Posts tonen met het label De Ammoniet. Alle posts tonen
Posts tonen met het label De Ammoniet. Alle posts tonen

vrijdag 15 mei 2020

De Ammoniet in mijn bibliotheek


Bibliofiel margedrukwerk... Goed verzorgde uitgaven in een bescheiden, soms (zeer) beperkte en/of genummerde oplage; ik lust er wel pap van. Toch schrijf ik er niet zo heel vaak over. Af en toe laat ik u meegenieten van een bibliofiel orgasme zoals hier of schrijf ik over mijn uitgaven van De Althaea Pers (zoals de befaamde Gootjesbijbel en zijn 'Bibliofiel artwork') of de Belgische Carbolineumpers (en zijn fraai uitgegeven prospectussen).

Op 18 oktober 2019 vertrok ik naar de Leidse Universiteitsbibliotheek voor de viering van 'Het Groeiboek voltooid'. Ik was net enkele dagen daarvoor eigenaar geworden van een exemplaar van het Groeiboek (nr. 137 van de 150) en zou voor het eerst persoonlijk kennis maken met meesterdrukker Gerard Post van de Molen van De Ammoniet. In een apart zaaltje was een tijdelijke expositie opgezet met uitgaven die sinds 1979 bij hem waren verschenen. Om te watertanden, en zelden ben ik zo hebberig geweest als toen bij het aanschouwen van zoveel heerlijk en begeerlijk drukwerk.

Uitgaven van De Ammoniet kende (en bezit) ik overigens al langer. Al vele jaren staat in mijn bibliotheek werk van deze margedrukker en ik heb er al eens over geschreven (zoals hier). Regelmatig kijk ik op websites als Boekwinkeltjes naar wat er wordt aangeboden aan margedrukwerk. Dat zijn overigens - ongeacht de margedrukker - maar zelden de echte hoogtepunten. De liefhebbers (lees concurrenten) duiken daar al tijdens het productie- en intekenproces op af. Het is voor de verzamelaar dus meestal een kwestie van geduld, toeval en geluk in het antiquariaat of op de veiling. Tenzij je natuurlijk de meesterdrukker zelf kent...
Na afloop van de bijeenkomst in Leiden sprak ik nog even met Gerard die mij vertelde dat hij zijn drukkersarchief aan het opruimen was. Vast en zeker zou daar nog wel wat uitkomen dat mijn begeerte kon stillen. Of ik interesse had? Dat had ik, en het gevolg daarvan blijkt uit mijn aanwinstenlijstjes van november en vooral december 2019.

Wat precies vind ik nou zo aantrekkelijk aan het drukwerk van De Ammoniet? Natuurlijk; typografische verzorging (een mooie letter; de Hollandsche Mediaeval), vormgeving en luxe handgeschept papier zijn belangrijke smaakmakers maar in het geval van De Ammoniet speelt met name de inhoud van de uitgaven voor mij een belangrijke rol. Het is drukwerk dat meestal gaat over boek- en drukgeschiedenis (boekwetenschap), typografie of bibliofilie en dat zijn precies de onderwerpen die mij aanspreken.


Zo langzamerhand heb ik al een aardige collectie Ammonieten in mijn bibliotheek staan. Gerard had mij gevraagd om daarvan een overzichtje te maken zodat hij inzicht had in wat ik al heb en wat niet. Het heeft even geduurd voordat ik tijd en gelegenheid daartoe had maar nu is het dan zover. Echt bibliografisch pionierswerk heb ik overigens niet hoeven doen. Er bestaat namelijk al geruime tijd een mooi overzichtswerk met uitgaven van zijn pers geschreven door hemzelf en Ronald Rijkse onder de titel: "'t Geluck waeit niemand in den mond. Twintig jaar margedrukker De Ammoniet" (Amsterdam/Middelburg, 2000). Het boek staat in mijn bibliotheek maar het is ook compleet online te raadplegen (hier) op de website van De Ammoniet, net als vele andere uitgaven van deze pers.

Belangwekkende of nieuwe informatie geef ik dus niet. Het is puur een overzichtje van mijn collectie Ammonieten. Een vorm van bezigheidstherapie dus die enigszins uw nieuwsgierigheid bevredigt naar mijn boekenbezit. Wellicht zelfs spoort het u aan om zelf wat van dat mooie en zorgvuldig uitgegeven drukwerk te gaan verzamelen. In ieder geval geeft dit geïllustreerde overzichtje wat afwisseling in de stroom artikelen op dit blog die gaan over 'het oude boek'. 'Last but not least' vormt het wat afleiding voor mij en u in deze allesverlammende 'Coronatijd'. Bij het samenstellen heb ik dankbaar gebruik gemaakt van het eerdergenoemde uitgegeven bibliografisch overzicht. De rode nummers tussen haakjes verwijzen naar de daarin gebruikte nummering. Van de uitvoerige informatie die telkens per uitgave wordt gegeven nam ik alleen deze nummers over, de titel- en oplagegegevens, eventueel aangevuld met wat opmerkingen van mijn kant.

Losse uitgaven (in chronologische volgorde)

1. (1.7) E. Blom/M. Post van der Molen: "Pip en zijn bal" (Leiden, 1980). Oplage 150 genummerde exemplaren (ik bezit nummer 109).

2. (1.12) [Christoffel Plantijn] "Vande Druckerije" (Leiden, 1982). Oplage 245 genummerde exemplaren (ik bezit nummer 189). Hiervan bezit ik ook een fotomechanisch gedrukt exemplaar met opdracht van Gerard. Ik schreef erover hier.

3. (1.18) D. Post van der Molen: "Mette beer wandeld" (Leiden 1988). Oplage 211 exemplaren.

4. (6.6.6) Uitnodiging promotie Bert van Selm (Leiden, 1987). Oplage ca. 500 exemplaren.

5. (1.23) G.C. Kuiper: "Musarum Pater. Een portret van Christoffel Plantijn" (Leiden, 1989). Oplage 350 exemplaren.

6. (9.7) G. Post van der Molen: "Dat is wat wonders. Relaas van een thuisdrukker" (Leiden, 1990). Oplage 1250 exemplaren

7. (6.3.2) Condoleancekaart Bert van Selm (Leiden, 1991). Oplage ca. 500 exemplaren.


8. (1.27) B. van Selm: "Alles komt teregt" (Leiden, 1991). Oplage 450 exemplaren.

9. (1.29) P. Paaltjens: "Tenentlazohtlaliztli oftewel Tevergeefse liefde. Azteekse vertaling van Immortelle XLIX, het beroemde gedicht van Piet Paaltjens dat onlangs nog in 85 andere talen, dialecten en exotische schriften overgezet is, met een inleiding over de Azteekse taal en cultuur door Rudolf van Zantwijk en een uitleiding over de ongelukkige dichter en zijn werk door Hans Heestermans" (Leiden, 1991). Oplage 750 exemplaren.

10. (1.30) E. Portnoy: "Dutch Dreaming" (Leiden, 1993). Oplage 500 exemplaren. Relatiegeschenk, exclusief te gebruiken door de directieleden van KPN! De boekjes waren opgenomen in een geëxtrudeerde aluminium schaal, samen met een zilveren voorwerp. Daarvan bestaan drie uitvoeringen (er waren vijf gepland). Het geheel zat in een cassette met een toelichting in het Engels. Van twee bezit ik het toelichtingskaartje daarbij ('Dutch Foil' en 'Dutch Gleek'. Alleen 'Dutch Concert' heb ik helaas niet).
Geschenk van Gerard Post van der Molen als tegenprestatie voor de(ze) lovende woorden op Perkamentus blog! Volgens Gerard "een onbereikbare uitgave voor de Ammoniet-liefhebber", omdat er van de gehele oplage maar enkele ook werkelijk als relatiegeschenk zijn uitgereikt en het overgrote deel volgens hem - na de zoveelste reorganisatie - vermoedelijk onderdeel is geworden van de "circulaire grondstoffen-economie"!


11. (3.16) G. van Thienen: "Men salse vinden te coope" (Leiden, 1992/1993). Oplage ca. 150 exemplaren. Over deze eenbladsdruk schreef ik al eerder hier.

12. (3.22) P. Verkruijsse: "Een 97e druk???" (Leiden, 1994). Oplage 197 exemplaren.

13. (6.6.10) Heropening Thuisdrukkerij De Ammoniet (Leiden, 1994). Oplage ongeveer 350 exemplaren.

14. (1.33) J. van Loo: "Prachtbijbel blijkt prachthandel" (Leiden, 1995). Oplage 750 genummerde exemplaren (ik bezit het exemplaar met zegelnummer 611).

15. (1.34) P. Verkruijsse: "Ik, het boek" (Lugduni Batavorum, MDCXCV). Oplage 312 exemplaren. Mijn exemplaar is een van de 130 exemplaren bestemd als restauratiedruk voor de Zeeuwse Bibliotheek, met als doel de restauratie van de 'Benveniste Talmoed', gebonden in rood (en groen) linnen.

16. (1.38) F.A. Janssen: "DIT BEVAT: Een brief aan de drukker. Een korte inleiding tot de historische typografische vormgeving" (Leiden, 1996). Oplage circa 100 exemplaren, ongeveer 75 met rode sierinitiaal D (waaronder mijn exemplaar) en ongeveer 25 met wachtletter d.

17. (1.43) J. Brouwers: "Een beroemde naamgenoot" (Leiden, 1998). Oplage 215 exemplaren.

18. (1.46) Ali Ibn Sudun: "Het gestolen bidkleedje" (Leiden, 1999). vertaald uit het Arabisch door Arnoud Vrolijk. Oplage 115 exemplaren.

19. (1.47) F.A. Jansen: "De nieuwe corrector. Een correctiehandleiding uit 1819" (Leiden, 1999). Oplage 99 exemplaren.

20. (5.9) "Vier van Elzevier" (Leiden 1997). Oplage 450 exemplaren. Geproduceerd met leden van de Nederlandse Boekhistorische Vereniging.

21. (1.39) P. Dijstelberge: "De lof der onleesbaarheid" (Leiden, 1997). Oplage 175 exemplaren. Verscheen ook als hoofdstuk 9 in het Groeiboek (zie hieronder).


22. (1.41) Ch. Berkvens-Stevelinck: "In het kleine stadjen D." (Leiden, 1998). Oplage 500 exemplaren.

23. (3.33) W. Morris: "I began printing books" (Leiden, 1998). Oplage ca. 200 exemplaren.

24. (1.45) A. Moerdijk: "WNT. Een buitengewoon woordenboek" (Leiden, 1998). Oplage 900 exemplaren

25. M. van Wijk-Sluiterman: "Er was eens..." (Alkmaar/Leiden, 2000). Oplage 450 mapjes met vijf kaarten en een boekenlegger met illustraties van Nelly Spoor.

26. J. Landwehr: "Wie zou niet gaarne een koning wezen? Driekoningen in oude kinderboeken en op prenten" (Leiden, 2002). Oplage 275 exemplaren.

27. P. Verkruijsse: "Plaatjes kijken. Raadsels rond illustraties in oude boeken" (Leiden, 2003). Oplage 250 genummerde exemplaren (ik bezit nummer 19). Twaalfde Bert van Selm-lezing.

28. A. van der Lem: "Een bibliotheek als wederopstanding. Welke boeken bezat Johan Huizinga?" (Ruurlo, MMXIV). Oplage 60 exemplaren. Verscheen ook als hoofdstuk 16 in het Groeiboek (zie hieronder).

Nieuwjaarskaarten/varia.

Ik bezit de nieuwjaarskaarten van 1989, oplage 500 exemplaren (6.8.5), 1993 oplage 225 exemplaren (6.8.7), 2001 ('De avonturen van Don Quichotte') en 2003 ('We got 'm. De klapwakersklopjacht in 2003 geweldloos en succesvol afgesloten...').

Projecten.

29. (2.1) Project Kaartenbak (in originele overslagdoos). Oplage 157 exemplaren (ik bezit nummer 6). De doos werd ontwikkeld onder auspiciën van de Vereniging van Vrienden van de Universiteitsbibliotheek Amsterdam en bevat twaalf 'vriendenmapjes' met drukwerk over diverse onderwerpen. Regelmatig kom ik losse mapjes tegen in het antiquariaat, daarom som ik ze even op .


(2.1.a) J. Werner: "Amsterdam slaat de vleugels uit: het begin van een kartografische traditie. Een keur uit de collecties van de Universiteitsbibliotheek Amsterdam"(Lugduni Batavorum, M.CM.XCIV). Oplage 275 exemplaren.
(2.1.b) A.K. Offenberg: "Ex Bibliotheca Rosenthaliana" (Leiden, 1994). Oplage 275 exemplaren.
(2.1.c) J. van Waterschoot: "Multatuli: muiter van gisteren, held van vandaag" (Leiden, 1995). Oplage 275 exemplaren.
(2.1.d) M. van Kempen: "Suriname verbeeld" (Leiden, 1995). Oplage 275 exemplaren.
(2.1.e) M. Beumer: "De illustraties in de 'Duizend-en-één-Nacht' van Gerard Keller" (Leiden, 1995). Oplage 275 exemplaren.
(2.1.f) P. Visser: "Drukwerk tussen hel en hemel" (Leiden, 1996). Oplage 200 exemplaren (75 werden vernietigd vanwege een zetfout in de openingszin).
(2.1.g) C. Godfried: "De Deense Molière: Ludvig Holberg (1684-1754)" (Leiden, 1996). Oplage 275 exemplaren.
(2.1.h) P. Spierenburg: "Van raspen en malen. Het Amsterdamse Rasphuis aan de Heiligeweg" (Leiden, 1996). Oplage 275 exemplaren.
(2.1.i) J. Biemans: "P.C. Hooft, geschreven & gedrukt" (Leiden, 1997). Oplage 450 exemplaren, waarvan 257 voor de abonnees van de Kaartenbak.
(2.1.j) P. Visser: "Het werk van den Boekdrukker is Goud waard. Aspecten van het Réveil in druk toegelicht" (Leiden, 1998). Oplage 485 exemplaren waarvan 257 voor de abonnees van de Kaartenbak.
(2.1.k) N. Klaversma: "'t Verborgen goed, Treckt ons gemoed. De boekillustratoren Jan & Casper Luyken" (Leiden, 1999). Oplage 475 exemplaren waarvan 275 voor de abonnees van de Kaartenbak.

Het twaalfde en laatste mapje verscheen in januari 2000 ter afsluiting van het project bij de tentoonstelling "Letter, drukker, drukletters, - moderne typografie in de UB". R. Rijkse: "100 jaar Nederlandse Private Presses" (Leiden, 2000). Oplage 350 exemplaren.

30. (1.1.0) Aspecten van de geschiedenis van het Nederlandse boek; Het Ambachtelijk Groeiboek (in originele overslagdoos). Oplage 150 exemplaren (ik bezit nummer 137). Ongetwijfeld de belangrijkste uitgave van De Ammoniet. Tussen 1987 en 2019 verschenen de volgende twintig hoofdstukken:


1. (1.1.1) R. Ekkart: "Het omhulsel van de Schepping" (Leiden, 1987). Oplage 150 exemplaren.
2. (1.1.2) B. van Selm: "Ex typographia Elseviriana 1658" (Leiden, 1988). Oplage 150 exemplaren.
2.a. (1.1.2.a) P. Scriverius: "Placaet nopende den ghenen die de Konst van Boek-drukker komen besien" (Leiden, 1989). Oplage 150 exemplaren.
3. (1.1.3) D. Dooijes: "Een typografisch monument" (Leiden, 1989). Oplage 150 exemplaren.
3.a. (1.1.3.a) G. Post van der Molen: "Oproep Hollandsche Mediaeval" (Leiden, 1990). Oplage 999 exemplaren waarvan 150 exemplaren voor het Groeiboek.
4. (1.1.4) A.E.C. Simoni: "Printing as resistance" (Leiden, 1990). Oplage 150 exemplaren.
5. (1.1.5) B. van Selm: "De boekenvorst aan het Lange Voorhout" (Leiden, 1991). Oplage 150 exemplaren.
6. (1.1.6) J. de Zoete: "Variaties op een lijn" (Leiden, 1994 = 1995). Oplage 150 exemplaren.
6.a. (1.1.6.a) G. Unger: "De staart van de g: een gesprek tussen twee heren" (Leiden, 1995). Oplage 350 exemplaren waarvan 150 exemplaren voor het Groeiboek.
7. (1.1.7) F.A. Janssen: "Drukken in de ijzeren eeuw" (Leiden, 1989 = 1996). Oplage 150 exemplaren.
8. (1.1.8) A. Stijnman: "Zonder inkt geen boeken" (Leiden, 1997). Oplage 150 exemplaren.
9. (1.1.9) P. Dijstelberge: "De lof der onleesbaarheid" (Leiden, 1997). Oplage 150 exemplaren. Verscheen ook als losse uitgave.

Na 2000 en dus niet in de bibliografie opgenomen verschenen de volgende hoofdstukken;

10. R. Rasch: "Italiaanse componisten en Nederlandse uitgevers" (Ruurlo, 2001). Oplage 150 exemplaren.
11. I. Kok: "Hoogdruk uit Diepenveen" (Ruurlo, 2005). Oplage 150 exemplaren.
12. A.K. Offenberg: "De verborgen schat van Athias" (Ruurlo, 2005). Oplage 150 exemplaren.
13. P. Verkruijsse: "Goten en Romeinen: co-existentie of concurrentie?" (Ruurlo, 2006). Oplage 150 exemplaren.
14. R. Honings: "Het topje van de ijsberg" (Ruurlo, 2011). Oplage 150 exemplaren.
15. H. Porck: "Tussen de regels lees je het papier" (Ruurlo, 2012). Oplage 150 exemplaren.
16. A. van der Lem: "Een bibliotheek als wederopstanding" (Ruurlo, 2013). Oplage 150 exemplaren. Verscheen ook als losse genummerde uitgave met extra portret.
17. W. Heijting: "Een boek blijft een boek" (Ruurlo, 2014). Oplage 150 exemplaren.
18. K. van Ommen: "De boekbindkunst is geworden de Asschepoester der kunstnijverheid" (Ruurlo, 2015). Oplage 150 exemplaren.
19. P. Hoftijzer: "Pallas nostra salus" (Ruurlo, 2016). Oplage 150 exemplaren.
20. R. Jagersma: "Drukkersknechten in een bus" (Ruurlo, 2017). Oplage 150 exemplaren.

Nawerk/Voorwerk

21. G. Post van der Molen: "Proeve van het toegepaste letter- en siermateriaal" (Ruurlo, 2019). Oplage 150 exemplaren.
22. Over de redacteuren en auteurs (Ruurlo, 2019). Oplage 150 exemplaren.
23. Nadruk van het vouwblad van de voormalige lettergieterij 'Amsterdam': "Aankondiging onze Hollandsche Mediaeval. Een nieuw boek-letter door ons te snijden en te gieten in X corpsen naar teekening van S.H. de Roos, Nieuwjaar MCMXII" (Leiden, 1990). Oplage 450 exemplaren waarvan 150 voor het Groeiboek. De abonnees van het Groeiboek ontvingen deze bijlage pas met het nawerk.
24. Titelpagina, inleiding op de geschiedenis van het project ("Laatbloeier") en de inhoudsopgave van het Groeiboek (Leiden/Ruurlo, 1987-2019).


Bij het Groeiboek bewaar ik bovendien het volgende drukwerk:

31. (5.6.11) Bewijs van intekening op de reeks 'Aspecten van de geschiedenis van het Nederlandse boek'. (Leiden 1987). Oplage ca. 175 exemplaren.
32. Uitnodigingskaart voor de viering van 'het Groeiboek voltooid & 40 jaar De Ammoniet' op 18 oktober 2019.
33. Vier (van de zes) aspecten, voorlopers van het Groeiboek. Ik bezit nummer 3 (3.6) oplage 85 exemplaren, 4 (3.3) oplage 250 exemplaren, 5 (3.5) oplage 175 exemplaren en 6 (7.3.1) oplage 750 exemplaren. Ik zoek nog naar Nummer 1 (3.1) oplage ongeveer 80 exemplaren en nummer 2 (3.2) oplage ongeveer 100 exemplaren, 

Het zoeken naar aanvullingen op mijn collectie Ammonieten gaat gestaag door. Vooral de nog ontbrekende aspecten (1 en 2) probeer ik te vinden. Toekomstige aanvullingen (en volgens Gerard komen die er zeker...) worden opgenomen in dit blog.


NB. Dit overzicht wordt regelmatig bijgewerkt.

vrijdag 20 september 2013

Prospectus

“Ephemera now enliven book-fairs; even the most serious book-collector can hardly refuse a publisher’s prospectus for a book or books in which he or she is interested” (“ABC for book collectors”, New Castle, Delaware, 2010, blz. 92).

Het is in de boekenwereld gebruikelijk om het verschijnen van nieuwe uitgaven enige tijd tevoren aan te kondigen.
Bij het gewone leesvoer steeds meer en uitsluitend via de website van de desbetreffende uitgever maar vooral bij luxe - en ‘private press’ uitgaven – waarvoor men meestal moet intekenen - middels een gedrukte prospectus.
Ik ben er gek op en bewaar ze vaak in het desbetreffende boek. Een enkele keer vind ik ze verzamelwaardig en bewaar ik ze ook zonder de aangeprezen uitgave aan te schaffen. Die van de Belgische Carbolineum Pers bijvoorbeeld, gedrukt op mooi papier in fraaie typografie en soms met een illustratie.

Volgens A.J. Brongers “Boekwoorden Woordenboek” (Amersfoort, 2011) is de oudst bekende prospectus gedrukt te Straatsburg in 1469 door de Duitse boekdrukker Johannes Mentelin (ca. 1410-1478). De oudst bekende prospectus voor een Nederlandstalig boek is van de Goudse drukker Gheraert Leeu (ca.1445/1450-1492) voor zijn uitgave van “Melusine” (Antwerpen, 1491). Een reproductie daarvan met toelichting ('Men salse vinden te coope') kreeg ik onlangs cadeau van een medebibliofiel. Deze werd uitgegeven door margedrukkerij De Ammoniet in een oplage van ca. 150 exemplaren ter gelegenheid van de tentoonstelling “Gerard Leeu meesterprenter ter Goude” (december 1992 – februari 1993).


In mijn collectie bevindt zich al enige tijd een achttiende eeuwse prospectus uitgegeven door de boekverkopers Johannes Allart (1773-1811) en Willem Holtrop (1776-1805).
De aankondiging luidt als volgt: “Allart en Holtrop, boekverkoopers te Amsterdam, zyn voorneemens om by inschryving uittegeeven, het aanzienlyk werk, getyteld: Godsdienstige, burgerlyke en krygskundige gebruiken der Grieken, Romeinen, Israëliten en Hebreeuwen, Egyptenaaren, Persen, Scythen, Amazoonen, Parthers, Daciërs, Sarmaaten, en anderen, zoo oostersche als westersche volken, e.z.v.”

Dergelijke boek-efemera bleef gewoonlijk niet bewaard maar van deze aankondiging vond ik nog één ander exemplaar in de collectie prospectussen, bijeengebracht door de Leeuwardense boekhandelaar G.M. Cahais (1780-1786, nr.169). Deze unieke collectie in diverse banden bijeengebonden bevindt zich in de Bibliotheek van de Koninklijke Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels (Universiteitsbibliotheek Amsterdam).

De niet geïllustreerde prospectus, 4 bladzijden (quarto), lijkt inhoudelijk erg op wat thans nog steeds gebruikelijk is. Eerst een ruime aankondiging om de aspirant koper lekker te maken dan iets over de opbouw en inhoud van de uitgave en tot slot de prijs, uitvoering en voorwaarden. De intekenprijs voor de vier delen, groot quarto ‘op best fransch papier, royaal formaat’ bedroeg vijf en twintig gulden. “De uitgeevers verbinden zich op het allerplechtigst, om, na de aflevering deezes Werks, en buiten inteekening, geen Exemplaar van het zelve minder te verkoopen dan ƒ 36,-. Den inteekenaren, die verzeekerd kunnen zyn van de beste afdrukken der Plaaten, wordt verzocht om de opgave hunner naamen en kwaliteiten, ten einde dezelve in eene behoorlyke orde voor het Werk te kunnen plaatsen”.


De aantekening rechtsonder op mijn exemplaar: “Van de Wed. Terveen & Zoon”, verwijst naar de Utrechtse boekverkoper Jan Terveen. Zijn weduwe (en zoon) zat tussen 1781 en 1787 aan de Lijnmarkt in Utrecht. Zij waren ondermeer uitgever van het bekende boekje van Hiëronymus van Alphen (1746-1803): “Proeve van kleyne gedigten voor kinderen” (Utrecht, 1778). Linksonder staat in handschrift: “Omme (?) de Heer Secr. Hendriksen”. Zoeken naar een secretaris Hendriksen in de 18de eeuw leverde een mogelijke kandidaat op en wel mr. Jan Both Hendriksen (1744-1817), advocaat en procureur, tevens stadssecretaris van Amersfoort en schout van Eemnes Buitendijks. Heeft hij geïnformeerd naar de uitgave bij de boekhandel van Terveen en daar een prospectus gekregen?


Bij Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam raadpleegde ik de lijst van intekenaren. Deze zit voorin het eerste deel van deze vierdelige uitgave die te Amsterdam in 1786 onder een enigszins gewijzigde titel en met wat minder afbeeldingen verscheen (“Gewoonten der aloude volken; behelzende de ...”). Helaas, noch ene Hendriksen noch de boekhandel van Terveen zijn daarin opgenomen.
De uitgave ging dus aan hun neus voorbij en de prospectus?… die belandde 228 jaar later bij mij.

zaterdag 15 januari 2011

Bibliofiele boekjes


De afgelopen week stond in het teken van het bibliofiele drukwerk.
Ik ben gek op: “een uitgave die op grond van typografische verzorging en/of boekband bijzondere waarde heeft voor boekenverzamelaars; vaak in beperkte oplage, al dan niet genummerd”. Deze definitie nam ik over uit één van mijn nieuwe bibliofiele aanwinsten, een boekje van A.J. Vervoorn, toepasselijk getiteld: “Een bibliofiel boekje” (Eindhoven, 1992), dat in een oplage van 200 exemplaren werd uitgegeven (mijn exemplaar is nr. 174).


Ik kocht het op de boekenmarkt op het Amsterdamse Spui bij antiquariaat Klikspaan, die meer fraai drukwerk had liggen, vooral van margedrukkerij De Ammoniet. Voor een vriendelijk prijsje werd ik de nieuwe eigenaar van het stapeltje waaronder: P. Verkruijsse: “Een 97e druk???” (Leiden, 1994. Oplage 197 exemplaren). Van de bekende boekhistoricus B. van Selm: “Alles komt teregt” (Leiden, 1991. Oplage 450 exemplaren), over de befaamde Haagse uitgever, boekhandelaar en geleerde Wouter Nijhoff (1866-1947).
Van G.C. Kuiper: “Musarum Pater” (Leiden, 1989. Oplage 367 exemplaren), over drukker Christoffel Plantijn (ca. 1520-1589) en tot slot van P. Verkruijsse: “Ik, het boek” (Lugduni Batavorum, 1995. Oplage 312 exemplaren), een analytisch handboek voor de bibliograaf. Voor wie het ontleden van boeken leuk vindt is vooral de laatste een must (en wanhoop!) en bovendien typografisch mooi uitgegeven. Ik heb wel wat met De Ammoniet, vooral omdat veel van zijn fraai verzorgde bibliofiele uitgaven een link hebben met 'het oude boek'.


Nadat ik de boekenmarkt had verlaten, namijmerend over het laatste nieuws (de bekende Haagse antiquaar Bob Loose is overleden en al gecremeerd!), kocht ik bij antiquariaat Brinkman het boekje “Carmina Equestra” (Sint Niklaas, 1980). Het is in een oplage van 505 genummerde exemplaren uitgegeven, waarvan mijn exemplaar nr. 222 is (gedrukt op ‘Ingres d’Arches’).
Wat mij, behalve het door Joke van den Brandt fraai gekalligrafeerde schrift, bijzonder aantrok waren de illustraties. Acht lithografieën, vervaardigd door niemand minder dan Hitler’s officiële staatsbeeldhouwer ‘professor’ Arno Breker (1900-1991)!
De oplage werd bovendien door hem evenals de auteur en kaligraaf gesigneerd. Extra leuk is dat mijn exemplaar blijkens het ex-libris voorin ooit deel uitmaakte van de bibliotheek (ca. 20.000 banden) van de bekende Belgische bibliofiel dr. August Keersmaekers (1920-2009). Voor maar tien euro kon ik deze uitgave echt niet laten liggen (u wel?).
Op de terugweg naar huis even langs De Slegte in de Kalverstraat waar de spiksplinternieuwe biografie lag: “Frits Lugt 1884-1970. Leven voor de kunst” (Bussum/Parijs, 2010), geschreven door J.F. Heijbroek (conservator bij het Rijksmuseum). Weliswaar geen bibliofiel drukwerk maar voor twee tientjes spotgoedkoop en bovendien aangename en leerzame lectuur voor iemand met een passie voor cultureel erfgoed. Inpakken dus!


Toeval of niet maar een week geleden kocht ik, ook voor maar twee tientjes, Heijbroek’s: “Sierpapier. Marmer, brocaat- en sitspapier in Nederland” (Amsterdam, 1994).
Vervolgens nog even langs de Minotaurus boekwinkel, voor een babbeltje met Nol Sanders, maar ook om de onlangs verschenen fraaie uitgave aan te schaffen: “Het ideale boek. Honderd jaar private press in Nederland, 1910-2010” (Nijmegen, 2010). Daarover is door verschillende collegabloggers al geschreven. Inderdaad een prachtig boek en bovendien leuk om dingen die je zelf in je collectie hebt (zoals het ‘Hornboek’) terug te zien of om ideeën op te doen voor een volgende boekenjacht…


Thuis realiseerde ik mij dat er een goede uitgave bestaat over de bekende margedrukkerij De Ammoniet en wel “’t Geluk waeit niemand in den Mond” (Amsterdam/Middelburg, 2000. Oplage 750 exemplaren). Auteur is de drukker/eigenaar Gerard Post van der Molen zelf, samen met Ronald Rijkse die een uitvoerige bibliografie geeft van alle tussen 1978 en 1999 gedrukte uitgaven van De Ammoniet.
Meteen maar via Boekwinkeltjes.nl bij antiquariaat De Boekenbeurs in Middelburg besteld zodat ik op mijn gemak mijn bibliofiele schatjes verder kan uitpluizen.
En ach… om verzendkosten te besparen gelijk een exemplaar van “Het koppermaandag prentenboek” er bij gekocht. Vijfentwintig fraaie koppermaandagprenten van evenzoveel margedrukkers, waaronder natuurlijk ook weer De Ammoniet (oplage rond de 550 exemplaren).
Zo, dat was het voor deze keer; en? ben ik even lekker bibliomaan bibliofiel bezig?

maandag 15 november 2010

Graag dubbel!

Alweer enige tijd geleden kocht ik op een boekenmarkt: “Vande Druckerije” (Leiden, 1983). Het is een heruitgave van de oudst bekende Nederlandse tekst over het drukkersambacht, ingeleid en van een verklarende woordenlijst voorzien door de helaas vroeg overleden boekhistoricus Bert van Selm (1945-1991).

De vier euro die voor het kleine boekje, bijna vijftig bladzijden, werd gevraagd leek me niet veel geld, temeer omdat op de voorflap aan de binnenzijde in keurig handschrift stond: “Leiden, 7 februari 2000. Voor dhr. Tollenaere als aandenken aan de werkplaats van De Ammoniet. G. Post van der Molen”.
Geen idee wie de heer Tollenaere is (*), maar Gerard Post van der Molen is mij welbekend als margedrukker van De Ammoniet. Het was bij hem dat het boekje in 1983 werd gedrukt om 500 jaar boekdrukken in Leiden te herdenken en als eerbetoon aan Christoffel Plantijn (ca. 1520-1589) die zich 400 jaar daarvoor (1583) in Leiden vestigde.

Het colofon achterin vermeldt: “Vande Druckerije werd gedurende 1982 en begin 1983 door de Ammoniet met de hand gezet uit de Hollandse Mediaeval, gedrukt met een Victoria degelpers op Hahnemühle Ingres Büttenpapier en gebonden in Blackburn Record linnen. De oplage bedraagt 245 genummerde exemplaren. Dit is nummer: H.C.”. Leuk, dacht ik. Een ‘hors commerce’ exemplaartje van een beperkt gedrukt boekje. Maar toen ik de tekst op de achterflap las bleek dat een vergissing.

Inderdaad werd de oorspronkelijke uitgave met de hand gezet, gedrukt en gebonden in een beperkte oplage van 245 genummerde exemplaren. Deze was echter spoedig uitverkocht. Vervolgens werd door Drukkerij Corn. Paap BV een fotomechanische herdruk gemaakt in een oplage van 1250 exemplaren, waarvan 500 voor contribuanten van de Stichting Drukwerk in de Marge. Toen ook deze oplage was verdwenen volgde wederom een (gecorrigeerde) herdruk van 500 exemplaren. Kortom totaal 1750 fotomechanisch gedrukte (en niet gebonden) exemplaren en dit was er één van. Een blik op internet leerde me dat vermoedelijk al deze 1750 exemplaren ‘H.C.’ vermelden (gewoon meegefotografeerd en gedrukt), goed verkrijgbaar zijn en rond de vijf euro kosten. Niet bepaald uniek dus, mijn boekje, behalve dan de handgeschreven tekst.

Onlangs kwam ik in een boekhandel echter een origineel gebonden en genummerd (189) exemplaar tegen. Deze blijken met hun 11 cm. bij 17 cm. iets groter te zijn dan de fotomechanische herdruk (10,5 cm. x 16,3 cm.). De letters zijn wat lichter zowel letterlijk als figuurlijk en het papier is van een betere kwaliteit. Nieuwsgierig zocht ik naar de prijs. Vijftien euro? Volgens mij een vergissing en voor die prijs heb ik het graag dubbel!

(*) F. de Tollenaere (1912-2009), redacteur WNT.