Posts tonen met het label Papier. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Papier. Alle posts tonen

vrijdag 15 september 2017

Zelf dokteren; de volgende stap...

In mei 2013 schreef ik "Zelf dokteren" dat zich, volgens mijn blogstatistieken, nog steeds mag verheugen in een grote populariteit.
Zoals bekend komen niet alle oude boekjes en brochures ongeschonden tot mij (of tot u!).
Elke nieuwe aanwinst wordt thuis eerst gecontroleerd op scheuren, vlekken en andere kleine eenvoudige defecten die ik vervolgens zelf herstel. Met de simpele tips die ik destijds gaf in "Zelf dokteren" kan iedere leek die handig is zonder risico's aan de slag.

Ik klungel niet graag aan oude boeken en daarom moet bij de aanschaf altijd de kwaliteit leidend zijn en niet de vraagprijs. Anders gezegd; ik betaal liever wat meer voor een goed exemplaar dan heel weinig voor hetzelfde boek met talrijke defecten.
Mijn volgende stap in het 'zelf dokteren' liet ik over aan het toeval en dat confronteerde mij een paar weken geleden met een nieuwe aanwinst waarvan de boekband uit elkaar lag. Nu werd me duidelijk wat mijn volgende stap zou zijn. Ik zou voor het eerst proberen een boekbandje compleet te renoveren. Hieronder beschrijf ik mijn werkwijze.
Doe er uw voordeel mee... of niet!

De uitgave waar het om gaat is vrij zeldzaam maar kostte me nog geen veertig euro.
De titel is: "Liefdadigheid te Amsterdam. Overzigt van al hetgeen er in Amsterdam wordt verrigt ter bevordering van de stoffelijke, zedelijke en godsdienstige belangen, voornamelijk der minvermogenden en behoeftigen. Uit echte bronnen bijeengebragt door N.S. Calisch". (Amsterdam, 1851). Nathan Salomon Calisch (1819-1891) was een onderwijzer en journalist die verschillende lexicografische werken uitgaf.
Wie het dagelijks leven van de onderste bevolkingslagen in de hoofdstad in de eerste helft van de negentiende eeuw goed wil leren kennen (van de 225.000 inwoners in Amsterdam in 1850 waren er ruim 60.000 afhankelijk van bedeling!) is Calisch boek een ware 'fundgrube'.
Hij geeft een gedetailleerd, vaak historisch, overzicht van honderden particuliere en gemeentelijke (liefdadigheids)instellingen. Vele hadden een vroeg negentiende eeuwse oorsprong, andere waren toen Calisch zijn boek schreef nog maar net begonnen. Het merendeel is inmiddels uit het collectief geheugen verdwenen. Zijn publicatie bevat behalve een titelillustratie (het Nieuwe Werkhuis, thans dr. Sarphatihuis in de Roeterstraat 2 te Amsterdam) diverse tabellen waarvan enkelen uitslaande.

In de 'Vaderlandsche Letteroefeningen' van 1852 verscheen een bespreking van zijn uitgave waaruit blijkt dat het boekje destijds vierenhalve gulden kostte, een niet gering bedrag als we bedenken dat bijvoorbeeld een metselaar toen ongeveer één gulden twintig per dag verdiende!
Een bibliotheekstempel op de titelpagina verraadt dat mijn exemplaar een doublet (dubbel exemplaar) is uit de 'Bibliotheek Amsterdam'. Het boekje werd gebonden in een eenvoudige negentiende eeuwse halflinnen band met grauwgrijze kartonnen platten.

De rug van de band zit vast(geplakt) op het nog stevige boekblok. Opnieuw inbinden, een vak apart, is dus niet nodig. Het voorplat is losgekomen van de rug en het achterplat zit nog net vast met twee touwtjes.
Ik besloot om het voor- en achterplat met een strook lichtbruin boeklinnen over de oude halflinnen rug geplakt vast te zetten en daarna beiden kartonnen platten aan de buitenzijde met origineel negentiende eeuws marmer te beplakken. Vervolgens zou ik aan de binnenzijde de strook omgeslagen linnen van de rug en de rand sierpapier van de platten wegwerken door een nieuw zuurvrij blad papier te plakken op de 'paste-down endpaper' (het gele blad links dat vast zit op de binnenzijde van de platten) en het gele blad rechts, de 'free endpaper', die komt voor de eerste 'Franse' titelpagina).
Op die manier wordt meteen de aansluiting van de platten op het boekblok aan de binnenzijde hersteld. Tot slot zou ik de hoeken van de platten met linnen te bekleden.

Een professioneel boekbinder en restaurator die ik raadpleegde over mijn voorgenomen handelwijze schreef mij: "Als het mijn boek zou zijn zou ik geen sierpapier op de platten plakken. Verder zou ik afhankelijk van het gebruik (weinig of veel) van dit boek de voor- en achterplatverbinding herstellen met dik Japans papier of parachutelinnen. Dit is beide sterk en dun. Ikzelf zou de oude rug laten zitten. Een inkeping maken onder de vastzittende rug en in het plat (met een scherpe scalpel) en dan in die inkeping een stukje verbindingsmateriaal lijmen. Je behoudt dan dus de originele kaft. De buitenkant van de kneep moet je dan sluitend maken met op kleur gemaakt Japans papier".
Zijn oplossing is professioneler en streeft naar het zoveel mogelijk behouden van de originele band en het oorspronkelijke karakter van het boek. Voor 'dokterende' amateurs op dit gebied (en daartoe reken ik mijzelf) lijkt het mij echter een stuk moeilijker uitvoerbaar dan wat mij voor ogen stond. Toegegeven; mijn werkwijze gaat meer de kant op van een 'nieuwe' band, ook al gebruik ik oud marmer, en daarom praat ik ook liever over renoveren en niet over restaureren! 

Mijn eerste stap was materiaal halen bij de firma Vlieger in Amsterdam. Ik kocht daar wat zuurvrij papier voor het herstel van de binnenkant en twee kleuren boekbinders-linnen (wordt verkocht per halve meter) voor de rug. Totaal was ik ongeveer zestien euro kwijt.
U zit hier welke materialen en gereedschap ik gebruikte.

Ik begon met het verlijmen van een strook boekbinderslinnen van 30 cm. bij 9 cm. over de oude rug (en ter weerszijde ca. 2.5 cm. over de platten) en liet dat twee uur drogen. Het boekje is maar 20 cm hoog, maar de flappen aan de boven- en onderkant werden nadat ze waren ingeknipt teruggeslagen naar de binnenzijde en met boekbinderslijm vastgezet op de binnenzijde van de platten. Ook in het midden zorgde ik ervoor dat het strookje iets uitstak boven het oorspronkelijke bandje want ook daar wilde ik het linnen over de oorspronkelijke rug terugslaan, zodat er uiteindelijk niets meer zichtbaar is van de oude rug.

Vervolgens smeerde ik het voor en achterplat in met boekbindersstijfsel (Let op! Boekbinderslijm laat zich vrijwel niet meer corrigeren! Bij boekbindersstijfsel is het loshalen en verschuiven veel makkelijker) en beplakte ik beiden met origineel negentiende eeuws handmarmer. Daarna liet ik dat even een uurtje drogen.

De volgende stap was het handmarmer om de platten terugslaan en de strook aan de binnenzijde vast zetten met boekbindersstijfsel. Drogen... Vervolgens plakte ik aan de buitenzijde op het voor en achterplat (schuin) op elke hoek een stukje boekbinderslinnen van 4 cm. bij 4 cm.


Ik knipte er hoekjes uit en sloeg de driehoekige flapjes terug naar binnen om ze vast te zetten met boekbinderslijm.
Daarna plakte ik het kleine strookje boven- en onderaan de rug vast. Voor het aandrukken is een vouwbeentje erg handig! De buitenkant is nu vrijwel klaar!

Aan de binnenzijde van de platten wil ik de zichtbare restanten boekbinderslinnen van de rug en het handmarmer van de platten bedekken met een vel papier dat ik over het oorspronkelijke gele papier ('paste-down endpaper' en 'free endpaper') plak met boekbindersstijfsel. Daarmee verstevig ik meteen de aansluiting van de platten op het boekblok aan de binnenzijde. Ik had daarvoor twee stroken nodig van 19.5 cm. hoog en ongeveer 24.5 cm. lang. Eerst sausde ik het plat en de 'free endpaper' in met boekbindersstijfsel.

Hierna plakte ik de strook eerst op het plat! Mocht de strook wat te lang of te kort zijn dan kun je de 'free endpaper' altijd nog op maat bijknippen!
Het meeste werk is nu gedaan. Het boek voelt vochtig aan en om het kromtrekken van de platten te voorkomen stapelde ik er tot slot wat boeken op uit mijn bibliotheek om het op de huiskamertafel onder druk langdurig te laten drogen. Zo af en toe controleerde ik even of er geen bladen aan elkaar plakten.

Er ontbreekt nog één afwerkpuntje, een titelschildje.
Ik knipte uit het grote vel dat ik voor de binnenzijde gebruikte een A4-tje. Vervolgens oefende ik op normaal papier wat met diverse lettertypen. Eenmaal tevreden drukte ik af op mijn zelf geknipte vel en plakte het titelschildje op de rug. Klaar! Het boek moet nu de komende paar dagen onder druk even goed uitdrogen. Ik zette het klem in een rijtje boeken in mijn bibliotheek.

En? Wat vinden jullie van het resultaat? Ik ben in ieder geval heel tevreden.
Algemene tip; werk geduldig en werk schoon!


dinsdag 14 juni 2016

Bijkletsen


Opstartproblemen… Daar begint het mee.
Vervolgens schermproblemen en daarna viel alles zo’n beetje uit. Ik zag het al een tijdje aankomen maar je wordt er toch door verrast; de computercrash!

En daar zit je dan… maar dit is geen computerblog en dus zal ik een lang verhaal kort maken door u simpelweg te vertellen dat ik weer online ben en van alle gemakken voorzien. Ik ben overigens wel overgestapt naar een Apple systeem (een IMac computer met een enorm 27 inch Retinascherm) en leer nu vooral omgaan met alle nieuwe toepassingen en mogelijkheden.

Wat intussen gewoon doorliep was mijn bibliofiele (crashbestendige) aanschafpatroon.
In de twee maanden die zijn verstreken sinds mijn laatste blog kwamen hier verschillende oude en nieuwe boeken binnen vooral via de kringloop en internet(antiquariaten).
Daarom maar even dit overzichtje als ‘warming up’ voor de komende blogs en om u bij te praten in mijn alsmaar groeiende ‘private library’.


Via internet kocht ik enige tijd terug het boek van D. Lamarcq; “Het latrinaire gebeuren. De geschiedenis van de W.C.” (Gent, 1993). Vrijwel tegelijkertijd werd er een exemplaar via Catawiki geveild dat het dubbele opbracht van de prijs die ik betaalde. Wonderlijk toch (en ik heb dat al vaker geconstateerd) hoe sommige mensen kennelijk wel weten hoe ze op Catawiki (te veel) moeten bieden maar tegelijkertijd verzuimen om online verder te kijken sneupen dan hun neus lang is! Het boek is een aanvulling op mijn kleine scatologische collectie waarover ik al eens eerder iets schreef. Het onderwerp is interessant en leuk genoeg voor een vervolg en de eerste ideeën en zinnen zijn hier al op papier gezet!


Op Marktplaats trof ik voor dertig euro (en dat is een koopje!) een fraai gebonden negentiende eeuwse heruitgave aan van: “Koddige en ernstige opschriften op Luifels, Wagens, Glazen, Uithangborden en andere Tafereelen” (Amsterdam, 1846).
Oorspronkelijk verschenen in 1698 en gepubliceerd door Jeroen Jeroense alias Hieronymus Sweerts (1629-1696). Ik bezit daarvan al langere tijd een facsimile uitgave uitgegeven in 1969 door de Europese bibliotheek in Zaltbommel in de serie ‘Zaltbommelse herdrukken’ maar mijn nieuwe aanwinst is natuurlijk veel mooier gebonden en bovendien antiquarisch schaarser en dus aantrekkelijker.


De vaak scabreuze opschriften (over poep, pies en seks) die wij bij Jeroense aantreffen vinden we niet terug in “Het boek der opschriften” (Amsterdam, 1868 en heruitgegeven in 1974) van Jan ter Gouw en Jacob van Lennep. Die vonden zijn verzameling onkies en “Men moet zich inderdaad verbazen, dat onze voorouders, niet slechts in de 17de, maar nog tot laat in de 18de eeuw, in zulke vuile en vieze dingen aardigheid konnen vinden”.


Al een tijdje op het oog en dan nu eindelijk gekocht bij antiquariaat Berger & De Vries - in het verre Groningen - is een vrij schaars boekje met de titel: “Uit het leven van Justus van Maurik Jr. 1846-1904” (Amsterdam, z.j.).
Een geïllustreerde uitgave samengesteld door J.H. Rössing met artikeltjes verschenen na het overlijden van de grote volksschrijver in het weekblad “De Amsterdammer”.
De verhalen van Van Maurik zijn nog steeds aangename lectuur voor hen die kennis willen nemen van het wel en wee van de gewone man of vrouw en de historische straattypetjes die Amsterdam in de negentiende eeuw bevolkten. Ik bezit daarom een groot deel van zijn uitgaven, zoals ik al eerder hier schreef.

De lokale kringloop verschafte mij diverse vondsten voor luttele euro’s. Ik zal mij beperken tot de meest jaloersmakende!


Allereerst een heruitgave uit 2008 van het Victoria and Albert Museum in Londen van: “Civil Defence Handbook No. 10. Advising the householder on protection against nuclear attack” (London, 1963), De titel spreekt voor zich en het is grappig om te lezen wat men allemaal voor goedbedoelde adviezen en tips krijgt voor het geval ‘de bom’ valt. Behalve boekjes vervaardigde de overheid destijds ook voorlichtingsfilmpjes zoals het fameuze ‘Duck and Cover’ (1951) voor schoolkinderen.


De moderne mens heden ten dage maakt zich vermoedelijk geen enkele illusie, reden waarom dergelijke boekjes nu als curieuze facsimile worden herdrukt...

Vervolgens een mooi bewaard gebleven exemplaar van het boekje van C. Pels: “Papier” (Mijdrecht, z.j.). De vierde en laatste druk uit 1966 met een voor die tijd typisch bandontwerp. Ik heb hier meer boeken staan over papier, papierfabricage en zijn geschiedenis, waaronder dat van de ‘Self-Confessed Bibliophiliac’ N.A. Basbanes: “On Paper. The everything of it’s two-thousand year history” (New York, 2013). Het onderwerp is natuurlijk sterk verbonden mij mijn ‘boeken over boeken’ liefhebberij en bibliofilie in het algemeen.


Tot slot een biografie (die lees ik veel en graag) in het Engels van Ian Gibson: “The Erotomaniac. The Secret Life of Henry Spencer Ashbee” (London, 2001).

Henry Spencer Ashbee (1834-1900) alias ‘Pisanus Fraxi’ was een negentiende eeuwse verzamelaar die vermoedelijk de grootste collectie erotisch en pornografische uitgaven bezat die ooit door een particulier werd bijeengebracht. Hij is auteur van drie belangwekkende bibliografieën op dat gebied die destijds in beperkte oplage verschenen en antiquarisch onvindbaar (en bovendien kostbaar) zijn.


Gelukkig bezit ik daarvan een moderne heruitgave in cassette (oplage 1000 exemplaren); “Bibliography of prohibited books” (New York, 1962) met voorwoord door G. Legman (1917-1999). Bibliofiel detail; mijn exemplaar maakte ooit deel uit van de collectie Boudewijn Büch (1948-2002).

Zo! U bent weer even bijgekletst. Ondertussen zijn er weer diverse interessante boeken binnengekomen die apart mijn (en uw) aandacht verdienen.

vrijdag 15 januari 2016

Folders & brochures


Als je liefhebber bent van schaarse curieuze uitgaven over de meest uiteenlopende – soms bizarre - onderwerpen dan moet je in het antiquariaat of op de boekenmarkt eens door de dozen en bakken met oude folders en brochures snuffelen. De kans dat je daarin bijzondere zaken aantreft is vrij groot zodat je relatief snel een interessante collectie kunt opbouwen voor weinig geld. Zoals trouwe lezers van mijn blog wel weten ben ik niet vies van dit drukwerk (en andere 'ephemera') en sneup ik regelmatig door stapels “Oud Papier”.

In de loop der tijd heb ik zo al aardig wat foldermateriaal en brochures bij elkaar gebracht. Het meeste voor bedragen tussen de één en twintig euro met enkele uitschieters naar boven.
Antiquaar Louis Putman (1923-2013) was vroeger het adres voor dit soort ‘bibliofiele schatten in het klein’, al was het af en toe niet makkelijk om daaruit wat los te krijgen.
Toen uiteindelijk veel van zijn winkelvoorraad op het Amsterdamse Waterlooplein belandde heb ik, in de kraam van Jos Albers, menige slag geslagen zoals u in “Ping-Pong” en “Putmannen” kunt lezen.
Jos was overigens niet de enige die profiteerde van de sluiting van Putmans antiquariaat vol obscure drukwerkjes, ook antiquariaat Boek & Glas heeft destijds veel interessant materiaal overgenomen.



In de negentiende eeuw start de bloeiperiode voor folders en brochures.
Technische innovaties van druk- en productietechniek zorgden voor grotere oplagen en een afname van de kosten. Jan en alleman ging zich bedienen van goedkoop drukwerk. Politieke groeperingen, boze burgers, selfmade uitvinders, beroepsverenigingen en genootschappen, handelaren en winkeliers; zij allen lieten om maar gehoord te worden vele honderdduizenden folders en brochures drukken in kleine en grote oplagen.
In het midden van de 19de eeuw was de totale productie door talloze grote en kleine uitgeverijen al zo groot geworden dat Arie Kruseman in zijn “Bouwstoffen voor een geschiedenis van den Nederlandschen Boekhandel” (Amsterdam, 1887, deel II, blz. 77) schreef:
Ook werd de overvloed van kleine boekjes en vlugschriften een waar kwaad. Behalve een eindeloos getal godsdientig-dweepzieke en kerkelijk-krieuwende pennevruchten, waarop wij reeds wezen, belegerde men elkander en het publiek met allerlei papieren schroot betreffende gebeurtenissen van den dag”.

Echter… Door het efemere en tijdelijke karakter van dit drukwerk (geen beschermende band, vaak slecht gedrukt op een slechte papierkwaliteit) en een inhoud die sterk aan actualiteit en/of plaats gebonden was werden ze sneller dan menig boek schaars en zeldzaam.


Oude folders en brochures zijn fragiel en vaak hebben ze scheurtjes of missen ze hoekjes. Meer nog dan bij oude boeken is het de kunst om een zo mooi mogelijk exemplaar op de kop te tikken. Kleine gebreken kan ik vaak met wat “Zelf dokteren” snel verhelpen.
Vanwege de kwetsbaarheid van het (vaak negentiende eeuwse) materiaal bewaar ik dit drukwerk liefst liggend in een afsluitbare stevige zuurvrije kartonnen doos. Het jongere materiaal stop ik nog wel eens in één van de metalen lectuurbakken en niet lang geleden liet ik mijn lezers nog kennismaken met enkele willekeurige voorbeelden “Uit mijn bakken”.


In enkele gevallen bestaat er van een folder of brochure een moderne heruitgaven.
Ik heb bijvoorbeeld van het bekende schotschrift van Erich Wichmann (1890-1929):
Het witte gevaar - over melk, melkgebruik, melkmisbruik & melkzucht” (Amsterdam, 1979) de herdruk naar het origineel uit 1928. Niet omdat een origineel zo moeilijk verkrijgbaar is maar vooral omdat die nogal prijzig zijn.
Een ander en kostbaar voorbeeld is het bekende politieke schotschrift van Sicco.E.W. van Roorda van Eysinga (1825-1887): “Uit het leven van Koning Gorilla” (Den Haag, ca. 1887), waarin Koning Willem III (1817-1890) op de hak wordt genomen. Hiervan bestaat een moderne tekstuele uitgave (géén facsimilé!) met toelichting (Rotterdam, 1966) van de hand van Hans Jar, mogelijk een pseudoniem van Anton Constandse (1899-1985).
Overigens is deze heruitgave zelf ook al schaars geworden.


Perkamentus is vooral geïnteresseerd in materiaal over krotten, sloppen, armoede, en daaraan gerelateerde zaken als drankmisbruik, bedelarij, prostitutie, fecaliën & vuilverwerking etc. Maar loop ik toevallig tegen andere onderwerpen aan die me aanspreken dan laat ik die beslist niet liggen!

Een goede bron voor het online jagen op bijzonder materiaal (d.m.v. trefwoorden) vind ik Marktplaats en Boekwinkeltjes.
Zo vond ik, net voor de afgelopen jaarwisseling, op Boekwinkeltjes (eindelijk) een origineel exemplaar van: “Krotten en sloppen. Een onderzoek naar den wooningtoestanden te Amsterdam, ingesteld in opdracht van den Amsterdamschen Bestuurdersbond” (Amsterdam, 1901).
Toen ik vervolgens net na de jaarwisseling mijn geluk tartte en zocht naar de originele uitgave van “Wat zij krijgen. Wat zij noodig hebben. Resultaten van een onderzoek naar den toestand en de bedeeling van de Huiszittende Gemeente-armen te Rotterdam” (Rotterdam, 1907) was het wederom bingo. Beiden heb ik afgelopen week afgehaald bij antiquariaat; Boek & Glas voor dertig euro!


Van de eerste brochure verscheen al in 1975 bij Van Gennep (Amsterdam) een herdruk met een nawoord van architect Frank Smit. Die is nog steeds goed verkrijgbaar in het antiquarisch circuit en had ik al. De originele uitgave bleef echter lang een stille wens omdat ze, evenals de tweede genoemde brochure (waarvan nimmer een herdruk verscheen), erg schaars is geworden.
Tussen een herdruk en het origineel kunnen behoorlijke verschillen zitten.
Het formaat is vaak anders en soms zijn belangrijke zaken weggelaten of aangepast. Alleen al die oorspronkelijke omslag van ‘Krotten en Sloppen’, met tekening van een slopbewonertje dat met pijpschoonmakers op straat vent deed mij naar een origineel verlangen.


Illustrator van deze uitgave is Albert P. Hahn (1877-1918) die toen nog een onbekende tekenleraar was aan een Amsterdamse ambachtsschool. Hij zou samen met Johan Braakensiek (1858-1940) uitgroeien tot één van Nederlands belangrijkste politieke tekenaars rond 1900.
Hun talrijke politieke spotprenten voor diverse dag- en weekbladen genieten nog steeds grote faam en worden door veel verzamelaars fel begeerd. De illustratie op de voorkant van ‘Gemeente-armen’ is van de Engelsman Phil May (1864-1903).
De auteurs, Louis M. Hermans (1861-1943) en zijn collega Hendrik Spiekman (1874-1917), waren journalisten met een vlotte pen en politiek betrokken bij het socialisme en de arbeidersbeweging. Hun beschrijving van de ronduit erbarmelijke woon- en leefomstandigheden die zij aantroffen zijn thans nauwelijks meer voorstelbaar. Temeer omdat het nog maar een eeuw geleden is dat een groot deel de Nederlandse bevolking in de grote steden in die omstandigheden trachtte te overleven.


Overigens…. Bij Boek & Glas kon ik het niet laten om naast deze aanwinsten nog een paar andere folders en brochures mee te nemen. Eén van mijn goede voornemens voor het nieuwe jaar is om ook daaraan aandacht te besteden.

Ik wens u allen een bijzonder goed 2016 met veel vondsten en avonturen in de boekenwereld!

vrijdag 6 juni 2014

Being an 'Ai Sho Ka'


Do you buy books you cannot read?
I normally don’t. But this time I couldn’t help myself and paid almost two hundred fifty US dollars (€ 175,- euro) for three books in Kanji (logographic Chinese characters used in Japanese language) printed on very thin paper and traditionally bound in yellow embossed paper wrappers. Why?

Well first of all because I am a Bibliophile (which according to my partner is synonym with ‘totally nuts’). I like books in all their different forms and aspects and I was struck by the fragile but beautiful appearance of the three volumes. Secondly because I was intrigued by the incomprehensible text and the numerous interesting illustration.

The bookseller couldn’t tell me very much about them. Most of the stuff he sold on the little ‘Spui’ book market in Amsterdam was about European Art nouveau and Art deco.
I leafed through the books and found in one of the volumes a little paper telling me that this was an edition of the ‘Hakubutsu Shinpen’ printed in 1874. I decided to take a chance, and bought them.


For me every old book is an adventure that has to be explored. As usual my exploring started at home behind the computer. I soon found out that this was indeed a copy of the ‘Hakubutsu Shinpen’ (‘Book of Natural History’) written by Benjamin Hobson (1816-1873) and originally published in Shanghai in 1855 as ‘Bowu xinbian’.

Benjamin Hobson was a British missionary doctor who spent two decades (1839-1859) in China. He founded hospitals in Hong Kong, Guangdong and Shanghai; trained local physicians in Western medical techniques; and wrote several medical and scientific textbooks in Chinese based on European sources, including this book of Natural History.

The Japanese versions of Hobson's works appeared early Meiji period (1868-1912), a critical time in Japanese history, when the country ended its isolationist foreign policy and began opening its ports to Western trade. The text conveying scientific knowledge that had developed in the West was warmly welcomed in Japan and very popular. It was repeatedly printed and published in numerous editions.


With the help of my Japanese Twitter friend and Shodo lover Masuto Nanami I learned that the text must be read from top to bottom down a column, and right to left across columns. He translated some words for me too and showed me how to write ‘Bibliophile’ or "Ai Sho Ka" in Kanji. The three characters: 愛書家 are (from left to right) for ‘love’ (Ai), ‘book’ (Sho) and ‘Ka’ (person). Look at his video, seems easy, huh?

‘Hakubutsu Shinpen’ is divided into three parts. The first book (67 folded leaves), on physics, has sections on topology, heat, water, light and electricity. The second (30 folded leaves) is dedicated to astronomy and the third (34 folded leaves), entitled "Outlines of Birds and Beasts" is devoted to natural history. All three parts are illustrated by an anonymous artist.


The books are an example of traditional Japanese woodblock printing. In case of two text pages every woodblock had a total of 21 vertical columns with characters carved out, including a central column with the book title, part- and page number (see picture above). After printing the sheets were dried and folded oriental style; ‘Fukuro toji’. The bookbinding is typical Japanese style; ‘Yotsume toji’.


The title page of my ‘Hakubutsu Shinpen’ is divided into three vertical columns and has an elegant border. The text outside on top indicates that this is the 3th edition published Meiji 7 (1874). The big letters characters in the middle are the title. The publishers name is in the left column; ‘Yorozuya Heishirō’ (Tokyo) with at the bottom his red seal stamp (in Japan called ‘Yagō’). At the end of part three there is another page with a special border and text. This is a list of the bookstores and their owners in Osaka and Tokyo.
As you can see on the picture below corrections (within a little border) are separately carved  and printed just outside the wood block text above the appropriate column. Right next to it you see some personal remarks by a previous owner written in black ink.


Most of the numerous woodblock illustrations look quit primitive but my favorite one, this railway locomotive, is very precise and detailed. Astonishing don’t you think so?
Remember that at that time (1874) for the readers in the ‘far east’ this illustration must have been their first acquaintance with a locomotive and railway. Railway history in China had to begin, and had only just begun in Japan (with a railway line in 1872 from Tokyo to Yokohama).


It is my first specimen of an old oriental book printed on rice paper (most likely ‘Washi’) in my collection. Leafing through the books I keep amazing myself about the soft paper with the mysterious printed characters and the beautiful woodblock illustrations. It is a feeling difficult to explain but I think it is similar to the amazement and admiration that the Japanese readers must have felt one and a half centuries ago.
For both of us it is a kind of ‘first contact’. For them with the wonders of foreign worlds and unknown knowledge, for me with the art of book printing and publishing in the Far East.


Is this 1874 edition of ‘Hakubutsu Shinpen’ rare or valuable? That depends! According to Worldcat there are five copies in public libraries in the United States (and this online edition in the Waseda University Library in Tokyo) but none in Europe.
As for the antiquarian book market I am sure you can find an edition using the internet.
I quickly found one on Ebay sold for less than I paid and another similar, 1872 edition, in the catalogue of an American antiquarian book dealer for a lot more.

But honestly, it doesn’t really matter to me.
This isn't about value or money. It is about the beauty of an object so different from what I am used to find on book markets. It is about the joy this book gives me as an “Ai Sho Ka” even without properly understanding it’s content. And finally, it is about learning from each other, then and now.


Did you enjoy this English blog post? Look here for some more!

dinsdag 28 mei 2013

Zelf dokteren


Ik heb in 2010 de boekenschat (zo’n honderd vijftig verhuisdozen) van Hans Oldenbroek, oud gemeentebode van Amstelveen, helpen inventariseren en waarderen.
Hij verzamelde vooral boeken over boeken, de geschiedenis van Amsterdam, Amstelland, kunst, transport en openbaar vervoer. Hans had weliswaar erg veel, ook bijzondere oude uitgaven en soms twee- driedubbel, maar de kwaliteit viel over het algemeen tegen en hij was bepaald geen bibliofiel.

Dat laatste heeft mij bij het uitsorteren en beschrijven regelmatig doen vloeken en zuchten. Menigmaal waren zijn boeken bestempeld met ‘Bibliotheek Amstellandia H.R. Oldenbroek, letter…, no….’ (de ontbrekende gegevens met ballpoint ingevuld!), of beplakt met - soms meerdere - felkleurige vierkante stickertjes (met letters en nummers).
Van beduimelde of wat verbruinde papierranden in oude boeken moest hij niks hebben.
Ze werden met een schaartje – elk blad ongelijk - afgeknipt.
Oude 17de en 18de eeuwse halfleren en perkamenten boekbanden, waaronder kostbare Amsterdamse stadsbeschrijvingen van Pontanus en Van Domselaer, waren verstevigd en beplakt met plakplastic (motief: rode ruitjes) bedoeld voor keukenkastjes! Dat kreeg ik er, onder wat binnensmonds gevloek, goddank vaak goed af al bleef de originele band wat kleverig. Een gedeelte van de collectie, vooral moderne uitgaven over Amstelveen en omstreken, bleef op het gemeentehuis. Een tweede klein gedeelte bestond uit bijzondere oude boeken die ik beter op zijn plaats vond bij Bijzondere Collectie's van de Universiteit van Amsterdam of het Amsterdamse Stadsarchief. Het overgrote deel van de collectie werd verkocht aan antiquaar Max van Til en de opbrengst (€ 15.000,-) werd door de Amstelveense burgemeester Jan van Zanen op 30 november 2011 uitgereikt in/aan het Ronald MacDonaldhuis, naast het Amsterdamse VU-ziekenhuis.

Een aantal van de mooiste boeken en pamfletten uit zijn collectie bevindt zich nu in die van mij. U begrijpt wel, ik moest desondanks her en der zelf 'dokteren'. Professioneel iets laten restaureren is duur en dus koop ik mijn oude drukwerk liefst in goede tot zeer goede staat maar je hebt het niet altijd voor het kiezen.


Mijn restauratiematerialen reparatiematerialen bestaan uit een potje boekbinderslijm
(-stijfsel), een rol Aslantape, een flesje medicinale alcohol en een voorraadje origineel (handgeschept) oud papier. Verder een schaar, gummetje, stanleymesje, ijzeren liniaal en wat lijmkwastjes.
Scheurtjes in bladen, stofomslag of (sier)papieren omslagen komen het meest voor. Die repareer ik met Aslantape want “cellotape is een uitvinding van de duivel” (citaat van boekengoeroe Piet Buijnsters). Dit wordt ook in restauratieateliers gebruikt. Het is ragfijn transparant, mat, zelfklevend en zuurvrij. Het is makkelijk met water te verwijderen en onzichtbaar bij het kopiëren. U ziet hieronder het resultaat (en verschil) op de rand van een blad 18de eeuws handgeschept papier. Plakband glimt, zal uiteindelijk verharden en vergelen en het papier eronder aantasten.


Grote reparaties in oude boeken, zoals het 'helen' van afgescheurde bladzijden, gaten in het papier, vastzetten van de ‘paste-down’ (het blad geplakt tegen de binnenzijde van de band) of het repareren dan wel inzetten van een 'free endpaper', doe ik altijd met origineel oud handgeschept papier (waarbij ik erop let dat de 'kettinglijnen' in het papier verticaal lopen!) en wat boekbinderslijm.
Medicinale alcohol lost lijmresten op en is effectief bij het verwijderen van oude 'plakkers', zoals die kermisstickertjes van Hans. De meeste papiervlekken verwijder ik met een gummetje en soms voorzichtig met een heel licht schuurpapiertje.
Pamfletjes zonder omslag krijgen van mij een op maat gesneden zuurvrij handmarmeren omslagje, vastgezet met boekbinderslijm.
Wat ik nodig heb haal ik bij Vlieger in Amsterdam, zo’n beetje de enige winkel in mijn omgeving waar alles op dit gebied nog verkrijgbaar is. Zoals laatst zuurvrij fel oranje papier om de, door plakband en bibliotheekstickers ontsierde, papieren rug te restaureren van een brochure getiteld: "Heerlen als mijn- en industriestad. Het centrum der Limburgsche industrie", uitgegeven door het VVV rond 1930.
Hiermee heeft u zo'n beetje een overzicht van alles wat ik zelf kan (en wil!) dokteren. Mocht u zelf handige tips hebben dan zijn reacties bijzonder welkom!
Mijn motto is; wees vooral voorzichtig en werk met zuurvrij reversibel materiaal. Grote en ingrijpende restauraties zijn toch echt een vak apart en het is raadzaam daarover eens wat boeken te lezen. Die benadrukken vaak 'don't try this at home!'.


Ouderdomskenmerken als het min of meer gelijkmatig verbruinen van papier of een enkele vlek door waterschade vind ik overigens niet zo’n probleem. Conditie is belangrijk maar je kunt van een boek dat honderd of meer jaar oud is niet verwachten dat het er als nieuw uitziet. Persoonlijk meer moeite heb ik met ‘foxing’, bruine roestkleurige vlekjes en vlekken waarvan de oorzaak niet precies bekend is en waaraan eigenlijk niet veel valt te doen, behalve het wassen of bleken van het papier (en dat is een discutabele 'restauratie'!). Soms is er 'foxing' door het hele boek, soms op enkele willekeurige pagina’s.

Ik heb ooit voor vijftien euro een originele uitgave gekocht van de bekende “Camera Obscura” (Haarlem, 1884) van Nicolaas Beets (1814-1903), geïllustreerd door Ferdinand Carl Sierig (1839-1905). Een fraaie rood met goud bestempelde reliëfband, goud op snee met talloze illustraties.
Een prachtuitgave dus maar het boek zit zo vol met deze visuele irritatie, dat ik voor hetzelfde bedrag (!) ook de facsimile uitgave heb aangeschaft van uitgeverij Amsterdam Boek B.V. uit 1976. Daarvan is de band weliswaar niet in reliëf bestempeld maar de inhoud vlekkeloos. Puur om de verhalen lees ik in mijn facsimile maar om van het boek als esthetisch object te genieten bewonder en betast ik liever de band van het origineel...

maandag 20 juni 2011

Papier (en de wereldorde)


Slenteren door weer en wind over de boekenmarkt aan de Amstel, wat verzonken in gepeins.

Hoeveel soorten papier zullen er wel niet zijn?
Deze vraag werd ingegeven door de aanschaf van: “Het papier. Een bijdrage tot de kennis van de vervaardiging gebruik en de onderzoekingsmethoden van papier
(Amsterdam, 1937) samengesteld door ‘Dr.phil.Dr.ing. J. Bekk, leider en F. Mees, eerste assistent van het laboratorium van G.H. Bührmann’s papiergroothandel N.V. te Amsterdam’. Een boek met cassette waarin maarliefst 80 papiermonsters zitten, zoals u hierboven zelf kunt zien.

In mijn collectie ‘boeken over boeken’ zitten nog twee van dergelijke uitgaven. De eerste die ik - alweer enige jaren geleden - kocht op de befaamde Deventer boekenmarkt, is: “De papier wereld” (Naarden, 1939) door Jan Poortenaar, Dr. Dard Hunter en C. Pels.
In dit boek zitten zo’n 40 papiermonsters, waaronder het fraaie met de handgeschept papier ‘angel’s feathers’.


De ander is “Das Druckwerk. Gestaltung und Herstellung von Büchern und Werbedrucksachen” (Stuttgart, 1963) uitgegeven door Professor Dr. Gustav Barthel en Ulrich C.A. Krebs. Deze tweedelige uitgave zit in een cassette. Deel twee bevat 63 voorbeelden, waarvan de laatste tien bedrukte linnen- en kunststofmonsters zijn.

Wat opvalt zijn de doctor titels. Papier maken is een wetenschap, al zal het wetenschappelijk element meer zitten in de (chemische) samenstelling dan in de fabricage ervan. Drie boeken; ruim 180 monsters, maar er zullen er wel (veel) meer zijn.
Een van de columns in “Kapittelstokjes” (Amsterdam, 1898) van Jhr.mr. H. Smissaert gaat over de duurzaamheid van papier. Een opmerkelijk stuk over het nog steeds actuele probleem van papierverzuring. Ik geeft het hier onverkort in zijn oorspronkelijke spelling weer.


Het papier en de wereldorde.

"Ik wik, maar de stof – de doode stof – beschikt.
Ziedaar de conclusie, waartoe mij geleid heeft de lezing van een verhandeling over de duurzaamheid van het papier. Ja werkelijk, niets is leerzamer en curieuser en niets stemt soms tot meer bescheiden bespiegelingen dan het lezen van zoo’n quasi-heel-droge, technische verhandeling (Het was de brochure ‘Over de deugdelijkheid en het onderzoek van papier’, door dr. Mr. Greshoff, Leiden, J.M.N. Kapteijn 1897).


Ik heb dan geleerd dat zoo het papier, waarop gij schrijft of laat drukken, niet is ‘normaal papier, geheel vervaardigd uit lompen, met een gemiddelde breeklengte van 5000 meters en een gemiddelde rekbaarheid van 4 procent’… er weinig kans bestaat dat uw zoon, laat staan uw kleinzoon, ooit in uw paperassen snuffelt, nademaal deze paperassen alsdan tot pulver verteerd zullen zijn.
O, dit is geen gekheid. Sommige heel belangrijke documenten over geen minder feit dan de Fransch- Duitsche oorlog zijn nu reeds tot stof vervallen, omdat zij op zulk slecht papier stonden. En het papier waarop onze Koninklijke Academie van Wetenschappen (afdeeling Letterkunde) haar voor den naneef bestemde ‘Verslagen en Mededeelingen’ drukt is ‘geenszins geheel vrij van hout’ en mitsdien bestemd om reddeloos verloren te gaan.
Misschien zelfs – zegt de schrijver – misschien zelfs, dat er in de wereldgeschiedenis een groot hiaat zal komen, en het nageslacht niets te lezen krijgt van de daden en denkbeelden onzer eeuw, die wij toch nog al van betekenis vinden.

Een hiaat in de wereldgeschiedenis! Zeg nu eens, of dat niet iets is om zich vroolijk over te maken. De schooljongens van komende tijden zullen bij de geschiedenislessen overspringen van de 18e eeuw naar de 20ste (en daar heel niet rouwig om zijn) en onze groote, 19e eeuw zullen zij negeeren omdat uit dien tijd niemendal is overgebleven. Alleen, daar de brochure van dr. Greshoff op het ‘normaalpapier’ van de noodige breeklengte en rekbaarheid gedrukt is, zal dit geschrift alle andere overleven en zal men ten minste daaruit kunnen leeren, waarom de rest zoo spoorloos verdwenen is. Het was, zoo zal men zeggen ‘de papieren eeuw’ en daar het papier van een heel gemeen soortje was, is de eeuw zelf daarmee ook tot stof en asch vervlogen en uitgewischt uit de rij der eeuwen! Is het niet voor ons, scribenten, om nederig onder te blijven?

En merk op, hoe het kwaad zichzelve straft. Reeds in 1770 was het middel bekend om papier te maken uit hout, uit stroo, uit maïs, uit turf, mos, netels, distels (goed voor satiren en spotdichten!), uit aardappelloof, boombladeren, koolstronken…
Maar de eenvoudige zielen zagen daar niets in. Papier moest papier zijn, d.i. uit lompen, vervaardigd, uit linnen- of katoenvezels. En ze hadden niet noodig daar andere stoffen voor te gebruiken, want de vraag overtrof het aanbod niet. Men schreef niet meer romans, brochures en minnegedichten, dan de linnekast aan afval van oude borstrokken en versleten vaatdoeken opleverde.
Maar wij, die allemaal schrijven, die allemaal van alles verstand hebben en over alles ons oordeel moeten zeggen, wij met ingezonden stukken, met verweerschriften en critische beschouwingen over hemel en aarde, wij produceeren oneindig meer kopy dan we zakdoeken verslijten. Gevolg: voor het lompenpapier moesten surrogaten gevonden worden. En zoo zijn wij heele bosschen gaan neervellen, om op het daaruit vervaardigd papier de urgentie van boschaanleg (liefst van Staatswege!) te gaan betoogen!

Gij schrijft voor de eeuwigheid? Maak u geen illusies: uw schrijven zal nooit aan zijn adres belanden; over tien jaar verstrooit de wind uw verheven gedachten. Gij doet een beroep op het nageslacht en – vaststaande in uw overtuiging, dat gij alleen de waarheid gevonden hebt – zegt gij met de volle verzekerdheid van een machtig zelfvertrouwen dat de toekomst u zal rechtvaardigen… Och arm, wat baat ruimte van denkbeelden tegenover te geringe rekbaarheid van het papier; wat stevigheid van bewijsvoering tegenover te weinig breeklengte van de bladeren uwer schrifturen!
Laten wij ons geen illusies maken. Wat wij schrijven is voor de tijdgenooten en reikt niet verder. Zo er ook hout is in het papier van dezen bundel, zullen welhaast mijn diverse praatjes naar alle de vier windhoeken flaneeren, om als een onzichtbare stofregen op den schoorsteenmantel van mijn kleinkinderen neer te dalen.
Hoe weinig zullen die beseffen dat wat zij als waardeloos vuil opvegen, de pennevruchten van wijlen hun grootvader zijn!


Of dit eigenlijk nu wel zoo heel erg is?
Wel, ik ben, als ik er zoo eens over doordenk haast geneigd dit voor een ‘wijs bestel’ van de natuur te gaan verslijten. Daarnet sprak ik van het kwaad, dat zich zelve straft en werkelijk is er hier zoo iets als men meer vindt in dat keurig systeem, dat wij ‘den natuurlijken gang van zaken’ plegen te noemen.
Wij, menschenkinderen, zijn ‘heeren der schepping’… voor zoover de schepping onze heerschappij wel wil gedoogen. Er zijn grenzen, waar wij nooit over heen komen, en dat is aldus besteld, omdat door onze overdrijving in ééne richting het evenwicht, dat de wereld in stand houdt, zou verloren gaan.
Zoo is het met alles in de natuur: alles balanceert elkaar, zoo, dat niets door eigen overwicht kwaad kan. Ziet hoe die wet ook hier geldt: er is een grens gesteld aan wat een gegeven menschengeslacht schrijven mag; die grens is bepaald door den dan aanwezigen voorraad katoen- en linnenvezels, voor zoover, die zonder nadeel voor onze onderkleeren, tot papier kunnen worden bereid. Maar van oudsher is de waanwijze mensch het oneens geweest met Moeder Natuur: hij wist het altijd beter en wou zich niet laten ringelooren door zoo iets vervelends als een natuurwet.



Als heer der schepping ging hij dus de stof beheerschen… Morgen brengen!
Achteraf bleek dat de stof hem beheerschte en dat hij toch niet kon buiten die perken, die de onverbiddelijke wereldorde nu eenmaal gesteld had. Wat? riep de dwaze mensch ten jaren 1860 – wat, er zou geen papier meer te krijgen zijn, omdat er te weinig katoen- en linnenvezels zijn? Wij zouden niet mogen schrijven en drukken, omdat de Natuur er ’n stokje voor wil steken? Geef hier hout, stroo, maïs, turf, mos, vezels, distels, aardappelloof, boombladeren, koolstronken, dat ik er papier van maak en schrijf en druk naar hartelust, de wereld vol.

Maar moeder Natuur liet de menschen heel kalm begaan. En terwijl zij hun plechtigste verzekeringen schreven op gewezen koolstronken en hun aandoenlijkste zieleklachten op netels, merkten zij dat het al ijdelheid was, want dat na eenige jaren de bibliotheken leeg stonden vanwege het vergane papier, dat geen papier was.Schrijft maar toe, grinnikt de natuur, schrijft maar meer dan ik u toesta, maar weet wel dat er geen sikkepitje van overblijft!
Ja, waarlijk, dit zal wel een wijs bestel der wereldorde wezen. Het is blijkbaar te doen om de gemoedsrust van den naneef. Waar wou die blijven, moest hij al ons geschrijf terugvinden en verwerken? Zoo belast met een onmetelijke nalatenschap van paperassen zonder eind kon er geen nageslacht met daden in de vuisten meer opstaan. En daarom is het een treffelijk iets, dat de vermaarde ‘tand des tijds’ hier een geduchte razzia houdt, een monster-opruiming van al het door ons bemorste papier. Van al ons gewurm, getob en gemier zal hij, de gelukkige die na ons komt, geen weet hebben, omdat onze boeken er niet meer zijn zullen.
De ‘onsterfelijke’ werken van den grooten A. en den machtigen B. zijn stof en asch. En er zal over het menschdom, dat na die opruiming leeft, neerdalen als een weldadige rust gelijk na het vertrek van heel-druk babbelende gasten.
Oef! Zal de naneef zeggen, als hij nog één exemplaar (toevallig op normaal papier gedrukt) terugvindt. Oef! En: ‘den hemel dank dat mij de rest bespaard is!’. Het is dan maar beter, zooals de natuur het wil. Ga dan, vluchtige kopij, en laat u drukken op houtpapier, om overmorgen niemand meer te ergeren!


(Belanghebbenden, wien de schrik voor de duurzaamheid hunner papieren kinderen om
het hart slaat, deel ik mee dat zij de qualiteit
van papier kunnen onderzoeken, door na te
gaan of het niet rood-gekleurd wordt bij aanraking met een bevochtigde vel
‘dimethylparaphenyleendiamine-papier!’)”.


Vraag me af wat Smissaert zouden hebben gedacht van onze digitale maatschappij. Vermoedelijk zou hij met een glimlach hebben geconstateerd dat ook hier op termijn informatieverlies onvermijdelijk is. Nee, dan liever de veelzijdigheid van papier.
Papier om te lezen, te behangen, in te verpakken, te schrijven, te verzamelen en je … mee af te vegen. Daar kan geen 'EReader' tegen op!