Posts tonen met het label Daniel Willink. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Daniel Willink. Alle posts tonen

vrijdag 7 augustus 2020

Puzzelstukjes


Wie zich verdiept in het fenomeen bibliofilie leert al gauw dat niet het bezit maar de jacht op boeken een groot deel van het plezier vormt dat de bibliofiel beleeft aan zijn hobby.
Dat geldt vooral voor die boeken waarop bewust wordt gejaagd. Serendipiteit oftewel toevalsvondsten vormen een ander soort van plezier dat elke bibliofiel kent.
Naast deze twee - jagen en serendipiteit - is er een derde aspect dat ik als bibliofiel erg plezierig belangrijk vind en dat mij veel energie geeft. Dat is het onderzoeken van mijn aanwinsten/vondsten en schrijven over mijn avonturen in de boekenwereld. Dat proces brengt namelijk met zich mee dat ik regelmatig in boeken en online bronnen informatie tegenkom die niet juist is of onvolledig. Het aanvullen of corrigeren daarvan geeft mij altijd veel voldoening. Voorbeelden daarvan vindt u in: "De antiquaar, de bibliofiel en de 'ontsluijerde' auteur", "What's in a name?" en "Gepeins over zeldzaam (galante dichtluimen)". Het delen van kennis met anderen middels dit blog is een belangrijk aspect van mijn bibliofilie. De afgelopen tien jaar heeft Perkamentus antiquarius zo al diverse organisaties van 'puzzelstukjes' (oftewel aanvullende informatie en correcties) kunnen voorzien; bijvoorbeeld de Short-Title Catalogue Netherlands (STCN), de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL) en de Rijksstudio/Rijksmuseum

In dit blog beschrijf ik opnieuw een paar bevindingen naar aanleiding van twee aanwinsten. De eerste is alweer wat langer geleden, de laatste meer recent.


Ruim vier jaar geleden kocht ik een exemplaar van: "Endenhout en Elsryk. Buitens met hun bewoners in Haarlem/Heemstede en Amstelveen, bezongen door Jan Baptista Wellekens (1658-1726)" (Amersfoort, 2012). Een boekje geschreven door de Nederlandse literatuurwetenschapper en neerlandicus Riet Schenkeveld-Van der Dussen in samenwerking met (de inmiddels overleden) Willemien B. de Vries. De (her)uitgave trok destijds mijn aandacht omdat de eind achttiende eeuw afgebroken hofstede Elsryk in mijn woonplaats Amstelveen lag, op de plaats waar thans een modern kantoorgebouw staat (voorheen Van Leer's Vatenfabriek) ontworpen door de Amerikaanse architect Marcel Breuer (1902-1981). Ik bezit veel informatie over Elsryk, waaronder diverse originele gravures, maar bovendien staat in mijn bibliotheek: "Dichtlievende Uitspanningen" (Amsterdam, 1735) van Jan Baptista Wellekens en Pieter Vlaming met daarin "Gezangen voor Elsryk". 


Uit dit rijk geïllustreerde boekje (dat ik al eens ter sprake bracht in mijn eerste Engelse blog: "A square inch of art") zijn diverse gravures, waaronder enkele slotvignetten, ter illustratie opgenomen in de (her)uitgave van Riet Schenkeveld-Van der Dussen en Willemien B. de Vries.
In de toelichting op de afbeeldingen (blz. 122/123) stellen zij bij twee daarvan (nummer drie en zeven) vraagtekens.

Bij de toelichting op afbeelding drie schreven zij: "Slotvignet van Endenhout. De afbeelding met een vurige draak is nogal raadselachtig. Mogelijk wilde Goeree de regels uitbeelden waarin de kracht van de bloem FIDENTIA wordt aangegeven die overwint immers zelfs 'de hel met alle nare spoken'. Op de achtergrond rechts is mogelijk een deel van een buitenmuur van het landhuis te zien. Moet de zittende (grijze?) herder met stok en hond de al oudere Jan Muyser verbeelden?". 
Dat beide dames deze afbeelding raadselachtig vinden is enigszins wonderlijk, want wie Endenhout leest (en ik mag aannemen dat zij dat beiden grondig deden) stuit op de volgende versregels: 
"Ik zie hier ook die vrucht, de gulde boomvrucht praalen,
Die Herkles moest, door dwang, uit Atlas boomgaard haalen,
Daar hy den fellen draak, bewaaker van dien hof,
Met zyn ontzachtbre knots verplette in 't bloedig stof"
Daarmee wordt duidelijk dat dit slotvignet het elfde avontuur toont van de Grieks mythologische held Herakles. De zittende figuur bovenop is niet Jan Muyser maar Herakles met zijn knots op de verslagen 'fellen draak' Ladon, met in zijn rechterhand de geroofde gouden appels uit de (ommuurde) tuin van de Hesperiden.


Bij zeven, de toelichting op het slotvignet na 'Silvius' (de tweede herderszang op Elsryk), las ik: "Vignet achter Silvius. Twee herders, de een met herdersstaf, de ander met panfluit, zitten links en rechts van een monument. Op het onderste blok het wapen van de Van der Noots, vijf schelpen. Dat is overigens hetzelfde wapen als dat van de zestiende-eeuwse dichter Jan van der Noot. Is er sprake van verwantschap? Het kleinere wapen boven aan het monument aangebracht, is door ons niet herkend". Als inwoner van de gemeente Amstelveen - en goed bekend met de lokale geschiedenis - herkende ik dat kleinere wapen uiteraard meteen als dat van Nieuwer-Amstel (thans gemeente Amstelveen).


Zo makkelijk gaat dat aanvullen en corrigeren dus. Ik hoef er meestal geen diepgravend onderzoek voor te doen en het gaat nooit om wereldschokkende ontdekkingen. Het zijn willekeurige details, stukjes van een puzzel, die een bestaand beeld of reeds bekende informatie complementeren. Hoe klein en weinig betekenisvol ook, ze verschaffen mij veel plezier omdat ze in een bepaalde mate ook zin en betekenis geven aan mijn 'gentle madness' en mijn blog. 

Mijn volgende puzzelstukje is de identificatie van een boekje, afgebeeld op het portret van Daniël Willink (1676-1722). Willink werd in 1719 vereeuwigd door de Poolse kunstschilder Christoffel Lubieniecki (1659-1729). Van dat schilderij werd een fraaie gravure gemaakt door Frederik Ottens die we terugvinden in Willink's: "De lustplaats Groot Heerema bij Franeker" (Amsterdam, 1734). Daniël Willink heeft verschillende interessante uitgaven (in dichtvorm) op zijn naam staan die de geschiedenis van Amsterdam/Amstelland raken. Ik had al zijn "Amsterdamsche Buitensingel" en "Amstellandsche Arkadia" maar zijn "Amsterdamsche Tempe of de Nieuwe Plantagie, Begrepen in twee boeken. Nevens den Amstelstroom" (Amsterdam, 1721) ontbrak nog in mijn bibliotheek. Die kon ik onlangs - in perkament gebonden - op de Spui boekenmarkt kopen (zoals u kunt lezen in: "Bibliofilie in coronatijd"). Toen ik mij verdiepte in mijn nieuwe aanwinst stuitte ik al gauw op eerdergenoemde portretgravure in de collectie van het Rijksmuseum.


De beschrijving hierbij luidt: "Portret van de dichter en wijnhandelaar Daniël Willink. Op tafel achter hem staat een van zijn dichtwerken opengeslagen. Onder het portret Willink's familiewapen en een lofdicht van David Hoogstraten". Deze informatie riep bij mij meteen de vraag op om welk dichtwerk het zou kunnen gaan dat zo prominent figureert in dit portret? Ook dit 'puzzelstukje' werd na wat bladeren in mijn nieuwe aanwinst snel gevonden. Zoals u - met behulp van de foto hieronder - zelf kunt vaststellen gaat het om de 'verklaaringe' (links) en de allegorische titelpagina (rechts) bij zijn: "Amsteldamsche Tempe", een uitgave die in 1712 voor het eerst was verschenen. Nu nog even de Rijksstudio/Rijksmuseum opmerkzaam maken op dit stukje zodat ze hun beschrijvingen puzzel(s) kunnen complementeren...

vrijdag 17 juli 2020

Bibliofilie in coronatijd


Eind maart liepen de coronacijfers nog steeds op. Mijn werkgever bood het personeel boven de 55 jaar (of met een medische indicatie) aan om - met behoud van salaris - thuis te blijven tot 1 juni.
Ook Perkamentus maakte gebruik daarvan en dus zat ik bijna tien lange weken thuis. Alle tijd dus om me te wijden aan boeken, bloggen en bibliofilie.
Ik kwam er al gauw achter dat de coronatijd een verlammende uitwerking op mij heeft... Steeds saaier wordende dagen regen zich aaneen en de lust om te sneupen of te kopen verdween. Dat heeft merkbare consequenties voor mijn blog; weinig inspiratie, weinig aanwinsten, weinig blogbijdragen.

Maandenlang kon ik niet naar mijn favoriete Amsterdamse Spui boekenmarkt. Pas vanaf 5 juni was dat weer mogelijk en twee weken later greep ik mijn kans om er weer eens te gaan snuffelen.
Coronamaatregelen hebben ook mijn boekenmarkt veranderd. Geen inloopstalletjes meer en gezellige hoekjes, maar alle tafels naast elkaar - in een lange rij - aan beide zijden van het plein. Niet iedereen was aanwezig en tot mijn grote spijt hoorde ik dat Paul Gaemers (antiquariaat De Boekerij v.o.f.) de markt vaarwel heeft gezegd en nu zijn boekenberg opruimt in Den Haag en in een winkel in Baarn, alvorens van zijn pensioen te gaan genieten. Erg jammer want regelmatig vond en kocht ik leuke oude boeken bij hem voor weinig geld zoals u op dit blog hebt kunnen lezen (bijvoorbeeld in "Scribleriana"). 

Op de markt wisselde ik wat nieuwtjes uit met verschillende oude bekenden en ik trof er mijn blogredacteur Reinder Storm, die nu veel thuiswerkt (maar die dag toevallig in Amsterdam was) en met wie ik had afgesproken om - op anderhalve meter van elkaar - bij te kletsen. Nadat wij afscheid hadden genomen richtte ik mijn schreden naar de boekenkraam van Eric Klee (antiquariaat De Uilenspiegel). Ik had een oogje laten vallen op een fraai perkamenten spitselbandje waarin twee (eigenlijk drie) uitgaven waren samengebonden van Daniël Willink (1676-1722).


Eric zakte twintig procent in zijn vraagprijs en ik betaalde € 200,- euro. Dat is weliswaar meer dan waarvoor ik het had kunnen krijgen toen hetzelfde boekje vorig jaar november werd geveild bij Bubb Kuyper en niet werd verkocht (71/2832), maar nog steeds vijftig procent minder dan wat antiquariaat Goltzius op dit moment vraagt. Die bieden namelijk - opmerkelijk genoeg- een zelfde convoluut aan, waaruit blijkt dat deze twee uitgaven kennelijk wel vaker werden samengebonden. Een specifieke reden daarvoor is mij niet bekend, maar wellicht komt het doordat ook de tweede uitgave een sterk Amsterdams karakter heeft. Niet alleen werd die opgedragen: "aan de eerwaarde en zeer geliefde broederen diakenen, en zusteren diakenessen, van de gereformeerde Nederduitsche kerke onzes heeren Jezus Christus te Amsteldam", maar bovendien bevat het een aantal lovende 'byschriften' op het - door Willink bezongen - aan de Amstel gelegen diaken wees- en oude vrouwenhuis (Amstelhof waarin thans Hermitage Amsterdam zit). Die 'byschriften' behandelen onder andere de verschillende kamers in het gebouw waaronder de 'artsenywinkel', de eetzaal, de school voor knechtjes en de meisjesschool maar ook de ziekenkamer en de 'braayschool'.


Overigens gaat het bij de "Amstelstroom" om de derde druk die veel uitvoeriger is dan de eerste uit 1708, en die bovendien is voorzien van een gegraveerde (allegorische) titelpagina. De uitgave, met illustraties van maar liefst drie verschillende graveurs; J. Goeree (1670-1731), A. Houbraken (1660-1719) en J. Schijnvoet (1685-na 1733), past prima in mijn collectie geschiedenis van Amsterdam en Amstelland. Van Willink bezat ik al de "Amstellandsche Arkadia" (Amsterdam, 1737) en de "Amsterdamsche Buitensingel" (Amsterdam, 1723). Inmiddels heeft de aanwinst een plaatsje gekregen in mijn bibliotheek naast twee andere stroomdichten in mijn collectie waarover ik eerder schreef; "De Ystroom" van Joannes Antonides van der Goes en "De Amstelstroom in zes zangen", door Nicolaas Simon van Winter. Ik vermoed dat de rivier De Amstel Nederlands meest bezongen waterloop is.


Digitaal sneupen in coronatijd leverde de afgelopen maanden niet zo heel veel op. Het meest bijzondere trof ik aan op Marktplaats. Daar struikelde ik over een zeer gedetailleerde titel die mij nieuwsgierig maakte naar de inhoud. Het gaat om een vertaling van de Duitse medicus Johann August Unzer (1727-1799) getiteld: "Geneeskundig Huisboek voor professoren, predikanten, rechtsgeleerden en allen die in het openbaar moeten spreeken; ter bewaaring hunner gezondheid by de waarneeming van derzelver ambtsverrichtingen..." (Amsterdam, 1792). 
Uitgaven van Unzer waren hier eind achttiende eeuw mateloos populair wat blijkt uit het feit dat verschillende werken van hem destijds in het Nederlands zijn vertaald en zich thans in tal van (universiteits)bibliotheken bevinden. 
Wat mij als eerste in de titel had getroffen was de term 'Huisboek'. Alweer drie jaar geleden schreef ik over twee andere 'huisboekjes' in mijn verzameling; dat van J.F. Martinet (1729-1795) voor huisgezinnen en dat van Christian Friedrich Traugott Voigt (1770-1814) voor verloofden en jong-gehuwden. Daaraan kan ik nu dus een derde toevoegen. Ook de interessante en vermakelijke inhoud stelde me niet teleur.


Opvallend is Unzer's overal klinkende waarschuwing voor ongezonde lucht, of het nou de rook van houtskoolvuur is of van lijken! Unzer schrijft uitvoerig over het ongezonde begraven in de kerk (vanaf blz. 142). Een discussie die met name aan het einde van de achttiende eeuw werd gevoerd en die zou leiden tot de eerste (openbare) begraafplaatsen. Ik heb daarover - naar aanleiding van een aanwinst - al eens eerder geschreven in: "Zand erover".
Unzer toont zich al met al nog sterk verbonden met de miasmatheorie. Ik moest onmiddellijk denken aan de smakelijke studie van Alain Corbin: "Pestdamp en bloesemgeur. Een geschiedenis van de reuk" (Nijmegen, 1986), waarin uitvoerig wordt ingegaan op vieze luchtjes en ons reukorgaan. Overigens is dit ook het onderwerp in de bekende historische roman van Patrick Süskind: "Het parfum. De geschiedenis van een moordenaar" (Amsterdam, 1985), die u wellicht verfilmd (2006) in de bioscoop hebt gezien.
Zijn boekje geeft ons zodoende een interessante blik op de toenmalige heersende opvattingen over hygiëne, volksgezondheid en geneeskunde. Bovendien bevat het een 'smakelijk' aanhangsel met recepten (vanaf blz. 151), die trouwens niet bepaald doen terugverlangen naar deze 'goeie oude tijd'...

De uitgave verkeerde in goede staat maar de rug was overplakt met plakband (volgens boekengoeroe Piet Buijnsters "een uitvinding van de Duivel"). Ik nam daarom contact op met handboekbinder en boekrestaurator Hans Pieterse die ik alweer geruime tijd geleden heb leren kennen via het Amsterdamse antiquariaat Brinkman. Hans heeft voor mij in het verleden al diverse opdrachten uitgevoerd (zoals deze) en onlangs schreef ik daarover in "Restauratie omwille van provenance". In zijn Amsterdamse atelier vertelde ik hem dat ik overwoog om het boekje opnieuw te laten inbinden, bijsnijden en voorzien van een halfleren band (gebruik makende van het de oorspronkelijke omslag van gespikkeld kievitsmarmer) zodat het meer zou passen bij mijn huisboek van J.F. Martinet. Hans keek bedenkelijk en vond het geen goed plan. Het boekje, zo betoogde hij, is immers een prachtig behouden voorbeeld van een halffabricaat. Het zit nog in zijn oorspronkelijke uitgeversomslag en de katernen zijn met een voorlopig naaisel gebonden. Het papier werd nog niet bijgesneden waardoor de marges rondom de tekst ruim zijn. Hij had maar weinig overtuigingskracht nodig. Twintig jaar geleden zou ik wellicht hebben volhard in mijn voornemen maar inmiddels is de markt in oude drukken en het verzamelen daarvan veranderd. Uitgaven in 'unsophisticated condition' worden steeds meer gewaardeerd. Uiteindelijk heeft Hans dus alleen de omslag hersteld met origineel 17de eeuws kievitsmarmer. 


Omdat geld uitgeven aan boeken in coronatijd zo stroperig verliep besloot ik op een andere manier mijn bibliofiele behoefte te bevredigen. Ik vroeg aan Hans om voor twee uitgaven in mijn collectie een bewaardoos te maken zoals ik die om meer boekjes heb zitten en waarover ik lang geleden schreef in "(G)een boek?". Het gaat om een doos(je) voor het eerdergenoemde huisboekje voor verloofden en jong-gehuwden en voor: "Galante dichtluimen", een zeldzaam erotisch dichtbundeltje waarover ik hier schreef. Overigens kreeg ik van Hans nog een compliment voor de bijna niet van echt te onderscheiden facsimile omslag die ik destijds maakte voor mijn exemplaar van "Galante dichtluimen".
Enfin, zoals u geheel bovenaan kunt zien werden het twee fraaie overslagdozen met op de voorkant verdiept een kopie van de desbetreffende uitgave. Beide boekjes zitten bovendien in een envelop van zuurvrij karton. Voor de nieuwsgierigen geïnteresseerden onder u, dergelijke doosjes kosten circa tachtig euro per stuk exclusief btw.

Begin juni ben ik weer begonnen met mijn werkzaamheden op Schiphol. Mondkapje op, latex handschoenen aan, desinfecterende gel bij de hand en temperatuurcontroles... De coronamaatregelen zijn inmiddels nationaal en internationaal steeds meer versoepeld. Overal wordt het weer drukker en steeds meer Nederlanders gaan met vakantie naar het buitenland. Het wachten is op de tweede epidemische golf. Ik blijft deze zomervakantie gewoon thuis, kijk de kat uit de boom, en geniet van mijn private library, de boeken en bewaardoosjes...

donderdag 17 maart 2011

Raadseltje

Al snuffelend herken ik ze aan de boekruggetjes. Altijd datzelfde gestileerde bloempje.
Van de Zaltbommelse heruitgave van ‘belangrijke, merkwaardige en zeldzame boekwerken met betrekking tot de geschiedenis der Nederlanden’ bezit ik een aantal uitgaven die al heel lang in mijn bibliotheek staan. Ik vermoed dat ze bij verschijnen, zo’n veertig jaar geleden, best prijzig waren, maar tegenwoordig zijn ze goed te vinden en is het tientjeswerk. De eerste die ik ooit kocht was Daniel Willink's: “Amsterdamsche buitensingel…” (Amsterdam, 1723), heruitgegeven in 1970. Daarvan bezit ik inmiddels ook de originele uitgave, uiteraard gebonden in perkament..

Toen ik een paar maanden geleden op een boekenmarkt liep ontwaarde ik tussen de boeken een aantal koperkleurige platen met gravures. Nader onderzoek leerde mij dat het een soort kunststof platen waren, van nog geen millimeter dik, bedekt met een koperlaag waarin verschillende 18de eeuwse afbeeldingen waren gegraveerd. Op twee ervan stond een mij bekende voorstelling.
Het gaat om het panorama (naar A. Storck, 1644-1708) van “Amsterdam uyt den Amstel te zien”, één van de uitklapbare gravures uit het eerdergenoemde boekje van Willink.
Eén plaat toont de afbeelding in positief, de ander in negatief. Eerst vermoedde ik dat het de drukplaten waren voor de heruitgave, maar de afbeelding inclusief de tekst werd niet spiegelbeeldig gegraveerd. Bovendien ontbreekt op beide platen het paginanummer dat wel bij de afbeelding in de heruitgave linksboven zichtbaar is. 'Last but not least'; de afdruk in de heruitgave is iets groter dan de afbeelding op de platen.

Een bezoek aan een nabijgelegen drukkerij bracht ook al geen oplossing. Ambachtelijk drukwerk is tegenwoordig digitaal computerwerk en medewerkers die nog met oude technieken zijn opgegroeid en geschoold zijn er nauwelijks meer.
Zijn het eigenlijk wel drukplaten? Voorlopig een raadsel, maar wie het weet mag het zeggen…

zondag 11 oktober 2009

Jachtseizoen 2009

Het bibliofiele jachtseizoen is weer in volle gang. De start lag enige tijd terug met de jaarlijkse Amsterdam Antiquarian Book, Map & Print Fair georganiseerd door de NVVA in de Passenger Terminal Amsterdam (2 en 3 oktober jl.). Veel mooie boeken maar vaak ook prijzig. Wel leuk om ideeën op te doen, te praten en te leren, snuiven, snuffelen en genieten.
Ik was er op zaterdagochtend 3 oktober en stoof in de lunchtijd (op jacht vergeet ik altijd te eten en heb ik nooit trek!) te voet door hartje Amsterdam naar dierentuin Artis waar de eerste editie van 'Books at the Zoo' plaatsvond. Een mooie beurs met veel leuke dingen en veel bekende gezichten maar ik had helaas maar weinig tijd en heb op beide beurzen niets gekocht.

Gisteren heb ik dat ruimschoots goed gemaakt en wel op de jaarlijkse boekenbeurs van de BOB in de Pieterskerk in Leiden.
Mijn eerste aankoop was: “Hebben is houden. Wat iedere verzamelaar en boekenliefhebber over zichzelf moet weten” net verschenen bij uitgeverij Aspekt en geschreven door socioloog Jaco Berveling, die het boek op de beurs ten doop hield en mijn exemplaartje vriendelijk voorzag van zijn signatuur. Inmiddels heb ik de eerste vijf hoofdstukken uitgelezen en ik kan u verzekeren dat het een prettig leesbaar boek is met heel herkenbare verhalen en hoofdstukjes zoals, “Ik ben wat ik heb”, “Wat de gek ervoor geeft” en “Prettig gestoord”. Slechts twee tientjes en van harte aanbevolen dus.

Ook maar twee tientjes was mijn volgende aankoop bij antiquariaat Fokas Holthuis uit Den Haag. Het ging om een exemplaar (één van de 35!) van “De Bibliofiel” (Uitgave Bucheliuspers, Utrecht, december 2001).


Het is een kort gedicht dat werd aangetroffen in een nalatenschap en op twijfelachtige gronden werd toegeschreven aan Simon Carmiggelt.
Het slot luidt:

Soms overweegt hij ooit eens uit te zoeken
Waar al die fraaie letters toch voor stààn.
Maar snel klapt hij weer dicht. Geen denken aan.
Want lezen, dat is zonde van de boeken
”.

Vervolgens deed ik een aankoop in stijl bij de tafel van Antiquariaat De Vries & De Vries uit Haarlem in de vorm van een in perkament gebonden fraaie eerste druk van Daniel Willink's "Amsterdamsche buitensingel, nevens de omleggende dorpen opgeheldert door aanteekeningen, over veele voornaame geschiedeniszen" (Amsterdam, Andries van Damme, 1723).


Een topografisch werk, op rijm over Amsterdam en omgeving, voorzien van uitgebreide annotatie, vier fraaie uitslaande platen en twaalf platen met elk twee afbeeldingen van met name Amsterdamse gebouwen.
De originele tweede druk uit 1738 wordt wat vaker aangeboden maar vaak ontbreken er uitslaande platen. De eerste druk is overigens in 1970 in facsimile herdrukt door de Europese Bibliotheek en volop in het antiquariaat verkrijgbaar.

De absolute topper kocht ik aan het eind van de dag en is een apart blog ‘Het Hornboek Project’ waard.