Posts tonen met het label Jan Wagenaar. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jan Wagenaar. Alle posts tonen

vrijdag 26 juni 2026

Rouwbeklag, lijkzang, grafdicht, ... grafsteen?


Het boekje dat ik hier wil bespreken vond ik op de Spui boekenmarkt in de kraam van Eric Klee, antiquariaat De Uilenspiegel. Het is een 'convoluut' (maar mooier vind ik 'sammelband') met verschillende uitgaven die in verband staan met de Amsterdamse stadshistoricus Jan Wagenaar (1709-1773). Eric zag mij geïnteresseerd bladeren, riep dat hij in een goeie bui was en verlaagde daarom zijn vraagprijs. Ik voelde een lichte aarzeling want twee van de zes publicaties in deze verzamelband heb ik al los in mijn bibliotheek staan. Bovendien was de originele negentiende eeuwse band versleten en de rug grotendeels verdwenen. Een nieuwe band was noodzakelijk maar opnieuw inbinden daarentegen niet, want het boekblok was nog stevig. Ik wist dat ik spijt zou krijgen als ik het boekje zou laten liggen en daarom betaalde ik zonder morren het verlaagde bedrag.

Nog diezelfde middag besprak ik met Hans Pieterse, mijn vaste boekrestaurator (-binder), wat er volgens mij moest gebeuren en wat mijn (dure) wensen waren. Enkele weken geleden heb ik het fraaie resultaat (u ziet het hierboven) opgehaald. Hans heeft een nieuwe halfleren band gemaakt met valse ribben. Ook de hoeken zijn bekleed met leer. Het leer is verder afgewerkt met goudbelijning. Het oude titelschildje kon worden hergebruikt.
De buitenzijde van de oorspronkelijke platten is bekleed met origineel achttiende eeuws kievitsmarmer. De verbruinde negentiende eeuwse schutbladen zijn vervangen door authentiek achttiende eeuws papier. Alles bij elkaar kostte dit inclusief btw € 485,- euro.
U bent dus gewaarschuwd voor 'koopjes' (op bijvoorbeeld websites als Marktplaats) van drukwerk waarvan de band 'wat aandacht nodig heeft'. Zeker bij dergelijke fraaie historiserende banden is het - naast de materiaalkosten - vooral het arbeidsloon dat bepalend is voor zo'n hoge prijs. Als bibliofiel (en Wagenaar-aanbidder in het bijzonder) had ik dat er graag voor over. Inmiddels bent u wellicht ook nieuwsgierig naar de precieze de inhoud. Welnu deze 'sammelband' omvat de volgende titels:


1. Huisinga-Bakker: "Het leeven van Jan Wagenaar benevens eenige brieven van en aan denzelven" (Amsterdam, 1776). Mét bijgevoegd portret van Jan Wagenaar door Jacob Houbraken (1767).
Deze uitgave staat al geruime tijd in mijn bibliotheek in zijn originele achttiende eeuwse halfleren band, maar - zoals uitgegeven - zonder portret!


2. J.L.F.v.B. (Johannes le Franq van Berkheij): "Klinkdicht op het afsterven van den beroemde heere Jan Wagenaar..." (z.p.[], z.j. [1773]). Dit klinkdicht werd ook opgenomen in: "Gedichten van Johannes le Franq van Berkheij" (Amsterdam, 1776, blz. 314 met een toelichting op blz. 315).


3. A. Deken: "Lykzang, op het afsterven van den heere Jan Wagenaar...". (z.p [Amsterdam], z.j. [1773]). Een bespreking hiervan vond ik in: "Hedendaagsche Vaderlandsche Letter-oefeningen" (Amsterdam, 1773, tweede deel, eerste stuk, blz. 170 t/m 173). Dit is overigens het officiële debuut van Aagje Deken (1741-1804), dat zij voor het eerst ondertekende met 'Agatha Deken'. Haar lijkzang voor Wagenaar werd ook opgenomen in: "Stichtelyke gedichten van Maria Bosch en Agatha Deken" (Amsterdam, 1775, blz. 327).


4. J. de Kruyff: "Grafschrift op den heer Jan Wagenaar" (z.p [Leiden], z.j. [1774]). In: "Werken van de Maetschappy der Nederlandsche letterkunde te Leyden" (Leiden, 1774, tweede deel). Het grafschrift werd eveneens opgenomen in: "Gedichten van Jan de Kruyff" (Amsterdam, 1776, blz. 165).

Vooral deze rouwpoëzie is antiquarisch onvindbaar. Daarvan ken ik nog twee andere voorbeelden, namelijk: "Rouw-klagte over den dood van den heere Jan Wagenaar" (z.p., z.j. [1773]). Geschreven uit 'verplichting en genegenheid' door L.B.D.G. En - tot slot - het gedicht: "Op het overlijden van Jan Wagenaar", geschreven door Jan Messchert van Vollenhoven (1740-1814) in: "Gedichten van Jan Messchert van Vollenhoven" (Amsterdam, 1808, blz. 18). Vervolgens...


5. J. van den Toorn: "Geslachtboom van alle de mannelyke nakomelingen uit het oud adelyk stamhuis der heeren van Brederode..." (Amsterdam, 1788). Met grote uitslaande gravure van de "Geslacht-boom". Een uitgave bedoeld als aanhangsel op Wagenaars eenentwintigdelige "Vaderlandsche historie".


6. M. Siegenbeek: "De eer van Jan Wagenaar als historie schrijver en die van Jacoba van Beijeren tegen Mr. W. Bilderdijk, in zijne geschiedenis des Vaderlands, verdedigd..." (Haarlem, 1835).
Ook deze uitgave stond al - in een negentiende eeuws halfleren bandje - in mijn bibliotheek.


In de afgelopen jaren heb verschillende artikelen op dit blog geplaatst over mijn idool Jan Wagenaar en zijn uitgaven in mijn bibliotheek. Over zijn prachtvolle Amsterdamse stadsgeschiedenis bijvoorbeeld, die ik (vierdelig), uniform in perkament gebonden, koester en natuurlijk over zijn "Vaderlandsche historie"(1749-1759), waarvan ik de eerste druk kocht (en die ik tekstueel en illustratief kon 'upgraden' naar een derde druk; de meest uitgebreide versie). Ook over zijn uitzonderlijke doodsbericht schreef ik al eens en 'last but not least' over het bijzondere opdrachtexemplaar van: "'T Verheugd Amsterdam" (1768), voor zijn vriend mr. Nicolaas Bondt, waarvoor ik een ware boekentempel liet bouwen!

Uit dit alles blijkt wel dat de gedachte aan Jan Wagenaar bij deze bibliofiel nooit ver weg is.
Wagenaar werd begraven in de Nieuwe Kerk te Amsterdam. De exacte locatie (D-25) is dankzij de begraafboeken bekend. Wie zijn graf nu bezoekt, vlakbij het orgel, treft een kale naamloze steen aan (genummerd 34!). Ik koester sinds lange tijd de wens om deze belangrijke Amsterdammer en invloedrijke historicus te eren met een passende grafsteen. Een die recht doet aan zijn onmiskenbare verdiensten voor de stad Amsterdam en de geschiedwetenschap in het algemeen.


Uiteraard heb ik daarover al eens contact gehad met Paul Mosterd, directeur van de Nieuwe Kerk, die er wel voor voelt. Om die reden werd ik vorig jaar nog uitgenodigd voor de onthulling van een schrijverssteen (een gedenksteen) voor Annie M.G. Schmidt (1911-1995) en aansluitend persoonlijke kennismaking. Het gebeuren inspireerde mij toen voldoende om na afloop thuis achter mijn computer een eerste ontwerp te maken, dat ik u hieronder laat zien. De uitvoering in blauw hardsteen zal nog wel even op zich laten wachten, dus u zult het voorlopig moeten doen met deze virtuele weergave. Dit alles te uwer informatie en uiteraard geheel terzijde - maar toch...

zondag 1 december 2024

Van 1e druk naar beste editie & meest complete uitgave

Als verzamelaar in spé, ruim veertig jaar geleden, zag ik in het Amsterdamse antiquariaat regelmatig de uitgaven van de Amsterdamse stadshistoricus Jan Wagenaar (1709-1773) voor forse bedragen te koop staan. Kon ik er destijds alleen maar van dromen, tegenwoordig is zijn werk voor mij betaalbaar geworden. 

Dat bleek eens te meer toen ik op de novemberveiling van Bubb Kuyper Wagenaar's "Vaderlandsche Historie vervattende de geschiedenissen der nu Vereenigde Nederlanden, inzonderheid die van Holland, van de vroegste tyden af" (Amsterdam 1749-1759) kon bemachtigen voor driehonderdvijftig euro (exclusief veilingkosten). Het gaat om de eerste druk, 21 delen (incl. register) compleet met 5 kaarten (van Nederland), 1 plattegrond (de belegering van Leiden in 1573/1574), 41 historieplaten en 82 portretten. Als extraatje - en ongenoemd in de beschrijving van dit kavel (3196) - zit achterin deel 21 (het register): "De Vaderlandsche historie verkort; en by vraagen en antwoorden voorgesteld" (Amsterdam, 1759). Daarvan bezit ik overigens al de geïllustreerde editie uit 1770 (zie mijn aanwinsten van juni 2018, nr. 4). Alle 21 delen zijn gebonden in uniforme contemporaine perkamenten spitselbanden met blindgestempelde platten. Een zeer fraaie set dus voor relatief weinig geld! Saillant detail. In deel 21 trof ik een vergeelde enveloppe aan van A.J. van Huffels antiquariaat in Utrecht met in potlood de opmerking dat deze serie in 1939 voor negenendertig gulden was ge-/verkocht.


Wagenaar's "Vaderlandsche Historie" wordt regelmatig op veilingen en in het (online) antiquariaat aangeboden. Wie op zoek daarnaar rondsnuffelt zal het direct opvallen dat deze titel niet alleen in diverse 'verpakkingen' wordt verkocht zoals (sier)papieren omslagen, leer, perkament of (modern) linnen maar ook dat het aantal aanwezige kaarten, illustraties en portretten enorm kan verschillen. En dan heb ik het verder maar niet over de talrijke vervolgdelen geschreven door andere historici, zoals Hendrik van Wijn, Petrus Loosjes en (het zogenaamde 'keezenvervolg' door) Johannes Munniks.


Wie zich verdiept in de bibliografische verschillen tussen de diverse edities van Wagenaar's eenentwintigdelige magnum opus (of de vervolgdelen) kan niet om het artikel heen van Th.J.I. Arnold in: "Bibliographische adversaria" ('s Gravenhage, 1876-77, deel III, blz. 123-139 en 159-189). 
Arnold, die zich overigens vergist in het aantal portretten in de eerste editie (81 i.p.v. 82) schrijft dat een paar jaar na het verschijnen van de eerste uitgave in 1761 een serie van twaalf nagekomen portretten verscheen bij uitgever en boekhandelaar Isaak Tirion (1705-1765). Het gaat om de afbeeldingen van: Maarten van Rossum, Kenau Simon Hasselaer,
J. de Moor, C.P. Hooft, A. Bicker, J. Huydekoper, J. de Witt, A. Bankert, C. Evertsen,
J. Verheye, C. van Citters en W. van Citters.
Een tweede serie van twaalf volgde bij het verschijnen van de derde editie. Ditmaal betrof het de portretten van: Karel V, Alva, Filips II, Maria van Reigersbergen, Albertus van Oostenrijk, Ambrosius Spinola, Isabella Clara Eugenia, Filips IV, Pieter Florisz., Aert van Nes, Abraham van der Hulst en Izaak Zweers (alle portretten werden gegraveerd door Jacob Houbraken).


De derde - tevens laatste druk - uitgegeven tussen 1790-1796 door Johannes Allart (1754-1816) was daarom volgens boekengoeroe Piet Buijnsters (1933-2022) de beste editie van de "Vaderlandsche Historie" (in: "Het verzamelen van boeken. Een handleiding" (Utrecht, 1992, blz. 196).
Voor wat betreft de illustraties is dat wel duidelijk, 106 tegen 82 portretten in de eerste druk (Het aantal kaarten en historieplaten bleef overigens hetzelfde). Maar hoe zit het met de tekstuele informatie?
Het is interessant om te lezen wat Wagenaar's historiograaf L.H.M. Wessels daarover schreef in: "Bron, waarheid en de verandering der tijden. Jan Wagenaar (1709-1773), een historiografische studie" (Den Haag, 1997).
Hij constateerde namelijk op basis van een uitgebreide steekproef dat de wijzigingen in de tweede uitgave (die vanaf 1770 verscheen) zeer miniem waren. De bladspiegel was vrijwel onveranderd en het voor de eerste druk opgestelde uitvoerige register (deel 21) kon daarom inclusief de paginaverwijzingen ongewijzigd worden herdrukt!


Toch waren er wel degelijk ingrepen van meer substantiële aard die door Wagenaar werden toegelicht in een voor deel 21 van de tweede editie geplaatst 'Berigt'. Het ging vooral om de verwerking van monumentale bronnenuitgaven die bij het samenstellen van de eerste druk nog niet konden worden geraadpleegd (zoals bijvoorbeeld het "Groot Charterboek" van Frans van Mieris) maar ook om het verwijderen van negentig verwijzingen naar de kroniek van Klaas Kolijn die een falsificatie bleek te zijn. Echter, zo schreef Arnold: "Nauwgezet als de schrijver was als geschiedschrijver, was hij ook mensch. Hij kon niet dulden dat de koopers van den eersten druk van zijn werk zouden ondervinden, dat deze door het verschijnen van een tweede, verbeterde uitgave in waarde verminderde". Daarom verschenen Wagenaar's verbeteringen, op- en aanmerking ook apart onder de titel: "Berigt wegens de byvoegsels en verbeteringen in de eerste uitgaaven der Vaderlandsche Historie, door Jan Wagenaar" (z.p. [Amsterdam?], z.j. [1770]). Deze uitgave kon op eenvoudige wijze worden losgesneden om vervolgens achterin de desbetreffende delen te worden ingevoegd. Over de derde druk kunnen we kort zijn. Die is namelijk wat zetsel betreft identiek aan de tweede uitgave.


Nadat ik op een regenachtige maandag mijn aanwinst had afgehaald bij Bubb Kuyper in Haarlem reed ik door naar antiquariaat Goltzius in Lisse. In het verleden heb ik regelmatig met hen contact gehad (en met name portretgravures gekocht), maar ik was er nog nooit op bezoek geweest. Behalve persoonlijk kennismaken met Ard van der Steur, zijn assistente Janneke Verdijk en gezellig theedrinken kwam ik daar ook iets afhalen. Al geruime tijd geleden namelijk had ik gezien dat zij Wagenaar's "Berigt wegens de byvoegsels en verbeteringen..." voor vijfenveertig euro te koop aanboden! Thuisgekomen heb ik mijn "Vaderlandsche Historie" natuurlijk meteen daarmee verrijkt! Met deze update maakte ik mijn eerste druk, net als de kopers daarvan destijds, informatief gelijk met de tweede (verbeterde) editie! 

Vervolgens besloot ik te kijken of het mogelijk was om ook die 24 extra portretten te bemachtigen die in de illustratief meest volledige editie zitten. Via Boekwinkeltjes vond ik bij antiquariaat Schot in Hendrik-Ido-Ambacht een incompleet en beduimeld sloopexemplaar van de derde editie. Daaraan ontbraken twee delen en alle kaarten waren er al uit. Daarmee won ik twintig van de vierentwintig portretten. Ook separeerde ik het illustratieoverzicht (dat ik achter het illustratieoverzicht in mijn editie plakte) en bewaar ik de interessante "Naamlyst der inteekenaren" (op de derde editie).


De resterende vier portretten verwierf ik grotendeels via Marktplaats bij particuliere aanbieders. Bij elkaar was ik een kleine tweehonderd euro lichter (inclusief verzendkosten), gemiddeld € 8,33 euro per portret. Wellicht dat ik deze kosten kan terugverdienen met de vele resterende portretten en talrijke historieplaten uit mijn sloopexemplaar...
Inmiddels zitten alle vierentwintig extra portretten naadloos in mijn nieuwe aanwinst. Daarmee is mijn eerste druk nu ook wat betreft afbeeldingen up-to-date met de laatst verschenen - meest volledige - editie! Hoewel... 
Het stond de liefhebbers destijds (en tegenwoordig) natuurlijk vrij om naar eigen smaak en portemonnaie nog meer illustraties toe te voegen.

En nu? De vervolgdelen natuurlijk, maar dat gaat me wat meer tijd (en geld) kosten...

vrijdag 17 april 2020

Een recensie van Jan Wagenaar?


Eind maart, begin april, vond ik via Boekwinkeltjes bij antiquariaat Boek en Glas "Berigt wegens de Rymkronyk van Melis Stoke, met Historie-Oudheid- en Taalkundige Aanmerkingen, door B. Huydecoper" (Z.p. [Leiden?], z.j. [1773]). Het is een anoniem verschenen brochure van 17 bladzijden (in kievitsmarmeren omslag) die wordt toegeschreven aan Jan Wagenaar (1709-1773), de bekende Amsterdamse stadshistoricus. Het spreekt voor zich dat ik deze uitgave meteen bestelde. Huydecoper's driedelige "Rijmkroniek van Melis Stoke met historie- oudheid- en taalkundige aanmerkingen" (Leiden, 1772) staat immers ook in mijn bibliotheek maar bovendien ben ik (en trouwe lezers van mijn blog weten dat) een uitgesproken fan van Jan Wagenaar. Ik schreef al diverse keren over zijn aanwezigheid in mijn collectie, voor het laatst in: "Idolatrie".


Ik betaalde een luttel bedrag en begon nog voordat mijn aanwinst binnen was - zoals gebruikelijk - met een onderzoek in mijn bibliotheek en op internet.
Al gauw kwam ik erachter dat deze brochure feitelijk een (schaarse) apart uitgegeven overdruk is van een anonieme boekbespreking uit: "Hedendaagsche Vaderlandsche Letter-oefeningen..." (Amsterdam, 1773, tweede deel eerste stuk, blz. 14 t/m 30).

Wie op WorldCat zoekt naar het 'Berigt' ziet dat ook daar Wagenaar als auteur wordt genoemd. Vreemd en onjuist daarbij is de aantekening dat Balthazar Huydecoper (1695-1778) een pseudoniem zou zijn van A. van der Linde.
De laatste publiceerde onder het pseudoniem 'dr. B. Huydecoper': "Aanteekeningen op het 'ontwerp der spelling voor het aanstaande Nederlandsch woordenboek'" (Nijmegen, 1863).
Ik zal hier niet verder ingaan op deze mystificatie (c.q. persoonsverwisseling) maar het moge duidelijk zijn dat deze 'dr. B. Huydecoper' niet onze Balthazar Huydecoper kan zijn die eind achttiende eeuw overleed (*).


Mijn nieuwe aanwinst is ook te vinden op Google Books alwaar u van de inhoud kunt kennisnemen (klik op de titel/hyperlink bovenaan). Interessant is dat bij het exemplaar dat werd gedigitaliseerd op de titelpagina een negentiende eeuwse aantekening staat waarin naar Jan Wagenaar wordt verwezen als vermoedelijke auteur onder verwijzing naar de veilingcatalogus van de 'bibliotheca Musschenbroekiana' (Leiden, 1826). Het gaat hier om de veiling van de boekenschat van de Utrechtse schepen en archivaris Petrus van Musschenbroek (1764-1823). Inderdaad vinden we in deze catalogus op bladzijde 58 bij nummer 880 de vermoedelijke oerbron van deze toeschrijving.


Musschenbroek bewaarde in zijn bibliotheek kennelijk een exemplaar van Huydecoper's driedelige uitgave met de recensie uit de "Hedendaagsche Vaderlandsche Letter-oefeningen...". Ik vermoed dat het niet om de recensie zelf ging, maar om de later uitgegeven overdruk en dat die, zoals in dit exemplaar, was meegebonden in het eerste deel, na het 'bericht van den uitgever'.
Die uitgever was Johannes le Mair uit Leiden, en het kan niet anders of hij is ook de man achter deze overdruk. Immers, wie anders dan Le Mair had belang bij een herdruk van die positieve recensie uit "Hedendaagsche Vaderlandsche Letter-oefeningen..."? Niet alleen vormde die een goede verkoopreclame voor de langverwachte uitgave van Huydecoper, maar bovendien compenseerde de overdruk ook nog enigszins het ontbrekende voorwoord dat "de afgeleefde Schryver nog gehoopt had op te stellen; dog welke door verval van kragten agtergebleeven is" (vandaar dat ik Leiden als plaats van verschijning meer waarschijnlijk vind dan Amsterdam).
Ook onze anonieme recensent was zich bewust van het gemis aan een voorwoord: "Vertrouwende dat zulks met genoegen ontvangen zal worden, hebben wy ons, om het gebruiken deezer uitgave van Melis Stoke te aangenaamer te maaken verleedigd tot het opstellen der nog volgende Aanmerkingen, die wy gedeeltelyk, uit dit Werk zelve, ontleend hebben. Zy strekken zekerlyk niet, om het gemis deezer voorreden te vervullen, (dat ook niet bedoeld wordt;) maar zy konnen, zo wy durven hoopen, 'er eeniger maate aan te gemoet komen" (blz. 8).


Blijft de vraag of Jan Wagenaar de auteur is van deze recensie in de "Hedendaagsche Vaderlandsche Letter-oefeningen..."? Zijn er voor die ongefundeerde (en klakkeloos overgenomen) toeschrijving in Musschenbroeks catalogus feiten of argumenten die voor of tegen pleiten?

In het boek van L.H.M. Wessels: "Bron waarheid en de verandering der tijden. Jan Wagenaar (1709-1773), een historiografische studie" (Den Haag, 1997) komt de recensie niet voor in het overzicht met 'werken van Jan Wagenaar' (blz. 559 t/m 562). Wessels weet echter wel te melden dat Wagenaar contacten onderhield met Huydecoper en dat hij al eind jaren zestig van de achttiende eeuw over het manuscript van diens driedelige uitgave kon beschikken. Huydecopers werk bevestigde Wagenaar in zijn vermoeden dat de kroniek van Klaas Kolyn een falsificatie was en daar maakte hij dankbaar gebruik van in de tweede druk van zijn "Vaderlandsche Historie" die in 1770 verscheen en waaruit alle verwijzingen (in de eerste twee delen) naar Kolyn waren verwijderd. Bovendien trok hij ook zijn eigen conclusies ten aanzien van Kolyn en beschreef die in zijn postuum verschenen "Toets van de egtheid der Rymchronyke, die, op den naam van Klaas Kolyn, uitgegeven is" (in: "Werken van de Maetschappy der Nederlandsche Letterkunde te Leyden" (deel III, blz. 20-236, Leiden, 1777).


Daar komt bij dat verschillende bronnen zoals C. van der Vijver in zijn "Geschiedkundige beschrijving van Amsterdam" (Amsterdam, 1844) weten te vertellen dat Wagenaar belangrijke bijdragen leverde aan de "Vaderlandsche Letter-oefeningen..." (deel II, blz. 482). Het is echter de vraag wat daarvan waar is. Volgens Wagenaars zwager en biograaf Pieter Huisinga Bakker auteur van: "Het leeven van Jan Wagenaar..." (Amsterdam, 1776) ging het om "het leveren van maer enkele Uittreksels" (blz. 68). Hoe dan ook; motief en gelegenheid om een goede recensie te schrijven had de destijds alom bekende historicus Jan Wagenaar zeker, maar anoniem? Waarom en met welk doel?


Wellicht blijkt een en ander uit de tekst? Mijn verwachtingen tijdens het lezen waren hoog gespannen maar mijn twijfel en teleurstelling groeiden per bladzijde. Nergens had ik het gevoel dat hier die goed geïnformeerde Jan Wagenaar aan het woord was.
Bij alles wat onze anonieme schrijver in de "Hedendaagsche Vaderlandsche Letter-oefeningen..." weet te vertellen over de door Huydecoper gebruikte bronnen, wordt keurig en uitsluitend verwezen naar diens mededelingen daarover, in de verschenen uitgave onder vermelding van het desbetreffende deel en bladzijde. En als het gaat over de gevolgen van de verbeterde geschiedkundige inzichten die Huydecoper's uitgave bij Wagenaar teweeg hadden gebracht: "De Schryver der Vaderlandsche Historie, of onze Vaderlandsche Schryver, gelyk hy denzelve veeltijds noemt , krygt hier ook zyne beurt; en men weet, uit het Voorberigt voor den tweeden, als mede uit de Byvoegsels op den eersten druk, dat die Heer reeds van eenigen deezer Verbeteringen gebruik gemaakt heeft" (blz. 5). Zou Wagenaar - 'die Heer' - zo onpersoonlijk en afstandelijk naar zichzelf verwijzen? Waarom?

Opvallend is ook dat onze anonieme schrijver zijn vingers niet wil branden aan een discussie over de echtheid of onechtheid van Kolyns kroniek omdat dit: "door kundige Liefhebbers bearbeid wordt. Wy willen des liever afwagten, wat hier van komen zal, dan iets op ons te neemen, dat veelligt anderen beter dan ons toevertrouwd is" (blz. 8). Zijn dat de woorden van Jan Wagenaar die allang beter wist? Die, direct bij het verschijnen van Huydecopers uitgave zijn 'Toets van de egtheid...' had geschreven (zoals hij zelf aangeeft in paragraaf III daarvan: "naardemaal die uitgaave nu het licht ziet")?

Ik geloof er niks van...

(*) Ik heb de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag hierover geïnformeerd. Inmiddels is deze foutieve verwijzing verwijderd.

donderdag 27 december 2018

Idolatrie

Mijn dochter (16) is een onvoorwaardelijk en hartstochtelijk fan van een YouTube vlogger in Almere. Kosten noch moeite worden gespaard om in contact te blijven, online en offline. Kleding met zijn naam hangt in haar kast en Almere is opeens 'hot' geworden; de beste plek op aarde om te 'chillen', te leven, wonen en werken...
Die idolatrie heeft ze niet van mij (dacht ik vaak genoeg), maar onlangs sloeg de twijfel toe. Oordeelt u zelf.



Via Catawiki kocht ik voor een luttel bedrag (bijna € 64,- euro, alles inclusief) een uitgave van mijn boekenplankheld de achttiende eeuwse Amsterdamse (stads)historicus Jan Wagenaar (1709-1773). Het gaat om: "’T verheugd Amsterdam ter gelegenheid van het plegtig bezoek hunner doorlugtige en koningklyke hoogheden Willem, prinse van Oranje en Nassau, erfstadhouder der vereenigde Nederlanden, enz. enz. enz. en zyne gemaalinne Fredrica Sophia Wilhelmina Prinsesse van Pruissen, op maandag, den 30 May, en eenige volgende dagen des jaars 1768. Door Jan Wagenaar, Historieschryver der gemelde stad” (Amsterdam, 1768). Een populaire niet geïllustreerde volksuitgave (ik kocht de eerste druk van de twee die in octavo formaat verschenen). Het boekje kostte destijds slechts twaalf stuivers maar er verscheen voor de elite ook een rijk geïllustreerde editie op groot mediaan folio en 'best Fransch papier' voor twee gulden en twaalf stuivers (die ook in mijn bibliotheek staat).
In het oeuvre van Jan Wagenaar is deze uitgave een beetje een buitenbeentje.
Het is immers geen geschiedkundig werk maar een journalistiek verslag van een gebeurtenis die hijzelf van nabij meemaakte. Zijn doel was enerzijds om een blijvende herinnering te schrijven voor de deelnemers aan de 'Koninklijke' inhuldiging, anderzijds om voor de toekomstige lezers te beschrijven "hoe men 't hebbe aangelegd, om de woeligste plegtigheden, in eene zeer groote en volkryke Stad, genoeglyk en met orde, te doen afloopen" (blz. 8/9).


Mijn nieuwe aanwinst zit in een eenvoudige papieren omslag (kievitsmarmer) en is niet bepaald zeldzaam maar desondanks gaat het om een zeer begeerlijk object.
Het is namelijk een opdrachtexemplaar met voorin de handgeschreven tekst: "Den WelEd. Heere Mr. Nicolaas Bondt. Van zijne WelEd. D.W. Dienaar Jan Wagenaar".
Een uniek boekje dus waarbij onmiddellijk de vraag in mij opkwam of er meer opdrachtexemplaren bekend zijn van hem (?). In ieder geval bezit ik nu ook iets persoonlijks van mijn idool; zijn handtekening! Niet zo maar zijn signatuur, verweesd, afgeknipt van een brief door (met name negentiende eeuwse) verzamelaars van autografen maar, zoals deze bibliofiel het graag ziet, in één van zijn uitgaven. Een nieuw hoogtepunt in mijn Wagenaar collectie!


Wat ooit in mijn vroege bibliofiele tienerjaren begon met het kopen van wat losse prentjes uit de werken van Jan Wagenaar is anno 2018 gegroeid tot een verzameling met diverse uitgaven, en verschillende portretten. Mijn vorige hoogtepunt was de aanschaf van zijn zeldzame doodsbericht maar dit unieke opdrachtexemplaar is een nieuwe bekroning van mijn Wagenaarverzameling.

Het boekje was destijds een geschenk aan mr. Nicolaas Bondt (1732-1792). Bondt was een rechtsgeleerde met interesse in literatuur en wetenschap, die pas in 1758 Amsterdams poorter werd. Bij het Amsterdams stadsbestuur had hij veel aanzien en werd hij regelmatig geraadpleegd op het gebied van zijn specialisatie; het handelsrecht (zee-, wissel- en verzekeringsrecht). Wagenaar heeft hem waarschijnlijk leren kennen in zijn functie als eerste klerk ter secretarie op het stadhuis van Amsterdam. Bondt was zodoende, mede gezien de formulering van de opdracht ('Jan' i.p.v. 'J.' en 'Dienaar'), een goed bevriende zakelijke relatie. Na het overlijden van Bondt werd zijn bibliotheek verkocht. In de veilingcatalogus komen we dit boekje tegen op blz. 53, nr. 706.


Het boekje verkeerde in goede staat, maar de papieren omslag kon wel wat cosmetische restauratie gebruiken (de rug ontbrak). Bovendien wilde ik er (ter bescherming) een passende cassette voor laten maken. Last 'but not least' leek het mij leuk om aan de cassette twee portretgravures toe te voegen. Eén van Jan Wagenaar door Jacob Houbraken en wel het portret dat soms in de tweede druk van deze uitgave voorkomt en het (iets later vervaardigde) portret van Nicolaas Bondt door Reinier Vinkeles uit: "De Vaderlandsche Historie" (het vervolg op de oorspronkelijke serie van Jan Wagenaar, deel 25, Amsterdam, 1800).


Voor de portretten nam ik contact op met antiquariaat Goltzius (van Ard van der Steur) bij wie ik in juli al een ander portret van Jan Wagenaar had gekocht (zie hier, aanwinst 8).
Voor € 45,- euro werd ik eigenaar van beide portretten. Leuke bijkomstigheid is dat ik nu vrijwel alle verschillende contemporaine portretgravures van Jan Wagenaar bezit (die allemaal teruggaan op het geschilderde portret van Jacobus Buys uit 1766).


Voor de restauratie en cassette benaderde ik Natasha Herman van de Redbone Bindery in Groningen die ik ken als lid van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen. Ik mailde haar wat gegevens en een tweetal ontwerpschetsen en maakte vervolgens een afspraak om op de Amsterdam International Antiquarian Book & Map Fair 2018 het een en ander te bespreken. Op basis hiervan maakte ze een ontwerp en offerte. Het werd een buitencassette in donkerbruin linnen ('clamshell box') en een binnencassette in lichtbruin linnen. De laatste voorzien van twee 'titeletiketten'; de eerste een kopie van de titelpagina (met aan de achterzijde het portret van Jan Wagenaar), de tweede met de tekst "Jan Wagenaar (1709-1773) AAN Nicolaas Bondt (1732-1792)" (met op de achterzijde het portret van Nicolaas Bondt). Beide portretten in een sierrand van kievitsmarmer. Het boekje ligt verdiept in het middengedeelte en kan er makkelijk worden uitgehaald door het brede bruine lint iets omhoog te trekken. Het is een fraai geheel geworden zoals u op de foto's kunt zien.


Ik hoor u denken, wat kost dat nou?
Welnu, voor de restauratie van het boekje betaalde ik € 170,- euro en de cassette kostte
€ 510,- euro (beiden exclusief 21 % btw en € 20,- verzendkosten). Ik ben het met u eens, een fors bedrag (alles bij elkaar € 847,- euro) voor deze boektempel die er mag zijn en die veel weg heeft van een triptiek, een religieus drieluik, dat zo af en toe open gaat voor de boek liefhebbende gemeente die er in vrome aanbidding van kan genieten.
Bibliofiele idolatrie in optima forma!

vrijdag 13 oktober 2017

Een oude gewoonte


Op de laatste antiquarenbeurs in het Marriott Hotel heb ik vooral veel gekeken en gepraat.
Gekocht heb ik niets... hoewel...
Ik sprak even met Arine van antiquariaat Van der Steur en sprak af dat ik haar zou mailen met wat vragen.
Eén daarvan was de vraag of zij beschikten over het portret van Willem Bilderdijk (1756-1831) door Jan Hulstkamp (1759-1786) uit 1786, met gedicht van Jan Willem Kumpel (1757-1826) wiens lot zo dramatisch verbonden was met Bilderdijk! Het antwoord was positief, er waren zelfs meerdere exemplaren, en één daarvan kwam mijn kant op.
Inmiddels heb ik het portret ontvangen en toegevoegd aan mijn bijzondere exemplaar van "Mijn Verlustiging" (Leiden/Amsterdam, 1781), waarover ik hier schreef. Trouwe lezers van mijn blog weten dat ik dat wel vaker doe met portretgravures en daarom leek het me aardig daarover iets meer te vertellen.

Anders dan vrijwel alle moderne industrieel vervaardigde uitgaven van tegenwoordig was het oude (met de hand vervaardigde) boek nooit standaard.
Tekst, illustraties en band waren aparte onderdelen met hun eigen vaklieden (drukker, graveur, binder). Illustraties werden bovendien door uitgevers vaak gebruikt voor verschillende titels. Daarom vinden we bijvoorbeeld portretten uit Jakobus Kok: “Vaderlandsch Woordenboek (Amsterdam, 1785-1799) ook terug in de "Vaderlandsche Historie..." van Jan Wagenaar (1709-1793).
Een goed voorbeeld van een uitgave die in tal van variaties door de uitgever werd aangeboden (en dan nog door de koper zelf kon worden aangevuld en verrijkt zoals u verderop kunt lezen) is de achttiende eeuwse Amsterdamse stadsgeschiedenis van Jan Wagenaar.

Uitgever en koper bepaalden dus uiteindelijk hoe een boek er kwam uit te zien. Het verrijken van boeken door het toevoegen van (extra) portretten, kaarten of afbeeldingen is in de boekenwereld en bibliofilie een oude gewoonte (NB. lees ook mijn: "Een boek naar eigen smaak").
Engelse boekenvrienden praten dan over een ‘grangerized copy’ naar James Granger (1723-1776) en sommige van zijn navolgers als de Britse Alexander Meyrick Broadley (1847-1916), wiens rijke bibliotheek tal van boeken kende voorzien van honderden extra illustraties, waren daar bepaald handig in!

Voorbeelden van oude uitgaven die door een vorige (vaak de eerste) eigenaar werden verrijkt bevinden zich ook in mijn collectie.

Een zeventiende eeuws voorbeeld is het ingekleurde portret van Pieter Corneliszoon Hooft (1581-1647) door Reinier van Persijn (ca. 1614-1668), naar een schilderij van Joachim von Sandrart, en met een latijns gedicht van Casparus Barlaeus). Het werd door een vorige bezitter toegevoegd aan de eerste druk van: "Neederlandsche Histoorien, Sedert de ooverdraght der Heerschappye van Kaizar Karel den Vyfden, op Kooning Philips zynen zoon" (Amsterdam, 1642). Bijzonder is dat het contemporain door een goede 'afsetter' werd ingekleurd (let op de glanseffecten in de zwarte mantel en de roze wangetjes!) en dat is iets dat je eerder en vaker tegenkomt bij oude topografische kaarten en historieprenten.

Een ander achttiende eeuws voorbeeld in mijn boekenkast is een los vierde deel (groot folio) van de eerdergenoemde stadsbeschrijving van Jan Wagenaar. Behalve de gebruikelijke platen heeft de koper vier grote portretgravures en acht historieprenten vooral met betrekking op gebeurtenissen in 1787 extra laten inbinden. Verschillende daarvan heb ik eerder besproken zoals het portret van de dappere burger-kapitein Abraham Valentijn uit 1787, het portret van de Amsterdamse burgervader mr. Egbert de Vrij Temminck (1700-1785) en vier afbeeldingen (proefdrukken) van de beruchte begrafenis van de Oranjegezinde Doelist Daniel Raap in 1754.


Maar zoals ik in de inleiding al schreef voeg ik dus ook zelf regelmatig portretten toe aan mijn oude boeken. Dat kan op verschillende manieren.
Bijvoorbeeld; het portret van Jan Fredrik Helmers (1767-1813) door Philippus Velijn (1787-1836), dat ik kocht voor mijn bijzondere uitgave van de "Hollandsche natie in zes zangen" (Den Haag, 1812), is als apart blad tussen de blanco bladen van het voorwerk gezet (met behulp van wat boekbindersstijfsel).
Datzelfde lukte mij met het portret van Adriaan Kluit (1735-1807) niet!
Het formaat van zijn: "Historia Critica Comitatus Hollandiae et Zeelandiae ab Antiquissimis Inde Deducta Temporibus” (Middelburg 1777-1782)", waaraan ik het toevoegde, is immers veel groter dan de portretgravure van Ludwig Gottlieb Portman (1772-1828). Daarom zit zijn portret geplakt op de binnenzijde van het voorplat.


Dat laatste deed ik ook met het portret van Robert Hennebo (1685-1737) door Christian Friedrich Fritzsch (1719-voor 1774) dat ik toevoegde aan de "Verzamelde dicht-werken van Robert Hennebo” (Diverse plaatsen, 1767), waarover u hier kunt lezen. Dit portret werd destijds los verkocht voor zes stuivers, “Om door de liefhebbers by de GEDICHTEN en SCHIM van HENNEBO te kunnen gevoegd worden” (Leydse courant van 6 mei 1767). Een oude gewoonte dus, dat toevoegen van portretten!


Een portret dat nadrukkelijk wél voor een specifieke uitgave werd vervaardigd is de afbeelding van Johannes Florentius Martinet (1729-1795) door Reinier Vinkeles (1741-1816) uit 1778. Op de gravure is rechtsboven 'IV.D. Pl.7' te zien. Het is een verwijzing naar het vierde deel (plaat 7) van zijn “Katechismus der natuur" (Amsterdam 1778-1779). Ik plaatste mijn exemplaar in zijn "Huisboek voor vaderlandsche huisgezinnen” (Amsterdam, 1793), zoals u hier kunt lezen.


Twee publicaties in mijn bibliotheek waarover ik nog niet schreef maar waaraan ik ook auteursportretten toevoegde zijn:
A. De afbeelding van Mr. Jacobus Scheltema (1767-1835) in 1818 gegraveerd door Jacob Ernst Marcus (1774-1826) aan zijn: "Geschied- en Letterkundig Mengelwerk" (Amsterdam, 1818-1836) en:
B.  De afbeelding van Simon Styl (1731-1804), door eerdergenoemde Reinier Vinkeles, aan: "De opkomst en bloei der vereenigde Nederlanden" (Amsterdam/Harlingen, 1778). 


En nu dus, als voorlopige laatste, Bilderdijk.
Wederom Bilderdijk moet ik zeggen, want het is mijn tweede portret van deze 'gefnuikte arend' dat ik aan een oude uitgave toevoeg. Zoals ik in: "Collectievorming" beschreef heb ik een ander Bilderdijk-portretje, gegraveerd in 1819 door Hendrik Willem Caspari (1770-1829), geplakt in zijn vroeg negentiende eeuwse bewerking van: “Joannes Antonides v.d. Goes, Gedichten, met ophelderende aanteekeningen” (Leiden, 1827-1836).


Dat portretje zou trouwens, evenals vele andere portretten van Bilderdijk, bepaald misstaan hebben in zijn erotische debuut "Mijn Verlustiging". Wat mij betreft kwam alleen het portret van Jan Hulstkamp daarvoor in aanmerking al was het maar omdat Bilderdijk dit portret typeerde als; "een Wildeman, het dolhuis uitgevlogen".
Bilderdijks weinig vleiende opmerking werkte voor mij natuurlijk als een aanbeveling! Immers; alleen die Bilderdijk schreef erotische poëzie en niet de man die we op talrijke andere portretten zien als geleerde advocaat, gezaghebbend taalkundige of eerzaam schrijver.


Hieruit blijkt wel dat ik niet elk portret zo maar aan een uitgave toevoeg. Het moet zoveel mogelijk contemporain zijn en gevoelsmatig ‘passen’. Zo heb ik nog geen auteursportret kunnen plaatsen in mijn exemplaar van: "Gedichten, van J. Antonides vander Goes” (Amsterdam, 1685).
Niet omdat de afbeelding van Antonides van der Goes niet verkrijgbaar is, vooral de prent gegraveerd door Pieter van Gunst (ca. 1659-1731) is antiquarisch ruim voorradig, maar omdat ik uitsluitend de afbeelding gegraveerd door Jacobus Gole (1665-1724) vind passen. Alleen dat portret komt nog wel eens voor in eerste druk uit 1685 terwijl het portret door Van Gunst pas verschijnt in de derde druk van al zijn gedichten (1714)

Het toevoegen van extra illustraties aan oude boeken, waaronder portretten, mag dan een oude gewoonte zijn; ik ken (nog) geen andere bibliofiele medeverzamelaars die doen wat ik doe. U wel?

vrijdag 28 oktober 2016

Vier onbekende proefdrukken


Mijn vierdelige uniform in perkament gebonden beschrijving van Amsterdam (in folio) door Jan Wagenaar (1709-1773), waarover ik al eerder schreef, is één van mijn favoriete topstukken in mijn ‘private library’.

Toen ik deze set van een particulier kon kopen verkocht ik mijn driedelige uitgave gebonden in half leer (in folio), maar behield ik een los vierde deel (groot folio, in half leer) dat ik ooit separaat had gekocht. Het vierde deel verscheen anoniem, vele jaren na de dood van Jan Wagenaar, maar tegenwoordig wordt algemeen aangenomen dat de auteurs Jan Fokke (1742-1812), zoon van de bekende tekenaar en graveur Simon Fokke (1712-1784), en Jacobus Kok (1734-1788) zijn.
Beiden waren ook al verantwoordelijk voor een ander ‘allernoodzaaklykst werk’; het “Vaderlandsch Woordenboek”.

Ik bewaarde dit losse deel niet alleen omdat de daarin gebruikelijk aanwezige stadsgezichten uitzonderlijk schoon en fraai bewaard zijn gebleven maar ook omdat er diverse grote portretten en interessante historieprenten extra zijn bijgebonden. Daarvan heb ik er al een paar eerder besproken zoals u hier en hier kunt lezen.
Toen ik onlangs daarin wat bladerde viel mijn oog op een blad (tussen blz. 226/227) met vier gravures die de tumultueuze gebeurtenissen verbeelden rond de begrafenis van de Amsterdamse Oranjegezinde Doelist Daniel Raap (1703-1754).


De vier prenten zijn op één blad afgedrukt en nog niet losgesneden van elkaar. Geheel onderaan het blad staat in cursief twee maal “proefdruk”.
De term ‘proefdruk’ kom je wel vaker tegen in de prenthandel en verdient een korte toelichting.

Proefdruk. Druk door de kunstenaar gemaakt vóór de voltooiing van de plaat ter controle van zijn vorderingen. Zeldzaam, dus gezocht. Daarom drukte men in de 18e eeuw grote aantallen prenten met de vermelding ‘proefdruk’ voordat het opschrift of de titel op de plaat waren aangebracht” (In: “Het prenten-ABC. Termen en begrippen uit de prentkunst in het kort verklaard” (z.j./z.p. uitgave Rijksmuseum Stichting/Rijksprentenkabinet, educatieve dienst, blz. 25).


En in het bekende handboek van John Carter & Nicolas Barker: “ABC for book collectors” (New Castle/London, 2004) lezen we daarover:

A term used to describe proofs of engravings, etc., taken (sometimes on special paper) before the addition of caption, imprint, date or other matter, while the engraved design was in its freshest state.
Of the more ambitious illustrated books of the late 18th and early 19th centuries there was sometimes a special issue, at considerably advanced price, with the tekst on large or fine paper and ‘proof impressions of the plates’. These would often be proofs before letters
” (blz. 178).

Terug naar mijn boek en blad.
De vier afbeeldingen zijn Romeins genummerd. Onder de twee maal gedateerde prentjes staan drie namen. Die van de tekenaar Simon Fokke, ‘ad. viv. del. 1754’, de uitvoerder/opdrachtgever voor de prent, zijn zoon: Arend Fokke Simonsz. (1755-1812), ’exudit’ (de broer van de eerdergenoemde Jan Fokke!) en de graveur: Cornelis Brouwer (1731/1735-1803), ‘sculp. 1786’. Ze stellen voor:

I. Tumult op de Dam (Amsterdam) bij de begrafenis van Daniël Raap. De lijkbaar van Raap wordt vernield.

II. Onrust voor - en vernielingen aan het huis van de overleden Daniël Raap, voormalig voorman van de Doelisten, aan de Vijgendam in Amsterdam.

III. De kist met het stoffelijk overschot van Daniël Raap wordt ‘s nachts in het geheim naar de Oude Kerk in Amsterdam gebracht om begraven te worden. In alle haast is de kist verkeerd om gelegd, met het hoofd bij het achtereinde van het paard!

IV. Nachtelijke begrafenis (04.00 uur!) bij toortslicht van Daniël Raap in de Oude Kerk te Amsterdam (graf in de Elisabeth Gavenkapel, nr. 44).


De vier prenten zijn evenals de voortekening voor deze serie (uit de Collectie/Atlas Louis Splitgerber) terug te vinden in de beeldbank van het Stadsarchief Amsterdam.

Voor historieplaten raadpleeg ik altijd het bekende naslagwerk van Frederik Muller: “Nederlandse Historieplaten”, waarvan ik de herdruk in cassette door Nico Israël bezit (Amsterdam, 1970). Muller geeft bijzonder uitvoerige informatie over deze vier prentjes (nr. 4057).

Zo weet hij te vertellen dat ze illustratiemateriaal waren voor: “De Vaderlandsche Historie in themata” (Amsterdam, 1783), waarvan de auteur ‘de geestige schrijver en vurig patriot’ Arend Fokke Simonsz. was. Deze populaire uitgave telde in ieder geval zes herdrukken (1786, 1788, 1796, 1801, 1816 en de laatste in 1825) met een telkens toenemend aantal illustraties. Ondanks de talrijke herdrukken is een compleet exemplaar van deze uitgave behoorlijk schaars.


Deze informatie was mij wel bekend maar onbekend, en belangrijker voor mijn verhaal, is zijn slotopmerking met betrekking tot de proefdrukken voor deze uitgave.

Voorts zijn bij dit No., gevoegd 3 folio vellen, waarop 11 (nog niet van elkander gesneden) plaatjes in 12°, in allereersten proefdruk voor alle letter, allen door S. Fokke, doch waarvan slechts 6 tot deze Vaderl. Hist. in them. behooren en 5 tot eenen roman van dien tijd. Deze afdrukken zijn zóó fraai dat de latere afdrukken in de Vad. Hist. er bijna niet uit te herkennen zijn; deze 6 plaatjes zijn namelijk: die over de voorvallen op 1779 29 dec., 1780 20 mei, 1783 Afvuring voor v.d. Capellen, 1790 10 Aug. en 2 van veel vroegere jaren”.

Samen met mijn vier - voor Muller onbekende proefdrukken - zijn er nu dus tien proefdrukken bekend van illustraties voor “De Vaderlandsche Historie in themata”.
Perkamentus zoekt ondertussen gewoon verder...