Posts tonen met het label Jeronimo de Bosch. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jeronimo de Bosch. Alle posts tonen

woensdag 6 oktober 2010

Heeren en moeders

Zomaar een boekje.
Handzaam duodecimo (12˚) formaatje met een eenvoudig perkamenten omslagje. Het gaat om een: “Naamwyzer, waar in vertoond worden de naamen en woonplaatsen van haar ed. gr. achtb. De Heeren Regeerders der stad Amstelredam, dezes jaars 1788. Als mede van eenige Bedienden der zelve. Tot dienst aller Liefhebbers in goede orde gestelt” (Amsterdam, 1788). De inhoud bestaat uit meerdere losse onderdelen.

Na de eerdergenoemde ‘naamwyzer’ volgt een “Naam-register van al de Predikanten die t' sedert de Reformatie in de jare 1578 tot heden geweest, of noch zyn...”, vervolgens een “Lyste van de capiteinen, luitenants en officieren over de 60 Vaandelen Burgers binnen de stad Amsterdam...”, dan een “Verbetert specie-boek der verminderde Schellingen, tot 5 stuivers 8 penningen uitgerekent van vyf en vier Schellingen in een Worp als mede een Specie-Tafeltje van Agt-en-twintigen…” en tot slot de: “d’Erve der Wed Stichters Almanach op ’t Schrikkel-Jaar onses Heeren Jesu Christi, 1788…”. Er bestaan overigens ook exemplaren met een onderdeel waarin gegevens van Batavia en de vestigingen van de VOC zijn opgenomen.

Dergelijke boekjes staan bekend als ‘herenboekjes’, wat niet wil zeggen dat er helemaal geen dames in staan.
Die vinden we vaak terug als ‘buyten-moeders’ van hofjes, gods-, gast-, spin- en weeshuizen en vrijwel altijd met de vermelding ‘huisvrouw van ...’ zoals bijvoorbeeld één van de buitenmoeders van de Nieuwe Walenkerk “Laurentia Clara Elisabeth van Haesten, Huisvr. Van den Wel Ed. Heer Mr. P.C. Hasselaer, Regeerend Burgemeester, op de Keisersgraft, z.z. tussen de Reguliersgraft en Utrechtsestraat”.
Alleen de ‘Schatsters in de boel- en erfhuyzen’; Anna Adriana Elzevier, Dorothea Wilhelmina Bennet, Beatrix Hoorn en Sara Johanna van der Straten, werden zonder verdere omschrijving met voor- en achternaam vermeld. Zeer waarschijnlijk waren ook zij wel huisvrouw maar niet in de hogere kringen en verschil – ook op papier - moest er wezen. Het boekje is een soort ‘Who is who’ van het jaar 1788; zeg maar een voorloper van de latere adresgidsjes en telefoonboeken.

De adressering is voor onze begrippen kort en vaag. Burgemeester Jan van de Poll woonde “op de Heeregraft bij het Koningsplyn”.
Geen huisnummers (waren er nog niet), soms een nadere precisering zoals bij de secretaris van de zeezaken Hieronimus van der Dussen: “op de Keizersgraft over ’t Huis met de Hoofden” en boekhouder Jan Hamaker “op de Rapenburgergraft, boven de Stal van Orsoy”.
De bibliofiel, tevens eerste stadsklerk ter secretarie Jeronimo de Bosch woonde “op de Keisersgraft, over de Groenlandse Pakhuizen”.
Soms tref je wat sluikreclame aan, bijvoorbeeld bij David Franco Mendes in de Rapenburgerstraat, één van de beëdigde ‘Translateurs’. Hij vertaalde “uit en in ’t Hebreeuwsch, Chaldeeuws, Spaansch, Portugeesch, Fransch, enz.”.
Vooral dat ‘enz.’ intrigeert me dan…en Jacobus Bakker, één van ‘Practiserende Boekhouders’ in de Pieter Jacobstraat, bij de Fluwelen Burgwal “instrueert in het Italiaansch en Scheeps Boekhouden”.

Deze boekjes kom je in antiquariaten en het veilingcircuit weinig tegen. Ze waren destijds bedoeld voor een beperkte doelgroep waaronder de functionarissen van de opgenomen (overheids)instellingen zelf. De oplage was daar op afgestemd en bovendien verscheen er elk jaar een nieuwe editie met als gevolg dat de oude vaak in de prullenbak verdween.
Eén blik in de STCN (Short Title Catalogue Netherlands) leert ons dat de Koninklijke Bibliotheek beschikt over een vrijwel complete serie van 1750 tot 1794 maar dat uitgerekend het jaar 1788 en 1789 ontbreken.
De conclusie dat het dus om een zeldzaam boekje gaat moet echter niet al te gauw getrokken worden. Dit soort efemeer drukwerk van overheidswege is vooral in archiefcollecties bewaard gebleven die vrijwel in het geheel niet zijn opgenomen in de STCN. Zo blijkt het Stadsarchief Amsterdam over een veel grotere serie te beschikken, vrijwel compleet van 1700 tot 1800 waaronder zelfs twee exemplaren van het jaar 1788!

zondag 19 april 2009

Van mij!


Als je - zoals ik - veel oude boeken antiquarisch koopt dan zitten daar ook exemplaren bij die de eigenaar heeft gemarkeerd hetzij door zijn naam erin te zetten, hetzij door een ex-libris of een supralibros (latijn voor ‘op boeken’) in de vorm van een wapenschild of monogram op de boekband. Dat heeft zijn charme en roept vragen op over de herkomst en zwerftocht van het boek door de eeuwen heen. Een mooi voorbeeld hiervan zit in mijn collectie.

Het gaat om een exemplaar van de bekende Latijnse kroniek van Johannes de Beka en Wilhemus Heda: ‘De episcopis Ultraiectinis, recogniti et notis historicis, recogniti et notis historicis illustrati ab Arn. Buchelio Batavo I.C. Accedunt Lamb. Hortensii Montfortii Secessionum Ultraiectinarum libri, et Siffridi Petri Frisii Appendix ad historiam Ultrajectinam’. Uitgegeven in Utrecht door Jan Everdsen van Doorn (en gedeeltelijk gedrukt door Aegidius Roman) in 1642-1643.

Het boek is prachtig gebonden in een blind gestempelde contemporaine perkamenten band met aan beide zijden een huismerk (een soort 4 op driepoot geflankeerd door de initialen C.E.) als supralibros. Op de binnenzijde van de band staat in 19de eeuws handschrift: ‘A. de Vries ex. bibliotheca Boschiana’. Daartegenover op het eerste schutblad zit een ex-libris van Mr. W.C. Baert de Waarde.

Het huismerk moet van de eerste koper zijn die het boek liet binden in perkament. Zijn (het was ongetwijfeld een man) huismerk werd door de binder verwerkt in de blindstempeling. De welgestelde eigenaar C.E moet iemand geweest zijn die vermoedelijk een bibliotheek had (het supralibros kwam in zwang tijdens de Renaissance toen ook grote bibliotheken ontstonden), geletterd was (Latijn!) en belangstelling had voor de middeleeuwse geschiedenis van het bisdom Utrecht.


Met behulp van de heraldische collecties van het Centraal Bureau voor de Genealogie moet ik nog eens proberen na te gaan wie hij was. Mocht ik de eigenaar identificeren dan is dat stof voor een volgende blog!

Van de 17de eeuw gaan we naar de 18de eeuw. Toen werd het boek deel van de bibliotheek van ene Bosch ('Boschiana’). Na enig gepuzzel kwam ik erachter dat het hier moest gaan om de beroemde letterkundige Jeronimo de Bosch (1740-1811). Hij werd 1ste klerk ter secretarie in Amsterdam na de dood van zijn voorganger, de bekende Amsterdamse historicus Jan Wagenaar. Jeronimo was 'gelijk elk weet, een rijk bezitter van eene overheerlijke en allerkeurigste boekverzamelinge, in welke niet alleenlijk voorhanden zijn zeer vele zeldzame boeken en kostbare afdruksels der oude Grieksche en Latijnsche schrijvers, maar ook eene meenigte van derzelver vroegste en eerste uitgaven, welke in de vijftiende en zestiende eeuwen te voorschijn kwamen'. (Uit: ‘Handelingen der jaarlijksche vergadering van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leyden, Gehouden den 3. van Hooimaand 1811’. Toespraak van de voorzitter J.W. Water).

Met zijn dood belanden we in de 19de eeuw. Zijn bibliotheek werd van 13 tot 23 april 1812 geveild in Amsterdam. In de bijzondere collecties van de Universiteit van Amsterdam vond ik de veilingcatalogus. Kavel 395 was mijn boek. Voor één gulden (jawel!) verkocht aan A. de Vries. Zeer waarschijnlijk gaat het om de doopsgezinde predikant, boekenverzamelaar en Coster deskundige dr. Abraham de Vries (1773-1862).


Het vroeg 20ste eeuwse ex-libris is van de, in Zwitserland overleden, jurist Wilhelm Cornelis Baert, heer van Waarde (1864-1951). Hij was een kleinzoon van Wilhelm Cecilius Baert (1806-1867) ambachtsheer van Waarde (thans een dorp in de Zeeuwse gemeente Reimerswaal) gehuwd met Cornelia Maria vrouwe van Waarde Burgerhoudt.Onbekend is hoe en wanneer hij aan het boek kwam maar mogelijk kocht ook hij het op een boekenveiling. Ergens rond 1980 werd het boek in Duitsland opnieuw geveild. De Nederlandse koper belandde enige tijd later voor zijn werk in Indonesië waar hij twintig jaar woonde. Na zijn pensionering keerde hij terug naar Nederland. In oktober 2008 - we zijn in de 21ste eeuw - verkocht hij het boek aan mij.