Op de laatste
antiquarenbeurs in het Marriott Hotel heb ik vooral veel gekeken en gepraat.
Gekocht heb ik niets... hoewel...
Ik sprak even met Arine van
antiquariaat Van der Steur en sprak af dat ik haar zou mailen met wat vragen.
Eén daarvan was de vraag of zij beschikten over
het portret van Willem Bilderdijk (1756-1831) door Jan Hulstkamp (1759-1786) uit 1786, met gedicht van
Jan Willem Kumpel (1757-1826)
wiens lot zo dramatisch verbonden was met Bilderdijk! Het antwoord was positief, er waren zelfs meerdere exemplaren, en één daarvan kwam mijn kant op.
Inmiddels heb ik het portret ontvangen en toegevoegd aan mijn bijzondere exemplaar van "
Mijn Verlustiging" (Leiden/Amsterdam, 1781), waarover ik
hier schreef. Trouwe lezers van mijn blog weten dat ik dat wel vaker doe met portretgravures en daarom leek het me aardig daarover iets meer te vertellen.
Anders dan vrijwel alle moderne industrieel vervaardigde uitgaven van tegenwoordig was het oude (met de hand vervaardigde) boek nooit standaard.
Tekst, illustraties en band waren aparte onderdelen met hun eigen vaklieden (drukker, graveur, binder). Illustraties werden bovendien door uitgevers vaak gebruikt voor verschillende titels. Daarom vinden we bijvoorbeeld portretten uit
Jakobus Kok: “Vaderlandsch Woordenboek” (Amsterdam, 1785-1799) ook terug in de "
Vaderlandsche Historie..." van
Jan Wagenaar (1709-1793).
Een goed voorbeeld van een uitgave die in tal van variaties door de uitgever werd aangeboden (en dan nog door de koper zelf kon worden aangevuld en verrijkt zoals u verderop kunt lezen) is de achttiende eeuwse
Amsterdamse stadsgeschiedenis van Jan Wagenaar.
Uitgever en koper bepaalden dus uiteindelijk hoe een boek er kwam uit te zien. Het verrijken van boeken door het toevoegen van (extra) portretten, kaarten of afbeeldingen is in de boekenwereld en bibliofilie een oude gewoonte (NB. lees ook mijn: "
Een boek naar eigen smaak").
Engelse boekenvrienden praten dan over een ‘grangerized copy’ naar
James Granger (1723-1776) en sommige van zijn navolgers als de Britse
Alexander Meyrick Broadley (1847-1916), wiens rijke bibliotheek tal van boeken kende voorzien van honderden extra illustraties, waren daar bepaald handig in!
Voorbeelden van oude uitgaven die door een vorige (vaak de eerste) eigenaar werden verrijkt bevinden zich ook in mijn collectie.
Een zeventiende eeuws voorbeeld is het
ingekleurde portret van
Pieter Corneliszoon Hooft (1581-1647) door
Reinier van Persijn (ca. 1614-1668), naar een schilderij van
Joachim von Sandrart, en met een latijns gedicht van
Casparus Barlaeus). Het werd door een vorige bezitter toegevoegd aan de eerste druk van: "
Neederlandsche Histoorien, Sedert de ooverdraght der Heerschappye van Kaizar Karel den Vyfden, op Kooning Philips zynen zoon" (Amsterdam, 1642). Bijzonder is dat het contemporain door een goede '
afsetter' werd ingekleurd (let op de glanseffecten in de zwarte mantel en de roze wangetjes!) en dat is iets dat je eerder en vaker tegenkomt bij oude topografische kaarten en historieprenten.
Een ander achttiende eeuws voorbeeld in mijn boekenkast is een los vierde deel (groot folio) van de eerdergenoemde stadsbeschrijving van Jan Wagenaar. Behalve de gebruikelijke platen heeft de koper vier grote portretgravures en acht historieprenten vooral met betrekking op gebeurtenissen in 1787 extra laten inbinden. Verschillende daarvan heb ik eerder besproken zoals het portret van
de dappere burger-kapitein Abraham Valentijn uit 1787, het portret van
de Amsterdamse burgervader mr. Egbert de Vrij Temminck (1700-1785) en vier afbeeldingen (proefdrukken) van de beruchte begrafenis van
de Oranjegezinde Doelist Daniel Raap in 1754.
Maar zoals ik in de inleiding al schreef voeg ik dus ook zelf regelmatig portretten toe aan mijn oude boeken. Dat kan op verschillende manieren.
Bijvoorbeeld; het portret van Jan Fredrik Helmers (1767-1813) door
Philippus Velijn (1787-1836), dat ik kocht voor
mijn bijzondere uitgave van de "
Hollandsche natie in zes zangen" (Den Haag, 1812), is als apart blad tussen de blanco bladen van het voorwerk gezet (met behulp van wat boekbindersstijfsel).
Datzelfde lukte mij met het portret van Adriaan Kluit (1735-1807) niet!
Het formaat van zijn: "
Historia Critica Comitatus Hollandiae et Zeelandiae ab Antiquissimis Inde Deducta Temporibus” (Middelburg 1777-1782)",
waaraan ik het toevoegde, is immers veel groter dan de portretgravure van
Ludwig Gottlieb Portman (1772-1828). Daarom zit zijn portret geplakt op de binnenzijde van het voorplat.
Dat laatste deed ik ook met het portret van Robert Hennebo (1685-1737
) door Christian Friedrich Fritzsch (1719-voor 1774) dat ik toevoegde aan de "
Verzamelde dicht-werken van Robert Hennebo” (Diverse plaatsen, 1767), waarover u
hier kunt lezen. Dit portret werd destijds los verkocht voor zes stuivers, “
Om door de liefhebbers by de GEDICHTEN en SCHIM van HENNEBO te kunnen gevoegd worden” (Leydse courant van 6 mei 1767). Een oude gewoonte dus, dat toevoegen van portretten!
Een portret dat nadrukkelijk wél voor een specifieke uitgave werd vervaardigd is de afbeelding van
Johannes Florentius Martinet (1729-1795) door
Reinier Vinkeles (1741-1816) uit 1778. Op de gravure is rechtsboven '
IV.D. Pl.7' te zien. Het is een verwijzing naar het vierde deel (plaat 7) van zijn “
Katechismus der natuur" (Amsterdam 1778-1779). Ik plaatste mijn exemplaar in zijn "
Huisboek voor vaderlandsche huisgezinnen” (Amsterdam, 1793), zoals u
hier kunt lezen.
Twee publicaties in mijn bibliotheek waarover ik nog niet schreef maar waaraan ik ook auteursportretten toevoegde zijn:
B. De afbeelding van
Simon Styl (1731-1804), door eerdergenoemde Reinier Vinkeles, aan: "
De opkomst en bloei der vereenigde Nederlanden" (Amsterdam/Harlingen, 1778).
En nu dus, als voorlopige laatste, Bilderdijk.
Wederom Bilderdijk moet ik zeggen, want het is mijn tweede portret van deze 'gefnuikte arend' dat ik aan een oude uitgave toevoeg. Zoals ik in: "
Collectievorming" beschreef heb ik een ander Bilderdijk-portretje, gegraveerd in 1819 door
Hendrik Willem Caspari (1770-1829), geplakt in zijn vroeg negentiende eeuwse bewerking van: “
Joannes Antonides v.d. Goes, Gedichten, met ophelderende aanteekeningen” (Leiden, 1827-1836).
Dat portretje zou trouwens, evenals vele andere portretten van Bilderdijk, bepaald misstaan hebben in zijn erotische debuut "
Mijn Verlustiging". Wat mij betreft kwam alleen het portret van Jan Hulstkamp daarvoor in aanmerking al was het maar omdat Bilderdijk dit portret typeerde als; "
een Wildeman, het dolhuis uitgevlogen".
Bilderdijks weinig vleiende opmerking werkte voor mij natuurlijk als een aanbeveling! Immers; alleen die Bilderdijk schreef erotische poëzie en niet de man die we op talrijke andere portretten zien als geleerde advocaat, gezaghebbend taalkundige of eerzaam schrijver.
Hieruit blijkt wel dat ik niet elk portret zo maar aan een uitgave toevoeg. Het moet zoveel mogelijk contemporain zijn en gevoelsmatig ‘passen’. Zo heb ik nog geen auteursportret kunnen plaatsen in mijn exemplaar van: "Gedichten, van J. Antonides vander Goes” (Amsterdam, 1685).
Niet omdat de afbeelding van Antonides van der Goes niet verkrijgbaar is, vooral de prent gegraveerd door
Pieter van Gunst (ca. 1659-1731) is antiquarisch ruim voorradig, maar omdat ik uitsluitend de afbeelding gegraveerd door
Jacobus Gole (1665-1724) vind passen. Alleen dat portret komt nog wel eens voor in eerste druk uit 1685 terwijl het portret door Van Gunst pas verschijnt in de derde druk van al zijn gedichten (1714)
Het toevoegen van extra illustraties aan oude boeken, waaronder portretten, mag dan een oude gewoonte zijn; ik ken (nog) geen andere bibliofiele medeverzamelaars die doen wat ik doe. U wel?