Posts tonen met het label Boekenbeurs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Boekenbeurs. Alle posts tonen

vrijdag 20 november 2015

Best Beschreven Boeken


Op initiatief van de Bond van handelaren in Oude Boeken (BOB) vond dit jaar de week van het Oude Boek plaats (13 t/m 20 november 2015) met diverse activiteiten. Doel was om aandacht te vragen voor het (oude) boek in tijden van ontlezing en winkelsluiting en het thema luidde: ‘Het oude boek leeft!’
Eén van de activiteiten was een boekenmarkt in de Amsterdamse Hallen waar bovendien de prijsuitreiking zou plaatsvinden van de Best Beschreven Boeken, een initiatief van de Groningse antiquaar Michel de Vries.

En dus spoedde Perkamentus zich die storm- en regenachtige zondag naar deze bibliofiele hotspot om te sneupen en te praten met - maar vooral ook vóór antiquaren en verzamelaars.
Alweer enige tijd geleden werd ik namelijk door Heske Kannegieter van De Kan benaderd met de vraag of ik niet een toespraakje kon houden in het voorprogramma van de Best Beschreven Boeken.
"Natuurlijk", zei ik spontaan, me niet realiserend dat ik hiermee voor het eerst publiekelijk zou optreden.
Maar goed, beloofd is beloofd en zo hield ik samen met Erik Geleijns, curator oude boeken van Museum Meermanno en Lisa Kuitert, hoogleraar Boekwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam een korte inleiding die bij mij ging over mijn blog, en bibliofiel bloggen.


Daarnaast heb ik natuurlijk ook zelf meegedaan aan de Best Beschreven Boeken met drie bijdragen (!) waarvan ik er twee “I want to believe” en “De schrijver is de gekte nabij” (met de desbetreffende illustraties) voorafgaande aan de prijsuitreiking op mijn blog publiceerde.
De jury die bestond uit Liza Kuitert, Ewoud Sanders en Inger Leemans koos tot winnaar de bijdrage van Sander Bink, een beschrijving van de roman “Jean Lefort. Een Greep uit het Parijsche Leven. Met een voorwoord van mr. H. Louis Israëls” (Amsterdam, z.j. (1900).
De eervolle tweede en derde plaats gingen respectievelijk naar Anneke van Ammelrooy met “De Goden gaan naar huis” (Amsterdam, 1966) van A. den Doolaard en naar antiquaar Casper Schuckink Kool die een beschrijving geeft van het “Termijnbetalingsboekje van het verkoopkantoor van EMO stofzuigers”.

Alle aanwezige deelnemers ontvingen na afloop een exemplaar van de fraaie gelegenheidsuitgave (oplage 100 exemplaren) die bij deze eerste prijsuitreiking van Best Beschreven Boeken verscheen. Het is een plexiglas doosje met gezeefdrukt deksel (ontwerp Jelle Jespers) met daarin losbladig alle negenendertig inzendingen.
Ik ben natuurlijk erg blij met deze fraaie aanwinst die drie korte verhaaltjes van mij in druk bevat. Dat wordt een collectoritem en om de bibliofiele begeerte wat bij u aan te wakkeren kan ik u verklappen dat ik mijn derde inzending niet op dit blog zal publiceren maar exclusief houd voor deze uitgave!


Als het aan Michel de Vries ligt hebben we er dus in Nederland een boekenprijs bij en is dit het begin van een jaarlijks terugkerende festijn. Ik juich elk initiatief toe dat leidt tot een verhoogde waardering voor het antiquarische boek en zeker in deze vorm.
Want zeg nou zelf, ook al gaat de hoofdprijs van vijfhonderd euro boekengeld naar een ander, een fraaie exclusieve uitgave met je verhaal in druk houd je er altijd aan over!
Kortom, mocht er volgend jaar een Best Beschreven Boeken wedstrijd zijn dan is Perkamentus weer van de partij.
U toch ook?

zondag 30 oktober 2011

Teleurstelling en geluk

Natuurlijk was Perkamentus ook dit jaar weer op de 32ste Antiquarian Book, Map & Print Fair 2011, in de Amsterdamse PTA.
Dat wordt steeds meer een ‘feest der herkenning’ met een sfeer die nog het meest doet denken aan een reünie van oude bekenden en vrienden. Over het algemeen ben ik dus meer tijd kwijt met praatjes hier en daar over oude boeken dan het werkelijk zoeken naar oude boeken.

Zo sprak ik ondermeer met NGB-medelid J.A. Brongers (alias ‘Sneuper’ en niet te verwarren met de ‘Boekensneuper’) over de stand van zaken betreffende zijn binnen afzienbare termijn te verschijnen, herziene, aangevulde en geïllustreerde uitgave van het “ABCDarium voor de boekensneuper”.
Een voor de bibliofielen onmisbaar lexicon, waarvan de laatste smaakvolle uitgave onder de titel “Boekwoordenwoordenboek. Rondgang door de boekenwereld” (Amsterdam, 1996) verscheen bij uitgeverij De Buitenkant.

Waar ik reikhalzend naar had uitgekeken was het boek van John LandwehrMijn herinneringen aan de wereld van het oude boek“ (z.p., 2011), dat vrijdag 28 oktober door hem werd gepresenteerd en gesigneerd. Aangezien ik zaterdag pas naar de beurs ging, en de oplage van het boek beperkt is (‘privately printed’), had ik voor alle zekerheid gevraagd voor mij een gesigneerd exemplaartje te reserveren. Uitgaven met herinneringen en ervaringen van verzamelaars en antiquaren zijn redelijk zeldzaam en ik verwachtte een groot inhoudelijk spektakel van deze, volgens P.J. Buijnsters, “op afstand de beste en belangrijkste Nederlandse boekverzamelaar uit de periode 1950-2010”.

Ik zal het maar meteen verklappen.
Het is één grote teleurstelling.

Dat het een uitgave is in slappe kaft en dat de illustraties niet altijd even duidelijk zijn, waardoor het geheel lijkt op een wat veredelde gekopieerde ‘reader’ uit mijn studietijd, is de ware bibliofiel al een gruwel.
Veel erger is dat er vrijwel geen herinneringen noch ervaringen in staan! Het voorwoord stemt nog hoopvol maar uiteindelijk is het niet meer geworden dan een beschrijving en bespreking van diverse uitgaven van zijn hand en van de boeken die hij ooit verzamelde, kocht en verkocht.
Enigszins onbegrijpelijk is dat wel, want er gaan veel verhalen rond over John Landwehr in 'het wereldje' en ik had nu wel eens zijn eigen verhaal willen lezen in plaats van deze opsomming van boeken, boekjes en reeds lang bekende feitjes. Wie P.J. Buijnsters “Geschiedenis van de Nederlandse Bibliofilie” (Nijmegen, 2010) er op na slaat kan daarin op zeven pagina's (121-128) heel wat meer vinden over de verzamelaar John Landwehr dan in zijn eigen, 175 pagina's tellende, ‘herinneringen’!

Of ik nog wat bijzonders heb gekocht? Ja, maar heel bescheiden.
In de stand van de Amsterdamse De Slegte vond ik een exemplaar van het boek van Boudewijn Büch (1948-2002): “Geluk. Een vertoog over reizen, bibliotheken en heel veel geld” (Amsterdam, 2000).


Ondanks het feit dat deze uitgave destijds niet in de handel verscheen is het boekje antiquarisch ruimschoots verkrijgbaar voor prijzen rond de vijfentwintig euro.
Ik zocht echter al heel lang naar een gesigneerd exemplaar en deze is door Büch, heel ferm, op blz. 4 gesigneerd en gedateerd (10-3-2001). Met wat vriendenkorting betaalde ik vijftig euro.

zondag 7 november 2010

Coffee table book


Op de afgelopen (31ste) antiquarenbeurs in de PTA werd ik verliefd op dit schilderijtje van een romantisch Hollands wintertafereeltje dat een boek bleek te zijn.
Ik heb het over de uitgave van Friedrich von Hellwald en Richard Oberländer: “Nordland-Fahrten. Vierte abteilung. Malerische Wanderungen durch Holland und Dänemark. Land und Leute, mit besonderer Berücksichtigung von Sage und Geschichte, Literatur and Kunst” (Leipzig, ca. 1882).
Het is een excellent exemplaar, groot quarto (26 cm. x 33 cm.), gebonden in linnen stempelband, goud op snee, fraaie schutbladen, en prachtige houtgravures.


Kortom een ‘hebbedingetje’, dit ‘coffee table book’ (“An oversize book of elaborate design that may be used for display, as on a coffee table”). Deze uitgave verscheen als vierde en laatste deel tussen 1880 en 1883 in de serie ‘Nordland-Fahrten’, waaraan verschillende auteurs en kunstenaars meewerkten. Het (grootste) deel, over Holland, werd geschreven door de Oostenrijkse cultuurhistoricus Friedrich Anton Heller von Hellwald (1842-1892).
Hij beschreef: Amsterdam, Broek, Monnickendam, Marken, Schokland, Urk, Edam, Hoorn, Enkhuizen, Medemblik, Nieuwediep, Texel, Anna Paulownapolder, Wieringerwaard, Alkmaar, Zaandam, Haarlem, Leiden, Katwijk, Den Haag, Scheveningen, Delft, Vlaardingen, Rotterdam, Dordrecht, Zierikzee, Vlissingen, Middelburg, Veere, Zuid-Beveland, Zeeuws-Vlaanderen, Gouda, Utrecht, Arnhem, Zwolle, Drenthe, Friesland, Leeuwarden, Franeker, Hindelopen, Groningen.


Bij het doorbladeren viel mij op dat veel illustraties een paar jaar later ook werden gebruikt in het vergelijkbare Engelstalige boek van Richard Lovett: “Pictures from Holland, drawn with pen and pencil” (London, 1887). Een exemplaar daarvan kocht ik alweer drie jaar geleden in Den Haag en net als mijn nieuwe aanwinst maakt ook dat boek deel uit van een serie, waarin een aantal landen werd beschreven. Beide boeken geven een sfeervolle beschrijving van ons land in het laatste kwart van de negentiende eeuw toen het buitenlandse toerisme toenam.
Von Hellwald’s Duitse prachtuitgave gaat wat meer in op de zeden, volksgebruiken en gewoonten, naast de beschrijving van land, streek en gebouwen. De prachtige paginagrote houtgravures zijn een lust voor het oog. Sommige, zoals “am haven von Amsterdam” zijn duidelijk samengesteld als een ‘tableau vivant’. De schuchtere pose van een jong “mädchen aus Krommenie (Nord-Holland)” blijkt tijdloos en je zou bijna denken dat dezelfde vrouw heeft geposeerd voor de ruim honderd jaar later genomen foto van Ans Houben.


Stadsgezichten zoals “ansicht aus dem Amsterdamer Judenviertel” werden zeer nauwkeurig door de graveur weergegeven zoals een kabinetfoto van Andries Jager (1825-1905), uit dezelfde tijd, laat zien. Ik vraag me soms wel af of alle informatie klopt, want de omschrijving onder dit stadsgezicht is aantoonbaar fout. Zoals correct onder de foto staat gaat het hier om een afbeelding van de Oudezijds Kolk. Weliswaar een oeroude Amsterdamse volksbuurt maar niet behorend tot de Amsterdamse Jodenbuurt.


Enkele bijzonderheden doen mij verbazen. Bijvoorbeeld over de Utrechtse Domtoren (blz. 136): “Er besitzt ein schönes Glockenspiel und gewährt eine umfassende Ausicht über Stadt und Land, birgt aber auch ein Kuriosum einziger Art, eine richtige Bierstube in gewaltiger Höhe, wo der Höllandische Student echt germanische Trinckstudien betreibt”.
Mogelijk dus ‘Neerlands’ hoogste studentencafé ooit en niet genoemd bij de trivia onder ‘Dom van Utrecht’ in Wikipedia. Daar staat overigens wel een ander verhaal over het Utrechtse studenten corps en hun merkwaardige verhouding met deze toren dat goed is terug te voeren op een overmatig drankgebruik op grote hoogte!

zondag 11 oktober 2009

Jachtseizoen 2009

Het bibliofiele jachtseizoen is weer in volle gang. De start lag enige tijd terug met de jaarlijkse Amsterdam Antiquarian Book, Map & Print Fair georganiseerd door de NVVA in de Passenger Terminal Amsterdam (2 en 3 oktober jl.). Veel mooie boeken maar vaak ook prijzig. Wel leuk om ideeën op te doen, te praten en te leren, snuiven, snuffelen en genieten.
Ik was er op zaterdagochtend 3 oktober en stoof in de lunchtijd (op jacht vergeet ik altijd te eten en heb ik nooit trek!) te voet door hartje Amsterdam naar dierentuin Artis waar de eerste editie van 'Books at the Zoo' plaatsvond. Een mooie beurs met veel leuke dingen en veel bekende gezichten maar ik had helaas maar weinig tijd en heb op beide beurzen niets gekocht.

Gisteren heb ik dat ruimschoots goed gemaakt en wel op de jaarlijkse boekenbeurs van de BOB in de Pieterskerk in Leiden.
Mijn eerste aankoop was: “Hebben is houden. Wat iedere verzamelaar en boekenliefhebber over zichzelf moet weten” net verschenen bij uitgeverij Aspekt en geschreven door socioloog Jaco Berveling, die het boek op de beurs ten doop hield en mijn exemplaartje vriendelijk voorzag van zijn signatuur. Inmiddels heb ik de eerste vijf hoofdstukken uitgelezen en ik kan u verzekeren dat het een prettig leesbaar boek is met heel herkenbare verhalen en hoofdstukjes zoals, “Ik ben wat ik heb”, “Wat de gek ervoor geeft” en “Prettig gestoord”. Slechts twee tientjes en van harte aanbevolen dus.

Ook maar twee tientjes was mijn volgende aankoop bij antiquariaat Fokas Holthuis uit Den Haag. Het ging om een exemplaar (één van de 35!) van “De Bibliofiel” (Uitgave Bucheliuspers, Utrecht, december 2001).


Het is een kort gedicht dat werd aangetroffen in een nalatenschap en op twijfelachtige gronden werd toegeschreven aan Simon Carmiggelt.
Het slot luidt:

Soms overweegt hij ooit eens uit te zoeken
Waar al die fraaie letters toch voor stààn.
Maar snel klapt hij weer dicht. Geen denken aan.
Want lezen, dat is zonde van de boeken
”.

Vervolgens deed ik een aankoop in stijl bij de tafel van Antiquariaat De Vries & De Vries uit Haarlem in de vorm van een in perkament gebonden fraaie eerste druk van Daniel Willink's "Amsterdamsche buitensingel, nevens de omleggende dorpen opgeheldert door aanteekeningen, over veele voornaame geschiedeniszen" (Amsterdam, Andries van Damme, 1723).


Een topografisch werk, op rijm over Amsterdam en omgeving, voorzien van uitgebreide annotatie, vier fraaie uitslaande platen en twaalf platen met elk twee afbeeldingen van met name Amsterdamse gebouwen.
De originele tweede druk uit 1738 wordt wat vaker aangeboden maar vaak ontbreken er uitslaande platen. De eerste druk is overigens in 1970 in facsimile herdrukt door de Europese Bibliotheek en volop in het antiquariaat verkrijgbaar.

De absolute topper kocht ik aan het eind van de dag en is een apart blog ‘Het Hornboek Project’ waard.

Het Hornboek Project


Bij de stand van antiquariaat Dik Ramkema uit Overveen bereikte ik een bibliofiel orgasme met de kostbare aanschaf van een exemplaar van het adembenemende ‘Hornboek’.
Het werd uitgegeven in 2003 in een beperkte oplage van 135 exemplaren (waarvan 92 voor de verkoop, die al bij voorintekening verkocht waren). Het was een monsterproject van 26 (!) margedrukkers waarover Ronald Rijkse, conservator van de Zeeuwse bibliotheek, destijds het volgende schreef:
Als enige van de dertien bibliotheken met een wetenschappelijke steunfunctie heeft de Zeeuwse bibliotheek vanaf de oprichting van de Stichting Drukwerk in de Marge in 1975 een speciale band met margedrukkers en hun producten en streeft zij er naar een representatief beeld van het margedrukken te geven. Zo ontstond door aankoop of schenking een collectie die duizenden boeken en talloze efemere (eenmalige) druksels omvat. In deze verzameling zijn diverse bibliofiele persen nagenoeg compleet aanwezig.


Dit margedrukwerk vergt een bijzondere behandeling wat conserveren betreft. Het is kwetsbaar en bovendien kostbaar en het vergt een speciale manier van opbergen. De Zeeuwse Bibliotheek heeft daar momenteel echter geen middelen voor; de vele noodzakelijke restauraties van het Oud Bezit slokken de beschikbare gelden op. Om deze bijzondere collectie toch op een goede manier te kunnen conserveren is vanuit de wereld van de margedrukkers zelf het Hornbook-project tot stand gekomen.
Hornbooks zijn de voorlopers van het ons vertrouwde ABC-boek en werden vanaf de Middeleeuwen tot de 18de eeuw in het onderwijs gebruikt.
Een Hornbook is in feite een rechthoekig plankje (met een handgreep) met daarop een velletje papier met het alfabet. Dat papier is bedekt met een plaatje hoorn. In 2002 zijn er 26 drukkers aan het werk gegaan om gestalte te geven aan een Hornbook ten behoeve van het project.
Het project was gecompliceerd en het aantal betrokkenen zo groot - naast drukkers waren er ook boekbinders, houtbewerkers, cassettemakers, zeefdrukkers en clichémakers bij betrokken - dat het uiteindelijke resultaat een unicum is in de Nederlandse boekgeschiedenis.

Allereerst is er een rode cassette waarin het Hornbook gestoken is. Haalt men dit eruit, dan ziet men 2 eikenhouten platten die de vorm van het oude Hornbook hebben. Tussen de platten bevinden zich achtereenvolgens een katern met het voorwerk, een leporello en een katern met het nawerk.
Een leporello is een boek waarvan de bladen uit één lange, meermalen gevouwen strook bestaan. In dit geval gaat het om een leporello met een lengte van vier meter. Daartoe zijn 13 dubbelzijdig bedrukte bladen harmonicagewijs gevouwen en aan elkaar geplakt. Op de bladen zijn door 26 margedrukkers de 26 letters van het alfabet gedrukt, voorzien van een (literaire) uitweiding en/of afbeelding. Iedere drukker was vrij om zelf vorm te geven aan zijn door loting toegewezen letter, echter binnen het overkoepelend thema margedrukken. De drukkers werkten in koppels van twee: de voor- en achterzijde van een blad moesten in onderling overleg vervaardigd worden. 



Het voorwerk is getiteld
“Van Hornbook tot ABC-Prentenboek” en bevat geïllustreerde bijdragen van John Landwehr en Frits Booy over de ontwikkeling van het hornbook tot de bekende 20ste eeuwse ABC-boekjes. Het nawerk bestaat eveneens uit 2 bijdragen.
De eerste is van Ronald Rijkse, die de kwetsbaarheid van de collectie aan de orde stelt. De tweede bijdrage betreft de verantwoording van het gehele project
”.

Het is werkelijk een onbeschrijfelijk mooi voorbeeld van kunstzinnige vormgeving en typografie en ik prijs mij dan ook gelukkig dat ik op de BOB beurs in de Leidse Pieterskerk een exemplaar kon bemachtigen.
Mijn drie fotootjes geven slechts een indruk maar als u wilt smullen en alle letters A t/m Z zelf wilt zien dan zult u toch echt op jacht moeten gaan naar een eigen exemplaar!