Posts tonen met het label Bibliotheken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bibliotheken. Alle posts tonen

vrijdag 14 augustus 2026

Stapels en dozen, de Deventer boekenmarkt 2026


Mijn eerste aanwinst op de 36ste Deventer boekenmarkt kocht ik al rond negen uur 's morgens. Uit een doos met vooral Deventer overheidspublicaties uit de 18de en 19de eeuw trok ik: "Postwagen tusschen Amsterdam en Deventer, vice versa" (Amsterdam, z.j. [1820]). Een ordonnantie en reglement met goedkeuring van Koning Willem I voor een postkoets-verbinding tussen beide steden, onderhouden door de Amsterdamse stalhouder Lucas van Koppen en zijn Deventer collega Gerrit Jan van Koningsveld. Terwijl ik de brochure doorbladerde stond mijn eigen koets inmiddels al een half uur (gratis) geparkeerd op de Beestenmarkt. Destijds - zo las ik - kostte de reis heen en terug zestien gulden en verliep de route van Amsterdam via Muiden, Naarden, Emmenes (Eemnes), Soestdijk, Amersfoort, Voorthuizen en Apeldoorn naar Deventer. Tien tot twaalf uur was je onderweg, tot een maximum van vijftien uur anders kreeg de vervoerder een boete! Of en hoelang de onderneming heeft gefloreerd is mij niet geheel duidelijk. Gerrit Jan overleed in 1837 en zijn compagnon volgde hem vijf jaar later, in 1842. 


Een beetje onverwachts liep ik dit jaar, net als in 2024 en 2025, toch weer over de Deventer boekenmarkt. Het zou warm en druk worden en dus was ik zomers gekleed. Slenterend in mijn korte broek (en met petje op) liep ik uiteindelijk bijna acht uur langs de eindeloze rijen met boekenkramen. Dat de dag zou eindigen aan een cafétafeltje, met een tas vol kleine en curieuze publicaties geplukt uit stapels en dozen, kon ik nog niet bevroeden. 


Ook dit jaar waren weer tal van bekende antiquariaten aanwezig. Goltzius uit Lisse en Klikspaan uit Leiden ontbraken echter, maar die zie al regelmatig de rest van het jaar. Nieuw voor mij was de kraam van het Haagse antiquariaat Colette & Co., waar ik de enige twee moderne boeken van die dag kocht. Uiteraard hun eigen boek geschreven door
J. Daggers & M. Versteegh: "Hier wil ik wonen. Het vrolijk bestaan tussen boekenbergen" (Den Haag, 2025) en ook - voor luttele euro's - Henri Havard's: "Pittoreske reis langs de dode steden van de Zuiderzee" (Amsterdam, 2012). Een vertaling door Lex Wapenaar van de bekende Franse uitgave uit 1874. Gekocht omdat ik de eerste druk in zijn originele uitgeversband vorig jaar september aan mijn bibliotheek kon toevoegen (zie mijn aanwinstenlijstje van die maand, nr. 7).


Inmiddels was ik ook al de eerste bekenden tegengekomen, Gouwenaar Paul Abels natuurlijk met zijn vrouw Christa die ik ditmaal nadrukkelijk heb begroet! David Coppoolse uit Amersfoort (die ik anders vrijwel nooit zie en nu in Dordrecht en Deventer) en later op de IJsselkade Leids boekhistoricus en boekenjutter Garrelt Verhoeven. Ongetwijfeld zullen er meer bekenden hebben gelopen en ongetwijfeld zal ik door anderen zijn gespot maar mijn neus zit op zo'n markt in de boeken en aandacht voor mijn omgeving is er dan vrijwel niet.


Het grootste gedeelte van de buit die dag lag verstopt in stapels en dozen bij verschillende kramen langs de IJsselkade.
Het begon met twee bibliofiele moderniteiten (margedrukwerk). De eerste kreeg ik geheel gratis en voor niets van Peter IJsenbrant, die samen met zijn echtgenote en kompaan Martin Hulsenboom de bemanning vormde van de kraam van de Stichting Desiderata (nr. 363). Het gaat om een gedicht van Pieter Boddaert jr. (1766-1805), alias 'vieze Pieter', getiteld: "De houten beenen", opnieuw gezet en gedrukt door de Desideratum-Pers uit Tilburg in een oplage van 57 met de hand genummerde exemplaren, met fraaie linosnede van Ivo van Leuven. Ik ontving nr. 9, gedrukt op mijn naam!


De tweede kostte me serieus geld, maar dat had ik er graag voor over. Dertig euro betaalde ik voor de feestrede van Piet Verkruijsse (1943-2012) getiteld: "Bibliograafwerk in de marge". Een toespraak die hij hield bij de opening van de tentoonstelling "Pastei en Hoerenjong" in de Zeeuwse bibliotheek te Middelburg (6 oktober 1995). Een 'Bibliofiele uitgave, voer voor bibliografen' uitgegeven door de 'Eikeldoorpers' (Doortje de Vries) te Apeldoorn. Oplage 55 exemplaren: gevouwen, gestoken, beplakt met gelukspapier, voorzien van een druksel, genummerd (ik kocht nr. 6) en gesigneerd! Erg fraai uitgevoerd margedrukwerk van een pers die ik dankzij mijn overleden boekenvriend Jos Swiers (1943-2022) leerde kennen en waarover ik eerder schreef (hier).
 

Daarna zouden er alleen nog maar curiositeiten en rariteiten volgen. Op de eerste doos die ik tegenkwam stond met viltstift geschreven 'één voor drie en vier voor tien euro'. Na een half uurtje graaien tussen de brochures en pamfletten, wikken en wegen (waarbij ik ondertussen - zonder dat ik het merkte - werd gefilmd!), had ik er vier in mijn hand en rekende af. In mijn maandoverzicht van augustus 2026 kunt u ze allemaal terugvinden dus ik beperk mij hier tot twee items. Als eerste de enige buitenlandse uitgave van de vier, gebonden in een eenvoudig kartonnen bordeauxrood bandje.


Dankzij verificatie middels mijn mobieltje kwam ik erachter het een publicatie is toegeschreven aan F.M. Mayeur de Saint-Paul. De titel luidt: "Le banquier Peixotte et la dervieux. Histoire peu morale, extraite du parc aux cerfs (avec figure fac-similée sur celle de 1790. Afgeplakt met een strookje papier!) Suivi de L'Autrichienne en goguette ou l'orgie royale, opera proverbe" (z.p. [Brussel?], z.j. [1867?]). Het gaat om een anoniem verschenen negentiende eeuwse herdruk (waarvan nog één ander exemplaar bekend is in de British Library) van twee revolutionaire satirische en pornografische teksten uit 1790. De eerste gaat over het roemruchte 'parc aux cerfs', het hertenpark waar de Franse Koning Lodewijk XV een bordeel had met 'hertjes' c.q. zijn geheime minnaressen. Bij de originele 18de eeuwse uitgave hoort een erotisch getinte gravure, maar die ontbreekt vaak in de nog bekende exemplaren. Omdat in de titel van mijn herdruk juist dat afgeplakte zinnetje naar deze afbeelding verwijst vermoed ik dat deze geen deel heeft uitmaakt van de herdruk! 


De tweede vondst is een: "Catalogus Bibliotheek voor de leerlingen der Hervormde Kweekschool te Amsterdam 1938" (Amsterdam, 1938). Het boekje werd gekaft en op voorzijde staat 'H.C. ten Have'. Dit blijkt een studente te zijn die hier in 1940 haar onderwijsakte behaalde. Deze Hervormde kweekschool (voorloper van de Pedagogische Academie) zat destijds aan de Plantage Middenlaan te Amsterdam in het pand waarin thans het Nationaal Holocaustmuseum (Amsterdam) is gehuisvest. De catalogus (vermoedelijk gedrukt in een kleine oplage) is onvindbaar, zelfs WorldCat., online bibliotheken en antiquariaten zwijgen in alle talen. Mogelijk herbergt het schoolarchief nog een exemplaar, maar dit unieke boekje biedt nu al een fascinerend inkijkje in de voorhanden zijnde leeskost voor de toenmalige kweekschoolstudenten oftewel onderwijzers en onderwijzeressen in spé. Die was overigens naar tegenwoordige maatstaven niet alleen bescheiden, maar ook weinig professioneel. De volgende rubrieken (met tussen haakjes het aantal boeken) waren aanwezig: Romans en verhalen, zowel Nederlands als vertaald (362), Poëzie (59), Frans (27), Duits (45), Engels (35), Geschiedenis (35), Letterkunde (27), Aardrijkskunde (12) en Natuurkunde (22). Totaal een kleine 600 boeken, waarvan ruim de helft bestond uit Romans en verhalen.


Bij een handelaar waar ik ook de voorgaande jaren leuke dingen kocht vond ik ditmaal drie interessante items. Ten eerste de promotie-uitgave geschreven door de arts C.A. Bergsma (1798–1859): "Beschrijving van de inrigting en de wijze van soepbereiding ten behoeve der minvermogenden te Utrecht" (Utrecht, 1840). Een exemplaar met een extra papieren omslagje waarop gedeeltelijk handgeschreven (tussen haakjes) staat: "Aan (den WelEd. Gestr. Heer Mr. Van Beest van Voorst,) van de commissie tot spijsuitdeeling".
Cornelis Wernard van Voorst van Beest (1810-1879) was advocaat in Utrecht en medeoprichter van de Rotterdamsche Lloyd. Bergsma beschrijft in zijn brochure de bereidingswijze van (Rumpfordsche) soep (en met welke ingrediënten) in een 'papiniaansche' pot (voorloper van de snelkookpan). In 1847 verscheen een herziene brochure want inmiddels kookte men het voedsel voor de armen met het veel efficiëntere toestel van d'Arcet.


Een andere uitgave die ik meenam is: "Reglementen van de twéé hofjes van Staats en Noblet" (Haarlem, 1780). In bruinpapieren omslag (20 blz.), met een los modern informatiefoldertje (over de stichtingsgeschiedenis van beide hofjes). In het imposante toegangsgebouw van het Hofje van Staats (gebouwd in 1730-1733), aan de Haarlemse Jansweg 39, was ooit antiquaar C.P.J. van der Peet (1908-1983) gevestigd. De meeste boekenliefhebbers - die ook wel eens een veiling hebben bezocht - zullen het kennen uit de tijd dat veilinghuis Bubb Kuyper er zat (tussen 1986 en 2012). Volgens de STCN liggen er van dit reglement alleen nog enkele exemplaren in Haarlemse archieven en bibliotheken.


De derde en laatste is: "Ieder zijn eigen drukker. Perfect typen" (z.p., z.j.[ca. 1900]). Catalogus (67 blz.) van zak-drukkerij 'Gloria', kleine 'drukkerijen' voor klein drukwerk.
Deze 'drukkerij', waarvoor aan het begin van de twintigste eeuw veelvuldig werd geadverteerd, bestond uit een doosje met een letterhouder (stempel), een set caoutchouc (rubber) letters, die in de letterhouder konden worden geschoven (m.b.v. een meegeleverd tangetje) en een stempelkussen. Je kon er eenvoudig drukwerk mee maken, zoals visitekaartjes, advertentieteksten en mededelingen. De catalogus bevat diverse illustraties van de daarvoor benodigde artikelen alsmede een zeer uitgebreid overzicht van de leverbare lettertypen (waaronder 'perfect'). Een tweede exemplaar van deze fraaie uitgave heb ik nergens antiquarisch noch in bibliotheken of archieven kunnen vinden. 


Tot slot toon ik u nog één van de twee religieuze rariteiten die ik kocht. 
Het is een vroeg zeventiende eeuws pamfletje getiteld: "Sekere articulen de welcke in de vreese des Heeren overdacht moeten werden, van alle ghereformeerde christenen, die meynen dat het gheoorloft zy inde kercken der Papisten tot voldoeninghe harer Placaten den hoet af te doen" (Amsterdam, 1610). Ruim vierhonderd jaar oud, met een groot en fraai drukkersvignet van Dirk Troost, die op het Rokin woonde, hartje Amsterdam.

Een wonderlijk onderwerp, nietwaar? Als ik tegenwoordig een kerk binnenstap om het interieur te bewonderen, gaat mijn eventuele hoofdbedekking automatisch af. Gewoon uit fatsoen, want religieus ben ik niet. Maar in 1610 lag dat blijkbaar gevoelig en trok de schrijver maar liefst dertig artikelen uit de kast om zijn gereformeerde achterban ervan te overtuigen dat dat in een Katholieke kerk absoluut niet kon! Mocht de goede man mijn nuchtere commentaar kunnen lezen, dan zou hij me waarschijnlijk direct naar de hel wensen onder verwijzing naar artikel eenentwintig: "Seggen zy dat het een cleyne en geringe sake is / iae een beuseling den hoet af te doen: ick segge dat het een sware / groote / schrickelycke zonde is / als voor gewesen is.".


Pas rond een uur of vijf 's middags komen mijn inmiddels 'houten benen' tot rust aan een cafétafeltje. Het urenlange gesjouw in de hitte maakt dorstig en met een lekker koel Weizen-biertje bij de hand heb ik mooi even de tijd om rustig mijn zeventien nieuwe aanwinsten te inspecteren. Op het tafeltje (rechts) ziet u overigens ook nog een vooroorlogs drukkerscliché liggen dat ik bij Colette & Co. zag en meenam voor een tientje. Het is een wonderlijk toeval dat ik ook op de Deventer boekenmarkt - net als op de Dordtse boekenmarkt - oud drukkersmateriaal tegenkom. Het cliché toont de kaart van Nederland en in het kadertje rechtsonder staat: "Nederlandsche reservaten" (daaronder: "Bezittingen van het Rijk", "Bezittingen v.d. Vereen. tot behoud van natuurmonum.", "Beschermt door Vereen. tot bescherming van vogels" en "Andere vereen. of particulier.").
Een relict - lijkt mij - uit de pionierstijd van de Nederlandse natuurbescherming, maar uit welk boek? Ik heb (nog) geen idee en er valt thuis nog zo veel uit te zoeken...

zondag 24 april 2022

Zeven dozen, honderdveertig boeken


Al geruime tijd liep Perkamentus met het plan om zijn huiskamerbibliotheek (niet te verwarren met de meer belangrijke studeerkamerbibliotheek) grondig uit te dunnen. Over het 'wieden' van mijn bibliotheek schreef ik al eens iets in 2009 in: "Geen plek!", maar sindsdien ontbrak de noodzaak door simpelweg meer boekenkasten aan te schaffen en de beschikbare ruimte anders in te delen. Lange tijd geeft dat lucht en ruimte maar uiteindelijk is het uitstel van executie en bereik je het punt dat er geen ontkomen meer aan is. De ruimte is op, de kasten barsten uit hun voegen, de planken buigen door en de boekenstapels groeiden tot aan het plafond. Wie regelmatig mijn Twittergekwaak leest zal het niet verbazen want de laatste tijd klaagde ik regelmatig over het toenemende ruimtegebrek en mijn alsmaar groeiende bibliotheek. Het werd de hoogste tijd voor een rigoureuze aanpak.

En zo trok ik er gisteren - op een zonnige wereldboekendag 2022 - met de fiets op uit om tien verhuisdozen te kopen bij mijn lokale Gamma. Niet meteen, maar op de terugweg, want eerst fietste ik naar de Amstelveense boekhandel Blankevoort om daar een exemplaar aan te schaffen van een net verschenen boekje waarover later meer.

Thuisgekomen begon ik na de lunch met 'de grote schoonmaak'. Na ongeveer anderhalf uur resulteerde dat in zeven dozen gevuld met honderdveertig boeken, waaronder zeven seriewerken. Heel veel daarvan verwierf ik lang geleden en stond hier dus al jaren in de kast te verstoffen. De Lekturama reeks: "Grote Mysteries" bijvoorbeeld kocht ik - deel voor deel - van mijn zakgeld, midden jaren zeventig van de vorige eeuw, toen ik nog op de middelbare school zat. En de bij antiquaar Nico Israel verschenen herdruk van het: "Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek" (tegenwoordig geheel online te raadplegen) verwierf ik de op veiling van de bibliotheek van Boudewijn Büch bij Bubb Kuyper. De set zat toen nog strak in zijn originele plastic verpakking en de veilingmedewerker die me hielp met dragen naar de auto vermoedde in mij een Büchaanbidder toen hij eerbiedig vroeg of ik ze ingepakt liet of toch zou gaan gebruiken... 
Het is overigens maar een druppel op de gloeiende plaat. Er is weliswaar wat meer ruimte in mijn huiskamerbibliotheek gekomen maar die kon grotendeels direct met boeken worden opgevuld die daar al op de rijen lagen of op de kasten stonden.
Waar gaan al die afgeschreven boeken naartoe? Ik heb nog geen flauw idee, vermoedelijk grotendeels naar de kringloop of iets dergelijks. Terwijl ik daarover (en bij gebrek aan een auto voor het transport) nadenk zullen er wellicht nog wel wat meer boeken in de openstaande dozen ploffen. Ik sluit zelfs een tweede grote selectieronde niet uit. Eén boekje ontsprong de dans (voorlopig) en geef ik door aan mijn blogredacteur Reinder Storm. 


Terug naar boekhandel Blankevoort waar ik een nieuw boekje kocht (en dat doe ik zelden...). Het gaat om: "Franse Tirannie. Het rampjaar 1672 op school" (Zwolle, 2022). Het is een hertaling van een zeventiende eeuws schoolboekje dat tot ver in de 18de eeuw werd herdrukt en waarvan ik een exemplaar bezit uit 1742 (zie mijn aanwinstenoverzicht van november 2021, nr. 10).
Het valt me op dat hertalingen van lang geleden uitgegeven boeken (voorzien van achtergrondinformatie over de auteur, de uitgave en receptiegeschiedenis) de laatste jaren populair zijn (en dan heb ik het dus niet over facsimile-uitgaven). Voorbeelden daarvan uit mijn bibliotheek zijn: "De Hollandsche Natie" van J.F. Helmers, "Batavia" van H. Junius, "De Ystroom" van J.A. van der Goes en dan nu de "Franse Tirannie" waarvan ik (u ziet ze hier gebroederlijk naast elkaar) ook de originele uitgaven bezit.


Naschrift

De dozen zijn begin september geschonken aan (en afgehaald door) de Vereniging Historisch Amstelveen (VHA), waarvan ik een van de oprichters ben (alsmede de eerste secretaris gedurende twee termijnen) om te verkopen en de verenigingskas te spekken.

zaterdag 23 maart 2019

Ochtendbespiegelingen van Frederik de Grote


In 1766 verscheen een klein Franstalig boekje getiteld: “Les matinées du Roi de Prusse écrites par lui-même” (Berlin, 1766). De titelpagina vermeldde weliswaar geen officiële auteur maar de schrijver zou niemand minder zijn dan Frederik II (de Grote) van Pruisen (1712-1786).
De inhoud, waarover later meer, veroorzaakte de nodige beroering en er verschenen tot ver in de negentiende eeuw tal van herdrukken in verschillende talen, soms onder een andere titel zoals: “Soirées du roi de Prusse” en “l' Art de régner”.

Nog tijdens het leven van Frederik verschenen er minstens vijf verschillende edities die alle vrij schaars zijn. Sinds kort staat in mijn bibliotheek een exemplaar van "Les matinées du Roi de Prusse" (Berlin, MDCCLXXXIV [1784]). De uitgave (in duodecimo, 60 blz.) zit in een blauw contemporain kartonnen bandje. Op de versozijde van het titelblad bevindt zich een roodkleurig vierkant ex-libris, waaruit blijkt dat mijn nieuwe aanwinst ooit stond in de befaamde ‘Tetschner-Bibliothek’ van de graven van Thun-Hohenstein. Toen hun stamslot in 1933 werd ingericht als Tjechoslowaaks militair hoofdkwartier werd hun bibliotheek met enkele duizenden banden, in beslag genomen en verkocht. Eén van de opkopers was de later zeer bekende antiquaar H.P. Kraus (1907-1988).


Het oorspronkelijke handschrift (op papier, gemaakt in één van Frederik’s Oost-Pruisische papiermolens, met als watermerk de firmanaam ‘Neuendorf’ en de koninklijke adelaar) zou zich hebben bevonden tussen de familiepapieren van Eugen Freiherr von Massenbach (1817-1894). Was de auteur inderdaad Frederik de Grote?
Het lijkt onwaarschijnlijk en is nooit definitief vastgesteld en de werkelijke auteur is nog steeds een mysterie. In de loop der tijd zijn tal van andere kandidaten genoemd zoals graaf Ewald Friedrich von Herzberg (1725-1795), de Pruisische kapitein-ingenieur C. (Zacharie de Pazzi) De Bonneville (1710-1780) maar ook Voltaire (1694-1778).
Aangezien de laatste een ‘penvriend’ was van de Pruisische vorst mag het opmerkelijk heten dat er met geen woord over wordt gerept in hun brieven. Althans ik vond daarvan niets terug in de uitgave van hun briefwisseling (1736-1778) die in 2007 verscheen bij uitgeverij Van Gennep.

In ‘Les Matinées’ richt ‘Der Alte Fritz’ zich in vijf Machiavelliaanse bespiegelingen tot zijn neef Karel Willem Ferdinand van Brunswijk-Wolfenbüttel (1735-1806). De morgenuren handelen over:
1. De oorsprong van hun stamhuis, de gesteldheid van het rijk, de bodem en zeden van zijn land. "De levenswandel van de meerderheid der vorsten uit dit Huis is verfoeilijk slecht geweest, een genadig toeval en slechts bepaalde omstandigheden, die zeer meewerkten, hebben tot onzen groei het meeste bijgedragen. Ik kan u bovendien verzekeren, dat de eerste die zich onzen kroon opzette, één van de ijdelste en stompzinnigste Heeren geweest is, en bovendien een zeer wanstaltig en puistig lichaam bezeten heeft."
2. Over religie en godsdienst. "Bedenk het wel, mijn waarde Neef, er is niets ter wereld, wat den geest en het hart meer foltert en tiranniseert dan de godsdienst: want deze stemt noch met onze hartstochten noch met de bedoelingen der staatkunde overeen, die toch een monarch allen in 't oog te houden heeft. Zodra men God vreest, of beter gezegd, angst voor de hel heeft, wordt men tot capucijn."
3. Over gerechtigdheid. "De gerechtigheid is Gods evenbeeld. Wie kan in de uitoefening ervan de hoogste volmaaktheid bereiken? Doet men daarom niet verstandiger, als men zelfs het voornemen laat varen, om ze volkomen te bezitten?"
4. Over politiek, schone wetenschappen, de letterkunde en zijn kleding."Ik draag geen andere kleding dan mijn regimentsuniform, mijn troepen gelooven, dat ik dat doe uit bijzondere hoogachting voor hun stand, maar voornamelijk doe ik het, om met een goed exempel voor te gaan".
5. Staatkunde. In de laatste bespiegeling gaat het over zijn drie grondbeginselen in de staatspolitiek; “het eerste voor zijn veiligheid te zorgen en naar gelang van omstandigheden zich uit te breiden; het tweede geen bondgenootschappen aan te gaan dan tot zijn voordeel; en het derde, zich te doen vreezen en eerbiedigen zelfs in de hachelijkste tijden”.
De Franse editie door Spiess die in 1797 in Parijs bij Dentu verscheen bevat een zesde morgenuur over het leger.


Bijna een eeuw geleden verscheen hiervan een schaarse Nederlandse vertaling verzorgd door H.A. Petermeyer (1888-1943) getiteld: “De morgenuren eens konings aan zijns broeders zoon 1766" (Amsterdam, 1924). Petermeyer (‘Peet’) was een Nederlands journalist in Berlijn en correspondent voor tal van bladen. Zijn vader was Duitser en dus sprak en schreef hij vloeiend Duits zodat het geen verbazing wekt dat er gelijktijdig een Duitse editie van zijn hand verscheen.


Petermeyer heeft aan zijn uitgave twee andere elementen toegevoegd. Ten eerste de “Geloofsbelijdenis van Z.M. den Koning van Pruisen” waarvan artikel 1 als volgt luidt:
"Ik geloof niet, wat de Paus beveelt, ook niet in allen deele, wat Luther bevestigd en Calvijn geschreven heeft. Ik geloof echter aan den Eenigen God en stel Zijn Heilig woord tot daadwerkelijken grondslag van mijn geloof en wat daarmede niet overeenstemt, zal nooit door mij worden geloofd, ook al zou een Engel des Hemels het geschreven hebben".
Het tweede is: “De ‘morgenuren’ in Doorn”, een verslag van Petermeyer's bezoek aan de verbannen Duitse Keizer Wilhelm II in Doorn en zijn daar gehouden voordracht over de ‘morgenstonden’. De Keizer was daarin zeer geïnteresseerd en liet ‘en passant’ weten dat hij bijzonder gecharmeerd was van de vierdelige film: “Fridericus Rex” uit 1921/22.
Een historisch kostuumdrama dat de achttiende eeuwse 'frische fröhliche Krieg' toont onder commando van 'Der Alte Fritz'. Kijk en zing uit volle borst mee (let op de tekst!) met de Pruisische 'Fridericus-Rex-Grenadiersmarsch' van Ferdinand Radeck (1828-1903)!


Petermeyer was niet de eerste die een eerste Nederlandse vertaling op de markt bracht.
Die was al een halve eeuw daarvoor verschenen en wel bij de firma R.C. Meijer van Multatulikenner R.C. d’Ablaing van Giessenburg (1826-1904).
Diens vertaling van ‘Les matinées’ zit echter verborgen in de reeks “Curiositeiten van allerlei aard” waarover ik eerder schreef en wel in nummer 34: “Een paar staatsstukken” (Amsterdam, 1876).


Voor: “De ochtendbespiegelingen van den Koning van Pruissen” gebruikte d’Ablaing de uitgave van Ch. Potvin (Brussel, 1871) die de oorspronkelijke, niet vermeerderde tekst bevat (en ook nauw aansluit bij de Berlijnse editie van 1784).
“Vraagt men waarom ik, even als mijn geachte vriend, aan deze lezing de voorkeur geef, mijn antwoord is gereed: De bedoelde vermeerdering is blijkbaar een onhandige, walgelijke vervalsching, om schandaal te verwekken; zo’n tekst valt niet in mijn smaak en behoort niet te huis in mijn curiositeiten” (blz. 4). Behalve de 'ochtendbespiegelingen' bevat d'Ablaing's uitgave ook nog het politiek testament van een ander verlicht despoot: "Kopij van het ontwerp van Europesche heerschappij door Peter de Groten nagelaten aan zijn opvolgers op den troon van Rusland, en berustende in de archieven van het paleis Petershoff bij Sint Petersburg".

vrijdag 12 januari 2018

Het jaar geboekt

Het is bij sommige bloggende boekenliefhebbers traditie om zo rond de jaarwisseling een beschouwend stukje te schrijven over hun aankoop- en/of leesgedrag in het afgelopen jaar. Daarvoor noteren deze lieden gedurende 365 dagen diverse gegevens, zoals de auteur, titel, aankoopplaats, datum, aankoopbedrag, genre enz. teneinde de argeloze lezer te kunnen overrompelen met een statistische analyse en doorwrochte conclusie.

Tot op heden heeft Perkamentus zich daaraan niet gewaagd, maar het nieuwe jaar was nog maar net begonnen - lieve lezers - of ook ik voelde opeens een sterke behoefte om het een en ander eens in kaart te brengen.
Dat kan ik natuurlijk stiekem voor mijzelf doen, in een beduimeld schoolschriftje dat ik achter slot en grendel bewaar, maar ik kan ook open kaart spelen en u in een nieuwe rubriek lotgenoot deelgenoot maken van mijn 'gentle madness'.
De laatste optie biedt mijn grote schare hongerige en trouwe lezers natuurlijk het meeste voordeel. Immers; op mijn reguliere blogpagina (startpagina) publiceer ik gemiddeld (of 'slechts') om de twee weken een meer uitgebreid en diepgravend artikeltje. Daarin gaat het bovendien vaak over één, soms over meerdere uitgaven in mijn collectie.

In de rubriek 'Het jaar geboekt' zal ik met ingang van 1 januari 2018 ALLE aanwinsten bijhouden, genummerd op volgorde van aankoop of ontvangst. Per maand verplaats ik de lijst met aanwinsten naar de startpagina c.q. homepage. Op de rubriekpagina blijven de voorgaande maand(en) als hyperlink aanwezig.
Ik vermeld de auteur, titel (plaats en jaar), bron en de aanschafprijs (al dan niet inclusief verzendkosten) en plaats een (collage) foto ter illustratie. Tevens lever ik bij (bijna) elke aanwinst een kort commentaar.
'Last but not least' zal ik elk jaar een jaaroverzicht publiceren. Dat alles bij elkaar verschaft u een verhelderend en uniek inzicht in de manie psyche van deze rasverzamelaar en de groei van zijn 'Private Library'!

Ik wens u veel leesplezier en hopelijk steekt u er wat van op...

vrijdag 4 augustus 2017

Over mijn bibliotheek, vijf jaar later...

Vijf jaar geleden, in oktober 2012, schreef ik "Over mijn bibliotheek".
Sindsdien verschenen 130 stukjes op dit blog met wisselend succes. Het verhaaltje over mijn bibliotheek behoort, als ik mijn statistieken mag geloven, tot de succesvolste en wordt nog steeds regelmatig gelezen. Er is sindsdien wel wat veranderd en daarom is het tijd voor een update.

'Toon mij uw boekenkast(en) en ik zeg wie u bent' is kennelijk een populair onderwerp.
Ik geef toe dat ik zelf ook graag lees over andermans boekenkasten c.q. bibliotheek maar zelden ben ik onder de indruk.
Neem bijvoorbeeld "De boekenkast van", van Erwin Reijers, waarin de kast(en) van tal van bekende Nederlanders (en Belgen) de revue passeren en onder de loep worden genomen. Al dan niet terecht zullen de aanblik en inhoud daarvan voor de meeste beschouwers en lezers niet alleen een indicatie zijn voor de belezenheid van de geportretteerde maar ook voor diens intellectuele - en culturele beschavingsniveau.
Jammer genoeg is het voor mij vaak de bevestiging van het feit dat de meeste BN'ers (en BB'ers), net als de meeste boekenliefhebbers geen bibliofiel zijn maar gewoon (veel)lezers. Kortom geen fraai gebonden bandjes en bijzondere boeken met een interessante geschiedenis maar een hoog gehalte aan pockets en andere in grote oplagen goedkoop gefabriceerde Nederlandse en buitenlandse pulp lectuur.
Zelfs de boekenplanken van Koning Willem Alexander getuigen van een weinig bijzondere of verfijnde smaak (en niet alleen naar mijn mening).

Toen ik vijf jaar geleden voor het eerst over mijn bibliotheek schreef zaten mijn zes Ikea Billy boekenkasten prop- en overvol. Twee jaar en vele boeken later was daarin nog steeds geen verandering gekomen zoals u kunt lezen in: "De derde stapel, een affaire...". Wachten tot het echt niet meer gaat zoals in 2011 herhaalde zich in 2017.
Het zag er dus "Vol!" uit en leidde vaak tot de conclusie dat er "Geen plek!" meer was, anders dan op één van de boekenstapels. Menigmaal verzuchtte ik dat de juiste boekenkasten moeilijker verkrijgbaar waren dan de boeken maar begin dit jaar kon ik eindelijk via Marktplaats twee kasten tegelijk kopen die bovendien bij mij werden langs gebracht (want ik beschik zelf niet meer over een auto).
Ik kan nu weer ademhalen al is het maar voor (heel) even want de kasten die ik kocht zijn meteen gevuld met de stapels die zich in mijn kleine studeerkamertje hadden gevormd en de talloze boeken die op en in de kasten (liggend op de rijen) lagen te wachten op de komst van nieuwe boekenkasten.

Hoe is de situatie hier nu?
Allereerst heb ik de opstelling van de kasten in de huiskamer veranderd. Voorheen stonden alle kasten met hun rug tegen de muur maar nu heb ik zes kasten met hun rug tegen elkaar gezet en één tegen de trapkast wand. Gelukkig is onze woonkamer breed en lang genoeg (de zeven kasten vallen nauwelijks op als je binnenkomt) en deze opstelling geeft mij een echt bibliotheekgevoel! Eventuele uitbreiding is nog mogelijk door het plaatsen van drie smalle kasten tegen de zijkant van de drie dubbele kasten. Natuurlijk is het niet de vraag of dat gaat gebeuren maar wanneer dat gaat gebeuren...

Mijn huiskamerbibliotheek bevat nu vooral seriewerken, (auto)biografieën, Limburgensia, genealogie, algemene(vaderlandse) geschiedenis en tal van andere onderwerpen (tabak & roken, dood & begraafplaatsen, erotiek, Egyptische, Griekse en Romeinse geschiedenis, bijzondere woordenboeken etc.). Het overgrote deel is non-fictie met hier en daar wat luchtige uitzonderingen zoals rijtjes Eco, Dekkers, Haasse en wat Mak.
De meeste kringloopvondsten vinden uiteindelijk hier een plek.


Mijn studeerkamerbibliotheek is niet veranderd wat betreft de kastopstelling. Wel heb ik door de komst van extra kastruimte beneden de onderwerpskeuze boven kunnen aanscherpen. De drie kasten bevatten nu uitsluitend 'boeken over boeken' (ruim negen meter), Amstelland & Amsterdam (drie meter), Atlassen (ca. 1 meter) en boeken van voor 1945 inclusief contemporaine uitgaven uit de Tweede Wereldoorlog (ca. 1 meter).
In de archiefkast staan in dubbele rijen alle bijzondere uitgaven; 'old en rare' en mijn in perkament gebonden boeken uit de zeventiende en achttiende eeuw (vooral geschiedenis waaronder oude kronieken, Amsterdam en Amstelland, topografie en oude literatuur). In de zwarte dozen onder in de kast zit voornamelijk moderne bibliofilie; dit soort boekjes...
Die archiefkast was vijf jaar geleden al (te) vol maar barst nu uit zijn voegen.


In de tussentijd kwamen er immers verschillende kleine collecties bij; Helmers ('De Hollandsche Natie'), Hennebo ('Lof der Jeneever') en Van der Goes ('De Ystroom').
Min of meer gedwongen verhuisde ik daarom veel negentiende en vroeg twintigste eeuwse boeken (over straatmuzikanten, gevangenisleven, zwervers, colportage en middernachtzending) uit deze kast naar... een stapel op de oude babycommode.
Een tweede stapel daarachter bevat onder andere de tiendelige serie rode bandjes met werken van Walter Scott waarover u hier kunt lezen. Op het zwarte ladekastje er naast staan twee kattekoppen (17de eeuwse wijnflessen), restanten uit mijn periode als amateur archeoloog en schatgraver. Daar achter ziet u een stapel met jaarboeken van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen met 'on top' de twaalfdelige serie "Verzameling der werken van A. Fokke Simonsz." (Amsterdam, 1830/1835).


Op de boekenkasten staan (aan twee kanten) mijn fameuze metalen tijdschriftenbakken met zeer diverse inhoud zoals u hier kunt lezen.
Wat in de tussentijd vooral groeide is mijn deelcollectie bijzondere folders & brochures. Inmiddels stapelen de zuurvrije dozen (totaal zijn het er nu acht) met dit efemere drukwerk zich hier letterlijk op. Ze bevatten vooral schaarse uitgaven over Amsterdam/Amstelland, armoede, riolering & afvalverwerking, seksualiteit (lees mijn drieluik "De 'Z' van..." en "Vrouwenbeschutting") en 'blanke slavinnen' (dat onderwerp is van een publicatie volgend jaar).
Uit deze dozen putte ik voor mijn Twitter-project "50 Bizarre Brochures" (dat een ode is aan de handelaar bij uitstek daarvan, de helaas alweer vier jaar geleden overleden Amsterdamse antiquaar Louis Putman (1923-2013).


In een aparte kaartenmap bevinden zich mijn losse topografische kaarten en stadsplattegronden plus wat restauratiemateriaal in de vorm van oud en nieuw zuurvrij papier alsmede oud en nieuw (hand)marmerpapier.
Mijn handschriften maar ook gedrukte archivalia waaronder een deelcollectie lokale 'keuren en ordonnantiën' bewaar ik in mappen in een aparte zuurvrije doos.
Een doodenkele keer bewaar ik iets in boeken zoals de ansichtkaarten van 'Naatje' op de Dam in het “Gedenkboek der oprichting van het monument ter herinnering aan den volksgeest van 1830 & 1831” (Dordrecht, 1858). Een ander voorbeeld is Nederlands oudste openbaar vervoersbewijs (een uniek kaartje voor de trekschuit uit 1775) dat ik bewaar in een zuurvrij hoesje bij: “Ordonnantie op de vaart langs den Amstel, Drecht en Aar…” (Amsterdam, z.j.).


Tussen al dat boekengeweld staan hier en daar wat oude en bijzonder objecten want zoals u weet ben ik door en door het voorbeeld van een antiquarius en is mijn belangstelling voor cultuurhistorisch erfgoed dus erg breed. Historische objecten komen er overigens (en gelukkig maar) mondjesmaat bij, want mijn ruimte is beperkt en voornamelijk bedoeld voor boeken.
Toch heeft u sinds mijn eerste stukje over mijn 'private library' kunnen lezen over het beeldje van Coster dat ik in 2014 kocht en over enkele oude bijzondere clichés die ik in 2015 bemachtigde.

Veel is nog niet besproken zoals mijn kleine collectie (tien objecten) dertiende eeuws proto-steengoed uit Brunssum/Schinveld (Limburg), het gebied waar mijn familienaam voor het eerst opduikt in de geschiedenis. Feitelijk het serviesgoed waaruit mijn voorvaderen dronken en aten!
Ook nog niet besproken - maar dat doe ik nu even hier - zijn de oude ijzeren handboeien met originele schroefsleutel die ik vorig jaar kocht via Marktplaats.

Gelukkig zijn ze gestempeld met de firmanaam 'Froggatt' (nummer '87' en 'Hard'). Met die gegevens is via Google gauw te achterhalen dat het gaat om Engelse 'handcuffs' gemaakt rond 1850 door een bekende negentiende eeuwse boeienfabrikant uit Birmingham, die ondermeer leverde aan Harry Houdini (1874-1926).
Wie zou ze hebben gedragen? Wat voor verhaal en leed schuilt erachter?
Zo'n (verzamel)object kan mij enorm boeien en doet mij af en toe denken aan mijn onfortuinlijke overgrootvader!

Ondertussen - beste boekenvrienden - gaat hier de stroom aan oud en nieuw maar altijd interessant (en meestal ingebonden) bedrukt papier gestaag door.
Deze week arriveerde hier met de post weer twee aanvullingen 'curious, old & rare' dankzij mijn nimmer aflatende 'Sneupen 2.0'. Beiden zijn trouwens de moeite van een aparte bespreking waard!
Kortom, u hoort weer van mij...



vrijdag 2 juni 2017

Bibliotheca Enchusana

De meeste bibliofielen die ik ken zijn ook eigenaar van een (al dan niet grote) privébibliotheek. Als die bovendien een paar plankjes met ‘boeken over boeken’ bevat dan staan daar altijd wel wat uitgaven tussen over (Nederlandse) bibliotheken.

Op dat gebied heb ik een paar weken geleden met een aardige korting het nieuwe boek gekocht dat verscheen onder redactie van Ad Leerintveld en Jan Bedaux; “Historische Stadsbibliotheken in Nederland” (Zutphen, 2016). Dat staat nu naast mijn exemplaar van P. Schneiders: “Nederlandse bibliotheekgeschiedenis. Van Librije tot virtuele bibliotheek” (Den Haag, 1997). Aardig detail is dat in het laatste boek ook de uitnodiging zit voor de boekpresentatie destijds en dat de auteur het boek heeft gesigneerd.


Voorts staat hier natuurlijk ook de heruitgave van de oudste gedrukte catalogus ter wereld van een openbare bibliotheek; de Leidse ‘Nomenclator’ uit 1595 (Leiden, 1995, in een oplage van 350 exemplaren) van Petrus Bertius en tot slot beschik ik over diverse kleine moderne uitgaven met betrekking tot Nederlandse (historische) bibliotheken zoals het boekje van K.O. Meinsma: “De librye te Zutphen” (Zutphen, 1988).


Op het gebied van ‘old & rare’ had ik tot dusver maar één enkele uitgave in mijn kast staan die ik al eens eerder aan u heb voorgesteld (zie hier).
Het gaat om een exemplaar van de in 1881 uitgegeven facsimile van de "Catalogus Bibliothecae Amstelredamensis" (Leiden, 1612) die ik destijds voor vijf en zeventig euro kocht bij veilinghuis Bubb Kuyper.

Originele oude stadsbibliotheekcatalogi, zeg maar van voor 1800, was ik tijdens mijn boekenjachten nog niet tegengekomen tot vorig week vrijdag.
Toen vond ik op de Amsterdamse Spui boekenmarkt (bij antiquariaat Fenix) voor slechts drie tientjes een exemplaar in oorspronkelijk (kam)marmeren omslag van de “Index Variorum, Insignium Librorum, tam Historicorum, Medicorum, Juridicorum, quam Theologicorum, qui servantur in bibliotheca Enchusana” (Enchusae, 1761).

Meteen gekocht natuurlijk want dergelijke uitgaven zijn erg zeldzaam. Ze werden immers maar voor een beperkt doel gedrukt en de oplagen waren dus niet groot. Bovendien veranderde het boekenbestand nog wel eens en verouderde de catalogus. Naast de Koninklijke Bibliotheek beschikken ook de universiteitsbibliotheken van Amsterdam en Utrecht over een exemplaar alsmede het Westfries archief (en, naar ik mag hopen, ook de Librije zelf!).

Dankzij het boek van Ad Leerintveld en Jan Bedaux, met het door Jaap Keppel geschreven hoofdstuk over de Enkhuizer Stadsbibliotheek, bleek me al gauw dat het gaat om een zeldzame herdruk (oplage slechts 50 exemplaren!) van de catalogus van 1693 die voor wat betreft het boekenbestand met maar één titel verschilde van zijn voorganger (in quarto, nr. 53; een redevoering van dominee H. Stochius, gedrukt in 1761). De catalogus met op het titelblad het wapen van Enkhuizen vastgehouden door een schone vissersmaagd, bevat geen inleiding maar valt meteen met de deur boeken in huis. Het zou mij echter niks verbazen als de reden voor deze midden in de achttiende eeuw, onverwachts verschenen heruitgave, gezocht moet worden bij die trotse Enkhuizer dominee.

De Enkhuizer Librije is de enige zeventiende eeuwse stadsbibliotheek die bewaard is gebleven op haar oorspronkelijke locatie (op de bovenverdieping van het zuiderportaal in de Sint Gummarus- of Westerkerk). Ze is vaker onderwerp van onderzoek geweest en ook is er een aardige romantische afbeelding van haar gemaakt, geschilderd door J.P.C. Grolman (1841-1927), die u bovenaan dit stukje ziet. Ik bezocht haar met een aantal leden van het Nederlands Genootschap van Bibliofielen een paar maanden na de heropening in november 2014 en maakte er diverse foto’s waarvan er thans één mijn Twitter profiel siert.

Terug naar die catalogus!
Wat mij al bladerend in de metro op weg naar huis, direct opviel zijn een aantal typische kenmerken die je wel vaker ziet in dergelijke oude catalogi. Bijvoorbeeld het gebruik van diverse lettertypen. Nederlandstalige titels in het gotisch, Latijnse titels in het romein en Franse titels in romein cursief. Daarnaast de onderverdeling per plank ('pluteo') in onderwerp en formaat (folio en quarto) en tot slot de zeer summiere titelbeschrijving waardoor van sommige boeken volstrekt onduidelijk is om welke editie het gaat. Overigens zijn de boeken doorlopend genummerd zodat in één oogopslag duidelijk is dat de bibliotheek in 1761 bestond uit 335 folio’s en 53 quarto’s.

Het zal u niet verbazen dat Theologie de hoofdmoot vormde. De oudste uitgave is van 1487, de jongste van 1761. Het merendeel bestaat echter uit boeken die tussen 1510 en 1650 verschenen met als absoluut hoogtepunt het eerste kwart van de zeventiende eeuw.

Een bezoekje aan de Enkhuizer Librije kan ik trouwens elke boekenliefhebber aanraden, zeker als je nog nooit in een oude stadsbibliotheek in zijn oorspronkelijke behuizing bent geweest. Sinds 2006 is de zorg toevertrouwd aan de Stichting Librije Westerkerk (SLWE) die als logo het titelblad van de catalogus van 1761 voert.

dinsdag 16 oktober 2012

Over mijn bibliotheek


“Ik zou graag wat foto’s van je bibliotheek zien en/of lezen over de kasten, inrichting etc.” was het antwoord op mijn Twitter-vraag over welk onderwerp mijn volgende blog post moest gaan.

Een voor de hand liggend antwoord en onderwerp. Talloze bibliofielen hebben al eens over hun bibliotheek geschreven, zoals Alberto Manguel in zijn “De bibliotheek bij nacht” (Amsterdam, 2007) en Jacques Bonnet met: “Een boekenkast vol geesten” (Amsterdam, 2009). Maak u geen illusies, op een dergelijke literaire wijze lukt mij dat niet. Daar leent dit medium zich niet voor en bovendien beschik ik niet over het enorme aantal boeken waarover beide auteurs beschikken. Ik vermoed dat er maar één overeenkomst bestaat tussen onze bibliotheken; lid worden en (uit)lenen is helaas niet mogelijk.


Op prachtplaatjes a la ‘Bookshelf Porn’ of  ‘Beautiful-Libraries’ hoeft u bij mij ook niet te rekenen. Het pijpenlaatje dat ik ‘mijn’ kamer mag noemen is 3.83 meter lang en 2.24 meter breed en ik moet zodoende woekeren met de beschikbare ruimte. Ruimtegebrek (naast geld!) voorkomt dat ik beschik over een showbibliotheek die zich leent voor fotogenieke plaatjes maar bovendien verhindert het een al te strikte indeling van de kasten. Weliswaar probeer ik mijn dierbare vrienden zoveel mogelijk op onderwerp bij elkaar te plaatsen maar vaak lukt dat gewoonweg niet. Mijn bibliotheek draagt daarom meer het karakter van een studie- en werkbibliotheek waarin constant enige wanorde heerst. Dat neemt niet weg dat ik precies weet waar ik een bepaald boek moet zoeken. Slechts eenmaal kocht ik, na een vruchteloos speuren in mijn kasten, een boekje dat ik naderhand toch bleek te hebben. Een fulltime ondeugende 'sexy librarian' is dus geen noodzaak al droom ik er graag van!


U ziet op de foto’s zes Ikea Billy boekenkasten. Ik ben toe aan mijn achtste. Hoezo? Lijkt me duidelijk. Boeken liggen op de boekenrijen, boeken staan op de boekenkasten en op mijn bureau (buiten zicht) staan nog enkele stapels. Kast nummer zeven is zo gevuld, vandaar dat ik toe ben aan nummer acht.
Dat ik nog geen jaar na het schrijven van ‘crisismanagement’ opnieuw kasten nodig heb (die er voorlopig niet komen omdat ik niet zou weten waar ik ze moet plaatsen) zegt iets over mijn aankoopgedrag.
Waarom Billy's? Gewoon, omdat je ze makkelijk in en uit elkaar haalt, ze goedkoop verkrijgbaar zijn (op Marktplaats soms gratis!) en omdat de planken onder de boekenlast niet te ver doorbuigen. Ze zijn saai maar functioneel.

Drie Billy’s (met o.a. ruim dertig seriewerken) staan in de woonkamer en drie kasten in mijn eigen kamer. Verder staat er in de hoek van mijn kamer nog een metalen archiefkast met ‘old & rare’. Ook deze kast is overvol maar gelukkig breed genoeg om alle planken met dubbele rijen te bezetten. Dat is niet praktisch maar wel noodzakelijk! In de dozen rechts onderin ligt al mijn kleine drukwerk, zoals bibliofiele brochures en dergelijke. Op de kast staan en liggen nog wat zware groot formaat boeken (meest atlassen). Ook een broodnodige tweede archiefkast komt er voorlopig niet. U weet wel, geen plek...


Dan de antwoorden op wat klassieke vragen.
Nee, ik weet niet hoeveel boeken er in mijn bibliotheek staan want ik heb ze nooit geteld. Is circa 2000 exemplaren een te hoge schatting? Wel weet ik dat mijn collectie ‘old & rare’ zeventig boeken bevat gebonden in perkament, de meesten van voor 1800.
Nee, ik heb ze beslist niet allemaal van A tot Z gelezen. Veel naslagwerken lenen zich daar sowieso niet voor.
Een favoriete lees- en bladerplek heb ik niet al zit ik meestal in mijn kamer omdat ik daar ook de beschikking heb over mijn computer en dus het een en ander online kan op- en uitzoeken (en bloggen!). Ja, ik lees ook graag in bed en ja ik lees ook op het toilet!

Er staat vrijwel geen fictie in mijn kasten. De best vertegenwoordigde onderwerpen zijn: (lokale) geschiedenis (naslagwerken), Tweede Wereldoorlog, topografie (atlassen), boeken over boeken, wat Limburgensia en genealogie. In de kast ‘old & rare’ gaat het om 17de, 18de en 19de eeuwse boeken, vooral geschiedenis (over Amsterdam maar m.n. heruitgaven van kronieken waarover Piet Buijnsters heeft geschreven in dit artikel). Ook bewaar ik in deze kast wat gesigneerde boeken (m.n. Komrij en Büch) en het bibliofiel margedrukwerk (private press).
Een collectie 18de eeuwse topografische kaarten en prenten, deels ingelijst, staat naast mijn bureau (gedeeltelijk zichtbaar op de tweede foto geheel rechts) en een doos voornamelijk 18de en 19de eeuwse archivalia betreffende Nieuwer-Amstel ligt elders.


Voor liefhebbers van een 'close view' heb ik een nieuwe collagefoto gemaakt van enkele willekeurige kastgedeelten (hier staat nog een oude). Dergelijke boekenkastplaatjes wekken bij liefhebbers vaak warme gevoelens op. Vooral begeerte naar een nadere kennismaking met de inhoud. "Laat me uw boekenkast zien en ik zeg u wie u bent", is bij mij echt niet zo moeilijk. Zo schreef ik al over mijn kleinste, mijn grootste boek, mijn oudste tekst, wat voor type verzamelaar Perkamentus antiquarius is, enz., enz.
Kortom duik eens in mijn bijna 200 blog posts en meer dan 1000 foto's en lees die grote - en kleine boekavonturen.

Oh! En voor mijn Engelstalige fans staat hier een ‘summary’!

Naschrift

Het vervolg lezen? Zie: "Over mijn bibliotheek, vijf jaar later". 

vrijdag 27 januari 2012

Uit de bibliotheek van...

Ik ben geen lid van een bibliotheek, wel eigenaar van een gespecialiseerde ‘private library’.  
Daarin staan overigens ook boeken uit andere bibliotheken zoals uit diverse stempels en plakkers blijkt. Meestal gaat het om boeken uit opgeheven, vooral religieuze, (klooster)bibliotheken, afgeschreven exemplaren of doubletten. De meeste daarvan stonden op de plank in Nederland, een enkele in het buitenland. Een aantal exemplaren stond in verschillende bibliotheken en heeft meer dan één stempel andere komen uit een privé bibliotheek (te zien aan een ex-libris) en zijn later geschonken aan of gekocht door een (min of meer) openbare bibliotheek.
Al bladerend kwam ik zo heel wat oude stempels en plakkers tegen waaronder die van de Friese bibliotheek van jhr. mr. Hobbe Baerdt van Sminia III (1797-1858) te Bergum, de voormalige Jezuïetenbibliotheek van De Krijtberg en de voormalige bibliotheek van De Groote Club Doctrina & Amicitia, beiden in Amsterdam, en de bibliotheek van het Groot Seminarie in Warmond. Speciaal voor fans van bibliotheken (en hun plak- en stempelgrage werknemers), heb ik er een collage van gemaakt.


Persoonlijk vind ik zo’n ordinair inktstempel, vooral in een ‘perkamenten bandje’, iets oneerbiedigs hebben. Bovendien zijn ze vaak pontificaal op de titelpagina geplaatst.
Je zou wensen dat die bibliothecarissen en bibliothecaressen een meer bescheiden plek hadden uitgezocht, achterin of voorin tussen de blanco schutbladen. Stempelen gebeurde vaak ook met een zekere nonchalance getuige de soms moeilijk leesbare en verschoven afdrukken.
Desondanks zijn deze eigendomskenmerken, waartoe ook aantekeningen en ex-librissen behoren, me dierbaar. Op hun eigen manier vertellen ze wat over de provenance van een boek en dat is niet zelden een boeiende reis door de tijd.
De volgende keer maak ik een fotocollage van de ex-librissen die ik in mijn boeken ben tegengekomen.