Posts tonen met het label Brievenboek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Brievenboek. Alle posts tonen

woensdag 8 juli 2009

Hieperdepiep hoera!

Op de site van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur lees ik: “Verjaardag vieren is een recente traditie. Met name de kinderverjaardagen – met cadeautjes, verjaardagstaart, versierde stoel, liedjes zingen en trakteren op school – hebben zich pas in de 20ste eeuw ontwikkeld. Tot in de 19e eeuw vierde men geen, of alleen heel sober, verjaardagen. Een geboortedag was niet belangrijk”.

Dat mag dan zo zijn maar als ik lees hoe dat rond 1860 ging dan rijzen de haren je te berge. Een jarige vader of moeder kreeg van zoon of dochterlief een ware heilbede toegestuurd. Ik vond van beiden een aardig voorbeeld in mijn: “Nieuw brievenboek voor iedereen bevattende eene menigte voorbeelden van brieven, welke in het dagelijksch leven te pas komen. Benevens voorbeelden van Requesten, Contracten, Telegrafische berigten, Advertentien, enz. enz. Een handboek tot eigen oefening” (A. van Loon. Tiel ca. 1862).

Dierbaarste Vader!
Met een juichend hart begroet ik weder den dag van heden, den dag waarop door U eens voor het eerst het levenslicht aanschouwd werd. Met blijde verwachting zie ik steeds dien dag te gemoet, wanneer ik bedenk, dat aan Uw aanwezen, aan Uw leven, het mijne zo nauw verbonden is, en dat Gij, van mijne jeugd af aan, voor mijn welzijn met de grootste zorgvuldigheid gewaakt en met de uiterste vlijt en inspanning aan mijne opvoeding en beschaving gewerkt hebt.

Ja, Vader! In de eenzaamheid denk ik iederen dag met een dankbaar hart aan de veelvuldige bewijzen van uwe hartelijke liefde en zorg voor mij, en ik smeek God, om het behoud van het dierbaar leven van mijnen dierbaren Vader, doch Gij zult het met mij heden inzonderheid toestaan, de gevoelens van mijne kinderlijke liefde en van mijnen eerbied jegens U luide aan den dag te leggen.
U niet slechts op dezen dag vreugde schenken – maar al de dagen van Uw leven te vervrolijken, en eens den avond van dat leven te zullen verhelderen – dat is de gelofte, waartoe ik mij heden – op den dag Uwer geboorte – plegtig verbind. Hoe ondankbaar zou ik zijn, wanneer ik zulks ooit verzuimde, terwijl het nakomen ervan mij te meer aangenaam moet wezen, omdat daardoor mijn eigen geluk te vaster gegrondvest wordt. Van harte wensch ik verder, dat deze feestdag nog vaak voor U aanlichte, en dat eene aanhoudende gezondheid tot in den hoogsten ouderdom Uw deel zijn moge.
De verhooring van dezen beden van U te vernemen, dat zou mij de verwijdering van U veel minder smartelijk maken, want o, hoe zou ik kunnen of durven treuren, als ik maar weet, dat het U welgaat. Neem deze opregte gevoelens van mijne kinderlijke liefde aan, als een verjaardagsgeschenk op dezen blijden dag, en houd U daarbij verzekerd, dat zich steeds beijveren zal, Uwe vaderlijke liefde meer en meer te verdienen.

Uw geliefde Zoon…


Een brief voor moeder is gelukkig al wat korter maar niet minder uitbundig.

Zeer geliefde Moeder!
Van mijne kinderjaren af aan was de dag van heden voor mij eene vreugdefeest; hoeveel te meer moet die dag thans een feestdag voor mij zijn, dewijl ik thans dat, wat ik toen alleen genoot, zonder het beseffen thans kan beseffen en mijn voorregt kan gevoelen! En moet deze dag dus niet een bijzondere feestdag voor mij zijn?
Bezit ik niet in U een goede, brave Moeder, eene Moeder, die bezorgd is voor mijn welzijn; ben ik niet aan Uw leven mijn aanzijn, mijn geluk en mijne vorming schuldig? Ja, Moeder! en al smeek ik God iederen dag in stilte met een dankbaar hart, om het behoud van Uw mij zoo dierbaar leven, zij het mij echter vergund heden de gevoelens mijner kinderlijke liefde meer bepaald kenbaar te maken. Dikwijls reeds bedroefde ik mij, wanneer ik naging, dat ik U altijd nog slechts met woorden, en niet door daden kon toonen, dat ik U van gansche harte lief heb. Van nu aan zal ik doen al wat in mijn vermogen is, om U den avond van Uw leven zooveel mogelijk aangenaam te maken. De enige bede, zoo ik heden eene bede aan U doen mag, is deze: Schenk bij voortduring gelijk tot heden, Uwe liefde en Uwen Moederzegen aan hem, die U hartelijk lief heeft en zich noemt,

Uw liefhebbende zoon…


Wat mij aan deze brieven fascineert, is dat ze toen kennelijk zo gewoon waren dat ze als voorbeeldbrieven in het bovengenoemde boekje zijn opgenomen. ‘Nog maar 150 jaar geleden’ maar inhoudelijk lichtjaren verwijderd van wat we tegenwoordig op een verjaardagskaartje zetten.

"Met de beste wensen, xxx Perkamentus"

woensdag 22 april 2009

Huwelijksaanzoek


Worden er nog dames ten huwelijk gevraagd? Wie o wie…? Ik ben nooit verder gekomen dan een verloving (inmiddels bijna 25 jaar geleden). De meerwaarde van het huwelijk is mij altijd ontgaan, zeker gezien onze tegenwoordige tijd met zoveel andere mogelijkheden van samenzijn.

Honderd vijftig jaar geleden was het huwelijk nog een bloedserieuze zaak. Mijn overgrootouders hebben wat dat betreft niet veel keus gehad. Niks samenhokken; trouwen was de boodschap.

De 19de eeuw was een standenmaatschappij en dus diende men zich wel zeer bewust te zijn van zijn stand. De burger Jan Salie die even op de knieën gaat voor zijn aanstaande bruid om vervolgens de wederzijdse ouders te confronteren met een fait accompli was kansloos. Zijn voornemen diende hij vooreerst schriftelijk aan te kaarten en nadrukkelijk niet bij de aanstaande teerbeminde maar natuurlijk bij haar vader!
Ai!, haar ouwe heer... Lastig, lastig... Gelukkig kon Jan in deze gevoelige zaak beschikken over een handig hulpmiddel en wel het "Nieuw brievenboek voor iedereen bevattende eene menigte voorbeelden van brieven, welke in het dagelijksch leven te pas komen. Benevens voorbeelden van Requesten, Contracten, Telegrafische berigten, Advertentien, enz. enz. Een handboek tot eigen oefening" (A. van Loon. Tiel ca. 1862).
Hiermee was deze bloedserieuze aangelegenheid in een wip geklaard en kon de aanstaande schoonpapa de volgende indrukwekkende brief tegemoet zien.

"Hooggeachte Heer!
Het is reeds geruime tijd geleden, dat wij met elkander kennis maakten, en ik durf vertrouwen, dat Gij geene reden hebt, om aan mijne fatsoenlijkheid, noch aan mijne soliditeit te twijfelen.
Ik handel als opregt man, als man van eer, en kan mij daarom beroemen mijne zaken op eenen goede voet gebragt te hebben. Maar nu heb ik eene wakkere levensgezellin noodig, en ik zou mij gelukkig achten, die in Mejufvrouw Susanna, Uwe oudste dochter, te vinden. Ik heb haar toen wij onlangs in den tuin van onzen Vriend S. waren, mijnen wensch te kennen gegeven; zij scheen mij niet ongenegen, maar wees mij op haren Vader. Een uitzet wordt door mij niet begeerd, want ik heb dien, Gode zij dank niet noodig en wordt onze echt met kinderen gezegend, ook dan zullen wij in staat zijn, hen ruimschoots te verzorgen.
Ik verzoek U dus, Hooggeachte Heer, mij Uwe dochter ten huwelijk te geven: wees verzekerd, dat zij in mij een goed echtvriend zal hebben. In afwachting van gunstig antwoord blijf ik,

Hooggeachte Heer!

Ued. Dienstwillige dienaar Jan Salie"
.


Kijk, daar kun je mee voor de dag komen al weet ik wel zeker dat je met zo’n brief vandaag de dag meer indruk zou maken.
Behoorde men tot de stand van de aanzienlijke burgers, zeg maar de gegoede middenstand, dan was een zakelijk briefje aan de aanstaande nog wel mogelijk. Laten we eens kijken naar het briefje van Hendrik Braaf.

"Mejufvrouw!
Zodra ik de eer had met U kennis te maken, rees dadelijk bij mij de vurige wensch op, met U voor altijd door de heiligste banden vereenigd te worden. Wanneer Gij mij Uwe liefde onverdeeld kondet en wildet schenken, zou ik mij hoogst gelukkig rekenen. Terwijl ik Uwe hand vraag, stel ik het mij tot pligt, U te zeggen, dat mijn vermogen mij in staat stelt, U bij eene reeds goed ingerigte huishouding, een aangenaam, een onbezorgd leven te beloven. Ik maak alleen aanspraak op Uwe beminnenswaardige persoon. Uwe liefde is mij meer waard dan alle rijkdom. Beslis over mijn geluk of ongeluk. Mogt Uw antwoord gunstig zijn! Gij zoudt daardoor mijn hart met de levendigste vreugde vervullen, want niemand kan U meer eeren en beminnen, Mejufvrouw, dan

UwelEd. Dienstv. dienaar en vriend Hendrik Braaf".


Prachtig, prachtig! Een brief waarvoor elke (19de eeuwse) vrouw onmiddelijk zou vallen. Mijn dochter is pas zeven. Voorlopig dus geen brief voor mij...