Posts tonen met het label Science Fiction. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Science Fiction. Alle posts tonen

vrijdag 11 juli 2014

Waarom 'S'? Daarom 'S'!


"This is a story about how a book is used as a means of communication and sort of a catalyst for a great investigation that is also a love affair. It is sort of a celebration of ‘the book', that physical, analog thing" (J.J. Abrams).

De verlossing is gekomen en heet ‘s’.
‘S’ is vanaf nu het moderne antwoord van elke bibliofiel op domme vragen en opmerkingen.

U kent ze wel. Mensen – ongenode gasten, soms vrienden en soms allebei – die in stomme verbijstering voor je boekenkasten staan en dan vragen; ‘Tja, uhh, waarom verzamel je boeken?’, ‘Jezus, heb je nog geen E-reader???’, ‘Maar wat zie je nou eigenlijk in die papieren rotzooi?’, ‘Joh! Alles staat toch op internet?’.

In plaats van eindeloos te discussiëren en talloze antieke waardevolle voorbeelden uit mijn kast te trekken pak ik nu alleen nog ‘S’.

‘S’ (“Schip van Theseus” door de mysterieuze fictieve schrijver V.M. Straka) verscheen enkele maanden geleden in Amerika en meteen heb ik toen overwogen om het boek te bestellen, maar de verzendkosten waren net zo hoog als de verkoopprijs van het boek. Vond en vind ik een beetje belachelijk voor een nieuw boek en dus zag ik er van af onder het motto; ‘die kom ik nog wel eens tegen’.

En zie! Onlangs verscheen bij uitgeverij Ambo|Anthos een Nederlandse vertaling van het ‘S’, geschreven door Doug Dorst en bedacht door J.J. Abrams.
J.J. Abrams? Toch niet…?
Ja, precies, de filmregisseur J.J. Abrams van Sci-fi blockbusters als ‘StarTrek’.

Vermoedelijk denkt u nu dat ik gek geworden ben. Plotsklaps gaat Perkamentus nieuwe literaire fictie kopen en het ook nog eens in een blog bespreken (iets wat 95 % van alle boekbloggers op internet doet). Ja en nee.
Ik heb het boek (nog) niet gelezen, dus een inhoudelijke bespreking geef ik niet. Iedereen leest anders en beleeft een boek anders, vandaar dat talloze blogs van ‘would be recensenten’ mij vaak niet kunnen boeien. Wat de één bewierookt (vijf sterretjes!) gooit de ander in de papiermolen.

Maar zelfs al zou ik het hebben gelezen, dan nog gaat het me niet om het verhaal. Welnee, het gaat me om de vormgeving, om het gevoel dat ‘S’ opwekt en om in één klap duidelijk te maken waarom een E-boek (het woord alleen al is een gotspe) nooit een boek zal kunnen vervangen.
‘S’ is namelijk niet een verhaal in een boek maar een boek met een verhaal, een totaalconcept in de meest letterlijke zin van het woord. De sensatie begint al voordat je nog maar één letter hebt gelezen met het verbreken van de cassetteverzegeling en het openslaan van het boek. Al je zintuigen staan meteen op scherp door het gevoel dat je iets bijzonders onthult, dat zich voor je ogen niet een boek maar een mysterie ontvouwt.

‘S’ doet zich voor als een oud afgeschreven bibliotheekboek. Zo eentje die ik regelmatig in mijn kringloop tegenkom maar dan nog wat erger. Vlekkerig, bestempeld, vol met aantekeningen, onderstrepingen, knipsels, ansichtkaarten en andere documentatie. Niet zomaar troep, nee, alles heeft te maken met het verhaal.
Hoe?
Geen idee! Maar dat hoef ik ook niet te weten om in één klap duidelijk te maken wat een E-boek niet kan en nooit zal kunnen.
Geen spanning of meeslepend verhaal gereduceerd tot zwart-wit tekst op een schermpje (kan dat eigenlijk wel?). Nee, spanning door de totaalbeleving van het object en dat begint al met de vormgeving. Al die ephemera in ‘S’ prikkelen, maken nieuwsgierig nopen tot onderzoek, verleiden tot lezen...
Is dergelijke interactieve fictie spiksplinternieuw? Nee!
Ware bibliofielen (met boekenkennis) herkennen hierin de uitgaven van Dennis Wheatley (1897-1977): "During the 1930s, he conceived a series of mysteries, presented as case files, with testimonies, letters, pieces of evidence such as hairs or pills. The reader had to inspect this evidence to solve the mysterie before unsealing the last pages of the file, which gave the answer. Four of these 'Crime Dossiers' were published".
Maar 'S' is modern,  spreekt de hedendaagse lezer aan, schrikt dus niet af en doet voor mij als bibliofiel precies wat ik wil. Anderen duidelijk maken waarom ik eigenlijk boeken verzamel en dan speciaal oude boeken. Want net als ‘S’ is elk boek voor mij een avontuur.  Je hoeft het verhaal, de platte tekst, niet te lezen, welnee! 
Je ruikt, je kijkt, je bladert. De boekband, de vormgeving en typografie. Een curieus ex-libris, een bizarre handtekening, obscure krabbels, raadselachtige losse papiertjes met aantekeningen, een vergeten boekenlegger, oude zinnenprikkelende reclame, enz. enz.

Boeken, speciaal oude boeken, bevatten niet alleen informatie in de vorm van gedrukte tekst, ook het boek, het object op zich,  is informatiedrager en vertelt een verhaal. Ze zijn een totaalbeleving, net als 'S'. En dat is nu precies wat een E-boek niet is, nooit kan zijn en waarom ik (oude) op papier gedrukte boeken zal blijven verzamelen.
In zekere zin beste lezers, gasten, vrienden en boekbloggers, staat in mijn overvolle kasten uitsluitend ‘S’...

woensdag 8 januari 2014

De Necronomicon


“The oldest and strongest emotion of mankind is fear.
And the oldest and strongest kind of fear is fear of the unknown
”
(H.P. Lovecraft).

Het laatste boek dat Perkamentus in 2013 bestelde bevond zich min of meer verscholen in een Duits antiquariaat in Stuttgart. Het is een in zwart linnen gebonden eerste druk (1977) van de “Necronomicon” met een inleiding door ene ‘Simon’. Ik heb er voorzichtig wat in gebladerd. Het van A tot Z lezen wordt stellig ontraden.
De duistere necromantische tekst in het boek kan lezers krankzinnig maken!

Mijn inspiratie voor deze nieuwe aanwinst deed ik op na het (opnieuw) bekijken van de horrorfilm “The Ninth Gate” uit 1999, waarin de zoektocht van boekhandelaar Dean Corso (Johnny Depp) naar een zeldzaam en duivels boek met gravures door 'LCF' (Lucifer) centraal staat.
Hebben dergelijke magische toverboeken echt bestaan?
Er bestaat geen twijfel over dat sinds de oudheid talloze obscure manuscripten met een min of meer magische en occulte inhoud zijn geproduceerd. In de Bijbel (Handelingen 19:19) wordt al gesproken over het verbranden van magische boeken in Ephese met een waarde van 50.000 zilverstukken. Zo zal het de meeste zijn vergaan; verbrand en vernietigd omdat hun inhoud radicaal afweek van de heersende (vroeg) Christelijke geloofsovertuiging.
Wat ons sinds de Middeleeuwen rest zijn enkele zogenaamde Grimoires. Een in de boekenwereld beroemd voorbeeld daarvan is het Voynichmanuscript maar vermoedelijk nog bekender is het veel duistere maar fictieve “Necronomicon”.

Die bekendheid heeft het geheel te danken aan zijn geestelijke vader, de Britse schrijver H.P. Lovecraft (1890-1937). Lovecraft noemde het boek voor het eerst in 1922 in zijn korte verhaal “The Hound”. Daarna duikt het boek op in verschillende verhalen en in 1927 schreef Lovecraft “The history of the Necronomicon”. Hierin staat dat de “Necronomicon” in de 8ste eeuw na Christus in Damascus werd geschreven onder de titel “Al Azif”. Auteur was de Arabische dichter Abdul Alhazred uit Sanaa (Jemen), die in 738 spoorloos verdween. De eerste Griekse vertaling werd in 950 gemaakt door Theodorus Philetas van Constantinopel later gevolgd door een Latijnse vertaling van Olaus Wormius.
De meeste exemplaren werden in de loop der eeuwen vernietigd. In de 20ste eeuw waren er nog slechts vijf aanwezig in diverse grote bibliotheken.

Lovecraft heeft altijd erg geheimzinnig gedaan over de inhoud van het boek. Die zou volgens hem zo gruwelijk zijn dat veel lezers hun verstand zouden verliezen. De bizarre verhalen van Lovecraft zijn vaak een combinatie van horror en sciencefiction en de “Necronomicon” is naast de Cthulhu mythe één van zijn grootste bijdragen geweest aan dit genre. De invloed ervan is terug te vinden in boeken, strips, films, muziek, spelletjes enz.
Een voorbeeld daarvan is de populaire sciencefiction horrorfilm ‘Alien’ (1979).
Het buitenaardse wezen ontsproot aan de surrealistische fantasie van de Zwitser H.R. Giger (1940-2014) en komt direct uit zijn twee jaar daarvoor gepubliceerde: “H.R. Gigers Necronomicon” (Basel, 1977). De bizarre vormen en creaturen daarin spraken filmregisseur Ridley Scott zo aan dat hij Giger inhuurde als vormgever.


Sinds Lovecraft hebben talloze andere geschreven en gefantaseerd over de “Necronomicon” en velen geloven ook dat het boek werkelijk bestaat. Er is wereldwijd in antiquariaten en bibliotheken vruchteloos naar gezocht en er zijn zelfs verschillende uitgaven van verschenen.

De meest geruchtmakende is de “Necronomicon” die in 1977 verscheen bij Schlangekraft, Inc. (Barnes Graphics, Inc. New York). In de inleiding beschrijft ene ‘Simon’ (mogelijk in werkelijkheid Peter Levanda) hoe hij in contact kwam met een monnik die claimde het boek in de Griekse vertaling te bezitten. Simon ontcijferde het manuscript en liet het publiceren. Zijn uitgave (daarom ook wel de "Simonomicon" genoemd) bestaat uit twee delen.
Het eerste deel bevat de “The Testimony of the Mad Arab” (een verwijzing naar Abdul Alhazred?) die als eerste de duistere geheimen van de “Necronomicon” ontdekte en deze op schrift zette. De duistere krachten die hij daarmee over zich afriep zijn woedend en hebben wraak gezworen voor het openbaren van hun bestaan aan de wereld. Zijn tekst is bezaaid met geheimzinnige bezweringen als indicatie van zijn onstabiele mentale toestand en zijn wens om zich te beschermen tegen dit dreigende gevaar. Deel twee bevat de eigenlijke formules, bezweringen en magische sleutels waarvan vele een oud Soemerische oorsprong suggereren.


Deze eerste editie van Simon’s “Necronomicon” was nog voor het verschijnen uitverkocht. Ze bestond uit een oplage van 666 genummerde en door de uitgever gesigneerde exemplaren gebonden in (kunst)leer en 3333, eveneens gesigneerde, in linnen gebonden exemplaren (beiden zonder stofomslag). Vanaf 1980 verschenen er pocketedities (uitgegeven door ‘Avon Books’ en ‘Bantam Books’). Sindsdien beleefde Simon’s “Necronomicon” herdruk op herdruk.
In 2006 waren er al 800.000 exemplaren van verkocht! In 2008 verscheen er een prijzige
(€ 125,- euro!) ‘31th anniversary hardcover edition’ die inhoudelijk weinig verschilt met de paperback edities.

De forse bedragen die antiquarisch worden gevraagd voor een eerste druk gebonden in leer of in linnen zullen menig liefhebber krankzinnig maken. De nog geen vijftig euro (incl. verzendkosten) die ik betaalde is vergeleken daarmee een koopje, maar u mag me gerust voor gek verklaren.

Ik wens al mijn lezers een voorspoedig en boekrijk 2014!