, meubel- schoen- en mandenmaken, boekdrukken en -binden, smeden, etc.) om de arbeidslust bij de gedetineerden op te wekken en hun kansen op de arbeidsmarkt na het beëindigen van hun straftijd te vergroten. Dit alles stond onder toezicht van het Departement van Justitie.


Teneinde de afzet van de vervaardigde artikelen te bevorderen verscheen eind 1907 deze speciale catalogus met 201 artikelen. Alle leverbare items zijn afgebeeld in zwart/wit maar er zitten ook een aantal kleuren afbeeldingen in van de verschillende kokosmatten die leverbaar waren (blz. 27 t/m. 32). Wat deze uitgave extra bijzonder maakt is dat:
"Het drukken van dezen catalogus is geschied door de verpleegden in het Rijksopvoedingsgesticht 'De Kruisberg' nabij Doetinchem; de voor het drukken gebezigde clichés zijn vervaardigd naar teekeningen, welke in een der Strafgevangenissen zijn gemaakt, terwijl het binden van dit werk is verricht ten deele door den arbeid in de Strafgevangenis te Amsterdam, ten deele door de binderij in evengenoemd Opvoedingsgesticht".


Het is een zeer verzorgde uitgave geworden (formaat 23 x 29.5 cm.) gebonden in een linnen band met in totaal (inclusief het register) 79 bladzijden. Alle artikelnummers/-titels werden in rood gedrukt eveneens de sierhoeken op elke bladzijde. De totale oplage is mij niet bekend maar die zal beperkt zijn geweest. Het was immers geen uitgave bedoeld voor de handel of het grote publiek. WorldCat vermeldt een handvol exemplaren, waaronder één in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag.

Wat mij vooral intrigeerde was die smaakvolle boekband in Art Nouveau stijl. Een mooi uitgevoerd ontwerp waarbij het optisch lijkt of het voorplat samen met de rug (met vier ribben) zichtbaar is. De tekening van Vrouwe Justitia binnen een floraal bomenkader deed mij meteen denken aan het Verkade album van Jac. P. Thijse "Bosch en Heide" (Zaandam, 1913). De illustrator daarvan was Willem Wenckebach (1860-1937) over wie ik eerder heb geschreven in: "Het Amsterdam van Wenckebach". Toen ik vervolgens in de Rijksstudio - Rijksmuseum zijn bewaard gebleven decoratieve illustraties (ook voor boekbanden) bekeek vond ik een vergelijkbaar bandontwerp voor Louis Couperus' dichtbundel "Williswinde" (Amsterdam, 1895).


Was hij ook verantwoordelijk voor de illustratie op het voorplat van deze catalogus? In eerste instantie kon ik niet zo gauw een signatuur vinden maar helemaal onderaan tussen de boomwortels vond ik uiteindelijk toch de bekende .W. waarmee ook dit bandontwerp definitief kan worden toegeschreven aan Willem Wenkebach!

vrijdag 22 september 2023

De allereerste catalogi van het Rijksmuseum


Toen ik ergens halverwege september bericht ontving van iemand die mij gratis verschillende stadsgidsjes van Amsterdam aanbood zag ik in de meegestuurde foto van enkele exemplaren genoeg aanleiding om nader af te spreken. Op de eerstvolgende boekenmarkt op het Amsterdamse Spui werd mij vervolgens een papieren draagzak vol overhandigd, met een stapel die groter was dan ik had verwacht. Dat kwam - zo werd mij verteld - omdat er ook nog wat oude gidsen inzaten van het Rijksmuseum. Van die mededeling werd mijn enthousiasme niet direct groter, want ik zit (met mijn ruimtegebrek) niet te wachten op allerlei oude museumcatalogi van 'het Rijks' uit de vorige eeuw, die meestal in grote hoeveelheden zijn geproduceerd. Maar toen ik thuis de inhoud van de tas nader inspecteerde werd ik bepaald enthousiast bij de aanblik van de oudste/eerste "Catalogus der schilderijen van het Rijksmuseum" (Amsterdam, 1885), door Abraham Bredius (1855-1946) in zijn originele omslag!

Het voorplat van deze catalogus (145 blz., ca. 13 cm. x 19 cm.) is inclusief de letters getekend en gesigneerd door de kunstschilder en docent aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam C.L. (Carel Lodewijk) Dake (1857-1918). De vrouw gezeten op een stenen voetstuk stelt vermoedelijk de Amsterdamse stedenmaagd of Faam voor. Met een lauwerkrans kroont zij het nog jonge museumgebouw dat vol belofte(n) aan de horizon gloort en waarachter een stralende zon opkomt. Behalve het voorplat bevat deze catalogus nog 50 illustraties van zijn hand van schilderijen uit de - toenmalige relatief nog bescheiden - collectie van het jonge Rijksmuseum. 


Al ruim voor de opening van het nieuwe gebouw aan de Stadhouderskade was bekend dat er een (schilderijen)catalogus zou verschijnen bij de Amsterdamse uitgever Tj. van Holkema. Toen het (nog gedeeltelijk onvoltooide) museum op 13 juli 1885 zijn deuren opende lag deze dan ook - voor 1 gulden per stuk - klaar voor de bezoekers. Die eerste oplage (eveneens verkrijgbaar in het Frans, maar dan zonder het fraaie omslag) verscheen "met toestemming van Z. Exc. den Minister van Binnenlandsche Zaken". Die vermelding treffen we overigens niet meer aan in de tweede verbeterde, en met 300 nummers vermeerderde, druk die nog geen jaar later, in maart 1886, verscheen. Deze bevatte weliswaar nog de illustraties van C.L. Dake, maar vaak op een andere plek en soms slechts gedeeltelijk, zoals de afbeelding van Rembrandt's 'Nachtwacht'. Die werd in de eerste editie (tussen blz. 44/45) nog volledig afgebeeld en in de tweede editie (tussen blz. 68/69) teruggebracht tot de centraal afgebeelde groep. Uiteindelijk zou de (Nederlandstalige) catalogus samengesteld door Bredius in vijf oplagen tot 1897 verschijnen.


Het nieuwe Rijksmuseum begon niet als een eenheid maar startte als een verzamelplek waar al langer bestaande musea/kunstcollectie onderdak vonden. Een en ander is dan ook goed terug te zien in de catalogus van 1885, waarin het schilderijenbezit nog is ingedeeld per collectie, telkens voorafgegaan door een korte inleiding. Tot de eerste binnengekomen verzamelingen behoren die van het Koninklijk Museum, door Koning Lodewijk Napoleon gesticht op 21 april 1808 (in de catalogus 548 schilderijen), het Museum Van der Hoop in Amsterdam (217 schilderijen), 's Rijks verzameling van schilderijen van moderne meesters, vroeger in het Paviljoen 'Welgelegen' in Haarlem (183 schilderen plus wat beeldhouwkunst, afgietsels en kopieën) en de verzameling schilderijen toebehorende aan de Vereniging tot het Vormen van een Openbare Verzameling van Hedendaagse Kunst te Amsterdam (47 schilderijen). Met nog geen duizend schilderijen een bescheiden begin dat echter snel zou aangroeien (het Rijksmuseum bezit nu circa zesduizend schilderijen).


In 1887 verscheen bij dezelfde uitgever al de derde geheel omgewerkte druk van de "Catalogus der schilderijen in het Rijks-Museum te Amsterdam" (Amsterdam, 1887). Volgens het "Geschiedkundig overzicht der catalogi", dat in de latere Rijksmuseumcatalogi door B.W.F. van Riemsdijk (na 1903) werd opgenomen, verscheen deze in twee verschillende oplagen.
De eerste nog met illustraties van Dake en de tweede met houtsneden naar fotografieën door 'Walter'. Mijn exemplaar behoort tot de tweede variant geïllustreerd met vierentwintig houtsneden door Johannes Walter (1839-1895), die vanaf 1880 het grafisch atelier van Joh. Enschedé in Haarlem leidde. Als illustratie op de omslag werd gekozen voor catalogusnummer 249; het portret van Elisabeth Jacobs Bas (1571-1649), weduwe van admiraal Jochem Hendricksz. Swartenhont (1566-1627), waarvan men destijds dacht dat het was geschilderd door Rembrandt van Rijn (1606-1669), maar dat inmiddels wordt toegeschreven aan Ferdinand Bol (1616-1680).

In de derde druk werd de vroegere catalogusindeling losgelaten: "In de vroegere uitgaven van dezen kleinen Gids door het schilderij-museum moesten wij aan de afzonderlijke verzamelingen hunne oorspronkelijke nummers laten behouden, wat voor een aantal bezoekers groote moeielijkheden opleverde. Thans veroorloofde ons de heer Hoofd-Directeur, Directeur van die verzameling (F.D.O. Obreen), in het belang van het publiek, de schilderijen doorloopend te nummeren, waardoor aan dit ongerief een einde kon gemaakt worden. Een aantal stukken, waarmede de verzameling verrijkt werd, zijn wederom opgenomen, zoodat wij het belangrijke getal van bijna 1700 schilderijen kunnen aanwijzen". Daarmee vervielen ook de afzonderlijke inleidingen op de verschillende collecties. In plaats daarvan bevat deze gids een uitgebreide algemene inleiding (blz. V t/m IX), en - een primeur! - de plattegrond van het museum.


In 1903 verscheen de eerste druk van de geheel vernieuwde catalogus samengesteld door Rijksmuseum-directeur B.W.F. van Riemsdijk (1850-1942). Volgens het daarin eerdergenoemde "Geschiedkundig overzicht der catalogi", was dit - na de gidsen geïllustreerd door Dake en Walter - de eerste Rijksmuseumgids in de twintigste eeuw.


Dat is echter niet waar... Pikant is dat Van Riemsdijk in zijn overzicht met geen woord rept over de uitgaven van zijn ondergeschikte, de opzichter bij de bouw en vanaf 1901 klerk/administratief medewerker in het Rijksmuseum Wijnandus Petrus Brons (1849-1919). Die publiceerde namelijk al in 1896 een "Beknopte wegwijzer door het Rijksmuseum te Amsterdam", die vanaf 1902 verscheen onder de titel: "Beknopte Gids door 's-Rijks-Museum bewerkt door W.P. Brons" (Amsterdam, z.j. [1902]). Daarvan zouden tot zijn overlijden herdrukken verschijnen. Ik bezit hiervan de tweede druk uitgegeven rond 1904.
Deze verzwegen en thans geheel vergeten concurrent kostte slechts 25 cent...

vrijdag 25 november 2022

Fantasiecondooms rond 1913 (Mich. Birk Katalog No. 4)


De bedrijfscatalogus van Mich(ael) Birk: "Katalog/Catalogue/Catalogo No. 4" (Tuttlingen, z.j. [ca. 1913]) behoort ongetwijfeld tot de fraaiste voorbeelden in zijn genre. In vier talen, uitbundig, of nog beter: uitputtend geïllustreerd, worden op honderden bladzijden talloze artikelen aangeboden op het gebied van:
[I] verpakkingsmaterialen/papierwaren/reclame,
[II] apparaten en inrichting van apotheken/laboratoria,
[III] rubber artikelen/verbandmateriaal/hygiënische producten/injectiespuiten. In deze categorie vallen de voorbehoedsmiddelen zoals: de gepatenteerde gecombineerde vrouwenspuit van Birk (blz. 125), tientallen 'vrouwendouches' met toebehoren (blz. 126 t/m 130), het pessarium in diverse uitvoeringen (blz. 135), condooms (blz. 164/165) en Keizerlijk gepatenteerde 'Spermathanaton-tabletten' (blz. 166), die al vanaf 1909 ook in Nederland verkrijgbaar waren.
[IV] chirurgische instrumenten/operatietafels/desinfectie-en sterilisatie-apparatuur. 
Illustratief hoogtepunt en een feest voor de ogen zijn de bladen voorin met talrijke (met de hand) ingeplakte kleurrijke etiketten, waaronder talrijke chromolitho's.


De Duitse firma BIRK Rundkartonagen GmbH & Co. KG bestaat nog steeds maar legt zich tegenwoordig toe op kartonfabricage. De geschiedenis van Birk begon in 1879. Wagenmaker Michael Birk en zijn vrouw Maria, begonnen (een ideetje van haar) met de productie van verpakkingen ('Futterale') voor Hohner mondharmonica's in Trossingen. In 1900 werd het assortiment uitgebreid met de productie van verzend- en opslagverpakkingen van papier en karton voor met name drogisterij- en apothekersbenodigdheden, tabak, persoonlijke verzorgingsproducten en zoetwaren. Later volgden ook glazen flessen, apothekerspotten en ziekenhuisbenodigdheden. In 1920 startte hun overzeese exporthandel en werden belangrijke verkoopkantoren in Mexico en Zuid-Amerika gevestigd. Birk vervaardigde toen ook gekleurde reliëflabels, aangepast aan de smaak en wensen van klanten.
Wereldwijd verkocht de firma medisch-technologische producten en instrumenten van bekende fabrikanten in Tuttlingen. Als gevolg van de Tweede Wereldoorlog verdween rond 1950 het economische fundament voor de export. De eigenaren gingen zich vervolgens volledig concentreren op de ontwikkeling en productie van papieren en kartonnen verpakkingen voor consumptiegoederen. 

Ik kocht mijn Birk catalogus op de Amsterdamse Spui boekenmarkt voor € 140,- euro bij antiquariaat De Salamander en prees mij gelukkig met een ongebruikt exemplaar in voortreffelijke staat (inclusief de bladen met ingeplakte etiketten). Ik ben niet de eerste die deze prachtcatalogus signaleert. Ook in 'De Boekenpost' van januari/februari 2020 (Jrg. 28, blz. 19) staat een stukje van Steven de Joode i.v.m. de veiling van een exemplaar in 2019 bij Catawiki (waar hij veilingmeester is). Dat exemplaar bracht € 176,- euro op (excl. veiling- en verzendkosten). De catalogus is overigens antiquarisch redelijk goed verkrijgbaar (voor flinke bedragen) en vaak in een opvallend excellente staat! Kennelijk vond niemand dat vreemd... Perkamentus uiteraard wel, en daarom dook ik wat verder in de materie en kwam tot een verrassende ontdekking...


Rond 2013 werd het oude fabriekspand van Birk in Tuttlingen afgebroken om plaats te maken voor nieuwbouw. Bij de voorbereidingen daartoe werd in een van de oude loodsen een voorraad 'spiksplinternieuwe' (inmiddels een eeuw oude) catalogi aangetroffen, verpakt in kisten!
De inhoud kwam in handen van het Duitse warenhuis Manufactum, dat ze verkocht voor
€ 99,- euro per stuk. Inmiddels zijn ze uitverkocht maar de aanbieding is nog steeds online terug te vinden evenals het bijbehorende verkooppraatje. Manufactum schreef:

"De catalogus als prentenboek van materiële cultuur.
Net zoals architecturale en artistieke stijlen of – in een korter tijdsbestek– mode en kapsels hun respectievelijke tijd vertegenwoordigen, zo worden ook alledaagse voorwerpen in hun type en ontwerp op een bepaald moment materiële getuigen van een vervlogen cultuur. Historische postordercatalogi zijn in dit opzicht niet alleen schatkamers van de consumentengeschiedenis: hierin werd vastgelegd waarmee mensen zich omringden en wat ze gebruikten, hier werd getoond hoe de dingen om hen heen er naar algemene smaak uit moesten zien. Historische catalogi bieden een uitgebreid scala aan beelden van de materiële cultuur van hun tijd (en soms laten ze ook zien dat ze in sommige dingen kwaliteitsbewuster en smaakvoller waren dan in onze tijd).


Totaalleverancier in de VS en specialisten in Duitsland.
Postordercatalogi bestaan ​​al sinds de jaren zeventig. Het postorderbedrijf zelf is veel ouder, maar werkte eerst vooral met promotionele krantenadvertenties. Zowel de in kranten geadverteerde langeafstandshandel als de catalogushandel in engere zin zijn van Amerikaanse oorsprong, wat gemakkelijk te begrijpen is gezien de uitgestrektheid van de Noord-Amerikaanse landmassa: het was de eenvoudigste methode voor de wijdverspreide boeren om zichzelf te voorzien van consumentengoederen. Na de introductie van pakketpost in de VS bereikten de omvangrijke productcatalogi van bijvoorbeeld Sears in Chicago, variërend in lengte van meer dan 700 pagina's, oplagen tot 15 miljoen exemplaren en weerspiegelden ze de behoeften en smaken van hun tijd. Zelfs vandaag verschijnen nog herdrukken van bepaalde delen voor historisch geïnteresseerde lezers. De jaren 1920 worden beschouwd als de gouden jaren van de Amerikaanse postorder; toen brak het autotijdperk aan en de scheepvaartgigant Sears vertrouwde steeds meer op winkels en supermarkten. In Duitsland was dat anders. Hier werd de postorder met een uitgebreid assortiment in alle productgebieden pas echt belangrijk in de jaren vijftig en zestig. De postordercatalogi van de beginjaren waren daarentegen speciale catalogi voor artsen en apothekers.


Van Tuttlingen tot over de hele wereld: medische technologie.
Een van de belangrijkste was Mich. Birk uit Tuttlingen. Het bedrijf begon met kartonnen dozen en verzendverpakkingen. Aan het begin van de 20e eeuw en in de periode tussen de wereldoorlogen was Birk echter een 'global player'. Er werd medische technologie geleverd aan verre landen en er werden zelfs vestigingen in Zuid-Amerika opgericht. Catalogi in vier talen lieten de arts of apotheker zien wat de Duitse medische technologie te bieden had - vooral in Tuttlingen, dat toen al een medisch technologiecentrum was met een grote reputatie. De dokter aan de Rio Bravo of de apotheker in de Andes kon spuiten en scalpels, pipetten en tabletpersen uit Duitsland bestellen en tegelijkertijd de modernste medische technologie van die tijd leren kennen. De speciale catalogi van Mich. Birk heeft een buitengewoon interessante mix van medisch-historische informatie. De medisch specialist zal veel dingen herkennen: het zijn de voorlopers van de instrumenten die hij dagelijks in handen heeft, sommige zelfs in een vorm die sindsdien niet is veranderd. Het grote aantal gepresenteerde objecten is verbazingwekkend; de catalogus bevat de basisinstrumenten van alle specialistische disciplines van zijn tijd en het assortiment voor de tandheelkunde alleen al beslaat 80 pagina's. Birk bood niet alleen kleine medische hulpmiddelen aan, maar stuurde ook hoge sterilisatieapparatuur, operatietafels en tandartsstoelen over de Atlantische Oceaan.

Tonen en showen.
Het maken van een dergelijke catalogus heeft enorm veel moeite gekost. Duizenden tekeningen moesten worden gemaakt. Birk toonde zijn aanbod tot in detail en vaak in originele maat. Een dubbele pagina is bijvoorbeeld gevuld met perenspuiten van dezelfde vorm maar verschillende maten. Op deze manier kon de klant met zijn eigen hand meten wat het meest geschikt was voor zijn gebruik. Beeld en tekst zijn strikt gescheiden; het bovenste deel van de cataloguspagina's is gevuld met weelderige illustraties, het onderste deel met de informatieve tekst, die zich meestal beperkt tot een lijst met afmetingen en aanduidingen, de verkoop was immers gericht op een gespecialiseerd publiek.


Geen herdruk. Een origineel.
Het bijzondere aan deze catalogi is dat het originele exemplaren zijn. Ze zijn gemaakt en gevonden bij Mich. Birk, stevig opeengepakt in zware houten kisten en zo meer per ongeluk dan opzettelijk beschermd tegen licht, hitte en vocht. Ze hebben hun winterslaap ongedeerd overleefd en zien eruit alsof ze vers van de pers komen. Dit is de vierde Birk-catalogus; die rond het jaar 1913 gemaakt moet zijn volgens een reeks daarin aangeboden datumstempels die naar dit jaar verwijzen. De vraag waarom deze exemplaren destijds niet zijn gedistribueerd, kan ook worden beantwoord: het eigenlijke medische assortiment wordt voorafgegaan door 30 alfabetisch gepagineerde bladen waarop Birk tal van voorbeelden gebruikt om zijn assortiment individueel ontworpen etiketten te presenteren, receptformulieren, factuurformulieren en briefpapier, in uitgebreide kleurendruk en deels met zorgvuldig met de hand ingeplakte individuele etiketten. Deze laatste zijn echter niet volledig in onze exemplaren".
Desondanks moet er ook een aantal volledige catalogi zijn gevonden - waaronder de mijne - die hun weg vonden naar diverse antiquaren wereldwijd, want er worden verschillende complete exemplaren aangeboden voor soms torenhoge bedragen.


Ik kende Birk's catalogus al geruime tijd, maar het is nog niet zo lang geleden dat ik - dankzij een exemplaar dat te koop stond bij het Amsterdamse antiquariaat Brinkman - ontdekte dat daarin verschillende 'preservatives' c.q. condooms worden beschreven en getoond (met verpakking)! En aangezien ik een vrij grote (en unieke) verzameling bezit op het gebied van (voorlichtings)brochures en andere gedrukte efemera betreffende anticonceptie uit grootvaders tijd (waarover ik al vaker op dit blog heb geschreven), leek mij dit een verantwoorde aanvulling daarop. Daar komt bij dat ik in mijn ik laatste blog over condooms: "Preservatium Penis" (mei 2021) schreef: "Uiteraard waren ze puur functioneel, ter voorkoming van zwangerschap en geslachtsziekten, recht toe, recht aan. Lust- en genot opwekkende frivoliteiten zoals ribbels, uitsteeksels en diverse kleuren en smaakjes zouden pas veel later tijdens de seksuele revolutie opduiken".
Nou... dat verdient toch enige nuance. Ik ben ze weliswaar in Nederland niet tegengekomen maar de speciale condooms verkrijgbaar bij Birk aan het eind van het 'Belle Epoque' zijn bepaald frivool te noemen. 



Maar eerst worden de kwaliteiten aangeprezen van het gewone condoom "Lustige Witwe" (met en zonder reservoir), 3 stuks in een doosje en 48 doosjes in een grootverpakking, "das beste Präservativ der Gegenwart". En als bewijs daarvoor zien we bovenaan de bladzijde (164) een besnord heerschap enkele tests uitvoeren die aldus worden beschreven: "Dass er so stark aufgeblasen werden kann, dass es die doppelte Grösse des Kopfes eines ausgewachsenen Mannes erreicht ohne zu platzen (siehe Fig. C). Es kann mit 6 Liter Wasser gefüllt werden ohne zu platzen (siehe Fig. D). Die Dehnungsfähigkeit ist derart dass man es bis zur Länge von 1,15 Meter auseinanderziehen kann ohne dass es zerreist (siehe Fig. E)". Voorts zien we ook het in Nederland verkrijgbare Engels merk 'Neverrip' (met en zonder reservoir) en het (ouderwetse) visblaascondoom.



Echt spectaculair wordt het op bladzijde 165 waar frivoliteit en fantasie met elkaar wedijveren. Speciale condooms met het hoofd van een chantecler (haan), rechter, professor, clown, soldaat, jockey, automobilist en student. Zelfs een "Präservativ, Nahtlos, beste Qualität Gummi, Form von Tiroler-hütchen" (inclusief veertje!). Voorts condooms met stekeltjes, kragen en ribbels (met en zonder reservoir) van het merk 'Seamless' en 'Regina', maar ook 'Reizringe' en 'Reiz-Fingerlinge' (vingercondooms) van de beste kwaliteit 'Weichgummi' worden hier aangeprezen. Het zijn de oudste afbeeldingen van fantasiecondooms die ik ken. Dit zijn geen 'medische' producten meer, dit zijn seksuele feestartikelen!

vrijdag 2 juni 2017

Bibliotheca Enchusana

De meeste bibliofielen die ik ken zijn ook eigenaar van een (al dan niet grote) privébibliotheek. Als die bovendien een paar plankjes met ‘boeken over boeken’ bevat dan staan daar altijd wel wat uitgaven tussen over (Nederlandse) bibliotheken.

Op dat gebied heb ik een paar weken geleden met een aardige korting het nieuwe boek gekocht dat verscheen onder redactie van Ad Leerintveld en Jan Bedaux; “Historische Stadsbibliotheken in Nederland” (Zutphen, 2016). Dat staat nu naast mijn exemplaar van P. Schneiders: “Nederlandse bibliotheekgeschiedenis. Van Librije tot virtuele bibliotheek” (Den Haag, 1997). Aardig detail is dat in het laatste boek ook de uitnodiging zit voor de boekpresentatie destijds en dat de auteur het boek heeft gesigneerd.


Voorts staat hier natuurlijk ook de heruitgave van de oudste gedrukte catalogus ter wereld van een openbare bibliotheek; de Leidse ‘Nomenclator’ uit 1595 (Leiden, 1995, in een oplage van 350 exemplaren) van Petrus Bertius en tot slot beschik ik over diverse kleine moderne uitgaven met betrekking tot Nederlandse (historische) bibliotheken zoals het boekje van K.O. Meinsma: “De librye te Zutphen” (Zutphen, 1988).


Op het gebied van ‘old & rare’ had ik tot dusver maar één enkele uitgave in mijn kast staan die ik al eens eerder aan u heb voorgesteld (zie hier).
Het gaat om een exemplaar van de in 1881 uitgegeven facsimile van de "Catalogus Bibliothecae Amstelredamensis" (Leiden, 1612) die ik destijds voor vijf en zeventig euro kocht bij veilinghuis Bubb Kuyper.

Originele oude stadsbibliotheekcatalogi, zeg maar van voor 1800, was ik tijdens mijn boekenjachten nog niet tegengekomen tot vorig week vrijdag.
Toen vond ik op de Amsterdamse Spui boekenmarkt (bij antiquariaat Fenix) voor slechts drie tientjes een exemplaar in oorspronkelijk (kam)marmeren omslag van de “Index Variorum, Insignium Librorum, tam Historicorum, Medicorum, Juridicorum, quam Theologicorum, qui servantur in bibliotheca Enchusana” (Enchusae, 1761).

Meteen gekocht natuurlijk want dergelijke uitgaven zijn erg zeldzaam. Ze werden immers maar voor een beperkt doel gedrukt en de oplagen waren dus niet groot. Bovendien veranderde het boekenbestand nog wel eens en verouderde de catalogus. Naast de Koninklijke Bibliotheek beschikken ook de universiteitsbibliotheken van Amsterdam en Utrecht over een exemplaar alsmede het Westfries archief (en, naar ik mag hopen, ook de Librije zelf!).

Dankzij het boek van Ad Leerintveld en Jan Bedaux, met het door Jaap Keppel geschreven hoofdstuk over de Enkhuizer Stadsbibliotheek, bleek me al gauw dat het gaat om een zeldzame herdruk (oplage slechts 50 exemplaren!) van de catalogus van 1693 die voor wat betreft het boekenbestand met maar één titel verschilde van zijn voorganger (in quarto, nr. 53; een redevoering van dominee H. Stochius, gedrukt in 1761). De catalogus met op het titelblad het wapen van Enkhuizen vastgehouden door een schone vissersmaagd, bevat geen inleiding maar valt meteen met de deur boeken in huis. Het zou mij echter niks verbazen als de reden voor deze midden in de achttiende eeuw, onverwachts verschenen heruitgave, gezocht moet worden bij die trotse Enkhuizer dominee.

De Enkhuizer Librije is de enige zeventiende eeuwse stadsbibliotheek die bewaard is gebleven op haar oorspronkelijke locatie (op de bovenverdieping van het zuiderportaal in de Sint Gummarus- of Westerkerk). Ze is vaker onderwerp van onderzoek geweest en ook is er een aardige romantische afbeelding van haar gemaakt, geschilderd door J.P.C. Grolman (1841-1927), die u bovenaan dit stukje ziet. Ik bezocht haar met een aantal leden van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen een paar maanden na de heropening in november 2014 en maakte er diverse foto’s waarvan er thans één mijn Twitter profiel siert.

Terug naar die catalogus!
Wat mij al bladerend in de metro op weg naar huis, direct opviel zijn een aantal typische kenmerken die je wel vaker ziet in dergelijke oude catalogi. Bijvoorbeeld het gebruik van diverse lettertypen. Nederlandstalige titels in het gotisch, Latijnse titels in het romein en Franse titels in romein cursief. Daarnaast de onderverdeling per plank ('pluteo') in onderwerp en formaat (folio en quarto) en tot slot de zeer summiere titelbeschrijving waardoor van sommige boeken volstrekt onduidelijk is om welke editie het gaat. Overigens zijn de boeken doorlopend genummerd zodat in één oogopslag duidelijk is dat de bibliotheek in 1761 bestond uit 335 folio’s en 53 quarto’s.

Het zal u niet verbazen dat Theologie de hoofdmoot vormde. De oudste uitgave is van 1487, de jongste van 1761. Het merendeel bestaat echter uit boeken die tussen 1510 en 1650 verschenen met als absoluut hoogtepunt het eerste kwart van de zeventiende eeuw.

Een bezoekje aan de Enkhuizer Librije kan ik trouwens elke boekenliefhebber aanraden, zeker als je nog nooit in een oude stadsbibliotheek in zijn oorspronkelijke behuizing bent geweest. Sinds 2006 is de zorg toevertrouwd aan de Stichting Librije Westerkerk (SLWE) die als logo het titelblad van de catalogus van 1761 voert.

woensdag 17 augustus 2016

Een boekenmarkt met erotische verrassingen


Ik ben geen verzamelaar van erotica pur sang maar dat neemt niet weg dat ik op dat gebied af en toe iets interessant vind dat ik graag aan mijn bibliotheek toevoeg.
Ditmaal sloeg ik toe op de laatste boekenmarkt van het jaar georganiseerd door ‘De Kan’ langs de Amstel; een plek die mij qua ambiance meer kan bekoren dan de drukke Dam.
Het thema van de markt was ditmaal ‘Erotiek’.
Wie denkt dat de kramen dus volgestapeld lagen met oude en nieuwe boeken uit dit genre heeft het mis. Enkele handelaren hadden niets en bij weer anderen trof ik wat achteraf een bescheiden stapeltje aan dat er soms met moeite tegenaan hikte.

Pas bij de kraam van antiquariaat Nonpareil uit Hoevelaken kreeg ik rode oortjes!
Daar lag niet alleen een ruime collectie moderne uitgaven op dat gebied maar bovendien diverse interessante exemplaren vroege of oude erotica.
Ik kon maar moeilijk kiezen uit al dat lekkers uitgestald op één tafel (en dat komt niet vaak voor!). Uiteindelijk kocht ik vier objecten en betaalde daarvoor een bescheiden zeventig euro. Eén uitgave (en zeker niet de minste!) valt buiten het thema ‘Erotiek’ en laat ik hier onbesproken. De andere drie kocht ik om verschillende redenen.


De modernste uitgave is van Marieke van Doorninck en Margot Jongedijk; “In het leven. Vier eeuwen prostitutie in Nederland” (Dieren, 1997). Een vlot leesbaar geïllustreerd boekje dat alweer bijna twintig jaar geleden verscheen bij de gelijknamige tentoonstelling in Apeldoorn.
Het wordt op Boekwinkeltjes overvloedig aangeboden maar ik kocht het vooral omdat ik al bladerend twee afbeeldingen ontdekte van objecten die ook in mijn collectie zitten.
Zoiets vat ik als bibliofiel verzamelaar toch op als een compliment en bevestiging!


Het gaat om een afbeelding (op blz. 18) van de titelprent uit: “Licht in Nacht. Van den arbeid in duister Amsterdam” (Amsterdam, 1917) waarover ik hier schreef en om een afbeelding van de befaamde ansichtkaart van het luxueuze Amsterdamse bordeel Maison Weinthal uit 1902 (blz. 45), waarover meer hier.


Mijn tweede aanwinst is eigenlijk geen boekje maar een kartonnen envelope met een losbladig uitgegeven catalogus “Erotica & Curiosa” van antiquariaat Van Sabben (Haarlem, 1986).
Het is een gelimiteerde geïllustreerde uitgave (ik kocht nummer 51 van de 175) die destijds dertig gulden kostte.
Op bladzijde 41 (van de 47) staan de richt-/startprijzen van de 145 kavelsnummers en de oorspronkelijke eigenaar heeft met potlood de nummers aangestreept die destijds werden verkocht. Dat waren er slechts 26!
Géén van de topstukken haalde de startprijs, waaronder het erotisch oeuvre in drie delen van Guillaume Apollinaire (1880-1918): “Oeuvres érotiques completes” (Barcelonnette [Paris], [Marcel Lubineau], 1934). Startprijs ƒ 2100,- gulden!
Ter vergelijking; deze set vond ik thans aangeboden voor € 300,- euro!
Een goede les dat niet alle (oude) boeken (en verzamelgenres) in prijs stijgen!


Het was overigens de catalogus zelf die mij verraste want ik ken maar één ander voorbeeld. Het gaat om veilingcatalogus (161): “l Erotica Rarissima” (Utrecht, 1980) van J.L. Beijers. Ook die werd genummerd en gelimiteerd uitgegeven en is een collectorsitem op zich geworden.


De grootste erotische verrassing, mijn derde aanwinst, heb ik voor u tot het laatst bewaard!
Het is in een in donker marokijn leer gebonden uitgave van: “Le Parnasse libertin: ou Recueil de poesies libres” met een fictief uitgeversadres ‘A Cythere [Parijs], Chez le Dru, à l'enseigne de Priape' (1775).
Het gaat om een exemplaar van de derde druk van deze erotische verzamelbundel die eerder verscheen in 1769 en 1772. Naast tal van anonieme versjes, rijmen en epigrammen bevat het ook stukjes van bekende schrijvers zoals Voltaire 1694-1778),
De la Fontaine (1621-1695) en Rousseau (1712-1778). 
U kunt er hier zelf even in bladeren en genieten.


Zeldzaam?
Over het algemeen is alle achttiende eeuwse erotica schaars. Deze uitgave vond ik in geen enkele Nederlandse bibliotheek terug.
Antiquarisch wordt momenteel een exemplaar aangeboden van de editie van 1772 voor honderdtachtig euro (in ‘modern wrappers’).

Doorslaggevend bij mijn beslissing om het boekje te kopen was de provenance!
Voorin zit namelijk het ex-libris van de Amsterdamse huisarts Bob Luza (1893-1980).
Luza was een bekend bibliofiel verzamelaar en Piet Buijnsters heeft hem geportreteerd, zowel in zijn: “Geschiedenis van het Nederlands antiquariaat” (Nijmegen, 2007) als in: “Geschiedenis van de Nederlandse bibliofilie” (Nijmegen, 2010).


Weliswaar verzamelde Luza meer dan alleen erotica maar hij is bij mij vooral als collectioneur van dergelijke ‘libertijnse boekjes’ in het geheugen blijven hangen.
Zijn collectie werd een jaar na zijn overlijden grotendeels geveild bij A.L. van Gendt.
De eigenaar van antiquariaat Nonpareil was toen één van de bieders. Inmiddels zijn we weer vijfendertig jaar verder en is Perkamentus (voor even) de laatste schakel in de keten…
De bibliofiele kringloop in optima forma!