Posts tonen met het label Margedrukkers. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Margedrukkers. Alle posts tonen

vrijdag 27 juni 2025

De Carbolineum Pers in mijn bibliotheek

Net als bij Jos Swiers, eigenaar/drukker van De Althaea Pers (1943-2022) kwam het overlijden van Boris Rousseeuw, eigenaar/drukker van De Carbolineum Pers (1959-2024), mij pas laat ter ore. Daarom ging ook de expositie van zijn oeuvre, één jaar later - in het filiaal van De Slegte in Antwerpen - helaas geruisloos aan mij voorbij. Gelukkig kwam ik er wel op tijd achter dat ik bij datzelfde filiaal nog een exemplaar kon bestellen van: "Obrigado Boris" (Antwerpen 2025), dat bij de tentoonstelling in een beperkte oplage van ongeveer 200 exemplaren was verschenen (ik ontving het romeins genummerde exemplaar X). Deze exclusieve, goed verzorgde (geïllustreerde) uitgave bevat diverse verhalen en herinneringen van familie, vrienden en kunstenaars alsmede een titellijst van al het drukwerk dat tussen 1989 en 2024 bij De Carbolineum Pers verscheen. 


Ik had slechts sporadisch contact met Boris per e-mail of via mijn blog. Zelden hebben wij elkaar in levende lijve ontmoet maar één van die ontmoetingen vond plaats tijdens de Amsterdam International Antiquarian Book & Map Fair 2013 in de Passengers Terminal Amsterdam. Ik werd daaraan herinnerd toen ik op bladzijde 24 van "Obrigado Boris" onderstaande foto van Nick ter Wal zag (lees zijn in memoriam) van een trotse Boris met in zijn hand "Een kerkhoflied. Laatste gedichten" (Kalmthout, 2013) van Gerrit Komrij (1944-2012). Ik bezocht die beurs en sprak natuurlijk even met hem over Komrij en over diverse bibliofiele zaken. Wat ik mij daarvan vooral herinner was zijn verontwaardigde verbazing dat hij van het kerkhoflied nauwelijks wat verkocht. Zijn verbazing deelde ik toen niet.
De Amsterdam International Antiquarian Book & Map Fair was en is nou eenmaal een evenement waar vooral het oude boek centraal staat. Ik vond zijn verkoopstand daarom meer iets voor de (toen nog) jaarlijkse 'Boekkunstbeurs' in de Leidse Pieterskerk. 


Een beetje melancholisch en geïnspireerd door de Belgische bibliofiel Jan Bib (Jan van Herreweghe), die op zijn Facebook-pagina schreef dat hij in zijn bibliotheek een vijftiental publicaties bewaart van De Carbolineum Pers, besloot ik om - net als hij - een duik te nemen in mijn collectie om eens te inventariseren wat ik in de loop der jaren verzamelde/kocht van deze bijzondere Belgische private press.
Over mijn eerste kennismaking met De Carbolineum Pers heb ik lang geleden geschreven in: "Gek geworden" (2011). Het was bij boekhandel Minotaurus in de Amsterdamse Sint Antoniesbreestraat - een piepklein winkeltje waar destijds Nol Sanders de scepter zwaaide - dat ik 'blindelings en zonder aarzeling' “De Bibliomaen” (Kalmthout, 2010) kocht. Het is een gedichtje van de Gentse stadsarchivaris en dichter Prudens Van Duyse (1804-1859), dat in een oplage van slechts 55 exemplaren bij De Carbolineum Pers verscheen en waarvan ik nummer 25 sindsdien mag koesteren.


Niet lang daarna kocht ik bij Boris Rousseeuw de eerste integrale Nederlandse vertaling van het boek van Richard de Bury: “Philobiblon” (Kalmthout, 2006), nummer 61 van de vijfenzeventig, met de prospectus.
In "Obrigado Boris" wordt deze uitgave, 208 pagina's met de hand gezet (geïllustreerd door Bram Malisse), meermaals en in diverse bijdragen genoemd als het magnum opus van De Carbolineum Pers. Toegegeven, ook ik was onder de indruk van deze zorgvuldig vormgegeven Nederlandse editio princeps, zozeer zelfs dat ik vrijwel onmiddellijk na ontvangst (en met vriendenkorting) "Lof der stront" (Kalmthout, 2000, nummer 42 van de zestig) kocht bij mijn Haagse boekenvrienden van antiquariaat Fokas Holthuis. 


In 2012 tekende ik in op: “Sonetti Lussuriosi” (Kalmthout, 2012), een pornografische erotische klassieker van Pietro Aretino (1492-1556). Gedrukt in een oplage van vijfenvijftig genummerde exemplaren gesigneerd door beide vertalers (een getrouwe vertaling door Jan-Paul van Spaendonck en een vrijere door Geerten Meijsing), met illustraties van Jimi Dams. Mijn exemplaar - op naam - is nummer 26. Ik schreef erover in: "Met rode oortjes" (2012). Apart hierbij hoort een in rood kartonnen omslag losbladig "Naar buiten met dat nawoord!" (blz. 139 t/m 156). Dit is een van de weinige uitgaven van De Carbolineum Pers gedrukt op A4 formaat. Inmiddels kende Boris mijn blog (zoals blijkt uit zijn commentaar bij: "Avonturen met Anna") en sindsdien stuurde hij mij diverse malen een fraai gedrukte prospectus (waarover ik schreef in: "Prospectus"). Ik bewaar ze in een aparte omslag en bezit er momenteel achttien. Vaak is het een enkel dubbelgevouwen blad met houtsnede maar twee daarvan zijn met een cahiersteek gebonden in een handgemarmerd omslag. Het gaat om het prospectus voor "De liefde is gelijck een zee" (Kalmthout, 2012), 48 onbekende drank- en liefdesliederen uit de achttiende eeuw met houtsneden van Isabelle Vandenabeele en: "Nihil obstat", waarover later meer.
Overigens ontving ik bij mijn "Sonetti Lussoriosi" helaas geen prospectus, want die waren op. Boris vond een goed alternatief en stuurde me in plaats daarvan een paar bladen proefdruk. Daar wordt toch elke bibliofiel blij van!


2019 was een rijk jaar met tal van aanwinsten van De Carbolineum Pers die ik allemaal bij Minotaurus kocht. Het begon in februari met O. Uzanne: "Bibliofiele verhalen. Gekozen, vertaald en toegelicht door Frans Willem Verbaas. Met pentekeningen van Stijn Felix" (Kalmthout, 2018). Mijn exemplaar (41) is een van de vijftig genummerde exemplaren.
Het eindigde dat jaar met de diep betreurde definitieve sluiting van Minotaurus. Bij de laatste uitbater - Hans van Daalen - sloeg ik destijds in de uitverkoop mijn slag en kocht ik maar liefst drie uitgaven voor boterzachte prijsjes. Het waren achtereenvolgens: J. Goudswaard (1870-1959): "Uit het leven van een boekenleurder" (Kalmthout, 2017). Dit is een bibliofiele heruitgave met een uitgebreid en lezenswaardig nawoord van verzamelaar/hoogleraar P.J. Buijnsters. Mijn exemplaar is genummerd 12 (van de tweede serie van vijftig genummerde exemplaren). Daarnaast verwierf ik J.-K. van West (1889-1969): "De opvoeding van de bibliofielen. Kanttekeningen van een boekbinder" (Kalmthout, 2018), nummer 33 (in kartonnen band) van de eerste druk van zestig genummerde exemplaren. De derde uitgave was de "Catalogus Librorum Werbrouck. Met een inleiding van Boris Rousseeuw" (Wildert, 1997). Geheel met de hand gezet en gedrukt op geschept Zerkall-papier (nummer 18 van de vijftig Arabisch genummerde exemplaren).


In 2020 verscheen bij De Carbolineum Pers: "Ton Kok. Zestig jaar antiquaar" (Kalmthout, 2020) in twee delen in cassette in een oplage van 50 genummerde exemplaren (ik bezit nummer 13). De herinneringen van Ton (die eerder verschenen in: "De Boekenpost") gingen er als zoete koek in. In 2023 volgde het tweede en laatste deel van zijn memoires getiteld: "Stapelen en omstapelen" (Kalmthout, 2023). Wederom fraai uitgegeven in cassette, oplage 50 genummerde exemplaren (daarvan staat hier nummer 16). Ik was er snel genoeg bij en kocht ze direct bij Boris. Een eendelige publiekseditie (4de verbeterde en aangevulde druk, oplage 300 exemplaren en gedrukt bij De Buitenkant) wordt thans nog steeds bij Kok verkocht voor vijfendertig euro.

In 2021 kocht ik bij Boris de uitgave van F.B. Hotz: "Joop, Jan en meneer Ginsberg" (Kalmthout, 2021). Het gaat om de jeugdherinneringen van schrijver F.B. Hotz (1922-2000) aan de Leidse antiquariaten en leest als een trein. Oplage: 65 genummerde exemplaren met geelpapieren band in cassette (ik heb hier nummer 12 staan).

Een smakelijke uitgave die prima past bij mijn kleine verzameling met uitgaven over scatologie. Deze uitgave is prachtig verlucht met 55 originele houtsneden van Isabelle Vandenabeele. Gebonden in kalfsperkament, in foedraal (net als "Philobiblon") en gedrukt in een oplage van 50 genummerde exemplaren (het is nummer 12 op naam van Peter Simoens, van wie ik het kocht).
Was dat het? Nee! 
Toen ik voor dit stukje op zoek ging naar alle besproken uitgaven en door mijn bibliotheek en dozen dwaalde vond ik ook nog: "Request van de Antwerpse boekbinders (1756)" (Wildert, 2002). Het is nummer 55 (van de 60) in kartonnen band met cassette (29 blz.) en: "Ordonnancie ende Coustume" (Kalmthout, 2012), nummer 188 (van 190), in bedrukte kartonnen omslag met cahiersteek. De laatste uitgave is tevens de eerste van de 'Vrienden van het Museum Plantin-Moretus/Prentenkabinet vzw(en nieuwjaarsgeschenk voor 2013). Ik moet ze beide ergens voor 2018 hebben gekocht, mogelijk via Boris die als 'Boekengek' ook via Boekwinkeltjes uitgaven van De Carbolineum Pers verkocht. Daar bood hij overigens als hobby-antiquaar ook veel interessant oud drukwerk aan.


Kortom, in mijn bibliotheek bevinden zich thans veertien uitgaven van De Carbolineum Pers (en achttien prospectussen). Ongetwijfeld komen er in de toekomst uitgaven bij en ik zal ze hieronder in een naschrift vermelden. Hoog op mijn wensenlijstje staat bijvoorbeeld: "De Laude Scriptorum" (Kalmthout, 2009) van Johannes Trithemius (de prospectus daarvan heb ik al). Kwestie van geduld, toeval en snuffelen...

Naschrift


Via Boekwinkeltjes (Henry Chinaski/Jon van den Berg) verwierf ik in mei 2026 Johannes Trithemius: "De Laude Scriptorum" (Kalmthout, 2009). Oplage in totaal zestig exemplaren
(I-VI plus 1 t/m 54) gebonden in kalfsperkament, in foedraal. Het is nummer 9 (voorin met pen: "Voor Peter Simoens, Boris Rousseeuw, Kalmthout, 18/12/2021"), inclusief prospectus. Geïllustreerd met 17 grote en 6 kleine houtgravures van Bram Malisse. Tevens kocht ik bij hem een exemplaar van: "Mijn naam is Boris R. From the library of Boris Rousseeuw" (veilingcatalogus Bernaerts auctioneers BV, Antwerpen, 10-10-2024).

donderdag 25 mei 2023

De mooiste Nederlandse letterproeven


Op 24 juni 2022 overleed Jos Swiers (geb. Amsterdam 23 augustus 1943), eigenaar van De Althaea Pers in Den Haag. Ik leerde hem dertien jaar geleden kennen via Marktplaats waar hij een exemplaar aanbood van de Gootjesbijbel. Ik had wel interesse en nam contact met hem op. Een paar dagen later reed ik naar zijn huis in Den Haag om mijn aanwinst contant te betalen en mee te nemen. Wat me van die eerste ontmoeting sterk is bijgebleven was de grote overeenkomst tussen de inhoud van zijn en mijn rijkgevulde boekenkasten. In één oogopslag was duidelijk dat wij veel gemeenschappelijke interessegebieden hadden, naast boeken over boeken en oud drukwerk of bijzondere ('commonplace') uitgaven, vooral veel fraai verzorgde uitgaven van diverse moderne 'private presses' (margedrukwerk).

Slechts éénmaal kruisten onze verzamelaar-degens elkaar. Toen ik in 2018 "Een Amsterdams neuzenlied" kocht op Marktplaats bleek later dat hij al de hele collectie 'en bloc' had gereserveerd. Hij liet de verkoper echter weten dat hij het geen probleem vond om dat enkele blad aan mij te laten. Zijn collectie op dat gebied was toch al reusachtig (ruim 4000 liedbladen, liedboekjes en gelegenheidsdichten uit met name de negentiende en twintigste eeuw) en werd uiteindelijk in 2020 geschonken aan de bibliotheek van de Universiteit Leiden. Een andere grote passie van Jos was zijn muze: de dichteres Anneke Brassinga.
Hij bezat letterlijk alles, in diverse uitgaven en varianten, van wat zij had geschreven en wat er van - en over haar (ook door zijn eigen pers) was uitgegeven.


Vanaf het eerste moment klikte het tussen ons en onderhielden wij onregelmatig contact, zelden persoonlijk, meestal per email en soms als reactie op mijn blog. Jos was een buitenbeentje onder de margedrukkers. De Althaea Pers drukte niet met lood en drukpers, maar digitaal met computer en kleurenprinter. Jos drukte voor zijn plezier, in beperkte (vaak erg kleine) oplage voor bepaalde personen of bij bijzondere gelegenheden. Eenvoudig kopietjes draaien was dat echter geenszins! Hij was een pietje-precies en dus niet gauw tevreden, kortom net zo lang sleutelen tot het resultaat perfect was. In een tijd waarin ik als bibliofiele veelvraat een stuk minder kon spenderen dan tegenwoordig ontving ik van hem af en toe gratis bijzondere uitgaven van zijn pers (zoals u op mijn blog hier, hier en hier) kunt lezen. Dat waren vaak HC-exemplaren, samengesteld van het 'uitschot', de extra afgedrukte bladen voor het geval er iets misging met een genummerd exemplaar. De laatste keer dat ik hem in levenden lijve zag was op 18 oktober 2019 in Leiden, tijdens de bijeenkomst 'het Groeiboek voltooid & 40 jaar De Ammoniet' (lees: "De Ammoniet in mijn bibliotheek").


Het laatste grote project van De Althaea Pers dat ik zonder kosten van Jos ontving was: "Dwars door West" ('s-Gravenhage, 2021/2022), een heel mooi uitgegeven serie boekjes met Amsterdamse jeugdverhalen van de kunstenaar Johan Breuker (oplage 100 exemplaren). In de aanbiedingsbrief bij de eerste twee deeltjes schreef Jos: "Ik weet hoezeer Amsterdam je aangaat. Daarom deze zending van - helaas voor jou - één van de HC-exemplaren, te gebruiken door ons als een van de genummerde exemplaren manco's vertoont. Dat was niet het geval. Vandaar. Geen garanties voor de toekomst natuurlijk". Uiteindelijk ontving ik alle vijftien afleveringen, evenals de slotuitgave: "Dwarsdoorsneden", met een overzicht van alle illustraties die Johan Breuker voor de reeks maakte. 

Begin 2023 realiseerde ik mij - bij het maken van mijn maandelijkse aanwinstoverzicht - dat ik van De Althaeapers geen koppermaandaguitgave had ontvangen. Ik zocht daar verder niks bijzonders achter. Pas begin april stuitte ik op het in memoriam op de website van de Atalanta Pers en kwam ik er tot mijn schrik achter dat Jos alweer bijna een jaar dood was.

Deze maand werd ik opnieuw daaraan herinnerd toen ik veiling 357 bekeek van Burgersdijk & Niermans in Leiden. Aangekondigd werd dat deze ook de bibliotheek zou omvatten van Jos Swiers (bibliografie, typografie, boekbinden, margedrukwerk en handschriften).
Een van de kavels (805) betrof: "De Grote Nederlandse Letterproef" (Banholt/Woubrugge, 1998. Oplage 90 exemplaren). Zestig prozafragmenten van Jacob Israël de Haan.
Plus een boekje: "Verantwoording" en "Inhoud en bibliografie" en 61 (in plaats van 60) boekjes (2 verschillende bijdragen van nr. 38) door verschillende margedrukkers in verschillende lettertypen. Ook bijdragen nr. 5 en 52 die pas na beëindiging van het project verschenen zitten hierbij. Dat alles gevat in fraaie schuifdoos (gemaakt door Frans den Breejen) die het letterstaafje 'H' voorstelt.


In het bekende boek van P. van Capelleveen & C. de Wolf (red.): "Het ideale boek. Honderd jaar private press in Nederland, 1910 - 2010" (Den Haag, 2010) wordt een apart hoofdstuk aan deze letterproef gewijd (blz. 174/175). "Wat echter het project zo bijzonder maakt, is dat het - zoals de naam al aangeeft - tevens een letterproef is. Elke drukker kreeg een letter toegewezen en werd geacht naast het prozafragment een zo compleet mogelijk polis van 'zijn' letter te geven (dat wil zeggen alle beschikbare tekens: onderkast, kapitalen, kleinkapitalen, cijfers, diakrieten, ligaturen, enzovoort) en iets over het ontstaan en de ontwerper mee te delen. Het resultaat is verbluffend, want een mooiere staalkaart van letters die aan het einde van het loodtijdperk in de drukkerijen voorhanden was, bestaat er niet".


Al twee keer eerder had ik geprobeerd om via een veiling dit roemruchte monsterproject van margedrukkers te bemachtigen maar telkens werd ik overboden. Ditmaal zette ik extra hoog in en wachtte af. Tot mijn verbazing werd mijn kavel ditmaal voor een erg laag bedrag afgehamerd en werd ik voor € 190,- euro (excl. veiling en verzendkosten) de nieuwe eigenaar. Na afloop van de veiling bleek dat veel bijzonder margedrukwerk niet was verkocht. Dat leidde ertoe dat ik in de aftersales ook voor een belachelijke € 90,- euro (excl. veiling en verzendkosten) eigenaar werd van kavel 822: "Veertig plus" (z.p., 2015. Oplage 105 exemplaren, waarvan slecht 17 voor de verkoop). Een overslagdoos, gemaakt door boekbinderij Distelkamp, met maar liefst 89 verschillende bijdragen (en een apart voorwoord met deelnemerslijst) met als thema 'Drukken' van verschillende kleine 'private presses' op verschillende manieren gedrukt en gebonden. Een bijna drie kilo zwaar project ter gelegenheid van de veertigste verjaardag van Drukwerk in de Marge met het grootste aantal bijdragen uit hun geschiedenis. Een uitvoerige bespreking van dit monsterproject staat in het jaarboek van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen 2015 (R. Keijser en M. van Duijn: [Boek van het jaar]: "Veertig plus (2015). Drukwerk in de Marge gevat in een doos").


Overigens ben ik slechts een bescheiden liefhebber van typografie m.n. letterproeven, een echte verzamelaar ben ik niet. Mijn collectie past op één boekenplank. Uiteraard staan daartussen ook facsimile uitgaven zoals de prachtige heruitgave van de "Proef van letteren, welke gegoten worden in de Nieuwe Haerlemsche Lettergietery van J. Enschede 1768" (Amsterdam, 1993) naast: "Exploring the heritage of the Elzeviers. A tale of fonts 1658-1713" (Amsterdam/Leiden, 2013). Een cassette die, naast een fraai vormgegeven en geïllustreerde inleiding door Paul Hoftijzer, twee facsimile-uitgaven bevat van oude letterproeven; de unieke "Specimen Typorum" (Leiden, 1658) en de "Proeve der drukkerye van mr. Abraham Elzevier" (Leiden, 1713).


Nieuwe boeken over typografie/letterproeven koop ik vrijwel nooit. De laatste, alweer ruim tien jaar geleden, was een prachtige tweedelige uitgave van Taschen: "Type. A visual history of typefaces and graphic styles" (Köln, 2009/2010). In elk deel zit een keycard met wachtwoord die toegang geeft tot een besloten gedeelte op de website van Taschen met vele honderden scans van letter- en ornamentproeven van diverse drukkerijen tussen 1628 en 1938. 


Toevalsvondsten in mijn kringloop laat ik uiteraard niet liggen. Toen ik daar in maart 2021 voor enkele euro's een exemplaar tegenkwam van: "Spectrum, Romulus, Lutetia, Romanee, Open Kapitalen, Bembo, Perpetua, Times, Baskerville, Bodoni, Falstaff, Cheops, Gill, Spartan, Marina, Bavo, Houtsnee" (uit 1959), een letterproef ontworpen door Bram de Does (1934-2015) van de Lettergieterij Enschedé en Zonen, nam ik die zonder aarzelen mee.
Meer spectaculair daar was de vondst van een Duitse letterproef: “Handbuch der Schriftarten” (Leipzig, 1926), geschreven door A. Seemann. Voor deze uitgave die een bijna volledige lijst bevat van alle soorten drukletters bij Duitse lettergieterijen in die tijd (alleen de index beslaat al 48 bladzijden) wordt in het Duitse antiquariaat rond de € 400,- euro gevraagd (mijn € 2,25 euro valt daarbij in het niet). Overigens verschenen hierop in 1927, 1929, 1930, 1933/1935, 1936/1937 en 1938/1939 addenda ("Nachträge"). 
En een buitenbeentje in de verzameling is natuurlijk: "De unieke boekbindersletterproef van Aldert Witte", die ik eerder beschreef.


Wie een bruikbaar overzicht zoekt van bijzondere Nederlandse letterproeven kan ik het overzichtswerk aanraden van J.A. Lane & M. Lommen: "Letterproeven van Nederlandse gieterijen/Dutch typefounders' specimens" (Amsterdam, 1998). Daarin staan ook een paar iconische antiquarische letterproeven die ik in de loop der tijd kon bemachtigen. Vermoedelijk meest bekend (en antiquarisch prijzig) is de beroemde "Letterproef der Lettergieterij 'Amsterdam' voorheen N. Tetterode. / Spécimen Genéral de la Fonderie 'Amsterdam' successeur de N. Tetterode" (Amsterdam, 1916). Een imposante pil van ruim 750 bladzijden (zie: Lane & Lommen, nr. 334) gedrukt in diverse kleuren. Mijn exemplaar (met ex-libris van de politicus Ard (G.A.) van der Steur, zoon van de bekende Haarlemse antiquaar A.G. van der Steur (1938-2012)) kocht ik via antiquariaat Grimbergen. Het boek (genummerd 5817) komt vermoedelijk direct uit het magazijn, want de originele bestempelde beige linnen band is nog geheel smetteloos en niet verkleurd (zoals meestal wel het geval is).
 

Deze oogstrelende letterproef, naar een ontwerp van Sjoerd de Roos (1877-1962), kostte maar liefst drie jaar voorbereiding en weegt bijna 4 kilo. Antiquarisch is het boek nog steeds verkrijgbaar tegen stevige prijzen van rond de tweehonderdvijftig euro. Niet lang daarvoor had ik via Marktplaats al een vrij zeldzame Duitse variant daarvan gevonden en voor honderd euro gekocht. Deze: "Auszug aus der hauptprobe der lettergieterij 'Amsterdam' voorheen N. Tetterode / Zierschriften und einfassungen" (Amsterdam, ca. 1924) heeft geen doorlopende paginering en bevat grote gedeelten uit de eerdergenoemde algemene proef van 1916 plus enkele supplementen. Gebonden in originele bestempelde beige heellinnen band komt deze zo niet voor in het overzicht van Lane & Lommen (zie: nr. 336).

Persoonlijk de mooiste letterproef van deze lettergieterij, waarover ik niet zo lang geleden schreef in: "Een beroemd letterstaafje”, vind ik: "Proeven van Oostersche schriften / Lettergieterij 'Amsterdam' voorheen Tetterode" (Amsterdam, Z.J. [1910]). Alleen de band al - ontworpen door Sjoerd de Roos - is een lust voor het oog maar ook de inhoud is spectaculair (zie: Lane & Lommen, nr. 1285). 


Destijds leverbaar waren: Chinees in 2 corpsen (lees: "De zaak van de verdwenen Chinese matrijzen" van Ronald Steur), Japans (in 5 soorten), Arabisch (2), Maleis (2), Turks (2), Perzisch (2), Grieks (8), Koptisch, Syrisch, Hebreeuws (5), Nieuw Javaans (2), Oud Javaans (3), Makassaars (3), Boeginees (3), Mandaïlings (2), Hiëroglyfen en Hiëratisch.


In mijn bibliotheek staan nu enkele van de fraaiste Nederlandse letterproeven die zijn uitgegeven en die - nog steeds - voor iedere liefhebber/verzamelaar van dit genre met wat geduld en geld zijn te bemachtigen. "De grote Nederlandse letterproef" (samen met: "Veertig plus") komt bovendien uit de collectie van een bibliofiele vriend en bijzonder margedrukker. In gedachten hoor ik Jos met een glimlach zeggen: "Ditmaal geen 'HC' exemplaren"! 

vrijdag 15 mei 2020

De Ammoniet in mijn bibliotheek


Bibliofiel margedrukwerk... Goed verzorgde uitgaven in een bescheiden, soms (zeer) beperkte en/of genummerde oplage; ik lust er wel pap van. Toch schrijf ik er niet zo heel vaak over. Af en toe laat ik u meegenieten van een bibliofiel orgasme zoals hier of schrijf ik over mijn uitgaven van De Althaea Pers (zoals de befaamde Gootjesbijbel en zijn 'Bibliofiel artwork') of de Belgische Carbolineumpers (en zijn fraai uitgegeven prospectussen).

Op 18 oktober 2019 vertrok ik naar de Leidse Universiteitsbibliotheek voor de viering van 'Het Groeiboek voltooid'. Ik was net enkele dagen daarvoor eigenaar geworden van een exemplaar van het Groeiboek (nr. 137 van de 150) en zou voor het eerst persoonlijk kennis maken met meesterdrukker Gerard Post van de Molen van De Ammoniet. In een apart zaaltje was een tijdelijke expositie opgezet met uitgaven die sinds 1979 bij hem waren verschenen. Om te watertanden, en zelden ben ik zo hebberig geweest als toen bij het aanschouwen van zoveel heerlijk en begeerlijk drukwerk.

Uitgaven van De Ammoniet kende (en bezit) ik overigens al langer. Al vele jaren staat in mijn bibliotheek werk van deze margedrukker en ik heb er al eens over geschreven (zoals hier). Regelmatig kijk ik op websites als Boekwinkeltjes naar wat er wordt aangeboden aan margedrukwerk. Dat zijn overigens - ongeacht de margedrukker - maar zelden de echte hoogtepunten. De liefhebbers (lees concurrenten) duiken daar al tijdens het productie- en intekenproces op af. Het is voor de verzamelaar dus meestal een kwestie van geduld, toeval en geluk in het antiquariaat of op de veiling. Tenzij je natuurlijk de meesterdrukker zelf kent...
Na afloop van de bijeenkomst in Leiden sprak ik nog even met Gerard die mij vertelde dat hij zijn drukkersarchief aan het opruimen was. Vast en zeker zou daar nog wel wat uitkomen dat mijn begeerte kon stillen. Of ik interesse had? Dat had ik, en het gevolg daarvan blijkt uit mijn aanwinstenlijstjes van november en vooral december 2019.

Wat precies vind ik nou zo aantrekkelijk aan het drukwerk van De Ammoniet? Natuurlijk; typografische verzorging (een mooie letter; de Hollandsche Mediaeval), vormgeving en luxe handgeschept papier zijn belangrijke smaakmakers maar in het geval van De Ammoniet speelt met name de inhoud van de uitgaven voor mij een belangrijke rol. Het is drukwerk dat meestal gaat over boek- en drukgeschiedenis (boekwetenschap), typografie of bibliofilie en dat zijn precies de onderwerpen die mij aanspreken.


Zo langzamerhand heb ik al een aardige collectie Ammonieten in mijn bibliotheek staan. Gerard had mij gevraagd om daarvan een overzichtje te maken zodat hij inzicht had in wat ik al heb en wat niet. Het heeft even geduurd voordat ik tijd en gelegenheid daartoe had maar nu is het dan zover. Echt bibliografisch pionierswerk heb ik overigens niet hoeven doen. Er bestaat namelijk al geruime tijd een mooi overzichtswerk met uitgaven van zijn pers geschreven door hemzelf en Ronald Rijkse onder de titel: "'t Geluck waeit niemand in den mond. Twintig jaar margedrukker De Ammoniet" (Amsterdam/Middelburg, 2000). Het boek staat in mijn bibliotheek maar het is ook compleet online te raadplegen (hierop de website van De Ammoniet, net als vele andere uitgaven van deze pers.

Belangwekkende of nieuwe informatie geef ik dus niet. Het is puur een overzichtje van mijn collectie Ammonieten. Een vorm van bezigheidstherapie dus die enigszins uw nieuwsgierigheid bevredigt naar mijn boekenbezit. Wellicht zelfs spoort het u aan om zelf wat van dat mooie en zorgvuldig uitgegeven drukwerk te gaan verzamelen. In ieder geval geeft dit geïllustreerde overzichtje wat afwisseling in de stroom artikelen op dit blog die gaan over 'het oude boek'. 'Last but not least' vormt het wat afleiding voor mij en u in deze allesverlammende 'Coronatijd'. Bij het samenstellen heb ik dankbaar gebruik gemaakt van het eerdergenoemde uitgegeven bibliografisch overzicht. De rode nummers tussen haakjes verwijzen naar de daarin gebruikte nummering. Van de uitvoerige informatie die telkens per uitgave wordt gegeven nam ik alleen deze nummers over, de titel- en oplagegegevens, eventueel aangevuld met wat opmerkingen van mijn kant.

Losse uitgaven (in chronologische volgorde)

1. (1.7) E. Blom/M. Post van der Molen: "Pip en zijn bal" (Leiden, 1980). Oplage 150 genummerde exemplaren (ik bezit nummer 109).

2. (1.12) [Christoffel Plantijn] "Vande Druckerije" (Leiden, 1982). Oplage 245 genummerde exemplaren (ik bezit nummer 189). Hiervan bezit ik ook een fotomechanisch gedrukt exemplaar met opdracht van Gerard. Ik schreef erover hier.

3. (1.18) D. Post van der Molen: "Mette beer wandeld" (Leiden 1988). Oplage 211 exemplaren.

4. (6.6.6) Uitnodiging promotie Bert van Selm (Leiden, 1987). Oplage ca. 500 exemplaren.

5. (1.23) G.C. Kuiper: "Musarum Pater. Een portret van Christoffel Plantijn" (Leiden, 1989). Oplage 350 exemplaren.

6. (9.7) G. Post van der Molen: "Dat is wat wonders. Relaas van een thuisdrukker" (Leiden, 1990). Oplage 1250 exemplaren

7. (6.3.2) Condoleancekaart Bert van Selm (Leiden, 1991). Oplage ca. 500 exemplaren.


8. (1.27) B. van Selm: "Alles komt teregt" (Leiden, 1991). Oplage 450 exemplaren.

9. (1.29) P. Paaltjens: "Tenentlazohtlaliztli oftewel Tevergeefse liefde. Azteekse vertaling van Immortelle XLIX, het beroemde gedicht van Piet Paaltjens dat onlangs nog in 85 andere talen, dialecten en exotische schriften overgezet is, met een inleiding over de Azteekse taal en cultuur door Rudolf van Zantwijk en een uitleiding over de ongelukkige dichter en zijn werk door Hans Heestermans" (Leiden, 1991). Oplage 750 exemplaren.

10. (1.30) E. Portnoy: "Dutch Dreaming" (Leiden, 1993). Oplage 500 exemplaren. Relatiegeschenk, exclusief te gebruiken door de directieleden van KPN! De boekjes waren opgenomen in een geëxtrudeerde aluminium schaal, samen met een zilveren voorwerp. Daarvan bestaan drie uitvoeringen (er waren vijf gepland). Het geheel zat in een cassette met een toelichting in het Engels. Van twee bezit ik het toelichtingskaartje daarbij ('Dutch Foil' en 'Dutch Gleek'. Alleen 'Dutch Concert' heb ik helaas niet).
Geschenk van Gerard Post van der Molen als tegenprestatie voor de(ze) lovende woorden op Perkamentus blog! Volgens Gerard "een onbereikbare uitgave voor de Ammoniet-liefhebber", omdat er van de gehele oplage maar enkele ook werkelijk als relatiegeschenk zijn uitgereikt en het overgrote deel volgens hem - na de zoveelste reorganisatie - vermoedelijk onderdeel is geworden van de "circulaire grondstoffen-economie"!


11. (3.16) G. van Thienen: "Men salse vinden te coope" (Leiden, 1992/1993). Oplage ca. 150 exemplaren. Over deze eenbladsdruk schreef ik al eerder hier.

12. (3.22) P. Verkruijsse: "Een 97e druk???" (Leiden, 1994). Oplage 197 exemplaren.

13. (6.6.10) Heropening Thuisdrukkerij De Ammoniet (Leiden, 1994). Oplage ongeveer 350 exemplaren.

14. (1.33) J. van Loo: "Prachtbijbel blijkt prachthandel" (Leiden, 1995). Oplage 750 genummerde exemplaren (ik bezit het exemplaar met zegelnummer 611).

15. (1.34) P. Verkruijsse: "Ik, het boek" (Lugduni Batavorum, MDCXCV). Oplage 312 exemplaren. Mijn exemplaar is een van de 130 exemplaren bestemd als restauratiedruk voor de Zeeuwse Bibliotheek, met als doel de restauratie van de 'Benveniste Talmoed', gebonden in rood (en groen) linnen.

16. (1.38) F.A. Janssen: "DIT BEVAT: Een brief aan de drukker. Een korte inleiding tot de historische typografische vormgeving" (Leiden, 1996). Oplage circa 100 exemplaren, ongeveer 75 met rode sierinitiaal D (waaronder mijn exemplaar) en ongeveer 25 met wachtletter d.

17. (1.43) J. Brouwers: "Een beroemde naamgenoot" (Leiden, 1998). Oplage 215 exemplaren.

18. (1.46) Ali Ibn Sudun: "Het gestolen bidkleedje" (Leiden, 1999). vertaald uit het Arabisch door Arnoud Vrolijk. Oplage 115 exemplaren.

19. (1.47) F.A. Jansen: "De nieuwe corrector. Een correctiehandleiding uit 1819" (Leiden, 1999). Oplage 99 exemplaren.

20. (5.9) "Vier van Elzevier" (Leiden 1997). Oplage 450 exemplaren. Geproduceerd met leden van de Nederlandse Boekhistorische Vereniging.

21. (1.39) P. Dijstelberge: "De lof der onleesbaarheid" (Leiden, 1997). Oplage 175 exemplaren. Verscheen ook als hoofdstuk 9 in het Groeiboek (zie hieronder).


22. (1.41) Ch. Berkvens-Stevelinck: "In het kleine stadjen D." (Leiden, 1998). Oplage 500 exemplaren.

23. (3.33) W. Morris: "I began printing books" (Leiden, 1998). Oplage ca. 200 exemplaren.

24. (1.45) A. Moerdijk: "WNT. Een buitengewoon woordenboek" (Leiden, 1998). Oplage 900 exemplaren

25. M. van Wijk-Sluiterman: "Er was eens..." (Alkmaar/Leiden, 2000). Oplage 450 mapjes met vijf kaarten en een boekenlegger met illustraties van Nelly Spoor.

26. J. Landwehr: "Wie zou niet gaarne een koning wezen? Driekoningen in oude kinderboeken en op prenten" (Leiden, 2002). Oplage 275 exemplaren.

27. P. Verkruijsse: "Plaatjes kijken. Raadsels rond illustraties in oude boeken" (Leiden, 2003). Oplage 250 genummerde exemplaren (ik bezit nummer 19). Twaalfde Bert van Selm-lezing.

28. A. van der Lem: "Een bibliotheek als wederopstanding. Welke boeken bezat Johan Huizinga?" (Ruurlo, MMXIV). Oplage 60 exemplaren. Verscheen ook als hoofdstuk 16 in het Groeiboek (zie hieronder).

Nieuwjaarskaarten/varia.

Ik bezit de nieuwjaarskaarten van 1989, oplage 500 exemplaren (6.8.5), 1993 oplage 225 exemplaren (6.8.7), 2001 ('De avonturen van Don Quichotte') en 2003 ('We got 'm. De klapwakersklopjacht in 2003 geweldloos en succesvol afgesloten...').

Projecten.

29. (2.1) Project Kaartenbak (in originele overslagdoos). Oplage 157 exemplaren (ik bezit nummer 6). De doos werd ontwikkeld onder auspiciën van de Vereniging van Vrienden van de Universiteitsbibliotheek Amsterdam en bevat twaalf 'vriendenmapjes' met drukwerk over diverse onderwerpen. Regelmatig kom ik losse mapjes tegen in het antiquariaat, daarom som ik ze even op .


(2.1.a) J. Werner: "Amsterdam slaat de vleugels uit: het begin van een kartografische traditie. Een keur uit de collecties van de Universiteitsbibliotheek Amsterdam"(Lugduni Batavorum, M.CM.XCIV). Oplage 275 exemplaren.
(2.1.b) A.K. Offenberg: "Ex Bibliotheca Rosenthaliana" (Leiden, 1994). Oplage 275 exemplaren.
(2.1.c) J. van Waterschoot: "Multatuli: muiter van gisteren, held van vandaag" (Leiden, 1995). Oplage 275 exemplaren.
(2.1.d) M. van Kempen: "Suriname verbeeld" (Leiden, 1995). Oplage 275 exemplaren.
(2.1.e) M. Beumer: "De illustraties in de 'Duizend-en-één-Nacht' van Gerard Keller" (Leiden, 1995). Oplage 275 exemplaren.
(2.1.f) P. Visser: "Drukwerk tussen hel en hemel" (Leiden, 1996). Oplage 200 exemplaren (75 werden vernietigd vanwege een zetfout in de openingszin).
(2.1.g) C. Godfried: "De Deense Molière: Ludvig Holberg (1684-1754)" (Leiden, 1996). Oplage 275 exemplaren.
(2.1.h) P. Spierenburg: "Van raspen en malen. Het Amsterdamse Rasphuis aan de Heiligeweg" (Leiden, 1996). Oplage 275 exemplaren.
(2.1.i) J. Biemans: "P.C. Hooft, geschreven & gedrukt" (Leiden, 1997). Oplage 450 exemplaren, waarvan 257 voor de abonnees van de Kaartenbak.
(2.1.j) P. Visser: "Het werk van den Boekdrukker is Goud waard. Aspecten van het Réveil in druk toegelicht" (Leiden, 1998). Oplage 485 exemplaren waarvan 257 voor de abonnees van de Kaartenbak.
(2.1.k) N. Klaversma: "'t Verborgen goed, Treckt ons gemoed. De boekillustratoren Jan & Casper Luyken" (Leiden, 1999). Oplage 475 exemplaren waarvan 275 voor de abonnees van de Kaartenbak.

Het twaalfde en laatste mapje verscheen in januari 2000 ter afsluiting van het project bij de tentoonstelling "Letter, drukker, drukletters, - moderne typografie in de UB". R. Rijkse: "100 jaar Nederlandse Private Presses" (Leiden, 2000). Oplage 350 exemplaren.

30. (1.1.0) Aspecten van de geschiedenis van het Nederlandse boek; Het Ambachtelijk Groeiboek (in originele overslagdoos). Oplage 150 exemplaren (ik bezit nummer 137). Ongetwijfeld de belangrijkste uitgave van De Ammoniet. Tussen 1987 en 2019 verschenen de volgende twintig hoofdstukken:


1. (1.1.1) R. Ekkart: "Het omhulsel van de Schepping" (Leiden, 1987). Oplage 150 exemplaren.
2. (1.1.2) B. van Selm: "Ex typographia Elseviriana 1658" (Leiden, 1988). Oplage 150 exemplaren.
2.a. (1.1.2.a) P. Scriverius: "Placaet nopende den ghenen die de Konst van Boek-drukker komen besien" (Leiden, 1989). Oplage 150 exemplaren.
3. (1.1.3) D. Dooijes: "Een typografisch monument" (Leiden, 1989). Oplage 150 exemplaren.
3.a. (1.1.3.a) G. Post van der Molen: "Oproep Hollandsche Mediaeval" (Leiden, 1990). Oplage 999 exemplaren waarvan 150 exemplaren voor het Groeiboek.
4. (1.1.4) A.E.C. Simoni: "Printing as resistance" (Leiden, 1990). Oplage 150 exemplaren.
5. (1.1.5) B. van Selm: "De boekenvorst aan het Lange Voorhout" (Leiden, 1991). Oplage 150 exemplaren.
6. (1.1.6) J. de Zoete: "Variaties op een lijn" (Leiden, 1994 = 1995). Oplage 150 exemplaren.
6.a. (1.1.6.a) G. Unger: "De staart van de g: een gesprek tussen twee heren" (Leiden, 1995). Oplage 350 exemplaren waarvan 150 exemplaren voor het Groeiboek.
7. (1.1.7) F.A. Janssen: "Drukken in de ijzeren eeuw" (Leiden, 1989 = 1996). Oplage 150 exemplaren.
8. (1.1.8) A. Stijnman: "Zonder inkt geen boeken" (Leiden, 1997). Oplage 150 exemplaren.
9. (1.1.9) P. Dijstelberge: "De lof der onleesbaarheid" (Leiden, 1997). Oplage 150 exemplaren. Verscheen ook als losse uitgave.

Na 2000 en dus niet in de bibliografie opgenomen verschenen de volgende hoofdstukken;

10. R. Rasch: "Italiaanse componisten en Nederlandse uitgevers" (Ruurlo, 2001). Oplage 150 exemplaren.
11. I. Kok: "Hoogdruk uit Diepenveen" (Ruurlo, 2005). Oplage 150 exemplaren.
12. A.K. Offenberg: "De verborgen schat van Athias" (Ruurlo, 2005). Oplage 150 exemplaren.
13. P. Verkruijsse: "Goten en Romeinen: co-existentie of concurrentie?" (Ruurlo, 2006). Oplage 150 exemplaren.
14. R. Honings: "Het topje van de ijsberg" (Ruurlo, 2011). Oplage 150 exemplaren.
15. H. Porck: "Tussen de regels lees je het papier" (Ruurlo, 2012). Oplage 150 exemplaren.
16. A. van der Lem: "Een bibliotheek als wederopstanding" (Ruurlo, 2013). Oplage 150 exemplaren. Verscheen ook als losse genummerde uitgave met extra portret.
17. W. Heijting: "Een boek blijft een boek" (Ruurlo, 2014). Oplage 150 exemplaren.
18. K. van Ommen: "De boekbindkunst is geworden de Asschepoester der kunstnijverheid" (Ruurlo, 2015). Oplage 150 exemplaren.
19. P. Hoftijzer: "Pallas nostra salus" (Ruurlo, 2016). Oplage 150 exemplaren.
20. R. Jagersma: "Drukkersknechten in een bus" (Ruurlo, 2017). Oplage 150 exemplaren.

Nawerk/Voorwerk

21. G. Post van der Molen: "Proeve van het toegepaste letter- en siermateriaal" (Ruurlo, 2019). Oplage 150 exemplaren.
22. Over de redacteuren en auteurs (Ruurlo, 2019). Oplage 150 exemplaren.
23. Nadruk van het vouwblad van de voormalige lettergieterij 'Amsterdam': "Aankondiging onze Hollandsche Mediaeval. Een nieuw boek-letter door ons te snijden en te gieten in X corpsen naar teekening van S.H. de Roos, Nieuwjaar MCMXII" (Leiden, 1990). Oplage 450 exemplaren waarvan 150 voor het Groeiboek. De abonnees van het Groeiboek ontvingen deze bijlage pas met het nawerk.
24. Titelpagina, inleiding op de geschiedenis van het project ("Laatbloeier") en de inhoudsopgave van het Groeiboek (Leiden/Ruurlo, 1987-2019).


Bij het Groeiboek bewaar ik bovendien het volgende drukwerk:

31. (5.6.11) Bewijs van intekening op de reeks 'Aspecten van de geschiedenis van het Nederlandse boek'. (Leiden 1987). Oplage ca. 175 exemplaren.
32. Uitnodigingskaart voor de viering van 'het Groeiboek voltooid & 40 jaar De Ammoniet' op 18 oktober 2019.
33. Vier (van de zes) aspecten, voorlopers van het Groeiboek. Ik bezit nummer 3 (3.6) oplage 85 exemplaren, 4 (3.3) oplage 250 exemplaren, 5 (3.5) oplage 175 exemplaren en 6 (7.3.1) oplage 750 exemplaren. Ik zoek nog naar Nummer 1 (3.1) oplage ongeveer 80 exemplaren en nummer 2 (3.2) oplage ongeveer 100 exemplaren, 

Het zoeken naar aanvullingen op mijn collectie Ammonieten gaat gestaag door. Vooral de nog ontbrekende aspecten (1 en 2) probeer ik te vinden. Toekomstige aanvullingen (en volgens Gerard komen die er zeker...) worden opgenomen in dit blog.


NB. Dit overzicht wordt regelmatig bijgewerkt.

dinsdag 1 oktober 2019

Vaarwel Minotaurus


Op een zonovergoten vrijdag 20 september bezocht ik de Amsterdamse Spui boekenmarkt. Ik vond er niets van mijn gading, maar sprak er onder andere met Aad van Maanen over zijn nieuwe blog "Boekhandelsetiketjes, een reis langs Nederlandse boekhandels" en met mijn passerende blogredacteur Reinder Storm over zijn succesvolle: "De geschiedenis van Nederland in 100 oude kaarten" (Lannoo, 2019), waarvan inmiddels toch zo'n 19.000 exemplaren (vier drukken) zijn verschenen.

Vervolgens slenterde ik via boekhandel Scheltema op het Rokin naar Jos Albers op het Waterlooplein. Daar trof ik in eerste instantie niet Jos maar Nol Sanders aan, medelid van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen. Ik had hem al een tijdje niet gezien en we spraken over bibliofiele koetjes en kalfjes toen hij mij plots mededeelde dat boekhandel Minotaurus per 1 oktober zijn deur zou gaan sluiten. In Minotaurus (in de Sint Antoniesbreestraat 3-D) heb ik, alweer lang geleden, Nol voor het eerst ontmoet. Gedurende achtentwintig jaar, tussen 1988 en 2016, was hij daar de 'uitbater'.


Nog maar een decennium geleden waren er in Amsterdam twee boekhandels die zich specialiseerden in bijzonder bibliofiel margedrukwerk, maar na het sluiten van Nijhof & Lee in de Staalstraat in 2010 en een kortstondig bestaan daarna in afgeslankte vorm in de receptieruimte van bijzondere collecties van de UVA (thans Allard Pierson) had Minotaurus het rijk alleen.
Daaraan komt nu definitief een einde. De teloorgang van de Minotaurus boekwinkel, 'voor het langzame boek: bibliofilie, boekverzorging, boekgeschiedenis en typografie' is volgens ingewijden met name te wijten aan internet. Steeds vaker werden bijzondere uitgaven en bibliofiele pareltjes direct bij de drukker/uitgever besteld. De winkel werd voor tal van margedrukkers als afzetkanaal gewoonweg te marginaal.


Erg jammer dus, maar Nol had nog wel een opwekkende mededeling. Tot de sluiting gold er een korting van 50 % op alle boeken in de winkel. Dat was natuurlijk niet tegen dovemansoren gezegd!
Na een half uurtje nam ik afscheid en stiefelde richting Minotaurus waar Hans van Daalen, de huidige, tevens laatste beheerder van Minotaurus, met wat hulp van anderen druk bezig was de resterende winkelvoorraad te inventariseren. De duurste (kunstenaars)boeken waren al naar het Haarlemse veilinghuis Bubb Kuyper gebracht maar desondanks trof ik nog heel veel lekkers aan.


Het eerste boek dat ik uit het schap trok was "De arte et libris. Festschrift Erasmus 1934-1984" (Amsterdam, 1984). Eén van de 550 exemplaren, uitgegeven door de befaamde antiquaar Abraham Horodisch (1898-1987) van Erasmus antiquariaat en boekhandel Amsterdam. Kennelijk een exemplaar dat na het verlaten van de drukpers in een stil hoekje was gelegd want de uitgave (met stofomslag en los ingevoegd prospectus) verkeerde in smetteloze staat. Het boek kostte destijds een fortuin; maar liefst tweehonderdzestig gulden en is thans antiquarisch nog steeds niet goedkoop. Vijftig procent uitverkoopkorting reduceerde het totaalbedrag tot een luttele € 12,- euro en dat is bijna gratis voor dit werk, dat ik ooit overwoog te kopen voor het vijfvoudige!


De volgende twee uitgaven lagen in de vitrinekast en zijn beiden niet lang geleden verschenen bij mijn favoriete margedrukker De Carbolineum Pers. Naast (dure) handgezette en gedrukte uitgaven geeft die ook (goedkopere) digitaal geproduceerde, maar goed verzorgde, boeken uit waarvan ik in februari nog de uitgave kocht van O. Uzanne: "Bibliofiele verhalen. Gekozen, vertaald en toegelicht door Frans Willem Verbaas. Met pentekeningen van Stijn Felix" (Kalmthout, 2018). 
Die staat in mijn bibliotheek nu naast de bibliofiele heruitgave van: J. Goudswaard (1870-1959): "Uit het leven van een boekenleurder" (Kalmthout, 2017) met een uitgebreid en lezenswaardig nawoord van boekengoeroe P.J. Buijnsters. De oorspronkelijke uitgave van Goudswaard verscheen in 1915 (en daarvan bezit ik, zoals de foto laat zien, ook een exemplaar). Mijn bibliofiele heruitgave draagt nummer 12 (van de tweede serie van vijftig genummerde exemplaren). Daarnaast kocht ik de uitgave van J.-K. van West (1889-1969): "De opvoeding van de bibliofielen. Kanttekeningen van een boekbinder" (Kalmthout, 2018). Mijn exemplaar is nummer 33 (in kartonnen band) van de eerste druk van zestig genummerde exemplaren.


Samen, voor nog geen € 24,- euro, gingen ze in mijn tas. Tot slot kocht ik ook een boekje dat ik niet lang geleden via Boekwinkeltjes had willen bestellen en dat nu voor het grijpen lag en wel de uitgave van H. Liebaers (1919-2010): "Meestal in opdracht. Brusselse kant-tekeningen van een bibliothecaris" ('s-Gravenhage/Antwerpen, 1982). Liebaers was hoofdconservator van de Belgische Koninklijke Bibliotheek van 1956 tot 1974 en zijn avonturen in - en herinneringen aan de boekenwereld vormen aangename lectuur voor elke bibliofiel.


Totaal had mijn bezoek aan Minotaurus een uur geduurd en € 61,50 euro gekost.
Met gemengde gevoelens verliet ik het winkeltje... Vaarwel Minotaurus...
Maar niet voor lang, want enkele dagen later ontdekte ik dat ze op Boekwinkeltjes ook het bekende boek aanboden van Albert Haemmerle (1899-1976) en Olga Hirsch: "Buntpapier. Herkommen - Geschichte - Techniken - Beziehungen zur Kunst" (München, 1977). Het boek geldt als een standaardwerk op het gebied van sierpapier (waaronder marmerpapier) en antiquarisch worden er nog steeds bedragen tot € 200,- euro voor gevraagd, zoals bij antiquariaat Kok in Amsterdam. Ik ben een fan van sierpapier en heb er al eens lang geleden over geschreven in: "Boek en bom" waar het gaat over mijn door oorlogsgeweld zeldzaam geworden uitgave van: “Die Kunst des Marmorierens oder die Herstellung von Buchbinder- Buntpapieren mit Wasserfarben auf schleimhaltigen Grund” (Stuttgart, 1940), geschreven door Professor Franz Weisse (1878-1952).


Meteen stuurde ik een e-mail met de vraag of ik het boek ook online via Boekwinkeltjes tegen 50 % korting kon bestellen. Dat kon inderdaad zo berichtte Hans van Daalen mij, maar...
Bij afhalen gold in de laatste openingsweek een korting van 75 %!
Tja... daarover hoefde ik niet lang na te denken en bovendien zou het verzendkosten schelen. En dus - lieve lezers - haalde ik op de één na laatste openingsdag (na een korte nachtdienst te hebben gewerkt) Haemmerle's standaardwerk op voor het onwaarschijnlijk lage bedrag van € 27,50 euro.
Uiteraard kon ik mij niet beheersen beperken tot alleen dit boek en nam ik een derde fraaie bibliofiele uitgave mee van De Carbolineum Pers. Het gaat om de "Catalogus Librorum Werbrouck. Met een inleiding van Boris Rousseeuw" (Wildert, 1997). Met de hand gezet en gedrukt op geschept Zerkall-papier. Fraaie met de hand ingekleurde initialen (nummer 18 van de vijftig Arabisch genummerde exemplaren). In "Gek geworden" en "Met rode oortjes" kunt u lezen over enkele andere met de hand gezette en gedrukte uitgaven van De Carbolineum Pers die in mijn bibliotheek staan en zelfs de prospectussen van deze drukker vind ik verzamelwaardig. Normaal kostte deze bibliofiele uitgave € 125,- euro, nu bleef daarvan met korting nog een schamele € 31,25 euro over. Al met al heb ik dus bij Minotaurus € 120,25  euro uitgegeven maar dat had zonder korting € 358,- euro geweest!


Als u dit leest is de winkel voorgoed gesloten. Jammer maar helaas...
Alles wat de afgelopen weken tijdens de uitverkoop niet werd verkocht is overgenomen door antiquariaat Kok in Amsterdam. Die partij bevat o.a. nog een aantal exemplaren van Haemmerle's standaardwerk. Ben benieuwd wat Kok er voor gaat vragen...

vrijdag 26 januari 2018

Deus damnet me..., S.N. de D..., G.v.d.!

Excusez les mots, beste lezers, maar ruim een week geleden las ik op het webmagazine Cultureel Brabant (CuBra) een inspirerend stukje van Ed Schilders uit 2002: "Jubileum: 'Godverdomme' 100 jaar geen doodzonde", geïllustreerd met diverse uitgaven uit zijn collectie. Het gaat over de bekende vloek, vaak afgekort tot 'G.v.d.' en is beslist de moeite van het lezen waard. Ruim daarvoor had ook Ewoud Sanders al eens aandacht besteed aan deze vloek in: "God verdoeme mij" (NRC, 22 december 1997) en "Het GVD-woord" (NRC, 10 september 1998).

Bij het lezen van deze stukjes moest ik meteen denken aan mijn doos met modern bibliofiel margedrukwerk waarin ook een exemplaartje zit van "Vloekzang" (Utrecht, 1989) gedrukt bij de Bucheliuspers in een oplage van 133 genummerde exemplaren (ik heb nummer 47). Het is een gedicht (tevens letterproef), zestien regels lang, van Erich Wichman (1890-1929) dat uitsluitend bestaat uit het woord 'godverdomme' en variaties daarop. Volgens de Nederlandse Poëzie Encyclopedie gaat het echter om een vervalsing van de Bucheliuspers. Kortom, het gedicht is niet van Wichman en de inleiding niet van Hans van Straten (1923-2004).


Terug naar het artikel van Ed Schilders waarin het gaat over de felle moraaltheologische discussie die begin vorige eeuw plaats vond over ‘de grote Hollandsche vloek' (godverdomme of 'G.v.d.', in het Latijn 'Deus damnet me’ en in het Frans ‘Sacre Nom de Dieu’).
Aan de redemptorist en moraaltheoloog Josephus Antonius Aertnijs (1828-1915) komt de eer toe destijds de knuppel in het Katholieke hoenderhok te hebben gegooid met zijn revolutionaire publicatie: "De imprecatione Deus damnet me. Dissertatio theologica et apologetica." (Galopiae [Gulpen], 1902), waarin hij stelde dat het gebruik van 'godverdomme' geen doodzonde is.


Zijn mening leidde destijds tot de publicatie van verschillende curieuze uitgaven die vaak in het Latijn en in een beperkte oplage verschenen. Behalve theologische scherpslijperij zat er ook een taalkundig aspect aan. Was G.v.d. een zelfvervloeking (afgeleid van 'God verdoem mij') of een vervloeking van God (afgeleid van 'God [ik] verdoem u'), en in welke gemoedstoestand en met welke intentie werd het gebruikt?

Die obscure brochures verdwenen toen vooral in priester- en kloosterbibliotheken om pas decennia later weer op te duiken na de het overlijden van 'zijne weleerwaarde' of de opheffing van het klooster en de (uit)verkoop van de kloosterbibliotheek.
Voer voor oplettende bibliofielen zoals Ed Schilders die van dergelijke rariora houden!
"Ik kon ze niet laten liggen. Elke keer als ik ze tegen kwam in een antiquariaat of bij de uitverkoop van een kloosterbibliotheek kocht ik ze: theologische traktaatjes over de vraag of 'godverdomme' nu wel of geen doodzonde is. Meestal zijn het brochures die nooit in de handel zijn gebracht maar die gedrukt werden voor moraaltheologen. Ze zijn ook bijna allemaal geschreven in het Latijn".

Neem bijvoorbeeld de uitgave: "Dissertatie Theologica de blasphemia Neerlandica..." (Tilburg, 1902) geschreven door de Tilburgse kapucijner pater Walterus van Moerkapelle, kloosternaam van L.A. Ruigrok (1857-1920). Hij was tevens auteur van de enige Nederlandstalige bijdrage aan deze polemiek, getiteld: “Colloquium doctum over den Grooten Hollandschen Vloek“ (Tilburg, 1905). Een opmerkelijke uitgave die niet in de handel verscheen ('Eigendom van den Schrijver') en opgezet is in dialoogvorm.

"Tony - Wat denkt U van den Belgischen vloek G.v.d.?
Wout - Dat hij van den Hollandsche geheel en al verschilt.
Tony - Zoo! Waarom?
Wout -Omdat hij in België eene geheel andere beteekenis heeft dan in Holland, zoowel krachtens de woorden of taalkundig, als krachtens de algemeene opinie van 't volk".

Wout is overduidelijk Walterus en die blijft (en bleef) bij zijn mening dat het gebruik van 'godverdomme' een doodzonde is. Werd daar door onze zuiderburen zo anders over gedacht?
In ieder geval wel door de Belgische redemptorist E. Brahms. In 1904 verscheen van hem een uitgebreide dissertatie: "Dissertatio de formula 'G.v.d.', Deus damnet me" (Amsterdam, 1904). Hij kwam tot de conclusie dat het gebruik van 'godverdomme' geen doodzonde was. Ter bekrachtiging bevatte zijn uitgave een herderlijk schrijven ('monitum') in het Latijn en Nederlands van de aartsbisschop van Mechelen, Petrus Lambertus Goossens (1827-1906), met de volgende inhoud:

"Op bevel van Z.E. den Cardinaal Aartsbisschop, overeenstemmende met al de Hoogeerweerde Bischoppen van België, moeten wij u de volgende korte, maar zeer gewichtige onderrichting voorlezen. Luistert aandachtig.

Alle geloovige Christenen, inzonderheid ouders, meesters en allen die gezag voeren, worden dringend verzocht uit al hunne krachten met hunne Priesters te willen medewerken tot uitroeiing van godlastering, verwensching, ja zelfs gebruik van grove woorden, die daarmee eenigszins gelijkenis hebben. 
Immers zulke taal is onteerend, niet alleen voor een Christen, maar zelfs voor elk welopgevoed mensch. Intusschen is het nochtans hoogst noodig goed onderscheid te maken tusschen spreekwijzen, die ware godslastering bevatten, en menige andere, die, in den echten zin der woorden, geene eigenlijke blasphemie of godslastering zijn, maar door misverstand als zulks aangenomen worden.
Sommigen meenen ten onrechte, dat men door zekere vlaamsche spreuk de verdoemenis wenscht aan God, daar de beteekenis der woorden inderdaad is, dat God hunzelven de verdoemenis overzende. Die woorden beteekenen door henzelven geene godslastering maar wierden eertijds gebruikt als eed met verwensching; en daar deze verwensching meestal niet gemeend is, zal die spreuk bijna altijd van doodzonde vrij zijn, alhoewel zij heel onbetamelijk is en min of meer zondig volgens de omstandigheden.

Vermijdt dan, Beminde Christenen, dergelijke spreuken, maar vlucht vooral met afschrik de ware godslastering, 't is te zeggen alle woorden, die de goddelijke Majesteit beleedigen; belet ook zorgvuldig zulk groot kwaad bij allen, die van u afhangen. Nochtans, wij herhalen het, maakt wel onderscheid tusschen spreuken, die geene godslastering bevatten en ware godslastering; in twijfel gaat bij uwe biechtvaders te rade, om niet uit valsch geweten te zondigen, noch het geweten van anderen in dwaling te brengen".

Van Brahm's dissertatie verscheen overigens vier jaar later nog een "Editio altera aucta et recognita" in een zeldzame Franse editie getiteld: “De formula S.N. de D.” (Lutetiis Parisiorum [Parijs], 1908).
Deze uitgave verschilt inhoudelijk op veel punten en bevat bovendien een uitgebreide inleiding door J.E. Hizette, professor in de moraaltheologie op het grootseminarie (Notre-Dame) in Namur. Daarin wordt ook verwezen naar een Franstalige bijdrage aan deze discussie van P.L. Manise: "A propos de blasphème. Étude de quelques lucutions françaises prétendument blasphématoires" (Rome/Tournai, 1908).


Geïnspireerd door het stukje van Ed begon ik mijn zoektocht naar deze rariora en zo kwam ik op Boekwinkeltjes tot mijn verrassing terecht bij antiquariaat ‘Ed Schilders en Co.’

G.v.d..., het zal toch niet, dacht ik! Het was echter wel zo...
Ed is er wel klaar maar mee, maar ik (nog) niet en daarom besloot ik vier uitgaven van hem over te nemen voor mijn bibliotheek (alleen de Franse editie van Brahms kocht ik bij antiquariaat De Lezenaar in Hasselt).
Weer een bijzondere deelcollectie voor mijn bibliotheek en opnieuw een voorbeeld dat een kleine maar fijne verzameling niet veel geld hoeft te kosten.

"Gelukkig zijn er boekengekken als ik die zulke boekjes niet kunnen laten rusten", schreef Ed, en hij heeft helemaal gelijk. Ik ben er één van!