woensdag 1 december 2021

Het jaar geboekt, november 2021

In de rubriek 'Het jaar geboekt' (zie tabblad bovenaan) houd ik bij wat ik gedurende het lopende jaar per maand bij elkaar verzamel. Na afloop van de maand verplaats ik de lijst met aanwinsten naar de startpagina c.q. homepage en geef ik 'de cijfers'. In de rubriek blijven de voorgaande maand(en) als hyperlink aanwezig. Raadpleeg dus regelmatig de nieuwe rubriek om te zien of er aanwinsten zijn bijgekomen (of wacht op het maandoverzicht).

November 2021; de cijfers...

Totaal aantal objecten: 10.

Gekocht: 7.
Gekregen: 3.

Totaal uitgegeven: € 651,77 euro (incl. verzendkosten).
Gedeeld door 7 is gemiddeld: € 93,11 euro per object.

Via kringloopwinkel: 2 (2, 3).
Via boekhandel: 1 (9).
Via Marktplaats: 1 (1).
Via boekenmarkt: 1 (5.a. t/m 5.s.).
Burgersdijk & Niermans: 1 (8).
Antiekcentrum Amsterdam: 1 (10).

Modern: 2 (6, 7).
Marge & klein bibliofiel drukwerk: 3 (2, 4, 9).
Old & rare: 5 (1, 3, 5.a. t/m 5.s., 8, 10).

November 2021: de aanwinsten...

1. "Auszug aus der hauptprobe der lettergieterij 'Amsterdam' voorheen N. Tetterode / Zierschriften und einfassungen" (Amsterdam, ca. 1924). XXXII, [229] 300-620h, niet doorlopend. Zeldzame uitgave voor de Duitse markt, grotendeels uit de bekende algemene proef van 1916. Op pp. xvii-xxxii "Eenige afbeeldingen onzer fabrieken en werkplaatsen" (Lane 336). Plus: "Suplément" (Amsterdam, [1927?]), 2s-32s (Lane 341). Plus: "Nobel Antieken" ('Typografische mededeelingen', 26 (1930) (Lane 952). Als geheel niet in John A. Lane e.a.: “Letterproeven van Nederlandse gieterijen / Dutch typefounders' specimens” (Amsterdam, 1998). Ongenummerd exemplaar in smetteloos originele bestempelde beige heellinnen band naar een ontwerp van S.H. de Roos (1877-1962). Gekocht via Marktplaats voor € 100,- euro (incl. verzendkosten).


Twee kringloopvondsten deze maand (2 en 3). Totaal betaalde ik € 7,27 euro.
 
2. A. Vermeer: "Het kleine grote boerenlulleboekje of bij ons in lulbroek" (Eemnes, 1979). Klein lullig boekje (13.5 cm. x 9.5 cm.) gedrukt op de handpers ('De Oude Degel') door Rinus de Vringer in een oplage van 400 exemplaren. Gezien het aantal grote boerenlullen dat er alleen al in Nederland rondloopt kan ik deze geringe oplage niet serieus nemen.


3. "Handboekje van den A.N.W.B. Toeristenbond voor Nederland 1921" (z.p., 1921). De 28ste uitgave van dit curiosum dat in geen enkele bibliotheekcollectie werd teruggevonden. Als er elk jaar een nieuwe editie verscheen dan is de eerst in 1893 uitgegeven. Op internet vond ik echter geen negentiende eeuwse exemplaren en maar een paar losse jaargangen uit het begin van de twintigste eeuw.


4. F.A. Janssen: "DIT BEVAT: Een brief aan de drukker. Een korte inleiding tot de historische typografische vormgeving" (Leiden, 1996). Voor mijn verzameling 'Ammonieten' (Zie dit blog). Ik kreeg dit exemplaar gratis van antiquariaat Klikspaan (op de Amsterdamse Spui boekenmarkt) bij nummer 5.


5. Gekocht bij antiquariaat Klikspaan voor € 100,- euro een convoluut met 18 uiterst zeldzame uitgaven (plus 1 losse bijlage) met betrekking tot lokale drankbestrijding in de eerste helft van de negentiende eeuw (* = gevonden in Worldcat.). Dit zijn - met uitzondering van twee uitgaven - alle traktaatjes van het 'Amsterdamsch Matigheid-Genootschap' (opgericht 1843) en 'Afschaffings-Genootschap' (Rotterdam, opgericht 1838) die beide zouden opgaan in de "Nederlandsche Vereeniging tot Afschaffing van Sterken Drank" ('de Blauwe Knoop'). Meer informatie alsmede een uitvoerige titelbeschrijving is te vinden in mijn komende blog: "Matigheid en afschaffing".

6. "Die Luther-Bibel von 1534. Vollständiger Nachdruck" (Köln, 2003). Een tweedelige facsimile-uitgaven van Taschen, gekregen van de Boekensneuper.


7. R. Engelhardt: "Der Initial. Kurzgefasstes Handbuch der Entwicklungsgeschichte des Initials und der Techniken seiner Herstellung" (Leipzig, z.j. [1914]). Samen met de voorgaande gekregen van de Boekensneuper.


8. "Vaderlandsche chronyk; of jaarboek van Holland; Zeeland; en Friesland: Van de vroegste tyden af tot op den dood van Hertog Albrecht van Beijeren…" (Leyden/Amsterdam, 1784. Fraai exemplaar gebonden in perkamenten spitselband (bijna 1000 blz.!). Deze uitgave wordt toegeschreven aan mr. Daniël van Alphen (1713-1797), schepen en griffier van Leiden, maar meer dan een leverancier van bronnen en informatie lijkt hij niet te zijn geweest (zoals blijkt uit de voetnoten in vooral het vierde, tevens grootste hoofdstuk). Zie ook: E.O.G. Haitsma Mulier/G.A.C. van der Lem (476). Gekocht bij Burgersdijk & Niermans (veiling 354, lot 938) voor € 170,- euro (incl. veiling en verzendkosten).


9. G. Komrij (voorwoord): "Gerrit Komrij 60. En daarvan wilde hij leven! Verkooptentoonstelling van manuscripten & documenten, auteursexemplaren van eigen werk, 31 maart-21 april 2004" (Leiden, 2004). Verkoopcatalogus (65) van Aioloz boekhandel & antiquariaat. Eén van de 100 door de jubilaris genummerde en gesigneerde luxe-exemplaren gebonden in heellinnen met stofomslag en cellofaan met als extra de uitnodigingskaart voor de verkooptentoonstelling! Ik kocht nummer 8 bij boekhandel Scheltema in Amsterdam voor € 39,50 euro.


10. "Nieuwe spiegel der jeugd, of Fransche tiranny, zijnde een kort verhaal van den oorsprong en voortgang des oorlogs, 1672. Als mede de schrikkelijke en onmenschelijke wreedheid ende grouwelen door de Fransse in Nederland en elders bedreven. Seer nut en dienstig om in de scholen geleert te worden" (Utrecht, 1742). Gekocht in Antiekcentrum Amsterdam (voorheen 'De Looier') voor € 235,- euro. Een redelijk zeldzaam schoolboekje in originele perkamenten omslag dat voor het eerst verscheen eind 17de eeuw. Het moet zeer populair geweest zijn in de 18de eeuw want er verschenen talrijke edities bij diverse uitgevers. Achterin, binnenzijde omslag, gestempeld: "Kind & Papier. Verzameling Borms-Koop. Cat. Nr.". Zie ook P. J. Buijnsters en L. Buijnsters-Smets: "Bibliografie van Nederlandse school- en kinderboeken 1700-1800", blz. 179, nr. 1169, met een afbeelding op blz. 178). Arthur der Weduwen werkt momenteel aan een bibliografie over deze uitgave, waarin o.a. ook dit exemplaar zal worden vermeld.

woensdag 10 november 2021

Een boek(band) 'met proefdruk platen'


Wie mijn aanwinstenlijstje in de gaten houdt weet dat ik op vrijdag 2 juli een succesvolle tocht maakte naar een jubilerende boekenmarkt op het Amsterdamse Spui (30 jaar alweer!). Ook op het vorige jubileum, vijf jaar geleden, was ik aanwezig (zie hieren ook toen verliep de dag zeer succesvol! 
Destijds kocht ik wat bij Max van Til maar nu was het bij Arnoud Bosch (van antiquariaat 'De Salamander', uit Almere), waar mijn oog viel op een groot boek. 

Het bleek te gaan om een uitgave met werk van de destijds zeer populaire en beroemde schrijfster Lucretia Wilhelmina van Merken (1721-1789) en bovendien eentje op 'groot papier', d.w.z. dat het boekblok niet werd bijgesneden. De uitgave werd gebonden in een halfleren band met kievitsmarmeren platten. Een veel voorkomende band in die tijd, maar wat mij direct daaraan opviel was een zeer ongewone opmerking op de staart: "met Proefdruk Platen"


Toen ik vervolgens de drie buitentekstplaten (beschermd door een los vloeiblad) bekeek, zag ik echter nergens 'proefdruk' staan. Wel zijn ze gesigneerd: "J. Buys, inv. et delin. C. Brouwer sculps. W. Vermandel en J.W. Smit exud.". De afbeeldingen zijn daarnaast voorzien van titels, respectievelijk; "Het nut der tegenspoeden.", "Brieven." en "Mengeling van verscheide gedichten.". 


Alleen de tweede en derde allegorische gravure bevatten een 'verwijzing' in de afbeelding naar de inhoud. Op de tweede zien we op de voorgrond wat losse papieren liggen met de tekst "Leife Erik" (Leif Eriksson), een verwijzing naar het stuk: "Leife aan zynen vader Erik, eersten bevolker van Groenland" (blz. 77 t/m 102). 
Op de derde afbeelding staat de Nederlandse maagd met vrijheidshoed te wijzen naar een epitaaf met het jaartal MCCXLVIII (1748), een verwijzing naar de "Feestzang op het eerste eeuwgetyde der Nederlandsche Vrijheid(blz. 168 t/m 185) dat in hetzelfde jaar werd geschreven.


Al bladerend ontdekte ik vervolgens dat het boek eigenlijk een convoluut is met drie uitgaven. Als eerste komt: "Het nut der tegenspoeden, brieven en andere gedichten van Lucretia Wilhelmina van Merken" (Amsterdam, 1768). Het is de tweede druk van deze achttiende eeuwse bestseller van Van Merken die bij Pieter Meijer (op de Dam) verscheen en wiens fondslijstje tot besluit van de uitgave na de bladwijzer volgt. De eerdergenoemde paginagrote gravures bevinden zich alle drie in dit boek. 


Als tweede volgt: "Aan de Britten" (Amsteldam, 1781), met aan het eind - op een aparte bladzijde - het colofon waaruit blijkt dat (ook) dit gedicht (waaruit haar afkeer voor de Engelsen blijkt), verscheen onder de zinspreuk "La vertu pour guide", bij de erven van David Klippink in de Nes (Amsterdam).
De derde uitgave - tot slot - is niet van haar hand, maar is een bundel: "Lykdichten ter gedachtenisse van de grootste der Nederlandsche dichteressen, vrouwe Lucretia Wilhelmina van Merken, echtgenoote van den Heer Nicolaas Simon van Winter; overleden in den ouderdom van ruim acht en zestig jaren, te Leyden, den 19den, en begraven te Amsteldam, den 24sten van october, des jaars 1789" (Amsteldam, 1790).
De tekst op de titelpagina heeft de vorm van een urn en weerspiegelt daarmee het funeraire karakter van de uitgave (zie over deze uitgave het artikel van Lotte Jensen: "Lang leve de dode dichter! Schrijversherdenkingen en literaire fancultuur rond 1800"). 
De laatste uitgave verscheen bij Pieter Johannes Uylenbroek, wiens uitvoerige fondslijst na de talrijke lijkdichten (waaronder een van hemzelf) geheel achterin werd meegebonden. Deze lijst wordt besloten met de opmerking: "Verwacht, zo dra mogelyk, lofrede en lykvaers op L.W. van Winter, geb. Van Merken, door J.F. Helmers, in 4to.". Jan Fredrik Helmers (1767-1813) was een groot bewonderaar van Van Merken maar zijn bescheiden lijkvers op haar en haar echtgenoot zou pas acht jaar na Van Merkens overlijden bij Uylenbroek verschijnen in: "Kleyne dichterlijke handschriften" (Amsteldam, 1798). Helmers' lofrede daarentegen werd nimmer uitgegeven maar voorgedragen bij Felix Meritis in Amsterdam.


Arnoud vroeg zestig euro voor het boek en toen ik op mijn mobieltje de vraagprijzen op Boekwinkeltjes nakeek zag ik dat er van deze tweede editie vier exemplaren worden aangeboden voor bedragen tussen de honderd en honderdzestig euro. Echter, alleen bij het duurste exemplaar (aangeboden door antiquariaat Goltzius) staat expliciet vermeld dat de drie paginagrote gravures aanwezig zijn, maar ongesigneerd en zonder titels! Kortom; met wat korting betaalde ik er graag vijftig euro voor.
Toen ik thuis zoals gebruikelijk aanvullend onderzoek deed ontdekte ik al snel dat Arnoud het boek met enkele andere boeken bij Zwiggelaar Auctions had gekocht voor € 80,- euro, exclusief veilingkosten (juniveiling 2021, kavel 453).


Vervolgens raadpleegde ik WorldCat en diverse gedigitaliseerde exemplaren met behulp van Google Books. Daardoor werd mij het volgende duidelijk:
De eerste editie van: "Het nut der tegenspoeden, brieven en andere gedichten van Lucretia Wilhelmina van Merken" verscheen in 1762 met een allegorische titelpagina door J. van Schley (1761), naar Cornelis Ploos van Amstel. Daarnaast bevat deze uitgave een typografische titelpagina met vignet (eveneens door Van Schley). Tegenover de allegorische titelpagina bevindt zich een bladzijde "Op de titelprent", met een gedicht van Nicolaas Simon van Winter (1718-1795) met wie Van Merken in 1768 zou trouwen. Wellicht niet geheel toevallig verscheen in het jaar van hun huwelijk de tweede editie van dit boek.


Pieter Meijer, de vaste uitgever van het schrijversechtpaar Van Merken/Van Winter, overleed in 1781. Daarop maakten beiden de overstap naar diens opvolger Pieter Johannes Uylenbroek. Vijf jaar later werden in opdracht van de Amsterdamse boekverkopers W. Vermandel en J.W. Smit drie 'kunstplaten' gemaakt ten behoeve van: "Het nut der tegenspoeden, brieven en andere gedichten van Lucretia Wilhelmina van Merken". Uit een advertentie in de "Oprechte Haerlemsche Courant" van 24 oktober 1786 blijkt dat deze bij diverse boekverkopers, verspreid door het land, verkrijgbaar waren en dat de proefdrukken (zijn dit wellicht de gesigneerde titelexemplaren?) bijna dubbel zo duur waren als gewone afdrukken. Overigens produceerden Vermandel en Smit vaker extra kunstplaten voor eerder verschenen geïllustreerde uitgaven, zoals de bibliofiel N.G. van Huffel (1869-1936) opmerkte in het "Nieuwsblad voor den Boekhandel" (1920. Jrg. 87, nr. 65).


Dat pas bijna twintig jaar (!) na het verschijnen van de tweede editie van het boek deze allegorische (titel)gravures verschenen roept vragen op, maar een uniek verschijnsel is het niet. Hetzelfde gebeurde met het Bijbels heldendicht "Abraham de aartsvader" van de Vlaardingse dichter Arnold Hoogvliet (1687-1763), dat talrijke edities kende. Pas vijftien jaar na het verschijnen van de eerste druk in 1728 werden daarvoor gravures vervaardigd die we vervolgens in vrijwel al de 18de eeuwse edities tegenkomen
Wellicht was het ook een combinatie van populariteit en handelsgeest. Mogelijk was de allegorische titelprent uit 1762 in 1786 niet meer leverbaar (in de tweede editie ontbreekt die nog wel eens) en met nieuwe illustraties kon de uitgever het publiek opnieuw verleiden.
Het verloste hem bovendien op een makkelijke manier van zijn uitgeversrestant (in totaal zou Meijer er circa 2000 exemplaren van verkopen).

Hoe dan ook, het overgrote deel van beide edities in bijzondere bibliotheekcollecties van:
"Het nut der tegenspoeden, brieven en andere gedichten van Lucretia Wilhelmina van Merken" bevat alleen de allegorische titelpagina van 1762. De STCN laat zien dat exemplaren met drie gesigneerde titelgravures bijzonder zijn. Vermeldenswaardig in dit verband is een uniek ingekleurd exemplaar (inclusief de drie gravures) dat ik raadpleegde in de collectie van het Allard Pierson (UvA/bijzondere collecties) in een band door de Van-Damme-binderij (band 1 A 6).


In de mij bekende gedigitaliseerde prentencollecties, zoals die van het Rijksmuseum, ben ik deze drie buitentekstplaten niet tegengekomen. Wel vond ik een vermelding in: "Jacobus Buijs als boekillustrator" van de onlangs overleden Leontien Buijnsters-Smets (in: "Documentatieblad Werkgroep Achttiende eeuw", jrg. 1984). Ze worden genoemd aan het eind in de overzichtslijst van boekillustraties vervaardigd door Buijs (nummer 82). Curieus genoeg staat daarbij de opmerking: "Met 3 titelprenten door Th. Koning en 2 prenten door C. Brouwer".


Mijn aanwinst onderstreept andermaal de enorme populariteit en roem van deze grande dame uit de achttiende eeuw die zo veel heeft geschreven. "Over het nut der tegenspoeden" was en bleef echter haar meest bekende en populairste werk. In 1818 verscheen daarvan nog een herdruk bij G. Warnars en zoon. Dik twintig jaar later maakte Hildebrand (Nicolaas Beets) in zijn "Camera Obscura" (Amsterdam, 1839) korte metten met Van Merken en haar bestseller:

"'Weet je wat ik ook altijd al een heel mooi verzenboek vind?' zei mejuffrouw Van Naslaan, het gezelschap rondziende, 'Het nut der Tegenspoeden'. 
'Wat?' vroeg de heer Dorbeen, droger en komieker dan ooit: 'het nut der regenhoeden?'.
Er ontstond een groot gelach over deze aardigheid, hetwelk mejuffrouw Van Naslaan min of meer verlegen maakte; zij besloot dus haar lofrede over het bekende geschrift van Lucretia Wilhelmina, die voor een algemeen gesprek in de wieg gelegd was, als privaat gesprek den geest te laten geven. 
'Inderdaad', fluisterde zij mijne tante in, 'het is een heerlijk boek en door een vrouw geschreven; maar ik kan je zeggen, dat je 't met geen droge ogen lezen kunt'" (Uit: "De familie Stastok").


Om mijn luxe-exemplaar helemaal af te maken kocht ik bij antiquariaat Goltzius de bekende portretgravure van 'Lucretia Wilhelmina van Winter, gebooren Van Merken' (door 'H. Pothoven ad viv. delin. 1772. P.J. Uijlenbroek excud. Reinr. Vinkeles sculps. 1792'). Inmiddels bevindt die zich ook in mijn exemplaar (dat doe ik wel vaker, zoals u hier kunt lezen). Het is nota bene een 'Proefdruk' dus de opmerking op de boekrug houdt stand!

Tot slot vond ik dat die bijzondere band wel een restauratieve ingreep kon gebruiken.
De kop en de staart van de leren rugbekleding waren gedeeltelijk verdwenen en het voorplat zat eigenlijk alleen nog stevig vast aan zijn touwen. Ik nam daarom contact op met mijn vertrouwde handboekbinder en boekrestaurator Hans Pieterse. Eind oktober was het boek klaar en stuurde ik een email met foto’s naar boekbandenexpert Jan Storm van Leeuwen. Die liet mij weten dat het vermoedelijk gaat om een band uit Leiden of Amsterdam en dat hij de opmerking "met Proefdruk Platen" of iets dergelijks nog nooit eerder op een boekband heeft gezien, maar “degene die de band liet maken moet wel heel trots op die proefdrukken zijn geweest en hij moet dus geweten hebben dat die drie platen proefdrukken waren”!

Perkamentus is erg blij met het fraaie resultaat, uitgerekend in Van Merken's 300ste geboortejaar. Een bijzondere aanwinst voor mijn collectie oude drukken, tevens een ode aan deze vrouwelijke Vondel uit de achttiende eeuw.
Om mijn tevreden gevoel daarover beter te begrijpen moet u tot slot nog even kijken naar deze informatieve en leuke korte film: "Dichter bij Van Merken", met een geestdriftige Imre Besanger (Theater Kwast) en een deskundige Lieke van Deinsen.

maandag 1 november 2021

Het jaar geboekt, oktober 2021

In de rubriek 'Het jaar geboekt' (zie tabblad bovenaan) houd ik bij wat ik gedurende het lopende jaar per maand bij elkaar verzamel. Na afloop van de maand verplaats ik de lijst met aanwinsten naar de startpagina c.q. homepage en geef ik 'de cijfers'. In de rubriek blijven de voorgaande maand(en) als hyperlink aanwezig. Raadpleeg dus regelmatig de nieuwe rubriek om te zien of er aanwinsten zijn bijgekomen (of wacht op het maandoverzicht).

Oktober 2021; de cijfers...

Totaal aantal objecten: 7.

Gekocht: 3.
Gekregen: 4.

Totaal uitgegeven: € 100,20 euro (incl. verzendkosten).
Gedeeld door 3 is gemiddeld: € 33,40 euro per object.

Via Boekwinkeltjes: 3 (1, 2, 3).

Modern: 3 (3, 4, 7).
Marge & klein bibliofiel drukwerk: 2 (5, 6).
Old & rare: 2 (1, 2).

Oktober 2021: de aanwinsten...


1. M. Kalff: "Amsterdam in plaatjes en praatjes", (Amsterdam, 1878). Ik kocht de tweede (titel)uitgave (voor het eerst verschenen in 1876). Compleet twee delen (252 en 234 blz.) in één band met 1 gekleurde plattegrond door A. Braakensiek, giftbrief Floris V in facsimile en 16 nostalgische kleurenlitho's van Amsterdamse gezichten door C.C.A. Last. Gekocht via Boekwinkeltjes bij antiquariaat Grimbergen in Lisse voor € 75,- euro (incl. verzendkosten). Meer over deze uitgave in: "Amsterdams laatste allegorie".


2. B. Kruitwagen: "Het zetfoutenduiveltje" (Den Haag, 1954). De zeldzame tweede druk van deze uitgave van drukkerij Trio voor zijn 'zakenvrienden'. "Kruitwagen heeft die herdruk zelf niet meer kunnen corrigeren noch in druk gezien; hij stierf op 11 mei 1954. Daardoor heeft deze heruitgave een uniek colofon, dat perfect bij de inhoud aansluit: 'Wij hebben ons best gedaan in zijn plaats en te zijner ere het boekje naar ons beste weten van fouten te zuiveren'. Toch slaat de duivel éénmaal toe; op pagina 12 staat 'octovo' in plaats van 'octavo'. We mogen in dit geval met recht zeggen: veroorzaakt door 'de afgelegenheid van des auteurs woonstede van de Drukpers'." Ik heb de 'Typografische Kruidentuin' serie compleet en schreef er eerder over in: "Een kruidtuin voor vrienden". Gekocht via Boekwinkeltjes voor € 9,95 euro (incl. verzendkosten).

3. J. Tollebeek (red.): "De palimpsest (Geschiedschrijving in de Nederlanden 1500 - 2000)" (Hilversum, 2002). Gekocht via Boekwinkeltjes voor € 15,25 euro (incl. verzendkosten). Er staat hier nogal wat geschiedenis in mijn kasten en dit leek mij een aardig overzicht om de diverse stromingen en genres daarin te duiden.


4. G.C. Huisman & F. Bijsmans (eindredactie): "Eenmaal, andermaal! Boekveilingen van enkele bijzondere Nederlandse collecties in de twintigste en vroeg-eenentwintigste eeuw" (Amsterdam, 2021). Verschenen ter gelegenheid van het dertigjarig jubileum van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen (NGB) in een oplage van 400 (genummerde) exemplaren.


Ik ontving weer twee deeltjes uit de serie boekjes met Amsterdamse jeugdverhalen en kleurenillustraties van Johan Breuker, uitgegeven door boekenvriend Jos Swiers (De Althea Pers).
Van deze fraai vormgegeven bibliofiele uitgaven bestaan (van elk deel) 100 genummerde exemplaren. Ik ontving 'HC' exemplaren.


5. J. Breuker: "Vermaak" ('s-Gravenhage, 2021). Nummer 9 van: "Dwars door West".
6. J. Breuker: "Zondags" ('s-Gravenhage, 2021). Nummer 10 van: "Dwars door West".


7. O. Kuipers (eindredactie): "Wy kinne der noch wol ien by ha" (Leeuwarden, 2020). Verschenen bij de gelijknamige tentoonstelling over Joodse smokkelkinderen in Friesland in de Tweede Wereldoorlog.  Gekregen van Hans Zijlstra (alias: Supersneuperzeesluis op Twitter @sneuperdokkum).

vrijdag 15 oktober 2021

Amsterdams laatste allegorie

De inhoud van zeventiende en achttiende eeuwse boeken kenmerkt zich veelal door een vaste opbouw. Eerst de Franse titel, vervolgens de allegorische (gegraveerde) titel of het frontispice, dan de (typografische) titelpagina en daarna de eventuele opdracht, inleiding/voorrede gevolgd door (soms talrijke) drempeldichten. In de negentiende eeuw veranderde dat. De allegorische titelpagina - in zekere zin de oervader van onze huidige stofomslag - verdween geheel

In mijn collectie 'old & rare' bevinden zich verschillende boeken met fraaie voorbeelden daarvan zoals deze in mijn uitgave van Isaac Commelin: "Beschryvinge van Amsterdam", (Amsterdam, 1693/1694).

Dit frontispice toont de klassieke personificatie van het onderwerp. De stedemaagd Amsterdam op een troon met in haar handen de caduceus en het wapenschild van de stad. Achter haar staat de godin Minerva, met in haar hand een lans met een hoed, symbool voor de vrijheid. Naast Minerva zien we de personificaties van de Rechtvaardigheid en het Geloof. Boven in de lucht vliegt de Faam met een loftrompet en strooien putti de hoorn des overvloeds (cornucopia) uit over Amsterdam. Onder de troon zien we twee gespierde en eerbiedwaardige riviergoden. Ze verbeelden de rivier de Amstel, naamgever van de stad, en het Y, waar talloze schepen uit alle werelddelen afmeren om hun rijke lading af te leveren. De hele voorstelling ademt grandeur. De rijke geschiedenis van de machtige en welvarende koopstad Amsterdam spat ervan af, nog voor je een letter gelezen hebt!

Bij de stadsbeschrijvingen van Amsterdam die in de 19de eeuw (en daarna) verschenen is die allegorische titelpagina dus verdwenen, dacht ik... totdat ik via Boekwinkeltjes (bij antiquariaat Grimbergen in Lisse) "Amsterdam in plaatjes en praatjes" kocht, geschreven door Martin Kalf(f) (1847-1898). Ik schreef al eerder over hem in "Amsterdam volgens Urbaen". Kalf(f) was van huis uit geen historicus maar een krantenman. Daaraan is het te danken dat zijn 'causerieën' over de geschiedenis van Amsterdam zo aangenaam en vlot lezen, dankzij en ondanks talrijke details, sfeertekeningen en observaties uit zijn eigen tijd, de tweede helft van de negentiende eeuw.


Kalf(f) had al diverse voordrachten gehouden en stukjes over de geschiedenis van Amsterdam geschreven toen in 1876 zijn "Amsterdam in plaatjes en praatjes" verscheen, uitgegeven in twee delen bij J.H. Laarman. Twee jaar later - in 1878 - verscheen er bij Scheltema & Holkema een 'Tweede goedkope uitgave'. Dergelijke terminologie duidt niet zelden op een titeluitgave en zo te zien is dat ook nu het geval. Het enige dat de uitgave van 1876 wel heeft, en dat niet meer voorkomt in die van 1878 is de 'Naamlijst van inteekenaren'. Van die 'Tweede goedkope uitgave' kon ik dus een exemplaar bemachtigen voor vijfenzeventig euro (incl. verzendkosten). Dat is niet te veel geld voor deze antiquarisch zeer schaarse titel die veertig jaar geleden op boekenveilingen werd afgehamerd voor bedragen tussen de 300 en 450 gulden! De in deze uitgave gebruikelijke foxing van de litho's en tekst is gelukkig beperkt. Het boek bevat zoals gebruikelijk de gekleurde plattegrond van Amsterdam door A. Braakensiek (gedateerd 1875), het tolprivilege (1275) van Floris V in facsimile en de zestien nostalgische kleurenlitho's van Amsterdamse gezichten door C.C.A. Last. Last is geen onbekende in dit genre. Hij tekende ook een aantal illustraties voor de Amsterdamse stadsgeschiedenis geschreven door "De vergeten stadshistoricus" Cornelis van der Vijver (1784-1855).


De historische kaart van Amsterdam in deze uitgave (zie hieronder) is een nadere observatie waard. Ik bezit namelijk ook de tweede bewerkte herdruk daarvan gedateerd 1880. Deze zit in een latere uitgave eveneens van Martin Kalf(f): "In 't Hartje der stad. Oud en nieuw Amsterdam" (Amsterdam, z.j. [1880]), die ik in maart 2020 kocht (zie mijn aanwinstenlijstje over die maand, nr. 2). Het kaartje wordt uitvoerig besproken in de onvolprezen uitgave van Marc Hameleers: "Kaarten van Amsterdam" (deel 2, 1866-2012, blz. 56 nr. 244). Ondanks de korte periode tussen de twee kaartbeelden zijn er grote verschillen te zien. Op de eerste druk is nog met een stippellijntje het kunstmatige eiland in het IJ aangegeven waarop later het huidige Station Amsterdam Centraal is gebouwd. Verder zien we hierop de geboorte van de eerste stadswijken buiten de oude stadswallen, zoals De Pijp.


Mijn nieuwe aanwinst werd niet gebonden in de groen linnen stempelbanden waarin het boek door de uitgever werd verkocht (NB. de eerste uitgave was verkrijgbaar in een rood linnen stempelband). De eerste eigenaar kocht zijn mijn exemplaar met geïllustreerd omslag. Pas veel later werd het boek ingebonden in een donkergroen linnen privé-band.

Talloze boeken met een papieren/kartonnen omslag zijn later herbonden in min of meer smaakvolle privé-banden. Meestal verdween tijdens dat inbindproces het originele omslag in de prullenbak. Bij mijn exemplaar werd dat gelukkig niet gedaan, en daar ben ik zeer verguld mee. Dat originele omslag is namelijk - zoals u zelf kunt constateren - veel sprekender en mooier dan de rood/zwarte waarin de eerste editie verscheen. Hoewel ongesigneerd vermoed ik dat J.C. Braakensiek (1858-1940), zoon van de eerdergenoemde kaartmaker A. Braakensiek, de illustrator was.

Wie dat omslag bekijkt ziet onmiddellijk iets waarover ik eerder sprak; een allegorische titelpagina (maar dan als boekomslag) van de stad Amsterdam. Amsterdams vermoedelijk laatste allegorie toont de stad - aan het eind van de IJzeren Eeuw - loom, vermoeid en bejaard aan een kalm stromende Amstel en een verstild IJ.

vrijdag 8 oktober 2021

Het jaar geboekt, september 2021

In de rubriek 'Het jaar geboekt' (zie tabblad bovenaan) houd ik bij wat ik gedurende het lopende jaar per maand bij elkaar verzamel. Na afloop van de maand verplaats ik de lijst met aanwinsten naar de startpagina c.q. homepage en geef ik 'de cijfers'. In de rubriek blijven de voorgaande maand(en) als hyperlink aanwezig. Raadpleeg dus regelmatig de nieuwe rubriek om te zien of er aanwinsten zijn bijgekomen (of wacht op het maandoverzicht).

September 2021; de cijfers...

Totaal aantal objecten: 14.

Gekocht: 12.
Gekregen: 2.

Totaal uitgegeven: € 220, 85 euro (incl. verzendkosten).
Gedeeld door 12 is gemiddeld: € 18,40 euro per object.

Via Boekwinkeltjes: 4 (4, 5, 6, 7).
Via kringloopwinkel: 3 (1, 2, 3).
Via boekenmarkt: 4 (9, 10, 11, 12).
Via (online) antiquariaat: 1 (8).

Modern: 9 (1, 2, 3, 8, 9, 10, 11, 12, 13).
Marge & klein bibliofiel drukwerk: 1 (14).
Old & rare: 4 (4, 5, 6, 7).

September 2021: de aanwinsten...

Deze maand vond ik drie leuke kringloopvondsten (1, 2 en 3) voor in totaal slechts € 7,- euro

1. F. van Oostrom: "Nobel streven. Het onwaarschijnlijke maar waargebeurde verhaal van ridder Jan van Brederode" (Amsterdam, 2018). Bijna gekocht op de Amsterdamse Spui boekenmarkt voor € 6,- euro en toch maar niet gedaan. Nu voor maar € 2,- euro gekocht! Ik hou wel van de prettig geschreven boeken van Frits van Oostrom.


2. E. Kloek: "Vrouw des huizes. Een cultuurgeschiedenis van de Hollandse huisvrouw" (Amsterdam, 2009).


3. R. Aerts: "Thorbecke wil het. Biografie van een staatsman" (Amsterdam, 2018). De winnaar van de PrinsjesBoekenPrijs 2018 en de Biografieprijs 2020 voor maar € 3,50 euro!


Via Boekwinkeltjes kwam ik ditmaal drie bijzonder schaarse en curieuze brochures op het spoor (45 en 6) van de anti-trekhondenbond (trekhonden werden pas vanaf 1962 verboden!). Totaal betaalde ik € 67,35 euro (incl. verzendkosten).


4. "Trekhonden-ellende in Nederland. In 't bijzonder te Rotterdam" (Rotterdam, 1918).

5. "Een schande van Nederland. Film van Nederlandsche trekhonden-ellende" (Den Haag, z.j. [1918]). Brochure 5 van de anti-trekhondenbond. Met ingevoegd een los mededelingenblad (nr. 20, maart 1918).

6. "Open brief aan zijne excellentie Mr. J.B. Kan minister van Binnenlandsche zaken en Landbouw 's-Gravenhage" ('s-Gravenhage, 1928). Met los inliggende aanbiedingsbrief.


7. M. Noordhoff: "Cesar. De geschiedenis van een hond" (Rotterdam, z.j. [1896]). Uniek boekje waarvan ik geen tweede exemplaar vond in Worldcat. Gebonden in een bijzondere rood linnen band met goudopdruk (auteursexemplaar?). "Dit werkje werd eervol vermeld, als antwoord op de Prijsvraag uitgevschreven door het Hoofdbestuur der Nederlandsche Vereeniging tot Bescherming van Dieren te 's-Gravenhage".
Gekocht via Boekwinkeltjes voor € 34,- euro (incl. verzendkosten). Meer hierover (en de voorgaande anti-trekhondenbrochures) in mijn blog: "Cesar: een honds bestaan...".


8. M. Van Boxsel: "De topografie van de Domheid" (Amsterdam/Antwerpen, 2021). Gekocht bij De Slegte in Leiden voor € 17,50 euro. Met los inliggende kaart van Morotopia. Ik had hier natuurlijk ook al de andere drie boeken staan ("Encyclopedie van de Domheid", "Morosofie" en "Deskundologie").


Vorige maand kocht ik twee delen van de tiendelige serie "Geschiedenis van de Nederlandse literatuur", die tussen 2006 en 2017 verscheen (NB. Het tiende deel; "Ongeziene blikken" zijn nabeschouwingen over de werkwijze en totstandkoming). Zoals ik schreef maak ik er een sport van om de (gebonden) serie (totaal 6824 bladzijden) via allerlei kanalen zo goedkoop mogelijk aan te schaffen. Ditmaal kocht ik op de Amsterdamse Spui boekenmarkt bij antiquariaat Uilenspiegel (Eric Klee) voor € 95,- euro vijf delen. Eén daarvan had ik al, maar ruil ik weer voor korting tegen een ander. Alleen de delen geschreven door Tom Verschaffel (periode 1700-1800. Zuidelijke Nederlanden) en Jacqueline Bel (periode 1900-1945) ontbreken nu nog. De vier (91011 en 12) die ik nog niet had zijn:

9. I. Leemans & G.J. Johannes: "Worm en Donder. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1700-1800. De Republiek".

10. W. van den Berg & P. Couttenier: "Alles is taal geworden. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1800-1900".

11. H. Brems: "Altijd weer vogels die nesten beginnen. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1945-2005". 

12. A.J. Gelderblom & A.M. Musschoot: "Ongeziene blikken. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur. Nabeschouwingen".

13. E. Boeles, K. van der Hoek en R. Storm (Red.): "Vertelstof" (Amsterdam, 2021). Een bundel verhalen (met als rode draad textiel/stof) t.g.v. het afscheid van Marike van Roon als hoofdconservator van het Allard Pierson in Amsterdam. Gekregen van mijn 'blogredacteur' Reinder Storm.


14J.E. Weihl (W. Heijting): "Troostende stilte. Haiku's bij de dood van een geliefde" (Septemvillis [Zevenhoven], MMXXI). Uitgegeven naar aanleiding van het overlijden van de echtgenote van de auteur in een oplage van 100 exemplaren. Geschenk van boekenvriend en mede NGB-genootschapslid Wim Heijting.

zaterdag 25 september 2021

Cesar: een honds bestaan...


Toen ik een peuter was hield mijn vader vogels (kanariepietjes) in een volière op het balkon van onze kleine etagewoning aan het Galileiplantsoen 50 in Amsterdam. Tropische vissen, cavia's en poesen (Minkie en Gijsje) volgden in mijn Buitenveldertse tienerjaren. Daarna was er lange tijd niks, maar toen mijn dochter zes was kwam er één konijn (Wittie), waarvoor een riant buitenhok werd gekocht. Op appels en lof heeft dat beestje tien jaar geleefd. Eind 2016 vond in onze achtertuin de plechtige teraardebestelling plaats. Sindsdien zijn we hier huisdier-vrij, maar als het aan onze dochter ligt niet voor lang... Die wil een hond!

   

Een echte hond zal hier voorlopig nog niet komen maar een bijzondere uitgave over een hond is hier inmiddels wel gearriveerd. Via Boekwinkeltjes kocht ik voor weinig geld: "Cesar, de geschiedenis van een hond. Romantisch verhaal" (Rotterdam, z.j. [1896]) geschreven door de Fries Marius Noordhoff (1861-1946). De verschijningsgeschiedenis hiervan hangt nauw samen met de activiteiten van de 'Nederlandsche Vereeniging tot Bescherming van Dieren te 's-Gravenhage' (thans de Dierenbescherming). Die schreef in de eerste jaren na haar oprichting in 1864 regelmatig prijsvragen uit, om via (kinder)boeken meer bekendheid te geven aan haar doel en werkzaamheden. In 1894 werd (voor de tweede maal) een prijsvraag uitgeschreven voor een uitgave met als centraal onderwerp de hond, diens deugden en trouw aan mensen. Daarop volgden 29 inzendingen waaruit: "Cesar en zijn meesters", geschreven door Jo van Sloten, een pseudoniem van E.J.W. van Maurik-Sluyter (1861-1940), als winnaar werd gekozen. Haar bijdrage verscheen vrijwel gelijk met het boekje van Marius Noordhoff.


Noordhoff's inzending viel weliswaar niet in de prijzen maar kreeg, samen met drie onbekend gebleven inzendingen, wel een eervolle vermelding. Wat zijn uitgave speciaal maakt, is niet alleen dat het de enige van deze vier is die in druk verscheen (bij Nijgh & Van Ditmar in klein octavo, 142 blz.), maar bovendien dat ze antiquarisch onvindbaar is en - anders dan Jo van Sloten's boekje - in geen enkele bibliotheekcollectie voorkomt. Noch via Worldcat., noch via de Stichting Geschiedenis Kinder- en Jeugdliteratuur vond ik een tweede exemplaar. Voorlopig is mijn uitgave, gebonden in een fraaie - met goud bedrukte - rood linnen stempelband, dus uniek. Of mijn aanwinst in deze luxe vorm bovendien een bijzonder exemplaar is (voor de auteur?), kan ik bij gebrek aan vergelijkingsmateriaal niet met 100 % zekerheid zeggen. 


Van Noordhoff is overigens nog een uitgave bekend (één exemplaar in de Koninklijke Bibliotheek) dat hij twee jaar later schreef naar aanleiding van - alweer - een prijsvraag van dezelfde vereniging, maar ditmaal over het paard, met als titel: "Jo en Jetje: bijdrage tegen mishandelen van paarden: romantisch verhaal" (Rotterdam, 1898). De restanten van beide boekjes werden volgens diverse krantenadvertenties in 1911 verramsjt door D.P. Bolle in zijn Rotterdamse 'Bazaar van Goedkoope Boeken'.


Honden zijn tegenwoordig de beste vriend van de mens en geliefde huisdieren, maar ruim honderd jaar geleden waren ze 'het paard van de armen' en vooral in gebruik als lastdier. Vrijwel elke hond kon daarvoor worden ingezet, maar met name de 'Matin Belge', ook Belgische Mastiff, Belgische Karrenhond of Vlaamse Karrenhond werd beschouwd als de Ferrari onder de trekhonden. De behandeling van trekhonden was over het algemeen honds en het hondenleed kan worden geïllustreerd aan de hand van een aantal schaarse en curieuze uitgaven van de Anti-trekhondenbond in mijn collectie . 

Het gaat om: "Een schande van Nederland. Film van Nederlandsche trekhonden-ellende" (Den Haag, z.j. [1918]), waarin ik een los mededelingenblad aantrof van deze bond (nr. 20, maart 1918). Overigens wil 'Film' in de titel zeggen dat de brochure (die verscheen in een oplage van maar liefst 150.000 exemplaren) rijk geïllustreerd is met foto's, die een filmisch beeld geven van de problematiek. Voorts: "Trekhondenellende in Nederland" (Rotterdam, 1918), een uitgave van de 'Rotterdamsche Vereeniging tegen Trekhondenmisbruik' met veel foto's van uitgemergelde en zieke trekhonden, en: "Open brief aan zijne excellentie Mr. J.B. Kan minister van Binnenlandsche zaken en Landbouw 's-Gravenhage" ('s-Gravenhage, z.j. [1928/1929]). Ook deze brochure is rijk geïllustreerd.


Het gebruik van honden als lastdier is oeroud maar beleefde in Nederland zijn hoogtepunt eind 19de -, begin twintigste eeuw. Honden waren goedkoper dan paarden, zowel in aanschaf als onderhoud, en de vele kleine neringdoenden die met handkarren (hondenkar) de stad en het platteland afsjouwden maakten er maar wat graag gebruik van. Trekhonden werden ook in ingezet door de overheid, bijvoorbeeld in het leger om mitrailleurkarren te trekken ('mitrailleurhonden'). Volgens "Trekhondenellende in Nederland" was de problematiek het grootst in Rotterdam; "Geen gemeente in ons land waar zooveel trekhonden zijn, ergo zooveel uitbuiters van deze dieren en zooveel intens trekhondenleed geleden wordt". 


De havenstad mocht dan de kroon spannen feitelijk ging het om een landelijk fenomeen probleem dat goed was ingeburgerd. Zo waren er trekhondenfokkers, trekhondenmarkten, verhuurkantoren voor trekhonden en trekhondenwedstrijden. Bovendien tonen talrijke krantenadvertenties en nostalgische prentbriefkaarten dat trekhonden/hondenkarren destijds een maatschappelijk volkomen geaccepteerd verschijnsel waren. Alleen al rond 1900 liepen er in Nederland circa 80.000 trekhonden rond. 


De noodzaak om het een en ander te reguleren en controleren werd aan het begin van de vorige eeuw steeds meer gevoeld. In 1910 was het zover en werd de trekhondenwet in werking gesteld. Hierin stonden bepalingen ten aanzien van de maximale treklast, het minimale formaat van in te zetten honden, de gebruikte tuigjes waaraan een hondenkar moest voldoen en de minimumleeftijd van de bestuurder. Ook was de eigenaar van een hondenkar vanaf dat moment vergunningplichtig. In 1912 werd de Anti-trekhondenbond opgericht, die een totaalverbod nastreefde ('koop niet bij trekhondenhouders!'). Na de Tweede Wereldoorlog werd deze organisatie herdoopt tot Anti Trek- en Kettinghondenbond (met 'kettinghonden' werden waakhonden bedoeld die aan de ketting lagen op het boerenerf). Thans is dit de Koninklijke Hondenbescherming.


De oprichting van de Anti-trekhondenbond vlak na de invoering van de trekhondenwet is veelzeggend. De reden daarvoor was simpel. De wet werd ontdoken, gemanipuleerd, slecht gehandhaafd en bracht niet de gewenste noodzakelijke verbetering voor het dierenwelzijn. Wat na haar invoering volgde waren jaren van gesteggel met de overheid (en publieke opinie) die vreesde voor economische schade bij een totaal verbod.
In een "Open brief aan zijne excellentie Mr. J.B. Kan minister van Binnenlandsche zaken en Landbouw 's-Gravenhage('s-Gravenhage, z.j. [1928/1929]) werden nog eens haarfijn alle overtredingen en misstanden aangehaald en met foto's geïllustreerd.
"De wet tot bescherming van den trekhond wordt niet gehandhaafd, noch de Trekhondenwet 1910 met de daarbij behoorende Kon. Besluiten, noch het door U uitgelokte Kon. Besluit dd. 1 Augustus 1927 met de daarop gevolgde leidraad bij de aan de nieuwe voorschriften te geven uitvoering (Circulaire dd. 17 December 1927.). Wij laten dit schrijven volgen door een serie foto's, door ons opgenomen, steeds in het bijzijn van Rijks- of Gemeentepolitie, waaruit U duidelijk zal blijken, dat er, behoudens enkele lofwaardige uitzonderingen, geen sterveling is die zich van een juiste handhaving der Trekhondenwet en Kon. Besluiten iets aantrekt.".


In hetzelfde jaar (1928) heeft de Anti-trekhondenbond ook een korte (stomme) film geproduceerd en wel de dramatische tweeakter: "Cesar, de geschiedenis van een trekhond" (Filmfabriek Polygoon). Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken of men heeft zich laten inspireren door de eerdergenoemde prijsvraagbijdragen. Ik ken de inhoud en verhaallijn van het boekje van Van Sloten niet, maar met de uitgave van Noordhoff zijn er in ieder geval een aantal overeenkomsten. Beide honden heten Cesar en starten als geliefde huisdieren, beide komen in verkeerde handen terecht om vervolgens dienst te doen als trekhond en waakhond. Uiteindelijk vinden beide door eigen vernuft en op eigen kracht hun oorspronkelijke baas weer terug.


Trekhonden zouden in Nederland pas na de Tweede Wereldoorlog langzaam maar zeker uit het straatbeeld verdwijnen gelijk met de opkomst van de bakfiets en (vracht)auto. Maar met een totaalverbod op trekhonden waren wij rijkelijk laat. Wat in Engeland al in 1854 was gelukt zou hier nog tot 1 januari 1962 standhouden! Pas toen werden de laatste 26 dieren, waarvan 11 in de gemeente Staphorst, definitief uitgespannen.
Of daar ook een Cesar tussen zat? Best mogelijk, er zijn wel meer hondjes die Fikkie heten...