Posts tonen met het label G. Brouwer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label G. Brouwer. Alle posts tonen

vrijdag 20 augustus 2010

Antiquaar worden?

Waarom wordt je geen antiquaar?
Die vraag is mij al regelmatig gesteld, zeker nu ik op zoek ben naar werk in het cultureel erfgoed. Antiquaar worden is toch niet moeilijk? Je koopt goedkoop een partij boeken in en verkoopt ze vervolgens duurder via internet. Beschrijvingen kun je indien nodig kopiëren uit de online catalogi van erkende gerenommeerde antiquariaten en de prijs moet altijd net iets lager zijn dan bij de concurrent zodat je als eerste je handel verkoopt.
Ik acht het zeer waarschijnlijk dat dit de gedachte is bij 90 % van de verkopers die hun waren aanbieden via Marktplaats en Boekwinkeltjes. Wat mij betreft ben je hiermee op zijn best handelaar in boeken maar nog geen antiquaar.

Daar komt bij dat het vak feitelijk alleen maar in de praktijk valt te leren. Er bestaat helaas geen opleiding of cursus ‘antiquaar worden’. Een poging daartoe, vanuit de Nederlandse Vereniging van Antiquaren (NVVA), is er na de oorlog wel geweest maar helaas mislukt.
Zijn er dan wellicht nog lesboekjes? Als ik zo in mijn collectie grasduin kom ik er vier tegen die met dat doel zijn geschreven.
Twee Duitse boekjes, een van P. Schroers en B. Hack: “Das Antiquariat” (Söcking, 1949) en wat uitgebreider B. Wendt: “Der antiquariats-buchhandel: ein lehrbuch fur junge antiquare” (Hamburg, 1952) en twee Nederlandse boekjes, een van A.J. Roebert: “Antiquariaat en veilingwezen” (Amsterdam, 1959) en de ander van B. de Graaf: “Het Antiquariaat” (Amsterdam, 1968). Je zou zeggen dat er na ruim veertig jaar sinds de laatste publicatie weer eens wat nieuws moet verschijnen, maar ik zie dat (helaas) niet gauw gebeuren.

Daarnaast zijn er nog herinneringen en ervaringen van de antiquaren zelf maar Piet Buijnsters constateerde al in zijn “Geschiedenis van het Nederlandse antiquariaat” (Nijmegen, 2007) dat in Nederland jammer genoeg maar een enkeling zijn belevenissen heeft opgeschreven. Weliswaar van origine geen Nederlander, maar wel antiquaar in Nederland was W. Junk.


Hij schreef: “50 Jahre antiquar” (’s-Gravenhage, 1949); een boek dat tot de verplichte literatuur behoorde in de opleidingstijd van antiquaar A. Gerits (zie blz. 70, in zijn: “Op dubbelspoor en Pilatusbaan. Boeken als middel van bestaan” (Zutphen, 2000).
Onlangs kocht ik een exemplaar van Junk’s boek met het bekende ex-libris van Ger Brouwer (1919-2005), oud bibliothecaris van de Vereniging ter bevordering van de belangen des Boekhandels te Amsterdam (thans de Bibliotheek van het Boekenvak). 'By the way' rookte Ger? Zijn boeken ruiken altijd naar tabak...

Wie Junks boek leest proeft nog iets van een leermeester die meer wil dan alleen maar zijn herinneringen opschrijven en zijn ervaringen doorgeven. Dat had ik al een stuk minder tijdens het lezen van het boek van Gerits maar ook bij het later verschenen boekje van Menno Hertzberger: “Boeken, veel boeken – en mensen” (Nijmegen, 2008). Dat neemt niet weg dat het uitermate plezierig en nuttig leesvoer is en de oproep van Junk aan het einde van zijn boek blijft dan ook onverkort van kracht: “Ich schliesse mit dem Ausdruck der Ueberzeugung, dass es nützlich wäre, wenn jeder alte Antiquar seine Erfahrungen, die er durch Jahrzehnte gesammelt hat, nicht mit sich in das Grab nehmen würde”.


Volgende week begint de Summerschool ‘In de ban van het boek’ bij de Universiteit van Amsterdam. Ik volg een cursus, een workshop en een lezing. Samen met eerdergenoemde boekjes moet ik het daarmee voorlopig doen. Nu nog een werkplek bij een ‘echte’ antiquaar!

dinsdag 8 december 2009

Geen plek!

Het Amsterdamse Waterlooplein is niet meer wat het vroeger was.
De enige kraam waar ik met enige regelmaat langsloop is die van Jos Albers.
Behalve Jos staan er nog een paar anderen die wat met boeken doen, maar de omschrijving 'handelaren in oud papier’ is op hen beter van toepassing. Voor de rest is de markt uitermate aantrekkelijk voor verzamelaars van tweedehands kleding, graffitispuiters die nog verf zoeken, elektrahobbyisten en rommelsnuffelaars. Hier en daar wat kitsch, toeristenparafernalia en hele of halve zwervers die op kleedjes de oogst van hun nachtelijke vuilnisbakkentocht aanbieden dan wel de bekende zolder opruimzooi.

Het bruine doosje met boeken op een van die kleedjes viel me op omdat het stond als een rots te midden van een branding aan kurkentrekkers, serviesgoed, sleutelhangers, borrelglazen, stopcontacten en andere kleine troep. Zo te zien een seriewerkje en bij nadere inspectie niet het minste. Het ging om dr. W.P. C. Knuttel (1854-1921): “Catalogus van de pamfletten-verzameling berustende in de Koninklijke Bibliotheek. (1486-1853)“, ‘s Gravenhage 1889-1920. Een complete eerste druk, negen delen in elf banden, inclusief supplement en alfabetisch register.
De serie was opnieuw gebonden in eenvoudige banden en, aan het ex-libris te zien, ooit in bezit geweest van Ger Brouwer (1919-2005), oud bibliothecaris van de Vereniging ter bevordering van de belangen des Boekhandels te Amsterdam (thans de Bibliotheek van het Boekenvak).

De verkoper; bierbuik, bouwvakkers decolleté, ongeschoren en ongewassen haar, reageerde bij gebrek aan een compleet gebit enigszins onverstaanbaar op mijn vraag wat de serie moest kosten.
Na enig gepuzzel bleek hij per deel tien euro en voor de serie compleet honderd euro te willen ontvangen!
Nu is een Knuttel - nog steeds een zeer bruikbaar naslagwerk met beschrijving van meer dan 30.000 titels - niet zozeer zeldzaam (althans de in 1978 verschenen herdruk!) als wel kostbaar.
Ik schatte de waarde van het aangeboden exemplaar op zo’n achthonderd euro en dus viel de aanschaf mij niet zwaar.
Dat wil zeggen financieel niet want om vervolgens de boekenschat mee te torsen naar huis, was nog een hele toer.

Thuisgekomen wachtte mij echter een andere verrassing: geen plek!
Mijn boekenkasten puilen uit en ik weiger stapels op de vloer te gaan maken want dan is het einde nabij, hoewel je best leuke muurtjes kunt bouwen met boeken! Mijn oplossing is het 'wieden' van mijn bibliotheek en de collectie van 'onkruid' ontdoen om dit vervolgens voor (te) weinig geld te verpatsen.
Er is gelukkig steeds minder onkruid, de collectie groeit desondanks en de kwaliteit is sinds mijn studententijd met reuzensprongen verbeterd.

dinsdag 1 september 2009

Boekenjood


Sinds mijn tienerjaren ben ik een regelmatig bezoeker van de Oudemanhuispoort in Amsterdam. Mijn eerste antiquarische schatten heb ik gekocht in de schemerige gang van ‘de poort’, waar diverse antiquaren (zoals Bonset en Pfann) die inmiddels allang weer zijn verdwenen en vervangen door anderen, hun hoog opgestapelde waren aanboden. In mijn beleving hing er toen een heel andere gezellige sfeer. In ieder geval waren de kansen op een koopje in dat internetloze tijdperk groter.

Zo herinner ik mij een winkelkast waarin een stapel ongeordende dissertaties en pamfletten lag uit de 17de en 18de eeuw en waaruit ik een kookboekje viste uit 1669: “De verstandige kock of sorgvuldighe huyshoudster”; voor 50 gulden!
Ik weet nog goed dat ik datzelfde boekje een paar jaren later zag op een boekenbeurs, aangeboden door antiquariaat Nico Israel, voor 1000,- gulden. Uiteindelijk heb ik mijn exemplaar weer doorverkocht (voor ik meen 500,- gulden) aan de bekende culi-goeroe Johannes van Dam toen die nog eigenaar was van de Amsterdamse kookboekhandel in de Runstraat. Ik prijs mij gelukkig in de wetenschap dat mijn voormalig bezit nu onderdeel uitmaakt van zijn gastronomische bibliotheek van zestigduizend titels die hij schonk aan de Stichting Gastronomische Bibliotheek (SGB) in de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek.


De boekenmarkt in de Oudemanhuispoort is ontstaan in 1879 toen een destijds op de Botermarkt (nu Rembrandtsplein) gevestigde markt werd opgedoekt en de daar aanwezige boekhandelaren in vijftien zogenaamde winkelkasten (te klein voor een winkel en te groot voor een kast) een plaats konden krijgen. Veel Amsterdamse marktkooplieden hadden een Joodse achtergrond. In het reguliere spraakgebruik was de boekenjood (evenals de voddenjood, linnenjood of zuurjood) een min of meer romantisch begrip. Van deze Amsterdamse ‘boekenjoden’ was Barend Boekman (1869-1942) ongetwijfeld de bekendste.
Op 21 januari 1939 vierde hij zijn zeventigste verjaardag, tegelijk met zijn vijftigjarig jubileum als handelaar in ‘de poort’. In diverse kranten, zoals ‘Het Volk’, ‘De Telegraaf’, ‘Het Volksdagblad’ en ‘Het Algemeen Handelsblad’ werd daar aandacht aan besteed.
Op zijn boekenkast hing toen het onderstaande gedicht van zijn collega’s.

“Boekman in boeken.
Nu al vijftig jaar.
Was hij hier te zoeken.
Altijd fris en klaar!
Heden zijn zijn jaren.
Zeventig in getal.
God zal hem nog sparen.
Gezondheid bovenal!”


Dat mocht niet zo zijn. Nadat Nederland door Duitsland in mei 1940 was bezet werd het voor Joodse handelaren geleidelijk aan onmogelijk om hun handel voort te zetten. Velen werden door de Duitse bezetter afgevoerd naar concentratiekampen. Onder hen ook Barend Boekman en zijn echtgenote die beiden in de gaskamers van Auschwitz omkwamen op 14 september 1942.

Een Joodse antiquaar die de oorlog wel overleefde was Menno Hertzberger (1897-1982).
Hij was ondermeer medeoprichter van de Nederlandse Vereeniging van Antiquaren (NVVA) in 1935. Zeer recent verschenen zijn herinneringen: “Boeken, veel boeken – en mensen” (Amsterdam, 2008). Over Barend Boekman schreef hij het volgende:
“De sfeer op die veilingen was vaak bijzonder levendig, er waren oude getrouwen, zoals de onvergetelijke bouquiniste Barendje Boekman, de bekendste figuur in de Oudemanhuispoort, waar ongeveer 10 bouquinistes stonden. Ik placht Barendje met zijn onafscheidelijke bolhoed altijd een sigaar aan te bieden. Deed ik het niet dan placht hij te zeggen ‘Heb je wat tegen mij?’ En als ik dan wat verbaasd keek, vulde hij aan: ‘Ik kreeg geen sigaar’. In 1955 heb ik een klein boekje uitgegeven ter herinnering aan deze onvergetelijke figuur, een der velen van het Oude volk, die de oorlog niet overleefden”.


Dat boekje werd geschreven door F.J. Dubiez. “Barend Boekman van de Oudemanhuispoort”, telt slechts 34 bladzijden, verscheen niet in de handel en in een beperkte oplage van maar 100 genummerde exemplaren. Treffend schreef Dubiez: “Met het heengaan van Boekman en zijn collega’s uit de poort, is er iets verdwenen, dat wij de ware sfeer zouden willen noemen; een sfeer die de echte boekenliefhebber en verzamelaar niet kan en niet wil missen, omdat hij deze nodig heeft”, en even verder, “In ’t Oude Boeckhuys’ van de heer H.D. Pfann – die in 1949 ook al zijn zilveren jubileum in de poort vierde – leven de laatste resten van de oude roem nog voort. De heer Pfann, is niet alleen boekhandelaar, meer nog een hartstochtelijk verzamelaar, en een even groot boekenkenner als de oude Barend Boekman. Wanneer ook eenmaal deze laatste grote figuur er niet meer is, zal de laatste boekhandelaar van betekenis uit de poort verdwenen zijn en zal definitief met een sympathiek romantisch verleden gebroken zijn”. Dat moment brak uiteindelijk aan in 1981.

Onlangs kreeg ik de gelegenheid om een exemplaar van dit zeldzame boekje aan te schaffen. Het is nummer 73 voorzien van het ex-libris van Ger Brouwer (1919-2005), oud bibliothecaris van de Vereniging ter bevordering van de belangen des Boekhandels te Amsterdam (thans de Bibliotheek van het Boekenvak) waarin ook het archief van Menno Hertzberger zit.
Ik koester mijn exemplaar, deze weemoedige herinnering aan de kleurrijke
‘boekenjood’ Barend Boekman en zijn tijd, uitgegeven door een wereldberoemd antiquaar in een beperkte oplage en afkomstig uit de bibliotheek van een bibliothecaris en boekenliefhebber.
Om met een uitspraak van Boudewijn Büch te besluiten: “Zoiets heet geluk, boekengeluk”.